Site-archief

Papier hier

Papier versus digitaal

.

Er zijn mensen die heel graag elektronische boeken lezen en er zijn anderen die niets van het lezen vanaf een e-reader of tablet moeten hebben. Hoe je er ook naar kijkt, de mogelijkheden van het lezen van literatuur en poëzie zijn met de komst van het e-lezen enorm toegenomen. Zo is er voor de liefhebber van poëzie een groot aantal poëziebundels te lezen via de https://www.onlinebibliotheek.nl/ (gratis te gebruiken met een bibliotheek abonnement).

Voor mensen die niet veel te besteden hebben of voor hen die eerst eens een bundel willen doorlezen of doorbladeren voordat ze de beslissing nemen het te kopen, is zoiets een prima mogelijkheid. Via internet is er natuurlijk ook al veel poëzie te lezen. Neem het kleine eigenwijze poëziemagazine MUG. Dat kun je digitaal lezen via https://mugzines.nl/ (elke editie is daar gratis te downloaden, poëzie is er om te lezen zonder teveel drempels nietwaar) maar voor degene die graag poëzie van papier lezen (en dat zijn er veel en wat we merken ook steeds meer) is er gelukkig ook de mogelijkheid om MUGzine op papier te ontvangen.

En als je ons, de makers van MUGzine (https://mugbookpublishing.wordpress.com/https://poetryaffairs.nl/en BRRT.Graphic.Design), nou vraagt waarom men de papieren versie graag ontvangt dan zijn dat een aantal redenen. Er zijn de liefhebbers van het lezen vanaf papier, er zijn de verzamelaars van bijzondere poëzieuitgaven, er zijn de liefhebbers van papieren tijdschriftjes en er zijn er die ons willen steunen in ons werk met het maken van MUGzine.

MUGzine is gratis te downloaden schreef ik al maar wij willen van elke editie 100 exemplaren op papier laten drukken. De kosten die we daarvoor maken worden deels gedekt door onze donateurs. Die donateurs ontvangen automatisch elke editie op papier per post. Gelukkig zien we het aantal donateurs nog steeds groeien want we zijn nog lang niet uit de kosten. Maar toch blijven we MUGzine maken. Omdat we geloven in een nieuw klein magazine speciaal voor poëzie, voor dichters die niet vanzelfsprekend in de grote poëzie- of literatuurtijdschriften terecht komen. Om een ander geluid te laten horen in de poëziescène. En om te laten zien dat je poëzie digitaal maar zeker ook nog steeds op papier kan genieten.

Zou je nu zelf ook MUGzine per post automatisch willen ontvangen, stuur dan een berichtje naar mugazines@yahoo.com  Editie 9 is nu uit, met poëzie van de Vlaamse dichter Mark van Tongele, de Rotterdamse dichter Anouk Smies, Kreek Daey Ouwens uit Limburg en illustraties en poëzie van Bianca Boer.

Hier alvast een voorproefje van poëzie van Bianca Boer. Meer poëzie in MUGzine #9

.

Herinneringen wonen in huizen
slapen in bedden
maken ruzie
om wie als eerste mag

Geschiedenis is een flatgebouw
dat almaar groeit en krimpt
er verdwijnen vloeren systeemplafond
zo wisselen de buren

Bovenop is een nieuwe verdieping
daar woont Jochum
sinds kort heeft hij een dakterras
met vergeten planten

Beneden in de schaduw van de flat
loopt een kat die al twee jaar dood is

.

Echo echo

Klein maar fijn

.

Herinner je je nog dat fragment waarin Trump bij een persconferentie de hand van zijn vrouw Melania wilde pakken? En dat ze toen resoluut zijn hand weigerde? Een bewijs dat er tussen de buitenkant (first lady die haar man steunt) en de binnenkant ( twijfels over haar huwelijk, die man en het leven dat ze leidde) nogal wat speelde? Dat laatste is mijn invulling overigens, dat ze eigenlijk diep ongelukkig is wat maar weer eens bewijst dat geld niet gelukkig maakt.

Dichter Kreek Daey Ouwens (1942) schreef er een schrijnend gedicht over in haar bundel ‘ Echo Echo’  uit 2020 dat werd uitgegeven door uitgeverij Vleugels. Je zou er een Luule over willen schrijven.

.

Dat pak. Die zak.

Maar het gemak

van ongelukkig zijn.

.

Gelukkig hoef ik er geen Luule over te schrijven want die staat al achterop de nieuwe MUGzine. Dezelfde MUGzine gemaakt door https://poetryaffairs.nl/ en https://mugbookpublishing.wordpress.com/ en vormgegeven door BRRT.Graphic.Design, waarin een drietal gedichten van Kreek Daey Ouwens zijn opgenomen. Samen met gedichten van Anouk Smies, Mark van Tongele en Bianca Boer (die ook voor de illustraties tekende). Half september verschijnt nummer 9 van jouw en mijn kleine opdondertje van een Poëziemagazine waarin je altijd verrast en nooit teleurgesteld bent. Om in de stemming te komen alvast dat gedicht. Van Kreek Daey Ouwens.

 

De hemel boven de dikke man is dezelfde
hemel als die boven de zee.
De dikke man zegt: Rechts. Rechts. Rechts.
Hij steekt zijn hand op.
Hij steekt zijn hand op boven zijn land.
Melania heeft een dichtgestopte mond.
Aan haar hand fonkelt een ring.
De schoenen van de dikke man marcheren
tussen het fonkelen over de stenen.
Melania kijkt naar de zee.
Ze ziet de lijken drijven in de zee.
Melania kijkt net zo lang naar de zee tot
die ijs ijskoud wordt.
De dikke man pakt haar hand.
Melania voelt zichzelf aan die hand.
Melania voelt zichzelf helemaal alleen aan
die hand.
Melania voelt zichzelf alleen aan die hand
op de televisie staan.

.

 

Nummer 9

MUGzine

.

In september komt alweer de 9e editie van MUGzine uit, het kleinste maar allerleukste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen met opnieuw hoogwaardige poëzie en interessante illustraties. We kunnen al een paar namen noemen van dichters die met hun poëzie in nummer 9 vertegenwoordigd zullen zijn. Dat zijn uit Vlaanderen de dichter Mark van Tongele en uit Rotterdam de dichter Anouk Smies. Andere namen volgen snel. Uiteraard staat er in #9 een gloednieuwe Luule.

Zoals je misschien al weet is MUGzine gratis digitaal te lezen via https://mugzines.nl/ maar maken we voor de liefhebbers ook een papieren editie. Van elke editie worden 100 exemplaren op papier gedrukt. Als je deze wilt ontvangen via de post kun je donateur worden. Vanaf € 20,- per jaar ontvang je alle 5 de nummers van 2021.

MUGzine is een samenwerking van https://poetryaffairs.nl/https://mugbookpublishing.wordpress.com/ en BRRT.Graphic.Design.

Om je alvast warm te maken voor het nieuwe nummer hier een gedicht van de Vlaamse dichter Mark van Tongele (1956). Deze Vlaamse dichter uit Mechelen moest zijn studie geneeskunde afbreken door een zwaar ongeluk waardoor hij tijdelijk in coma lag. Van Tongele kiest na zijn herstel voor de poëzie en schrijft in december 1984 in een ‘Open brief aan een dichter’ (in het tijdschrift Yang) over digitale poëzie in een maatschappij die beheerst zou worden door de nieuwe technologie. Hij had dus al een vooruitziende blik in een tijdvak waarin de hele digitalisering nog moest beginnen.

In 1980 debuteert hij met de bundel ‘Over leven en dood’ waarna nog vele bundels zullen volgen.

In een interview in Poëziekrant (juli-augustus 2018) zegt hij zelf over zijn poëzie: “Voor mij maakt elke bundel deel uit van mijn ‘symfonie’: motieven allerlei duiken telkens opnieuw overal op in mijn werk. Meer dan het inhoudelijke gaat het om de klank en het ritme van woorden, regels, gedichten, bundels. Het is een spel, leuk omdat er niets moet, alles mag, een poging tot het neutraliseren van de zwaartekracht, o de dood, maar ook de zon, het licht, blij zijn hart en geest vrijmaken.”

Uit zijn bundel ‘Lichtspraak’ uit 2008 komt het gedicht ‘Een tongeldoosje’.

.

Een tongeldoosje

.

Openluchting: vanille-

bloesem, flammé, ja-

woorden, doodsrookver-

drijvers, moedersuiker,

hagelslag en muisjes,

stofgoud, gloeikous,

springzaad, zeejoechee,

levantijnen en sta-oppers,

sterrenzilverrichellopers,

wolkenspiegels, wimpelheil,

engelkruid en toverschijn,

vervoering, mer à boire,

château-neuf-du-mark

 
 
.

De drang om niemand af te maken

Een recensie

.

Begin van dit jaar publiceerde uitgeverij Opwenteling de bundel ‘de drang om niemand af te maken’ van Anouk Smies (1975). Deze Rotterdamse dichter debuteerde in 2013 met de bundel ‘Citaten van een roofdier’ en inmiddels is dit alweer haar 4e bundel. Op de omslag van deze sober maar verder mooi vormgegeven bundel staat de titel van links naar rechts en en daarnaast in spiegelschrift nogmaals. De letter is wat klein maar de naam van de auteur staat rechtsboven duidelijk vermeld.

Voor deze bundel interviewde Anouk Smies een oorlogsveteraan, medewerkers van het Huis voor Klokkenluiders en een sekteverlater. De bundel begint met een citaat van Jean de Boisson: “Men kan de mensen verdelen in twee grote groepen: zij die zich door hun gevoel laten bedriegen, en zij die zich door hun verstand laten  misleiden”. Zonder op de conclusie vooruit te lopen kun je je afvragen of beide niet twee kanten van dezelfde medaille zijn. En je kan je afvragen bij welke van deze twee groepen de geïnterviewden ( in het geval van het Huis van Klokkenluiders; de klokkenluiders zelf) behoren.

De bundel bestaat uit 4 hoofdstukken: Oorlogsveteraan, Klokkenluider, Dichter en Tijdsgeest wat bij mij meteen de vraag deed rijzen waar de sekteverlater was gebleven. Maar daarover later meer.

In het eerste hoofdstuk, de oorlogsveteraan. In dit hoofdstuk is de oorlog alom aanwezig. In vaak hallucinerende taal en beelden brengt Smies de oorlog dichtbij, soms tussen droom en werkelijkheid dan weer in alledaagse dingen. De herinneringen van de oorlog liggen steeds vlak onder de oppervlakte en kunnen (en worden) elk moment zichtbaar en invoelbaar. Zoals in het gedicht ‘zwart’.

.

Stel jezelf nu de vraag of je op durft te kijken

Als je opkijkt zul je nooit in je leven meer een kleur omschrijven

Je zult je niet afvragen of dat een groot verlies is

Het verlies is al uitbesteed

.

In deze gedichten spreekt een oorlogsveteraan die de smerigheid, het geweld, de ontsporing en de zinloosheid van de oorlog aan den lijve heeft ondervonden. De zinnen zijn indringend en de situaties soms moeilijk voor te stellen.

In het tweede hoofdstuk de klokkenluiders. Een iets ander beeld, dit hoofdstuk is iets minder opgebouwd uit traumatische gebeurtenissen en gewelddadigheid. Hier worden meer processen beschreven, mechanismen, het deel uitmaken van een groep zonder er verantwoordelijk voor te zijn. Toch is in deze gedichten een zekere mate van traumaverwerking aan de orde. Het besef van de eigen daden die (achteraf bezien) niet goed waren. De wisseling tussen het toen (de actieve deelname) naar het nu ( de actieve schaamte). Daar hebben de gedichten in het eerste hoofdstuk en het tweede hoofdstuk iets gemeen. In de situatie het besef dat er iets niet klopt, dat er zaken gebeuren waar je deel van uitmaakt maar waar je het eigenlijk niet mee eens bent, geen deel van wil uitmaken.

In dit hoofdstuk is er sprake van beeldspraak, metaforen en raadselachtige zinnen waar je toch de achterliggende gedachte van begrijpt: En legt de betrokkene zijn ogen in een bakje / terwijl hij tekent voor akkoord  (uit het gedicht ‘Genade’). Het bewustzijn van de eigen daden, de twijfel aan die daden en het dan toch uitvoeren. De beschrijving van de innerlijke strijd en worsteling is steeds aanwezig. Het woordgebruik is veelzeggend: mythes, alfamannetje, mietjes, kuddedieren, buigzaamheid;  woorden die extra betekenis geven aan de worsteling van de hoofdpersonen, de klokkenluiders.

In het hoofdstuk ‘dichter’ is er ruimte voor lucht en vrijheid, voor introspectie op het eigen leven en werk als dichter. Ogenschijnlijk staat dit hoofdstuk los van de eerste twee terwijl in de taal de verbintenissen heel duidelijk zijn. Ook hier is ruimte voor de twijfel, het kwaad, de zinloosheid van onderdelen van het bestaan.

In het laatste hoofdstuk ‘tijdsgeest’ komt dan toch nog de sekteverlater aan het woord. Een Jehova’s getuige in het gedicht ‘Het hart der Jehova’s is verraderlijk en nietsontziend. In een staccato opgeschreven gedicht wordt in niet mis te verstane bewoordingen een dwingende, valse en onderdrukkende religie gefileerd. En dan valt er iets op zijn plaats, ook hier het terugkijken, de boosheid over wat was, het adresseren van het eigen falen, het domweg (op)volgen van wat anderen vinden of zeggen. Hier manifesteert dit verbindende thema van deze bundel zich.

In het gedicht dat volgt op het Jehova gedicht ‘herkenning’ komt een stukje van de oplossing naar voren, meteen in de eerste strofe:

.

Ik ben een meestervervalser

Succes blijft een keuze

waaruit voortvloeit dat

ik in een quantumspong mijn ware zelf kan zijn

.

En dan is er aan het einde van de bundel het gedicht ‘De zee hoopt’.

.

De zee hoopt

.

Ik houd van het strand

op de dagen dat het me aan Duinkerke doet denken

.

Een vlakte zou niet gezellig mogen zijn

Geen dagopvang voor afval of plezier

.

Geen agenda vol natte gele strookjes

.

Het is gezond

om je verwachtingen

niet op zandophopingen te projecteren

.

Het is goed

om in de naakte natuur

de dagelijkse sleur

als Tell Sell uit te zetten

.

Kijk ik ontkleed me

en wacht tot de wind

van mijn borsten clusterbommen snijdt

.

Tot mijn buikholte

de lever strikt van zijn verslavingen scheidt

.

De zee hoopt

op het geweld dat ik kan zijn

.

En met deze toch troostrijke en positieve woorden leg ik de bundel opzij. Een volwassen bundel vol bijzondere en schurende poëzie, die onderwerpen aansnijdt die niet altijd leuk zijn of hoopvol, maar die een stem geven aan hen die hun verleden met zich meetorsen maar een richting zoeken, een uitweg, een verklaring en toch ook hopen op een betere toekomst. Koop, leen of lees deze bundel, in bijzondere taal neemt Anouk Smies je mee in een wereld die je waarschijnlijk niet kent of niet eerder zo bezag.

.

Talkshowhost

Anouk Smies

.

In verband met de Amerikaanse verkiezingen heb ik de afgelopen tijd nogal eens gekeken naar talkshows. Wat me is opgevallen is dat talkshows vooral meningenprogramma’s zijn. Zelfs de zogenaamde kenners of specialisten geven vooral meningen over de gebeurtenissen. Nu is dat niet zo verwonderlijk, zeker niet als er weinig echt hard feitelijk nieuws is maar als je veel van dit soort programma’s achter elkaar kijkt valt het op dat je feitelijk niet veel meer weet dan voorheen. Vermakelijk is het overigens wel, reden om soms toch te blijven kijken.

Naar aanleiding van weer een talkshow herinnerde ik me dat ik een gedicht had gelezen over talkshows op de fijne en informatieve website http://www.rotterdamsedichters.nl/ van Anouk Smies. Deze website geeft een grote, zo compleet mogelijke bloemlezing van Rotterdamse poëzie, zowel oud als nieuw.

Anouk Smies (1975) debuteerde in 2013 met ‘Citaten van een roofdier’een bundel die de jury van de C. Buddingh’-prijs fascineerde door de weerbarstige, onnavolgbare beeldspraak. Haar tweede bundel ‘Wie heeft een middelpunt nodig’ (2016) werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. In 2018 kwam haar derde bundel uit: ‘Onbeschoft, zo wit’. Anouk Smies publiceerde eerder op Krakatau, de Optimist en de Contrabas. Ze schrijft poëzie en levensbeschouwelijke verhalen voor kinderen, werkte mee aan de blogspot ‘Het is altijd anders als je denkt’ en is eigenaresse van Tekstbureau PURUS. Daarnaast beslaat ze vijftig procent van het tekst en beeld spugend samenwerkingsverband Collectief 15.

.

Van binnen zijn we allen een talkshowhost

.

Het vandaag anders aanpakken

Kreten wikkelen in een koeltas

Een jas liegen rond je lach

en geen sluiting repareren

.

Een echo opvangen

met de inhaler in je mond

die door je bloed laten treinen

.

Iets bedenken dat plat is en toch rond

terwijl een kind de maan

in je handpalm krast

.

Je afvragen waar je jezelf

het laatst prematuur zag ontstaan

Als talkshowhost-alsnog

aan de millenniumgrens verdwijnen

.

%d bloggers liken dit: