Site-archief

Gouy

Bert Bevers

.

De in Nederland geboren maar in Antwerpen wonende dichter en beeldend kunstenaar Bert Bevers (1954) dicht, blogt, legt vreemde woordenlijstjes aan, verzamelt boodschappenlijstjes, verdwenen deuren en ramen, organisch gegroeide paadjes en Parijse bruggen. Hij fotografeert en vervaardigt monotypes, die hij regelmatig exposeert. Gedichten van zijn hand verschenen in vele bloemlezingen en in literaire tijdschriften in binnen- en buitenland.

De rivier De Schelde (of l’Escaut in het Frans) ontspringt, zoals dat zo mooi heet, in Frankrijk en wel in het plaatsje Gouy. Bert Bevers heeft zijn gedicht de naam van het plaatsje gegeven maar feitelijk gaat het gedicht over De Schelde.

.

Gouy
Bij de Scheldebron

.

Schuw welhaast laat zich traag water
wellen tot niet veel meer dan beek.

.

Ze heeft geen weet nog van de haven
die zij op zal rekken in een ander land.

.

Grond die krimpt en zwelt is klei, dat
voelt ze naarmate het noorden nadert,

.

haar oevers verder van elkaar te liggen
komen. Hier echter is zij beleefd nog

.

stroompje dat gehuchten passeert waarin
lopers roesten in lang vergeten sloten.

.

Met zicht op haar eerste meander schiet
iemand in de regen zich door het hart.

 

Dichter van de maand november

Miriam Van hee

.

Via Facebook kreeg ik van Anne Cockaerts de suggestie om Miriam Van hee als dichter van de maand november te kiezen. Een prima voorstel dus deze hele maand elke zondag aandacht voor deze Vlaamse dichter.

Miriam Van hee (1952) groeide op in Oostakker en Gent, waar ze slavistiek studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent. Ze vertaalde poëzie van onder meer Anna Achmatova, Osip Mandelstam en Joseph Brodsky en doceert momenteel slavistiek aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. In 1978 debuteerde ze met haar bundel ‘Het karige maal’, waarmee ze de Oost-Vlaamse prijs voor Letterkunde won.

Daarna verschenen de bundels ‘Binnenkamers en andere gedichten’ (1980), ‘Ingesneeuwd’ (1984), ‘Winterhard’ (1988, hiervoor ontving ze de Jan Campertprijs), ‘Reisgeld’ (1992, hiervoor kreeg ze de Dirk Martensprijs), ‘Achter de bergen’ (1996, hiervoor ontving ze de driejaarlijkse Cultuurprijs voor Poëzie van de Vlaamse Gemeenschap), ‘Het verband tussen de dagen. Gedichten 1978-1996’ (1998, een selectie uit haar bundels) en ‘De bramenpluk’ (2002). Haar bundel ‘Buitenland’ (2007) werd bekroond met de Herman De Coninckprijs (zowel van de vakjury als de publieksjury) en meerdere malen herdrukt.

.

Uit haar bundel ‘Buitenland’ het gedicht ‘Stel je voor’.

.

Stel je voor

.

stel je voor dat er diep binnenin je
een buitenland ligt, dennen,
sneeuw en barakken, land
zonder bodem, je haalt het niet op

stel je voor dat de tijd niet bestaat
en jij wel nog, stel dat je nooit abrikozen
gegeten hebt, trouwens, het woord
abrikoos was verdwenen en Moskou,
je broer, promenade, ze waren geweken,
terug naar het schuim van de zee

er zijn onvoorstelbare dingen gebeurd
en je kunt niet zeggen het was
als een nacht zonder dag en dan nog een
en nog een en het gebeurt dat je kruiende
wateren hoort of een dichtklappend hek
in de wind, dat is het buitenland, fluister je,
dat is het lied van een reddeloos land

.

%d bloggers liken dit: