Site-archief

Een vergeefs gedicht

Remco Campert

.

Een van de Vijftigers die vrijwel iedereen kent, als het niet van zijn poëzie is dan wel van zijn proza, is dichter, schrijver, columnist Remco Campert (1929). Deze éminence grise van de Nederlandse poëzie is nog steeds actief al liet hij vorig jaar weten te stoppen met schrijven. Inmiddels weten we dat hij gewoon is blijven corresponderen met zijn goede vriend Kees van Kooten en dat deze correspondentie geboekstaafd is in het boekje ‘Aanelkaar’ over het leven, de liefde en de dood.

Remco Campert heeft een enorme bibliografie en heeft vrijwel alle literaire prijzen gewonnen die er te winnen zijn. Maar ook hij is ooit gedebuteerd en dat deed hij in 1950 met de poëziebundel ‘Ten lessons with Timmothy’. In 1952 verscheen al zijn vierde bundel ‘Een standbeeld opwinden’ en in die bundel staat het gedicht ‘Een vergeefs gedicht’.

.

Een vergeefs gedicht

.

Zoals je loopt,

door de kamer uit het bed

naar de tafel met de kam

zal geen regel ooit lopen.

.

Zoals je praat,

met je tanden in mijn mond

en je oren om mijn tong,

zal geen pen ooit praten.

.

Zoals je zwijgt,

met je bloed in mijn rug

door je ogen in mijn hals

zal geen poëzie ooit zwijgen.

.

Advertenties

A. den Doolaard

Poëzieweek 2019

.

Zoals op elke zondag deze maand aandacht voor de komende poëzieweek die loopt van 31 januari t/m 6 februari. Op zondag 27 januari echter trappen we in Maassluis al af met o.a. een optreden van de dichter Ingmar Heytze https://www.poezieweek.com/activiteit/poeziemiddag-4/

Op de zondagen in januari schrijf ik over gedichten van Ingmar Heytze of over het thema van deze Poëzieweek ‘Vrijheid’. Vandaag een gedicht over de vrijheid van schrijver, dichter, journalist A. den Doolaard of Bob Spoelstra (1901 – 1994), zoals zijn echte naam was.

Al heel vroeg, nog ver voor de oorlog, publiceerde A. den Doolaard waarschuwende artikelen tegen het opkomende fascisme. Een aantal kritische artikelen die hij schreef voor het Nederlandse dagblad Het Volk over totalitaire landen werd gebundeld in 1937 in ‘Swastika over Europa – een grote reportage’ . Deze anti-nazi-artikelen resulteerden in uitzetting uit Italië, Oostenrijk en Duitsland. De Duitse krant Völkische Beobachter beschuldigde Den Doolaard van lasterlijke berichtgeving.

Van de oplage van 1000 exemplaren werden er ongeveer 500 onverkochte exemplaren in mei 1940 door uitgeverij Querido vernietigd , toen het Duitse leger Nederland binnenviel en hij en zijn vrouw naar het zuiden vluchtten. Uiteindelijk slaagden ze erin Engeland te bereiken als Engelandvaarder , na bijna een jaar in Frankrijk te hebben doorgebracht. In Londen werkte hij voor de Nederlandse radio-omroep Radio Oranje en vaak verzorgde hij toespraken voor de Nederlandse bevolking onder Duitse bezetting, wat weerstand aanmoedigde.

In 1944 verscheen in Londen van zijn hand de dichtbundel ‘De partisanen en andere gedichten’. In 1945 werd deze bundel bij De Bezige Bij herdrukt. Uit deze bundel het gedicht ‘De partizanen’.

.

De partizanen

.

Dit is de roem der partizanen:

Te strijden, de uitkomst ongeteld,

Niet deinzend voor het dichtst geweld

Noch zijn miljoenen onderdanen,

.

Alleen te staan desnoods, met God,

Alleen, gesteund door ’t straf geweten;

In ’t kleed, tot op de draad versleten

Koning te zijn in ’t vuilste kot.

.

Dit is het lot der partizanen:

Gebrand te worden en gekerfd

Gelijk een waas te zijn verscherfd

Druipend van bloed en bittere tranen,

.

Van hoofd tot scheen te zijn bedekt

Met d’eretekens der wonden,

Door ketenen te zijn geschonden,

Misvormd te zijn en uitgerekt.

.

Dit is het loon der partizanen

Tien regels in ’t geschiedenisboek,

Een kuil, in een vergeten hoek

En hier en daar herdenkingstranen.

.

Wie over vijfentwintig jaar

Als straten naar ministers heten

Kent nog de man, die heeft gesmeten

Die eerste bom, in ’t eerste jaar?

.

Grafsteen van A. den Doolaard met daarop, volgens zijn eigen zeggen, de mooiste zin die hij ooit schreef.

Marilyn Monroe

Fragments: Poems, Intimate Notes, Letters

.

In 2012 kwam het boek ‘Fragments: Poems, Intimate Notes, Letters’ geschreven door actrice Marilyn Monroe en samengesteld door Stanley Buchtal en Bernard Comment uit. De bundel bevat een verzameling gedichten, epigrammen, citaten en filosofische gedachten en stukjes geschreven door Norma Jeane Mortensen (geboortenaam) of Marilyn Monroe zoals de wereld haar zou leren kennen. De meeste van haar gedichten zijn vrij korte, vrije composities maar ze gebruikt ook van tijd tot tijd eindrijm. Ze was een lyrische dichter, meestal beginnend ‘in media rest'(waarbij je midden in een verhaal valt), zonder inleidende informatie. Een aantal van haar gedichten zijn in de vorm van een soort belijdenispoëzie (waarbij ze dingen opbiecht), terwijl anderen eerlijke en scherpe observaties zijn over het leven in het algemeen. Weer andere zijn ontroerend zoals het volgende gedicht waarin ook een zekere ironie is opgenomen:

.

I could have loved you once
And even said it
But you went away;
When you came back it was too late
And love was a forgotten word.
Remember?

.

Of dit volgende gedicht waarin ze veel zwaarmoediger klinkt.

.

O, Time
Be Kind
Help this weary being
To forget what is sad to remember …
Loose my loneliness,
Ease my mind,
While you eat my flesh.

.

Een groot aantal van de epigrammen, gedichten en stukjes tekst uit het boek komen van servetten of menukaarten van hotels en restaurants waar ze verbleef. Een aantal is nog steeds te zien op deze plekken. Hieronder een voorbeeld van de menukaart van het Waldorf Astoria Hotel in New York.

.

Voor wie graag meer van Marilyn Monroe wil lezen en bekijken, op de website http://www.thehypertexts.com/Marilyn%20Monroe%20Poet%20Poetry%20Picture%20Bio.htm staan behalve veel van haar gedichten ook een groot aantal minder bekende maar prachtige foto’s van deze prachtige maar trieste ster.

.

 

 

Antiaanbaklaagbeklaag

Poëziebus

.

Zoals jullie misschien weten ben ik voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus. In 2015 reed de Poëziebus voor het eerst en inmiddels zijn er 4 edities geweest. De Poëziebus is nog steeds in ontwikkeling maar het idee om met een bus vol dichters Nederland en België (Vlaanderen) door te trekken staat nog steeds. Vele busdichters hebben mooie ervaringen opgedaan op de bus, vriendschappen gesloten en ontwikkelingen doorgemaakt waarbij die week op de Poëziebus zeker een rol heeft gespeeld.

Een van de Poëziebusdichters van 2015 speelde ook een rol in latere edities als organisator van de halte Maastricht, Merlijn Huntjens. Merlijns’ schrijfcarrière begon in 2006 bij het Heerlens Schrijverscafé. In 2013 deed hij mee aan zijn eerste Poetry Slam, de Dichtslamrap in Boxtel. In 2016 en 2017 was hij finalist in het NK Poetry Slam, georganiseerd door het Literatuurhuis in Utrecht. In 2015 richtte hij samen met Nina Willems PANDA op. Samen maken zij werk waarin poëzie en performance centraal staat en organiseren zij Borderlines Poetry Slams in de Euregio. Sinds februari 2017 is Merlijn ook stadsdichter van Heerlen. Zijn stadsdichterschap laat zich, naast gedichten over Heerlen, ook kenmerken door projecten waarbij de inwoner van Heerlen inspraak krijgt.

In de Poëziebusbundel van 2015 ‘Verzamelde werken’ is van Merlijn het gedicht Antiaanbaklaagbeklaag’ opgenomen.

.

Antiaanbaklaagbeklaag

.

grootvader vond de haard gezellig en ik

gooide er konijn job in, ingepakt in tranen

.

en het vel papier met de planning. we waren

van de crematies. allemaal huilen, wél een zure andere eten.

.

het huis rook naar houtskool, opa naar

de jus op zijn broek. bijna alles was toen traditie.

.

brandblaren op zijn benen ook. het vallen en

de crematie niet. muziek speelde de laatste

.

latten aan zijn kist recht. harde tikken. we dachten

aan kloppen op het kisthout. allemaal huilen, vlaai eten.

.

nu zijn we de traditie vergeten. haardcrematies,

knaagdieren, jusbroeken, blaren. ze zijn gourmetsets.

.

ik vond de haard met job gezelliger. ik antiaanbaklaagbeklaag

me. iedereen mist opa dan en draait zijn foto weg.

.

Tuimelen

Herman Brood

.

In de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ staat een bijzonder stukje van Lola Brood, dochter van all round rock & roll mens Herman Brood (1946 – 2001). Toen Lola ooit ziek was op vakantie schreef Herman een brief aan haar, die ze alleen mocht openen ‘als ze zich kut voelde’. Een half jaar na de dood van Herman Brood opende ze de brief en vond daarin een gedicht aan haar gericht.

.

Tuimelen

.

Voor Lola

.

(Zinloze mededeling?)

POËZIE

.

Ik pak haar hand

terwijl ze sliep

een elktriese stroom

vibratie stoot

stoot

door mij heen

doet mij tuimelen

tuimelen

tuimelen

door de heelal

m’n hart begint

op te zwellen, wel

lekker maar ik

moet haar loslaten

om de explosie te

voorkomen.

Liefde verscheen in

een niewe gedaante

en opschrijven verpest het

(bijna)

.

De wandelaar

Martinus Nijhoff

.

In 1916 verscheen de bundel ‘De wandelaar’ van Martinus Nijhoff (1894 – 1953). Mijn exemplaar, een vijfde druk uit 1947, verscheen in Den Haag bij uitgeverij A.A.M. Stols. Deze bundel bestaat uit vier hoofdstukken met de volgende titels: De wandelaar, Scherzo, De vervloekte en Het zachte leven.

Nijhoff was één van de eerste moderne dichters van de twintigste eeuw. De poëzie van Martinus Nijhoff heeft een verstrekkende invloed gehad op de Nederlandse poëzie, die hij op ingrijpende wijze vernieuwde. De invloed van de Tachtigers hoorde daarmee tot het verleden. Nijhoff was als geen ander in staat om een gecompliceerde thematiek in eenvoudige taal te vatten. Dat zijn poëzie ook later nog gewaardeerd werd blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat het grootste literaire tijdschrift van Nederland, Awater, de titel draagt van een gedicht van Nijhoff uit 1934.

Uit ‘De wandelaar’ koos ik het gedicht ‘Het meisje’, vooral voor het  gebruik van de woorden ‘zoel’ en ‘mint’ die je eigenlijk nooit meer hoort of leest.

.

Het meisje

.

Wanneer je ontwaakt, zie je den morgen bleeken,

De klokken luiden dat de dag begint.

De tuin geurt zoel van gras en vochtig grint,

Ruischend omhoog de hooge boomen steken.

.

Meisje dat de innigheid der dingen mint,

Je hebt geen daad te doen, geen woord te spreken:

Je stil-bewegend leven heeft de bleeke

Wonderlijkheid der droomen van een kind.

.

Wij gingen samen ’s morgens door de stad,

Het licht viel schuin naar binnen in de straten,

Menschen liepen voorbij die samen praatten,

.

De toren speelde – en ’t was of alles had

De teere kleur en klank van ’t vreemd bewogen

Zwijgende leven van je glanzende oogen.

.

Poëzie / Költészet

Poëzieproject

.

Eind 2016 werd ik benaderd door de Stichting Maassluis Partnerstad Kézdivásárhely met de vraag of ik mee wilde denken over een project met de zusterstad van Maassluis in Roemenië Kézdivásárhely. Deze stad in het Hongaars sprekende deel van Roemenië is naast Hatvan (in Hongarije) al jaren zusterstad van Maassluis en er zijn op verschillende niveau’s al uitwisselingen en projecten gedaan. Maar nog niet op het gbeid van literatuur en poëzie. Ik heb vervolgens een aantal dichters van de Poëziewerkplaats benaderd met de vraag of ze mee wilde doen. Ook in Kézdi heb ik via mijn collega van de bibliotheek aldaar gevraagd naar namen van dichters. Toen ik die kreeg en deze dichters voorstelde om mee te doen was men meteen enthousiast.

Vervolgens had het vertalen nogal wat voeten in de aarde, met nagenoeg geen budget en de wil om een bundeltje te laten maken hebben we naar wegen gezocht om dit te realiseren. Uiteindelijk is dat gelukt en van de 9 deelnemende dichters (5 uit Nederland en 4 uit Roemenië) is een gedicht van het Hongaars naar het Nederlands en van het Nederlands naar het Hongaars.  Ans van der Wiel tekende voor de vormgeving en het werd uitgegeven onder uitgeverijnaam van MUG books. Nu is dit kleine maar fijne bundeltje een feit. Ik sta er zelf in met het gedicht ‘Voor jou’ of ‘Hozzád’ maar hier koos ik voor een gedicht van Sántha Atilla met het gedicht ‘Rákosidénes’ of zoals het in de vertaling heet ‘Dénesrákosi’.

.

Dénesrákosi

 

Hij ging, want hij werd meegenomen.

Achttien jaar was hij. Gelukkig

kreeg hij van zijn moeder genoeg mee,

zodat hij nog voor enkele dagen de smaak van thuis proeven kon.

 

Hij ging, want hij werd meegenomen.

Rechtstreeks naar het Italiaanse front,

terwijl hij alleen maar aan vrouwen kon denken.

 

Bij de Piave hebben ze zich

voor drie jaar ingegraven,

de frontlijn en hij werden beide stijf;

daarvoor kreeg hij een extra portie broom.

 

Misschien leerde hij een Italiaans meisje kennen,

dat van hem hield en een vers broodje voor hem bakte,

maar hij kan ook maagd zijn geweest,

toen hij aan het prikkeldraad bleef hangen.

 

Rákosidénes

 

Ment, mert vitték,

tizennyolc évesen. Még szerencse,

hogy anyja felcsomagolta,

és pár napig szájában érezhette

az otthoni kenyér ízét.

 

Ment, mert vitték,

egyenesen az olasz frontra,

pedig csak a nőkön járt az esze.

 

Piavénál három évre beásták

magukat a földbe,

a frontvonal és ő is megmerevedett,

ezért extra adag brómot kapott.

 

Lehet, megismert valami olasz lányt,

ki szerette és friss cipót sütött neki,

de az is lehet, szűz volt,

mikor a szögesdróton fennakadt.

.

Leg me neer

Leonard Nolens

.

Dichtbundels komen in vele soorten. Soms erg slordig uitgegeven, zonder titelpagina of inhoudsopgave, op te dun papier of met een te kleine letter, ik heb er in mijn leven al teveel gelezen en bekeken waaraan te weinig aandacht (of de verkeerde aandacht) werd besteed.

Gelukkig zijn er ook vele dichtbundels waaraan juist wel aandacht is besteed. Bundels waar je bij het bekijken van de omslag vaak al weet; dit klopt. Bundels met een goede bladspiegel, met een goede opmaak, een fijn te lezen lettertype en met net dat beetje extra informatie waar je als lezer op hoopt.

En dan zijn er bundels waaraan buitensporig veel aandacht is besteed, waaraan je bij de aanblik alleen al weet, dit is bijzonder, dit is een zorgvuldig uitgegeven bundel met aandacht voor de inhoud, de vorm, de presentatie, de uitvoering, met net dat beetje sjiek dat het een feest maakt om te lezen.

Zo’n bundel is ‘De liefdesgedichten’ van Leonard Nolens van uitgeverij Querido, uitgegeven in 1997 in rood linnen met zelfs een vierkant fluweel op de cover. Band en typografie werden verzorgd door Anneke Germers en die verdient een pluim. Achtendertig gedichten, liefdesgedichten voorafgegaan door een opdracht “Voor Leen de Jong’ en een citaat van T.S. Elliot uit ‘A dedication to my wife’: These are private words adressed to you in public.

Dit is het soort bundel dat ik graag naast me neer leg, om naar te kijken, om in te lezen, nog eens in te bladeren en opnieuw in te lezen. Als elke dichtbundel met zoveel liefde en aandacht zou worden gemaakt (wat niet mogelijk is dat begrijp ik best, ook gezien de kosten die ermee gemoeid zijn) dan zou het lezen van poëzie een nog veel mooiere ervaring worden.

Uit deze fijne bundel het gedicht ‘Object’.

.

Object

.

Het zijn de ogen, ja, het zijn vooral de ogen,

De hemelsblauwste die ik ken, het zijn de bogen

Erboven die zo spannend in het voorhoofd staan

Geslagen, wijd uiteen, het is de stoute mond

Waar nooit een mannentong naar binnen is gegaan

En die mij zoent tot op de grond van mijn bestaan.

.

Het is de lach waarin haar diepste binnenkant

Zich langzaam openvouwt tot een uitbundig snikken,

Ja, het is de stem die mij heeft aangeklampt

Tot in de inkt van mijn zwartgalligste gedichten.

Zo klinkt het innig blootste, het aanminnig mooiste

Van mijn kleine leven, haar grote en dode gezicht.

.

Voor jou / Hozzád

Hongaarse vertaling

.

In Maassluis ben ik voor mijn werk bezig met een poëzieproject samen met de stedenband stichting Maassluis-Kézdivásárhely. Het project bestaat eruit dat een aantal dichters uit Maassluis en uit Kézdivásárhely (een stad in Roemenië waar ethnische Hongaren wonen) gedichten hebben ingebracht die van het Nederlands naar het Hongaars en het Hongaars naar het Nederlands vertaald gaan worden. Al deze gedichten worden, uiteindelijk als het goed gaat, in één bundel samengebracht.

Voor dat het zover is hebben we een aantal gedichten laten vertalen en één daarvan is mijn gedicht ‘Voor jou’ of in het Hongaars ‘Hozzád’.

.

Hozzád

Arcod vonásait nézem
Vég nélküli vers a nevetésed
Szemeiden át látom a világot
Érzelmeid forró ölelések

Halk hangon mondod
A szavakat, melyek szívemig hatolnak
Befogott fülel is hallom őket
Mintha lenne választásom

Látomásként mindig megmaradsz
Elhalványulhat az emlék
A rokon lelkeket nem választja el
Sem a boldog, sem a bánatos idő

Ne kutass lelkedben magyarázat után
Nézd azt, ami van
Ne bámulj végtelen távlatokba
És megkapsz mindent, amit kívánsz

Nevetéssel emlékezz rám
Tegyél a képeid közé, melyeket készítettél
És én leszek az a valaki, akit
Kedvenc könyvedben kereshetsz

.

Voor jou

Ik kijk naar je gelaatstrekken
Lees je lach als een eindeloos gedicht
Bekijk de wereld door jouw ogen
Voel jouw gevoel als een warme omhelzing

Je spreekt met een zachte stem
De woorden, ze bereiken mijn hart
Als ik mijn oren bedek hoor ik ze nog altijd
Alsof ik ook maar een keuze heb

Er zal altijd een visioen zijn van jou
Zelfs als de herinneringen gaan vervagen
Verwante zielen kun je niet scheiden
Niet in geluk, verdriet of spijt

Zoek niet in je ziel naar een reden
Zie de dingen die er zijn
Staar niet naar de eindeloze horizon
En alles wat je wenst zul je krijgen

Herinner mij met een lach
Maak me deel van de beelden die je nam
En ik zal altijd iemand zijn om naar te zoeken
In je favoriete boek

.

Omdat daar toch niemand zat

Hans Faverey

.

De dichter Hans Faverey (1933-1990) werd geboren in Paramaribo en kwam in 1939 naar Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde hij psychologie.  Sinds 1965 was hij als klinisch psycholoog verbonden aan de Universiteit Leiden. Hans Faverey begon gedichten te schrijven in de hoogste klassen van het Amsterdams Lyceum, toen hij via de stimulerende lessen van F. Lulofs kennis had gemaakt met de moderne Nederlandstalige poëzie. Tussen 1953 en 1957 schreef hij niet, omdat hij naar eigen zeggen zijn gedichten niet goed en muziek mooier vond. De poëzie van Faverey is modern en klassiek tegelijk, makkelijk en moeilijk. Soms verontrustend, met een dramatische ondertoon. Hij speelt een spel, hij goochelt, hij is de meester van het onverwachte, en hij heeft humor. In 1990 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

Uit de postuum verschenen bundel ‘Springvossen’ uit 2000, samengesteld door Lela Zeckcovic, de weduwe van Faverey, het gedicht ‘Omdat daar toch niemand zat’.

.

Omdat daar toch niemand zat

.

Omdat daar toch niemand zat,
en omdat het niet dicht zit,
is het weer tijd voor een wandeling
langs de oevers van het strand, daar
waar het woud zich plotseling inhield,
of zich gaandeweg heeft verwijderd.

Dit denkt iemand die niet weet
dat hij in deze tekst zit
en er nooit meer uitkomt,
hoe hij ook morrelt aan zinnen
en met betekenissen schuift.

Beter zo dan andersom,
wanneer de kou onverwacht inzet;
en beter nooit dan te laat.
Dat ben ik weer die dit denk.

In mijn afwezigheid hier
verschuilt zich een triomf
die nooit uitgevierd raakt.

.

%d bloggers liken dit: