Site-archief

Kosmologie

Annemarie Estor

.

We leven in een rare tijd, het is een uitspraak die je eigenlijk niet meer kan doen, te platgetreden, te vaak en teveel gebruikt om naar de huidige stand van zaken in de wereld te verwijzen. Dat ga ik dan ook niet doen maar het heeft me wel aan het denken gezet over hoe wij als mensen leven, wat we aanrichten op de planeet (ik heb me niet voor niks aangesloten bij de klimaatdichters) en hoe we over ons bestaan denken.

Deze gedachten kwamen bij mij boven toen ik het gedicht ‘Kosmologie’ las van Annemarie Estor (1973). Het gedicht staat in haar bundel ‘De bruidsvlucht’ uit 2020 waarover Jozef Deleu schreef: ‘Feestelijke gedichten, gekleurd door het vitalisme en het onheil van de tijd.’  En juist de combinatie van vitaliteit en onheil las ik in dit gedicht. Twee termen die juist ook goed bij deze tijd passen.

De eerste twee zinnen van het gedicht zijn meteen heel treffend vind ik, juist door de manier waarop de dichter hier aangeeft hoe klein en nietig we eigenlijk zijn, welke gedachte in de rest van het gedicht nog wordt versterkt. Kortom een gedicht van nu waarin de mens treffend wordt beschreven in twee kleine zinnen: Wij loensen om ons heen / als poppen met knopenogen.

.

Kosmologie

.

Het universum is een fles Beaujolais
met onderin een paysage,
wat schaapjes en gras,
gestippelde paarden in een grot,
en wij op de péage langs een dorp,
in deze nacht, zoevend langs de bijna-tijd,
de mogelijkheid tot vuurwerk,
manden vol ambachten,
keukens met koperen pannen,
en op de fles hebben de goden
aangeschoten sterrenbeelden gedoodled.

.

Wij loensen om ons heen
als poppen met knopenogen
naar al die fijnzinnige tekeningen,
al hun betekenissen,
naar heel die braamkleurige kosmos
waarin de werelddelen worden vertekend
door flashende bollingen, dolle groothoeken
façon de Venise uit Constantinopel
en we zien ongelukken passeren, trollen grijnzen,
ratten hopen, we vangen zelfs glimpen op
van vrijages op campings,
van de wellustige namen van dorpen,
van Afrodites jarretelles
en van haar werkelijke leeftijd.

.

Wat ik zou willen afschaffen

Laura Ranger

.

Toen mijn jongste dochter een jaar of 8 was kwam ze op het idee om, net als haar vader, gedichten te gaan schrijven. Niet zo vreemd voor een jong meisje (of jongen, zelf was ik een jaar of 13) maar wat mij trof was de toon van haar poëzie. Ik noem het hier expres poëzie want haar gedichten waren verrassend goed, sprankelend en ideeënrijk. Aan de vorm mankeerde hier en daar nog wel wat en ook de rijm in haar gedichten was soms wat gezocht maar ze had talent. Ze heeft er verder niets mee gedaan en dat is natuurlijk prima maar ik moest eraan denken toen ik het bundeltje ‘Laura’s gedichten’ onder ogen kwam van Laura Ranger.

Laura Ranger, een meisje uit Nieuw-Zeeland, begon op haar zesde gedichten te schrijven die al snel de aandacht trokken van haar ouders, haar onderwijzers, en uiteindelijk van een bekende uitgever. Ze won een belangrijke prijs, haar gedichten verschenen in tijdschriften en Bill Manhire koos één van haar gedichten voor zijn bundel ‘100 New Zealand Poems’. Gotwit (Random House) zag er iets in en publiceerde een kleine bundel van haar gedichten.  In minder dan 6 maanden was haar bundel de bestverkochte bundel aller tijden in Nieuw Zeeland, meer dan twintig weken stond ze bovenaan in de Nieuw-Zeelandse boekentoptien. Volwassenen met verstand van poëzie wreven hun ogen uit van verbazing dat zo’n jong meisje zulke poëzie kon schrijven.

Op zoek naar hoe het Laura nu vergaat ben ik niet veel verder gekomen dan dat er in een verzamelbundel uit 2020 een gedicht van haar is opgenomen uit 2014 (ze was toen al volwassen) maar blijkbaar is het succes van haar allereerste gedichten nooit meer geëvenaard. In 1997 kwam er bij De Bezige Bij een vertaling van haar bundel uit ‘Laura’s gedichten’ in een vertaling van Guus Middag en Gerrie Bruil. Ik koos voor het gedicht ”Wat ik zou willen afschaffen’ dat ze op achtjarige leeftijd schreef..

.

Wat ik zou willen afschaffen

.

Ik zou de grasmaaiers

willen afschaffen

dan kon ik rennen

en gaan liggen en me verstoppen

in het hoge gras.

.

Ik zou het huiswerk

willen afschaffen

en misdadigers

vooral moordenaars.

.

Ik zou de slaap

willen afschaffen.

Ik zou ringetjes rond

mijn ogen doen

dan gingen ze nooit meer dicht.

.

Voor waar genomen

Inge Boulonois

.

Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.

Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.

De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/

Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.

.

Bij de stillevens van Giorgio Morandi (20e eeuw)
.
Dat dingen kunnen rijmen.
Leeg steengoed in bedaarde aardetinten,
verbindend strijklicht. Onveranderlijk
.
in een geschikt herschikt evenwicht,
een seizoenloze pleisterplaats
voor onze ogen. Kijken
.
wordt zien hoe tijd door verf
tot stilte is gebracht. Ik hoor
het zwellen van mijn oorgesuis.
.
Wilde de schilder lof zwijgen
van het dieplood van het hier en nu,
van vazen die tot zichzelf ontwaken,
ving hij hun eigen klank op?
.
Of zag hij dat ze zó stil staan
te staan als enkel schilderijen
kunnen laten horen?
.

 

Bloedend op de Maasbrug

Hans Sleutelaar

.

Gedichten staan niet altijd in dichtbundels. Soms staan ze in een roman of in een non fictieboek, ter ondersteuning van een onderwerp of thema of, zoals ij het onderhavige geval, ter illustratie van het onderwerp. In een kringloopwinkel kwam ik het boek ‘Rotterdams accent 1961’ tegen. Uitgegeven door Ad. Donker met medewerking van de Rotterdamse Kunststichting uitgegeven in 1961. 

Voor Rotterdammers een heerlijk boek over Rotterdam aan het begin van de jaren zestig. Met bijdragen over Anna Blaman, de dichter Tollens, schilder M.J.B. Jungmann, grafici Wally Elenbaas en Wout van Heusden, toneelspeler Ton Lutz en regisseur Richard Flink. De bijdragen in dit boek zijn geschreven door bekende en minder bekende namen (bijvoorbeeld J.H. Speenhoff, C. B. Vaandrager, Alfred Kossmann en Ellen Warmond). 

Naast de verhalen en een aantal leuke zwart/wit foto’s staan er dus ook enige gedichten in dit boek. Een van die gedichten is van de dichter Hans Sleutelaar (1935 – 2020). Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Na de vrije opvattingen van de literaire beweging de Vijftigers, predikten de Zestigers een nieuw realisme. De belangrijkste vertegenwoordigers hadden zich geschaard rond het tijdschrift ‘Gard Sivik’, ‘De Nieuwe Stijl’ en het Amsterdamse tijdschrift ‘Barbarber’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten, waar men later weer om veroordeeld werd.

Het gedicht in dit boek getiteld ‘Bloedend op de Maasbrug’ is zowel in vorm als in inhoud opmerkelijk. 

.

Bloedend op de Maasbrug

.

bloedend op de maasbrug

ontdek ik de gave proporties van de mist

en daarin de stad en daarin het gesternte van de stad

(een kern van spieren, beursberichten, zweet)

.

                                               de stad\ik\in deze sekonde
                                               veroorzaken wij elkaar

.

ik voel dat wij voelen

:

de littekens, de energieke echo’s van eeuwen

elke dag, in elke voorbijganger

, op elke straathoek de adem van een vermoeide mens

, achter ieder geluid het luisteren van het water

.

                                             de stad\ik\wij bewijzen elkaar, neuriënd

.

 

 

Gerrit Kouwenaar

Hans Franse

.

Naar aanleiding van het gedicht ‘Laatste brief’ van Cees Nootenboom over Hans Andreus, dat ik op 25 april op dit blog plaatste, kreeg ik van dichter, recensent (Meander) Hans Franse het gedicht ‘Zonsondergang’ toegestuurd. Hans schreef dit als memoriam bij de dood van Gerrit Kouwenaar op 4 september 2014. Omdat het een prachtig gedicht is en omdat het naadloos aansluit bij de gedichten in de categorie Dichters over dichters wil ik het hier met jullie delen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Een winter op Scheveningen’ van Hans uit 2020.

.

Zonsondergang
In Memoriam Gerrit Kouwenaar -4 september 2014
 .
Laten we de zee rood maken.
Laten we de lucht rood maken.
Laat ons nog eenmaal
de lucht en de zee rood maken:
Gerrit Kouwenaar is dood.
.
De letterbak van de taal
van het Woord van de taal
van de taal van zijn Woord
smolt weg in het water
van het westen.
.
Laten wij het Woord licht maken
zoals de kamer wit werd
eindelijk helemaal wit en licht werd
en de peilloze diepte van het Woord
bereikt leek:
levenszee het Woord.
.
Dat woord, zijn Woord
zal de lucht immer rood maken
zolang dat Woord zijn woord
niet achter de horizon verdwijnt.
.
Maar laten wij vooral onze eigen lucht
rood blijven maken,
stralend maken:
met ons eigen woord
maken wij een nieuwe morgen.
.
.

Agenda hier

Rechtse poëzie

.

Hoewel ik de naam van Wout Waanders (1989) ken, en ik al het een en ander van hem heb gelezen (bijvoorbeeld via Meander in de recensie van ‘Parkplan’ zijn bundel uit 2020 https://meandermagazine.nl/2020/12/wout-waanders-parkplan/ ) ben ik toch iets nieuws te weten gekomen over hem, of eigenlijk twee dingen.

Allereerst het feit dat Wout Waanders lange tijd aandacht heeft gegeven aan stiftgedichten (en deze ook heeft gemaakt https://woutwaanders.nl/blog/wat-zou-u-doen-32 al lijkt het erop dat hij hiermee gestopt is). Maar stiftgedichten hebben altijd mijn interesse, ik heb er op dit blog onder de categorie Gedichten in vreemde vormen verschillende geplaatst.

Ten tweede het feit dat hij de geestelijk vader was van de vermakelijke website ‘De losse armpjes’ en dan met name de categorie ‘Rechtse poëzie’. Toen ik dit las was mijn interesse meteen gewekt want wat is in hemelsnaam Rechtse poëzie? Volgens de uitleg op de website: Rechtse poëzie is poëzie die inspeelt op de behoefte van de consument. En dan met name de digitale behoefte. Het is namelijk flink balen als je na een fijne zoekopdracht niet op de site komt waar je moet wezen. Daarom: poëzie geschreven naar aanleiding van de Google-zoektermen die naar deze blog hebben geleid.

In wezen dus een vorm van ready mades maar dan anders. Op de website https://woutwaanders.wordpress.com/ die sinds 2017 niet meer is geactualiseerd (de Rechtse poëzie categorie eindigt zelfs al in 2014) staan ook zijn stiftgedichten tot en met 2017. Maar de tien voorbeelden van wat Wout als Rechtse poëzie ziet zijn ook meer dan de moeite waard en zeker een bezoekje waar. Hier volgt van een voorbeeld van deze veelzijdige dichter getiteld ‘agenda hier’ dat tevens de zoekterm was, al schrijft hij erbij dat hij zich ook heeft laten inspireren door de twee zoektermen die hier direct op bleken te volgen: ‘kijharde porno’ en ‘porno keiharde’.

.

agenda hier

.

in de winkel van eva kon je terecht
voor agenda’s, sigaren, porno
of een huilbui

.

ik stormde de winkel van eva binnen
maar de winkel was die dag
van eigenaar Schouten

.

hij mompelde dat hij met mijn liefdesproblemen
weinig aan kon – wel had hij
agenda’s, sigaren, porno

.

Een slaperige ruis

Jan Kleefstra

.

De Friese dichter Jan Kleefstra heeft meerdere Fries- en Nederlandstalige bundels uitgegeven bij De Friese Pers en uitgeverij Aspekt. Daarnaast brengt hij samen met zijn broer Romke al ruim tien jaar in verschillende internationale samenwerkingen muziek- en filmreleases met Friese titels en Friestalige poëzie uit. Die worden over de hele wereld uitgegeven.

Zijn laatste bundel ‘Veldwerk’ is uit 2020 dat hij samen maakte met Christiaan Kuitwaard. De bundel gaat over de teloorgang van de biodiversiteit in het Friese Landschap. Het is de neerslag van een project ‘woorden en waterverf’, dat heeft geduurd van half maart 2018 tot en met begin maart 2019. Eén avond per week of twee weken trokken ze er samen op uit. Ze kozen een plek uit op het Friese platteland, op grond van herinneringen of intuïtief, waar ze zich installeerden. ‘Een uur lang schilderde Christiaan wat hij zag en schreef Kleefstra op wat hij hoorde of zag en wat mogelijk aan zijn schildersoog ontsnapte.’

.

Een slaperige ruis
vlinder diepe zee
stug aan alles geloven

.

we dragen land naar het duin waar zilvermeeuwen broeden
leggen er wat wolken over
een stem om niet te bederven

.

maan ogen verwilderd schuin over de met wijnrank
gevangen nevel uit onbewoonde burchten

.

een gele kelk om mijn verzinsels
op bijenhaar te lijmen

.

zandkrassend fijngewreven koortskruid
uitgebrand muggenlijf
huid doorzichtig om een beetje tijd
zoutminnend spuug op haar wijd
uitgestreken wang
bij schubbentreden opgeklommen bloei

.

Leegstand

Esther Jansma

.

Ik was op de website van de KB (Koninklijke Bibliotheek) wat aan het rondstruinen in de sectie Nederlandse Poëzie en daarbinnen weer in de afdeling Moderne Nederlandse dichters (het blijft een bibliotheek) en daar kwam ik bij Esther Jansma een term tegen die ik nog niet kende: dendrochronologe. De definitie die ik vond is: Dendrochronologie of jaarringonderzoek is de wetenschapsdiscipline die zich bezighoudt met het dateren van houten voorwerpen of archeologische vondsten aan de hand van in de voorwerpen herkenbare groeiringen.

Esther Jansma (1958) is dan ook naast dichter en schrijfster van proza ook archeologe. In 1988 debuteerde Jansma met de bundel ‘Onder mijn bed’ waarna nog 11 dichtbundels (sommige met vertalingen) van haar hand zouden verschijnen waaronder haar laatste bundel ‘Reizen naar het einde van de honger’ uit 2020.

In 2015 verscheen de bloemlezing ‘Voor altijd ergens’ met een keuze uit haar gedichten en in die bloemlezing staat het gedicht ‘Leegstand’. Ik vind het altijd bijzonder om te merken dat ik bij gedichten blijf hangen in bundels die een losse of wat vastere referentie hebben met gedichten die ik zelf schreef. In dit geval aan het gedicht met dezelfde titel die hier te lezen is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/12/04/beeldgedichten-2/ . Het gedicht van Jansma verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Hier is de tijd’ uit 1998.

.

Leegstand

.

De manier is steeds anders, een vuist

balt zich en valt, uit het water lekt langzaam

de kanker van schimmels, maar daarna

is altijd hetzelfde weg: samenhang,

.

de glans van gebruik. Hier staat geen wand

zichzelf te betekenen, geen raam speelt

voor spiegel, geen hoek is nog recht.

Nutteloosheid is de schoonheid van verval en later

.

wil ik ook zo zijn, zo vanzelf

door leeftijd als gras overgroeid

scheef zitten in mijn stoel

en daar heel goed in zijn.

.

 

Rob de Vos prijs 2021

Daphne Schrijvers

.

Binnenkort start de inzendtermijn voor de jaarlijkse Rob de Vos prijs voor poëzie die Meander jaarlijks uitschrijft. Zoals elk jaar zal de wedstrijd ook weer gedeeld worden via de bijzonder informatieve website https://schrijvenonline.org/ . In 2020 was Daphne Schrijvers winnaar van de Rob de Vos prijs met het gedicht ‘Je kunt positie kiezen’.

Daphne Schrijvers (1975) uit Groningen heeft psychologie gestudeerd. Momenteel studeert ze aan de Schrijversvakschool in haar woonplaats. Poëzie schrijven is voor haar – in een wereld waarin veel naar buiten gericht is – een manier om een moment onder de oppervlakte te kijken, naar binnen te keren; om woorden te geven aan dat wat voorheen woordloos was en zo de binnenwereld een podium te geven. Haar beschouwende natuur draagt hier sterk aan bij. Daphne schrijft sinds een paar jaar gedichten die ze nu graag meer naar buiten wil brengen.

Iedereen kan meedoen in 2021, er zijn natuurlijk een aantal voorwaarden voor deelname, die vind je hier https://meandermagazine.nl/2021/03/rob-de-vos-prijs-2021/ . Het gedicht waarmee Daphne Schrijvers in 2020 de Rob de Vos prijs won staat hieronder. Het juryrapport lees je op de website van Meander.

.

Je kunt positie kiezen

Je kunt positie kiezen in een kamer met beperkt
daglicht en troosteloos interieur. Je toont iedereen

de mogelijke wapens: een verbroken belofte, het zout
voor een wond – je legt scherpe woorden
op de punt van andermans tong.

Je kunt je lichaam uitstrekken, iemand wijzen op het zachte
vlees tussen je ribben en de geheime plek met oud venijn
tien centimeter onder je linker schouderblad.

Je tekent alvast je silhouet in krijtstreep
op de koude vloer, de handpalmen hulpeloos geopend

je wacht.

.

Visuele poëzie

Warren Lehrer

.

De Amerikaanse schrijver en ontwerper/kunstenaar Warren Lehrer (1955) staat vooral bekend om zijn zeer visuele boeken en multimediaprojecten. Hij kreeg bekendheid in de jaren tachtig en negentig vanwege zijn pogingen om de vorm van gedachten en spraak vast te leggen op de gedrukte pagina in zijn boeken en performance-partituren die worden gekenmerkt door polyvalente (veelzijdige) verhalen en expressionistische typografie. 

In november 2019 ontving Lehrer de Lifetime Achievement Ladislav Sutner-prijs in Tsjechië. voor ‘zijn baanbrekende werk op het gebied van visuele literatuur en vormgeving’. De jaarlijkse onderscheiding, genoemd naar de Tsjechisch-Amerikaanse designpionier, erkent individuele kunstenaars uit de hele wereld die uitmuntende prestaties leveren op het gebied van schone kunsten, met name toegepaste kunst en design.

In 2020 had Lehrer een tentoonstelling in de Center for Book Arts in New York waarin hij zijn benadering van het visualiseren van poëzie en proza ​​in projecten met meerdere vertakkingen door middel van boeken, typografie, animatie en performance weergaf. Uit deze tentoonstelling hier een paar voorbeelden van zijn visuele vorm van poëzie.

.

%d bloggers liken dit: