Site-archief

Young poets en Meander

Nathan van der Borght 

.

De redactie van taalplatform Young Poets (initiatief van het Letterkundig Centrum Limburg)  organiseert onder andere wedstrijden voor jonge schrijvers tussen de 14 en 25 jaar zoals bijvoorbeeld afgelopen lente.  Het thema was ‘Vriendschap’. Bij het thema horen termen als vertrouwen, veiligheid, onvoorwaardelijkheid maar ook kwetsbaarheid, verdriet en herinnering.
De deelnemers schreven een (niet eerder gepubliceerd) gedicht van maximaal 500 woorden.
De jury werd gevormd door dichter Jonathan Griffioen, docent Nederlands Jaap Linde (Vrije School Parkstad), Elly Woltjes (Meander) en Alja Spaan (dichter, Meander).  Zij kregen alleen de leeftijd van de auteur te zien. Afgesproken werd met de winnaars en Merlijn Huntjens (consulent Literatuur, het Huis van Limburg) de eerste drie winnende gedichten op de Meandersite te plaatsen. Alle winnende gedichten zijn te lezen op https://meandermagazine.net/wp/2018/05/young-poets/

Winnaar van deze wedstrijd werd Nathan Van der Borght (2001). Nathan studeert Latijn in het 5de middelbaar te Antwerpen. “Ik ben 16 zomers oud. Voor mij is poëzie een manier om met alles om te gaan, een manier om mezelf uit te drukken. Ik ben al van jongs af aan absoluut geobsedeerd door literatuur. Emoties omvormen in woorden, emoties omvormen in een metrum en vorm is iets wat me ongelofelijk veel voldoening geeft. Zijn winnende gedicht is getiteld ‘Vriendschap’.

 

Vriendschap

.

Vriendschap is een ochtend die je zelf hebt aangebroken.
Zelf kiezen wanneer de zon opkomt.

Vriendschap is voornamelijk geel, met vlekken gesatureerd blauw.
Zeker geen rode stukken.

Vriendschap is schappelijke wind op een
warme zomerdag.
Zon op een koude winterdag

Een vroege lente, juist wanneer je het nodig had.

Een boom die juist in die hoek groeit,
een bloesem waar de woede van afspat,
gewelddadige kleuren. Overweldigd.

Vriendschap is ook plotseling vragen vergeten en in vloeibare vorm vallen,
wetend dat het opstaan erbij hoort.

Even blijven liggen op de grond,
naar de lucht kijken en je hebt net de
hemel gezien maar je zegt er toch maar beter niets over.

Verdwijnen en wegkwijnen,
goedkope wijnen en samen rijmen.

Vriendschap zijn aders, jij bent bloed.

Vriendschap is van jezelf houden.

.

 

Advertenties

Poëziebus weer on tour!

Augustus 2018

.

Ook dit jaar gaat de poëziebus weer rijden en on tour door Nederland en Vlaanderen. En opnieuw zullen bezoekers, dichters, bejkenden en onbekenden worden verrast door bijzondere poëzie uitingen en prachtige poëzie. De tour gaat dit jaar langs de volgende steden:

Maandag 6 augustus: Kortrijk
Dinsdag 7 augustus: Gent
Woensdag 8 augustus: Antwerpen (middag) & Hoogstraten (avond)
Donderdag 9 augustus: Maastricht
Vrijdag 10 augustus: Zwolle
Zaterdag 11 augustus: Rotterdam
Zondag 12 augustus: Amsterdam

De organisatie van de Poëziebus heeft ook dit jaar weer voor een spannend, gevarieerd en multicultureel dichtersveld gezorgd met de winnaars van de van Dale spoken word award 2015 en 2017, rappers, stadsdichters en oud stadsdichters, jong talent en poetry slam finalisten. Dit zijn de namen van de dichters die meegaan:

Lucie de Droom, Laure-Anne Vermaercke, Lindah Nyirenda, De Alchemist, Erika De Stercke, Onias Landveld, Karin van Kalmthout, Kristien Spooren, Maxime Garcia Diaz, Steven Graauwmans, Insayno, Sabina Lukovic, Flow 5, Tijgerlelie Wijnhard, Jan Wagenaar, Noctu, Dorien Dijkhuis, Rommelhond, Hind Eljadid, Nick J. Swarth.

Hou de website van de https://poeziebus.nl in de gaten voor de programmering.

Uit deze bonte verzameling van dichters koos ik Maxime Garcia Diaz. Dit jonge Amsterdamse talent behaalde met haar gedicht ‘Hou op met in de honger wonen’ een 39ste plaats bij de Turing gedichtenwedstrijd 2017.

.

Hou op met in de honger wonen

.

Het lichaam begint te kloppen

misselijk zoals een carcinogenisch hart

klopt of zoals           Het holt zichzelf uit.

Het vult zichzelf traag met zwellende rook

en je voelt jezelf als een kale boomtak uitreiken

om een wolk, of een gitzwart maagdenvlies

te perforeren.

.

(de bus rijdt over het bankaplein, een oude man

struikelt, je ademt als een zieke hond of een

spijkerbroek gedragen door een meisje van elf

dat niet naar school wil)

.

Het lichaam zwijgt. Het lichaam weigert

uit te ademen,

schuimbekt. Golven slaan

tegen het gehemelte: alsof er nog nooit iemand

in de zee gelegen heeft,

naar de wolken keek en zei: dit is wat ik wil worden.

Dit wil ik zijn als het donker wordt.

.

Je krult op als een garnaal of     het opkrullen

– iets dat verrotten kan, en dan verkruimelen.

Je waant jezelf onkruid

en beseft dat dit ook een soort narcisme is.

Het lichaam begint zichzelf te annuleren.

.

 

 

Ik ben mogelijk

Maud Vanhauwaert

.

De Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert (1984) is schrijver en theatermaker. Ze behaalde een masterdiploma Taal-en Letterkunde aan de universiteit van Antwerpen en een masterdiploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen, waar ze nu zelf doceert. Voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ (2011) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijsvoor haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig’ (2014) de Hughues C. Pernathprijs en de Publieksprijs van de Herman De Coninck- wedstrijd. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiek toegankelijk te maken. Met haar performances trad ze op, op radio en tv, in binnen en buitenland. In 2018-2019 is ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit haar bundel ‘Ik ben mogelijk’ een gedicht zonder titel.

.

jonge mensen die zwijgen

slappe ballen onder een stijve

lage slingers bij een verjaardagsfeest

waar zijn de moeders

die vragen hoe het is geweest

.

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt

het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen

van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

.

en hoewel de lucht zalmroze

we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm

zeg ik domweg ja, de stad is steeds

.

en dan de putjes in haar lach

alsof in elke wang een nietje zat

.

Vondelingskens

Alice Nahon

.

In de kringloopwinkel kocht ik voor 30 cent een bundeltje van een, in Nederland, redelijk onbekende dichter Alice Nahon (1896 – 1933). Deze Antwerpse had een Nederlandse vader en een Vlaamse moeder en groeide op in Oude God (gemeente Mortsel, de naam Oude God zou volgens sommige bronnen verwijzen naar een verdwenen Romeins heiligdom dat gelegen was aan de heirbaan Bavai-Utrecht).

Haar gedichten getuigen van liefde voor de natuur, bewondering voor eenvoudige dingen en verdriet om eigen en andermans leed. Van haar bundels ‘Vondelingskens’ en ‘Op zachte vooizekens’ met eenvoudige, gevoelige, weemoedige verzen werden 250.000 exemplaren verkocht.

De bundel ‘Vondelingskens’ kocht ik dus. Uit 1947 is mijn exemplaar (dus van ver na haar overlijden) in een 21ste druk. Haar poëzie doet tegenwoordig heel gedateerd aan maar is op zichzelf fraai te noemen. In het gedicht ‘M’n poëzie’ beschrijft ze hoe ze naar haar eigen poëzie kijkt.

.

 

M’n poëzie

.

O! Snaren van m’n jonge ziel
Ik voel uw trillen zacht,…
Wijl ’t woordje op u nederviel,
Dat door m’n tranen lacht

O! Zacht en zangerige woord
Waarin ik peerlen vind,
Hebt ge m’n vreugde niet gehoord
Toen ‘k worden mocht uw kind ?

O Gij, die m’n gedachtjes kust
En wiegt m’n droefenis
’t Is of m’n innerlijke rust
Door u beveiligd is.

O lieflijkheid! o zanggetril!
Verwarm het harte mijn
Dat arm… verlaten hart, en wil
M’n eeuw’ge rijkdom zijn.

.

Zweef

F. Starik

.

Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.

Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.

Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.

Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.

.

Zweef

.

Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.

Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.

Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.

Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt

vliegen doe ik allang niet meer.

.

Requiem

Eline Crols

.

Alweer zo’n jonge veelbelovende dichter uit het Vlaamse land, dit keer Eline Crols (1994) . In september was ze nog te zien en te horen op het podium van Ongehoord! in de centrale bibliotheek van Rotterdam en in 2017 was ze een van de deelenemende dichters aan de toer van de  Poëziebus.  Op de website van het Collectief Dichterbij waar ze deel van uitmaakt staat ze als volgt aangekondigd: Eline Crols laat zich voor haar schrijfsels inspireren door vissen, spaghettisaus, versprekingen en nog het liefst van al door de creativiteit van anderen. Ze zou de hele dag interdisciplinaire projectjes willen uitwerken met een kopje koffie binnen handbereik. In afwachting daarvan vult ze haar hoofd met cursussen Nederlands en Frans in de opleiding Taal- en Letterkunde. Op haar  blog https://langoureus.wordpress.com  deelt ze woorden met iedereen die ze lezen wil.

Van haar hand het gedicht ‘ Requiem’  uit 2015.

.

Requiem

.

We zongen tot we zonken
Valse noten, te zwaar voor kabbelende beekjes
We dronken tot we verdronken
In regenstralen, rode wijn, in rozenblaadjes

We aten tot we tafelmanieren vergaten
En we spaghettislurpend
– tomatensaus is prachtig op melkwitte huid –
naast, op, over, aan elkaar klitten
als diezelfde spaghetti
waaraan jij tijdens het koken vergat
olijfolie toe te voegen

We verwelkten tot we verwolken
en wolken niet langer
figuurtjes vormden op ons netvlies
maar vijvertjes in onze ogen

We wandelden waar kronkelpaadjes ons leidden
Tot we – wild heen en weer geslingerd –
alleen nog maar leden

We vielen tot we ons
– misselijk door de geur
van liefde in ontbinding –
uitgeput overgaven

.

Foto: Hans Stockmans

Kaartlezers

Albertina Soepboer

.

Dichter, toneel- en prozaschrijfster Albertina Soepboer (1969) woont in Harlingen en heeft haar atelier in Groningen Ze studeerde Romaanse talen en culturen en Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen.

Haar Friestalige debuutbundel ‘ Gearslach’  verscheen in 1995. Hierna  volgden nog negen andere bundels. Naast het Fries heeft ze altijd in het Nederlands geschreven en ze ziet zichzelf dan ook als een tweetalig schrijver. In haar poëzie is die meertaligheid een belangrijk thema. Een ander belangrijk thema is landschap. Het wad komt vaak terug in haar poëzie, maar ook haar passie voor reizen speelt een grote rol.

Voor haar gedichten kreeg ze in 1996, 1997 en 1998 de Rely Jorritsma-prijs. Als dichter heeft ze op vele festivals opgetreden, o.a. op Poetry International in Rotterdam, De Wintertuin in Nijmegen, De Nachten in Antwerpen, Poesie International in het Oostenrijkse Dornbirn, Struga Poetry Evenings in Macedonië en The Ubud Writers&Readers Festival op Bali. Haar werk is vertaald naar het Engels, Duits, Frans en Slavisch-Macedonisch.

Uit de dichtbundel ‘ De hengstenvrouw’  uit 1997  koos ik voor het gedicht ‘ De kaartlezers’.

.

De kaartlezers

.

Dat het dichterbij kwam, daar
waren we wel zeker van. Als duin
zou het in ons huizen. En al
vielen meeuwen vaak uit wolken,
het was er, naderde en naderde.
Zoveel wisten wij.

Het pad, zeker, we tekenden het.
Zo zou het zijn. Alles was in kaart
gebracht en dan zouden we gaan.
Veters gestrikt. Fiets mee. Naar
zee, naar zee waar alles begint.
Zoveel wisten wij.

Maar hoeveel wisten wij niet.
Wij raakten het pad kwijt, konden
de kaart niet meer lezen en
verdronken in zee.

.

November

Freddy de Vree

.

De Vlaamse dichter, essayist en radiomaker Freddy de Vree (1939 – 2004) is in Nederland geen bekende naam.  Hij schreef behalve onder zijn eigen naam ook onder het pseudoniem Marie-Claire de Jonghe, en mogelijk ook Conny Couperus. Freddy de Vree was een eigenzinnige, anarchistische en dandyeske persoonlijkheid. Hij schreef aanvankelijk in het Frans, maar schakelde daarna over op het Nederlands. Hij was redactielid van een paar literaire tijdschriften en publiceerde bij De Bezige Bij verscheidene dichtbundels. Hij was jarenlang werkzaam als programmamaker en producer bij de Vlaamse culturele radiozender Radio-3. Een tijdlang runde hij ook de kleine uitgeverij Ziggurat in Antwerpen, die luxueuze bibliofiele edities van onder andere Hugo Claus heeft uitgegeven.

Uit zijn bundel ‘ Drie ogen zo blauw’  uit 1987 het, voor deze maand, toepasselijke gedicht ‘ November’.

.

November

.

Als een vuur ging twijfel nogmaals door de seizoenen.

Zuur sloeg neer, tyfus vergalde de boomgaard.

Nevels, ammoniak, kleffe rijm, dan zon. Slak weer.

.

Schuilen? In het ontwaarde huis dat jammerde als een hees kind

werd men niet verwacht. Op de sloten slakken van roest.

.

Het eigen spoor kwijt. Keldergedierte

ritselt langs splinters en planken.

In de hoge te droge zolder vermoedt men klauwvogels.

Geen stoel, geen kast, een ineengezakte tafel met een lege lade.

In de spoelbak mos en brijige schimmel. Men ziet de wilde tuin,

gegeseld door het zware weer, niet door de bedorven ramen.

Men weet de verdieping leeg, de slaapkamer verlaten

(geen bed, wat kraken van de vloer), het bad groenzwart.

Stapelplaats voor verloren leven. Afgedane zaken.

Thuis.

.

Dichter van de maand november

Miriam Van hee

.

Via Facebook kreeg ik van Anne Cockaerts de suggestie om Miriam Van hee als dichter van de maand november te kiezen. Een prima voorstel dus deze hele maand elke zondag aandacht voor deze Vlaamse dichter.

Miriam Van hee (1952) groeide op in Oostakker en Gent, waar ze slavistiek studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent. Ze vertaalde poëzie van onder meer Anna Achmatova, Osip Mandelstam en Joseph Brodsky en doceert momenteel slavistiek aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. In 1978 debuteerde ze met haar bundel ‘Het karige maal’, waarmee ze de Oost-Vlaamse prijs voor Letterkunde won.

Daarna verschenen de bundels ‘Binnenkamers en andere gedichten’ (1980), ‘Ingesneeuwd’ (1984), ‘Winterhard’ (1988, hiervoor ontving ze de Jan Campertprijs), ‘Reisgeld’ (1992, hiervoor kreeg ze de Dirk Martensprijs), ‘Achter de bergen’ (1996, hiervoor ontving ze de driejaarlijkse Cultuurprijs voor Poëzie van de Vlaamse Gemeenschap), ‘Het verband tussen de dagen. Gedichten 1978-1996’ (1998, een selectie uit haar bundels) en ‘De bramenpluk’ (2002). Haar bundel ‘Buitenland’ (2007) werd bekroond met de Herman De Coninckprijs (zowel van de vakjury als de publieksjury) en meerdere malen herdrukt.

.

Uit haar bundel ‘Buitenland’ het gedicht ‘Stel je voor’.

.

Stel je voor

.

stel je voor dat er diep binnenin je
een buitenland ligt, dennen,
sneeuw en barakken, land
zonder bodem, je haalt het niet op

stel je voor dat de tijd niet bestaat
en jij wel nog, stel dat je nooit abrikozen
gegeten hebt, trouwens, het woord
abrikoos was verdwenen en Moskou,
je broer, promenade, ze waren geweken,
terug naar het schuim van de zee

er zijn onvoorstelbare dingen gebeurd
en je kunt niet zeggen het was
als een nacht zonder dag en dan nog een
en nog een en het gebeurt dat je kruiende
wateren hoort of een dichtklappend hek
in de wind, dat is het buitenland, fluister je,
dat is het lied van een reddeloos land

.

Staande tapijten

Annemarie Estor

.

Annemarie Estor (1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Ze groeide op in Limburg en studeerde daar Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht.  Tussen 2006 en 2009 was ze wijkdichter van Zurenborg (Antwerpen). Zij was poet in residence bij het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap te Amsterdam (onder auspiciën van Dick Swaab) en bij het Labo voor Theoretische Neurobiologie (Universiteit Antwerpen) onder begeleiding van Erik De Schutter. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).

In 2011 kreeg zij de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut ‘Vuurdoorn me’  en in 2013 diezelfde prijs voor de beste dichtbundel ‘De oksels van de bok’. In 2015 werd ze genomineerd voor de Pernathprijs. Estor vertaalt ook incidenteel hedendaagse poëzie van het Arabisch naar het Nederlands. Uit haar bundel ‘Vuurdoorn me’ uit 2010 het gedicht ‘Staande tapijten’.

.

Staande tapijten

.

Als je met je nagels op mijn billen schrijft

verschijnen op de doodgestaarde muur

tussen de palen van het hemelbed,

staande tapijten met uitzinnige partijen

en patronen: ontworpen voor stelsels

waar mensen door vluchten naar andere plaatsen,

tekens achterlatend voor wie hier niet leven kan.

.

Als je met je vingers rozenkruizen krieuwelt

over mijn gebladerte, camelia,

dan wellen geuren op

uit gebergten van hoofdkussens,

doordrenkt met rotte perzikken,

ajuin uit bergen waar de waarheid schuilt,

zwarte pruimen uit monden van mannen.

.

                                                                                                                                                                                 Foto:  Knack, Charlie De Keersmaecker

 

 

 

%d bloggers liken dit: