Site-archief

Het nieuwe doen

Paul van Capelleveen

.

De Nijmeegse dichter Paul van Capelleveen was enige jaren tegelijkertijd verbonden aan de Koninklijke Bibliotheek en aan het Museum Meermanno, beide in Den Haag. Hij is auteur van een reeks boeken en artikelen, met name over boekgeschiedenis. Hij publiceerde ook essays en gedichten die deels in beperkte oplagen zijn verschenen. In 1992 werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs met zijn poëziedebuut ‘Altijd commentaar’ (winnaar werd Anna Enquist dat jaar met ‘Soldatenliederen’).

In 2004 verscheen van zijn hand de bundel ‘Laatste metamorfosen’ bij uitgeverij Meulenhoff. Op de achterflap van de bundel wordt hij omschreven als “de messenwerper van de Nederlandse poëzie, zijn dolken treffen zijn lieftallige assistente, de Muze, altijd recht in het hart. Zijn verrassende en expliciete regels zijn opgestapeld als muzikale variaties op een thema, vermomd als definitie of nieuwsfeit. Alles lijkt te berusten op de travestie van de vraag: wat wil de lezer? De lezer wordt voortdurend uit zijn tent gelokt en uitgedaagd om weerwoord te geven.”

Volgens mij heeft hier een copywriter met een reclameachtergrond zichzelf overtroffen in overdrive maar leesbaar is de bundel zeker. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Het nieuwe doen’.

.

Het nieuwe doen

.

Lees een gedicht, desnoods van mij.

Schrijf zomerbrieven. Evenaar

de poolnacht van een schone lei.

Niet, niet doen.

Voel je knoken,

doe wat je wilt – ik doe het ook.

Verwijder dagelijks smeerboel.

Niet, niet doen.

Maak je op voor de grote trek.

Doe je te goed aan het nieuwe jaar.

.

pseudoniemen

Marieke Jonkman

.

De naam Marieke Jonkman zal je waarschijnlijk niet zoveel zeggen. Maar als je begin jaren negentig van de vorige eeuw actief met poëzie bezig was dan waarschijnlijk wel. Marieke Jonkman is namelijk een pseudoniem van de dichter Anton Ent (1939) wat dan weer een pseudoniem is van de persoon Henk van der Ent (zijn echte naam).

Op zichzelf is het hebben van een pseudoniem als dichter geen noviteit, in de loop der eeuwen zijn er vele dichters geweest met één of meer pseudoniemen. Dichters als Antoine de Kom (Raymond Sarucco), Willem Barnard (Guillaume van der Graft), Christa Widlund-Broer (Anna Enquist), Willem Eduard Keuning (Willem de Mérode), R.H. van den Hoofdakker (Rutger Kopland), Floris van Merckem (Maurice Gilliams), Frederik van Eeden (Cornelis Paradijs), Michael M. Kuijpers (K. Michel), Johan Willem van der Zant (Hans Andreus) en Sylvie Marie (Sylvie de Coninck) zijn ofwel bekend door hun echte naam (na eerst onder pseudoniem te hebben geschreven) of zijn bekend geworden onder hun pseudoniem en dan is hun echte naam vaak (veel) minder bekend. En dit zijn maar een paar voorbeelden, wanneer je als zoekterm pseudoniem intikt op dit blog kom je vele pagina’s blogberichten tegen met dichters met een pseudoniem. Ook ik heb mijn eerste gedicht gepubliceerd onder een pseudoniem (W. Vos).

En dit zijn maar een aantal voorbeelden van Nederlandse en Vlaamse dichters, ook internationale dichters van naam hebben zich bedient van pseudoniemen of zijn bekend onder hun pseudoniem (Pablo Neruda, José Ribamar Ferreira, Wahé Arsèn, Paul Celan, Paul Snoek en Andreas Thalmayr). Wat nog een andere, veel minder voorkomende categorie pseudoniemen is, is het mannelijke pseudoniem voor een vrouwelijke dichter (Petronella Buzing  die onder het pseudoniem Peter Jaspers bekend werd) en het vrouwelijke pseudoniem voor een mannelijke dichter (Anton Ent die bekend schreef onder de naam Marieke Jonkman).

Marieke Jonkman schreef in 5 jaar (tussen 1991 en 1996) 4 dichtbundels waarvan de eerste drie heel succesvol waren. Haar poëzie verscheen in literaire tijdschriften als Maatstaf. Opvallend ook is dat de poëzie van Marieke Jonkman meer aandacht krijgt (recensies) en vaker wordt opgenomen in bloemlezingen. In 1993 maakt Anton Ent bekend dat hij achter dit pseudoniem schuil gaat. In een interview in Trouw uit 1993 gaat Anton Ent dieper in op het hoe en waarom van dit pseudoniem https://www.trouw.nl/nieuws/marieke-jonkman-in-andermans-huid~be8e37a4/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F

In Maatstaf 3/4 uit 1994 zijn een aantal gedichten van Marieke Jonkman opgenomen waaronder het gedicht ‘Inzicht’.

.

Inzicht

.

Zo is het echt. Zo zit de woning in elkaar:

Schenk jij voor het bezoek iets in en waarom

moet ik jou dit vragen? Als ik dood ben, heb

ik gestreden, dagelijks, iedere seconde.

.

Afgewezen is de onderstroom en boventoon

van mijn bestaan. Juffrouw Strijdvaardig

legt het af. Legt het nimmer af. Ben. Maar.

.

Ik wil ontspannen vragen: wat wilt u drinken?

het dienblad dragen en geen fooi bedingen

zodra macht explodeert en mannen zingen:

de spiegelvrouw is gastvrouw op dit feest.

.

Kerstmis 2020

Dubbel-gedicht

.

Poëzie is er over elk onderwerp. Het probleem is het te vinden als je er naar zoekt. Zo wilde ik voor kerstmis twee gedichten plaatsen in de categorie Dubbel-gedicht waaruit twee totaal verschillende manieren of ervaringen rondom (het vieren van) kerstmis zouden blijken. Volgens mij is dat gelukt. In het eerste gedicht of lied van Drs. P. uit de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ liedteksten van Drs. P. uit 1999 nam ik het gedicht/lied ‘Jubelzang’ waarin op een vrolijke manier het ‘leven’ van een kerstengel onder de loep wordt genomen.

In het tweede gedicht ‘Kerstziekte’ van Anna Enquist uit de bundel ‘Klaarlichte dag’ uit 1996 is veel minder duidelijk waarover dit gedicht nu gaat. Op de zeer informatieve website dbnl.org kwam ik een stuk uit ‘Onze Taal’ tegen uit 1997 waarin door Guus Middag een poging tot verklaring wordt gedaan https://www.dbnl.org/tekst/_taa014199701_01/_taa014199701_01_0235.php

.

Jubelzang

.

Hier hang ik nu in volle glorie
Aan een versierde conifeer
Geen parel in de kunsthistorie
Maar wel in ’t menselijk verkeer
Ik hang mezelf hier uit te stallen
Omringd door slingers en door ballen
En zie met innig welgevallen
Op al die stervelingen neer
.
Want ik ben een kerst-engel, een kerst-engel
Van plastic en fosforescerende verf
Ja een kerst-engel, een kerst-engel
En niet onderhevig aan breuk of bederf
En overal staan zulke bomen
Te pronken op dit grondgebied
Het heerlijk avondj’ is gekomen
Pardon, dat is een ander lied
Men kan weer achter alle deuren
Een folklorama-show bespeuren
In velerlei frappante kleuren
Je weet gewoon niet wat je ziet.
.
En ik ben een kerst-engel, een kerst-engel
De haren gegolfd en de armen gestrekt
Ja een kers-tengel, een ker-stengel
En maak vooral ’s avonds een machtig effect
.
Nu zijn er wel die mij niet mogen
Of onverschillig langs mij gaan
Met liefde en met mededogen
Zie ik die vuile schoften aan
Ik wil zo graag een keer naar buiten
Om mijn gevoelens daar te uiten
Totdat miljoenen oren tuiten
Maar naar zo’n kans kan ik wel fluiten
Want met die tralies voor de ruiten
Kom ik hier in geen eeuw vandaan
.
O, ik ben een …-engel, een …-engel
Met draaibare vleugels en lichtgevend hoofd
Ja, een …-engel
Al is er hier binnen geen mens die ’t gelooft
.
.
Kerstziekte
De rivier heeft zich tot meer
gestrekt en klotst onder de waslijn.
Geen plaats voor paarden, engelen;
in geen herberg thuis. Ga liggen
onder zeven dekens, koorts ranselt
de gewrichten, laat hem, hij maakt
zich zwaar in haarwortels en oogkas.
.
Straf, teken? Na een troebele
nacht ligt water glad over radeloos
gras, een zuiver blinken tussen
wolk en vroegere weide. Stroom
gaf zijn richting voor stilstand,
niemand mist iets: longen, mijn
vurige vlerken, mijn vlammende jas!
.
.

De lage landen

Heidi Koren

.

Pas geleden kreeg ik het tijdschrift ‘de lage landen’ in handen, een lijvig boekwerk dat de traditie voortzet van het tijdschrift ‘Ons erfdeel’ dat verscheen van 1957 tot 2019. De lage landen is een uitgave van Ons Erfdeel vzw. en biedt kwalitatieve informatie en reflectie over de culturele en maatschappelijke ontwikkelingen in de lage landen (Nederland en België dus). Daarnaast bouwt Ons Erfdeel bruggen, wereldwijd, tussen mensen die geïnteresseerd zijn in de cultuur van de lage landen.

Kortom een mooi streven van een mooie vzw en, misschien nog wel belangrijker, dat doen ze o.a. middels een zeer fraai uitgegeven en vormgegeven tijdschrift. Bijna 200 pagina’s met inhoudelijk zeer interessante artikelen en, zoals het een tijdschrift betaamt dat spreekt van cultuur, is er ook ruimte voor literatuur en poëzie. Tweemaal per jaar bloemleest Jozef Deleu, hoofdredacteur  van het poëzietijdschrift  ‘het Liegend Konijn’ vier gedichten uit recent verschenen bundels in ‘de lage landen’.

Ook in het november nummer van 2020 (de 63ste jaargang) heeft hij dit gedaan en ik lees gedichten van Anna Enquist, Jacques Hamelink, Mahlu Mertens en Heidi Koren. En het gedicht van Heidi Koren pakte me, misschien omdat ik pas geleden nog schreef op dit blog over ‘oude handen’ in een gedicht van Edward van de Vendel https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/11/30/oude-handen/ . Zet deze twee gedichten naast elkaar en je hebt een Dubbel-gedicht over het ouder worden van handen. Het gedicht van Heidi Koren komt uit de bundel ‘Wie dit leest is gek’ uit 2020.

.

Handen

.

Ik kan me mijn handen nog goed herinneren zoals ze waren

toen ze nog de handen waren van een jonge vrouw.

Nu heb ik die handen niet meer.

.

De handen van mijn moeder liggen in mijn schoot. Ik kijk naar ze.

Soms pak ik met de ene het vel van de andere op en

tel de seconden

dat het rechtop blijft staan voor het weer gaat liggen.

.

Mijn moeders handen aaiden soms over mijn gezicht.

Ze pakten me in mijn nek als de heuvel te stijl was of

mijn beentjes te moe.

Dat doen deze handen niet.

.

Die doen wat mijn handen altijd al deden.

In mijn schoot liggen.

Tikken op het toetsenbord.

Over het gezicht van mijn kind aaien.

Haar hand pakken.

.

Met mijn moeder in mijn eigen staan.

Nooit begrijp ik hoe dat kan.

.

Kompas

Anna Enquist

.

Pas geleden sprak ik een dichter over Awater. Volgens hem was dat dat blad met louter recensies. Ik heb hem meteen uit de droom geholpen door hem te vertellen dat Awater inderdaad recensies van dichtbundels plaats maar daar naast ook artikelen over dichters, gedichten, columns en interviews opneemt.

Zoals de nieuwe Awater (najaar 2020) met onder andere een artikel over Esther Jansma, columns van Thomas Möhlmann en Tsjead Bruinja, een artikel van Ingmar Heytze, poëzie van Mieke van Zonneveld, een verstript gedicht van Vrouwkje Tuinman en nog veel meer. En inderdaad ook een boel recensies van dichtbundels.

Zelf heb ik gekozen voor het abonnement waarbij je bij elk nummer de Poëzieclubkeuze krijgt toegestuurd. Dit keer de bundel ‘Berichten van het front’ van Anna Enquist (1945) uit 2020.  Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Kompas’.

.

Kompas

.

Je kan net zo goed een kruiswoordraadsel,

een cryptogram oplossen. Goochelen met

woorden een gordijn dat indringers uitsluit.

.

Take that, dichter. Wat houdt je weg met

je regels? Een vrouw uit haar geboortejaar

met brede heupen, grijzend haar? Een kind

.

om mee te lachen, zingen, spelen? Dek maar

toe, die ellende. Verleng het grafrecht, teken

naarstig woorden op, rangschik je zinnen.

.

Alles zwart op wit en beeldspraak van steen.

Door de gordijnkier grijnst wanhoop je aan

als je klaar bent. Daar moet je heen.

.

Vakantiepoëzie

Anna Enquist

.

In de vakantie steeds een gedicht zonder veel extra informatie, gewoon om elke dag te lezen en van te genieten. Vandaag de eerste van Anna Enquist, uit de bundel ‘De tussentijd’ uit 2004 het gedicht ‘De essentie van het missen’.

.

Essentie van het missen

.

Ik mis de linkshandige, schitterend
spiegelbeeld naast mij aan tafel, ik mis

haar tot brakens toe, dagelijks. Het is
de kern van het gemis, het missen zelf,

zegt men. Dat zal ik, met gestrekte
hals, fijntjes ontkennen. Dat zal ik

schuimbekkend tegenspreken. de tijd
is een ruimte, je bent altijd bij haar,

zegt men. Ik kijk in de lege spiegel.
Geleerde onzin, schandalige troost.

Ze reed weg met mijn goud, mijn geluk
in haar fietstas, hief haar smalle hand

en verdween tussen de weiden. De kern
van gemis laat mij koud, geen wijsgerige

held gaat mij helpen. Ik mis
het vlees, haar linkshandige lichaam.

.

de Coninck en Buddingh’

Prijs en gedicht

.

Sinds 1988 bekroont Poetry International jaarlijks het beste Nederlandstalige poëziedebuut met de C. Buddingh’-Prijs. Met de prijs beoogt Poetry International meer aandacht te genereren voor talentvolle nieuwe stemmen in de Nederlandstalige poëzie. Voor menig dichter van naam was de C. Buddingh’-prijs de eerste belangrijke trofee die in de wacht werd gesleept. Namen die me te binnen schieten zijn Anna Enquist, Marieke Lucas Rijneveld, Vicky Francken en Ilja Leonard Pfeijffer. De prijs is genoemd naar Cees Buddingh’.

In de cyclus ‘Ars poetica’ schrijft Herman de Coninck een gedicht ‘Aan Buddingh’ en in eerste instantie dacht ik dat het een soort van eerbetoon was aan de poëzie van Buddingh’. Totdat ik op de website dbnl.org een artikel las uit een ‘Tirade’ uit 1977 waarin de zaken toch enigszins anders blijken te liggen. De poëzie van Herman de Coninck werd in 1970 opgenomen in de bundel ‘Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen’. De nieuw realistische dichters zetten zich aan de ene kant af tegen het “welig tierende, hermetisch-duistere 50ers-epigonisme” in de Vlaamse dichtwereld. Aan de andere kant distantieerde de woordvoerder van deze nieuw realisten zich van de Nederlandse nieuw realisten zoals die vooral in Gard Sivik en De Stijl  werd gepubliceerd.

In het gedicht ‘Aan Buddingh’ spreekt de Coninck zich uit tegen dit Nederlands nieuw realisme dat volgens de Vlamingen “neutraal-objectief, onpersoonlijk en gezichtsloos informatisme” was.

.

Aan Buddingh’

.

Ik hou wel van gedichten

als gespierde kerels van behaarde

mannelijke taal, die zich krabben

waar het jeukt, die oergezond

op je afkomen en zeggen: ga zitten,

ik ben een gedicht, aangenaam, en

waarover zullen we het hebben.

.

Zulke gedichten kunnen natuurlijk even vlot

over liefde als over Vietnam praten,

en misschien zijn zij wel verantwoordelijk

voor de gezondheid van de poëzie,

zoals Limburgse boeren voor de gezondheid

van de moraal.

.

Maar ik hou eigenlijk nog meer

van een groep woorden die zich samen

plotseling bijzonder intiem gaan voelen

en zeggen: laat ons nou maar altijd

bij elkaar, er hoeft er geen meer bij te komen.

.

Het was voorspeld

De mooiste gedichten over weer of geen weer

.

In de loop der jaren zijn er veel, heel veel poëziebundels verschenen rondom een bepaald thema. Inmiddels bezit ik er al vele tientallen van. Zo zijn er bundels over muziek, voetbal, dieren, moeders, kinderen, tuinieren, seks, Europa, het geloof, de oorlog (wereldoorlog I en II), de vrede, katten en ga zo maar door. Het aardige van dit soort bundels vind ik de variëteit in dichters en vormen van poëzie die samenstellers bij elkaar weten te vinden. Pas geleden heb ik weer een nieuw exemplaar aan mijn verzameling kunnen toevoegen, dit keer met als thema ‘het weer’, Nederlandser kun je het bijna niet krijgen.

In 2004 gaf uitgeverij Mozaïek uit Zoetermeer, de bundel ‘Het was voorspeld’ uit met als ondertitel ‘de mooiste gedichten over weer of geen weer’. Deze zelfde uitgeverij gaf al eerder themabundels uit over koeien en rivieren en dijken. Deze bundel werd samengesteld door Rien van den Berg en Liesbeth Goedbloed en bestaat uit gedichten van bekende dichters (Gerrit Achterberg, Herman de Coninck, Anna Enquist,Judith HerzbergToon tellegen, Vasalis en Willem Wilmink) en minder bekende dichters (Peter van Lier, Lenze L. Brouwers, Koos Geerds en Rouke van der Hoek). Onderwerpen zijn vormen van neerslag, de maanden, de seizoenen, weermannen maar ook de wind, de wolken en de zon.

Ik koos voor en gedicht van dichter Menno Wigman getiteld ‘Stil maar, wacht maar’.

.

Stil maar, wacht maar

.

Wat een geluk dat Holland niet bestaat.

Alleen een tenger land van mist en klei,

alleen miljoenen doden zonder steen,

alleen het ultimatum van de zee.

.

En wat een troost dat er geen morgen is,

dat er nooit sprake was van sneeuw en hagel,

zon en voorjaarswind – helemaal niks.

.

Alleen het ultimatum van het licht.

.

Tot zover het weerbericht.

.

 

Genade

Anna Enquist

.

Begin van de jaren negentig van de vorige eeuw maakte Anna Enquist (1945) een stormachtige entree in de literatuur met haar dichtbundel ‘Soldatenliederen’. Ze ontving voor deze bundel meteen een prijs, de C. Buddingh’prijs. Ook haar tweede bundel ‘Jachtscènes’ uit 1993 wordt bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Met haar krachtige gedichten weet ze een grote groep mensen te bereiken. Woorden die je tegen komt als je over haar poëzie leest zijn werkelijkheidslievend, anekdotisch, eigen idioom en beeldtaal. In 2000 verscheen een overzichtsbundel getiteld ‘De gedichten 1991 – 2000’ met daarin poëzie uit de 4 dichtbundels die ze vanaf 1991, haar debuut schreef. Uit deze bundel het gedicht ‘Genade’ dat eerder verscheen in de bundel Klaarlichte dag’ in het laatste hoofdstuk getiteld ‘Het reisverslag’.

.

Genade

.

Met de mensen in de supermarkt

op vrijdag geen mededogen, geen

genade voor de producten, de lamme

karren, geen pardon voor de kassa.

.

De winkel moet in de hoek

van reddelozen, bij de honden,

het ziekenhuis en de radio.

.

Ik kruip bij de lafaards. Een dag

respijt krijgen wij van de dageraad

iedere morgen, om op te kauwen

tot het donker is. Aalscholvers,

.

Belgische voetpaden, bibliotheken,

en ik.

.

Poëzie museum

Virtuele poëzie

.

Via mijn Probiblio collega Ineke kreeg ik de tip over het Poëzie museum. Toen ze me vertelde wat dit precies was, werd ik meteen enthousiast. Het Poëzie museum werd op 1 april 2017 (geen grap) geopend aan het Museumplein in Amsterdam. Het is in feite een onzichtbaar museum, totdat je de app download (IOS en Android). Wanneer je dan ergens op het Museumplein de app opent vormt zich een wereld vol poëzie voor je ogen door middel van Augmented Reality. Je richt je telefoon of tablet op een plek op het Museumplein en voor je ogen verschijnen gedichten van 10 Nederlandse dichters op je scherm terwijl je nog steeds naar de plekken op het Museumplein kijkt.

Het Poëzie Museum is een initiatief van Internationational Silence. (Twan Janssen en Johannes Verwoerd). International Silence initieert en ontwikkeld culturele projecten op het snijvlak van kunst en design. Zij vroegen dichter Anna Enquist om als curator op te treden van dit virtuele museum.

Anna Enquist selecteerde tien Nederlandse dichters: Ida Gerhardt, Annie M.G. Schmidt, Gerrit Kouwenaar, Elly de Waard, Neeltje Maria Min, Leonard Nolens, Eva Gerlach, René Puthaar, Menno Wigman en Alfred Schaffer. Iedere dichter krijgt een eigen paviljoen, dat zes gedichten in 3D  toont. 24 uur per dag kun je de ruimtelijke gedichten lezen via telefoon of tablet.

Inmiddels is er al een uitbreiding gekomen van de makers van deze app namelijk een virtueel poëziepanorama in park Doornburgh in Maarssen onder de titel ‘Wat blijft’. Uitgangspunt hierbij is de gelijknamige tekst van Spinvis, deze kun je al lopend door het park virtueel lezen.

.

Wat blijft

De afstand blijft
De vangrail blijft
De populieren gaan
De helden gaan
Augustus blijft

Getuigen gaan
Gefluister gaat
De conversatie staakt
De Noordzee gaat
Het weergaloze blijft

Het doorgaan blijft
Voorlopig blijft
Al vroeg gegaan naar dierentuin, toen
Weggebracht naar busstation
Gezwaaid

Een sigaret
De bomen gaan
Het ruisen blijft

En als het soms
En dank u wel
En of ze ooit nog schrijft

Het landschap gaat
Het uitzicht blijft

We vinden ons
Het vinden blijft
Twee zomerarmen wijd
De schaduw gaat
De schemer blijft altijd

Het drinken blijft
Het drinken blijft
Ik hoorde dat, ach ook laat ook maar
Gewoonste gang van zaken
Zet de hond
Aan wie dan ook

Ze blijven hier
Ze hangen rond
De vaders gaan
De namen gaan
Na verloop van tijd
De duinen gaan
Het eiland blijft

Onderste drie foto’s: Ineke Goedhart
%d bloggers liken dit: