Site-archief

Of je worst lust?

Panklaar

.

In de bundel ‘Panklaar’ Stadsgedichten over Oss, hebben stadsdichters Kitty Schaap en Jan van den Boom in samenwerking met de gepensioneerdenvereniging UVG-N en de Stichting Poëzie Podium Oss in 58 gedichten bij evenzoveel onderwerpen uit Oss ( straten, personen, de paardenmarkt, de worstfabrieken van Unox, Hartog en Zwanenberg) een fraaie bundel afgeleverd.

Met een financiële bijdrage van de voormalige Unilever Vleesgroep is deze bundel uit 2018 in een oplage van maar liefst 1500 stuks gedrukt. Alle leden van de gepensioneerdenvereniging kregen een exemplaar maar ook voor de inwoners van Oss en liefhebbers van poëzie van buiten Oss is dit een fijne bundel om te lezen.

Aan alles is te zien dat men met deze bundel een ode aan Oss wilde brengen. Een kwalitatief zeer fraai vormgegeven bundel met harde kaft en en een mooie zware papiersoort, mooie vormgeving en voorzien van vele oude foto’s van het Brabantse stadje. Veel gedichten gaan over de vleesverwerkende industrie, de worstfabrieken of de worst zelf. Ook het gedicht ‘We are food’ van Kitty Schaap gaat hierover maar dan vanuit een bijzondere begintoestand.

.

We are food

.

Dit vlezig bouwpakket bevat alles

om een varken in elkaar te zetten.

Begin met de poten, zet ribben aan elkaar

op volgorde van grootte volgens schema,

breng het buikspek aan en schuif voorzichtig

de karbonades op hun plaats. Verwar haas

niet met schouder. Bevestig de al dan niet gekrulde

staart op de bestemde plek bij de hammen

en vergeet de darmen niet. Plaats tenslotte

de kop met de wroetneus naar voren en fixeer

de oren aan weerskanten. Monteer de kleine

blauwe oogjes en lijm met de bijgevoegde tube

de borstelige haren uit het zakje op de rug en het lijf.

Daar staat uw eerste zelfgebouwde scharrelzeug.

.

 

Advertenties

Rob de Vos poëzieprijs

Doe mee!

.

De Meander Dichtersprijs is ter ere van de geestelijke vader van Meander, Rob de Vos (1955 – 2018), omgedoopt tot de Rob de Vos-prijs. Op deze manier wil Meander zijn werk levend houden en wordt de traditie van de dichtwedstrijd in ere gehouden.

Tot 15 oktober 2019 mag iedere deelnemer één gedicht inzenden dat geïnspireerd is op dit thema:

‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’

 (Uit het gedicht van Menno Wigman ‘’Aarde, wees niet streng’’ Slordig met geluk, 2016)

 Het ingezonden gedicht is:

-in het Nederlands geschreven
-in lettertype Arial  10
-niet langer dan één A4 formaat
-geïnspireerd op het thema
-nooit ergens eerder gepubliceerd
-nooit genomineerd of bekroond
-niet kwetsend of discriminerend
-na inzending niet meer te veranderen

Er kan over de uitslag niet worden gecorrespondeerd.
Door deelname geeft de dichter toestemming voor het plaatsen van het gedicht op de site van Meander.
Juryleden en organisator van Meander zijn uitgesloten van deelname.
Bij deelname verklaart de inzender zich akkoord met het wedstrijdreglement.
Inzendingen die niet voldoen aan bovenstaande voorwaarden worden uitgesloten.

Er worden tien gedichten genomineerd, daaruit komen drie winnaars voort en zeven eervolle vermeldingen.
De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. Er zijn leuke prijzen te winnen en de winnaar krijgt daarnaast een kunstwerk.
De datum van de prijsuitreiking is in het najaar en zal later dit jaar bekend worden gemaakt.

Gedicht als bijlage in word-document sturen naar e-mailadres : wedstrijd@meandermagazine.nl

In de mail vermelding van naam adres, geboortedatum, e-mailadres plus de titel van het gedicht.

.

Als je mee wil doen met deze wedstrijd en je twijfelt nog aan je gedicht of aan je poëtische gaven, lees dan morgen op dit blog de 10 tips voor het schrijven van goede poëzie. Allicht doe je er je voordeel mee.

De voorloper van de Rob de Vos Poëzieprijs was de Meander Dichtersprijs zoals gezegd, in 2008 won Vicky Francken deze prijs. Hier een gedicht van haar hand ter inspiratie, uit de bundel ‘Röntgenfotomodel’ uit 2017.

.

We hebben allemaal recht op een rug
een graat waarrond we bestaan

een marionettendraad die we oppakken
als we onszelf bijeenrapen

geen mens kan tippen aan vissen
die zwemmen in de golven van hun wervelkolom

maar stel dat een vin verlangt naar aaien
wie troost de vis wie pakt hem vast

wie streelt de schouder
uit de kom

.

Poëzie en de NS

Aanvulling op reclameboodschappen

.

Afgelopen week hoorde ik op de radio dat de NS van plan is om met een pilot te starten waarbij er in 137 intercitytreinen gestart wordt met reclame op de digitale schermen in de trein. Tijdens dit radioprogramma werden een aantal mensen aan het woord gelaten die een mening hadden. Sommige snapte het wel, anderen waren mordicus tegen; de trein was een van de weinige plaatsen waar je nu juist niet met reclame werd geconfronteerd. Een soort veilige haven niet besmet door de commercie. Ik ga ervan uit dat de NS deze pilot gaat doen en dat er dan op (waarschijnlijk niet al te lange termijn) reclameboodschappen te zien zullen gaan zijn in de trein.

Ik heb een idee waardoor het leed dat reclame heet toch iets verzacht kan worden. Ik begreep uit het bericht dat men met 1 reclame boodschap wil beginnen per dag en dat dan een aantal keren herhalen. Volgens mij wordt dat al snel heel saai of zelfs irritant. Waarom niet dichters gevraagd speciaal voor die fijne pauzes tussen door gedichten te laten schrijven en deze te laten zien. Cultuur of literatuur zo je wilt, als tegenhanger van die commerciële boodschappen.

De NS heeft een verleden met poëzie. In 2006 bijvoorbeeld werden treinreizigers verrast op Utrecht Centraal in de ochtendspits met een Olympisch gedicht van en door Nederlandse dichters zoals onder andere Driek van Wissen en Jan Wolkers. Zij hadden speciaal voor gedichtendag een gedicht geschreven over hun favoriete Olympische sportmoment.

In 2018 werd conducteur Jeroen een grote hit op YouTube toen een filmpje van de NS, waarin te zien en te horen was hoe Jeroen tijdens gedichtendag door de intercom van de trein een gedicht voordroeg, vele hits kreeg en zelfs het nieuws er aandacht aan schonk.
.
In de hal van het Spoorwegmuseum staat de beginregel van het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ van Jan van Nijlen uit 1934 ‘Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen’.
Maar ook in de stations laat de NS zien dat men de poëzie een warm hart toedraagt. Op Utrecht Centraal is in de stationshal een gedicht aangebracht van Hanny Michaelis waarin de stationshal wordt verdicht als veilige overkapping. Het gedicht is een cadeau van de NS en ProRail aan de reiziger (zie hierover mijn bericht van 4 september 2017 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/09/04/utrecht-centraal-station/ ). Als je het zo bekijkt is de NS dus wel degelijk poëzie-minded. En om de NS nog een handje te helpen om serieus over mijn idee na te denken, hier een gedicht over het spoor van Hans Andreus getiteld ‘Kijkend uit de trein’ uit de bundel ‘Luisteren met het lichaam uit 1960.
.
Kijkend uit de trein
.
Land van rijen dunne roestende bomen,
van geometrisch groen en sloten rechtuit spiegelend
een door een trage adem beslagen hemel,
.
land van vee zo onverschillig
dat het nimmer opziet naar
de naderende, voorbijgaande, wegkronkelende trein,
.
ik denk een grijze god heeft je geschapen,
even nadat hij opstond, slaperig
nog tastend naar het daglicht
.
.

Jongens jongens jongens jongens

Kees van Kooten

.

Kees van Kooten (1941) droeg het gedicht ‘Jongens jongens jongens jongens’ in 2018 voor tijdens een aflevering van ‘De wereld draait door’. Bij de BNN/VARA.  Omdat het verder nergens is terug te lezen wil ik het graag met jullie delen.

.

Jongens jongens jongens jongens

.

Jongens, jongens, jongens, jongens.

En één of twee meisjes achter wie wij aanfietsten.

Want wij durfden niet naast ze te rijden. Alleen hard erlangs terwijl, wij keken naar de neuzen van onze sandalen op de blokken van onze pedalen.

De volgende morgen kerfde je haar initialen in de bank waaronder een verboden knokboekje van Dick Bos werd doorgegeven en ik schreef 3 september negentienvierenvijftig rechts bovenaan mijn blaadje en keek lang naar buiten waar het leefde.

Drie jonge bladloze gemeenteboompjes aan een paal om hun hals. De strakke acht van een verschoten soldatenkoppelriem tegen het omwaaien.

Wij kregen Nederlands en lazen van geen wereld die ons leuk leek van geen land waar wij hadden willen wonen van geen jongen die wij wilden wezen.

Bleven wij nog lang alleen zo?

Jongens jongens jongens, en na een tijdje gewone meneren?

Liep er niemand door dit Letterland die de klasdeur kwam intrappen, de ramen los wou gooien en ons openbreken zou, zodat al die onvoldoende jongensboeken voorgoed in een doos naar zolder konden?

Toen is er één jongen op eigen houtje uit bladeren gegaan. Over zijn toeren kwam hij terug en liet ons lezen waar hij ze had zien staan: de woorden die wij zochten, de jongenszielsverwante zinnen die zeiden wat we waren en wat we wilden maar best begrepen dat niet kon: alle dagen feest en hand in hand, boven ons hele leven zweven.

Jongens jongens jongens, en altijd te weinig meisjes, maar die jongen teveel, bij de pickup, wilde jij wel zijn.

Als je er maar bij kon zijn en mee mocht wanneer ze een standbeeld gingen opwinden en de volgende morgen weer gewoon naar school, maar nu onkwetsbaar door een geheim.

Sedertdien werd Remco Campert doorgegeven onder banken waarop niets meer werd geschreven want eindelijk stond het ergens.

Jongens jongens jongens jongens op het eindexamenfeest in negentiennegenenvijftig.

Eentje had er een mes bij zich en het mooiste meisje bij wie het thuis was en dat Camperts verhaal van de Jongen met het Mes net zo geilgelovig als wij had gelezen, verklaarde zich bereid om met haar petticoat omhoog en haar benen wijd tegen de huiskamerdeur te gaan staan.

Vijf minuten wachtte ze, maar geen van de jongens durfde de schrijver na te leven en het mes te richten op het topje van de hardboard wigwam tussen haar benen.

En we gingen wel naar Parijs, maar met onze ouders.

Tien jaar later waren alle jongens getrouwd met meisjes van andere scholen en ze zijn overal gaan wonen en ze zijn in zaken gegaan en ze hebben elkander van alles aangedaan. Hun zonen mogen tegenwoordig Remco Campert lezen van hun scholen.

Vannacht sloop er nog zo’n vader zijn bed uit, pakte Liefdes Schijnbewegingen en las zich een stukje tot jongen. Toen kroop hij terug, zijn vrouw vroeg wat er was en hij zei: ‘ik had dorst schat, ben even wat wezen drinken van Remco Campert.’

‘Ik wist niet dat je nog wakker was,’ gaapte zij. ‘En wanneer wij nu die stomme Telegraaf opzeggen en De Volkskrant nemen, dan hebben wij hem elke donderdag en zaterdag’

.

De vereffening

Bart Chabot

.

Uit de (20ste!) dichtbundel van Bart Chabot (1954), ‘Hosanna dagen’ uit 2018 het gedicht ‘De vereffening’.

.

De vereffening

.

Ik had mijn vader een kwarteeuw niet gezien
laat staan gesproken
nu zocht ik hem op in het verpleeghuis
weldra zou hij sterven

via via had ik gehoord dat het niet goed ging
met degene die zich mijn vader noemde
en na ampel beraad
(zou ik wel, zou ik niet
wie schoot er wat mee op?)
zette ik de eerste stap
tenslotte woonde hij in een tehuis
bij mij om de hoek, geen ten minuten lopen
dat maakte die eerste stap wel zo makkelijk
zo’n opgave was het niet, een bezoekje,
qua afstand – de berken
beefden als skeletten langs de oprijlaan“““`

 

Hij was dement, was me gezegd
sprak wartaal
en herkende niets en niemand,
was me verteld
ik moest vooral nergens op rekenen
dan viel het alleen maar mee
maar toen ik op de begane grond de zaal in liep
herkende hij me meteen

het was een week na kerst
het nieuwe jaar stond in vol ornaat op de drempel
ik kampte met goeie voornemens
dat kun je hebben, soms
misschien speelde dat onbewust mee bij mijn komst –
hij zat in een rolstoel

– dag pap – zei ik
en legde een hand op zijn schouder
ik voelde zijn sleutelbeen
een dun, teer, broos stukje bot
dat zich eenvoudig verpulveren liet
hij was geen partij voor mij –
de rollen waren omgedraaid
hij keek naar me op
en begon te huilen

– dag pap – herhaalde ik
hij keek naar zijn loze schoot
en begon harder te huilen, mijn vader
er was iets misgegaan, leek hij
te beseffen
ergens onderweg,
iets wat niet meer te repareren viel

door zijn tranen heen
staarde hij me hopeloos aan
met hopeloze ogen
er was iets onherstelbaar misgegaan,
besefte hij, maar wat en hoe en waar?
– dag pap –
meer viel er niet te zeggen

buiten werd het donker, zag ik
de bomen liepen dicht
ik moest maar eens op huis aan
en dat vertelde ik hem ook
maar ik geloof niet dat hij me hoorde
of dat de boodschap tot hem doordrong
voor het raam zwaaide een twijg
me namens hem alvast uit
– dag pap-

alles bij elkaar duurde mijn bezoek
nog geen halfuur
langer was ook niet nodig
we wisten dat we elkaar niet meer zouden zien
en dat hoefde ook niet:
het onzegbare was gezegd,
het verzwegene verzwegen

toen ik wegging liet ik hem achter in de zaal
bij de andere stakkerds
met een slabber voor, ze gingen eten
maar zonder helpende hand lukte dat niet
dan liep, gleed en druppelde het meeste ernaast
hoogste tijd om te gaan, ik hoefde
niet alles te zien en niet alles te weten
sommige zake liet je beter rusten

bij de drempel keek ik nog één keer om
voor het laatst
– dag pap –
in de rolstoel zat een wrak

.

Poëzie Lagogo

Gratis poëzie festival

.

Op zondag 1 september tussen 13.00 uur en 18.00 uur, organiseert dichter, organisator, schrijver en collega bij De Poëziebus Edwin de Voigt aan de Bergse Voorplas in Hillegersberg het gratis toegankelijke poëziefestival Poëzie Lagogo. Op de Weissenbruchlaan 149 (op het gras naast Mendoza), treden bekende dichters en lokale helden uit Rotterdam en Hillegersberg-Schiebroek op. Er is muziek en er zijn poëzieworkshops voor kinderen (8-12 jaar), een stille kids-poetry-disco vanaf 4 jaar en een zweefmolentje voor de kleintjes. Een programma kortom voor het hele gezin. Geheel in jaren’20 stijl, poëzie, wijntjes en biertjes op een prachtige locatie.

Dichters die tijdens het festival komen voordragen zijn Ingmar Heytze, Jana Beranová (oud-stadsdichter van Rotterdam), Elfie Tromp, Demi Baltus en Dean Bowen (stadsdichter van Rotterdam) maar ook Von Solo, Lisa Heinsohn Huala, Ramona Maramis, Jeroen Sloof en Piet Janssen. Er is muziek van Mariachi orkest Los Mezcales en er zal jong talent op het podium te zien en horen zijn.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Elfie Tromp uit 2018.

.

Victorieverdriet

.

Ik ben altijd alleen als ik je schrijf
de woorden waarmee ik je overwon
werden op een eiland geschreven
waar ik nauwelijks nog mens was
veroverwoede slaat
eenmaal ingelost
om in victorieverdriet

was dit nou alle ophef waard?
een paar meter stenen, modder en gras
had me bijna mijn leven gekost

het is grootheidswaanzin om mezelf met Napoleon te vergelijken
het is grootheidswaanzin om Napoleon te zijn
voor jou doe ik mijn bloedjas uit

ik ben meer dan de achterkant van een heer
het snavelhondje ligt op mijn schoot

honderd titels draag ik over
je mag eruit kiezen om o.a.
Napoleon te zijn

.

De verlatenheid van grensgebieden

Radna Fabias

.

De ster van de, op Curaçao geboren, schrijver en dichter Radna Fabias (1983) is snel rijzende. In 2018 debuteerde zij met haar bundel ‘Habitus’ waar ze tien jaar aan had gewerkt. Het is één van de meest gelauwerde bundels van de afgelopen jaren die opvalt door de sterk visuele vorm waarin de poëzie is geschreven. Voor deze bundel ontving Fabias de C. Buddingh’-prijs, de Awater Poëzieprijs en een nominatie voor de Eline van Harenprijs (allen in 2018), de Herman de Coninckprijs en de Grote Poëzieprijs (beide in 2019). In 2016 kreeg zij al de Poëzieprijs Stad Oostende.

Uit haar debuutbundel ‘Habitus’ hier het gedicht ‘de verlatenheid van grensgebieden’.

.

de verlatenheid van grensgebieden

de eerste kamer waar we niet slapen is een uitgeholde boom
we zijn termieten
we eten ons naar binnen, betasten het donker
je termietenstem vertelt me dat de moren de beschaving naar het westen hebben gebracht
ik vraag waar jij staat
in de discussie betreffende de etniciteit van de Messias onze Heer Jezus Christus je zegt
natuurlijk was Hij zwart maar de rest van dat verhaal is onjuist

je kijkt niet goed
ik ben onjuist
ik neem je niets kwalijk
termieten zijn blind

de tweede kamer waar we niet slapen is een spaceshuttle we zijn buitenaards
ik zie je voelsprieten aan voor tentakels en omgekeerd
we zijn weerzinwekkend
we zijn kosmisch
we zijn vochtig
je vertelt me dat je een astronaut gekend hebt die vernietigd is in een zwart gat
je vergeet de waarnemingshorizon je ziet chaos aan voor sloop ik    zeg het niet

de volgende kamer is een vulkaan maar daar kan ik tegen
de hitte vreet de helft van je gezicht op en dan zie ik je eindelijk scherp
hoekig
bang

in de vierde kamer staat ten langen leste een bed maar de schrijftafel en de nachtkastjes
hangen aan het plafond
het nieuwe testament zou elk moment op ons kunnen vallen
je biedt me je andere wang en ik lik haar

in de vijfde kamer maak je van je handen kommen kom hier blijf hier we zullen moeten
trouwen
je verklaart ons je vertelt me dat ik vloeibaar ben en jij houdt ervan als dingen door je
stromen ik zeg
natuurlijk ben ik zwart, maar de rest van dat verhaal is onjuist

de zesde kamer waar we niet slapen bevindt zich tussen de lobby en de ontbijtzaal de receptioniste kijkt naar de telefoon maar neemt niet op in de ontbijtruimte liggen hardgekookte eieren in een metalen bak op een bedje van koffiebonen
we begrijpen niet waarom
iemand buiten de stad verplaatst heeft
ze zweeft nu op de wolken
het ziet er niet uit

voor de laatste kamer moeten we nogal een eind lopen om van de parkeerplaats bij de receptie te geraken de tegels in de badkamer brokkelen af de douche lekt er ligt haar in het putje het raam kan niet open de airco maakt te veel lawaai de dekbedden zijn te kort als het ontbijt op bed arriveert is het al bijna lunchtijd de bacon is taai het roerei soepig de koffie slap de waterleidingen beschimmeld er drupt iets uit het behang er is geen waterkoker er zijn geen badjassen de föhn werkt niet de sauna is slechts om de dag een uur open men moet bellen om de sauna aan te laten zetten het duurt minstens een half uur voordat het warm is bovendien ruikt de sauna helemaal niet naar eucalyptus

en het bed
is te zacht

.

                                                                                                                                         Foto: Casper Kofi

De wrede gek

Maarten Biesheuvel

.

Op de website van Frank Verhallen ‘Gedicht Gedacht’ https://www.frankverhallen.nl schrift de auteur over liedjes, gedichten en cabaret. In zijn archief dat inmiddels een aantal jaren omvat, is veel moois te lezen, vaak nog voorzien van een duiding of wat extra informatie. Zo kwam ik via zijn website op het gedicht dat J.M.A. (Maarten) Biesheuvel schreef in zijn laatste bundel uit 2018 met (vooral) korte verhaaltjes ‘Verhalen uit het gekkenhuis’. Zoals wel vaker ben ik altijd weer verrast wanneer ik lees dat ook schrijvers van proza en verhalen (soms) gedichten schrijven. In het geval van Maarten Biesheuvel was dit zeker het geval. Omdat het zo’n bijna hartverscheurend en vooral heel Biesheuveliaans stuk tekst is wil ik dit graag hier delen.

.

De wrede gek

.

Ik zat in een
cel in een gekkenhuis
ik was naakt en
woog nog maar een veertje
de deur kierde een keer
ik kroop – lopen kon ik niet –
naar buiten
in de cel naast mij
bromde een gek
Godverdomme
ze hadden hem
zijn kunstbeen
afgenomen
Krukken had hij niet
behendig ving hij
een vlieg
en rukte hem
een, twee, drie, vier, vijf!
De gek rukte de vlieg vijf
poten uit, zo handig
zo wreed
toen liet hij hem
weer vliegen
en zei
Zó zak!
jij één poot
ik één poot
Verbaast het u
lezer, dat ik naar mijn
cel terug kroop
en daar op mijn brits
in snikken uitbarstte?

.

Palletgedichten

Papendrecht

.

Eind oktober 2018 werd langs de Merwede een gedicht geschreven in zwarte letters op een pallet aangebracht aan de achterkant van een groot verkeersbord voor de scheepvaart, daar waar Merwede noord en Oude Maas te samen komen. De titel ‘Merwede’ verwijst naar de rivier waarover de schepen varen en was een initiatief van Jan van Wijngaarden. In december 2018 kwam daar een gedicht bij , pallet twee met de titel ‘Noord’ van schrijver/dichter Fred van Os over het verderop gelegen strandje De Noord.

De makers van de eerste twee palletgedichten riepen plaatsgenoten op om ook een gedicht op een pallet te schrijven. Er was voldoende plaats voor meer van deze vorm van low buget poetry zoals de initiatiefnemers het noemen. En al snel werd dit opgepakt door Wim Schut en inmiddels hangt ook pallet drie aan het Aviolandapad waarbij de dichtregels als titel dragen ‘Rivier’.

Door het palletgedicht te plaatsen op de achterkant van een scheepvaartbord, hoopt Van Wijngaarden geen afbreuk te doen aan het beeldenpark en het uitzicht over de rivier.  Hij hoopt dan ook dat wandelaars even stil staan om de gedichten te lezen. Er staan daar trouwens nog meer grote verkeersborden voor de scheepvaart. Op de achterkant is plaats voor nog meer palletgedichten.

.

4 x 5 = 8

Christiaan Abbing

.

Als het gaat om versvormen is er een grote variëteit te vinden. Ik heb al vele malen geschreven over verschillende versvormen (te vinden onder de categorie Versvormen). Toen ik echter de versvorm 4 x 5 = 8 tegen kwam moest ik onwillekeurig denken aan Pippi Langkous. Op zichzelf had er nog best een relatie kunnen zijn tussen de twee want de versvorm 4 x 5 = 8 is laat in de 20ste eeuw ontstaan. We spreken hier eigenlijk over een vierregelig rijm, schema BBBB in pentameter. Het binnenrijm A schuift elke keer een jambe op. De oneven regels van een 4 x 5=8 beginnen met één versvoet en krijgen er telkens één bij. De even regels vullen de vijftallen aan. Regel 1 kan een trefwoord zijn, maar dit is niet verplicht.

Hier een voorbeeld van Christiaan Abbing getiteld ‘Bij de plaszak van de NS’ over de introductie van de plaszak in treinen (Sprinters) zonder WC in 2011 (die overigens in 2018 weer werd afgeschaft).

.

Bij de plaszak van de NS

.

Gemak
Is wat de Sprinter node mist:
’t Toilet ontbrak
NS verzon een list
Maar voor vertrek al sprak
De machinist:
‘Zeg op, wie heeft hier naast de zak
Gepist?’

.

%d bloggers liken dit: