Site-archief

Stofzuigen kan altijd nog

Kijkdoospoëzie

.

De uiterst getalenteerde Meliza de Vries is niet alleen een fijne (bibliotheek) collega en dichter maar ook nog eens een zeer creatief mens. Zo kwam ik pas een aantal foto’s tegen van een kijkdoos die ze gemaakt had met daarin niet alleen een gedicht van haar hand maar ook decoraties door haar gemaakt. Zoals je weet ben ik gek op poëzie op vreemde plekken in in bijzondere vormen dus mag de kijkdoospoëzie natuurlijk niet ontbreken.

.

Stofzuigen kan altijd nog

.

Voordat mijn wereld een kijkdoos wordt

met crêpepapierbomen en velden van pluche

.

herinnert een wattenstaafje mij

aan schildpadden met gekneusde neusgaten

walvissen met teenslippers en schepjes erin.

.

Ik verdwijn onder deksel van vliegerpapier:

citroengele gloed over een luciferdoosje

voorbijgangers pauzeren, weten

.

hoe zij stadseenden moeten voeren

kurkeiken niet moeten vervangen door eucalyptusbomen

.

Ik schilder wanden met rubberroze verf

vind op zolder oma’s jurk voor gordijnen:

bloemenprint verzacht het uitzicht buiten

.

Ik steek een parasolprikker in het luciferdoosje

misschien dat iemand in mij blijft, weet

hoe je ijsblokjes bewaart in een papieren tasje

.

 

 

 

 

Mini ‘bibliotheek’

Naar morgen

.

In (vooral) steden maar ook daarbuiten zie je ze steeds vaker. Kasten op een paal of aan een muur met de uiterst dubieuze naam minibibliotheek. Allereerst moet mij van het hart dat het hier absoluut geen bibliotheekjes betreft of ook maar iets dat in de verste verte op een bibliotheek lijkt. Een bibliotheek bevat een zorgvuldig uitgezochte en ontsloten collectie boeken. Deze mini ‘bibliotheekjes’ zijn niet meer dan een kast met daarin boeken die mensen niet meer willen in hun huis (wat je steeds vaker ziet, een slechte ontwikkeling wat mij betreft maar dit terzijde) maar waarvan ze toch vinden dat het niet zomaar bij het grofvuil gekieperd kan worden.

Over het algemeen is de inhoud van deze kasten niet echt om over naar huis te schrijven. De inhoud gaat meestal niet veel verder dan wat oude kinderboeken, studieboeken en wat romans die al decennia niet meer gelezen worden. En toch loont het om er af en toe een blik in te werpen. Zo vond ik afgelopen weekend in zo’n kast 7 bundeltjes poëzie. Daaronder 4 nummers van ‘Naar morgen’ uitgaves van Opwenteling uit Eindhoven. Opwenteling is, zo leert mij de achterflap, een coöperatieve vereniging van auteurs voor presentatie van literatuur u.a. Naar morgen biedt ( of bood, ik weet niet of deze reeks nog bestaat) debutanten de mogelijkheid om te publiceren. Ik vond de delen 55, 57, 61 en 64. Inmiddels weet ik dat deze reeks gestopt is maar dat uitgeverij Opwenteling nog altijd bestaat en poëziebundels uitgeeft via https://opwenteling.nl/

Onder de namen van dichters geen bekende namen. Maar wel gedichten die er mogen zijn. Zoals het gedicht ‘Vader’ van Albert Megens uit nummer 61.

.

Vader

.

hij sloeg zijn ogen ten hemel

en met een zucht van verlichting

piste hij stralend

een kuiltje in het zand

.

zo loopt de hemel

in de aarde

bruisend uit de hand

.

Levenslang

Jean Pierre Rawie

.

In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw was dichter Jean Pierre Rawie (1951) één van de toonaangevende dichters in Nederland (en Vlaanderen). Zijn bundels verkochten beter dan menig roman. Ik herinner mij een avond in de bibliotheek van Wateringen waarop Rawie zou vertellen en voordragen en waar bijna 80 mensen aanwezig waren. Voor een dichter een meer dan respectabel aantal. Vooral zijn bundel ‘Een onmogelijk geluk’ uit 1992 was een enorm groot (verkoop)succes.

Tussen 2001 en 2012 was het erg stil rond Jean Pierre Rawie. In die periode verscheen alleen ‘Verzamelde verzen’ (2004). Na 2012 kwamen er weer met enige regelmaat bundels uit van zijn hand. Te beginnen in 2012 met de bundel ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’. Uit deze bundel het gedicht ‘Levenslang’ over verwachtingen die niet uitkomen.

.

Levenslang

.

De dronken dagen, doorgehaalde nachten

(wij konden niet kapot in onze jeugd),

de herdersuren waar ons geen van heugt,

de gouden tijd die wij oneindig achtten.

.

Toch waren wij ten prooi aan de gedachte

dat wat voor ons was weggelegd niet deugt;

wij hebben ons een leven lang verheugd

op iets wat levenslang op zich liet wachten.

.

Straks zijn wij oud, en met doorgroefd gelaat,

bedroefd en moe, en met de dood voor ogen,

vertrouwd met hoe het in de wereld gaat,

.

maar met behoud, naar buiten onbewogen,

van het vooruitzicht waar ons hart voor slaat,

dat wij daar tot het laatst naar haken mogen.

.

 

Tienminutengesprek

Esther Jansma

.

Dat dichters maar zelden alleen dichter zijn mag bekend zijn, van gedichten schrijven valt nu eenmaal niet te leven (een enkele uitzondering daargelaten uiteraard). Vaak schrijven ze naast poëzie ook proza, columns of korte verhalen, liedteksten of andere teksten. Er zijn er ook die naast hun dichterlijke leven nog een andere baan hebben zoals journalist, redacteur of directeur van een bibliotheek. Esther Jansma is wat dat betreft toch een beetje een vreemde eend in de bijt. Zij is naast dichter ook prozaschrijfster en archeologe!

Ze debuteerde in 1988 met de dichtbundel ‘ Stem onder mijn bed’ waarna nog verschillende dichtbundels volgde. Voor haar werk ontving ze onder andere de VSB Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de A. Roland Holst-penning.  Uit haar bundel ‘ Voor altijd ergens’ uit 2015 koos ik in deze vakantieperiode voor het gedicht ‘ Tienminutengesprek’.  Een grappig en schurend gedicht waarbij ik onwillekeurig moest denken aan de televisieserie de Luizenmoeder.

.

Tienminutengesprek

.

Nadat de onderwijskrachten met man en macht
op vrouwelijk zuchtend voorovergebogen begrip
simulerende wijze waren uitgewoed – en weet

dat daar woede bij zat, banieren grof rood door
het hoofd, intonaties die intenties uit koers rammen –
hadden de van schrik en noodlottige toekomsten

verstijfde tegenover de krachten op hun verzoek
aan knielage tafels neergekrompen in stoeltjes geklemde
zorgers voor hun zoon het volgende bereikt:

Een: wij gaan ons best doen omdat wij goed zijn.
Twee: over een maand weten wij of zijn leven
gaat lukken. Wij melden dat desgewenst schriftelijk.
Drie: dit is een productafspraak.

.

GeenPunt

De Rotterdamse taalglossie

.

Van mijn collega bibliotheekdirecteur in Rotterdam kreeg ik GeenPunt, De Rotterdamse taalglossie. Dit is alweer de tweede editie van een magazine  vol interessante taalfeitjes en – weetjes, inspirerende interviews, praktische taaltips én prachtige poëzie. Wat wil je ook als Derek Otte, tot begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam (inmiddels heeft Dean Bowen het stokje van hem overgenomen), de eindredacteur van deze glossie is. In GeenPunt dus op een aantal manieren aandacht voor poëzie. Het leuke van Derek Otte is dat hij op verschillende manieren aandacht besteed aan poëzie, niet alleen maar de wat bekendere poëzie van beroemde dichters maar ook aan cafés in de stad die bordjes hebben hangen met volkspoëzie. Soms verzonnen door de kroegbazen zelf (opvallend alle vier vrouwen!) in andere gevallen bestaand of door klanten verzonnen.

Maar ook mooie foto’s van straatpoëzie, gedichten in de openbare ruimte, stukjes over straatnamen die naar dichters verwijzen (Aagje Deken, Bilderdijk, Frederik van Eeden) maar ook Elfjes die gemaakt werden door deelnemers aan de taalsafari en de taalklassen. Daarnaast nog heel veel interessante informatie maar ik beperkt me hier even tot de stukken over poëzie. GeenPunt is een prachtig initiatief en een geweldig magazine met voor elk wat wils. Ik hoop dat dit een lange traditie van magazines over taal mag worden.

Daarom hier niet alleen een Elfje en een cafégedicht maar ook een gedicht van Frederik van Eeden met begeleidende foto’s.

.

Elfje

.

Creatief

Dingen maken

Gedachten los laten

Voelen hoe het is

Gemis

.

Cafégedicht

.

Iedereen praat

over mijn zuipen

maar niemand

over mijn dorst.

.

Zonnebloem

.

Ik ken een plant, niet fraai van loof

niet schoon, niet rank gesteeld.

Haar vorm is lomp, haar bloem is grof,

geen dichter zingt er ooit zijn lof

of nam haar tot zijn beeld.

.

Toch heeft zij iets wat mij behaagt.

Zij keert zich naar het licht,

van af het eerste morgen-uur

wendt zij naar ’t vrolijk zonnevuur

haar groot en geel gezicht.

.

Ik wilde dat ik als die bloem

naar ’t licht mij wenden kon.

Zij draagt de kleur der vrolijkheid

en richt haar kelk ten allen tijd

naar ’t helder licht der zon.

.

 

Afzetten

Anne van den Dool

.

Met enige regelmaat maak ik het mee dat collega’s zich verwonderen over het feit dat ik naast mijn werk ook dichter ben en me veel met poëzie bezig hou. Diezelfde verwondering heb ik wanneer ik hoor dat een collega actief is als dichter. Zo schreef ik al over Mirjam Noach, polderdichter van de Haarlemmermeer, Gino van Weenen en Meliza de Vries. Allemaal collega’s in het bibliotheekvak. Sinds een paar dagen is daar een nieuwe naam aan toe te voegen: Anne van den Dool.

In ‘bibliotheekblad’ (vakblad voor de openbare bibliotheek) stond een artikel over jonge bibliothecarissen en één daarvan is Anne van de Dool (1993). Zij is collectiespecialist bij de bibliotheek Bollenstreek maar voor deze blog belangrijker, ze schrijft proza, recensies en poëzie. Daarnaast is ze actief als docent van De Schrijfschool (waar nog een aantal dichters actief zijn zag ik).

Anne van den Dool studeerde Film- en Literatuurwetenschap en Neerlandistiek aan de universiteit van Leiden. In 2014 debuteerde ze met de roman ‘Achterland’ bij uitgeverij Querido. Ze schreef voor nrc.next, Tirade en DW B (Het literaire tijdschrift DW B is een creatief laboratorium voor literatuur en de kruisbestuiving met beeldende kunst, fotografie, architectuur, theater). Het gedicht ‘Afzetten’ werd in 2017 op http://www.dwbarchief.be gepubliceerd.

.

Afzetten

.

Je afzetten doe je nooit in

stapjes maar altijd met het

felle wegtrekken van iemand die zich

wegduwt van de zijwand van een zwembad,

handen die zich nog even

om de richel verkrampen en dan loslaten,

golfslagsnel over de wegwijsstrepen van het diepe.

.

In de zomer leken alle meisjeslichamen zich opeens tegen

hun springplankachtige kinderlijkheid te hebben afgezet:

ze vervormden zich als

bladerdeeg dat ombolt in de oven,

en ik vroeg me af of mijn juli dan

zoveel kouder was geweest dan de hunne,

of ik te veel in het koele water had gelegen,

uit te veel meel en te weinig bloem bestond –

.

en ik zou mezelf oprekken in

kleedhokjes zonder noemenswaardige deuren,

mijn armen langer strijken, mijn billen boller knijpen,

want wat je aandacht geeft

groeit, zo gold dat althans voor planten

en alles wat in je hoofd vlinderslaat.

.

De meisjes keken elkaar aan tijdens hun borstslag en tuurden hoe ik mezelf

lossig had vast gewreven, mislukt, duidelijk,

extra plakjes bladerdeeg die niet meer in de vorm pasten,

en ik moest mezelf wijsmaken dat

iedereen in dit zwembad zich vast zo voelde:

.

als gladde tegels die je handen loslaten

voordat je voet zich

afzetten kan.

.

Cees Nooteboom

Monniksoog

.

Op donderdag 22 november komt Cees Nooteboom naar de bibliotheek van Gouda alwaar hij zal worden geïnterviewd door Daan Cartens.

Cees Nooteboom (1933) werd bij mij destijds bekend door zijn roman ‘Rituelen’ en daarna vooral door zijn reisverhalen. Inmiddels is hij één van onze belangrijkste hedendaagse auteurs en is gelauwerd in binnen- en buitenland. Zijn naam wordt elk jaar weer gefluisterd als het om de Nobelprijs voor de literatuur gaat. Zijn veelzijdige oeuvre (romans, poëzie, reisverhalen) is bekroond met de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren. Iets minder bekend is Cees Nooteboom om zijn poëzie al schreef en publiceerde hij 15 dichtbundels waaronder zijn laatste bundel ‘Monniksoog’ uit 2016.

Hoewel de 85-jarige maestro nog zelden optreed, maakte hij voor de Bibliotheek Gouda een uitzondering. Op deze avond zal de nadruk ook komen liggen op zijn poëzie. Wil je aanwezig zijn op deze bijzondere avond ga dan naar https://www.bibliotheekgouda.nl/agenda/donateursavond-Cees-Nooteboom.html en bestel daar je kaart(en).

Uit zijn laatste poëziebundel ‘Monniksoog’ die bestaat uit een aantal vormvaste verzen die tezamen één verhaal vormen, koos ik voor het derde gedicht.

.

Niet in ieder leven speelt een vuurtoren een rol

maar wel in het mijne. Vandaag op dit andere eiland

naar de toren gelopen, regen, geschreeuw

van meeuwen. ’s Nachts mocht ik bij de wachter zitten

.

die deed of hij nog bestond. Hij schreef het op

een schip om de Noord, de windkracht. En ik zag

in het duister een licht tegen de golven, en dichterbij

wat hij schreef in een handschrift van vroeger.

.

Allang dood, hij. Alle zeeën bevaren, alle havens gezien,

Archangel, Valparaíso, het gedicht van de scheepsarts.

Vier op, vier af. een nacht op de toren, brik om de Noord,

stilte, roken, schrijven, stilte, het licht over het duin,

.

de toren nu zonder een mens.

.

Neonpoëzie

Sanders law Library

.

In tegenstelling wat de titel hierboven doet vermoeden is de Sander Rechten Bibliotheek een onderdeel van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Blijkbaar is het aantal buitenlandse studenten al zo groot dat ook het woord bibliotheek aan devaluatie onderhevig is. De reden dat deze bibliotheek in september van dit jaar in het nieuws kwam is echter wel een positieve. Bij de ingebruikname van het gebouw werd namelijk een gedicht van Coby Poelman-Duisterwinkel onthuld getiteld ‘Diploma uitreiking’.

De man van Coby werkt als conciërge op een school voor speciaal onderwijs. Leerlingen die er vaak uitgestuurd worden kent hij het best. Die mogen hem helpen. Dat blijft niet alleen bij helpen, ze willen ook hun ei kwijt. Op een dag vroeg een leerling: Meneer Poelman, uw vrouw schrijft toch gedichten? Wil ze voor mij een gedicht schrijven over hoe het is om astma te hebben? Er kwam voor hem een gedicht over astma. Het werd geplaatst in het  Longfonds-magazine.
Enkele jaren later kwam hij als oud-leerling vragen of de vrouw van meneer Poelman wel een gedicht wilde schrijven voor zijn diploma-uitreiking. Hij had  zijn opleiding voor Sociaal Cultureel Werk met goed gevolg afgerond.
Er kwam een gedicht voor zijn diploma-uitreiking. Omdat het gedicht misschien voor meer mensen interessant kon zijn heb ik het ook op internet geplaatst. Daar werd het opgepikt door de Universiteit en zo werd het gedicht geplaatst in de nieuwe bibliotheek.

Naast het (deel van het) gedicht van Coby Poelman-Duisterwinkel zijn in rood en geel nog twee gedichten aangebracht in neon op de wand van de bibliotheek.

.

Diplomauitreiking

.

Veelkleurig schilderen we
delen van het leven,
een groot vlak sociaal
boven het cultureel,
door ’t hele doek
zien we onszelf verweven,
hier iets te weinig,
daar weer iets te veel.

Het sociale buigt zich
naar de ander over,
het culturele haalt
het anders in de ander boven,
ziet het ontplooien in verrassend
tot een gouden zonneboog.

Zo komen we tot de voltooiing,
zo vliegeren we naar omhoog!

.

Poëzieroute Wassenaar

A. Marja

.

Nederland blijkt een land van wandel- en fietsroutes te zijn. Niet alleen ter recreatie maar vaak ook langs kunst, beelden en poëzie in de buitenruimte. Ik schreef in het verleden al over verschillende poëzie(wandel)routes in Nederland en België maar ik kwam er recent weer een tegen in Wassenaar https://www.poezieroutewassenaar.nl/. De Stichting Poëzie Route Wassenaar bestaat uit 3 niet nader genoemde personen uit deze plaats en heeft tot doel een interessante en mooie route samen te stellen om gedichten dichterbij mensen te brengen. Zij willen dit doen door een route van 24 gedichten in de openbare ruimte te plaatsen van gedichten van dichters die in Wassenaar gewoond hebben of die op andere wijze een band hebben met Wassenaar.

Van de 24 geplande gedichten zijn er inmiddels 16 geplaatst op plekken in het dorp, van de bibliotheek en de kerk tot op de parkeergarage en in tuinen. Op de hoek van de Zuylen van Nijeveltstraat, bij nummer 202 ligt voor de stoep van De Wassenaarse Krant een tegeltableau met een gedicht van A. Marja. Marja is het pseudoniem van Arend Theodoor Mooij (1917-1964). Marja woonde niet in Wassenaar, maar hij verbleef in de Pauwhof, een buitenplaats in het dorp waar het echtpaar Overvoorde-Gordon gastvrijheid bood aan letterkundigen om in een rustige omgeving te kunnen werken.

.

 

Poëzie / Költészet

Poëzieproject

.

Eind 2016 werd ik benaderd door de Stichting Maassluis Partnerstad Kézdivásárhely met de vraag of ik mee wilde denken over een project met de zusterstad van Maassluis in Roemenië Kézdivásárhely. Deze stad in het Hongaars sprekende deel van Roemenië is naast Hatvan (in Hongarije) al jaren zusterstad van Maassluis en er zijn op verschillende niveau’s al uitwisselingen en projecten gedaan. Maar nog niet op het gbeid van literatuur en poëzie. Ik heb vervolgens een aantal dichters van de Poëziewerkplaats benaderd met de vraag of ze mee wilde doen. Ook in Kézdi heb ik via mijn collega van de bibliotheek aldaar gevraagd naar namen van dichters. Toen ik die kreeg en deze dichters voorstelde om mee te doen was men meteen enthousiast.

Vervolgens had het vertalen nogal wat voeten in de aarde, met nagenoeg geen budget en de wil om een bundeltje te laten maken hebben we naar wegen gezocht om dit te realiseren. Uiteindelijk is dat gelukt en van de 9 deelnemende dichters (5 uit Nederland en 4 uit Roemenië) is een gedicht van het Hongaars naar het Nederlands en van het Nederlands naar het Hongaars.  Ans van der Wiel tekende voor de vormgeving en het werd uitgegeven onder uitgeverijnaam van MUG books. Nu is dit kleine maar fijne bundeltje een feit. Ik sta er zelf in met het gedicht ‘Voor jou’ of ‘Hozzád’ maar hier koos ik voor een gedicht van Sántha Atilla met het gedicht ‘Rákosidénes’ of zoals het in de vertaling heet ‘Dénesrákosi’.

.

Dénesrákosi

 

Hij ging, want hij werd meegenomen.

Achttien jaar was hij. Gelukkig

kreeg hij van zijn moeder genoeg mee,

zodat hij nog voor enkele dagen de smaak van thuis proeven kon.

 

Hij ging, want hij werd meegenomen.

Rechtstreeks naar het Italiaanse front,

terwijl hij alleen maar aan vrouwen kon denken.

 

Bij de Piave hebben ze zich

voor drie jaar ingegraven,

de frontlijn en hij werden beide stijf;

daarvoor kreeg hij een extra portie broom.

 

Misschien leerde hij een Italiaans meisje kennen,

dat van hem hield en een vers broodje voor hem bakte,

maar hij kan ook maagd zijn geweest,

toen hij aan het prikkeldraad bleef hangen.

 

Rákosidénes

 

Ment, mert vitték,

tizennyolc évesen. Még szerencse,

hogy anyja felcsomagolta,

és pár napig szájában érezhette

az otthoni kenyér ízét.

 

Ment, mert vitték,

egyenesen az olasz frontra,

pedig csak a nőkön járt az esze.

 

Piavénál három évre beásták

magukat a földbe,

a frontvonal és ő is megmerevedett,

ezért extra adag brómot kapott.

 

Lehet, megismert valami olasz lányt,

ki szerette és friss cipót sütött neki,

de az is lehet, szűz volt,

mikor a szögesdróton fennakadt.

.

%d bloggers liken dit: