Site-archief

Stel vier bomen

Rein Bloem

.

Op verzoek van oud collega en literatuurliefhebber Leo Willemse schenk ik vandaag aandacht aan de dichter Rein Bloem (1932 – 2008). Rein Bloem was dichter, vertaler en criticus. Hij publiceerde enkele bundels poëzie waarin wordt geëxperimenteerd met de taal. Bloems debuut ‘Overschrijven’ uit 1966 vertoont al in de titel zijn preoccupatie met intertekstualiteit, het verwerken van bestaande teksten om daar een eigen interpretatie aan te verlenen. Bloem stelde zich op aan de kant van de dichter Ezra Pound, die met verstand en inlevingsvermogen culturele gegevens reconstrueert om er een nieuwe bezieling aan te geven.

Als vertaler vertaalde hij werk vanonder andere Pound, Joyce, Baudelaire en Mallarmé. Hij was medewerker van de literaire bladen Merlijn en Raster en verzorgde poëziekritiek in dag- en weekbladen (onder andere in Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer).

Een belangrijk aspect in zijn werk is de taal, Bloem is met dichters als Kouwenaar, Ten Berge, Faverey, Mallarmé, Reverdy Du Bouchet en anderen van mening dat persoonlijke en actuele aanleidingen moeten worden weggewerkt in een spel van taal en ritme. In het gedicht ‘Stel vier bomen’ uit de bundel ‘Scenarios’ uit 1970 komt dat goed naar voren.

.

Stel vier bomen

.

Stel vier bomen
op onderling gelijke
afstand van elkaar.
Eén speler in het midden
wiens taak het is
eerder bij een boom
te zijn dan de andere
spelers die rennen
van stam tot stam
en wisselen van plaats.

Lukt het –
een ander komt
in het midden.

Lukt het niet –
hij mag het
nog eens proberen.

Als je hier goed
over nadenkt
is het om gek
van te worden.

.

Endre Ady

Hongaars dichter

.

Al jaren kom ik met enige regelmaat in Hongarije en de laatste 20 jaar vooral in het stadje Hatvan omdat de plaats waar ik werk, Maassluis, een stedenband heeft met Hatvan. De bibliotheek in Hatvan is vernoemd naar een beroemd Hongaars dichter Endre Ady (1877 – 1919).

In het begin van de twintigste eeuw maakten de Hongaarse dichters er aanspraak op dat ze in de voetsporen traden van Sándor Petőfi, schrijvend in een geïmiteerde volkse stijl, maar wars van de visie van Petőfi (en, meestal, van zijn talent) dat blijkbaar niet te evenaren was. Ady was de eerste die brak met de traditie, en de nieuwe moderne stijl propageerde. Hoewel hij zichzelf zag als een eenzaam, verkeerd begrepen revolutionair, kozen in werkelijkheid vele dichters van zijn generatie zijn kant (en velen van hen imiteerden zijn stijl).

Zijn twee eerste dichtbundels toonden niets nieuw; hij was nog onder de invloed van de 19e-eeuwse dichters zoals Petofi of János Vajda. De eerste elementen van zijn eigen stijl kwamen niet voor in zijn gedichten maar in zijn essays en overige geschriften. Ady was zonder twijfel beïnvloed door het werk van Charles Baudelaire en Paul Verlaine. Hij gebruikt dikwijls het Symbolisme, zijn terugkerende thema’s zijn God, Hongarije en het gevecht tot overleven.

het gedicht ‘Bloed en goud’ van Ady is vertaald uit het Hongaars door Rudolf Polak.

.

Bloed en goud

.

Eén zelfde lied dreunt in mijn oren

Bij smart, die kreunt, bij vreugd, die zingt,

Bij ’t bloed, dat stroomt, bij ’t goud, dat klinkt.

.

Ik weet, ik zweer het, dit is: Alles,

Vergeefs de strijd, vergeefs de moed;

Slechts bloed en goud en goud en bloed.

.

En alles sterft en gaat ten onder,

De roem, de rang, het loon, het lied.

Maar bloed en goud, – zij sterven niet.

.

Er rijzen volk’ren en verdwijnen,

Geheiligd is, die thans met moed

-Als ik – verkondigt: goud en bloed.

.

Endre Ady

Verwant van de dood

.

Endre Ady (1877 – 1919) was een Hongaars dichter die zijn poëzie in een volkse stijl schreef en wiens werk sterk beïnvloed werd door dichters als Charles Baudelaire en Paul Verlaine. In zijn gedichten maakte hij vaak gebruik van het Symbolisme en thema’s als God, Hongarije en het gevecht tot overleven.

Ik ken Endre Ady als dichter al sinds 1998 toen ik voor de eerste maal de bibliotheek in Hatvan bezocht. Deze Hongaarse zusterstad van Maassluis heeft haar bibliotheek vernoemd naar deze beroemde Hongaarse dichter. Het is een heel normale zaak in Hongarije om bibliotheken naar beroemde schrijvers en dichters te noemen, heel anders dan in Nederland waar dat naar mijn weten nog nooit is gedaan.

In vertaling zijn er een aantal gedichten van Endre Ady verschenen waaronder het gedicht ‘Verwant van de dood’ in vertaling van Ankie Peypers uit 1969.

.

Verwant van de dood

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Ik houd van de zieke rozen

vrouwen die verwelkend

verlangen naar zonovergoten kwijnende

najaarstijd.

.

Ik houd van de trieste uren,

van hun spokende, wenkende roep.

.

Van de grote dood, de weerspiegeling

van de heilige dood.

.

Ik houd van hen die wenen,

ontwaken, verre reizen doen.

Van de kilbeijzelde ochtend

boven het veld.

.

Van de gelatenen die versagen,

van tranenloos verdriet en vrede.

Gelatenheid, de haven voor wijzen,

dichters, misdeelden.

.

Ik houd van hen die ontgoocheld zijn,

die kreupel, in de val gelokt,

niet meer geloven; van de bedrukten:

van de wereld.

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Endre_Ady

 

Charles Baudelaire

Voorbijgangster

.

Charles Baudelaire (1821 – 1867) was een Frans dichter en kunstcriticus die vooral bekendheid kreeg door zijn poëziebundel ‘Les fleurs du mal’ uit 1857. Hoewel Baudelaire vaak gerekend wordt tot de symbolisten waarbij verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal  werden gesteld, zijn er ook duidelijk tekenen van de Romantiek (waar de subjectieve ervaring als uitgangspunt werd genomen)  en het Realisme (stroming waarin men poogt de werkelijkheid zo authentiek mogelijk weer te geven) in zin werk terug te vinden. Charles Baudelaire wordt gezien als één van de belangrijkste dichters van de Franse literatuur in de 19e eeuw.

Hieronder het gedicht ‘À une passante’  uit ‘Les fleurs du mal’ in het Frans en in de Nederlandse vertaling.

.

À une passante

La rue assourdissante autour de moi hurlait.
Longue, mince, en grand deuil, douleur majestueuse,
Une femme passait, d’une main fastueuse
Soulevant, balançant le feston et l’ourlet ;
Agile et noble, avec sa jambe de statue.
Moi, je buvais, crispé comme un extravagant,
Dans son oeil, ciel livide où germe l’ouragan,
La douceur qui fascine et le plaisir qui tue.
Un éclair… puis la nuit ! – Fugitive beauté
Dont le regard m’a fait soudainement renaître,
Ne te verrai-je plus que dans l’éternité ?
Ailleurs, bien loin d’ici ! trop tard ! jamais peut-être !
Car j’ignore où tu fuis, tu ne sais où je vais,
Ô toi que j’eusse aimée, ô toi qui le savais !

.

.

Aan een voorbijgangster

 

De straat rondom mij was vervuld van oorverdovend leven.

Groot, slank, gekleed in rouw, met droeve majesteit,

Ging mij een vrouw voorbij, die met een fraaie hand

De schulprand van haar rok oplichtte en liet dalen;
Soepel en vol gratie, haar been een beeldhouwwerk.

Ik, als een dwaas verstard, dronk uit haar ogen,

Als een loden lucht waarin storm kan ontstaan,

De zoetheid die betovert en het genot dat doodt.

 

Een bliksemflits… dan duister!… -Vluchtige schoonheid,

Wier blik mij plotseling weer deed geboren worden,

Zal ik je ooit nog zien, nog vóór de eeuwigheid?

 

Elders, ver weg van hier! te laat! of nooit misschien!

Want ik weet niet waarheen jij vlucht, jij niet waarheen ik ga,

O jij die ik beminnen zou, o jij die dat goed wist

.

Met dank aan Wikipedia en http://poezie-log.blogspot.nl/

.

Fleurs-du-mal_titel

Charles-Baudelaire

 

passante

“Charles Baudelaire – À une passante – Zoeterwoudsesingel 55, Leiden” by Tubantia

Fernando Pessoa

Vrijheid

.

Fernando Pessoa (1888-1935) is één van de belangrijkste dichters in het Portugese taalgebied en misschien wel de meest betekenisvolle dichter uit de 20ste eeuw. Reeds op jonge leeftijd leest en bestudeert hij de grote dichters en schrijvers uit de wereldliteratuur zoals William Shakespeare, John Milton, William Wordsworth, Edgar Allan Poe, Lord Byron, John Keats, Charles Dickens, Charles Baudelaire, Paul Verlaine en Arthur Rimbaud maar ook de grote dichters uit de Portugese literaire traditie.

Van Pessoa is veel vertaald door August Willemsen, zo ook de bundel ‘Gedichten uit 1978’ . Uit deze bundel het gedicht Vrijheid.

.

Vrijheid

.

Hoe heerlijk, ach hoe licht

is het verzaken van een plicht,

het boek dat voor ons ligt

blijft ongelezen, dicht!

Lezen vergt geduld.

Studeren stelt niets voor.

De zon verguldt

zonder één moeilijk woord.

.

De rivier stroomt voort, uiteindelijk,

zonder eerste druk.

En de bries die blaast,

zo vanzelfsprekend ochtendlijk,

heeft, daar ze tijd heeft, geen haast…

.

Boeken zijn vellen papier met inkt bedrukt.

Studeren is iets dat onduidelijk verduidelijkt

het verschil tussen niemendal en niets.

.

Hoeveel beter is het, wanneer het mist,

te wachten op Dom Sebastião,

of hij nu komt of niet!

.

Groots is poëzie, goedheid, schone kunsten…

Maar kinderen zijn ’s werelds schoonste gunsten,

en bloemen, muziek, maanlicht, en de zon die op z’n hoogst

teleurstelt als hij niet doet groeien maar verdroogt.

.

En al het overige is dus

Jezus Christus

.

fpessoa16

Charles Baudelaire

The Jewels / Les Bijoux

.

In de categorie ‘poëzie en film’ vandaag de film ‘The reader/ la Lectrice’ en het gedicht The Jewels van Charles Baudelaire.

The film ‘The reader’ uit 1988 of ‘La Lectrice’ zoals de film eigenlijk heet (het is een Franse film) is gebaseerd op de roman van Raymond Jean met dezelfde titel, geregisseerd door Michel Deville. De film gaat over Constance die haar vriend voorleest uit een boek waarin Marie haar diensten aanbiedt als voorlezer van boeken. In het verhaal lopen de twee verhaallijnen en de twee personen van Constance en Marie , beide gespeeld door de actrice Miou-Miou, op een gegeven moment door elkaar en krijgt de film iets ongrijpbaars.

In de film wordt behalve het gedicht van Charles Baudelaire ook werk van Duras, Tolstoi, Lewis Carrol en Markies de Sade voorgelezen. Naast Miou-Miou speelt Patrick Chesnais een hoofdrol. Hij kreeg voor zijn rol de César award (de Franse Oscar).

.

Les Bijoux

La très chère était nue, et, connaissant mon coeur,
Elle n’avait gardé que ses bijoux sonores,
Dont le riche attirail lui donnait l’air vainqueur
Qu’ont dans leurs jours heureux les esclaves des Mores.

Quand il jette en dansant son bruit vif et moqueur,
Ce monde rayonnant de métal et de pierre
Me ravit en extase, et j’aime à la fureur
Les choses où le son se mêle à la lumière.

Elle était donc couchée et se laissait aimer,
Et du haut du divan elle souriait d’aise
À mon amour profond et doux comme la mer,
Qui vers elle montait comme vers sa falaise.

Les yeux fixés sur moi, comme un tigre dompté,
D’un air vague et rêveur elle essayait des poses,
Et la candeur unie à la lubricité
Donnait un charme neuf à ses métamorphoses;

Et son bras et sa jambe, et sa cuisse et ses reins,
Polis comme de l’huile, onduleux comme un cygne,
Passaient devant mes yeux clairvoyants et sereins;
Et son ventre et ses seins, ces grappes de ma vigne,

S’avançaient, plus câlins que les Anges du mal,
Pour troubler le repos où mon âme était mise,
Et pour la déranger du rocher de cristal
Où, calme et solitaire, elle s’était assise.

Je croyais voir unis par un nouveau dessin
Les hanches de l’Antiope au buste d’un imberbe,
Tant sa taille faisait ressortir son bassin.
Sur ce teint fauve et brun, le fard était superbe!

— Et la lampe s’étant résignée à mourir,
Comme le foyer seul illuminait la chambre
Chaque fois qu’il poussait un flamboyant soupir,
Il inondait de sang cette peau couleur d’ambre!

.

The Jewels

My well-beloved was stripped. Knowing my whim,
She wore her tinkling gems, but naught besides:
And showed such pride as, while her luck betides,
A sultan’s favoured slave may show to him.

When it lets off its lively, crackling sound,
This blazing blend of metal crossed with stone,
Gives me an ecstasy I’ve only known
Where league of sound and luster can be found.

She let herself be loved: then, drowsy-eyed,
Smiled down from her high couch in languid ease.
My love was deep and gentle as the seas
And rose to her as to a cliff the tide.

My own approval of each dreamy pose,
Like a tamed tiger, cunningly she sighted:
And candour, with lubricity united,
Gave piquancy to every one she chose.

Her limbs and hips, burnished with changing lustres,
Before my eyes clairvoyant and serene,
Swanned themselves, undulating in their sheen;
Her breasts and belly, of my vine and clusters,

Like evil angels rose, my fancy twitting,
To kill the peace which over me she’d thrown,
And to disturb her from the crystal throne
Where, calm and solitary, she was sitting.

So swerved her pelvis that, in one design,
Antiope’s white rump it seemed to graft
To a boy’s torso, merging fore and aft.
The talc on her brown tan seemed half-divine.

The lamp resigned its dying flame. Within,
The hearth alone lit up the darkened air,
And every time it sighed a crimson flare
It drowned in blood that amber-coloured skin.

.

reader

%d bloggers liken dit: