Site-archief

Runners up van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Annette Akkerman en Cecile Koops

.

De jury van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd koos niet alleen de drie prijswinnaars maar ook twee runners up. Dit zijn de dichters Annette Akkerman en Cecile Koops met hun respectievelijke gedichten ‘IJsgang’ en ‘Het getij van de zomer’. De jury schrijft in haar juryrapport over deze twee gedichten:

.

IJsgang

‘ijsgang’ is een onrustig en tevens verontrustend gedicht. 

 

Er worden hier en daar grote woorden gebruikt voor het weergeven van een ingrijpende toestand. Een te verdedigen keuze. Toch wint juist waar de dichter gas terugneemt het gedicht aan zeggingskracht. Is het daar het meest indringend.

‘je liet me een filmpje zien van ijsberen

die door het ijs zakten’

en

‘je zei, alle mensen zijn ijdel 

en dwong me in de spiegel te kijken, ik zag

hoe de witkalk boven het bed afbladderde

er gaat niets boven de stilte van de toendra
de ondergrond bevroren, de lucht grijsblauw’

Wat in dit deel van het gedicht goed werkt is de sentimentloze beschrijving. Een sterk contrast met de ernst van de situatie. Ook het feit dat de dichter hier de zinnen in elkaar laat overgaan draagt bij aan de overtuigingskracht. Het lijkt een maalstroom. Een vorm die de voelbare ‘waanzin’ ondersteunt, zelfs onderstreept. Dit dunner geschreven fragment zorgt er ook voor dat de drie volgende regels meer aankomen en beklijven. De dichter schreef vervolgens door, maar had met deze indringende regels ook het gedicht kunnen laten eindigen:

‘daar dacht ik aan toen je me bij mijn strot greep
schreeuwde dat de nachten al bezig waren

ineen te krimpen’

 

Het getij van de zomer

Een sterke eerste strofe waarin de dichter het aantal voorbeelden zorgvuldig  heeft gedoseerd. Het zijn er precies genoeg om iets duidelijk te maken en de lezer mee te nemen naar strand en duinen. En het zijn er precies genoeg om hem, daar eenmaal aanbeland, niet af te laten haken. De goed gekozen woorden, de klanken in samenhang, ze zorgen voor een vloeiende beweging die rijmt met het onderwerp. 

‘Het getij van de zomer’ kent muziek. Is ritmisch en melodieus.

In de tweede strofe verandert de toon ietwat. Hier worden de klanken korter, minder slepend. Een overgang naar een andere sfeer met andere beelden.

Het gedicht is een reflectie op de vraag die de dichter in de slotstrofe in alle eenvoud maar daarmee zeker niet minder poëtisch beantwoordt.

.

ijsgang

.

we spraken nachtenlang over zwijgen
je woorden zogen zich vast aan mijn lippen
de lakens in ons bed verkleefden
tot schimmige ijsschotsen

.

je liet me een filmpje zien van ijsberen
die door het ijs zakten
ik zag de wereld door jouw ogen
ten onder gaan

.

je stroopte met je nagels de huid
van mijn armen, liet horen hoe het krijt
piepte op het krijtbord van je zoon

.

je zei, alle mensen zijn ijdel
en dwong me in de spiegel te kijken, ik zag
hoe de witkalk boven het bed afbladderde

.

er gaat niets boven de stilte van de toendra
de ondergrond bevroren, de lucht grijsblauw
daar dacht ik aan toen je me bij mijn strot greep
schreeuwde dat de nachten al bezig waren
ineen te krimpen

.

door het dakraam kleurde een verse dag
ik worstelde me uit het bezwete bed
stopte mijn koffers vol met vergeten
vond eindelijk mijn stem in de arctische wind

.

Het getij van de zomer

.

Vreemd dat zee-gedichten vaak verstild zijn;
wind stuift over zand, het helmgras wuift en veegt,
golven breken hun ritme op een kustlijn.                
Op wat konijnen na, zijn de duinen leeg.
 .
Hebben dichters geen oog voor de topdrukte
die zich voordoet bij de eerste zonnestraal?
In de wind wappert, aan een gejutte paal
voor een kuil, een handdoek ter markering.
 .
Tot het uiterste gedreven, liggen – pal
aan zee – menselijke krabben zij aan zij.
Met de billen in het rulle zand gedrukt,
te midden van geoliede lichamen,
beelden ze zich stiekem in alleen te zijn.
 .
In de drukte aan zee valt eenzaamheid weg,                      
totdat ’s avonds iedereen wordt weggespoeld
naar hun eigen stad en hun vertrouwde grond.      
In rust en tijd versmelten land, lucht, water.
Juist dan wandelen dichters met pennen rond.

.

Eervolle vermeldingen Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016

Uit het juryrapport

.

Behalve de drie prijswinnaars heeft de jury ook drie eervolle vermeldingen gedaan. Wie het zijn lees je hier.

JURYRAPPORT ONGEHOORD 2016 (voorgelezen door Peter Swanborn, jurylid)

 

Zoals u weet, zijn er dit jaar maar liefst 168 gedichten voor deze wedstrijd ingestuurd. De vijf bestuursleden van Stichting Ongehoord hebben hieruit een eerste selectie gemaakt, en zo een shortlist samengesteld, al was het eerlijk gezegd wel een tamelijk lange shortlist van maar liefst vijftig gedichten.
Deze shortlist is geanonimiseerd naar de jury gegaan. En de jury, dat zijn Marieke van Leeuwen, Manuel Kneepkens, die beiden hier helaas niet aanwezig kunnen zijn, en ikzelf. We hebben de gedichten dus gelezen zonder te weten wie de schrijver of schrijfster was. Strikt genomen gaan de drie prijzen die we vanmiddag uitreiken, dus naar de gedichten. Net zoals het bij de landelijke Turing wedstrijd gebeurt.
Welnu, de jury heeft de shortlist van vijftig gedichten met aandacht en veel plezier gelezen. Niet in de laatste plaats omdat het niveau van de shortlist hoog was. Mooie strofen, mooie zinnen kwamen we meer dan eens tegen. Laten we een paar voorbeelden geven die wat ons betreft een eervolle vermelding verdienen.

 

zoals je adem steeds maar weer dezelfde weg zoekt

en dan zomaar op een dag stokt – je weet niet wanneer

of wat de nieuwslezer bezield heeft op deze dag

en of het nog nut heeft een tandarts te bezoeken

 

Dit was de laatste strofe uit: deze dag van Annette Akkerman, een gedicht over verbazing, over vervreemding over de dingen die alledaags kunnen zijn. Over het bewustzijn dat alles zomaar, op elke dag, afgelopen kan zijn.

 

Of anders de eerste strofe uit: De lente komt … van René Hoevenaren  een gedicht zonder clichés, en dat is bijzonder voor een gedicht over de lente. In dit gedicht is de lente, geboorte, ook wreed.

 

De tempelgeesten in de haag, heggemus en vink,

hebben bewegingsdag voorspeld. Ze voelden het gefluisterd breken

zoals een kussensloop wel knispert, bevroren aan de lijn,

rigor mortis uit nachtelijke adem.

Het piepen komt pas later.

 

Ook bijzonder was het gedicht met als opmerkelijke titel:  loopje van Moniek Spaans, een gedicht over ‘hersenschimmen en onrustige gedachten’ : het beschrijft een kort spreekuur, waar je te horen krijgt dat de kwaal bij het leven hoort, dat je naar huis kunt gaan. Ik citeer:

 

het zijn niet de benen

maar het is uw hoofd dat lijdt

aan het restless legs syndrome

 

het zijn uw gedachten

die een loopje met u nemen

.

d2

%d bloggers liken dit: