Site-archief

Woorden temmen

Een recensie

.

De bundel, of moet ik zeggen het boek ‘Woorden temmen’ van Kila en Babsie heeft als ondertitel ‘Poëzie ontdekken, zelf gedichten schrijven met Kila&Babsie op elk moment, waar dan ook’. En ik kan jullie nu al verklappen; daar is geen woord van gelogen. Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) vormen samen het dichtersduo Kila&Babsie. In 2005 vonden zij elkaars als dichters tijdens een poëzieproject en sindsdien hebben ze al vele podia veroverd en is hun manier van performen of voordragen bekend geraakt als stereopoëzie waarbij zij beurtelings en door elkaar praten en hun woorden en zinnen elkaar overlappen.

Kila van der Starre is mij vooral bekend van haar geweldige project Straatpoëzie waarbij zij poëzie in de openbare ruimte in kaart heeft gebracht in Nederland en België met behulp van een heleboel ijverige bijdragers (waaronder ook ik).

Maar nu dus het boek ‘Woorden temmen’. In dit boek willen ze de lezer laten kennismaken met 24 van hun lievelingsgedichten, willen ze de lezer laten zien hoe je gedichten kan lezen, hoe je er over kan nadenken, wat je ermee kan doen en hoe poëzie je kan inspireren tot het schrijven van gedichten. Als je zoiets leest denk je in eerste instantie nog: dat is een heleboel voor 1 boek. Na het lezen van het boek kan ik volmondig beamen dat deze inleiding helemaal accuraat is. Het is alsof Kila&Basbsie mijn lievelingsboek hebben geschreven voordat ik met dit blog begon.

Over heel veel van de onderwerpen die ze in het boek behandelen, daar heb ik over geschreven op dit blog. Herkenning dus gekoppeld aan een interessante kijk op poëzie, intrigerende gedichten als voorbeelden, tips (lees-, luister- en kijktips) en bij elk gedicht een stukje lees, doe, denk, schrijf, weet en meer.

In zekere zin deed het boek me een beetje denken aan het Kwadraats Groot Literair Lees Kijk Knutsel en Doe Vakantieboek uit 1993 van Ronald Giphart maar dan op het gebied van de poëzie. Op een heel speelse en creatieve manier bezig zijn met poëzie. Een onderwerp waarvan nog steeds veel mensen denken dat het ingewikkeld is. Kila&Babsie bewijzen in dit boek dat dat het helemaal niet is of hoeft te zijn. Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wil maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen. Kila&Babsie maken het lezen en het gebruik van dit boek tot een groot plezier.

Als ik een favoriet stuk uit dit boek zou moeten noemen (wat moeilijk is want het geheel bevalt me zeer!) dan is het denk ik de rubriek ‘Meer’. Daar geven Kila&Babsie de tips om verder te lezen, te luisteren en te kijken, te ontdekken en brengen ze je op ideeën. De allerlaatste quote op de achterflap van dit prachtige boek luidt: Echte poëzie kan communiceren voordat ze wordt begrepen’ van T.S. Elliot. Wil je een handje geholpen worden bij dit begrip dan is dit boek een absolute aanrader, wil je gewoon verwonderd worden, verrast, onderhouden of gevoed worden lees dan dit boek. Of beter koop het! Dan kun je er op elk gewenst moment op terug vallen.

In eerste instantie dacht ik nog; Wat een vreemde vorm heeft dit boek, helemaal niet handig voor in de boekenkast, tot ik erin aan het lezen was, toen  viel me op dat het de vorm van een boek heeft, opengeslagen zoals je zelf een opengeslagen boek zou tekenen. Verantwoordelijk hiervoor zijn De Vormforensen (Annelou van Griensven en Anne-Marie Geurink).

Een van de lievelingsgedichten van het duo dat wordt besproken in dit boek is het gedicht ‘dordrecht 25 november 1963′ van C. Buddingh’. Kila & Basie schrijven hierover in de inleiding: “Dit gedicht heeft samen met het werk van Buddingh’s collegadichters een boel stof doen opwaaien toen het gepubliceerd werd, want is dit wel een gedicht? C. Buddingh zag eens een brief van de oudercommissie van school liggen en werd gefascineerd door de tekst. Hij bracht regelafbrekingen aan, maar veranderde niets aan de tekst zelf. En opeens was de brief een gedicht”. Een ready made dus eigenlijk naar aanleiding van de moord op J.F. Kennedy.

.

dordrecht 25 november 1963

.

l.s.
wegens de gebeurtenissen in amerika
gaat de ouderavond vandaag niet door
de avond wordt nu gehouden
op maandag 9 december (over veertien dagen)
ook weer in de meerpaal
om acht uur
de oudercommissie

.

 

 

 

Advertenties

Uit mijn boekenkast

De 100 beste gedichten van 2014

.

Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Ahmed Aboutaleb voor de VSB poëzieprijs 2014 genomen. Bladerend door deze bundel kwam ik een voor mij nog onbekende dichter tegen Maria de Groot.

Ze staat met 1 gedicht vermeld  in de bundel en dat is getiteld ‘Adagio’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Venetiaanse gedichten’ uit 2012.

.

Adagio

.

Ik woonde op de brug van de frambozen
en mocht daar in de nacht de sterren tellen.
Ik kon hun aantal in het water lezen.

Zij hadden mij voor deze taak gekozen
omdat ik verder durfde overhellen
dan zij die als de dood de diepte vrezen.

Soms wist ik niet meer waar ik was gebleven,
begon mijn arbeid, met geduld bemeten,
opnieuw te midden van de glinsteringen.

Ik ben alleen. Ik lijd een dubbel leven.
Ik kan bij dag de vruchten niet vergeten
die in de duisternis te rijpen hingen.

.

Joenna Morits

Winterdag

.

In de dikke bundel ‘Spiegel van de Russische poëzie’ lees ik het gedicht ‘Winterdag’ van Joenna Morits. Vreemd genoeg vind ik achterin bij de bronvermelding niet waar het gedicht eerder is gepubliceerd of door wie het is vertaald. Wel vind ik in de bundel dat Morits (1937) in Kiev is geboren en heeft gestudeerd aan het Gorki Instituut voor Literatuur in Moskou. Morits schrijft meditatieve lyriek, veelal met de natuur als belangrijkste inspiratiebron. Dat blijkt zeker uit het gedicht ‘Winterdag’.

.

Winterdag

.

Al wat ik zie vanuit mijn raam –

De grandioze wereldorde –

Zal in mijn dikste schrift niet gaan,

Laat zich ternauwernood verwoorden.

.

Het bos is van kristal, het meer,

De ribes en de rechte hagen.

De bleke zon is in de weer

De januaridag te schragen.

.

De weg bukt onder sneeuwgewicht,

Zwart glanzen losse ravenveren,

Maar verder is het klaar en licht

Van kwetteren en kwinkeleren.

.

De ster die weinig anders doet

Dan licht te werpen op mijn leven

Praat met me op gelijke voet

En staat haar schijnsel weg te geven.

.

Misschien bestaat geluk daarin,

Misschien is dit het magistrale,

Dat niemand deze dag nadien

Letter voor letter kan herhalen.

.

Den Haag

Remco Campert

.

Een van de dichters die ik al lang lees en waar ik altijd weer door geïnspireerd word is Remco Campert (1929). Een van de eerste dichtbundels (naast de bundels van Jules Deelder) was dan ook ‘Alle bundels gedichten; 1951 – 1970’ uit 1976. Daarna zouden nog vele bundels komen en ook daar heb ik er verschillende van.

Zo ook de verzamelbundel ‘Dichter’ uit 1995. Uit die bundel het gedicht ‘Den Haag’ niet alleen omdat dat mijn woonplaats is maar ook omdat ik aanstaande donderdag met een aantal andere Haagse dichters ga voordragen bij café ‘Mooie Woorden’ in Naaldwijk.

.

Den Haag

.
Overal bevuilde daken
groen koper van kerken
brakke lucht uitgebeten huizen
afgegraasd grasland verwaarloosde zee.
O en de trieste trage gele trams
en het kippevel van de verwaaide straten.
Heel Den Haag was één Panorama Mesdag
elke dag een verregende koninginnedag.

Mijn grootvader ongeschoren
dwaalde als Strindberg door het huis
gevangen in zijn eigen kamerjas.

En zo speelziek en verlegen als ik was
met mijn kleine rubberdolk
beheerste dolleman
pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp
of op zolder het oude lila kussen.

.

 

Het gedicht is een bericht

Roteb, Rotterdam

.

Vanaf 1988 worden in Rotterdam op huisvuil- en veegwagens, regels van gedichten van dichters van over de hele wereld geplaatst. Het initiatief hiertoe kwam van Hans Abelman van het Centrum voor Beeldende Kunst van de Rijnmond.

Het eerste gedicht (of regel van een gedicht) was ‘Het gedicht is een bericht’ van Jules Deelder. In 1996 kwam er een bundel uit (een samenwerking van Roteb en Poetry International) met de volledige gedichten van al deze regels. Een bonte verzameling Nederlandse en internationale poëzie, verzen en versjes, geïllustreerd en mooi vormgegeven.

Uit deze bundel koos ik boor het gedicht van György Dalos uit Hongarije ( A felháborodáshoz iparengedély kell) in een vertaling van Andras Vigh getiteld ‘Mijn status in de staat’.

.

Mijn status in de staat

.

1

Voor verontwaardiging

heb je een bedrijfsvergunning nodig

Voor pessimisme

een douanestempel

En zelfs van de zelfmarteling

worden procenten afgetrokken

.

2

Ik ben

als een ontwikkelingsland

Bevrijd maar armzalig

leef ik van leningen

Ik verwacht niet veel van de toekomst

maar heb haar ook niet te duchten

.

3

Sinds twee jaar

leef ik zonder werk

Ik schaam mij

als ik bedenk

dat ze terecht jaloers op me zijn –

de straatvegers met hun vaste inkomen

en de vuilnismannen in hun onwankelbare status

.

Programma

Bastiaan van Heijningen

.

De tot voor kort mij volledig onbekende dichter Bastiaan van Heijningen (soms ook geschreven als Heyningen en nee, geen familie) werd in 1865 geboren in Dubbeldam. Op 8 jarige leeftijd verhuisde hij met zus en ouders naar Rotterdam. Rond zijn 20ste studeert hij aan de Poly-technische school te Delft. In Rotterdam treft hem een zware verkoudheid en hij keert terug naar zijn (inmiddels in Amsterdam wonende) ouders. Hij lijdt aan hevige pijn in zijn zij en heeft een hardnekkige hoest. Gevaarlijk lijkt dit aanvankelijk niet, maar na een bloedspuwing  – hij is dan eenentwintig jaar oud- ziet de situatie er nogal hopeloos uit. De ene bloedspuwing volgt op de andere.

Ondanks of misschien dankzij zijn ziekte kan Bastiaan toegeven aan zijn literaire aspiraties. Hij maakt studie van het Italiaans en van de Engelse letteren, vertaalt en schrijft poëzie. In deze laatste jaren van zijn leven ziet hij zijn gedichten en vertalingen in tijdschriften gepubliceerdMede hierdoor maakt hij zich literaire vrienden. Nadat zijn zus sterft in augustus van dat jaar (1889) aan de vliegende tering moet hij opnieuw hevig bloed opspugen. Dit ziekbed komt hij niet meer te boven en op de avond nadat zijn eerste gedichten gebundeld zijn in de bundel ‘Gedichten’ sterft ook hij op 24 jarige leeftijd.

Hoewel zijn werk verschillend beoordeeld wordt is er zeker waardering onder critici. Meer dan een euw na zijn dood wordt er van hem een gedicht opgenomen in de bundel ‘Dichten over dichten’ uit 1994 getiteld ‘Programma’.

.

Programma

.

‘k Beschrijf u niet den boedel der natuur;

Ik tel u niet, mocht ik van rozen spreken,

De blaadjes vóor; gewaag ik van een muur,

Wacht niet, dat ik u het stenental bereken.

.

‘k Tracht den graceur niet naar de kroon te steken;

En haar gelijm, gelik, gepoets, geschuur;

Maar ‘k troost mij lichtlijk over die gebreken.

Ik heb wat gal, wat hoogheid en wat vuur.

.

Mijn zang is vol vertwijfeling en toren,

Er in gestort uit overvloeiend hart,

Vrij schuw dit boekje, wie niets hards kon hooren.

.

O, kon ik zuivrer, liefelijker zingen!

Maar uit den gorgel, dichtgeschroefd door smart,

Zijn eenmaal weeker klanken niet te wringen.

.

Met dank aan Paulien van den Andel, 2010  http://bastiaanvanheijningen.webklik.nl

 

Mond vol demonen

Daniël Dee

.

Op de dag dat Daniël Dee (1975) aankondigt op Facebook dat hij een week in afzondering gaat om zijn nieuwe bundel af te maken, lees ik zijn bundel ‘Mond vol demonen’ uit 2016. Deze bundel is één van de bundels uit de doos van Passage waarin naast ‘Mond van demonen’ nog 9 andere bundels zitten.

Wat ik vooral zeer waardeer aan de poëzie van Daniël is zijn georkestreerde gekte zoals ik het graag noem. Zijn soms bizarre wendingen, de onderwerpen van zijn poëzie en de liefde waarmee hij over zijn kinderen schrijft (vader van dochters, herkenning vandaar). En de humor ligt altijd op de loer, niet als middel maar als bijproduct. Een heerlijke bundel kortom. Daniël heeft me eens gezegd dat hij mijn keuze van gedichten uit bundels zo apart vindt, blijkbaar zou hij juist voor een andere gedicht kiezen dan dat ik dat doe. Benieuwd hoe hij over de keuze voor ‘We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten’ denkt.

.

We houden ze nodeloos in leven van onze belastingcenten

.

Ineens was ik omsingeld. Ik weet niet hoeveel er waren. Zeven of acht. Het was echt

een traumatische ervaring. Een nachtmerrie. Ik wilde snel even een broodje kopen

in de supermarkt voor mijn lunch. Ze zaten allemaal in van die scootmobiels. Het

metallic, rode, blauwe metaal glom. Het was een chaotische blur van zuurstoftanks,

gerochel, shagrook en vetkwabben. Ze reden doelbewust tegen mijn schenen, mijn

achilleshiel.

.

Ze zijn te dik en leven te lang. Van onze belastingcenten. Die babyboomers – meer

dood dan levend – teren enkel op ons; zij zijn de parasieten van onze maatschappij.

Ergens is er iets misgegaan. Ze dragen niets bij. Dat geld kunnen we beter steken in

het onderhouden en uitbreiden van ons snelwegennet.

.

Kan de regering niet een vloot drones op ze loslaten. Drones met artificiële intel-

igentie die de vraag stellen waarom ze op maandagmiddag niet aan het werk zijn.

Als ze geen geldige reden hebben, laat zo’n drone dan een dodelijke injectie afschie-

ten. Dat is het meest efficiënt en het meest humaan voor alle betrokkenen. Zwarte

drones lijken me het beste, dat is indrukwekkend en angstaanjagend. Nee, drones in

camouflagekleuren zodat ze ze niet aan zien komen vliegen en geen tijd hebben om

te vluchten. En laat de drones eerst schieten en dan pas vragen stellen, beter safe

than sorry.

.

Laat de regering dat probleem eens aanpakken. De ziektekosten rijzen toch de pan

uit? De frituurpan in dit geval.

.

10.000 kleine voorwerpen

Wibo Kosters

.

In 2016 was éen van de deelnemende dichters aan de Poëziebustoer de dichter Wibo Kosters (1978). Wibo is schrijver, dichter, organisator en performer. Op zijn website https://wibokosters.nl  staat een erg lange lijst van optredens vanaf 2007 maar ook samenwerkingen die hij aanging met beeldende kunstenaars. Van 2017 – 2019 is hij stadsdichter van Deventer en hij maakt deel uit van dichterscollectieven ‘Brommerdief’ en ‘de korte metten’. In de poëziebusbundel werd het gedicht ‘10.000 kleine voorwerpen’ geplaats en dat sluit aan bij de nieuwe weg die Wibo heeft ingeslagen om eenvoudiger te leven. Zie daarvoor ook zijn website https://legewittekamer.wordpress.com

.

10.000 kleine voorwerpen

.

elke dag een beetje verdwijnen

in voorwerpen die het huis verlaten

met de anekdotes

van de dingen

ik word een man zonder context

verberg me niet in spullen

mijn handen langzaam

echte handen

die niet bezighouden

maar doen

straks is er geen verhaal meer

geen taal om mij

ben ik een herinnering

onopgemerkt

voorbij

.

Alles is langzaam aan het vallen

Laura Vazquez

.

De Franse schrijfster en dichter Laura Vazquez (1986)  is een literaire duizendpoot. Ze schrijft poëzie die ze via haar website http://www.lauralisavazquez.com, met de buitenwereld deelt, publicaties in tijdschriften, voordrachten, muziek en videofilmpjes. Ze heeft reeds 5 bundels gepubliceerd, de laatste zijn ‘Menace’ (2015) en ‘Oui’ (2016).

Het webtijdschrift ‘Terras’ heeft in 2012 aandacht aan haar werk besteed. Eva Wissenburg (1990), literair vertaalster, heeft toen een aantal van haar gedichten vertaald. Het gedicht ‘alles is langzaam aan het vallen’ is één van deze door haar vertaalde gedichten van Vazquez.

.

alles is langzaam aan het vallen

.

het huis is langzaam aan het vallen, het is langzaam aan het vallen, de kinderen zijn langzaam aan het vallen, ze zijn langzaam aan het vallen, hun monden zijn langzaam aan het vallen, de monden van de kinderen zijn langzaam aan het bewegen, en hun benen zijn langzaam aan het vallen, hun benen zijn langzaam aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze valt, ze is langzaam aan het vallen, de stad valt, ze is zachtjes aan het vallen, al een hele tijd, al een lange tijd, het huis valt en de mensen vallen, de monden vallen en de mensen vallen

en de onderkant van de ogen, en de bovenkant van de buik, en de binnenkant van de buik, en de binnenkant van de wangen, en de bovenkant van de wimpers, en de bovenkant van de handen, en de binnenkant van de voeten, en de onderkant van de tafels, en de onderkant van de borsten, en de bovenkant van de graven, en de bovenkant van de schedels, en de onderkant van het ik, en de bovenkant van het ik, en de bovenkant van de buiken, en de onderkant van de buiken, en de binnenkant van de buiken, alles valt valt, alles is langzaam aan het vallen, de stenen vallen, en de verbanden, en de verhalen, en de voorwerpen, en de vloeistoffen, en de beken, en de slangen, en de vloeistoffen, en het speeksel, alles valt valt

alles is langzaam aan het vallen, in de organen, in de huizen, in de verbanden, het is de wending, het is de weg, het is de methode, het is de cadans, het is een verband, het is een idee, het is een probleem, het is een idee, het is een weg, het is een gesprek, het is een relatie, het is een weg, het is de wending, het is de methode, het is de cadans

alles valt valt, alles is zachtjes aan het vallen, alles is langzaam aan het vallen, alles is zachtjes aan het vallen, in de huizen, in de perken, in de bossen, in de verhalen, in de woorden, en zonder stoppen, en zonder snelheid, en zonder kabaal, en zonder denken, en zonder lijden, het is de wending, het is wat valt

en de onderkant van de armen, en de idee van de gezichten, en de idee van de schaamte, en de idee van de vloeistoffen, en de vloeistoffen zelf, en de langzame mensen, en de goede mensen, en het leven is heel langzaam, en het leven is gevallen, en het leven is heel rustig, en het leven is heel zwaar, en het leven is het leven, en het leven is gevallen, en het leven is bezig te vallen, maar langzaam

alles is langzaam aan het vallen, in de mensen, en in de kelen van de mensen, en in de buiken van de mensen, en alles slokt alles slokt de mensen op, en in de keel en langzaamaan, en alles gaat in de keel maar langzaamaan, in het huis van de mannen, in het huis van de wolven, in het huis van de moeders, in het huis o zo donker, alle moeders donker, je geeft elkaar water, je geeft elkaar takken, je geeft elkaar brood, en alles valt erbovenop

.

 

Maar we zouden niet vergeten dat

Bert Schierbeek

.

In 1970 sterft Bert Schierbeeks tweede vrouw Margreetje bij een auto-ongeluk. Als gevolg van dit noodlottige ongeluk schrijft Schierbeek geruime tijd niet meer. Wanneer hij in 1972  met nieuw werk komt, zijn dat dichtregels. Geen proëzie meer, zoals zijn experimentele mix van poëzie en proza door hem genoemd werd, maar een bundel vol aarzelende, sobere, emotionerende verzen. Deze nieuwe bundel met als titel ‘De deur’ is een bundel waarin de dichter haperend en stamelend etterlijk naar woorden voor zijn verlies zoekt.

De bundel ‘De deur’ wordt uiteindelijk zijn meest succesvolle bundel. Uit deze bundel (mijn exemplaar is een 7e druk uit 1997) het gedicht met de beginregel ‘maar we zouden niet vergeten dat’.

.

maar we zouden niet vergeten dat

we hebben gelachen, gelachen hebben

we veel en dat zal ik niet vergeten

want we hebben gelachen en veel hè?

en dat zullen we nooit vergeten om-

dat we zoveel gelachen hebben en dat

niet vergeten gvd wat hebben we gelachen

en niet en nooit vergeten dat we zo

hebben gelachen omdat we samen waren

en zoveel gelachen hebben dat we

het nooit zullen vergeten

.

                                                                                                                                                                                                     Foto: Pieter van der Meer
%d bloggers liken dit: