Site-archief

het is de tijd die dringt

Dichter van de maand April

.
Vandaag, de laatste zondag van April, voor de laatste keer een gedicht van Sabine Kars, dichter van de maand April. Wil je alle gedichten van Sabine nog een keer lezen (en niet alleen de gedichten in het kader van de dichter van de maand maar ook de andere gedichten die ik al eens plaatste op dit blog van haar hand) type dan Sabine Kars in bij de zoekfunctie.
.
Volgende maand een nieuwe dichter van de maand, wie dat gaat zijn weet ik nog niet dus dat wordt een verrassing.
.
het is de tijd die dringt
.
als je zwijgt hoor je
hoe het land beweegt
is het onwil
.
of de haastige grond
die je bevreemdt?
.
is er een middel tegen
dit voortdurend drijven
.
een zacht geluid
tegen het ontbreken
en voor het bedaren
van de jacht?
.
is er een zin
waarnaar we terug kunnen keren
een verband dat ons verwacht?
.
het valse verschil
met het landschap geordend
uitgelijnd
.
een smalle wijk
de symmetrische straten
hun dunne hartslag
.
plotloos
.
en wij in fragmenten
een expositie
van ingehouden adem
.
zonder mededeling
of veranderde waarde
in het onvoltooide licht
.
Advertenties

Karavaan van zoeklichten

Dichter van de maand

.

Vandaag in het kader van de Dichter van de maand April, het gedicht ‘de vlucht’ uit 2016 van Sabine Kars. Ik heb dit gedicht gekozen om zi’n mooie zinnen en om het feit dat Sabine gedichten kan schrijven waarvan ik vaak in eerste instantie denk; ‘Waar gaat het nu precies over’, terwijl ik wel het gevoel heb dat ik dat al voor een deel weet. Vaak pas bij zorgvuldig nader lezen komt het dan tot me. Die ervaring gun ik een ieder uiteraard.

.

de vlucht
.
dit is voor
het vallen uit het zicht
in een kapotgeschoten lied
.
de vertraging van het licht er is
geen wachtlijst voor nauwe woorden
.
wie de ogen sluit
voelt de kans
om te verdwijnen
.
en vragen tot aan de lippen
worden in zeeën weer thuisgebracht
.
losgeraakt mens
waarheen te gaan
.
karavaan
van zoeklichten
.
genummerd en rusteloos
veroordeelden in de kerende wind
.

Sabine Kars

Dichter van de maand

.

Vandaag opnieuw een gedicht van de dichter van de maand april Sabine Kars. Dit keer het gedicht ‘plaatsbepaling’ waarin ze opnieuw haar eigen ervaringen van het afgelopen jaar heeft verwerkt.

.

plaatsbepaling
.
het loket
droeg de naam
plaatsbepaling
.
men vroeg
naar mutaties
in geboortegrond
.
ik kreeg een staalkaart
van voorgangers
en nakomers
.
conservatoren
met dauw
op de slapende handen
.
maar alles wat ik wilde was
een weiland
als leefruimte
.
en het vergaren
van veren
of vloeibaar blijven
.

Borg

Sabine Kars

.
De dichter bvan de maand april, Sabine Kars, heeft op zijn zachts gezegd een nogal roerige tijd achter de rug. In haar poëzie komt dit gegeven regelmatig terug wat ik heel goed kan begrijpen. Dat narigheid kan leiden tot prachtige poëzie is slechts een pleister op de wond maar vaak wel een prachtige pleister zoals het gedicht ‘Borg’.
.
borg
ik geef alles terug
het gehuurde licht het onbewoonbare
gedicht de gedachten waar ik al lang niet meer
in voorkwam
.
en de tijd
de tijd die ik nam
en die me nu alleen nog maar
op de godvergeten hielen zit
.

Dichter van de maand april

Sabine Kars

.

De dichter Sabine Kars ken ik al jaren. Eind 2012 stonden we al eens samen op een podium met andere dichters in Brielle, ze werd 3e bij de eerste Ongehoord! gedichtenwedstrijd met het gedicht ‘Thuisfront’, ze trad als dichter op in het Witte Kerkje in Maassluis op mijn verzoek, we werden beide uitgenodigd door Greta Lugtmeier bij de presentatie van haar bundel ‘Onderstroom’ in 2015 en ik werd door haar en Mas Papo als eerste studiogast uitgenodigd bij hun prachtige radioprogramma bij B-FM met als titel ‘Over poëzie en muziek’ https://www.overpoezieenmuziek.nl.

Sabine Kars heeft zich door de jaren heen ontwikkeld als een zeer boeiende en bijzondere dichter. Ik plaatste al eerder gedichten van haar op dit blog en deze maand dus elke zondag een gedicht van haar hand. Vandaag als eerste een gedicht ‘A capella’.

.

A capella

.

ik zag je gaan

in jouw allerlaatste huid

en buiten werd het almaar kouder

.

je wilde weg uit dit huis waar je

nergens kon dansen, nergens kon huilen

nu staan je ogen te huur

.

ergens moet er iets vergeten zijn

maar niet het grafieten baden

in een ontluisterende jeugd

.

er was niets om voor te blijven en

onder het aanhoudend stijgen

van heliumgevulde huizen

raak ik ook jouw woorden kwijt

.

je glazen vragen die herhaalden

de verhalen op de vlucht

was je toen al weg?

.

nu waai je uit

en hoor ik enkel nog

het schudden van een rusteloze taal

.

wat rest

is het telkens weer

het telkens weer gaan zingen

.

en de bloemen die zich roeren

wie weet is het de laatste dag

.

Van deze plaats af kan ik alles horen

Dichter van de maand april

.

Vandaag de laatste dichter van de maand (voorlopig). Vanaf mei zal ik op zondag een dichter of gedicht op verzoek plaatsen in de categorie ‘Dichter op verzoek’. Heb je een gedicht of een dichter waarvan je vindt dat deze wel wat extra aandacht verdient, laat me dit dan weten, reageer op deze post of laat het me via Facebook, Twitter of Instagram weten. Nu dus de laatste keer een gedicht van dichter van de maand april Neeltje Maria Min. Een gedicht uit haar bundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ uit 1966 getiteld ‘Van deze plaats af kan ik alles horen’.

.

Van deze plaats af kan ik alles horen

.

Van deze plaats af kan ik alles horen.
Ik hoor de tafel kraken onder het gewicht van borden.
Ik hoor dat er kinderen worden geboren.
Steeds hoor ik kinderen geboren worden.

De kamer vult zich met geluid.
Ik hoor het roesten van het slot.
Ik hoor het rotten van het fruit.
Steeds hoor ik hoe het fruit verrot.

Ik kan alleen maar luisteren en zwijgen,
alleen maar luisteren naar wat mijn vader leest.
Elk woord begint met dat onrustig hijgen.
Ik ben er niet. Ik ben er nooit geweest.

.

Als wat wij zagen

Dichter van de maand april

.

Het voorlaatste gedicht in april van de dichter van de maand Neeltje Maria Min is het gedicht ‘Als wat wij zagen’. Door de afbrekingen een misschien in eerste instantie wat minder toegankelijk gedicht maar na een tweede en derde lezing wordt het vanzelf duidelijk. Uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995 dit gedicht.

.

Als wat wij zagen

.

Als wat wij zagen in de mouw
van die tot vod gedragen,
die visgraat, die nederige
vermomming van mijn moeder,
die waar geen knoop meer
aan zat maar toch sloot,
die oude grijze in zich-
zelf gekeerde winter-,
zou onze toekomst zijn:
zo duister en bekend,
zo splinternieuw.

.

Hier gebeurt niets

Ben jij het

.

Het gedicht van de dichter van de maand Neeltje Maria Min van vandaag laat zien dat een goed gedicht over echt van alles kan gaan en zelfs hele banale of op het oog onbelangrijke gebeurtenissen op een poëtische manier kan beschrijven.

Uit  2010 het gedicht ‘Ben jij het’.

.

Ben jij het

Ben jij het vroeg ik de dode
die in de deuropening stond.
Iets donkers bewoog in het donker:
Ik ben het, ik ben het.

Ja, wie anders krijgt het in zijn hoofd
om in het holst van de nacht
zijn opwachting te maken.
Mijn hand vond zijn wang. Zeker
een week niet geschoren. Maar
hij was het, hij was het.

.

NLMD02_M-00936-IV-158, 27-07-2007, 15:07, 8C, 4086×3138 (1899+3104), 100%, LMzw2, 1/100 s, R52.5, G33.6, B41.9

Nooit wacht er een man op een vrouw

Neeltje Maria Min

.

Het gedicht van de dichter van de maand april, Neeltje Maria Min, is dit keer het gedicht ‘Nooit wacht er een man op een vrouw’ uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995.

.

Nooit wacht er een man op een vrouw

Nooit wacht er een man op een vrouw.
Een man gaat naar zee of hij vecht
of hij komt in een afgrond terecht.
Mannen gaan altijd weg.

Op een balkon speurt een vrouw,
de hand aan haar slaap,
de horizon af: Komt hij gauw?

De wacht zet zich voort
op luchthaven, kade, perron
en bij de gevangenispoort.

Eerlijk, het wachten viel licht
als hij terug is waar het begon.
Ze vertrouwt het vertrouwde gezicht.
Haar zeeman, haar dief, haar soldaat,
haar dappere ontrouwe lief
die het niet helpen kon.

.

Dichter van de maand april

Neeltje Maria Min

.

In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.

Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.

.

Zij stonden voorovergebogen,

voorhoofd aan voorhoofd.

Daaronder bewogen

handjes en voetjes.

Een zieltogend lijfje,

een kindje van vijf.

.

Zij spraken, maar spraken in scherven.

Zij schoven uit hun groot gezicht,

dat als een dak boven mijn ogen hing,

woorden van een gedicht

in omgekeerde volgorde.

.

Ik was hun kind.

Ik voelde me verplicht

om weer gezond te worden.

Ik sidderde nog eenmaal en besloot:

Ik ben hun kind,

ik ga nog lang niet dood.

.

 

%d bloggers liken dit: