Site-archief

Het geluid van denken

Een recensie

.

De dichters van uitgeverij De Knipscheer weten me inmiddels goed te vinden en dat waardeer ik zeer. Inmiddels liggen er een paar bundels klaar om te recenseren. Om dat op een serieuze manier te kunnen doen heb ik tijd nodig (om de bundels goed te lezen, aantekeningen te maken, een mening te vormen en deze dan ook nog gefundeerd op te schrijven) en daar ontbreekt het me soms aan. Ik ben steeds met een bundel bezig maar het kan soms even duren voor er een recensie verschijnt.

In het geval van ‘Het geluid van denken’ van Karel Wasch (1951) heeft dat lezen en mening vormen inmiddels geleid tot deze recensie. De bundel is, zoals eigenlijk alle bundels die ik onder krijg van deze uitgeverij, met zorg uitgegeven. Stevige omslag met informatie over de dichter en de uitgeverij, op de achterflap wat aanvullende informatie en mooi stevig papier.

Toen ik begon te lezen in de bundel was het eerste wat me opviel dat in het eerste korte hoofdstuk ‘De stad’ er kwistig met bijvoeglijke naamwoorden wordt gestrooid. In het eerste gedicht al 17. De eerste drie gedichten  in dit hoofdstuk zijn beschrijvend van aard maar eindigen met een persoonlijke noot van de dichter. De gedichten die ik daarna las zijn anders van aard en toon. Als Wasch een bijvoeglijk naamwoorddichter was geweest ( wat dus niet het geval is voor de duidelijkheid) dan was ik waarschijnlijk na een aantal gedichten afgehaakt. In dit geval is dit ‘trucje’ zoals ik het dan maar even noem, voorbehouden aan deze eerste drie gedichten. In de andere gedichten heb ik het niet meer geconstateerd.

Wasch gebruikt graag een vorm van beeldsymboliek en mag zo nu en dan ook nog wel een hyperbool gebruiken ( “een woud van leugens”) maar hij zet deze poëtische vormen in om zijn gedichten een eigen gezicht te geven.  Elk hoofdstukje in deze bundel, variërend van 1 tot 7 gedichten per hoofdstuk, vertellen een eigen verhaal, de verbindende factor is de talige zeggingskracht van de dichter. De gedichten per hoofdstuk zijn los van elkaar te lezen maar in verbinding met elkaar krijgt het verhaal dat Wasch schrijft vorm. In die zin kunnen we hier spreken van een vorm van narratieve poëzie zonder dat het er te dik bovenop ligt.

De dichter is in alle gedichten aanwezig, soms als de ‘ik’ en op andere momenten als de alwetende verteller. Zijn poëzie is ook persoonlijk; zijn jeugd, de liefde, de kerk, een vriend, twee dichters, zijn moeder. Op de flap aan het begin van de bundel staat te lezen: ‘Zijn poëzie leest als ben je toeschouwer van een surreële film. Een bundel voor de poëzieliefhebber, persoonlijk, gedurfd en buiten de gebaande paden van de mediawerkelijkheid’. Als poëzieliefhebber kan ik dit slechts beamen, persoonlijk zeker, gedurfd ook wel alleen het surreële aspect heb ik niet direct kunnen ontdekken.

In de hoofdstukken ‘Zwart verdriet’ en ‘Moederleed’ vind ik de poëzie van Wasch op zijn best. Met een bijna professionele distantie beschrijft hij de dood en zijn moeder maar op een dergelijk liefdevolle manier dat deze gedichten mij het meest raakte. Daarom heb ik uit deze hoofdstukken een keuze gemaakt. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Broer’ uit het hoofdstuk ‘Zwart verdriet’.

.

Broer

.

De boom waar niets onder

wilde groeien, was aangevallen,

door parasieten, minuscule kleine wezentjes,

die welig tierden aan de onderkant

van bladeren en geleidelijk

al het leven uit de boom zogen. Die bladeren

werden uiteindelijk grijs en hingen er

moedeloos bij. Toen vielen ze af.

.

Op zijn sterfbed kneep hij

in zijn laatste ogenblikken in mijn hand,

probeerde geruststellend te glimlachen

alsof niet hij, maar ik gelanceerd

werd naar niet in kaart gebrachte

uitgestrektheden zonder uitzicht

op terugkeer. Verdriet is net als pijn

alleen echt wanneer je het ondergaat.

.

Later scheen het ons toe dat er grenzen

waren aan het rouwen om een leven

dat niet echt geleefd was.

Dus treurden we om alles wat

er niet zou komen, nooit geweest was

alle tranen verzwolg die je wilde uitstorten.

.

 

Advertenties

Een omhelzing zonder arm

Willem Jan Otten

.

Van mijn broer kreeg ik een stapel dichtbundels die hij had verzameld bij de kringloopwinkel bij hem in de straat. Uit deze stapel zal ik de komende dagen een aantal bundels nemen en daaruit weer een gedicht. Vandaag te beginnen met de bundel ‘Paviljoenen’ van Willen Jan Otten. Deze bundel verscheen in 1991 bij uitgeverij G.A. van Oorschot en uit deze bundel koos ik puur op de titel voor het gedicht ‘Een omhelzing zonder arm’.

.

Een omhelzing zonder arm

.

Eens kwam hij laat de kamer in

en op zijn kussen daalde neer

de vlokken van een sneeuw.

Aquarisch en half dronken

daalden zij heen, het blauwe in

van een kerstmisschuddeding.

De macht die schudt ontbrak.

.

Daar werd jij toen alsnog mijn bruid,

in het schijnsel van de wekkerradio.

Jij bestond het al te hebben zijn,

streelbaar als God, Mozaïsch als

een zeepbel die een cel in drijft.

.

Zo’n gelukkige dag

Dichters spreken de waarheid

.

In 2005 publiceerde Amnesty International samen met uitgeverij De Geus de bundel ‘Zo’n gelukkige dag’ met “poëzie over waarheid en het ontmaskeren van leugens, over daden en wat dromen mogelijk maken, over vrijheid en wat een gevangenis niet breken kan, over liefde die niet verlaat.”

Uit deze bundel het gedicht ‘In de bibliotheek’ (je snapt waarom ik voor dit gedicht kies) van U Min Thu.

U Min Thu (1954 – 2004) een advocaat uit Myanmar (Birma) werd in 1994 veroordeeld tot een gevangenschap van zeven jaar omdat hij een studie maakte van de geschiedenis van de studentenbeweging. Amnesty International adopteerde hem als gewetensgevangene. Hij stierf in de Insein-gevangenis in 2004. Min Thu was de broer van de beroemde Birmese dichteres Nu Yin.

.

In de bibliotheek

.

Ik wist niet dat je hier was –

moest je niet tot tijgers spreken

de wolken de weg terug wijzen

een storm in je bed leggen?

.

Dat je hier zou zijn tussen gedichten

dat had ik in mijn droom niet gezien

ik geloof dat ik hier blijf

om je tot sluitingstijd te lezen.

.

u-min-thu

gelukkige-dag

Dichter draagt voor

Een avond met Ramsey en Shariff Nasr

.

Op donderdag 23 mei was ik bij DOK Delft voor een avond met Ramsey en Shariff Nasr. Aanleiding voor het uitnodigen van de twee mannen door DOK en de bibliotheek van de TU Delft is het feit dat de TU er naar streeft een bijdrage te leveren aan een goed cultureel klimaat voor medewerkers en studenten van de TU in Delft. Een lovenswaardig streven lijkt me.

Ramsey en zijn broer Shariff waren uitgenodigd om te praten over hun gezamenlijke project Dichter draagt voor. http://dichterdraagtvoor.nl/

Bij zijn aantreden als Dichter des Vaderlands koesterde Ramsey Nasr de wens om Nederlandstalige gedichten te verfilmen, en daarmee een jongere generatie te interesseren voor poëzie. Op 25 januari 2013, vlak voor zijn aftreden, presenteerde hij op het IFFR het project Dichter Draagt Voor: eenentwintig verfilmde gedichten.

Dichter Draagt Voor is ontstaan uit samenwerking met zijn broer en regisseur Shariff Nasr.
De voordrachtskunst van Ramsey wordt in de films gebundeld met het visuele talent van  Shariff.

Ze maken het werk van oude dichters actueel en laten zien dat poëzie niet alleen maar ‘lastig en intellectueel’ hoeft te zijn. Daarnaast zijn het nieuwe, autonome kunstwerken.

Het idee voor Dichter draagt voor is ontstaan aan de tafel bij hun ouders zo vertelde Ramsey. Volgens Shariff verliep de samenwerking heel goed en organisch. Vanuit de kern van elk gedicht werd naar een visuele interpretatie gezocht. Beide broers benadrukten dat de filmpjes er ook vooral zijn voor gebruik in het onderwijs. Waar het reguliere poëzie onderwijs (zo dat er al is) nogal eens afschrikkend kan werken op jongeren, blijken de filmpjes juist heel bruikbaar te zijn.

Het hele project werd met een minimum aan middelen gemaakt, in een hele strakke tijdspanne en met medewerking van veel bekenden en bekende Nederlanders die voor een habbekrats of geheel gratis hun medewerking toezegden.

De keuze van de gedichten kwam volgens Ramsey uit zijn CD box ‘Poëzie’ een persoonlijke keuze van 8 eeuwen poëzie op één gedicht na. Het gedicht Eierkoken van Willem Bilderdijk. Dit gedicht leende zich niet zozeer voor de CD maar was visueel juist weer heel interessant. Hier vind je dit gedicht. http://dichterdraagtvoor.nl/videos/eierkoken/

Een bijzondere avond werd afgesloten met de voordracht van Ramsey Nasr van zijn gedicht Mi have een droom. Een mooi en waardig afscheid van een mooi initiatief van DOK en de bibliotheek van de TU Delft.

.

foto (6)

 

Margot Nicolaes interviewt Ramsey en Shariff Nasr.

foto (5)

 

Ramsey Nasr draagt ‘Mi have een droom’ voor.

.
EIERKOKEN

De luchtstroom ruisch’ door ’t vier, dat uit zijne asch geschoten,
In vlammen om zich grijp’ en Meroos God doorgloei’;
Zijn hitte dring’ door ’t vocht, in ’t hol metaal besloten,
En bruische in golven op met bonzend stormgeloei.
Daar wiegele in den plasch het scheppings-al van ’t kuiken,
Dat in zijn zilvren lucht een gouden aardbol sluit,
En ’t beuk’ de krijtaardschors dier breekbre wareldkruiken,
En dove ’s levens aâm in ’t bobblend windvlies uit.
Zoo word’ de ommuurde zee ten bergklomp door ’t verschroeien,
Waar ’t half gesmolten goud verbalsemd door blijft vloeien!

.

Willem Bilderdijk (1756-1831)

%d bloggers liken dit: