Site-archief

Uit een sprookje

Rosa Schogt

.

Er zijn veel dichters. Heel veel. Ik ken er vele van naam en van lezen, en een klein deel persoonlijk. En elke keer weer word ik verrast wanneer ik weer een nieuwe naam ontdek (waarom ken ik deze dichter niet? Waarom nog nooit iets van deze dichter gelezen?). Dat gevoel had ik toen ik de bundel ‘Dansen te ontspringen’ van Rosa Schogt uit 2019 las. Schot is actrice, theaterwetenschapper en redacteur. En dichter dus. Volgens de gegevens op de achterflap speelt, schrijft en geeft ze poëzie- en taallessen en draagt ze haar poëzie graag en met verve voor.

In haar eerste bundel (ze publiceerde al gedichten in De Revisor en in de bundel van Ellen Deckwitz ‘Olijven moet je leren lezen’) smijt Rosa Schogt (1980) met seks, liefde, dood en theater, verfrissend, zinnelijk, helder en grappig. Ze maakt zich zorgen om dingen, maar net niet genoeg om er echt wat aan te doen. Maar dan is er altijd nog de poëzie, en dat helpt. Een beetje. Met zo’n introductie is mijn nieuwsgierigheid gewekt. En eerlijk is eerlijk, haar gedichten zijn grappig en verfrissend, soms wat anekdotisch, met verwijzingen naar haar jeugd maar altijd prettig leesbaar.

Uit de bundel ‘Dansen te ontspringen’ koos ik het gedicht ‘Uit een sprookje’.

.

Uit een sprookje

.

Hij weet niet goed meer waar vandaan,

waarheen hij kwam, er was geen grens,

er was eens maar die liep naar hier,

een kaft, een blad papier

.

Hij is de trol, gebuikt, bebaard,

hij is de sater, is de ork,

de draak, de dwerg die van je houdt,

de reus, de gnoom, de wolf

.

Hij was de hele tijd op weg

naar jou. Hij zag een man, dicht bij het eind

Die zat daar maar, keek bang, benard

Het paard smaakte zeer goed

.

Diens kroon nam hij maar mee, voor jou

Jij bent de mooiste vrouw die hij ooit zag

Gelukkig lang houdt hij je vast

Je bent van hem alleen

.

Genade

Anna Enquist

.

Begin van de jaren negentig van de vorige eeuw maakte Anna Enquist (1945) een stormachtige entree in de literatuur met haar dichtbundel ‘Soldatenliederen’. Ze ontving voor deze bundel meteen een prijs, de C. Buddingh’prijs. Ook haar tweede bundel ‘Jachtscènes’ uit 1993 wordt bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Met haar krachtige gedichten weet ze een grote groep mensen te bereiken. Woorden die je tegen komt als je over haar poëzie leest zijn werkelijkheidslievend, anekdotisch, eigen idioom en beeldtaal. In 2000 verscheen een overzichtsbundel getiteld ‘De gedichten 1991 – 2000’ met daarin poëzie uit de 4 dichtbundels die ze vanaf 1991, haar debuut schreef. Uit deze bundel het gedicht ‘Genade’ dat eerder verscheen in de bundel Klaarlichte dag’ in het laatste hoofdstuk getiteld ‘Het reisverslag’.

.

Genade

.

Met de mensen in de supermarkt

op vrijdag geen mededogen, geen

genade voor de producten, de lamme

karren, geen pardon voor de kassa.

.

De winkel moet in de hoek

van reddelozen, bij de honden,

het ziekenhuis en de radio.

.

Ik kruip bij de lafaards. Een dag

respijt krijgen wij van de dageraad

iedere morgen, om op te kauwen

tot het donker is. Aalscholvers,

.

Belgische voetpaden, bibliotheken,

en ik.

.

Titelgedicht: nieuwe vorm van poëzie

Omgedraaid

.

Misschien komt het doordat ik ook op dit blog vaker aandacht besteed aan vormen van poëzie, versvormen en gedichten die net even anders zijn dan wat je gewend bent. Misschien had ik een aanval van creativiteit maar gisteravond terwijl ik al half in slaap was bedacht ik een nieuwe vorm van poëzie.

Gelukkig kon ik het me vanmorgen nog goed herinneren. Ik noem deze vorm ‘Titelgedicht’. En titelgedicht moet in deze niet worden opgevat als het gedicht dat de titel van een bundel draagt bijvoorbeeld maar een gedicht waarin het poëtische gedeelte zich bevindt in de titel en niet in het eigenlijke gedicht. Kun je me nog volgen?

Deze vorm leent zich goed voor anekdotische poëzie maar ook voor de wat serieuzere vormen. De uiteindelijke vorm heeft echter altijd iets grappigs of anekdotisch in zich.

De vorm is verder: drie langere zinnen die een geheel vormen (als titel) en twee korte zinnen die daarop ingaan (als gedicht gedeelte).

Twee voorbeelden.

.

De licht roterende, ultrasone, geluidsdichte applicator wordt schuin en zijdelings op het oppervlakte van de huid geplaatst. Hierbij wordt een lichte druk uitgeoefend op het bovengedeelte van de handgreep, teneinde een zo’n groot mogelijke effect te sorteren bij de uitvoering van de handeling.

“Mooi apparaat

zo’n uhh..”

.

De dichter ligt, na jarenlang gestaan te hebben, zijn mond droog van het uitgesproken zijn en rond zijn ogen jaarringen die zijn ware aard verraden. Zijn pak – wie wist van het bestaan? – te groot, te ruim om het breekbare lichaam, dat niet meer het zijne is. de ogen gesloten, net als vroeger. Dat dan weer wel.

“Wat toont ie bleek.”

“Maar hij ligt er wel mooi bij.”

.

Of deze vorm weerklank zal krijgen? Ik weet het niet. Ik daag je uit om ook een ‘Titelgedicht’ te schrijven. De mooiste en leukste zal ik op dit blog publiceren.

creative-mind

%d bloggers liken dit: