Site-archief

Populistische prioriteiten

Belgische ballades

.

In 2019 verscheen bij Lannoo de bundel ‘Belgische ballades’ Het land op de korrel van Stijn de Paepe (1979-2022), de begin dit jaar te jong overleden Vlaamse dichter. De beschrijving van deze bundel geeft goed weer hoe de Paepe zijn verzen is aangevlogen: “Het ‘lijdend voorwerp’ van dienst is in de eerste plaats het politieke reilen en zeilen in België. Maar ook de Belgitude in al haar breedte komt aan de beurt. Als hofnar van dienst fileert hij typisch Belgische fenomenen en ’s vaderlands politieke zeden. Goed voor een collectie snedige, swingende en sappige rederijkersverzen.”

In deze bundel zet de Paepe feitelijk voort waar hij in 2012 mee begon op Twitter en dat hij vanaf 2016 voort zette in de Vlaamse krant De Morgen, onder de titel Dagvers, dagelijks een gedicht afleveren waarin hij kort een nieuwsfeit becommentarieerde. De gedichten en verzen in ‘Belgische ballades’ zijn voorbeelden van deze commentaren.  Ik koos voor het gedicht ‘Populistische prioriteiten’ omdat dit gedicht ook voor de Nederlandse situatie opgaat.

.

Populistische prioriteiten

.

Wat bedienden aan loketten

zoal plegen op te zetten

is een hoofd-, ja zelfs een halszaak

voor lichtzinnige sujetten.

,

Dus waar al te rechtse lieden

richting machtsdeelname spieden

is het slim en simpel scoren

om de hoofddoek te verbieden.

.

Advertentie

Rotterdamse kost

Jules Deelder

.

In 2017 verscheen naar aanleiding van de Poëzieweek het poëziegeschenk ‘Rotterdamse kost’ van Jules Deelder (1944-2019), een uitgave van de CPNB, de club die het Nederlandse boek propagandeert met dank aan Poetry International. Nu zal de oplettende lezer weten dat ik als sinds begin jaren ’80 van de vorige eeuw een groot liefhebber ben van het werk van Deelder en dit kleine bundeltje kende ik niet. Tien pagina’s Rotterdamse gedichten en op de achterkant van de bundel een toegift: “lang leve de dichter!” “Waarvan?”

De gedichten zijn humoristisch en Rotterdams zoals je van Deelder mag verwachten. Daarom hier het gedicht zonder titel waar ik heel blij van werd.

.

De fricandel

is al sinds

.

jaar en dag

de favoriete

 

doodsoorzaak

in Rotterdam

.

en dat woue we

graag zo houe

.

omdat het anders

kankeren wordt

.

Pauw

De mooiste gedichten

.

In 2019 was de burgemeester van Rotterdam, Ahmed Aboutaleb, te gast bij het televisieprogramma Pauw van BNN/VARA, om een bundel met zijn 50 favoriete gedichten te presenteren, ter ere van de start van het 50ste poëziefestival Poetry International in Rotterdam. Naar aanleiding daarvan vroeg de redactie van Pauw wat volgens de kijkers het allermooiste Nederlandstalige gedicht ooit is en waarom. Op de webpagina van dit programma staat een selectie van de inzendingen.

Opvallend genoeg zijn het niet alleen maar de bekende gedichten van de bekende dichters. Die staan er ook tussen, zoals ‘De Dapperstraat’ van J.C. Bloem maar ook een gedicht van P.N. van Eyck getiteld ‘De tuinman en de dood’ zit bij deze selectie.

Ance Willems zegt over dit laatste gedicht: “Dit gedicht vat de essentie van het leven samen: Je kunt je lot niet ontlopen, ook al nemen anderen het voor je op. Doe gewoon wat je moet doen (en geniet van de rozen).

Pieter Nicolaas van Eyck (1887 – 1954) was een dichter, criticus en hoogleraar aan de Universiteit Leiden.  Hij ontving in 1947 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. Zijn gedicht ‘De tuinman en de dood’, dat hij plagieerde van een gedicht van de Franse kunstenaar en leeftijdgenoot Jean Cocteau (1889 -1963) uit diens roman ‘Le Grand Écart’ is vermoedelijk gebaseerd op een soefi-anekdote van bekende Perzische dichter Roemi.

.

De tuinman en de dood 

.

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!
.
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –
.
Van middag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.
.
‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’
.
Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
.
Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

.

Poëzie uit het Koninkrijk

Tsjead Bruinja

.

Op woensdag 23 november vindt er in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag een bijzondere poëziemiddag plaats met voormalig dichter des vaderlands Tsjead Bruinja (1974). Op deze middag, die toegankelijk voor iedereen (aanmelden kan hier, onderaan de pagina) zal Bruinja zijn bundel ‘De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie 101 gedichten uit het koninkrijk van 1945 tot nu’, presenteren. In zijn periode als dichter des vaderlands (2019-2020) deed hij onderzoek (vooral in de collectie van de KB) naar de volle breedte van de poëzie in het Koninkrijk Nederland, dus ook naar poëzie in andere talen en dialecten.

Toen ik hier voor het eerst van hoorde moest ik meteen denken aan de bundel ‘Minnezinne in moerstaal’ van Ria Westerhuis en Delia Bremer uit 2019 waarin de dames 49 dichters (en dus 49 gedichten) verzamelden in vele dialecten en talen, van Utregs, Limburgs, Drents tot plat Haags, Achterhoeks, Deventers, Vlaams, Suid-Afrikaans en Schleswig-Holsteins.

Bruinja gaat alleen weer een stuk verder want hij verzamelde poëzie vanuit alle windstreken maar ook van dichters wier wortels niet in Nederland liggen maar in landen als Irak, Iran, Amerika, Suriname, de Antillen, Aruba, Indonesië etc. Hiermee streeft hij naar een veel inclusiever verhaal over de poëzie in Nederland.

Op de presentatie gaat Arno Kuipers, collectiespecialist van de KB, in gesprek met Tsead Bruinja over zijn speurtochten in de KB en zullen de dichters Nina Werkman, Lamia Makaddam, Frans Budé en Raj Mohan voordragen.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Lamia Makaddam (1971) uit haar bundel ‘Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf’ dat in 2020 verscheen getiteld ‘Kamerplanten’.

.

Kamerplanten

 

Ik koop geen kamerplanten meer.
Ze gaan altijd dood en daar erger ik me aan.
Ik verzorg ze zoals ik een kind zou verzorgen.
Liggen ze er slapjes bij dan geef ik ze een beetje water.
In oorlogstijd verplaats ik ze van hoek naar hoek
en geef ze nog wat water.
Wanneer een blad naar de tuin van de buren dwarrelt
geef ik ze nog meer water.
En wanneer een van de kinderen laat thuiskomt
houd ik de planten onder stromend water.
En een keer liet ik ze een week lang in bad liggen
omdat mijn man ging slapen zonder mij een kus te geven.

.

Het onkruid in onze borst

.

De boom waarin ik de wind dacht te horen waaien
hakte ik omver.
Voor de maan die me liet weten dat het nacht was
sloot ik mijn ogen.
Ik liet de liefde achter op tafel en rende achter de gedichten aan.
Ik verloor mezelf in het leven en betrad een boek zonder titel.
Sinds vanochtend zit ik in een tuin die ik met de hand heb getekend
en spreek ik een man toe die ik gemaakt heb uit tuinafval.
Ik vertelde hem over het leven dat na de dood begint
over het dode onkruid dat wij in onze borst dragen
niet omdat het van goud is, maar omdat wat uit de boom valt
onze doden zijn.
En de takken die breken, dat is onze tijd.

.

 

Wakker worden

Bea Vianen

.

In mijn collectie poëzie ontbraken in de serie ‘Dichters Omnibus’ uitgegeven door ESSO tussen 1954 en 1971, nog de delen1, 7, 14 en 17. Nu wist ik dat bij tweedehandsboekenwinkel ‘De Boekenwurm’ in Roosendaal er een groot aantal stonden dus trok ik de stoute schoenen aan en inderdaad, nu heb ik de collectie bijna compleet. Ik mis alleen deel 1 nog.

De opeenvolgende edities van deze anthologie werden samengesteld door uit- en vormgever A.A.M. Stols (van 1954 t/m 1963) en daarna door Ad den Besten (vanaf 1964 tot het laatste, achttiende deel, dat in december 1971 verscheen). Zowel Stols als Den Besten wisselden gedichten van bekende dichters af met werk van ‘jong’ of ‘nieuw’ talent, dat doorgaans uit eigen dichtersstal afkomstig was.

In één van de nieuwe delen die ik rijk ben (17) staat een gedicht van Bea Vianen (1935 – 2019). Bea Vianen was een Surinaamse schrijfster van romans, verhalen en poëzie. Zij wordt gerekend tot de belangrijkste Nederlands-Caraïbische auteurs van de jaren ’70 van de 20ste eeuw. Zij debuteerde met poëzie en proza in het tijdschrift Soela (1962-1964). In 1965 kwam haar bundeltje Cautal uit, ingeleid door Trefossa: liefdesliederen aan Krishna, al komt hier al de migrantenpsyche naar buiten. Haar poëzie werd gepubliceerd in tijdschriften als De Gids, Avenue en Podium. In totaal zou ze 6 bundel publiceren.

In Dichters Omnibus deel 17 is het gedicht ‘Wakker worden’ dat eerder verscheen in De Gids.

.

Wakker worden

.

Vijf uur was het denk ik

toen ik het hoorde

Ik vermoedde dat het een kind was

dat huilde

Je zei dat het een vogel was

.

Je mond had daarbij iets van een overweging

lief, onuitgesproken –

zoals ik die ken bij het zien van een brief

van een onbekende en

ik wist opnieuw hoe bruin je mij vond

.

Je las uit het landschap

waarover ik je vertelde,

van de bladeren in hun proces van eeuwig groen

van de dingen die mij leidden naar het toeval

dat ik naast je lig

.

 

Dwarsdoorsnede

Reistijd Bedtijd IJstijd

.

Marjolijn van Heemstra (1981) publiceerde in 2020 de bundel ‘Reistijd Bedtijd IJstijd’ waarin ze op zoek gaat naar de tijd die ons steeds ontglipt en waar we namen aan geven om het voor onszelf begrijpelijk te maken. Maar ze toont ook hoe de tijd onze kijk op de wereld, de maatschappij en onszelf kan veranderen.

Marjolijn van Heemstra studeerde theologie en werd vervolgens dichter, schrijver, theatermaker, journalist en podcastmaker. Met haar dichtbundels en romans won ze verschillende literaire prijzen. Daarnaast maakt ze regelmatig podcasts (Sør (2018), Stadsastronaut (2019), Als geschiedenis in je opstaat (2022).

De voorstellingen van Marjolijn van Heemstra  zoals bijvoorbeeld Stadsastronaut (2019) zijn poëtisch, persoonlijk en geëngageerd. Ze schrijft en speelt bijna altijd zelf en ze onderzoekt steeds opnieuw hoe we kunnen nadenken over de wereld en onszelf. Zo onderzoekt ze in De Nacht-Wacht, de waarde van de nacht en het donker in een stad met veel te veel lichtvervuiling. Een project waarmee ze het beeld dat we hebben van de duisternis wil verbeteren.

Maar terug naar de bundel ‘Reistijd Bedtijd IJstijd’. In het gedicht ‘Dwarsdoorsnede’ komen al de verschillende aandachtsgebieden en thema’s die hierboven zijn beschreven aan de orde; de tijdsbeleving, de kosmos, de invloed van tijd op de samenleving en op de stad en zelfs het rommelen met die tijd..

.

Dwarsdoorsnede

.

In de darmen van de stad

wordt gerommeld met de tijd.

Als een bloederige buik

liggen dieptelagen open.

.

Een parkeerdek ligt pal in de

middeleeuwse haven,

tussen tempels en galgen

zijn stations uitgehakt, ruim

.

als tombes. In de doorsnede

vol totems en opvallend veel

messen ligt hier en daar

een onverteerd huis

.

naast een ondergrondse akker,

waar het oude water stroomt

en wij een kosmische seconde

denderen langs scherven.

,

 

Overburen

Dorien Dijkhuis

.

In ‘Het liegend konijn’ 2019/1 lees ik een gedicht van Dorien Dijkhuis getiteld ‘Overburen’. Toen was er van haar nog geen bundel verschenen maar inmiddels is haar debuutbundel ‘Waren we dieren’ verschenen in november 2019 bij Nieuw Amsterdam. Dijkhuis (1978)  is schrijver, dichter en journalist. In Utrecht volgde studeerde zij Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht met een specialisatie in Latijns-Amerikaanse geschiedenis en cultuur.

Gedichten van haar hand verschenen in Tirade, Extaze en (zoals hierboven al genoemd) Het liegend konijn. Haar werk werd ook opgenomen in bloemlezingen, waaronder de bundel ’10 voor 10, tien Extaze-dichters van de jaren tien’.

In Het liegend konijn zijn vijf gedichten opgenomen waaronder het gedicht ‘Overburen’.

.

Overburen

.

hij laat de gordijnen op een kier, bespiedt

zijn huis vanuit de kamer van de overburen

.

hij weet: hoe langer ik wacht, hoe groter

de kans met eigen ogen te zien hoe men mij

.

op een dag het huis uit zal dragen, iemand

mijn plek neemt in de stoel; bij het raam

.

hij denkt: ik ben er nu niet, laat het

nu dan in godsnaam gebeuren

.

Portobello road

Jules Deelder

.

Voor een ieder die dit jaar op vakantie gaat naar Londen of gewoon een liefhebber is van de poëzie van Jules Deelder (1944-2019) een vakantiegedicht over een beroemde straat in Londen ‘Portobello road’ uit de bundel ‘Dag en nacht geopend’ uit 1970.

.

Portobello road

.

De oude vrouw – broodmager

en behaagziek – gaat gebogen over

’t kinderwagenwrak, waarin

een pathofoon pathetisch krast.

.

De dagen van weleer, toen ze

Caruso in een taxi zag en buiten

westen ging. De plaat

blijft steken en ze lacht.

.

Poëzieroute Waalwijk

Froukje Vos

.

De stichting DichterBijWaalwijk is in 2016 opgericht door Jozef Mahieu, Marian Mahieu-Stokwielder en Mathieu Mertens en werkt samen met de bibliotheek Waalwijk. De stichting organiseert allerlei poëzie activiteiten in en rond Waalwijk waaronder een gedichtenwedstrijd en een poëzieroute. Inmiddels hangen er in Waalwijk, Waspik en Sprang Capelle zo’n 34 gedichten in de openbare ruimte van verschillende dichters. Een groot deel ken ik maar een groot aantal ook niet.

Namen als Hein van der Schoot (oud winnaar van de gedichtenwedstrijd van poëziestichting Ongehoord!), Annette Akkermans, Erika Destercke en Gerardo Insua Teijero zijn vertegenwoordigd in de lijst. Uiteindelijk wil de stichting 50 gedichten in de openbare ruimte aanbrengen als onderdeel van de poëzieroute. een nobel streven lijkt me.

Op de website van de stichting is de route te zien en waar welk gedicht zich bevindt. Froukje Vos won in 2019 de gedichtenwedstrijd van stichting DichterBijWaalwijk met haar gedicht ‘de muze’. Haar gedicht heeft een plek gekregen bij het Galgenwiel in Waalwijk.
.

de muze

.

ergensverloor zij iets

wat dierbaar was, ergens

ze zocht en zocht

en vergat

.

totdat zij het ruisen hoorde

het ruisen van de bomen, dichtbegroeid,

het water van het wiel, dat zich langzaam

opent en weerspiegelt

ze riep en riep: “vertel mij wie ik ben”

.

aarzelend, zachtjes

en de geur van hout bracht beelden mee

strooide woorden in een vergeten wereld

glinsterend, laag voor laag, grenzeloos

op alle uren van de tijd

.

Audit

Iduna Paalman

.

Toen ik het gedicht ‘Audit’ van Iduna Paalman (1991) las in haar bundel ‘De grom uit de hond halen’ uit 2019, dacht ik twee dingen. Allereerst de titel van de bundel, die komt in dit gedicht als regel voor. Ik zie het graag als dichters een regel of een woord uit een gedicht nemen voor de titel van een bundel (zelf verschillende keren gedaan). De andere observatie was die van de auditor. Iedereen die weleens een auditor over de vloer heeft gehad weet ongeveer wat hem of haar te wachten staat. Aan de ene kant is het gedicht grappig herkenbaar en aan de andere kant vraag ik me af of een riskmanager die een audit zelf de problemen gaat oplossen. Maar dat is dan weer het mooie van literatuur (en poëzie) daar is alles mogelijk. Ik vind dit gedicht in ieder geval erg verfrissend en lekker leesbaar.

.

Audit

.

Er bestaat een groep riskmanagers, ik ben er een van. We komen graag
samen in een huis met gematteerde ramen, taxeren de dreigingen, verdelen
ons zorgvuldig over de straten.

.

Al op de eerste hoek weet ik een schaafwond uit een tegel te schrapen,
een clash uit een auto, een grom uit een hond. Botten bevrijd ik
van hun prematuur gevormde breuken, parkeergarages
van hun diep in de staalconstructies verscholen rekenfouten.
Uit een vrouw verwijder ik het weggaan, uit het kind
de vroegtijdige verlating.

.

Van wat pijn lijdt en kouvat neem ik de besmetting weg. Ik repareer
wat harig schuurt, roestig drupt, weerloos naakt op de akker staat.
Kompasnaalden in zakken van traag volgezogen jassen, stikgevaar
in stilstaande adem, de onderstroom in vreemde gangen, sluizen
in manieren van praten

.

’s avonds rapporteer ik: alles wat misging is voorkomen, alles wat
jankte kan rustig gaan slapen.

.

                                                                                                                                                                                              Foto: Marianne Hommersom
%d bloggers liken dit: