Site-archief

Lies Jo Vandenhende

Jacobustuin 2017

.

Als bestuurslid van Ongehoord! ben ik al druk bezig met het vragen van dichters voor het Zomerpodium op zondag 11 juni in de Jacobustuin (in de Jacobusstraat in hartje Rotterdam). Wij prijzen ons gelukkig dat ook dit jaar weer een Vlaams dichter wil afreizen naar Rotterdam om haar kunsten aldaar te vertonen. Dit jaar is dat Lies Jo Vandenhende (1988). Lies Jo was één van de deelnemers van de Poëziebus van 2016. Lies Jo woont in hartje Antwerpen, drinkt veel koffie (wat heel gezond is weet ik) alsof ze haar bloed probeert te vervangen en studeert literiare creatie aan de Academie in Borgerhout.

In 2016 debuteerde ze met een cyclus gedichten in Deus Ex Machina. Lies Jo heeft een bijzondere liefde voor kringloopwinkels, (die ik met haar deel zo weet de regelmatige lezer van deze website) kamerplanten, rap en havermoutpap. Ze vindt dat iedereen te weinig beweegt en dat we allemaal goeiemorgen tegen de buschauffeur zouden moeten zeggen.

Kortom alle reden om ook dit jaar een bezoek aan het prachtige Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin te brengen. Op de website van Ongehoord! staan binnenkort alle te verwachten dichters en musici. Kijk daarvoor op https://stichtingongehoord.com/

Van Lies Jo het gedicht ‘Wanneer ben ik eindelijk’ dat in de Poëziebusbundel ‘Verzameld werk’ 2016 verscheen.

.

Wanneer ben ik eindelijk

.

Ik bofte als zij er was bij het ontbijt

we aten gepofte granen met honingsmaak

zij praatte ik dronk de melk

nooit helemaal omdat ze intussen

te zoet geworden was

.

Het korrelde zwart om haar ogen

en het roken deed haar lippen leeglopen

ze leken steeds meer te wijken

voor de huid van abrokozen

overrijpe

.

Ik wou heen waar zij was

en tijdens het wachten

stopte ik

stopte ik mijn kleine voetjes

in haar hoge hakken

die ze niet meer draagt

sinds in de omhelzing

mijn kin op haar kruin rust

.

Tussen meisjes en moeders

heerst een vage jaloezie

de éen wil jong

de ander alles

alles nu al zien

alles nu al zijn

.

Nu praat de spiegel soms

met haar mond

en weet ik niet zeker

of ik blij

of ik blijf

bij wat ik hier vond

.

Advertenties

Flamingo

Charlotte van den Broeck

.

Op 28 januari op Nationale Gedichtendag werd bekend dat Charlotte van den Broeck (1991) de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut heeft gewonnen met haar bundel ‘Kameleon’. Als groot liefhebber van de Coninck zijn werk was ik dan ook meteen nieuwsgierig naar haar poëzie. Hoewel haar website Splintervingers helaas voor mij gesloten bleef heb ik via de website van Meander toch een paar gedichten van haar kunnen lezen (de bundel heb ik nog niet).

Op de site van Meander valt onder meer over haar te lezen: Niet alleen de vloeiende stijl van haar gedichten valt op, maar ook haar indringende en integere manier van voordragen. Voor Charlotte is schrijven vanzelfsprekend, ze kan zich niet inbeelden dat ze het niet zou doen.

 

Flamingo

Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.

Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.

Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.

Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.

.

CvdB

kameleon

%d bloggers liken dit: