Site-archief

Tijdelijk gedicht

Adriaan Jaeggi

.

Gedichten in de buitenruimte of ergens binnen in een gebouw kunnen ook een tijdelijk karakter hebben in tegenstelling tot bijvoorbeeld gedichten op buiten- of binnenmuren of op het glas van ramen. Zo stond er in 2014 in de centrale bibliotheek van Den Haag een tentoonstelling van verschillende gedichten van het project ‘Poëzie op pootjes’ op posters https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/06/poezie-op-pootjes-2/ .

Blijkbaar was 2014 een goed jaar voor tentoonstellingen van (tijdelijke) gedichten want ook in Amsterdam, op het binnenplein van het Amsterdam Museum, was poëzie te lezen die daar tijdelijk werd tentoongesteld. Hieronder een voorbeeld van een gedicht van (de eerste) stadsdichter van Amsterdam Adriaan Jaeggi (1963 – 2008) getiteld ‘II Toeristisch intermezzo / Gedicht dat op een T-shirt past’.

.

En dan stopt het

Alfred Schaffer

.

Als je, zoals ik, al vele jaren poëzie leest, erover schrijft en met poëzie bezig bent, dan denk je dat je de meeste dichters uit Nederland toch wel tenminste van naam kent. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik hoorde dat Alfred Schaffer de P.C. Hooftprijs voor poëzie is toegekend in 2021. Wie dacht ik? Ik kom er steeds meer achter dat hoe meer ik poëzie lees en denk te weten hoe minder ik van poëzie weet. Dat is een vreemde ervaring maar tegelijkertijd ook een prettige constatering, tenslotte blijft er altijd iets te leren, te weten te komen of mee verrast te worden.

Alfred Schaffer dus. geboren in Leidschendam (vlakbij nog wel) in 1973, verhuisde hij na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde en Film- en theaterwetenschappen aan de Universiteit Leiden naar Zuid Afrika waar hij in 2002 promoveerde en aan de slag ging als docent moderne Nederlandse letterkunde. Van 2007 tot 2010 was hij fondsredacteur bij De Bezige Bij in Amsterdam, en redacteur van het tijdschrift ‘Bunker Hill’, dat in 2008 werd opgeheven. Hij keerde in 2011 terug naar Zuid-Afrika en werd docent bij de vakgroep Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch. Hij is ook medewerker voor poëzie van De Groene Amsterdammer en de Zuid-Afrikaanse dagbladen Die Burger en Beeld.

Als dichter debuteerde hij in 2000 met de bundel ‘Zijn opkomst in de voorstad’. Daarna volgde nog verschillende bundels en daarvoor werd hij meerdere malen bekroond of genomineerd voor literaire of poëzieprijzen. Zo ontving hij onder andere de Jan Campertprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs, de Paul Snoekprijs en werden zijn dichtbundels maar liefst drie keer genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Ook stelde hij bloemlezingen samen van moderne Afrikaanse poëzie samen met Antjie Krog, van het werk van Elisabeth Eybers en van het werk van H.H. ter Balkt.

De jury van de P.C. Hooftprijs noemde zijn werk in haar rapport volstrekt oprecht en zonder pretenties en poëzie die zich onderscheidt door een sprankelende veelstemmigheid. Door de P.C. Hooftprijs is mijn kennis van de dichters uit het Nederlands taalgebied weer wat toegenomen en daarom het gedicht ‘En dan stopt het’ uit zijn debuutbundel uit 2000.

.

En dan stopt het

.

De afgelopen dagen denk ik meer en meer
aan het eiland van mijn moeder
en het huis van haar vader,
het had blauwe buitenmuren en geen deuren,
zoals de meeste huizen aan de baai.
.
De zee,
het blauwe huis op het strand,
de boom in de keuken die men uit bijgeloof
niet had willen omkappen, er was zelfs
een gat gemaakt in het dak –
alles komt steeds meer op hetzelfde neer:
.
daar staat mijn vader,
maar nu zonder zijn vrouw of zijn schoonvader,
de enige blanke man in zee
en hij kan niet zwemmen.
Voetje voor voetje stapt hij, zonnebril op,
met een brede grijns door het ondiepe water.
.
Deze domme dagen zoek
of bedenk ik maar wat bij elkaar, met stomheid
geslagen.
Zo voorbeeldig, en dan stopt het.

.

Foto: Trouw

Gedicht op een waaier en een ketting

Judith Herzberg en Emily Dickinson

.

Ik heb al vaak geschreven over gedichten op vreemde plekken. Ook Meander heeft nu de vraag aan de klezers van haar nieuwsbrief gesteld om met leuke en bijzondere voorbeelden te komen. Heel soms kom ik nog een voorbeeld tegen dat ik nog niet heb besproken op dit blog. Zoals vandaag een waaier en een 3D ketting.

De eerste is een vouwwaaier met dubbel blad van papier waarop aan de voorkant een gedicht van Judith Herzberg, ‘Er is nog zomer’ uit 1992, is gedrukt, op een glad montuur van bamboe met metalen sluitpin (1991) verkrijgbaar in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het tweede voorbeeld is een gedicht van Emily Dickinson in een 3D geprinte halsketting.

.

Er is nog zomer

.

Er is nog zomer en genoeg

wat zou het loodzwaar

tillen zijn wat een gezwoeg

als iedereen niet iedereen terwille

was als iedereen niet iedereen

op handen droeg.

.

If I can stop one heart from breaking,
I shall not live in vain;

If I can ease one life the aching,

Or cool one pain,

Or help one fainting robin

Unto his nest again,

I shall not live in vain.

.

Marsman en Gorter

Dichters over dichters

.

Vandaag in de categorie Dichters over dichters de dichter, vertaler en literair criticus Hendrik Marsman (1899- 1940) over de dichter en oprichter van de Sociaal-Democratische Partij (de latere CPN) Herman Gorter (1864 – 1927).

In 1927 schreef Hendrik Marsman het gedicht ‘Herman Gorter’ naar aanleiding van het overlijden van de dichter. Gorter was een dichter die tot de beweging van de Tachtigers hoorde. De Tachtigers vormde een vernieuwende beweging in de Nederlandse literatuur (van ca. 1880 tot 1894) die voornamelijk bekend stond om zijn hervormingen binnen de poëzie. Zij zetten zich af tegen de romantiek en de bij die periode horende moraliserende toon in de literatuur, een periode die voorafging aan het tijdperk van de Tachtigers. In het werk van de Tachtigers kwamen impressionisme en naturalisme sterk naar voren.

Hendrik Marsman daarentegen maakte geen deel uit van deze Tachtigers. Marsman onderging in zijn begintijd als dichter invloed van de Vlamingen Wies Moens en Paul van Ostaijen, van vroege Duitse expressionisten als Georg Trakl en vooral van de Nederlandse dichter Herman van den Bergh, die met zijn bundel ‘De Boog’ uit 1917 bewust afstand had gedaan van de geijkte schoonheidsidealen van de Tachtigers. Ook werd hij in zijn begintijd beïnvloed door de expressionistische en kubistische schilderkunst.

Toch schreef Marsman een prachtig gedicht over Gorter. Jan Wolkers liet zich voor het monument voor de Tachtigers zelfs inspireren door dit gedicht van Marsman en dan met name door de eerste drie regels.

.

Hij was van vuur,

een golf, een vlam,

een stromend stuk natuur

.

Het monument voor de Tachtigers staat in het Oosterpark in Amsterdam en werd in 1992 geplaatst. Het gedicht ‘Herman Gorter nam ik uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ van H. Marsman uit 1967.

.

Herman Gorter

.

Hij was van vuur.
een golf, een vlam,
een stroomend stuk natuur,
blinkend als water in den zomerdag.
nooit, sinds ik hem zag,
zag ik nog een man
wiens wezen zoo bezielend overkwam
tot in zijn blik, zijn praten en zijn gang.
een rechte beuk, ook toen zijn einde kwam.
de bliksem sloeg
en van de bergen dreunde het naar zee,
met echo’s naar de sterren en de sneeuw
en door de bloemen drong het in den grond:
– ‘hij, die voor jaren in ons midden stond
en afscheid nam om in de taal
der menschen, juichend en kermend,
niets dan het verhaal
te zingen van het geluk,
hij keert terug,
hij is al doorgedrongen
in aarde’s moederschoot
en blinkend in zijn oorsprong
opgenomen, en door zijn dood
gezuiverd van de pijn
dichter te zijn
in een verschroeiden tijd.
hij, die vol hartstocht
langs de aarde dwaalde,
de schoonheid zocht en zong
onder de blauwe tenten van den zomer
en bij het gouden vuur des winters,
hij kwam terug,
hij is weer element onder de elementen
een golf, een vlam, een stroomend stuk natuur.

.

Allerzielen 2020

Dichter bij de dood

.
In 2018 en 2019 mocht ik deelnemen aan het project rond Allerzielen ‘Dichter bij de dood’ waarbij een aantal dichters op Allerzielen (2 november) ’s avonds op de begraaf plaats Oud Eik en Duinen in Den Haag gedichten voordraagt. In het geval van Oud Eik en Duinen, één van ’s lands oudste en mooiste begraafplaatsen, gedichten bij de graven van bekende dichters, schrijvers en kunstenaars. In 2018 droeg ik een gedicht voor van de dichter Dop Bles https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/16/voordracht-tijdens-allerzielen/ en in 2019 van de dichter G.H.J.E. Boswel https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/26/tranen/. Dit jaar had ik voor de dichter-drogist S.J. van den Bergh gekozen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/04/10/drogist/ en iedereen had er zin om weer een bijzondere avond rondom de dood en poëzie te beleven.
.
Helemaal omdat dit jaar ‘Dichter bij de dood’ haar lustrum viert. Iedereen had er zin en er werden allerlei plannen bedacht samen met de
begraafplaats. Deze editie wilde de organisatie iets bijzonders doen, extra uitpakken. Zo werd er een workshop gegeven aan de deelnemende  dichters, om ‘n portretgedicht te schrijven, over de persoon die zij hadden gekozen. Deze gedichten wilde de organisatie uitbrengen in een mooie dichtbundel. Een mooie kroon op onze afgelopen vijf jaar.
.
Maar zoals bij zoveel mooie initiatieven werd ook dit project definitief afgelast. Dankzij een tip van een van de deelnemende dichters, heeft de organisatie echter het volgende plan opgevat: de voordrachten van de gedichten worden gefilmd op de begraafplaats. Deze film zal worden verspreidt op 1 november a.s. via alle mogelijke kanalen. Daarnaast zullen deze prachtige gedichten bij de graven worden neergezet, waar zij de hele maand november te lezen
zullen zijn op de begraafplaats Oud Eik & Duinen.
.
Zo hebben de twee organisatoren Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt samen met Monuta, de eigenaar van Oud Eik en Duinen toch iets moois en speciaals weten neer te zetten rondom Allerzielen. Nadat het dichterspodium van Marjon ‘Dichter bij Den Engel, ophield te bestaan, en zij hoorde over de ‘Witte dichters’ die op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam gedichten voordroegen eind november, heeft zij samen met Liesbeth ‘Dichter bij de dood’ opgericht. Waarmee ze een mooie en bijzondere manier biedt aan bezoekers om te herdenken en aan dichters om deze avond een bijzonder tintje mee te geven. 
.
Normaal gesproken wordt er op de avond zelf, 1 gedicht voorgedragen uit het werk van de schrijver/dichter, en 1 troostend gedicht over de dood. De begraafplaats heeft door de jaren heen gezien hoeveel mensen troost putten uit deze mooie avond. Het is uitgegroeid tot een waardevol evenement, waar mensen al in september om komen vragen, wanneer het evenement weer is, bij de begraafplaats. De dichters zijn trots om een mooi gedicht te schrijven, en deze voor te mogen dragen, aan de belangstellenden. Dan ontstaat er soms een gesprek, waarin hun verhaal aan bod mag komen, over hun ouder of kind die op de begraafplaats begraven ligt, om weer even hun naam te noemen, ze weer even hardop herinneringen kunnen worden opgehaald. Op deze manier gedenken, en uiting te kunnen geven aan het gemis, is een mooie manier om even bij stil te staan met Allerzielen.
Nu het dit jaar dus niet kan doorgaan door de Corona crisis zal er op 2 november een film worden gepubliceerd (ook op dit blog) met daarin de dichters en de gedichten die zij over de bekende schrijvers, dichters en kunstenaars maakten.
.
.
Mijn gedicht gaat, zoals ik al schreef, over S.J. van den Bergh (1814 – 1868), dichter, drogist en oprichter van letterkundig genootschap Oefening Kweekt kennis, en ik heb het gedicht getiteld ‘De drogist-dichter’. De video-opname van mijn voordracht kun je na 2 november via dit blog bekijken evenals de voordrachten van de andere dichters.
.
.

De drogist-dichter

.

In de voorraadkast van de dichter

staat geen zand, zeep of soda.

In taal samengesteld liggen de

onderdelen klaar samengevoegd te worden.

,

Om zo te komen tot een resultaat, ook

hier geldt: oefening kweekt kennis.

,

De waarde van woorden wordt niet

afgewogen, niet uitgedrukt in vaste frasen

of tabellen, hier bepalen vers en vorm

de inhoudsmaat.

,

Weegt en wikt de dichter tot het juiste

gewicht is bereikt.

,

Het graf van S.J. van den Bergh

Een aantal van de deelnemende dichters

Gedicht van S.J. van den Bergh op zijn graf

Tijdens de filmopnames van Marije Hendrikx

 

 

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

Ja, ik wil

Willem Alexander en Maxima

.

Soms kom ik dichtbundels tegen die ik wil hebben, niet perse door de inhoud maar door het thema of de gelegenheid waarvoor ze zijn gepubliceerd of uitgegeven. Dit gaat zeker op voor de kleine bundel ‘Ja, ik wil’ Gedichten voor Willem Alexander en Maxima, van uitgeverij Meulenhoff uit 2002, uitgegeven naar aanleiding van het huwelijk van de koning en de koningin.

Dit kleine bundeltje bevat veertien gedichten uit de cassette met achttien gedichten die door de stad Amsterdam als huwelijksgeschenk werd aangeboden aan Willem Alexander en Maxima. Het cadeau werd samengesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam naar een idee van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

In de bundel, die vooraf wordt gegaan door de toespraak van burgemeester Job Cohen, staan gedichten van een bonte verzameling dichters. Van Anneke Brassinga en Adriaan Morriën tot Def P. en Diana Ozon. Maar er staat ook een gedicht in van de Zuid Afrikaanse Elisabeth Eybers getiteld ‘Willem Alexander en Máxima’.

.

Willem Alexander en Máxima

.

Onverbiddelik aanwijs op die troon

moet hij die verwagting van almal beloon;

.

dog per ongeluk, óf per geluk, het hij

reeds sij gretige blik in die richting laat glij

.

van ’n liewe, innemende meisiemens

wat vervulling bied aan zij soetste wens:

.

tesame kan hiertoe begunstigde paar

die veeleisende opdaag klaarspeel, nie waar?

.

 

Zonder

Sylvie Marie

.

In 2009 gaf uitgeverij Vrijdag in Antwerpen samen met uitgeverij Podium in Amsterdam de bundel ‘Zonder’ uit van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984, pseudoniem van Sylvie De Coninck). Over deze Belgisch-Nederlandse co-productie schreef Bouke Vlierhuis in een recensie op Meander:

Zo’n dadendrang, zo’n gevoel van urgentie, zo’n noodzaak tot scheppen als je voelt in deze poëzie en die je bij iedere regel het gevoel geeft dat er nog veel meer is, dat er nog honderd gedichten klaarliggen om op je afgevuurd te worden, dat vind je alleen bij een jonge dichter.

Alle reden dus om de bundel nog eens ter hand te nemen en er in te lezen. Al lezende kwam ik het gedicht ‘hermetisch’ tegen. Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.

.

hermetisch

,

‘er valt een haar van tussen

twee bladzijden van een boek

hoelang zat het er al?’

.

de menigte zwijgt, de micro ebt

hol de klanken weg, te traag

.

blijkt uit de dwaze ogen, blijkt uit geen lichaamstaal.

.

de dichter grijpt in (plots):

‘er is begin en eind wat telt, daartussen

is enkel nostalgisch gemijmer.

daarna kán getwijfeld worden.’

.

alweer geen applaus.

.

Poëzie luisteren

LP en DVD

.

Vorige week was ik in een kringloopwinkel in Limburg en daar lag een LP box met bakelieten 78 toeren platen uit 1936 met als titel ‘Tweede album verzen van Nederlandse en Vlaamse dichters van 1500 tot op heden’ gezegd door Paul Huf. Omdat ik geen platenspeler bezit waarop je 78 toeren platen kan afspelen heb ik de box niet gekocht. Met enige spijt want verzen die ‘gezegd’ worden uit 1936 had ik graag beluisterd.

Gelukkig kocht ik in een andere kringloopwinkel de bundel ‘Meer poëzie in Carré 1966 & 2006’ van uitgeverij van Gennep. Deel 1 van de Awater-reeks. Bij deze bundel zit een DVD met daarop een televisieregistratie van de spraakmakende 28 februari 1966 van Poëzie in Carré.

Naast deze DVD is er in de bundel een terugblik te lezen op die avond in 1966 en een foto-impressie. En natuurlijk lijsten van de deelnemende dichters in 1966 en in 2006 (in 2006 deden drie dichters mee die ook in 1966 deelnemen te weten Simon Vinkenoog, Gerrit Kouwenaar en Hans Verhagen).

Naast deze drie ouwe rotten veel hedendaagse dichters als Tjitskes Jansen, Ingmar Heytze, Hagar Peeters, Vrouwkje Tuinman, H.H. ter Balk, Ilja Leonard Pfeijffer en nog een aantal. Luisteren naar poëzie is iets bijzonders. Reden waarom ik graag op poëziepodia sta en ze ook bezoek. Je kunt een gedicht vele malen hebben gelezen maar als je de dichter het gedicht voor hoort dragen kan ik daar extra van genieten, om de voordracht en de accenten die de dichter in het gedicht legt die je nooit van papier kunt lezen.

Uit de bundel met dichters van Poëzie in Carré uit 2006 koos ik voor het gedicht ‘Jij ziet goed uit vandaag’ van Vrouwkje Tuinman.

.

Jij ziet goed uit vandaag.

.

De man van de griesmeelpannenkoeken

zegt iets tegen mij. De man de bakker.

Ik heb hem niet verstaan verdiept

in het vooruitzicht van mijn volle maag.

Veilig vol hij zegt het nogmaals

en ik schaam me. Je laat niet eimand

twee keer zeggen jij ziet goed uit.

Hij zegt ik mooi. dat verstaan.

Zou hij weten hij is de eerste die tegen

mij praat vandaag – nooit spreken met

volle mond – dat het de derde pannenkoek

is deze week. Hij vraagt of ik getrouwd.

.

Keizerin van Oostenrijk

Liefde die moet vrij zijn

.

Keizerin Sissi, zo is ze vooral bekend, al is het maar door de films met Romy Schneider, die haar beroemd maakte; Keizerin Elisabeth van Oostenrijk. Elisabeth Amalie Eugenie in Beieren (1837 – 1898) zoals haar naam was trouwde op zeer jonge leeftijd (16 jaar, haar man Keizer Frans Jozef was 23) en werd daardoor Keizerin van Oostenrijk en (vanaf 1867) Hongarije.

Ze was totaal onvoorbereid op een leven als Keizerin. Ze was van geboorte al prinses van Beieren en Hertogin in Beieren maar Keizerin was toch een ander verhaal. Ze had enorm veel moeite om zich aan te passen aan de strenge etiquette aan het hof en deed er van alles aan om aan de regels te ontsnappen.

Wat minder bekend is was dat ze in het diepste geheim  honderden verzen schreef. Pas in 1952, ruim een halve eeuw na haar tragische dood, werd in het Zwitserse Bern een cassette gevonden waarin zij haar verzamelde gedichten had opgeborgen.

In haar poëzie klinkt veelal haar eenzaamheid door en haar hunkering naar een eenvoudig en vervuld leven. In 2000 gaf uitgeverij Bert Bakker een selectie, samengesteld en vertaald door Gerda Meijerink, uit onder de titel ‘Liefde, die moet vrij zijn’. De 21 gedichten zijn opgenomen in het Duits en het Nederlands. Ik koos voor het gedicht Áfscheid van Zandvoort’ of ‘Abschied von Zandvoort’. Keizerin Elisabeth bezocht tijdens haar leven een aantal maand deze Hollandse badplaats en verbleef daar in hotel Kaufmann en Villa Paula. Ze bezocht Zandvoort voor fysiotherapie door de beroemde dr. Mezger in Amsterdam. Als ze in Zandvoort was hield ze zich bezig met snelwandelen langs het Zandvoortse strand en paardrijden.

.

Afscheid van Zandvoort

.

Nog een laatste, lange blik

Op jou, geliefde zee!

En dan vaarwel, hoe moeilijk ook;

God geve mij rentree!

.

Voor ’n afscheidsgroet vond ik het gepast,

Deze stille maanlichtnacht;

Jij trekt je uit- een glanzend beeld-

In al je zilverpracht.

.

Wanneer achter de duinenrij

De prille ochtend kriekt,

Ben ik met snelle vleugelslag

Al ver van jou gewiekt.

.

Maar ze vliegen hier altijd

De meeuwen, een witte schaar;

Dat één ervan er niet meer is,

Word jij dat dan gewaar?

.

Abschied von Zandvoort

.

Noch einen letzten, langen Blick
Auf dich geliebtes Meer!
Dann lebe wohl, so schwer´s auch fällt,
Gott geb´, auf Wiederkehr!

.

Zum Abschiedsgrusse wählt´ ich mir
Die stille Mondesnacht
Du liegst vor mir ein schimmernd Bild
In deiner Silberpracht.

.

Wenn morgen übers Dünenland
Die Sonne Strahl dich streift,
Bin ich mit raschem Flügelschlag
Schon weit von hier geschweift.

.

Umkreisen wird dich, wie zuvor,
Der Möven weisse Schar;
Dass unter ihnen eine fehlt,
Wirst du es wohl gewahr?

.

%d bloggers liken dit: