Site-archief

Carmen 2

Catullus

.

De Italiaanse dichter Caius Valerius Catullus (beter bekend als Catullus) die leefde van ca. 84 –tussen 54 en 47 v.Chr.) was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen of versregels). Deze gedichten werden later gebundeld in de ‘Carmina Catulli’.

Zijn stijl is gevarieerd en zijn werk bevat onder andere liefdesgedichten, spotgedichten en epische gedichten (epigrammen). Het volgende gedicht is getiteld ‘Carmen 2’ en werd vertaald door A. Rutgers van der Loeff.

.

Carmen 2

.

Sijsje, waar mijn meisje graag mee speelt,

dat zij aan haar borst drukt, dat zij streelt,

dat zij driftig in haar pink laat pikken,

als ze troost zoekt in de oogenblikken,

dat het hartje van mijn lieveling

harder klopt, alsof het barsten ging,

tot ontspanning van ’t geprangd gemoed

en verkoeling van den fellen gloed,

mocht ik als je zoete lieve vrouw

vrede vinden in een spel met jou!

.

Catullus

Kleine vogel

.

Voor dat je gaat denken dat ik hier over katten ga schrijven (had zomaar gekund, er is veel poëzie bekend en beschikbaar over katten) of dat ik poëzie in het Latijn ga plaatsen; niets van dat al. Gaius Valerius Catullus (±84-54 v.Chr.) was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode – Romeinse literatuur – schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen (versregels)). Deze gedichten werden later gebundeld in de ‘Carmina Catulli’. Zijn stijl is gevarieerd en zijn werk bevat onder andere liefdesgedichten, spotgedichten en epische gedichten (epigrammen).

In ‘Het Grote Dieren Gedichten Boek’ dat in 2007 werd samengesteld door Guus Luijters en gepubliceerd bij uitgeverij Nieuw Amsterdam staan een aantal van de gedichten van Catullus in vertaling opgenomen. Zo ook het gedicht zonder titel hieronder.

.

Kleine vogel, speeltje van mijn lieveling,

jij, met wie ze zich vermaakt, jij, op haar schoot,

jij, naar wiens snavel ze haar vinger uitsteekt

om hem tot scherpe pikjes te prikkelen,

wanneer ze maar zin heeft, haar blik vonkend van

verlangen naar mij, in een lief spel met jou –

als tedere troost voor haar pijn, denk ik,

zodat de gloed van haar hartstocht tot rust komt –

kon ik toch maar met jou spelen zoals zij,

en het verdriet dat mijn hart drukt verlichten!

.

catullus

boek-18

%d bloggers liken dit: