Site-archief

Dodenmars voor Rotterdam

Clara Eggink

.

Op 4 mei, de dag dat we alle Nederlandse oorlogsslachtoffers herdenken (omgekomenen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en in de verschillende oorlogen nadien), wil ik stilstaan bij een dramatische gebeurtenis aan het begin van de tweede wereldoorlog waarbij tussen de 650 en 900 mensen omkwamen en meer dan 80.000 mensen dakloos werden; het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940.

De Duitsers wilde de capitulatie versnellen door Rotterdam te bombarderen. In de vroege middag van die 14e mei bestookte de Duitsers Rotterdam drie kwartier lang met een bommentapijt en veranderde de binnenstad daarmee in een vuurzee. Deze aangrijpende en schokkende gebeurtenis beschrijft dichter Clara Eggink (1906 – 1991) in haar gedicht ‘Dodenmars voor Rotterdam’, opgedragen aan Gerard Zalsman. En hoewel er dood heerst in dit gedicht en vernietiging steeds aanwezig is, spreekt zij in de derde strofe het vertrouwen uit in het herstel en de wederopbouw van de stad. In die zin had Clara Eggink een voorspellende stem.

Het gedicht van Eggink werd voor het eerst gepubliceerd in het tijdschrift ‘De Stem’ in 1940 en was getiteld ‘Doodenmarsch’ en had toen als opdracht ‘Aan G.Z.’. De Stem, een literair-cultureel tijdschrift verscheen tussen 1921 en 1941.

.

Doodenmarsch

Aan G.Z.

Ik waag mij haast niet in die straat
Waar gloeiend puin in ’t donker staat.
De wind loeit om een bouwvaltop,
Een schelle vlam schiet suizend op
Belichtend, als in spotternij,
De resten van wat huisgerei.
Hier vond wie daaglijks nam en gaf
Een ruw en eindloos massagraf.
Het werk van hersens, hand en lust
Is even grondig uitgebluscht.
.
Ik wend mij naar den havenkant.
De schepen liggen leeggebrand,
Het water, d’eeuwenoude baan,
Voert bloed en roet naar d’oceaan.
Daar staat de dood nog op de brug
Een zwarte schaduw, recht van rug.
Och broeders, hij bleef ongedeerd
Terwijl uw schim hier langs marcheert.
Links, rechts…
.
Maar als die stad weer is herbouwd
Van staal en glas en steen en hout,
Die kleine wereld is hersteld,
Bolwerk van koopwaar, zee en geld.
Als er gewerkt weer wordt op de asch
Van wie voor kort nog werkend was –
Dan zullen nog bij nieuwe maan
Uw schimmen door de straten gaan.
Links, rechts…
.
.
Advertenties

Dichter bij Rotterdam

G.J. Laan

.

In 1981 verscheen bij uitgeverij Futile een aardig boekje samengesteld  door Meijer de Wolf, met als titel ‘Dichter bij Rotterdam’. In tegenstelling tot de ook niet onaardige bundel die een paar jaar geleden bij MUG books verscheen ‘Wij dragen Rotterdam’ in deze bundel geen hedendaagse dichters maar een overzicht van gedichten door de tijden heen over Rotterdam. Van de 16e eeuw tot de 20ste eeuw is er veel over Rotterdam geschreven in poëtische zin.

Wat opvalt zijn een aantal voor mij onbekende namen als C. A. Cocheret , W. Punt en B. Snel maar ook bekende (Rotterdamse) namen als Gerard Cox, Clara Eggink en J.H. Speenhoff, alsmede een groot aantal gedichten waar de dichter niet van bekend is. Een boek dat aan alle kanten rammelt (op het kaft staat M. de Wolff, op de titelpagina Meijer de Wolf bijvoorbeeld) met een rare bladspiegel maar dat maakt niets uit. Het is het levenswerk van deze de Wolf(f) en hij heeft een fraaie doorsnee van poëzie (hoge en lage) over Rotterdam bij elkaar gebracht.

Ik heb gekozen voor het gedicht ‘De Oude Binnenweg’ van G.J. Laan.

.

De Oude Binnenweg

.

Rond de Ouwe Binnenweg

draait ’t leven door.

Daar is geen sprake van hoge flats

of een groot glazen kantoor.

’n Biertje in ’n cafeetje,

bij de visman een vette bek.

Dan voel je je goed

en dan pas bruist je bloed,

Aan de Binnenweg is nog pret.

.

Die smalle Oude-Binnenweg,

’n stukje oud Rotterdam,

daar hoor je ’t orgel nog spelen,

in de kroeg zit ’n ouwe man.

Hij draait een zware Van Nelle

en bestelt weer een Ouwe Vlek,

want waar smaakt je borreltje lekkerder

dan aan de Ouwe-Binnenweg.

.

oude_binnenweg_1951_b_ga

%d bloggers liken dit: