Site-archief

De muze en Europa

Venezia

.

In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.

De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.

.

Venezia

.

Nu is de laatste straal van de zon geweken,

En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos

Erlangs wuift, schuchter doet verbleken

.

Het laaiend rood tot bijna blauwend roos

Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.

Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos

Om, op het water dat zoo luid kan spreken,

.

Te varen in de schaduw der paleizen,

Wanneer met dieper kleur de zomernacht

Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,

.

En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,

Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,

Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.

.

Advertenties

De muze viert feest

Paul Rodenko

.

Afgelopen Oud en Nieuw verbleef ik in Drenthe en vandaar uit bracht ik een bezoek aan twee kringloopwinkels in Groningen. Bij kringloopwinkels is het altijd maar afwachten of: Ze veel boeken hebben, de kans dan groot is of ze ook veel poëziebundels hebben en of ze de boeken een beetje gerangschikt hebben. Ik kom toch regelmatig in kringloopwinkels waar alle boeken maar een beetje door elkaar staan of waar de poëzie tussen de (vele) romans staan. In de eerste winkel die ik bezocht stonden de poëziebundels wel apart maar niet aangegeven. Daar kocht ik voor nog geen tientje maar liefst tien bundels.

In de tweede kringloopwinkel alweer geen aanduiding van poëzie maar toch gevonden. Daar kocht ik voor nog een drie keer niks drie bundels.  Dat Groningen een literair klimaat had wist ik en ik weet ook dat er aan poëzie ‘gedaan’ wordt. Dat de opbrengst zo groot zou zijn was echter een verrassing. En er zaten een paar fraaie exemplaren bij. Zoals de bundel ‘De muze viert feest’.

Deze bundel uit 1960 (het Boekenweekgeschenk dat jaar) is een uitgave van de Vereniging ter bevordering van de belangen des boekhandels voor de jeugd! Het bevat een ‘Bonte verzameling feestgedichten bijeengebracht door Gerriot Borgers” met tekeningen en een typografie van J.H. Kuiper. Achterin de bundel waarin vrijwel alle belangrijke dichters uit die tijd zijn vertegenwoordigd een index op eerste regel, op naam van de dichter en een korte beschrijving van de dichters uit de bundel.

Ik heb dit keer gekozen voor een gedicht van Paul Rodenko waarvan achterin de bundel staat: Geboren 26 XI 1920 in Den Haag. Studeerde Slavische talen en psychologie te Leiden en Parijs. Redacteur van ‘Columbus’, ‘Podium’ en thans vast medewerker van ‘Maatstaf’. Woont te Warnsveld. Het gedicht dat van Rodenko staat is heel toepasselijk in deze maand getiteld ‘Januari’.

.

Januari

.

Groene stemmen en gele stemmen en de lente

Van een jonge sneeuw

Het raadsel van de trams ontraadseld

De lucht vol ochtendgymnastiek

.

Wij rinkelen onze lach wij drinken

De koppige vorst als een kroningsgedicht

Wij dragen ons blinkende tweelinggezicht

Wij horen bijeen als een stel akrobaten

En onder de kapspiegel van onze ogen

Onder het kraaien geduld van de bomen

Onder de sneeuwhazerij van woorden

Vinden wij in het contact onzer handen

Bloedwarme zonnen en kolibri’s uit

.

 

2 Muzen

Boekenweekgeschenk

.

In 1955 werd in het kader van de Boekenweek het bundeltje ‘2 Muzen’ uitgebracht als boekenweekgeschenk. Een verzameling van Nederlandse gedichten handelend over muziek, uitgezocht door Jan Engelman en Wouter Paap. In de inleiding bij dit boekje staat:

Dit bundeltje wordt de wereld ingezonden in de hoop, dat de jeugdige muziekminnaars er de schoonheid van de dichtkunst door op het spoor mogen komen, en dat de poëzieminnaars er iets van de mysterieuze werking der muziek uit zullen leren kennen. De omgang met dit zusterpaar: dichtkunst en muziek, kan het leven van kunstgevoelige naturen in dubbele zin verrijken.

Tegenwoordig zou een dergelijke bundel waarschijnlijk gevuld zijn met de cross over tussen rap muziek en poëzie. Toen ging het vooral om klassieke muziek zoals in het gedicht ‘Eine kleine Nachtmusik’ van Gerrit Achterberg, oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Cryptogamen’ uit 1946.

.

Eine kleine Nachtmusik

Terwijl hij onder den vleugel sliep
alsof geen morgen hem meer riep,
begonnen zacht op ‘t wit en zwart
van ‘t doodstil glanzend mechaniek
de snelle maten van het lied
dat in zichzelf verdronken sliep,
dat in zichzelf verzonken zag
naar wie het riep
met klare, jubelende kracht.

Haastig en diep gelukkig schiep
Mozart zijn kleine nachtmuziek.

.

%d bloggers liken dit: