Site-archief

Dichter over dichter

William Carlos Williams

.

De meeste dichters kennen veel andere dichters. Hun netwerk is vaak groot. Hierdoor komt het met enige regelmaat voor dat er een gedicht voor of over een andere dichter wordt geschreven. Maar het komt ook voor dat dichters schrijven over een dichter die wordt bewonderd of in dit geval over een dichter die is overleden. In de bundel ‘Bernlef voorgoed gedichten 1960 – 2010’ van dichter, schrijver J. Bernlef staat het gedicht ‘In memoriam William Carlos Williams’.

William Carlos Williams (1883 – 1963) is een van de belangrijke Amerikaanse dichters van de eerste helft van de 20e eeuw. Williams ontwikkelde een duidelijk idee van waaruit hij zijn gedichten schreef. Hij wilde naar een typisch Amerikaanse poëzie: uitgaand van de Amerikaanse taal en zich baserend op het alledaagse leven in Amerika. Williams wilde een heel directe poëzie die aansloot bij de werkelijkheid zoals ze is, en hij had dan ook een afkeer van het gebruik van metaforen en symbolisme in poëzie. De invloed van Williams als dichter groeide langzaam in de jaren ’20 en ’30. In de jaren ’50 ontstond een heel nieuwe belangstelling voor Williams toen hij door dichters van de Beat Generation, zoals Allen Ginsberg, speciale waardering kreeg.

.

In memoriam William Carlos Williams

.

in de tram gedichten
van William Carlos Williams
zitten lezen zoals je
.
de krant leest, bijna stui-
tend in hun feitelijkheid
een kaart van een collega
.
ontvangen Flossie (zijn
vrouw) in bad schapen
over een brug wuivend een
.
man in een tuin William
Carlos Williams schrijft wat
hij ziet als een recept
.
‘de wereld vertoont geen symp-
tomen waarom dan zouden
wij willen genezen wat in
.
ons
huist er zijn geen problemen
een constructiefout in het glas
.
geeft nog geen recht over god
te spreken’ – getekend dokter
William Carlos Williams
.
in zijn achtertuin bezig een
heg bij te knippen in zijn voor-
tuin een grashalm te zien in het
.
licht van 2.15 u. n.m.
dat niet discrimineert in
het licht van zijn naderende
dood
.

Van Duinkerken en Kemp

Dichters over dichters

.

Vandaag in de rubriek ‘Dichters over dichters’ de dichter Anton van Duinkerken (1903 – 1968) die het gedicht schreef ‘Voor Pierre Kemp’ de Limburgse dichter die leefde van 1886 tot 1967. Willem Asselbergs (zoals de echte naam van Anton van Duinkerken luidde) was dichter, essayist, hoogleraar, redenaar en literatuurhistoricus. In 1933 kreeg hij de C.W. van der Hoogtprijs, in 1960 de Constantijn Huygensprijs en in 1966 de P.C. Hooft-prijs.

In de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1957 is het gedicht opgenomen ‘Voor Pierre Kemp’. Kemp, net als van Duinkerken afkomstig uit het zuiden van Nederland, was net als van Duinkerken een van de woordvoerders van het katholieke levensbesef (zoals zo mooi omschreven staat achterop de bundel van van Duinkerken). Het gedicht komt uit het hoofdstuk ‘In spiegel en raadsel’ uit de bundel. Uit het gedicht blijkt een grote mate van bewondering van van Duinkerken voor de dichter Kemp.

.

Voor Pierre Kemp

.

In de trein zitten, buiten kijken,

Seinwachtershuisjes zien staan,

Van binnen op klaprozen lijken,

Wie heeft dit bekwamer gedaan?

Nadoen kan ik u niet.

Ik mis die saffraangeel klanken.

Voordoen is echt niet nodig.

Dit weten maakt ieder lied

Van mij voor u overbodig

Behalve dan om u te danken.

.

Schilderij uit de schrijversgalerij van het Literatuurmuseum in Den Haag van Theo Swagemakers ( 1898 – 1994)

Dreamsong 14

John Berryman

.

De Amerikaanse dichter en schrijver John Berryman (1914 -1972) brak met zijn poëzie door in 1956 met ‘Homage to Mistress Bradstreet’, een dramatische monoloog waarin hij zijn bewondering uitspreekt voor Anne Bradstreet (1612 – 1672), ook wel de ‘eerste Amerikaanse dichteres’ genoemd. Berryman begon overigens al veel eerder met het schrijven van poëzie in de jaren dertig van de vorige eeuw. In de jaren veertig publiceerde hij een aantal bundels; ‘Poems’ in 1942 en ‘The Dispossessed’ in 1948 maar die sloegen niet meteen aan bij het grote publiek.

In 1965 won hij de Pulitzerprijs voor de bundel ’77 Dream Songs’. Berryman wordt wel gerekend tot de school van de ‘confessional poetry’. Dit is poëzie van ‘het persoonlijke of het ik’, die autobiografisch is en waarin vaak taboe onderwerpen worden behandeld als seksualiteit, geestesziekte en zelfmoord. Berryman is duidelijk verwant aan Robert Lowell en Anne Sexton. De humor die hij telkens weer door de behandeling van serieuze levensvraagstukken weeft werkt echter relativerend en verfrissend. In ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries, staat het gedicht ‘Dreamsong 14’ in een vertaling van Rob Schouten. Voor de liefhebbers van het originele werk ook het gedicht in het Engels.

.

Dreamsong 14

.

Leven, vrienden, verveelt. Zie je verkeerd

immers de zon straalt en de zee smacht,

wijzelf stralen en smachten

daar komt nog bij dat moeder toen ik klein was zei

(en meer dan eens) ‘Wie zegt dat-ie zich zo

verveelt ontbeert

 

een Innerlijke Bron.’ Nou: ik ontbeer

een innerlijke bron want ik verveel me dood.

Mensen vervelen me,

literatuur verveelt me, vooral grote,

Henry verveelt me, z’n ‘ja doe ik’, ‘zeker’

net zo stierlijk als Achilles

.

die mensenvriend met z’n heldengedoe,

stomvervelend.

De kalme heuvels, gin, allemaal saai gelispel

op een of andere manier

is er een hond met staart en al een eind

de bergen ingehold, de zee, de hemel

met achterlating van: mij, kwispel.

.

Dreamsong 14

.

Life, friends, is boring. We must not say so.
After all, the sky flashes, the great sea yearns,
we ourselves flash and yearn,
and moreover my mother told me as a boy
(repeatingly) ‘Ever to confess you’re bored
means you have no
Inner Resources.’ I conclude now I have no
inner resources, because I am heavy bored.
Peoples bore me,
literature bores me, especially great literature,
Henry bores me, with his plights & gripes
as bad as achilles,
who loves people and valiant art, which bores me.
And the tranquil hills, & gin, look like a drag
and somehow a dog
has taken itself & its tail considerably away
into mountains or sea or sky, leaving
behind: me, wag.

.

%d bloggers liken dit: