Site-archief

Nachtroer

Charlotte Van den Broeck

.

Sommige dichters gaan harder dan anderen. Waar dat aan ligt is soms moeilijk te zeggen. In het geval van Charlotte Van den Broeck (1991) is dat zeer waarschijnlijk te danken aan haar nieuwe bundel ‘Nachtroer’. Deze bundel is haar tweede bundel en ze lijkt nu ook in Nederland voet aan de grond te krijgen met deze door De Arbeiderspers uitgegeven bundel. Haar debuutbundel  ‘Kameleon’ werd bekroond met de Herman de Coninck debuutprijs.

Nachtroer verwijst naar de naam van een Antwerpse nachtwinkel en vormt daarmee het vertrekpunt van deze bundel. De bundel begint met 8, in Romeinse cijfers genummerde gedichten van 8 terug werkend naar 1, waarna Nachtroer begint.

Charlotte Van den Broeck studeerde taal- en letterkunde aan de Universiteit Gent. Momenteel studeert ze woordkunst aan het conservatorium van Antwerpen.

Ik koos uit de bundel ‘Nachtroer’ voor het gedicht ‘Wrijfklank’.

.

Wrijfklank

.

Een stap naar links

en je valt buiten de bladspiegel, lig daar

buiten ogen om, buiten schreeuw en leugen om

.

lig daar tussen al wat bleek en slapend is en niet

geschreven wordt en blijf

 .

liggen, stil en alsof

en slijtvast op de naad

die loopt tussen slagader en verhaal

.

je moet nog zoveel mensen voor me zijn

je moet nog

.

cvdb

Advertenties

Dichters en schrijvers begraafplaats

Schoonselhof in Antwerpen

.

Op 2 augustus 2012 schreef ik over het zeer aardige en mooi vormgegeven boek ‘O en voorgoed voorbij’ dat door de NBD Biblion en De Arbeiderspers werd uitgegeven in dat jaar met een overzicht van een aantal graven van Nederlandse schrijvers en dichters. Ik moest hieraan denken toen ik via een foto op de Wikipediapagina van Het Schoonselhof in Antwerpen terecht kwam.

Dit voormalige landgoed werd in 1911 door de stad Antwerpen aangekocht en ingericht als begraafplaats. Beroemde schrijvers en dichters hebben hier hun laatste rustplaats gevonden.

Hendrik Conscience, Willem Elsschot, Hubert Lampo, Herman de Coninck, Marnix Gijssen, Gust Gils, Gerard Walschap en Paul van Ostaijen liggen hier begraven. Mocht je dus nog eens een verloren uurtje hebben en je in Antwerpen bevinden dan kan ik een reisje naar Schoonselhof zeker aanbevelen.

Hieronder een aantal graven en, natuurlijk, een gedicht van Gust Gils (1924 – 2002) getiteld ‘Een minnend paar’ uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957.

.

een minnend paar

.

een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar

liefde of toeval niemand weet het

stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer

.

graf-gg

Graf Gust Gils

hconscience_graf

Graf Hendrik Conscience

graf-gw

Graf Gerald Walschap

graf-hdc

Oude graf Herman de Coninck

wilrijk_graf_herman_de_coninck

Nieuwe grafsteen Herman de Coninck (2015)

1,71

Demi Baltus

.

Demi Baltus (1998) studeert geneeskunde aan de UVA en in 2015 won ze met haar poëzie de Velser Inter Scolaire (een algemene podiumkunsten wedstrijd voor middelbare scholieren in Gemeente Velsen).  Ze schrijft poëzie in de vorm van klankgedichten. In haar werk is klank en ritme heel belangrijk (wat ook blijkt uit het gedicht hieronder).

Haar gedichten luisteren net zo makkelijk weg als popsongs want zegt ze: “Ik wil dat mensen wakker blijven”. Afgelopen jaar was Demi één van de deelnemende dichters van de Poëziebus.

Uit de lesbrief van ‘Doe Maar Dicht Maar 2014-2015’ de docentenhandleiding het gedicht 1,71 van Demi.

.

1,71

.

Ik ken jou

Hoofd, schouders, knieën, teen

de stressvlek in je nek

en het trillen van je been

.

De glinstering in je ogen

en de woorden op je tong

De sproetjes op je neus

waar ik nog liedjes over zong

.

Ik ken je handen

koud maar veilig

De eerste haartjes op je kin

het puntje van je neus

en je hoofd van binnenin

.

Ik ken je lijfgeur als geen ander

Jouw lippen op mijn mond

Jouw 1,71

Mijn voeten van de grond

.

demi

Demi in actie tijdens de Poëziebus toer in Antwerpen.

Eddy van Vliet

Vlaams dichter

Eduard Léon Juliaan  (1942 – 2002) gebruikte als pseudoniem de naam Eddy van Vliet.

Hij studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Brussel en vestigde zich als advocaat in Antwerpen. Hij werkte mee als redacteur aan Yang, Kentering en Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van Vliet hield zich afzijdig van elke groep of stroming in de literatuur. Hij debuteerde met de bundel ‘Het lied van ik’ (1964), gedichten die abstraheren van de werkelijkheid en daarvoor in de plaats sprookjesachtige of mythische elementen plaatsen. Dat geldt ook voor de bundels ‘Duel’ (1967), bekroond met de Reina PrinsenGeerligsprijs, en ‘Columbus tevergeefs’ (1969), waarvoor hij de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg.

De thematiek van zijn poëzie is  gericht op de tegenstellingen goed en kwaad, liefde en geweld, waarbij hij het eigen ik als uitgangspunt kiest voor wat men als belijdenispoëzie zou kunnen kenschetsen. Uit ‘Na de wetten van Afscheid & Herfst’ het volgende gedicht.

.

Op de iden van maart

de dag dat Julius Ceasar werd geveld

zoals ik geleerd had

en toen nog dacht dat alles te leren viel

stierf zij

.

Zo ze dan toch moet verdwijnen

bad ik stiekem in de gang van het ziekenhuis

dan op de dag dat een keizer werd vermoord

zoals voorspeld in de vlucht der eenden

zoals gelezen op de tweede bank. derde rij links

afrukkend en geil van verdriet

.

En na de koffie met ooms en tantes

nooit gezien en stervensgereed

de hoon van de vrienden

om mijn tekens van rouw.

.

Na de wetten

27 gedichten en geen lied

Ramsey Nasr

.

Hoewel hij Dichter des Vaderlands was en de tweede stadsdichter van Antwerpen,  treed hij tegenwoordig vooral weer op als acteur van de Toneelgroep Amsterdam. Productie van zijn poëzie staat op een laag pitje. Hij is dan ook niet voor niets  dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur en librettist (tekstschrijver van muzikale stukken). Toch blijft Nasr voor mij vooral dichter. Daarom uit zijn bundel ’27 gedichten en geen lied’ uit 2000, het gedicht ‘Wie weet mij eindelijk’.

.

Wie weet mij eindelijk

Wie weet mij eindelijk, welke dodentolk,
Te doen bedaren in gezworen haat.
Ik volg de vaderen om vroeg en laat
Mijn land te zien. Ik leef tegen een volk
dat zebrapaden aanlegt over wonden,
Dat boven onze botten steen op steen
Bewoont, dat leven wil voor zich alleen.
Leeft dan in angst. Ons bloed wordt niet geronnen.
Op hoeveel scherven vlees weerkeert het recht.
En opgeblazen domme wraak en gal
Is wat er rest, als hersenen gaan denken.
‘Men mag een mens een leven niet ontschenken.
Ik hoop dat ik geen bommen maken zal.’

.

nasr

Moeder

Willem Elsschot

.

Ik moest vandaag denken aan een literaire wandeling die ik maakte met collega’s door Antwerpen aan de hand van een verhaal van Willem Elsschot. Uit het verzameld werk van Willem Elsschot (1882 -1960) heb ik daarom het gedicht ‘Moeder’ gekozen. Omdat ik zin had om iets van Elsschot met jullie te delen en omdat de taal van Elsschot zo heerlijk vol zit met woorden en uitdrukkingen waarvan ik geen weet heb maar waar ik zeer van kan genieten.

.

Moeder

.

Als vader slaapt gelijk een rustig beest,

en in zijn droom herkauwt en zalig lacht,

dan ligt gij wakker, starend in den nacht,

en roept uw zoons en dochters voor den geest.

.

Zij zijn gevloôn, als gieren voor ’t tempeest,

met stukken van het oude nest bevracht,

waarin gij dubbend op hun terugkeer wacht,

maar op de klok het woord des tijds niet leest.

.

Laat niet uw dagen slinken in verdriet;

geen macht die tanden aan uw mond verstrekt,

of ooit weer zog in uwe borsten wekt.

.

Er is niets aan te doen, zoals gij ziet.

Drink dus een borrel bij een passend lied,

daar schele Piet reeds met uw tenen trekt.

.

moeke

Zij

Bernard Dewulf

.

Voormalig stadsdichter van Antwerpen (2012-2014) Bernhard Dewulf (1960) is naast dichter ook redacteur, columnist en dramaturg voor theatergezelschap NT Gent. Dewulf publiceerde al gedichten in diverse literaire tijdschriften, voor hij debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Sindsdien publiceerde hij naast gedichten ook theatrale vertellingen, lezingen, kunstbeschouwingen en essays.

Uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 het liefdesgedicht ‘Zij’.

.

Zij

.

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,

maar slapen ieder onze nacht.

Haar lichaam ademt in mij voort

en binnen word ik weggedacht.

.

Woont daar iemand die bestaat

als zij zich sluit? Alles is

zo denkbaar in dit hoofd, ik

raak er niet in en niet uit.

.

Ik ken haar enkel in mijn armen,

zij houdt mij eeuwig op de tast.

Zij slaapt en wie is zij

die morgen weer in alles past?

.

Dewulf

Dewulf-2

 

Melopee

Paul van Ostaijen

.

Toen ik het gedicht ‘Melopee’ van de Antwerpse dichter en schrijver Paul van Ostaijen (1896 – 1928) las vond ik het meteen een bijzonder gedicht door zijn opbouw en zijn ritme. Toen ik opzocht wat Melopee betekende (Het ritmische gezang dat een declamatie begeleidt) begreep ik het gedicht al beter.

‘Melopee’  verscheen in de bundel ‘Nagelaten Gedichten’ uit 1928, die postuum uitgebracht werd. Het gedicht werd opgedragen aan de expressionistisch dichter Gaston Burssens (1896 – 1965). Burssens evolueerde, net als Paul van Ostaijen, in zijn werk in de jaren ’20  van een humanitair expressionise (een kunstvorm waarin de mens centraal staat, een uitdrukking van gevoelens en emoties met felle kleuren) naar een meer organisch expressionisme waar de vorm de inhoud volgt.

Het gedicht ‘Melopee’ is een typisch voorbeeld van het organisch expressionisme.

.

Melopee

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee
Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
Schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee

.

VanOstaijen3

Paul van Ostaijen

Burssens-0

Gaston Burssens

De Laatste dag

Shari Van Goethem

.

Na gister de storm in Oostende te hebben weerstaan en de afreis naar Antwerpen is het vandaag alweer de laatste dag en stopplaats van de Poëziebus. In Antwerpen in het Bouckenborghpark aan de  Bredabaan 559 (Merksem) vindt de zinderende slotmanifestatie plaats van de Poëziebus. Nog een keer laten alle 50 Belgische en Nederlandse woordkunstenaars luid en duidelijk van zich horen, waaronder dit keer ook ik zelf. We worden daarbij vergezeld van de spectaculaire muzikale woordacts van ‘Meandertaler’ uit Tilburg en ‘Ten Adem’ uit Gent.

Wie daar ook voordraagt is Shari Van Goethem (1988). Ze studeerde filosofie en dat kan je aan haar poëzie horen. Met haar zorgvuldig gevlochten teksten boordevol tot de verbeelding sprekende beelden heeft deze Nielse dichteres al heel wat fans bijeengesprokkeld, ook bij bekende dichters. Zo koos Michaël Vandebril in 2013 haar Gedicht ‘haar handen‘ als tip van de dag op Azertyfactor, en deed Stijn Vranken dat in 2014 voor het gedicht ‘olifanten‘.
In de lente van 2015 trad ze op in het Antwerpse Sportpaleis tijdens het Rotspaleis, maar ze is ook regelmatig op kleinere podia te horen & te zien. Haar gedichten verschenen onder andere in de bundels van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd en in ‘Het Gezeefde Gedicht’.

.

                                      Splash and dash

 

Wat is er aan de hand?
Opgewarmd schuif ik uit bed, een kleine stap,
een kramp als ik het potlood voor de spiegel
aanbreng, het lijntje in het midden van mijn oog

begin.

Ik worstel met mezelf, zoveel is duidelijk,
ik herdenk de tijd. Groot feest op gang, dat wel,
maar in mijn kamer ruikt het naar een mengsel
in de vorm van gel die op mijn voet terechtgekomen

is.

Ik voel dat iets aan mij ontsnapt. Gespierde taal
en teenwarmers, lichte vleugels, een korte pitstop
en een vlag. Hannibal trekt de Alpen over.
En misschien een knop

herstart.

.

sharivangoethem

 

Program poeziebus Antwerpen

Poeziebus-logo

 

Alles over de Poëziebus vind je op http://poeziebus.nl

 

De Poëziebus Deel 9

Andrea van Herk

 

Na Brussel (waar ik de dichters van de Poeziebus even ben wezen opzoeken) trekt de karavaan dichters vandaag door naar Oostende. In Oostende wordt Vrijstaat O en ’t Kroegske aangedaan in de middag (na 14.00 uur) waarna men ’s avonds door zal rijden naar Antwerpen waar bar Paniek zal worden voorzien van veel poezie. Of Andrea van Herk daar aanwezig zal zijn weet ik niet, wel zal het aantal dichters groeien want op zondag is in Antwerpen de grande finale waar ook ik zal voordragen.

Andrea (1984), regelmatig bij De Poetsclub te vinden in Rotterdam, trad op op het Lezersfeest Rotterdam als Dichter in de lift, exposeerde een gedicht op festival Lost&Sound, klom op het podium bij Speak XL en Dichter bij de Bar. Schrijft graag over het alledaagse, liefde en het leven, alhoewel zij denkt, dat dat hetzelfde is. Is graag onderweg, omdat dit de momenten zijn waarop de geest zich opent, de ziel spreekt. Werkt aan een novelle waar ook poëzie in te vinden zal zijn.

.

Langzaam

Ik wil het zien
zoals het niet eerder was
zonder schaamte, angst
hoe je boven mij
tussen verlopen uren
minuten zwijgen zal

hoe we langzaam
de regen schaken
je je hand verplaatste
op geraakte plaatsen
omdat jij mij ziet
zoals ik altijd al was

.

andrea-van-herk

cropped-poeziebus_banner-03

Lees alles over het programma van de Poëziebus op http://poeziebus.nl

 

%d bloggers liken dit: