Site-archief

Niets

Cees Nooteboom

.

In 1984 publiceerde (reis)schrijver/vertaler/dichter Cees Nooteboom de poëziebundel ‘Vuurtijd, ijstijd’ en uit deze bundel komt het heerlijke gedicht ‘Niets’, waaruit voor mij maar weer eens blijkt dat humor en poëzie heel goed samen kunnen gaan.

.

Niets

.

Het leven
je zou het je moeten kunnen
herinneren
als een buitenlandse reis
en er met vrienden of vriendinnen
over na moeten praten
en zeggen
Het was toch wel aardig,
het leven,
en flarden zien van vrouwen, geheimen
en landschappen

en dan tevreden achteroverleunen
maar doden kunnen niet achteroverleunen.

En ook verder kunnen ze niets.

.

Het is nacht

Cees Nooteboom

.

De dichtbundels die (reis)schrijver en dichter  Cees Nooteboom (1933) publiceerde tot de jaren ’70 hebben een specifiek ding gemeen namelijk de titels. In alle titels van zijn dichtbundels is het woord gedicht(en) opgenomen. Zo publiceerde hij achtereenvolgens ‘Koude gedichten’ (1959), ‘Het zwarte gedicht’ (1960), ‘Gesloten gedichten’ (1964) en ‘Gemaakte gedichten’ (1970). In zijn latere werk als dichter kiest hij voor een duidelijk andere lijn. Uit zijn dichtbundel ‘Het zwarte gedicht’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Het is nacht’.

.

Het is nacht

.

Het is nacht

en in de holte van de nacht

drink ik de melk van de maan

en zin op de dag.

.

hoog zwaait het donker weg

de steen van de ochtend

wordt geslepen.

.

vrolijke vrolijke dag

de rook van de vuren wankelt

de priester zingt zijn houten liedjes.

.

de zon heeft bloed in zijn oog.

wat zal er met ons gebeuren?

.

‘Liever het been dan het…’

Cees Nooteboom

.

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw las ik zijn roman Rituelen en was meteen een fan van zijn werk. Dat hij ook poëzie schreef, daar kwam ik pas veel later achter. De hagenaar Cees Nooteboom (1933) heeft tientallen boeken op zijn naam staan, ontving talloze nationale en internationale prijzen voor zijn werk, werd in vele talen vertaald en wordt sinds jaar en dag genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Uit de bundel ‘Vuurtijd, ijstijd; gedichten 1955 – 1983’ het gedicht ‘Liever het been dan het…’ over poëzie.

.

‘Liever het been dan het …’

.

Liever het been dan het vel, liever

het oog dan de tranen, liever ik

dan de anderen, liever geheimen,

het geslotene, liever de dichter.

.

Laten de anderen de heldere stelsels openen

en er in sterven.

Ik sluit de geheimen, en als enige,

sterf zelf.

.

cn

 

Van de morgen tot morgen

Bloemlezing van moderne poëzie (1964)

.

Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het  betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.

Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.

Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.

., 

In het bos

.

Daar was het zo stil,

ik kon mijn stem er niet verbergen

in het rumoer van auto’s,

in de muziek van een café.

.

Er was geen omweg voor het woord

en geen geluid waarin het kon verdrinken

en weer gevonden worden

alsof het van een ander was.

.

Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,

had je het onherroepelijk gehoord,

hadden wij zwijgend verder moeten lopen.

Te stil was het, ik durfde niet.

.

En toen we bijna bij de huizen waren

en ik het zeggen ging, zag je

een eekhoorn, je wees

en holde naar de boom waarin hij was geklommen.

.

Vandemorgentotmorgen

Zonder lidwoord

Sluitende man I

.

Poëzie komt in vele vormen. Zo is er de vorm waarin lidwoorden volledig of vrijwel volledig worden weggelaten hetgeen, in mijn beleving, het gedicht vaak een mate van afstandelijkheid meegeven. Dichten zonder lidwoorden is niet niet domweg lidwoorden weglaten waar je die normaliter zou schrijven, het is ook zoeken naar alternatieven, naar wegen om zonder lidwoorden toch dat te kunnen schrijven wat je wil schrijven.

Ik weet dat er dichters zijn die bijna niet anders meer kunnen of willen. Ik blijf het met enige verbazing lezen. Een mooi voorbeeld dat ik zeker kan waarderen is het gedicht ‘Sluitende man I’ van dichter Piet Gerbrandy.

Piet Gerbrandy (Den Haag, 1958) is dichter, classicus en poëziecriticus. Hij ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs. Over zijn bundel ‘Kreukmonden opgevuld met gelei schreef Wiel Kusters begin dit jaar:

“Zijn experimentele, atonale poëtica heeft niet alleen symbolistische trekken maar is ook sterk verwant aan de poëzieopvattingen van hermetisch genoemde dichters als Hans Faverey, Cees Nooteboom en Kees Ouwens.”

Misschien niet de meest eenvoudige poëzie om te lezen maar wel poëzie waar je op kan kauwen en waarvan de schoonheid langzaam tot je komt.

.

Sluitende man I

Te midden van jaarloze flessen tast
schrander de gymnasiast naar contact in een muur
want aantocht van mensen is denkbaar.

Uit rokzak puilt een zinderende schuimkraag.

Staat kroegjool op springen, het lekt
in zijn aards gewelf – ach daar velt hem
vonkende stroom, stuipt zijn hart.

In baaierd van zwam zal zijn rotting
geknakt, hoge zijden gedeukt nog wat liggen.

Hij leeft. Hij vermoedt dat hij leeft.
Hij wendt zich van veel dingen af die zijn.

En sluitende man kiest hij vrouw
om aanspreekbaar te blijven.

.

gerbrandy

Met dank aan gedichten.nl

Aas

Cees Nooteboom

.

Cees Nooteboom (1933) is als schrijver vooral bekend vanwege zijn romans en zijn reisboeken. Zo heb ik hem leren kennen in de jaren ’80 door zijn prachtige roman ‘Rituelen’. Voor hemzelf echter komt de poëzie op de eerste plaats. Kort na zijn de publicatie van zijn eerste roman debuteerde hij in 1956 als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters, de vijftigers, maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.

Daan Cartens schrijft over Nooteboom als dichter: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”

Uit de bundel ‘Aas’ uit 1982 het titelgedicht.

.

Aas

Poëzie kan nooit over mij gaan,
noch ik over poëzie.
Ik ben alleen, het gedicht is alleen,
en de rest is van wormen.
Ik stond aan de straten waar de woorden wonen,
boeken, brieven, berichten,
en wachtte.
Ik heb altijd gewacht.

De woorden, in lichte of duistere vormen,
veranderden mij in een duister of lichter iemand.
Gedichten passeerden mij
en herkenden zichzelf als een ding.
Ik kon het zien en me zien.

Nooit komt er een einde aan deze verslaving.
Eskaders gedichten zijn op zoek naar hun dichters.
Ze dwalen zonder commando door het grote
district van de woorden
en verwachten het aas van hun volmaakte,
gesloten, gedichte, gemaakte
en onaantastbare

vorm.

.

CN

Dichters in de Nacht

Luister CD

.

De Nacht van de Poëzie (De nacht) geldt al 31 jaar als één van de best bezochte podiumevenementen van de Nederlandse letteren. Tot 2007 werd de Nacht gehouden in de grote zaal van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. In 2008 verhuisde het naar Vredenburg Leidse Rijn. Door de verbouwing van het muziekcentrum werd de Nacht in 2009 overgeslagen om in 2010 en 2011 in kleinere vorm terug te keren in de Utrechtse Stadsschouwburg. In 2013 werd het georganiseerd in Media Plaza in de Jaarbeurs en in 2014 keert de Nacht terug naar het nieuwe Vredenburg.

Enige tijd geleden kreeg ik de luister CD ‘Dichters in de Nacht’ cadeau. Op deze CD een luisterversie van de jubileumnacht (25 jaar de Nacht) waarop vele bekende dichters zijn te beluisteren die het podium in Vredenburg betraden. Onder hen Gerrit Komrij, Leonard Nolens, Rutger Kopland, Jean Pierre Rawie, Jules Deelder maar ook het duo optreden van Remco Campert en Cees Nooteboom. De CD is uitgegeven door uitgeverij Rubinstein in 2006.

Didn

 

Van de dichter K. Michel, het gedicht ‘Ook de vissen’die op de CD staat.

.

Ook de vissen

Zou je de Haagse Hofvijver overeind zetten
rechtstandig als een majestueuze wand van water
om het licht de diepte te laten doorstralen
om de stad een doorzichtige spiegel te bieden

een oudgouden glans zou over de huizen strijken
en iemand roept als eerste ‘kijk’ en wijst
toeterend komt het hele verkeer tot stilstand
abrupt worden alle vergaderingen opgeschort
en de straten vullen zich met ogen en geroezemoes

een vorstelijk banket, jagers in een herfstbos
zegels en paperassen, gesluierde naakte vrouwen
iedereen ziet in de vijverwand iets anders
maar allemaal blikken ze diep in de tijd terug

En eindelijk kunnen de hofvissen ook eens
over de schubbenhuid van de daken uitkijken
naar de glinsterende torens en ijspaleizen
de bomen bij de duinen, het gele strandzand

‘kijk’ stoten de vissen elkaar aan, ‘dat zilvergrijze
dat schitterende schuimende, woelende weidse
dat zich daar uitstrekt tot aan de einder en verder
dat is nou de zee, ja dat daar is de zee’

Met dank aan Wikipedia en Gedichten.nl

Nieuwe griffels schone leien

Van Gorter tot Lucebert, van Gezelle tot Hugo Claus

.

Op 7 maart schreef ik over een Ooievaar pocket met de titel ‘Met andere woorden’ met daarin jonge dichters uit Noord en Zuid uit 1960. In dat stuk schreef ik al over een andere bundel die ik ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw uit een stapel tweedehands boeken heb gevist, met de titel ‘Nieuwe griffels schone leien’.

Deze bundel (uit 1957) bevat een bloemlezing uit de poëzie der avant garde samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Op zich al heel aardig om zo’n oud boekje met gedichten uit de jaren vijftig te hebben. Dit boekje is echter extra bijzonder, omdat degene van wie dit bundeltje ooit is geweest het grootste deel van de dichters gevraagd heeft deze bundel te signeren. In totaal 29 handtekeningen sieren de eerste twee pagina’s (van de 56 dichters in de bundel). Handtekeningen van o.a. Remco Campert, Anna Blaman, Ellen Warmond, Cees Nooteboom en Ed Hoornik maken dit voor mij een special bezit. Dat iemand de tijd en moeite heeft genomen om al die handtekeningen te verzamelen, dan moet je wel een groot liefhebber geweest zijn.

Uit deze bundel een gedicht van H. Marsman (1899 – 1940)

.

Virgo

.

Morgenmeren.

uw omgrenzing ordent.

bergen klimmen in het tinnen licht

.

en uw stille, virginale lippen

kuischen aan de sidderende beken

zoete smetten van het groene duister

.

en uw oog wordt licht.

.

maar de nacht stort ruglings in de nacht

.

en uw mond is in zichzelf besloten

en uw bloed is door uw bloed omringd

.

foto (14)

 

foto (13)

Met andere woorden

1960

.

Ik ben gek op oude poëziebundeltjes. Zo heb ik bijvoorbeeld een dichtbundel uit eind jaren vijftig met veel vijftigers dichters inclusief alle handtekeningen van de dichters. Iemand heeft de moeite genomen om die te verzamelen en ik kwam het boekje tegen in een stapel tweedehands boekjes. Zo ook de bundel ‘Met andere woorden’. Een Ooievaar pocket (nummer 119) uit 1960 (eerste druk 10.000 exemplaren) met daarin jonge dichters uit noord en zuid. Vijftien jonge dichters waarvan sommige helemaal doorgebroken zijn en nog steeds actief en bekend en sommige waarvan ik in ieder geval, nog nooit gehoord had. De dichters in het boekje:

Gust Gils, Mea Strand, Armando, Ellen Warmond, Hugues C. Pernath, Ed. O Roletto, Paul Snoek, Fen Skalp, Susanne Lecointre, Cees Nooteboom, Willy Roggeman, Cornelis Bastiaan Vaandrager, Georges van Vrekhem, Hans Sleutelaar en Mischa de Vreede.

.

Hieronder een gedicht uit deze bundel, van een dichter die ik niet kende Hugues C. Pernath

.

Uit Meidood – 1955

.

Het is een leven van verschillende straten liefste

met zoveel warm woestijngeloof aan iedere wand,

het is de latere kelk van je erewonde

de ademtijd en volgende ogenwandeling.

Nu alles slaapt, het kleven terugkeert tot de moeder

onzeker onderaards klooster, vandaag geworden

*

Overmorgen, verlaten herinnering, zal iemand mij

beminde woorden vertellen, achter de angst

en de avond misschien tamelijk tot me spreken.

Van witte as zal iemand uit de regen leven,

de waarheid, die vergeefse nacht ombrengen.

.

foto (1)

%d bloggers liken dit: