Site-archief

Zon

Ester Naomi Perquin

.

De dichter, schrijver, columnist, essayist en voormalig stadsdichter van Rotterdam (2011-2012) en Dichter des Vaderlands (2017-2019) Ester Naomi Perquin (1980) is een multi-talent. Ze debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’ die werd gevolgd in 2009 door de bundel ‘Namens de ander’, in 2012 met ‘Celinspecties’, in 2016 met ‘Jij bent de verkeerde en alle andere gedichten tot nu toe’ en in 2017 met ‘Meervoudig afwezig’.

Ze kreeg verschillende poëzieprijzen waaronder de J.C. Bloem-poëzieprijs en de Anna Blaman Prijs. Een aantal van haar gedichten verschenen op kaarten en posters bij Plint. Zo ook het gedicht ‘Zon’.

.

Zon

.

Ik sta een tijdje met mijn vriendje op de dijk.

Kijk, zegt hij: de zon zakt in de zee
en het licht zakt langzaam mee

en de schaduwen verdwijnen
en de kleuren van de dag

en als het donker wordt
dan is het avond

en is het avond
wordt het nacht.

Mooi hè, zegt hij.
En we zwijgen.

Het is mooi en
goed bedacht.

.

Apenlier

Rob Schouten

.

In het krantenknipsel dat ik in de bundel ‘Apenlier’ van Rob Schouten (1954) schrijver, dichter, literatuurcriticus en columnist vind en zo te zien uit een Volkskrant komt (en naar ik vermoed uit 2004 stamt, het jaar dat ‘Apenlier’ werd gepubliceerd) wordt gesteld dat de dichter “troost put uit slordigheid”. Piet Gerbrandy, die de recensie schreef, stelt ook dat hier “een man aan het woord is met een christelijke achtergrond die op levensbeschouwelijke en vooral op erotisch terrein permanent de weg kwijt is, overigens niet tot zijn eigen genoegen”. Gerbrandy eindigt de recensie met “de troost van de slordigheid, daarom gaat het in dit oeuvre”.

Lezend in de bundel kan ik zijn analyse beamen. In het gedicht ‘Lam’ komen een aantal van de genoemde elementen terug. Daarom uit deze bundel dit gedicht.

.

Lam

.

Natuur. Mij best. Parende robben. Mos.

De muizenval. Sla. Een ijskast ontdooien.

Telefoonrekening. Het parlement.

Belachelijk modieuze jurken.

.

Als u maar weet dat ik er ook aan doe,

hoe dronken ook. Wie ligt daar op zijn kant?

Een auto winnen om langs berg en dal…

Bloemlezingen, toeristen, komma’s, punten.

.

Te veel om… nou ja, geweldig veel

en allemaal om het verstand te boeien

dat momenteel helaas geen zitting houdt

maar morgen weer voor alles openstaat.

.

 

3 kleine broertjes

Floortje Schoevaart

.

Via een vriend werd ik gewezen op dichter Floortje Schoevaart. Ze is schrijver voor onder andere Sesamstraat, dagvoorzitter, sneldichter en columnist. Samen met Guido Bootz ontwikkelde ze  https://www.gevondengedicht.nl/ is een kennismaking  met poëzie in drie lessen en een website. GevondenGedicht wil kinderen nog beter laten kijken, zich nog vaker laten verwonderen en nog meer laten dichten. In de drie lessen leren kinderen poëzie herkennen, doen ze schrijfoefeningen en maken ze een gedicht bij een zelf gevonden voorwerp.

Op haar website https://www.floortjeschoevaart.nl/ kun je lezen wat een duizendpoot Floortje is. Op haar website ook een aantal teksten en een prachtig treurig gedicht met de titel ‘Drie kleine broertjes – voor Klaas’.

.

Drie kleine broertjes – voor Klaas

.

Twee kleine broertjes,
een moeder, een vader
in het mooie huis aan het water.
In de winter het ijs, in de zomer de kikkers:
zo was de bedoeling en zo moest het blijven.
Dus ik was er nog niet,
ik kwam later.

.

Twee kleine broertjes:
één grote, één kleine.
En later dan zouden ze spelen.
De kleine die kon nu alleen nog maar huilen,
maar dat gaf niet, de grote die wachtte wel even.
Hij ging wel vast
z’n speelgoed verdelen.

.

Twee kleine broertjes:
één kleine, één grote.
De grote die kon toen al lopen.
En dat liet hij ook zien dus, op papa’s verjaardag,
door de kamer met mensen die praatten en lachten.
En de zon scheen
de tuindeuren open.

.

Eén van de broertjes,
een strak blauwe hemel
en het gras net zo groen als het water.
Dan, plotseling, stoppen de kikkers met kwaken,
verhuizen de eendjes naar twee sloten verder.
Niemand hoort het
geschrokken gesnater.

.

Twee kleine broertjes.
En iedere winter
weer schaatsen waar hij was verdronken.

.

“Mama, als je toen geweten had
hoe hard ik nou kan schaatsen,
hadden jullie mij er toch wel bijgenomen?
Ja, maar ik kan ook al bijna
zeven meter onder water
en ik ben zellef op de fiets uit school gekomen.
Mama, kijk! Ik kan een scherpe bocht
en met twee voeten remmen.
Weet je, eigenlijk ben ik voor mij
dan wel een beetje blij
dat hij nog niet kon zwemmen.”

.

Twee kleine broertjes,
een moeder, een vader
In het mooie huis aan het water.
Zo groeiden we op en we speelden en huilden.
En ik ging steeds meer snappen dus steeds minder vragen,
maar iedere zomer
wordt het weer een jaar later.

.

Antilliaanse poëzie

Luis H. Daal

.

Ik schreef al eerder over de Antilliaanse en Surinaamse poëzie en dat ik eigenlijk maar weinig weet van de dichters en poëzie van deze twee landen. Nu ben ik in het bezit gekomen van een dubbelbundeltje, eerder een tijdschrift, dat twee voorkanten heeft en getiteld is ‘kennismaking met de antilliaanse poëzie / kennismaking met de surinaamse poëzie’.  Deze uitgave werd aan de hoogste klassen van de scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen aangeboden door de Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen (Sticusa) in het jubileumjaar 1973.

In deze bundel zijn gedichten opgenomen die zijn gekozen en ingeleid door dr. J. Ph. de Palm en mr. H. Pos. In de bundel namen die ik ken (Edgar Cairo, Michaël Slory, Albert Helman, Tip Marugg en Alette Beaujon) maar ook, voor mij, nieuwe namen als Elis Juliana, Thea Doelwijt en Bernardo Ashetu. En ook dichter Luis H. Daal.

Luis Daal was de schrijversnaam van Luis Henrique Plácido Daal (1919 – 1997), was een Curaçaos schrijver, dichter, essayist, columnist, vertaler en kinoloog. Hij was werkzaam op de Antillen en in Spanje. Van 1968 tot 1975 was hij werkzaam op het Bureau Toezicht Curaçaose bursalen. En vanaf 1975 tot zijn pensionering in 1984 was hij hoofd Culturele Zaken op het voormalige Antillenhuis in Den Haag. Hij was 10 jaar lid geweest van het bestuur van Sticusa (Amsterdam) en 6 jaar lid van de adviesraad voor Culturele Samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk.

Daal publiceerde in het Spaans en het Papiamentu, hij vertaalde veel poëzie naar het Papiamentu en hij werd voor zijn werk verschillende malen onderscheiden in Nederland, Spanje, België en Venezuela. In de bundel is het gedicht ‘Gebed voor alle dag’ opgenomen (in het Papiamentu ‘Orashón di tur dia’) in een vertaling van Jules de Palm.

.

Gebed voor alledag

.

Lieve vader in de hemel,

zorg dat ik het brood, dat ik eet,

nooit dat zal zijn, dat ontbreekt

op de tafel van een vriend,

noch is onttrokken aan de dorre mond

van het kind van een verachte moeder.

.

Maak dat mijn vreugde

nooit de wijn zal worden

die mij of mijn vrienden

zal benevelen;

.

Zie ook toe

dat in de nog reine ziel van uw zoon

zich nimmer zullen nestelen

het gif van de haat,

de azijn van de afgunst,

de aloë van de wrok.

.

Orashön di tur dia

.

Tata dushi, den bo shelu,

hasi pa e pan ku mi ta kome

nunka tá esún ku falta

riba mesa di un amigu

ni ranka foí boka seku

di un ju dio mama ultrahá.

.

Mira pa mi alegria

nunka jega ‘i tá en biña

ku lo tin di burachá

ni mi mes mi mi amígunan;

.

mira tambe pa den alma

te aínda limpi di bo ju,

nunka n’forma nan bibá

ni venenu di un odio,

ni binágr di envidia

ni sentebibu di renkor….

.


Maffe zus

Nico Scheepmaker

.

In 1973 vertelde Nico Scheepmaker aan Guus Luijters: ‘Het moet allemaal een spel blijven, vind ik. Sommige gedichten zijn een spel met een serieus onderwerp, andere met een frivool onderwerp, maar het is allemaal spel. Het gaat erom de mensen een beetje leesgenot te verschaffen’. Hij deed dit in het Parool en deze passage is het begin van de bundel ‘De gedichten’ Bezorgd door Ivo de Wijs uit 1991.

De reden dat ik dit citaat overneem is omdat ik het zo eens ben met Nico. Alle literatuur is er (ook) om de mensen een beetje leesgenot te verschaffen. Voor poëzie geldt dit net zo. Natuurlijk zijn er vast nog vele andere redenen te bedenken waarom iets geschreven is maar door het simpele feit dat het geschreven is, is het altijd om gelezen te worden. En lezen zonder leesgenot is geen lezen.

Nico Scheepmaker (1930-1990) was columnist, (sport)journalist en dichter. In de jaren 50 kreeg hij succes als dichter. Hij debuteerde als dichter met de bundel ‘Poëtisch fietsen’ (1955) en in 1958 kreeg hij de Anne Frank-prijs voor jeugdige schrijvers. Scheepmaker schreef verschillende dichtbundels waaronder ‘Vinger in de hoed’ uit 1976, een dialoog in sonnetvorm tussen Scheepmaker en Jan Kal.

Uit deze laatste bundel komt het gedicht ‘Maffe zus’.

.

Maffe zus

.

Het gaat in een gedicht niet om het rijm!

En ook sonnetten zijn nog steeds gedichten

al vallen zij als onvolwassen nichten

bij ’t eerste ’t beste halfrijm in zwijm.

.

Je hebt als sonnettist natuurlijk plichten,

maar een gedicht dat met een kwastje lijm

aaneengehaakt wordt, mist het groot geheim

op ongeëvenaarde vergezichten.

.

Neem nu alleen maar deze twee kwatrijnen:

‘rijm’ en ‘gedichtenazijn toch niet ontheemd

in een gedicht dat zonder tierlantijnen

zijn licht over de dichtkunst wil doen schijnen.

.

Maar ’t blijft natuurlijk wel een beetje vreemd

dat elk zijn maffe zus op sleeptouw neemt.

.

Dies Irae

Peter Coret

.

De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde,  Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.

In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.

.

Dies Irae

.

De laatste daad die zin gaf aan je leven

Was de ontkenning van een troosteloos bestaan

.

Je drift heeft je het leven uitgedreven

Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan

En zul je nooit meer pronken als de haan

Wiens veren ik met liefde heb beschreven

.

On klein verbond werd bitter opgeheven

De rekening blijft immer onvoldaan

.

Je liet me vallen toen ik jou liet zweven

We leefden beiden in een wrede waan

Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan

Aan jouw genot, of naar verzoening streven

.

Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven

Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan

.

 

Satie

Henk Romijn Meijer

.

Het gebeurt me nog wel eens. lezend in een dichtbundel (meestal een verzamelbundel) dat ik een gedicht tegen kom van een dichter die ik alleen als schrijver van romans of verhalen, of als columnist ken. Meestal betreft het hier éénmalige gedichten en heeft de schrijver in kwestie nooit een dichtbundel uitgebracht. En soms word ik verrast zoals in het geval van schrijver, taalkundige, vertaler en essayist Henk Romijn Meijer.

Henk Romijn Meijer (1929-2008) ken ik als schrijver vanaf 1983, toen een docent Nederlandse Letterkunde aan de P.A. Tiele Academie, waar ik mijn opleiding deed, ons studenten wees op Romijn Meijers roman ‘Mijn naam is Carrigue’. Henk Romijn Meijer brak in dat jaar door naar het grote publiek met deze roman, een boek dat een nieuw genre in de Nederlandse literatuur zou inluiden: de faction. Het is naar vorm en stijl een psychologische roman, naar intrige een thriller, maar gebaseerd op ware feiten.

Toen ik in de bundel ‘De vier jaargetijden’ een gedicht van zijn hand tegen kwam was ik dan ook verrast. Op zoek naar zijn oeuvre kwam ik via Wikipedia een enorme lijst van romans, verhalen, novelles en kritieken tegen én één poëziebundel uit 1986, getiteld ‘Resten van jou’. Destijds uitgegeven in een oplage van 750 stuks, voorafgegaan in een speciale druk van 250 exemplaren als relatiegeschenk in 1985.

Uit deze bundel is in ‘De vier jaargetijden’ een keuze uit poëzie over klassieke muziek uit 1991 het gedicht ‘Satie’ opgenomen.

.

Satie

.

De spotzieke lentevogel

klauwt aan zijn vingers vast.

.

nu zijn er bijna uitgesproken woorden

die aarzelen, dan wemelen als sneeuw,

dan dichtvallen als ogen, verschrikt verlegen.

.

eenzaamheid glimpt als de weerschijn

van een kaarslantaarn, bescheiden

en voorzichtig klinkt de eenzaamheid.

.

Don Juan Lul

Lévi Weemoedt

.

Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.

In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”

.

Don Juan Lul

.

‘k Kan niet lezen en niet schrijven.

‘k ben de langzaamste in vlijt.

Maar het allerdroevigst ben ik

in sociale vaardigheid.

.

Nooit kan ik iets leuks verzinnen!

Sta ik voor een mooie meid,

ach, dan schiet mij slechts te binnen

dat ik dood wil. Heel de tijd.

.

Een vergeefs gedicht

Remco Campert

.

Een van de Vijftigers die vrijwel iedereen kent, als het niet van zijn poëzie is dan wel van zijn proza, is dichter, schrijver, columnist Remco Campert (1929). Deze éminence grise van de Nederlandse poëzie is nog steeds actief al liet hij vorig jaar weten te stoppen met schrijven. Inmiddels weten we dat hij gewoon is blijven corresponderen met zijn goede vriend Kees van Kooten en dat deze correspondentie geboekstaafd is in het boekje ‘Aanelkaar’ over het leven, de liefde en de dood.

Remco Campert heeft een enorme bibliografie en heeft vrijwel alle literaire prijzen gewonnen die er te winnen zijn. Maar ook hij is ooit gedebuteerd en dat deed hij in 1950 met de poëziebundel ‘Ten lessons with Timmothy’. In 1952 verscheen al zijn vierde bundel ‘Een standbeeld opwinden’ en in die bundel staat het gedicht ‘Een vergeefs gedicht’.

.

Een vergeefs gedicht

.

Zoals je loopt,

door de kamer uit het bed

naar de tafel met de kam

zal geen regel ooit lopen.

.

Zoals je praat,

met je tanden in mijn mond

en je oren om mijn tong,

zal geen pen ooit praten.

.

Zoals je zwijgt,

met je bloed in mijn rug

door je ogen in mijn hals

zal geen poëzie ooit zwijgen.

.

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

%d bloggers liken dit: