Site-archief

In medias res

Dubbel-gedicht

.

De Latijnse term ‘in medias res’ betekent zoveel als dat een verhaal niet bij het begin begint, maar ergens in het midden of mogelijk zelfs al rond het einde. Men arriveert bijvoorbeeld in een situatie die al enige tijd bezig is. In een film, boek of een gedicht kan het een stijlfiguur zijn (de film begint ‘in medias res’) waarbij de kijker of lezer bewust informatie wordt onthouden. Vervolgens worden de verhaallijnen en conflicten tussen personages veelal door middel van flashbacks uiteengezet.

Het gebruik van een dergelijk ‘stijlmiddel’ kan uitdagend zijn en soms ook verwarrend (waar gaat het eigenkijk over?). Deze uitdrukking werd door de Romeinse dichter Horatius voor het eerst geïntroduceerd in zijn ‘Ars poetica’. In de klassieke letterkunde en in epische poëzie zoals Paradise Lost van John Milton, is ‘in medias res’ de stijlfiguur bij uitstek.

Ik leerde de term kennen ergens begin van deze eeuw. In 2009 schreef ik er, voor ‘Alkmaar Anders’ een gedicht over. De opdracht of het thema van Alkmaar Anders was destijds de Toekomst. In mijn ‘in medias res’ gedicht gaat het over de smeltende ijskappen en de dood van een pinguïn.

In ‘Het Liegend Konijn’ 2019/1 kwam ik een gedicht van Dorothee Cappelle (1980) uit het Vlaamse Ieper tegen met de titel ‘in medias res’. Het leek me aardig om deze twee gedichten in een dubbel-gedicht samen te brengen. Voor zover ik heb kunnen nagaan heeft Dorothee Cappelle geen poëziebundel uitgebracht. Wel schreef ze artikelen voor het tijdschrift ‘Ons Erfdeel’.

.

Hoe het de pinguïn verging
(In medias res)
.
Doorboort door
het ijzervlijmscherp ivoor,
glijdend door het inktzwarte pak
.
nooit meer Napoleon
nooit meer het dwingend aanroepen
nooit meer de handel en wandel
mars of geen mars
.
want verrassing overwint snelheid
.
een laatste glimp
van het vuur dat warmt
maar niet smelt
.
voordat het licht dooft.

.

In medias res

.

dat we ergens moeten beginnen

hier of daar, gisteren misschien

.

dat schrijven zich niet zomaar

laat kisten ook al luisteren we

.

naar verhalen over vaders

in vijvers en raven en slagers

.

dat hij het noorden kwijtraakt

als zijn pen een misdaad pleegt

.

en zwijgt als hij eindelijk aan zijn

boek toekomt. Dat schrijven lijden

.

is of talmen of zoeken

hij weet het ook niet allemaal

.

maar spannend is het zeker

dat wel

.

Dichters op Katendrecht

100 kunstenaars, 100 dichters

.

Afgelopen voorjaar werd ik door dichter Joz Knoop en dichter Theo Huijgens gevraagd om mee te doen aan ‘Dichters op Katendrecht’ in de Fenix 1 hal aldaar. De heren van Werklicht benaderde 100 dichters en 100 kunstenaars om samen in 1 project te laten zien wat kunst en poëzie vermag. De dichters kregen een kunstenaar toegewezen met een kunstwerk en daarbij kon een gedicht worden geschreven. Zeker de helft van de dichters/kunstenaars is woonachtig op Katendrecht (Rotterdam). Alle gedichten werden in de zomer achter de vele ramen op de begane grond van de Fenix 1 hal tentoongesteld samen met het bijbehorende kunstwerk (op A4 formaat).

En nu is er het boek van deze tentoonstelling. Een prachtig full color boek op A4 formaat met prachtige foto’s op glanzend papier van de kunstwerken en daarnaast steeds het bijbehorende gedicht. Het boek werd mede mogelijk gemaakt door o.a. Poetry International, Art Rotterdam, een aantal bedrijven op Katendrecht waaronder Conny Janssen Danst en Circus Rotje Knor maar ook door de SS Rotterdam, de Kaapse Kunstroute en Verhalenhuis Belvedere.

Zoals gezegd veel Rotterdamse dichters waaronder Jana Beranova, Manuel Kneepkens, Daniël Dee, Hans Wap, Vrouwkje Tuinman maar ook de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb. En dus een aantal dichters van buiten Rotterdam waaronder ikzelf. Ik kreeg een kunstwerk van kunstenaar Ronald Motta als inspiratie, het beeld ‘MOTTAORI’ en schreef daar het gedicht ‘Hou jij een oogje in het zeil?’ bij.

Het bijzondere boek is te koop bij Verhalenhuis Belvedere voor de zeer scherpe prijs van € 24,95 (echt een koopje!). Hieronder het gedicht dat ik schreef bij het kunstwerk ‘MOTTAORI’.

.

Hou jij een oogje in het zeil?

.

Hou jij een oogje in het zeil?

ogen in je rug, ogen van de ziel

.

Zelden zag ik iets dat leek te kijken

zoals ik dacht en waarvan ik had

.

verwacht, dat het bereik van wat ik

dacht te zien, nog groter was dan wat

.

het leek te zijn. Geen alziend oog, geen

god misschien maar alles in het vizier

.

van dooie mus, ongekend plezier, tot

waar het oog reikt; het nu en het hier.

 

 

.

 

 

Poëzie als programmeertaal

Gerrit Krol

.

Enige tijd geleden werd aan de medewerkers van Meander gevraagd om onder woorden te brengen wat zij vonden dat een goed gedicht maakt, of aan welke eigenschappen een goed gedicht zou moeten voldoen. Ik moest hieraan denken toen ik een artikel over Gerrit Krol las op de website literatuurmuseum.nl. In dit artikel las ik dat Krol over een gedicht zegt dat dit een reeks woorden is, dat aan een aantal voorwaarden voldoet. Daarover zo meer.

Gerrit Krol (1934-2013) was naast romanschrijver, essayist en dichter ook computerprogrammeur bij een groot internationaal olieconcern. Vooral die laatste functie had een grote invloed op zijn poëtisch werk. Gerrit Krol was een groot bewonderaar van Gerrit Achterberg. Hij bewonderde de techniek, en vooral de procesachtige manier waarop Achterberg bewegingen kon beschrijven. Want veel meer dan de thematiek van de verloren geliefde, die gewoonlijk met Achterberg wordt geassocieerd, was dat voor Krol het geheim van Achterberg: de manier waarop hij het exacte en het poëtische wist te verzoenen.

Door zijn fascinatie met het exacte in combinatie met het poëtische in het werk van Achterberg, wilde Krol onderzoeken of het mogelijk was poëzie daadwerkelijk te programmeren. Door zijn werk als programmeur was hij bezig met computers, en hij raakte geïnteresseerd in de manieren waarop hij die zou kunnen gebruiken om ze te laten denken en dichten (opmerkelijk genoeg niet om in te zetten als schrijfgereedschap: Krol gebruikte nooit een tekstverwerker). Het programma dat hij schreef heette ‘APPI’: Automatic Poetry by Pointed Information. En zo heette ook het bijbehorende boek dat hij schreef. Het was een essay met illustraties. Om het fenomeen poëzie voor een computer behapbaar te maken, begint Krol met een systematische ontleding van wat een gedicht is:
.
Wanneer is een reeks woorden een gedicht? Je zou kunnen zeggen: een reeks woorden is een gedicht als:
– ze een beeld of een voorstelling beschrijven
– een ander zich van die woorden een voorstelling kan maken
– als hij het prettig vindt zich deze voorstelling te maken
– de woorden, in die volgorde, niet worden gebruikt voor andere doeleinden.
.
.
Wat wilde Krol nu eigenlijk met APPI? De grootste uitdaging was misschien niet om goede gedichten te laten leveren door een programma, maar om te proberen de computer te vertellen wat poëzie is. Dat ging niet, vooral omdat Krols poëzie altijd werd gekenmerkt door ambiguïteit, humor en het inzetten van onpoëtisch materiaal.
.
.
Maar als je met een algoritme iets kunt construeren, kun je misschien ook wel een algoritme gebruiken om gedichten mee te maken. Gerrit Krol deed dat in 1971, toen computers nog helemaal niet zo’n alledaags fenomeen waren als nu, in zijn boekje APPI – Automatic Poetry by Pointed Information – Poëzie met een computer. Krol geeft de computer invoer: hij beschrijft bijvoorbeeld een plaatje. Een plaatje van een dame in badpak beschrijft hij bijna als een readymade gedicht in een aantal zinnen als:
.
.
ze heeft een nieuw badpak aan
misschien gaat ze zwemmen
ze steunt op haar hand
om niet te vallen
een aardige vrouw om te zien
een wereld op zich
een denkend wezen
dat haar lippen verft
een lok voor haar ogen
haar oksel is niet te zien
als ze haar arm opheft
zie je die wel
als je haar van de andere kant bekijkt
zie je de andere oksel ook
voor hetzelfde geld kun je zeggen
een nieuw badpak
nu al kiezen
en straks kopen
en het plaatje vergeten
.
.
Er zijn vele manieren om een gedicht te beschrijven en voorwaarden of eigenschappen aan gedichten toe te dichten, Krol voegde er wat mij betreft een heel treffende aan toe. Lees het hele artikel op https://literatuurmuseum.nl/artikelen/poezie-als-programmeertaal 
.
.

Land van genade en verdriet

Dichter van de maand juni

.

In de Volkskrant van 29 mei staat een artikel over Vanja Kaluderjercic, directeur van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). In de rubriek ‘Onze gids dit weekeinde’wordt elke week een bekende persoon gevraagd naar het favoriete boek, een plek, een architect, een gerecht, film, persoon en in in het geval van Kaluderjercic ook naar haar favoriete dichter.

Dit blijkt Antjie Krog te zijn, dichter van de maand juni 2021 op mijn blog. Ze zegt hierover: “Ik ken haar werk nog niet heel goed, maar ik raak er steeds bekender mee, sinds in in Nederland woon. Antjie Krog is hier veel gepubliceerd’. Dan staan de Engelse gedichten naast de Nederlandse vertaling, zo oefen ik ook mijn Nederlands.” En ook: “Country of Grief and Grace is een gedicht van haar dat ik zo nu en dan herlees.”

Omdat Antjie Krog dichter van de maand is, en omdat het gedicht ‘Land van genade en verdriet’ in de bundel ‘Kleur komt nooit alleen’ staat is het voor mij een kleine moeite om het eerste deel van de Nederlandse vertaling van dit gedicht hier te plaatsen. Het totale gedicht in het Zuid Afrikaans vind je hier: https://www.poemhunter.com/poem/land-van-genade-en-verdriet/

.

Land van genade en verdriet

.

tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij

zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden

hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
de ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt.

.

Foto: Daniel Cohen

Ik ben gong

Henri Michaux

.

In de boekenbijlage van de Volkskrant van afgelopen zaterdag stond een korte beschrijving van een boek (een getekende roadmovie) van Nicholas de Crécy waarin de Belgische dichter Henri Michaux een hoofdrol speelt. Omdat ik deze dichter niet ken ben ik op zoek gegaan naar zijn leven en werk. Volgens het bericht in de krant is bekend dat Michaux met mescaline en LSD experimenteerde en dat maakte me nog eens extra nieuwsgierig. Zoals de regelmatige lezer van dit blog waarschijnlijk wel bekend is mag ik graag de rafelranden van de poëzie opzoeken en drugsgebruik (en zeker hallucinerende drugs) zijn soms een aanleiding tot, laat ik het vriendelijk zeggen, bijzondere poëzie.

Henri Michaux (1899 – 1984) was een Franstalig Belgisch schrijver, dichter en schilder. Hij werd Frans staatsburger in 1955. Zijn werk wordt vaak gerekend tot het surrealisme, al maakte hij zelf geen deel uit van deze kunstbeweging. Michaux ontving in 1965 de ‘Grand Prix National des Lettres’ en weigerde deze in ontvangst te nemen. Hij ontwikkelde in zijn leven onder andere compassie en toewijding voor mensen met psychose. Hij experimenteerde persoonlijk met exploratieve psychische belevingen vanuit de rede (gebruik van hallucinerende drugs) en keerde in ruime zin daartoe terug. Zijn twee bekendste werken zijn ‘Misérable miracle’ uit 1972 en ‘Les Grandes Épreuves de l’esprit et les innombrables petites’ uit 1966.

Michaux is vooral bekend om zijn esoterische romans en gedichten die zijn geschreven in een toegankelijke maar grillige en soms zenuwslopende stijl.  Zijn oeuvre omvat poëzie, reisverslagen en kunstkritiek.Tijdens zijn reizen door Azië maakte Michaux kennis met de oosterse cultuur en ontstond zijn interesse voor kalligrafie en zijn voorliefde voor Oost-Indische inkt. Om in beeld te brengen wat in taal onmogelijk te zeggen was, begon de dichter te schilderen.

In het literaire tijdschrift ‘Ad Interim’ uit 1949 verscheen het gedicht ‘ik ben gong’ (vertaling Koos Schuur) van Henri Michaux.

.

ik ben gong

.

In het lied van mijn gramschap is een ei,
En in dat ei zijn mijn moeder en vader en kinderen,
En in dat al is vreugde en verdriet gemengd en leven.
Grote stormen die mij bijstand gaven,
Zomerzon die mij gedwarsboomd heeft,
Er is haat in mij, sterk en van oude datum,
En wat de schoonheid aangaat ziet men later wel.
Ik ben inderdaad hard geworden slechts door schilvers;
Als men eens wist hoe mollig ik welbeschouwd bleef.
In ben gong en watten en sneeuwig lied,
Ik zeg dit en ik ben er zeker van.
.
.
                                                                                                        Zonder titel, 1960 (Museum Of Modern Art)

Ischa Meijer

Kinderen

.

In een bundel met de titel ‘Kinderen, Meer dan honderd gedichten over hun wondere wereld’ verwacht je van alles maar niet direct een gedicht van Ischa Meijer (1943 – 1995). En toch staat er een gedicht in van deze schrijver, journalist, interviewer, televisiepresentator, toneelschrijver en filmacteur. En zoals hier blijkt dus ook dichter.

In deze verzamelbundel uit 2005 zijn de gedichten verzameld en toegelicht door Willem Wilmink. De bundel is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken zoals: Het dagelijks bedrijf van kinderen, Ouders en kinderen, Portretten van kinderen, Het kind in zijn eentje, Fabriekskinderen, Kinderen in de oorlog, Kinderen die doodgaan, Opvoeding in de heer, De betoverde wereld, Op weg naar volwassenheid en Het terugblikken op de kindertijd. En juist in dit laatste hoofdstuk staat het gedicht, zonder titel, van Ischa Meijer.

In de verantwoording staat dat dit gedicht oorspronkelijk voorkomt in ‘Mijn lieve ouders’ uit 1994 een boek met columns over zijn ouders.

.

Soms loop ik ’s nachts naar het Victorieplein,
Als kind heb ik daar namelijk gewoond.
Aan vaders hand zijn zoon te zijn,
Op moeders schoot te zijn beloond

.

Om niet. Om niet is het, dat ik hier ga,
De vrieskou in mijn jas laat dringen,
Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen,
Terwijl ik roerloos in de deurpost sta

.

Om thuis te komen. En zo simpel is de gang
Om tot dit moeilijk inzicht te geraken:
Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang

.

Naar iemand die nooit kon bestaan:
Een jongetje dat alles goed zou maken –
de tijd die stilstond en hem liet begaan.

.

Het is jij of ik

Kunst en poëzie

.

Ik schreef al vaak over de combinatie van kunst en poëzie. Soms betreft het hier kunstzinnig vormgegeven poëtische uitingen of (beeldende) kunst waarin poëzie is verwerkt en vandaag wil ik het hier hebben over een boek als kunstobject waarin poëzie en fotografie is opgenomen.

Het betreft hier het kunstboek ‘het is jij of ik’ van Marilou Klapwijk. Het boek ‘Het is jij of ik’ gaat over jou en mij. Marilou schrijft hierover:

.

“Maar ‘wij’ hadden iedereen kunnen zijn. Alle facetten van onze identiteit worden achterwege gelaten. Jij en ik zijn in dit boek dus ongeacht: onze relatie, geschiedenis, afkomst, rijkdom, uiterlijk, welzijn, gezondheid, geaardheid, geslacht, talent, persoonlijkheid, leeftijd of erfenis. 

_Maar wat blijft er dan nog van ons over? 

Zijn het onze intenties, ons dagelijks (on)gesproken dialoog, ons conflict, ons vertwijfeld monoloog. Of slechts de leurende bevestiging van je identiteit door de blik van de ander?

Dit boek is een zoektocht naar het onherleidbare aspect van jou.

_Ik zal nooit weten wat jij denkt. 

Het boek bevat poëzie en fotografie, die de situaties schetsen van ‘iets’ alledaags. Ze worden onderbroken door notities, reviews, berichten of opmerkingen van een voorbijganger, die ook als zodanig zijn vormgegeven. Alles gebeurt tegelijkertijd. We leven in contrast. Het boek is een poging dit enigszins inzichtelijk te maken en werpt een blik op de diversiteit aan perspectieven in het (digitale) leven.”

.

Het boek is opgedeeld in 14 clusters en een aantal spreads kun je hieronder zien. Op de foto (spread zoals Marilou ze noemt) ‘Dun ijs’ is het volgende gedicht te lezen:

.

We hebben het er (maar) niet (meer) over

Het zet ons beiden aan een kant van de weg

Een zee bevroren tussen ons in

.

Diep water _ Dun ijs

.

Toch wilde ik de oversteek wagen

al was het alleen maar

.

om je hand vast te houden

.

Meer over Marilou en het boek ‘Het is jij of ik’ kun je lezen op http://www.marilouklapwijk.nl/het-is-jij-of-ik  . Om het boek te realiseren zijn ze (de uitgever en Marilou) middels een crowdfunding op voordekunst.nl een voorverkoop gestart. Er zijn (zoals ze dat noemen) tegenprestaties voor grote en kleine bijdrage. Eén daarvan is dus het aankopen van een boek voor €40. Het boek verschijnt bij Uitgeverij Unformed Informed. Deze uitgeverij onderzoekt in samenwerking met kunstenaars ‘het boek’ als kunstruimte. Een speelruimte die constant in ontwikkeling is. Waarbij de kaders steeds opnieuw worden bepaald door de verschillende samenwerkingen waarbinnen deze ontstaan. Zo ook de manier hoe het uiteindelijke ‘boek’ zijn publiek zal ontmoeten.

.

Ik had gedacht

Ingrid Jonker

.

Het was alweer even geleden  dat ik las in ‘Vlam in de sneeuw’ , de geheime brievenwisseling tussen de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933 – 1965) en schrijver André Brink (1935 – 2015). Geheim want indertijd was André Brink getrouwd en niet met Ingrid Jonker met wie hij een affaire had. ‘Vlam in de sneeuw’ is zo’n boek dat je niet in één keer moet of kan uitlezen (ik niet in ieder geval). Elke keer een stuk werkt beter voor mij. Nu ik weer (verder) aan het lezen ben realiseerde ik me dat ik nog geen vertaald gedicht van Ingrid Jonker hier plaatste. Wel wat poëzie in het Afrikaans en in het Engels maar dus nog geen vertaling.

In de klassieke bundel ‘Ik herhaal je’ uit 2000 zijn de gedichten van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker verzameld. De fraaie vertaling is van Gerrit Komrij en Henk van Woerden schreef de biografische schets over Jonkers bewogen leven. Komrij maakte een keuze voor deze bundel uit ‘Versamelde werke’ uit 1994.

Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Ik had gedacht’ een liefdesgedicht maar tevens een gedicht met een trieste afloop, een gedicht dat wat mij betreft heel passend is bij het leven van Ingrid Jonker.

.

Ik had gedacht

.

Ik had gedacht dat ik je kon vergeten,
en in de zachte nacht alleen kon slapen,
maar in mijn onschuld heb ik niet geweten
dat ik bij elke windvlaag zou ontwaken:
.
Dat ik de lichte trilling van je hand
weer langs mijn sluimerende hals zou voelen –
Ik dacht dat het vuur dat in me brandde
als de witte sterrenbaan zou zijn afgekoeld.
.
Nu weet ik dat onze levens zijn als een lied
waarin de smarttoon van onze scheiding klinkt
en waar alle vreugde terugvloeit in verdriet
en uiteindelijk in onze eenzaamheid verzinkt.

.

In de bibliotheek

Herman de Coninck

.

in deze moeilijke tijden van Coronavirus en het stilvallen van het dagelijks leven zijn er gelukkig nog instituten waar je terecht kan wanneer je gedwongen bent om thuis te blijven. Zeker wanneer zo’n beetje elke vorm van vermaak is afgelast, geannuleerd of verzet is er niets mooiers dan naar de bibliotheek te gaan en daar het boek van je keuze uit te zoeken, te lenen en te gaan lezen.
Ik weet dat er ook bibliotheken sluiten ( zeker de grote waar op elk moment van de dag meer dan 100 mensen aanwezig zijn) maar er zijn zeker ook nog veel bibliotheken die gewoon open zijn en waar je terecht kan.

Charles Simic (1938) is een Servisch-Amerikaanse dichter en voormalig co-poëzie-editor van de Paris Review. Hij ontving de Pulitzer Prize for Poetry in 1990 voor ‘The World Doesn’t End’, en was finalist van de Pulitzer Prize in 1986 voor ‘Selected Poems, 1963-1983’ en in 1987 voor ’Unending Blues’.

In ‘ De gedichten’ de verzamelde werken van Herman de Coninck uit 1998 staat een door Herman de Coninck vertaald gedicht van Charles Simic met als titel ‘In de bibliotheek’. Als ode aan de dit belangrijke instituut dat ook heden ten dagen nog steeds midden in de samenleving staat hier het gedicht van Simic.

.

In de bibliotheek

.

Er is een boek,

’Het woordenboek der engelen’ geheten.

Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,

Weet ik, want toen ik het deed

Krakte de cover, verkruimelden

De bladzijden. Daar ontdekte ik

.

Dat engelen ooit zo talrijk waren

Als vliegensoorten

In de schemering

Maakten ze de lucht dik.

Je had twee armen nodig

Om ze van je af te slaan.

.

Vandaag schijnt de zon

Door de hoge ramen.

De bibliotheek is een rustige plek.

Engelen en goden opeengepakt

In donkere, ongeopende boeken.

Het grote geheim ligt

Op een schap waar Mrs. Jones

Elke dag op haar ronde voorbijgaat.

.

Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd

Daar nog bovenuit, of ze luistert.

De boeken fluisteren.

Ik hoor niks, maar zij wel.

.

De nieuwe bibliotheek aan het Neude in Utrecht die vandaag geopend zou worden.

 

Rotterdams Kunstgesticht

Poetry International 

.

Soms kom je iets tegen waarvan je eigenlijk het bestaan helemaal vergeten was. Dit gebeurde mij pas geleden toen ik een overvolle kast aan het leegruimen was. Achterin de kast kwam ik een uitgave tegen van het Rotterdams Kunstgesticht uit 1987. Een boek in een A3 formaat, gedrukt en uitgegeven ter gelegenheid van Poetry International 1987.

In dit fraaie boek zijn 4 Nederlandstalige gedichten van auteurs opgenomen die in dat jaar een bijdrage aan Poetry International leverde. Het zijn de dichters Hans Tentije, Harry ter Balkt, Stefan Hertmans en Geert van Istendael. De bijbehorende prenten zijn gemaakt door kunstenaars die zijn aangesloten bij het Rotterdams Kunstgesticht te weten Corinne Boureau, Michiel Brink, Gerard Immerzeel en Veronique Declerq.

Het boek werd in een oplage van 100 stuks gemaakt en ik bezit nummer 93. Van Hans Tentije is het gedicht ‘Schemeringen V’opgenomen.

.

Schemeringen V

.

Maar wat als in de nanacht

plotseling ’t schreeuwen van een pauw

over de tuinen gaat

en er niets veraf of belendende

is dat ’t opneemt

.

wanneer ’t lokkende, heser

nog terugkeert en zichzelf niet vindt

.

als er tussen verlatenheid en echo

geen andere speling meer bestaat, vlam van zee

de schemer is die wat hij vergroot heeft

blijvend ook omhult

.

en zo in alle vroegte ieder

aanbreken verdraagt –

.

ligt daar de stilte van ’t innerlijk?

.

%d bloggers liken dit: