Site-archief

Lennaert Nijgh

Music to jerk off by

.

Lennaert Nijgh (1945-2002) was één van ’s Neerlands bekendste en beste tekstdichters, vooral voor Boudewijn de Groot. Bekende nummers als Meisje van 16, Het land van Maas en Waal, Meester Prikkebeen, maar ook nummers als  Malle Babbe, Jan Klaassen de trompetter, Dag zuster Ursula, en  Pastorale schreef Nijgh. Liedjes die heel veel mensen bijna achteloos kunnen meezingen.

In 1991 verscheen bij uitgeverij Conserve de bundel ‘Tekst en uitleg’ met de teksten van alle liedjes van Nijgh. Bladerend door de bundel werd mijn aandacht getrokken door een nummer dat ik niet ken maar waarvan de titel nieuwsgierig makend is. In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden blijkt het hier om een prachtige poëtische tekst te gaan. Daarom hier de tekst.

.

Music to jerk off by

.

De droomflat van de gastheer
is ingericht door weetjewel,
nou ja een soort Cees Dam,
Er hangen echte etsen aan de muur
van de schilders die hij kent,
in dank aanvaard voor drank.
.
Heel langzaam achterover glijen,
handen op je buik in een stoel
en dan komt weer dat gevoel:
alles is voor niets geweest,
niemand die ik kende op dit feest,
het leek zo mooi en interessant
er zou ook iemand komen van de krant.
.
Want hij heeft het gemaakt,
hij heeft het gemaakt,
heeft het gemaakt.
.
De ochtend na het feest komt
met overgeven, zweven en staren uit het raam.
De stad daarbuiten wordt door God
waanzinnig uitgelicht:
een mastershot.
.
Want hij heeft het gemaakt,
hij heeft het gemaakt,
heeft het gemaakt.
.
Als ik hier nou eens niet alleen
met die koppijn was,
maar in de armen van een lange en donkere godin
die het midden op dit dikke kleed
voor het open raam langdurig met me deed.
.
Ja dan had ik het gemaakt,
had ik het gemaakt,
dan had ik het gemaakt.

.

Advertentie

Het Einddoel

Jan Rot

.

Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij het jubileum van stichting De zoek naar schittering van Jiske Foppe als onderdeel van het festival ‘Woordnacht’.  Als lid van het comité van aanbeveling (samen met Sylvia Hagers, Bas Kwakman en Mart Bechtold) kon en wilde ik dit niet aan me voorbij laten gaan. Niet alleen omdat ik Jiske al langer ken en zeer waardeer om haar tomeloze inzet voor de poëzie maar ook zeker om te luisteren naar de lezing van Kila van der Starre (lid van de Raad van Toezicht van de stichting en all round “poëzieprofessor’).

Op de bijeenkomst in het Nieuwe Instituut in Rotterdam waren behalve de lezing en presentatie van Jiske over het werk van de stichting, ook voordrachten van drie Rotterdamse dichters; Daniel Dee, Peter Swanborn en Amber Rahantoknam. Jiske werd geïnterviewd door Woordnacht festivaldirecteur Hans Sibarani. Veel aandacht ging uit naar de Bruggedichten die Jiske met de stichting realiseert in Rotterdam maar ook andere projecten kwamen aan de orde zoals de gevelgedichten in Hordijkerveld, het Noorderdicht en Geluk op Zuid.

En er was aandacht voor de VERS app en de Route Lagogo, een poëtische wandeling door Hillegersberg en Schiebroek in Rotterdam. Bekende dichters, zowel landelijk als Rotterdams en lokaal, allen met een band met het festival Poëzie Lagogo of het gebied leverden gedichten aan en spraken ze in. Ze werden gekoppeld aan locaties die via de VERS app te vinden zijn. Sommige verschijnen als raamgedicht en andere gedichten zijn uitsluitend via de de app te beluisteren. Deelnemende dichters zijn onder andere Jana Beranová, Hester Knibbe, Ingmar Heytze, Elfie Tromp, Mark Boninsegna, Rob Hilz, Joz Knoop, Abdelkader Benali, Myrte Leffring, Edwin de Voigt en Anne Vegter.

Tijdens de presentatie liet Jiske een filmpje zien van Jan Rot (1957-2022) waarin hij het gedicht ‘Het Einddoel’ voordraagt dat hij samen met Boudewijn de Groot schreef als lied. Ook dit gedicht maakt deel uit van de Route Lagogo. Het is aangebracht op een raam van het cultuurcentrum De Buurvrouw aan de Larikslaan in Rotterdam.

.

Het Einddoel

.

Toen ik wist waarom ik huildeVielen beide ogen droogWat mijn tranen zo vervuildeWas de waarheid die ik loog
.
Nu lijk ik wel te dansenStevig vast en dan weer vrijEn al die tijd kijk ik naar jouEn jij verliefd naar mij
.
Toen ik wiste waarom ik beefdeWerden angsten minder grootEn toen ik wist waarom ik leefdeWas ik niet bang meer voor de dood
.
Ik was beschadigd moe en oudTe vaak verongelijktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt
.
Nu lijk ik wel te dansenTerwijl de wereld kijktEn veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereiktNu veeg ik alle tranen wegHet einddoel is bereikt

.

 

Mooi

Maarten van Rozendaal

.

Op 2 maart 2022 werd, in het kader van de maand van de Nederlandse pop, het nummer ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal (1962-2013) door collega-muzikanten uitverkozen tot het allermooiste Nederlandstalige liedje ooit geschreven. VPRO’s radioprogramma 3voor12 deed een rondvraag bij vijftig Nederlandstalige muzikanten, die werden gevraagd naar de mooiste nummers in eigen taal. Dat muziek in de eigen taal populair is blijkt volgens 3voor12 uit het feit dat bij de 36 eerdere uitslagen sinds 1985 de top 3 namelijk nog nóóit eerder uit alleen maar Nederlandstalige liedjes bestond. Sterker nog, afgelopen jaar waren 8 van de 9 populairste liedjes Nederlandstalig. Een absoluut record: dit zijn de hoogtijdagen voor (alternatieve) popmuziek in moerstaal volgens de programmamakers.

De werkwijze: ze vroegen 50 van hun favoriete Nederlandstalige muzikanten om twee van hun favoriete liedjes in te sturen. Zo ontstond een longlist van meer dan honderd nummers, waaruit de deelnemende artiesten weer een top 5 konden kiezen. Daaruit destilleerden zij deze uiteindelijke top 50, een viering van de rijke Nederlandstalige muziekgeschiedenis.

In de lijst vallen een paar dingen op; Zowel hele nieuwe liedjes (S10 met ‘Adem je in’) als hele oude liedjes (Rika Jansen met ‘Amsterdam Huilt’ (Waar Het Eens Heeft Gelachen) staan in de lijst, is de Jeugd van tegenwoordig 4 x vertegenwoordigd (met Watskebeurt op nummer 3), Ramses Shaffy 3 x en staan Boudewijn de Groot, Eefje de Visser en Doe Maar allen 2 x in de lijst. Uiteraard hier de tekst van de nummer 1.

.

Mooi

.

Ach zie de lammeren nou toch lurken
Aan hun vers geschoren moeders
En hoe de jonge zwanen
Donzen in de zachte sloot
En hoe de zwoele wind de wolken waait
Tot pasgewassen luchten
Kan iets mooier dan het mooi is
Kan iets groter zijn, dan groot
.
En voel de horsta nou toch lonken
Haar knoppen staan op barsten
Het nieuwe riet drinkt gulzig water
Uit de smalle vaart
Kan iets frisser dan het fris is
Wulpser dan het wulpste
Ach ik ben goddank dus nog een keer
Een jonge lente waard
.
En zie de irissen nou toch pronken
Met hun stampers als koralen
Een varen rolt haar blaren
Als een leguanentong
En zie de veulens nou toch wankelen
En de vogels naar hun nesten
Kan iets verser dan het vers is
Kan iets jonger zijn dan jong
.
Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt
Onder de wijde wilgen
De puppies rennen rondjes
Bijtend naar hun eigen staart
Kan iets leuker dan het leuk is
Jeugdiger dan jeugdig
Ach ik ben goddank dus nog een keer
Een jonge lente waard
.
Dit is zo mooi
‘T is om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
.
En nu de wingerd zich wellustig
En het onkruid onbezonnen
En ik mezelf aftel
Van volwassen naar bejaard
Wordt het groener dan het groen was
Nu ik grijzer dan ik grijs ben
Ach ik ben goddank dus nog een keer
Een jonge lente waard
.
Mooi
‘T is om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
.
En als vannacht de open hemel
De sterren strak laat stralen
En ik buiten op mijn rug lig
Starend naar het firmament
Kan het stiller dan het stil is
Eeuwiger dan eeuwig
Dan ben ik goddank dus nog een keer
Gevangen in ’t moment
.
Ooo
Dit is zo mooi
‘T is om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi
.

Gedicht versus songtekst

Hugo Claus

.

Op de website https://www.quizlet.nl/ kwam ik een stuk tegen over het de waardering van een gedicht versus de waardering van een songtekst. De auteur stelt dat in tegenstelling tot gedichten, songteksten minder worden gewaardeerd. Hij zet hierbij het onderstaande gedicht van Hugo Claus tegenover de songtekst van ‘American Pie’ van Don McLean wat ik al een wonderlijke vergelijking vind. Zet dan een Nederlandstalig lied (bijvoorbeeld van Spinvis of Boudewijn de Groot) tegenover het gedicht van Hugo Claus. Nu vind ik dat je best songteksten met poëzie kunt vergelijken en uitleggen waar de verschillen zitten (want die zijn er). Op de website https://www.poeziepaleis.nl/wp-content/uploads/2018/11/Lesbrief-po%C3%ABzie-en-muziek-VO-alle-niveaus.pdf staat het mooi en kort beschreven de (algemene) verschillen.

.

Poëzie                                  Popmuziek

Ritme/metrum :                Onregelmatig                       Regelmatig

Gedachtesprongen:         Groot                                    Klein

Betekenis van de tekst:   Niet meteen duidelijk           Snel duidelijk

.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen op deze algemene regel. Hierover schreef ik al vaker in de categorie Poëzie in songteksten. Er zijn liedtekst dichters die hun liedjes voorzien van de meest poëtische en lyrische zinnen. Maar over het algemeen, kijkend naar de songteksten van populaire liedjes (zeg maar waar jongeren naar luisteren), kun je stellen dat de onderverdeling die hierboven gemaakt is, klopt. Omdat het het gedicht van Claus was dat mijn aandacht trok bij quizlet.nl hier de volledige tekst.

..

De moeder
.
Ik ben niet, ik ben niet dan in uw aarde.
Toen gij schreeuwde en uw vel beefde
Vatten mijn beenderen vuur.
..
(Mijn moeder, gevangen in haar vel,
Verandert naar de maat der jaren.
.
Haar oog is licht, ontsnapt aan de drift
Der jaren door mij aan te zien en mij
Haar blijde zoon te noemen.
.
Zij was geen stenen bed, geen dierenkoorts,
Haar gewrichten waren jonge katten,
.
Maar onvergeeflijk blijft mijn huid voor haar
En onbeweeglijk zijn de krekels in mijn stem.
.
‘Je bent mij ontgroeid’, zegt zij traag mijn
Vaders voeten wassend, en zij zwijgt
Als een vrouw zonder mond.)
.
Toen uw vel schreeuwde vatten mijn beenderen vuur.
Gij legde mij neder, nooit kan ik dit beeld herdragen,
Ik was de genode maar de dodende gast.
.
En nu, later, mannelijk word ik u vreemd.
Gij ziet mij naar u komen, gij denkt: ‘Hij is
De zomer, hij maakt mijn vlees en houdt
De honden in mij wakker.’
.
Terwijl gij elke dag te sterven staat, niet met mij
Samen, ben ik niet, ben ik niet dan in uw aarde.
In mij vergat uw leven wentelend, gij keert
Niet naar mij terug, van u herstel ik niet.

.

Hugo Claus – Gent 1984

Anamorfose

Boudewijn de Groot

.

Als er een zanger is die vele prachtige poëtische liederen heeft voortgebracht dan is het wel Boudewijn de Groot (1944). Veel van zijn liedjes zijn geschreven door Lennaert Nijgh maar ook na het overlijden van Nijgh schreef de Groot menig prachtig en poëtisch nummer. In 2015 bracht hij de LP/CD ‘Achter glas’ uit waar onder andere het nummer ‘Anamorfose’ staat.

Een anamorfose is een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet. De anamorfose ontstond in de tijd van de Renaissance. Kunstenaars wilden alles zo realistisch mogelijk weergeven, dus ging men het perspectief bestuderen. Meestal deed men dit omwille van een zo goed mogelijke natuurgetrouwheid, maar soms ook om te laten zien wat op dit gebied allemaal mogelijk was. Zo ontstond de anamorfose: een schilderij waarvan de afbeelding slechts op een bepaalde manier correct waar te nemen is. Een voorbeeld van een regelmatig gebruikte anamorfose is de zogenaamde memento mori, meestal te zien in de vorm van een vervormde schedel die ergens in het schilderij verwerkt zit en met een moraliserend vingertje wijst op de sterfelijkheid van de mens.

Boudewijn de Groot gebruikte dit beeld, en de betekenis van de anamorfose als uitgangspunt voor de tekst van zijn lied.

.

Anamorfose

.

blijf niet verborgen
in de spiegel van de tijd
kom nader
ik ben het zicht op
wie je was die jaren kwijt
kom nader
aarzel niet kom nader
wie gevangen zit
weet van geen horizon
maar wie gestorven is
weet van geen ketens
kom nader
.
in dit huis met zwarte trappen
naar waar geen kamer zich bevindt
waar ik op de zolder van mijn jeugd
nog altijd ronddwaal als een kind
geef jij niet thuis
het zijn de straten van de stad
waarin jij wel een kamer had
geen eigen huis
.
ik kijk en luister
in de stilte van de tijd
kom nader
vaag en vervormd
in je verborgenheid
kom nader
aarzel niet kom nader
er staat niet
wie er staat, zeg jij
maar wat ik hoor is:
help me vergeten
kom nader
.
alles is anders dan ik ooit dacht
terwijl de stem waarop ik wacht
zich schuilhoudt in de schemer
wat ik zie en hoor
is steeds iets anders dan
wat ik eens verloor
is dit de aarde of de hemel
.
het beeld verspringt
de stem vervormt
wat blijft is altijd weer het kader
sta niet verborgen
in de schaduw van de tijd
kom nader
aarzel niet kom nader
.
je was mijn vader

.

.

Lennaert Nijgh

Pastorale

.

In het onvolprezenmaandblad van het Genootschap Onze Taal, Onze taal, van december 2017 staat een mooi beschrijvend artikel van Guus Middag over de tekst/liedjesschrijver Lennaert Nijgh. Zie dat je dit tijdschrift te pakken krijgt en lees dit artikel. In het stuk behandelt hij de tekst van het lied ‘Pastorale’ gezongen door Ramses Shaffy en Liesbeth List, een duet dat Nijgh samen met Boudewijn de Groot schreef in 1968. Middag beschrijft in dit artikel de kosmische poëzie die in dit lied zit. Ik ben het met hem eens, de tekst van ‘Pastorale’ is, uitgeschreven gewoon een prachtig gedicht. Oordeel zelf.

.

Pastorale

 

Mijn hemel blauw met gouden harp
Mijn wolkentorens, ijskristallen
Kometen, manen en planeten, aah alles draait om mij
En door de witte wolkenpoort tot diep onder de golven
Boort mijn vuur, mijn liefde, zich in de aarde
En bij het water speelt een kind
En alle schelpen die het vindt gaan blinken als ik lach

‘k Hou van je warmte op mijn gezicht
Ik hou van de koperen kleur van je licht
Ik geef je water in mijn hand
En schelpen uit het zoute zand
Ik heb je lief, zo lief

Ik scheur de rotsen met mijn stralen
Verhoog de meren in de dalen en
Onweersluchten doe ik vluchten, aah als de regen valt
Verberg je ogen in een hand
Voordat m’n glimlach ze verbrandt
M’n vuur, m’n liefde, mijn gouden ogen
’t Is beter als je nog wat wacht
Want even later komt de nacht en schijnt de koele maan

De nacht is te koud, de maan te grijs
Toe neem me toch mee naar je hemelpaleis
Daar wil ik zijn alleen met jou
En stralen in het hemelblauw
Ik heb je lief, zo lief

Als ik de aarde ga verwarmen
Laat ik haar leven in m’n armen
Van sterren weefde ik het verre, aah het noorderlicht
Maar soms ben ik als kolkend lood
Ik ben het leven en de dude
In vuur, in liefde, in alle tijden
M’n kind ik troost je, kijk omhoog
Vandaag span ik mijn regenboog
Die is alleen voor jou

Nee nooit sta ik een seconde stil
‘k Wil liever branden neem me mee
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil
Wanneer je vanavond gaat slapen in zee
Geen leven dat ik niet begon
En vliegen langs jouw hemelbaan
Je kunt niet houden van de zon
Ik wil niet meer bij jou vandaan

Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief

.

Boudewijn de Groot

De kinderballade

.

De tekst van het lied ‘De kinderballade’ van Boudewijn de Groot is geschreven door Gerrit Komrij, niet vreemd dan ook dat ik juist dit nummer vandaag hier plaats in de categorie poëzie en muziek. Zoals Herman Pieter de Boer de tekst van ‘Annabel’ schreef, zo dus Komrij de tekst van ‘De kinderballade’. Nu had ik vrijwel elk nummer van Boudewijn de Groot kunnen nemen, zijn vaste tekstschrijver Lennart Nijgh zou je de dichter onder de tekstschrijvers kunnen noemen.

‘De kinderballade’ kwam uit op het album ‘Zing je moerstaal’ uitgebracht in de Boekenweek van 1976. Ad Visser (Toppop) bedacht en produceerde deze LP. Op dit album vertolkten Nederlandse artiesten teksten van Nederlandse auteurs. Voorbeelden zijn duo’s als Kees Buddingh en Alexander Curly, Jules Deelder en Focus en Judith Herzberg en Earth & Fire. Pas in 2006 verscheen ‘De kinderballade’ in druk.

.

De kinderballade

Hij was twaalf, had rappe leden,
jongen uit de Hof van Eden.
Als hij lachte, lachten luidkeels
alle leeuweriken mee.
Met zijn blikkering van tanden,
met zijn marmerbleke handen
leek hij op een tere engel
uit een sierlijk bal masque.
Hij kon klaterhelder zingen
en zijn haar rook naar seringen.
Oh hij was een waterprins
die in zijn pak van goudlamee
was ontstegen aan de zee.

Zij was dertien, een gazelle,
en haar naam was Annabelle.
Annabelle noemden haar zowel
de hinde als het ree.
Met haar helderrode wangen,
met haar glinsterende spangen,
leek zij in haar gazen bruidsjurk
’t meest nog op een toverfee.
Blauw waren haar vreemde ogen,
blauw maar zonder mededogen.
Oh ze was een kleine meermin
die maar net van lieverlee
was ontstegen aan de zee.

Samen in het ochtendgloren
wandelden ze langs het koren.
Mild en zonder ze te storen
scheen het zonlicht naar benee.
En onder de roze stralen
kuste hij haar lippen dralend
en hij zei haar wonderwoorden,
zelfs het gras luisterde mee.
Op het horen van die woorden
week voor hen gedwee het koren
en het lispelde: wees welkom,
en bood doorgang aan die twee
zoals eens de Rode Zee.

Toen hij, op geblaf van honden,
dagen later werd gevonden,
lag de blanke prins geschonden
in het koren zonder fee.
Met zijn dode grote ogen
keek hij roerloos naar omhoog en
langzaam ritselde zijn bloed nog
uit een gruwelijke snee.
Niemand wist meer te vertellen
hoezeer kleine Annabelle
had gehouden van haar engel
uit het sierlijk bal masque.
Maar nog altijd ruist de zee.

.

Boudewijn de Groot

Grafbedekking

Gedichten op vreemde plekken: Deel 91 Als grafbedekking

.

Op begraafplaats Sint Barbara in Amsterdam (waar ook Simon Vinkenoog is begraven) is als grafbedekking op drie stenen platen een regel uit ‘Jimmy’, het nummer van Boudewijn de Groot, aangebracht. Dit keer dus geen grafsteen met poëzie maar grafbedekking met alleen een poëtische regel. De tekst van dit lied is van Ruud Engelander. Boudewijn de Groot droeg dit nummer op aan zijn zoon Jim de Groot.

.

Hoe sterk is de eenzame fietser

die kromgebogen over haar stuur

tegen de wind, zichzelf een weg baant?

.

eenzamefietsergraf

%d bloggers liken dit: