Site-archief

Proost!

Om een bokaal van wijn

.

Poëzie kan werkelijk over elk onderwerp gaan. Vaak worden gedichten over een bepaald onderwerp bij elkaar gebundeld. Dit soort themabundels zijn populair bij liefhebbers van poëzie en van het desbetreffende thema. Zo zal uitgeverij van Lindonk in 1967 ook gedacht hebben toen ze ‘Om een bokaal vol wijn’ uitgaven met gedichten van dichters rondom het thema Wijn. De bundel met 24 verzen van ‘eigentijdse Nederlandse dichters’ is uitgegeven in het 125ste wijnjaar van Robbers & Van den Hoogen n.v. in Arnhem (en dus niet het 123ste zoals abusievelijk op de website https://www.nederlandsepoezie.org/jl/1967/zz_om_een_bokaal_vol_wijn.html staat te lezen).

Bekende en minder bekende dichters hebben hun medewerking verleend aan deze bundel; van A. Roland Holst, C. Buddingh’ en Hans Andreus tot Jan Engelman, Fem Rutke en Tom Naastepad. In een fraai uitgegeven bundel met fijne harde kaft en illustraties van Kurt Löb en van een voorwoord voorzien door Jan Wit is dit een fijne bundel voor poëzieliefhebbers en ook wijnliefhebbers.

Ik koos voor een gedicht van Ankie Peypers, één van de twee vrouwelijke dichters in deze bundel ( de ander is Ellen Warmond) getiteld ‘Verzoek aan wijn’.  Ankie Peypers (1928-2008) debuteerde in 1946 met de bundel ‘Zeventien’, met daarin zeventien jeugdgedichten. In 1951 verscheen haar officiële debuut ‘October’. Sindsdien verschenen gedichtenbundels, vertalingen en enkele romans.  In 1972 verscheen de verzamelbundel ‘Gedichten 1951 – 1971’. Als journalist werkte ze voor De Vlam en Het Vrije Volk. Daarnaast was ze medeoprichter van het feministisch-literaire tijdschrift Surplus en publiceerde ze regelmatig over de positie van vrouwen.

.

Verzoek aan wijn

.

Laat je drinken

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die jou deed rijpen

toen je geboorte lange maanden

zomermaanden in de heuvels

werd verwacht

tot eindelijk de dorpelingen

op het dagen nachten durend

feest je loflied zongen

dat je goed was

als je voorgeslacht;

.

laat je drinken

wij zijn maar een gaarde

waarin dezelfde onrust groeit

die een oogstfeest verwacht.

.

Laat je drinken

wie dan jij

moet de verhalen

die ons denken

als in de heuvels

gevangen houdt

vertalen?

.

Advertenties

Endre Ady

Verwant van de dood

.

Endre Ady (1877 – 1919) was een Hongaars dichter die zijn poëzie in een volkse stijl schreef en wiens werk sterk beïnvloed werd door dichters als Charles Baudelaire en Paul Verlaine. In zijn gedichten maakte hij vaak gebruik van het Symbolisme en thema’s als God, Hongarije en het gevecht tot overleven.

Ik ken Endre Ady als dichter al sinds 1998 toen ik voor de eerste maal de bibliotheek in Hatvan bezocht. Deze Hongaarse zusterstad van Maassluis heeft haar bibliotheek vernoemd naar deze beroemde Hongaarse dichter. Het is een heel normale zaak in Hongarije om bibliotheken naar beroemde schrijvers en dichters te noemen, heel anders dan in Nederland waar dat naar mijn weten nog nooit is gedaan.

In vertaling zijn er een aantal gedichten van Endre Ady verschenen waaronder het gedicht ‘Verwant van de dood’ in vertaling van Ankie Peypers uit 1969.

.

Verwant van de dood

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Ik houd van de zieke rozen

vrouwen die verwelkend

verlangen naar zonovergoten kwijnende

najaarstijd.

.

Ik houd van de trieste uren,

van hun spokende, wenkende roep.

.

Van de grote dood, de weerspiegeling

van de heilige dood.

.

Ik houd van hen die wenen,

ontwaken, verre reizen doen.

Van de kilbeijzelde ochtend

boven het veld.

.

Van de gelatenen die versagen,

van tranenloos verdriet en vrede.

Gelatenheid, de haven voor wijzen,

dichters, misdeelden.

.

Ik houd van hen die ontgoocheld zijn,

die kreupel, in de val gelokt,

niet meer geloven; van de bedrukten:

van de wereld.

.

Ik ben een verwant van de dood

en bemin de vluchtige liefde.

Ik houd ervan haar te kussen

die weggaat.

.

Endre_Ady

 

In ons hoofd zit wat voorbij is

Ankie Peypers (1928 – 2008)

.

Gistermiddag was ik bij het afscheid van een collega en in een van de speeches  hoorde ik daar de zin ‘In ons hoofd zit wat voorbij is’.

Die zin intrigeerde me en ik heb hem gelijk genoteerd. Vandaag heb ik er naar gezocht en het blijkt een citaat te zijn van Ankie Peypers.

Eig. Johanna Annie Peijpers, Nederlandse dichteres en prozaschrijfster (Amsterdam 29.9.1928). Aanvankelijk journaliste bij het socialistische bladDe Vlam en bij Het Vrije Volk. Ze debuteerde met poëzie in Libertinage en in 1951 verscheen haar bundel October. Haar gedichten vertonen verwantschap met de poëzie van de Vijftigers, vooral door de associatietechniek, maar ze heeft nooit echt deel uitgemaakt van deze groep. (Bron: dbnl.org).

Een voorbeeld van een van haar gedichten:

.

 Dood

        De vogels, executeurs-testementair
        van de verzen die ik heb geschreven,
        komen als het herfst wordt naar mij toe,
        denkend dat het einde van mijn leven
        samenvalt met het beginnend sterven
        in de bomen rond hun vogelnesten,
        met de onrust in hun vogelbloed.

        Zij vliegen snel om nog op tijd te zijn
        voor het bladerritselend verwaaien van mijn leven
        en vragen mij:
        dood-zijn is dat
        zoals een telefoondraad is,
        tussen twee palen strakgespannen,
        omgeven door de ijle lucht
        en roerloos zijn, een heel klein zwart,
        dat niet kan zingen en geen antwoord geven?
.

 

%d bloggers liken dit: