Site-archief

Mens

Hans Plomp

.

Schrijver en dichter Hans Plomp is een bijzonder mens. In alles wat ik over hem lees wordt als eerste ingegaan op het feit dat hij, samen met acteur en schrijver Gerben Hellinga, de drijvende kracht was achter het, van de sloophamer, redden van Ruigoord, destijds een dorpje onder de rook van Amsterdam dat opgeslokt dreigde te worden door de expansiedrift van de hoofdstad en tegenwoordig een kunstenaarskolonie huisvest. Als tweede wordt zijn lidmaatschap van het Amsterdams Ballon Gezelschap genoemd, een artistieke groepering van wisselende samenstelling.

Van al de bezigheden van Hans Plomp is zijn poëzie misschien niet de meest in het oog springende maar het feit dat in 2017 de bundel ‘Dit is het beste aller tijden’ verscheen, een selectie uit 50 jaar dichtwerk, geeft wel aan dat we hier met een doorwinterd dichter te maken hebben. Hans Franse schrijft in zijn recensie van deze bundel op https://meandermagazine.nl/2017/08/letteroefeningen-van-een-romantische-backbencher/ onder andere: De poëzie van Hans Plomp is uiterst helder, zijn taalgebruik eenvoudig, zijn woordkeus alledaags, wat ook logisch is gezien zijn bijdrage aan het ’Manifest van de jaren zeventig’, waarin de uitdrukking ‘nieuwe wartaal’ voorkomt, waarmee deze groep schrijvers zich tegen de Vijftigers afzette.

Bij het lezen van het gedicht ‘Mens’ uit ‘Dit is de beste aller tijden’ heb je daar gelijk een goed beeld bij.

.

Mens

.

Het valt me zwaar
van je te houden

.

Heb je vannacht
de jammerklacht
de schuifelende duizendpoot
van duister onbehagen
in de straten van de stad

.

Soms mens,
als ik je zie gaan
met hoeden op en jassen aan
of als ik je zie genieten
op een plekje in de zon.
Soms als ik je voort zie zwoegen
op een rijwiel of op krukken
zou ik je aan mijn hart willen drukken

.

Maar vaak valt het me zwaar
van je te houden
mens

.

Inzendtermijn poëziewedstrijd is verlengd

Ongehoord! Poëziewedstrijd 2020

.

Door alle omstandigheden weten we een hoop niet maar één ding weten we wel en dat is dat de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2020 doorgaat. Wat er ook gebeurt, er worden drie prijswinnaars bekend gemaakt. We hopen er stilletjes op dat we in september toch iets feestelijks van de prijsuitreiking kunnen maken in of rond kasteel Rhoon maar hoe dan ook gaan we de prijs toekennen en uitreiken.

Omdat de aandacht de afgelopen twee maanden voor de meeste mensen heel ergens anders lag dan bij een poëziewedstrijd loopt het nog geen storm (er zijn al behoorlijk wat inzendingen maar er kan nog meer bij). Daarom hebben we besloten de inzendtermijn van de wedstrijd te verlengen naar 31 mei 2020.

Dus wil je nog meedoen, heb je een mooi gedicht of wil je een gedicht schrijven met als thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’doe dan mee. Waarschijnlijk was er nog nooit een thema zo actueel als dit korte gedicht van Jules Deelder.

Meedoen is heel eenvoudig. Ga naar https://stichtingongehoord.com/2020/01/29/ongehoord-poeziewedstrijd/ lees daar de voorwaarden en upload je gedicht middels de link in het bericht.

Om je nog wat extra te enthousiasmeren hier een gedicht van één van de prijswinnaars Anneke Wasscher (winnaar van de 2013 editie). Het gedicht is genomen uit haar bundel ‘Atlas van de tijd’ uit 2017 en is getiteld ‘Esther’.

.

Esther

 .
beelden roepen haar al jaren na
ze weet niet meer wat echt is
misschien verspreekt de waarheid zich

.
is het gewoon een bange droom
een hersenspinsel dat nog hangt in
de rommelkamer van haar hoofd

.
steeds vaker komt de nachtmerrie
die gekke bokkensprongen maakt
angst wordt vindingrijk

 .
ze spreekt in monologen
geeft wanen weg aan
wie ze hebben wil

 .
haar vrede heeft een onderduikadres
bij gratie van de roes, een synoniem
voor leven kent ze niet

.

 

Korte gedichten

Op maandag

.

De dagen lijken steeds meer op elkaar en daardoor was ik gisteren helemaal in de war. In plaats van korte gedichten van de maand te plaatsen, gaf ik jullie een ‘Cadeautje’. Ook niks mis mee natuurlijk en daarom vandaag, voor een keer op maandag in plaats van op zondag, korte gedichten. Vandaag koos ik voor drie gedichten van dichters uit Vlaanderen en Nederland te weten Hubert van Herreweghen (1920 – 2016) een van de belangrijkste na-oorlogse dichters uit Vlaanderen, de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) en de Vlaamse dichter Petra Van den Berghen (1971).

Van Hubert van Herreweghen koos ik het gedicht ‘Paar’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.

Van Riekus Waskowsky koos ik het gedicht ‘Gospelsong’ uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1985.

Van Petra Van den Berghen koos ik het gedicht ‘grijpen en mazen’ uit ‘Staalkaart van de Nederlandstalige Podiumpoëzie 2017’.

.

Paar

.

Ik zie een jongen naast een meisje lopen,

hij kust haar en zij lacht om het geval.

Genadige dood! Zij kirren en zij hopen,

zij zien het kind nog niet dat hen begraven zal.

.

Gospelsong

.

Elke seconde verandert de wereld

men leeft maar en sterft maar

alsof het niets is en misschien is

het ook wel niets dan wat beweging

waardoor de wereld niet verandert.

.

grijpen en mazen

.

het glijdt de vingers van herhaling door

-tussen-

de pauzes in

snijdend aan gewonde handen grijpen ze doelloos in uitgezette netten

tussen de lijven in wapperen de mazen, bot in hun vieren

in altijd, overal ontglipt.

.

Zon

Ester Naomi Perquin

.

De dichter, schrijver, columnist, essayist en voormalig stadsdichter van Rotterdam (2011-2012) en Dichter des Vaderlands (2017-2019) Ester Naomi Perquin (1980) is een multi-talent. Ze debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’ die werd gevolgd in 2009 door de bundel ‘Namens de ander’, in 2012 met ‘Celinspecties’, in 2016 met ‘Jij bent de verkeerde en alle andere gedichten tot nu toe’ en in 2017 met ‘Meervoudig afwezig’.

Ze kreeg verschillende poëzieprijzen waaronder de J.C. Bloem-poëzieprijs en de Anna Blaman Prijs. Een aantal van haar gedichten verschenen op kaarten en posters bij Plint. Zo ook het gedicht ‘Zon’.

.

Zon

.

Ik sta een tijdje met mijn vriendje op de dijk.

Kijk, zegt hij: de zon zakt in de zee
en het licht zakt langzaam mee

en de schaduwen verdwijnen
en de kleuren van de dag

en als het donker wordt
dan is het avond

en is het avond
wordt het nacht.

Mooi hè, zegt hij.
En we zwijgen.

Het is mooi en
goed bedacht.

.

Ons te vroeg ontvallen

Antoinette Sisto

.

In de afgelopen 12,5 jaar waarin ik me, na mijn debuut als dichter met ‘Zichtbaar alleen’ actief bezig hou met poëzie, zijn er een aantal goede bekende en bevriende dichters overleden. Op te jonge leeftijd werden zij uit het leven gerukt door ziekte of hartstilstand. Dit waren geen dichters van grote naam en faam onder de Nederlandse bevolking zoals bijvoorbeeld Gerrit Komrij, Jules Deelder of Menno Wigman maar dichters die met hart en ziel aan hun poëzie werkte, bundels uitgaven, actief waren met poëzieprojecten en op podia overal in Nederland stonden.

Omdat ik vind dat deze dichters niet vergeten mogen worden zal ik hier de komende tijd gedichten van hen plaatsen. Om te beginnen met dichter Antoinette Sisto (1963 – 2017). Op 3 juli 2017 overleed zij plotseling na twee hersenbloedingen. Antoinette was naast redacteur van Meander en medewerker van de stichting Perdu, secretaris van het Departement of Communication Sciences, dichter, redacteur en vertaalster van Italiaanse dichters.

In 2013 verscheen van haar hand de bundel ‘Dichter bij de dagen’ met veel gedichten die handelden over de ziekte en dood van haar man Wally, gevolgd door ‘Iemand moet altijd gemist worden’ in 2014. Ik mocht een aantal gedichten van haar voordragen samen met wat eigen werk op de presentatie van haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ uit 2017. Antoinette was naast een begenadigd dichter een mooi en vriendelijk mens. Ik had het voorrecht om een aantal keer samen met haar op een podium te staan, werd door haar voor Meander geïnterviewd en nodigde haar uit om bij Ongehoord! voor te dragen.

Uit haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden’ koos ik het gedicht ‘Ambacht’.

.

Ambacht

.

In het diepst van mijn hart

dacht ik voor de duizendste maal

toen ik de ven zag en haast voorbij liep

.

maar evenredig zoveel keren

dacht ik het niet

en ik struikelde over een beter beeld

.

dat ik vasthouden wilde

maar bang als ik was

met andere woorden ontweek

.

over één nacht ijs ga ik niet.

.

Dag aan dag bewerk ik

de barts in het oppervlak

het lek in de stilte

het gewicht van water en lucht.

.

Mijn geduldige handen was ik.

En was ik opnieuw

ze ontdoen zich van iets.

.

 

De broekbewapperde mens

Robert Anker

.

Wat ik – naast heel veel andere aspecten – erg leuk aan poëzie vind is de vindingrijkheid van dichters als het gaat om bijzondere titels van bundels. Als ik in mijn boekenkast kijk staan daar bundels met namen waar ik me elke keer weer over verbaas en waar ik elke keer opnieuw weer vrolijk van word. Ik noem: ‘Het glimpen van de welkwiek’ (Pfeijffer), ‘Gevecht tegen het zuur’ (van Doorn), ‘Verboden voor kettingzagen'(de Bas), ‘Totemtaal'(Harten) en ga zo maar door. Een van die titels is ook de bundel van Robert Anker namelijk ‘De broekbewapperde mens’.

Rengert Robert Anker (1946 – 2017) was schrijver, dichter en literatuurcriticus. Hij debuteerde in 1979 met de bundel ‘Waar ik nog ben’. Daarvoor verschenen al gedichten van zijn hand in tijdschriften als De Revisor. Waar zijn debuut nog een traditionele dichtbundel was, geïnspireerd op zijn jeugd in het Westfriese Oostwoud en naar binnen gericht, veranderde dit al snel en kwam de nadruk te liggen op de buitenwereld, zoals in ‘Van het balkon’ (1983), en op maatschappelijke problemen, zoals in ‘De broekbewapperde mens’ (2002). Van de natuur verschoof het perspectief naar het stadsleven. Het werk van Robert Anker werd vele malen bekroond met onder andere de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs.

Hoewel de gedichten in ‘De broekbewapperde mens’ zeker geen eenvoudige kost is, zijn de gedichten toch zeer te genieten. Ik koos uit deze bundel het titelgedicht al was het alleen maar door de bijzondere titel.

.

De broekbewapperde mens

.

Dat er altijd maar die bron zou zijn

die reikt tot in de hemel.

Het is de mens die op de kemel

des woestijns ons doortrokken hebbend

steeds rechterop

van waterput tot avondkleding

ons nu verlaat voor wat hij denkt

te zijn op de bedijkte dijk:

.

de broekbewapperde mens!

.

Die nu omkeert en afdaalt

voor een bagagedrager

(en een broekklem)

zeggende:

vlaggen psalmen verrekijkers

en voordehandse liederen

inleveren bij de windmolen

die de dood vermaalt

tot hevige aanwezigheid

angst en vreze te behouden.

.

Spring maar achterop bij de mens!

.

 

Koor

Peter Verhelst

.

In 1987 debuteerde de Vlaamse dichter Peter Verhelst (1962) met de bundel ‘Obsidiaan’. Dertig jaar later, inmiddels een belangrijk en gelauwerd dichter ( Verhelst ontving onder andere de Paul Snoekprijs, De Gedichtendagprijs, de Jan Campert-prijs, de Herman de Coninckprijs en de Ida Gerhardt Poëzieprijs) verschijnt in 2017 de bundel ‘Koor’ een bloemlezing uit zijn meest opzienbarende poëzie.

In de bundel ‘Koor’ is door de dichter zelf een keuze gemaakt uit eerder gepubliceerd werk aangevuld met ongepubliceerde gedichten. Om uit zoveel bijzondere en mooie gedichten een keuze te maken is zelfs voor mij een opgave maar uiteindelijk kies ik voor het (liefdes-) gedicht ‘Tegen het vergeten’. Ik kies hier bewust voor dit gedicht omdat het mooi aansluit bij een categorie die ik hier alweer een paar jaar geleden begonnen ben; (bijna) vergeten dichters. Ook die dichters waar we nooit meer wat van horen hebben vaak zulke mooie poëzie geschreven, reden waarom ik ze regelmatig weer terug haal. Bij een dichter als Peter Verhelst zal dit waarschijnlijk niet snel gebeuren. Daarom is de combinatie tussen zijn gedicht en deze categorie dichters een waardevolle.

Oorspronkelijk verschenen in de bundel ‘Wij totale vlam’ uit 2014 ‘Tegen het vergeten’.

.

Tegen het vergeten

.

Niet hoe je was, hoe je op je ellenbogen achterover leunend, zo bleek was je,
hoe we keken – niet vergeten,
niet het zich zuchtend openvouwen – nooit vergeten,
niet hoe het had kunnen zijn, hoe we hadden willen zijn.
.
Wat van ons verloren is gegaan.
Wie van ons verloren ging.
Laten we ons elkaar zo herinneren
voor de herinneringen dingen met ons doen:
.
een dunne lijn rood, gloeiend in de avondlucht,
hoe we, op onze ellenbogen achterover leunend, naar elkaar keken,
een fonkeling in het wachten, een nauwelijks hoorbare zucht.
.
Wit
oplossend als suiker
in het vallende duister.
.
De echo van je zucht.
.
De echo van de echo van je zucht.

.

 

Dichter bij Bloem

Alphen aan de Rijn

.

De dichter en essayist over poëzie J.C. Bloem (1887 – 1966) wordt sinds 2016 met een plaquette geleerd in de stad waar zijn ouders en hij zelf in zijn jeugd woonde Alphen aan de Rijn. Om precies te zijn bij de Villa Nuova aan de Oudshoornseweg. In 2016 was er wat gedoe over de plaatsing van deze plaquette omdat bekend was dat Bloem voor de oorlog lid was van de NSB en er soms nogal dubieuze ideeën op na hield. Hoewel de gemeente eerst niet wilde meewerken ging met toch akkoord om de betekenis van de dichter Bloem in de Nederlandse poëzie.

In het jaar dat het project Dichter bij Bloem van start ging werd onder andere een bord bevestigd bij de ingang van Villa Nuova en werd er een gedichtenwedstrijd uitgeschreven onder middelbare scholieren onder de ietwat vreemde titel Winning Moed. Het project liep tot 10 mei 2017, precies 130 jaar na zijn geboortedag. Op een overzichtsbord bij de Villa is nu nog een foto en informatie over dit project te lezen, evenals een aantal gedichten van Bloem.

Hieronder wat foto’s genomen door mijn broer en een gedicht van Bloem in sonnetvorm uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ derde druk uit 1968 het gedicht ‘De gelatene’.

.

De gelatene

.

Ik open ’t raam en laat het najaar binnen,
Het onuitsprekelijke, het van weleer
En van altijd. Als ik één ding begeer
Is het: dit tot het laatste te beminnen.
.
Er was in ’t leven niet heel veel te winnen.
Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer,
Als men zich op het wereldoude zeer
Van de miljarden voor ons gaat bezinnen.
.
Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
Hunkren naar onverganklijke beminden,
En eenzaamheid is dan gemis en pijn.
.
Dat is voorbij, zoals het leven haast.
Maar in alleen zijn is nu rust te vinden,
En dan: ’t had zoveel erger kunnen zijn.

..

Wat vooraf ging

Monica Boschman

.

De in Gassel woonachtige dichter,trainer, voorlichter, interviewer en tekstschrijver Monica Boschman doet in poëzie. Op haar website https://www.mbcommunicatie.nl lees je over alle activiteiten die deze duizendpoot organiseert en onderneemt. Naast vrij werk dat gepubliceerd werd in onder andere de bundel ‘Zeerslag’ organiseert ze poëziecursussen, schrijft ze artikelen en draagt ze voor.

Van 2012 tot 2014 was Monica de eerste regiodichter van de Noordelijke Maasvallei. In 2017 won ze de Plantage Poëzieprijs.  Daarnaast werden haar gedichten bekroond bij Dichter op Hofwijck en Deinze Rijmt. In Cuijk organiseert en presenteert ze drie keer per jaar een poëtisch ontbijt. In 2020 zal dat zijn op zondag 29 maart, zondag 28 juni en zondag 20 september, van 9.30 tot 11.30 uur. Steeds met nieuwe gasten in Wereldtuin Verdeliet in Cuijk (kijk voor meer informatie op haar website.

In het driemaandelijks literair tijdschrift G.,voorheen (tot 2018) Gierik & NVT (Nieuw Vlaams Tijdschrift) staat een gedicht van haar hand getiteld ‘Wat vooraf ging uit de ‘Cyclus forens in liefde’.

.

Wat vooraf ging

.

We kropen als zandkorrels in kieren

en stilden elkaar naast de wind.

.

We lazen elkaar en het wasvoorschrift

op een deken uit de weekendtas.

Hier hadden goden niets te vertellen.

.

Je schreef letters op mijn rug

mijn naam open en bloot

in jouw navel.

.

We hadden het kunnen houden

bij een blik van herkenning.

 

 

James Berry

Only one of me

.

James Berry (1924 – 2017) was een zwarte Jamaicaanse dichter die zich in de jaren veertig in Engeland vestigde. Zijn poëzie is opmerkelijk vanwege het gebruik van een mix van standaard Engels en Jamaicaans Patois. Berry’s poëzie “onderzoekt vaak de relatie tussen zwarte en blanke gemeenschappen en in het bijzonder de opwinding en spanningen in de zich ontwikkelende relatie van de Caribische immigranten met de Britten en Britse samenleving vanaf de jaren veertig”.

In 1948 ging hij in Londen wonen en over Londen zei Berry: Ik was bestemd voor Londen en Londen was bestemd voor mij, Londen heeft boeken en toegankelijke bibliotheken. In 1979 debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Fractured Circles’. In 1981 was hij de eerste dichter van West Indische origine die de Poetry Society’s National Poetry Competition won. In 1990 werd hij verheven in de adelstand en werd hij Officer of the Order of the British Empire voor zijn bijdrage aan de poëzie. In 2007 werd hij Honorary Fellow of the Royal Society of Literature.

In 2004 verscheen van James Berry de bundel ‘Only One of Me’ met daarin de beste gedichten uit zijn eerder verschenen bundels ‘When I Dance’, Playing a Dazzler’, Isn’t My Name Magical?’en A Nest Full of Stars’. Uit deze bundel het gedicht ‘Coming Home On My Own’.

.

Coming Home On My Own

.

I slept with fourteen strange

people, in the youth-hostel room.

All of us had to get up early.

I turned and opened my eyes –

it was bright open daylight.

Right away, everybody turned over

too, woke up, began to talk.

And it was good how we washed,

dressed and made breakfast together.

But we broke up. We separated

on foot, on bicycles

and I by bus – waving goodbye.

.

 

%d bloggers liken dit: