Site-archief

De stervende dichter

Hendrik Kretzer

.

In mijn boekenkast staat het boek ‘Dichten over dichten’ een bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw. Een vuistdik boek met daarin echt prachtige gedichten over poëzie, over dichters, dichten en gedichten. De bundel is samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters en verscheen in 1994. En hoewel dus al 25 jaar oud heeft deze bundel nog niets van zijn kracht verloren. Bijna 600 pagina’s smullen van prachtige poëzie over poëzie. Op de titelpagina staat onder de titel: Een ontwikkelingsgang, wat volgens mij slaat op de chronologische volgorde die is aangehouden maar lezend door de bundel vraag ik me dat eerlijk gezegd af, er lijkt geen chronologie in aangebracht. Gelukkig is er een bibliografie en inhoudsopgave. De bundel begint met een mededeling dat ‘Aan de wet omtrent het Kopijrecht is voldaan, gevolgd door een mededeling aan welke mensen een present-exemplaar is gezonden (den Koning, den Prins van Oranje, Prins Frederik der Nederlanden en een aantal ministers uit de 19e eeuw. Waarna het eerste, op een gedicht lijkende tekst op de derde pagina staat van P.G. Witsen Geysbeek: Intekening op de gedichten van – –

.

Liefdadigheid is een der eerste Christenpligten:

‘k weet niet wat meer, uw nood of uwe poëzy,

Myn hart beweegt tot medely’…

Ja, ‘k teken in op uw gedichten.

.

Al bladerend en lezend in het boek kwam ik een gedicht tegen van de, mij nog onbekende, dichter Hendrik Kretzer (1818 – 1856). Van hem is het gedicht ‘De stervende dichter’ opgenomen dat verscheen in 1895 in de bundel ‘Nederlandse scherts, humor en satire’. Op de geweldige webbsite https://www.dbnl.org staat te lezen over hem:  “Zijn ijverige arbeid in den tweeden jaargang van Braga heeft aanmerkelijke wijzigingen ondergaan, eer zij ter perse ging, door een medewerker, vaster in maat en rijm dan de genie-officier met zijne overigens groote talenten, die naast dit geestig dichtwerk zich op de wijsbegeerte toelegde en inzonderheid een sterk aanhanger was der toen hoogvereerde philosophie positive van Aug. Comte.”

Verder is niet veel van hem bekend behalve dat hij opgeleid werd aan de militaire academie en dat hij het tot 2e luitenant der genie heeft geschopt.

.

De stervende dichter

.

Snel vloog mijn penne rond. –

Sneller mijn inkt…

Groot was mijn schrijfinstinct –

Maar – ongezond.

‘k Sterf en – ’t verrast me niet!

‘k Zing nog een laatste lied

Uit de karaf –

Een been in ’t graf

.

Ziet hoe Aurore thans

Bleekt van de pijn!

Waar zal de weêrga zijn

Van mijn kadans?

Kroonloze Fuhri! vlugt …

Hoort vge geen plaat-gezucht?

’t Roept om een lier

’t Raakt me geen zier

.

Schrei niet zoo, lezeres!

’t Roert me te zeer.

Troost u: er gaan er meer

Met me op de flesch.

Na dit nog één koeplet

Dat er de kroon opzet: –

Lammer produkt

Is nooit gedrukt

.

Broeder hoe fronst ge zoo?

Wordt het u bang?

Volgt uw verbeelding noô?

Vroomt u me zang?

Neen! want me borrelpraat

Houdt zoo perfekt de maat,

Dat je er een punt

Aan zuigen kunt

.

 

Aan den uitgever

G. Brandt Maas

.

Ik hou van bijna vergeten dichters, vaak zijn dit dichters die enige bekendheid hebben gehad in een bepaalde tijdsperiode maar is hun bekendheid tot die periode beperkt. Grappig genoeg doen veel van dit soort namen toch altijd wel ergens een belletje rinkelen. Bij de dichter G. Brandt Maas, de dichter die ik vandaag in deze categorie wil behandelen, is dat maar zeer de vraag. In de bundel ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw (samengesteld door Atte Jongstra en Arjan Peters, 1994), staat Brandt Maas met twee gedichten.

Maar na enig speurwerk kom ik toch niet veel verder dan dat deze beste man (?) in de eerste helft van de 19e eeuw vooral vertaalde uit het Duits en het Engels. In dit geval kun je dus wel spreken van een vergeten dichter. Het gedicht ‘Aan den uitgever’ werd oorspronkelijk gepubliceerd in “Gedichten, deel I’. Vooral de laatste regel spreekt mij als uitgever van MUG books erg aan want zo is het maar net.

.

Aan den uitgever

.

Zou het mij hetzelfde wezen,

Wat gij aan mijn boekje deed?

Man! wenscht gij te zijn geprezen

Zorgt dan, dat gij ’t netjes kleedt.

’t Zij een hupsch, aanvallig klantje,

Zoo door letter als papier;

Keurig ook door ’t proper bandje,

Wel eenvoudig, maar met zwier.

Laat een prentje dan ook prijken

Op het zindlijk titelblad;

Geef te lezen en te kijken,

Elk zijn’ smaak en ieder wat.

Neen, het zijn geen grilligheden,

Dat die zorge u wordt verzocht;

’t Heeft gewis zijn goede reden,

Wel getooid is half verkocht!

.

De kleurige onbekende

Dichten over dichten, Karel Appel

.

In de mooie bundel ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw van samenstellers Atte Jongstra en Arjan Peters, kwam ik een opmerkelijke naam tegen; Karel Appel. Iedereen kent de schilder Karel Appel (1921 – 2006) maar dat hij ook gedichten schreef was mij in ieder geval onbekend.

In deze bundel staat van zijn hand het gedicht ‘Regen in Holland’ oorspronkelijk verschenen in ‘Kleurige onbekende’ uit 1986, een verzameling gedichten en tekeningen van Karel Appel. In een recensie van de poëzie las ik dat zijn gedichten tussen 1941 en 1982, op een licht toegenomen pessimisme na, in karakter niet veranderd was. De recensent oordeelde dan ook over zijn poëzie als zijnde naïef.

Oordeel zelf zou ik zeggen.

.

Regen in Holland

.

Misschien gaan we uit eten

.

of misschien bedenken we

een aap in spijkerbroek

die aan de jenever is

.

ik denk aan oude

Hollandse windmolens

al dat water, al die wind

al dat gedraai in het rond

.

geen nieuws vandaag

en dat rot geheugen van je

heb je er wat aan?

.

maakt dat een dichter van je?

.

%d bloggers liken dit: