Site-archief

Dubbel-gedicht

Oud Eik en Duinen

.

Jaren geleden schreef ik een gedicht over de prachtige oude begraafplaats Oud Eik en Duinen. Dit gedicht werd onder andere gepubliceerd in mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’, De Oud Hagenaar, in Poëzie op Pootjes 3 en op de website van Monuta (hetbedrijf dat Oud Eik en Duinen beheerd) https://www.monuta.nl/vestiging/begraafplaats-oudeikenduinen/actueel/wouter-heiningen/ . Afgelopen weekend las ik in een editie van Maatstaf tot mijn verbazing een gedicht met dezelfde titel. In de Maatstaf nummer 1 van de veertiende jaargang (1966) staat het gedicht ‘Oud Eik en Duinen’ van dichter F.L. Bastet.

Frédéric Louis Bastet (1926 – 2008) was een Nederlandse literator, biograaf van Couperus, archeoloog, schrijver, essayist en dichter. In 1960 debuteerde hij met de poëziebundel ‘Gedichten’ en gedurende zijn leven schreef en publiceerde hij regelmatig dichtbundels. Tussen het eerste gedicht (van mij) en het tweede gedicht (van F.L. Bastet) zit ongeveer 50 jaar.

.

Oud Eik en Duinen

.

De kraaien zijn geen kraaien
meer, maar kauwen
hun zwarte werk verlicht

.

hier trekt je laatste adem
een kou doortrokken wintervacht aan
en zingt de lucht in stilte

.

de prikklok slaat nu nog eenmaal
gaten in de tijd, toch, wie er moet zijn
is aanwezig

.

hij die stof verlangt
wordt niet teleurgesteld, de grond
wordt dik belegd met ons gepeins

.

Oud Eik en Duinen

.

Geen freule draagt meer veertjes in haar staart.
Dat is voor vogeltjes die bij de berk,
nog niet gepiept, de kantjes van de zerk
aflopen waar een muskusgeur ontaardt.
.
Laan Copes leeggesnikt. Een fijnbesnaard
zonharpje speelt op paal en plantjesperk.
En Psyche (art nouveau) bekruipt een sterk
klimopgevoel terwijl zij navelstaart:
.
Vermoeden van een kelder kleine zielen,
bloedarm verdriet, een krocht archilleshielen
en menige onuitgepiozen bruid.
.
O dood, niet groter dan de paardetram,
dof als een in de trijp gesmoorde stem,
hoe beeldig teren witte rozen uit.

.

Archeoloog

Riekus Waskowsky

.

Uit de bundel ‘Tant pis pour le clown’ uit 1966 van de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932-1977) waarvoor hij in 1968 de  Alice van Nahuys-prijs won, het gedicht ‘Archeoloog’.

.

Archeoloog

.

Hij is niet gelukkig, nu langzaam,

na jaren voorbereiding, zijn handen

de bedolven stad bevrijden.

.

Kranten en vakbladen

zullen over zijn vondsten juichen

maar hij is niet gelukkig.

.

Oude vormen van wanhoop, de resten van het leven

dat hij aarzelend blootlegt, vullen zijn hart.

.

1200 jaar voor christus sterft hij dan

bij de verwoesting van Mycene.

.

Facebookproject

David van Reybrouck

.

Afgelopen zondag als Zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO, vandaag met een gedicht op dit blog. David van Reybrouck is behalve dichter, cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver van proza en theaterteksten uit Vlaanderen. Een veelzijdig man, zo is hij de oprichter van het Brussels dichterscollectief, bezieler van de G 1000, een burgertop, over de taalgrenzen heen, die 1000 Belgen liet overleggen voor een betere democratie in België, voorzitter van de PEN Vlaanderen en winnaar van verschillende literatuurprijzen waaronder de Libris geschiedenis prijs en de AKO literatuurprijs.

In februari 2011 startte hij een Facebookproject rond het collectief vormgeven van een gedicht, vertrekkende van een willekeurig gekozen zin uit een krantenartikel. Op de startzin voor de nieuwe constructie: ‘Het waren eenzame kilometers tussen Ieper en Brussel’ kwamen 110 reacties. De eindredactie bleef bij de initiatiefnemer. Hieronder het resultaat van dit project en een gedicht van zijn hand.

.

In alle vroegte

het waren eenzame kilometers

tussen Ieper en Brussel

het was stil alleen de tijdgeest sprak

op de radio sprak een man in tongen

de donkere rit werd een moeilijke

puzzel

ontbinding onveiligheid hevig

verlangen

ik vreesde dat het slijk zou schreeuwen

om zoiets als een veldrit

op zondagnamiddag

kilometers lang ben ik

gesteven wegen natriumrood

verlicht duizenden strepen niets

naderde zelfs niet in meters

de nacht die zal breken

de opgaande hoofdstad

vuurrode longen

ja we zijn er om te vertrouwen

van skyline naar zeespiegel

van aarde naar beton

en eenzaamheid stuwt voort weekt los

de wind jaagt het hout kraakt

een vlucht lijsters nee spreeuwen

wijzigt van lijn

soms had ik gelukkige gedachten

fluwelen zetels koffie snijbloemen

antiek

langs het water stonden paarden

rechtopstaand te slapen

daar lag mijn grond daar lag de pijn

.

 

De kruik

 

– Voor Agnès –

Jezelf zo schikkend als was ik een bad,
hoofd onder kin, rug langs mijn buik
spoel je aan in zilver en kwik.

Lig nu stil. Langzaam laat ik het water
lopen. De kruik kleedt je uit
in het helderste wit. Je hals van email,
je schouder die schatert van licht.

Sluit je de ogen, je haar wordt een wier.
Vind ik een vorm voor water dat loopt?
Het wuift en wacht, een onweer op zee,
je oogleden blijven gesloten.

.

david_van_reybrouck_spreker_g1000_5

Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl, foto: readmylips.be

Tsjebbe Hettinga

Faderpaard

.

Afgelopen zondag was schrijver/archeoloog/dichter David van Reybrouck zomergast bij het gelijknamige programma van de VPRO. In de uitzending kwam de poëzie enige malen ter sprake. Bij het fragment van Tsjebbe Hettinga sprak van Reybrouck zijn liefde uit voor de ‘vlezige dichters waar het vet vanaf druipt’ zoals Claus, Ter Balkt en dus Hettinga.

Van de dichter Hettinga liet men een stuk uit de documentaire van Pieter Verhoef zien waar een deel van het gedicht  ‘Faderpaard’ te zien was. Rondom Faderpaard  is begin van dit jaar een groot muziekspektakel opgezet in Leeuwarden met 100 Friese paarden. Zie hiervoor http://www.npo.nl/fryslan-dok/18-01-2014/POW_00728907

Hieronder Tsjebbe Hettinga met Faderpaard.

%d bloggers liken dit: