Site-archief

Ode aan de kapsalon

Gino van Weenen

.

In de prachtige bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ uit 2014, de eerste papieren uitgave van MUG books, staan 9 Rotterdamse dichters die hun liefde voor Rotterdam bezingen en beschrijven in verschillende gedichten. Een van die dichters is Gino van Weenen, een dichter die ik toen nog niet kende maar inmiddels een aantal jaar verder, ken ik hem wat beter en zijn we ook nog eens in het zelfde beroepsvlak werkzaam naast de poëzie (namelijk in de openbare bibliotheek). Hioe veelzijdig Gino is en met welke projecten hij bezig is lees je op zijn website https://ginovanweenen.com

In de bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ staat zijn ‘Ode aan de kapsalon’ die vette caloriebom die in Rotterdam ooit is bedacht.

.

Ode aan de kapsalon

.

Er zit niks meer tussen dat wat ik liefheb en dat wat ik consumeer. Dit is de

vrijheid van de Rotterdamse gevangenen, geen concessies en bovenal geen

hokjes meer. Of ik nu Westkruis, Hilledijk, Kleiweg of Schiedamseweg

ben, dit is mijn smaak.

Er zit eenvoud en diepgang in een kolos als deze. Het is een meervoudig pad

waarin de tijd ingeeft waar mijn binnenste goed voor is.

.

In aluminium gegoten alsof men ijzer aan het smeden is. Wij Rotterdammers

hebben het schuim op de bek en de buiken vol van mannen die ons tot diep in

de nacht bedienen van doordrenkte frieten en in saus verzopen vlees.

.

De loempia, al jaren overleden. Broodje kroket, geef die maar aan opa. Tosti

ham kaas, jongens ik wil echte vulling. Geen halve maatregelen en zeker geen

leugens over de meeslepende misselijkheid van de volgende ochtend.

.

Als de knoflook mij de das omdoet en sambal achter op de tong brand dan

weet ik dat ik meer had moeten drinken. In complete staat van alcohollepsie

donder ik over toonbanken met luid en duidelijk 1 boodschap!

Kapsalon, de grootste en met veel saus!

.

Poëzie / Költészet

Poëzieproject

.

Eind 2016 werd ik benaderd door de Stichting Maassluis Partnerstad Kézdivásárhely met de vraag of ik mee wilde denken over een project met de zusterstad van Maassluis in Roemenië Kézdivásárhely. Deze stad in het Hongaars sprekende deel van Roemenië is naast Hatvan (in Hongarije) al jaren zusterstad van Maassluis en er zijn op verschillende niveau’s al uitwisselingen en projecten gedaan. Maar nog niet op het gbeid van literatuur en poëzie. Ik heb vervolgens een aantal dichters van de Poëziewerkplaats benaderd met de vraag of ze mee wilde doen. Ook in Kézdi heb ik via mijn collega van de bibliotheek aldaar gevraagd naar namen van dichters. Toen ik die kreeg en deze dichters voorstelde om mee te doen was men meteen enthousiast.

Vervolgens had het vertalen nogal wat voeten in de aarde, met nagenoeg geen budget en de wil om een bundeltje te laten maken hebben we naar wegen gezocht om dit te realiseren. Uiteindelijk is dat gelukt en van de 9 deelnemende dichters (5 uit Nederland en 4 uit Roemenië) is een gedicht van het Hongaars naar het Nederlands en van het Nederlands naar het Hongaars.  Ans van der Wiel tekende voor de vormgeving en het werd uitgegeven onder uitgeverijnaam van MUG books. Nu is dit kleine maar fijne bundeltje een feit. Ik sta er zelf in met het gedicht ‘Voor jou’ of ‘Hozzád’ maar hier koos ik voor een gedicht van Sántha Atilla met het gedicht ‘Rákosidénes’ of zoals het in de vertaling heet ‘Dénesrákosi’.

.

Dénesrákosi

 

Hij ging, want hij werd meegenomen.

Achttien jaar was hij. Gelukkig

kreeg hij van zijn moeder genoeg mee,

zodat hij nog voor enkele dagen de smaak van thuis proeven kon.

 

Hij ging, want hij werd meegenomen.

Rechtstreeks naar het Italiaanse front,

terwijl hij alleen maar aan vrouwen kon denken.

 

Bij de Piave hebben ze zich

voor drie jaar ingegraven,

de frontlijn en hij werden beide stijf;

daarvoor kreeg hij een extra portie broom.

 

Misschien leerde hij een Italiaans meisje kennen,

dat van hem hield en een vers broodje voor hem bakte,

maar hij kan ook maagd zijn geweest,

toen hij aan het prikkeldraad bleef hangen.

 

Rákosidénes

 

Ment, mert vitték,

tizennyolc évesen. Még szerencse,

hogy anyja felcsomagolta,

és pár napig szájában érezhette

az otthoni kenyér ízét.

 

Ment, mert vitték,

egyenesen az olasz frontra,

pedig csak a nőkön járt az esze.

 

Piavénál három évre beásták

magukat a földbe,

a frontvonal és ő is megmerevedett,

ezért extra adag brómot kapott.

 

Lehet, megismert valami olasz lányt,

ki szerette és friss cipót sütött neki,

de az is lehet, szűz volt,

mikor a szögesdróton fennakadt.

.

%d bloggers liken dit: