Site-archief

We komen van ver

Carmien Michels

.

De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.

Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.

.

Liefdessonnet XI

.

Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach

.

Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos

.

Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen

.

En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*

.

Advertenties

De koffer

John Ashbery

.

In 1977 staat Poetry International in het teken van de koffer, symbool van het reizen. Naast de gebruikelijke poëzie en dichters uit vele landen is er een tentoonstelling van oude reiskoffers. In 1977 staat de Amerikaanse dichter John Ashbery op het podium in Rotterdam. Ashbery (1927- 2017) werkte van 1955 tot 1965 voor The New York Herald Tribune in Parijs als kunstcriticus. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten werkte hij als docent Engels en was hij ook daar kunstcriticus. Ashbery was een avant-gardistisch dichter.

Ashbery’s vroege werk werd sterk geïnspireerd door door het werk van Auden, alsook door de obscure Franse surrealistische dichter Pierre Martory. Later werd zijn werk steeds meer modernistisch. In de jaren zestig verkeerde hij in avant-gardistische kringen, met wereldwijd de aandacht trekkende kunstenaars als Andy Warhol en John Cage.

Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid. Hoewel Ashbery vaak beweerd heeft voor een groot publiek te willen schrijven, geldt veel van zijn werk als moeilijk toegankelijk, niet in de laatste plaats door de semantische en linguïstische experimenten in zijn werk.

Uit zijn bundel ‘The double dream of spring’ uit 1970 het gedicht ‘The task’ en in een vertaling van Peter van Lieshout, ‘De taak’.

.

De taak

.

Ze maken zich klaar om opnieuw te beginnen:

Problemen, een nieuwe wimpel aan de vlaggemast

in een voorspelde romance.

.

Rond de tijd dat de zon laag boven het

Westelijk halfrond haar stralen vlijt, de kermis echoot,

Dringen de vluchtende landen onder andere namen bijeen.

Leegte neemt de plaats van vreugde in, en Ieder moet vetrtrekken

Weg, ver weg in de stokkende nacht, want zijn lot

Is vruchteloos terug te keren uit het licht

Voorgetoverd door verstrijkende tijd. Slechts

Luchtkastelen waren het, doorkneed in de kunst het verleden

Te grijpen en met pijn te beheersen. En de weg ligt open

Nu om regelrechtschapen te handelen in deze tijd

Verterende dichtheid waarin hij ooit leerde ademen.

.

Kijk eens naar de rommel die je gemaakt hebt,

Zie eens wat je hebt gedaan

Maar als dat dat al spijt mocht zijn raakt het nauwelijks

De kinderen die na het eten buitenspelen.

Belofte van kussens en meer in de nacht die straks valt.

Ik ben van plan hier wat langer te blijven

Omdat dit enkel ogenblikken zijn, ogenblikken van inzicht,

En omdat getast en gereikt nog moet worden,

Naar uiterst en vurig verlangen dat wegsmelt

Ondertussen, als afstand onder pelgrimsvoeten.

.

The task

.

They are preparing to begin again:
Problems, new pennant up the flagpole
In a predicated romance.

.
About the time the sun begins to cut laterally across
The western hemisphere with its shadows, its carnival echoes,
The fugitive lands crowd under separate names.
It is the blankness that follows gaiety, and Everyman must depart
Out there into stranded night, for his destiny
Is to return unfruitful out of the lightness
That passing time evokes. It was only
Cloud-castles, adept to seize the past
And possess it, through hurting. And the way is clear
Now for linear acting into that time
In whose corrosive mass he first discovered how to breathe.

.
Just look at the filth you’ve made,
See what you’ve done.
Yet if these are regrets they stir only lightly
The children playing after supper,
Promise of the pillow and so much in the night to come.
I plan to stay here a little while
f’or these are moments only, moments of insight,
And there are reaches to be attained,
A last level of anxiety that melts
In becoming, like miles under the pilgrim’s feet.

.

Kwaad gesternte

Hannah van Binsbergen

.

Hannah van Binsbergen raakte op 13-jarige leeftijd geïnspireerd door het werk van dichter Hans Lodeizen. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was (in 2017) de eerste debutant die de VSB Poëzieprijs won voor ‘Kwaad gesternte’ (uit 2016). Zij is ook de jongste dichter (1993) die door Ilja Leonard Pfeijffer werd opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

Vanmorgen werd ik opgebeld

Ester Naomi Perquin

.

Dichter Ester Naomi Perquin (1980) debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’. In 2017 werd ze voor twee jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. In 2018 werd de Herman de Coninckprijs aan haar toegekend en ze ontving voor haar bundels meerdere literaire prijzen. In 2019 schreef Perquin het Boekenweekgedicht ‘Moeder’. Uit haar bundel ‘Namens de ander’ uit 2009 komt het proza-achtige gedicht ‘Vanmorgen werd ik opgebeld’. 

 

Vanmorgen werd ik opgebeld

.

Vanmorgen werd ik opgebeld door een mevrouw die wilde weten
of ik Richard was. Dit was nooit eerder voorgekomen.

Veel mensen hebben gewild dat ik iemand was, soms iemand
die ik was geweest, soms iemand die ik zou moeten zijn
– kijk eens angstig, praat als een non, spring op en neer,
kun je niet een keer een rokje dragen –
maar Richard heeft niemand mij gevraagd.

(Ondertussen ruist de stilte van twee kanten in een oor.)

Er is een ander leven vóór ik antwoord geef, volop mogelijkheden,
voor het zelfde geld had het materiaal waaruit ik besta
een andere vorm of naam. Wat als ik ja zou zeggen,
ja, ik ben het: Richard. Bent u dat moeder?
Wat is het lang geleden.

Zou ik door Richard te worden ook Richard zijn, inclusief lichaam,
ademhaling, geheimen, de manier waarop hij ’s ochtends vroeg
zijn veters strikt? Houdt hij bijvoorbeeld van pastinaak?

Zou zijn moeder de verbinding verbreken
of uit standvastigheid
of uit eenzaamheid
of uit gezelligheid
in mij geloven?

Is Richard nog in leven of belt zij steeds een ander op,
vraagt ze naar hem omdat wie weet toch iemand zegt:

Richard? Ja hoor. Die is boven.

Laat niemand haar vertellen dat Richard is verdronken, dat hij is
verdwaald, ontvoerd, verongelukt. Was er niet ergens
een feestje, een man? Heb ik Richard niet alleen
gekend maar zelfs gekust, gesproken,
dronk hij wijn, lachten we samen?

Nu, precies nu is het nog mogelijk geen geluid te maken,
op te hangen of met zakjes te gaan kraken alsof we – helaas –
zijn ingesneeuwd, ik kan u niet verstaan.

Ik stel me haar voor, ze staat in een donkere kamer, kijkt vragend.
Maar ik dan? Waar haal ik op dit uur een Richard vandaan?

Mevrouw, de eerlijkheid gebiedt mij u te zeggen
dat ik Richard niet ben, nooit ben geweest
en niet herken, hoewel onze nummers
misschien weinig verschillen, onze levens
zijn gescheiden door een acht, een vier, een twee.

Er zijn mensen met wie ik minder scheel dan een getal
maar wier moeders mij niet kennen, niet zullen bellen.

U verspilt uw tijd, ik besta slechts uit halve stemmen,
halve gezichten, geen Richard waardig, geen hond
heb ik ooit meer gebracht dan halfslachtige aanwezigheid.

(Er klinkt een vastbesloten stilte op de lijn.)

Mevrouw, ik weet niet tot wie maar ik bid met u mee
dat het iemand zal lukken.

Dat het iemand zal lukken om Richard te zijn.

.

Jij de wereld

Jeroen van Kan

.

Op verzoek van de Rotterdamse Truus van der Voet, die mij verzocht wat aandacht te besteden aan de dichter Jeroen van Kan, hier het gedicht ‘Jij de wereld’ uit Het liegend konijn uit 2008. Jeroen de Kan (1968) is journalist, presentator en dichter. Sinds 2016 presenteert hij, aanvankelijk als invaller, het televisieprogramma ‘Boeken’. Na het overlijden van Wim Brands werd hij de vaste presentator. Vanaf januari 2017 doet hij dat in afwisseling met Carolina Lo Galbo. 

Jeroen van Kan is actief als redacteur van literaire tijdschriften. Tot 2007 maakte hij deel uit van de redactie van ‘De Tweede Ronde’. Daarna stapte hij over naar ‘Tirade’. In 2017 werd bekend dat hij jarenlang in literair tijdschrift ‘Het liegend konijn’ gedichten had gepubliceerd onder het pseudoniem Wesley Albstmeyer. In juni van dat jaar verscheen onder eigen naam zijn debuutbundel ‘De wereld onleesbaar’.

.

Jij de wereld

.
je bent niet van mij nooit geweest maar wel altijd
hier ook al onttrekt zich dat aan wat jij voelt ziet
hoort ruikt met alle gulzigheid omarmt jij die je vol
overgave over het rulle asfalt van je zinnen laat sleuren
.
want onmatigheid is je middle name en juist dat is wat
ik graag zou willen grijpen die flexawaaier aan onmatig
verzamelde omarmingen van deze wereld jij als vat waarin
ik zonder voorbehoud zou willen verdrinken
.
jij die uit alle poriën leven ademt ervaringen indrukken
kleuren en geluiden jij die dit alles misschien zelfs bent
jij die alles omvat waar ik geen deel aan hebben kan
.
vol schaafwonden blauwe plekken en geronnen bloed
dat op je shirt een al te verse landkaart vormt zo ben jij
de wereld en ik daarbuiten machteloos toe-eigenend
.

Poëziebustoer 2019

Nieuwe namen

.

Ook in 2019 gaat de Poëziebus weer op toer door Nederland en België, dit jaar met weer een hoop nieuwe namen. Wie gaan ermee? Dat zijn Steff Citroengeel, Akim A.J. Willems, ParaDockx, Terence Roelofsen, Evy van Eynde, L-Deep, Aurora Guds, Stokely Dichtman, Doreen Hendrikx, Foleor van Steenbergen, Anna Khina, Rik Sprenkels, Demi Baltus, Doeko L., Isha van der Burg, Mischa van Huijstee, Naomi Veldwijk, Jens Meijen, Jolies Heij en Samoerai. Kijk voor een introductiefilmpje van deze deelnemende dichters op https://poeziebus.nl/deelnemers/

Dit jaar rijdt de Poëziebus van 5 augustus tot en met 11 augustus langs een aantal steden. Wil je weten waar precies hou dan de dienstregeling in de gaten via de website of de Facebookpagina. In 2017 gingen er ook een aantal nieuwe namen mee en een van die nieuwe namen was Cissy. Praat je over Groningen en spoken word dan kom je al snel uit bij zangeres, dichter en creatieve tornado Cissy. Van 2012 tot 2015 zat ze bij Poetry Circle Groningen. Dat Cissy afstudeerde aan de Academie voor Popcultuur richting muziek/performance  lees je terug in haar teksten. Haar gedicht ‘Mama  is een positief gedicht over een zwaar onderwerp, schrijnend, eerlijk en waar.  Uit de Poëziebundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’ uit 2017 haar gedicht/lied ‘Mama’.

.

Mama

.

Mama, ik heb honger

Mama, ik ben moe

Mama, gaan we vandaag nog naar de winkel toe?

.

Ik heb honger, ik heb dorst

maar de koelkast is leeg

En, ik weet dat de fiets stuk is

maar is de winkel open?

Ik wil best lopen

als je moe bent

.

Mama, ik zie mensen om me heen met

zoveel spullen, zoveel kleren, zoveel speelgoed

.

waarom hebben wij het niet

en zij het wél goed?

.

Mama, gaan we nog ergens naar toe?

Op vakantie, zoals de kinderen uit mijn klas?

.

Mama, mag ik voor kerst misschien die jas?

En als ik geen zakgeld meer vraag

misschien dan ook die tas?

.

Want…

ze pesten me op school

ze zeggen dat ik schooi

ik voel me zó anders

maar met die spullen ben ik mooi

.

Mama

ik hou van jou

ik wéét dat je je best doet

ik hou van jou

.

We hebben niet zoveel, maar je bent er

We hebben niet zoveel spullen of centen

.

maar de meester zei

dat je alles voor me doet

En dat je houdt van mij

Dus alles komt vast goed

.

Jana Arns

Twaalf ribben

.

Opnieuw een dichter op verzoek, dit keer op verzoek van Luce Rutten. De Gentse Jana Arns (1983) is muzikant (dwarsfluit), fotograaf en dichter. Met haar debuut ‘Status: het is ingewikkeld’ uit 2016 won zij de prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Haar tweede bundel ‘Nergens in het bijzonder’ verscheen in februari 2018 . Ze publiceerde in De poëziekrant, Deus ex Machina, Gierik & NVT, Meander, Het Gezeefde Gedicht, Het Liegend Konijn en won de eerste prijs van de Literaire Prijzen Stad Sint-Truiden (2018) én Literatuurprijs Zeist (2018). Ze was ook meermaals genomineerd voor de Melopee poëzieprijs. Enkele gedichten werden opgenomen in de bloemlezing ‘De 100 beste Nederlandstalige gedichten’ van de VSB Poëzieprijs uitgegeven door De Arbeiderspers 2018.

Samen met dichters Roel Richelieu van Londersele en Charles Ducal maakte ze de voorstelling ‘Het muzikale huwelijk’ en met dichters Frouke Arns en Astrid Arns vormt ze ‘Drie maal Arns en daarmee BASta!’.

Met het gedicht ‘Twaalf ribben’ won met ze de Literatuurprijs Zeist 2018

.

Twaalf ribben

.
Ons kind is bang voor suikerspinnen.
Het spiegelpaleis in haar hoofd is beslagen.
Zij is de schim binnen dit spookhuis.
Eten is hier hogere wiskunde
met rijstkorrels na de komma,
tafels gedekt met breuken.
Het model op de flatscreen juicht haar toe.
Samen snijden ze het brood van de korsten.
Lopen op eetstokjes over onaangeroerde borden.
Geen snoep in de gaatjes van haar tanden.
Zij is twaalf ribben,
aangelengd met water.
.
                                                                                                                                               Zelfportret : fotograaf Jana Arns

Banaliteit van de liefde

Peter Goossens

.

Al enige tijd ligt de nieuwste bundel van de Vlaamse dichter Peter Goossens getiteld ‘Banaliteit van de liefde’ bovenop mijn stapeltje van nog te lezen dichtbundels. Afgelopen week had ik wat tijd om het te lezen en na ‘Als’ uit 2017 dat ook al de liefde al thema had (driehoeksverhouding) nu een bundel over de liefde in algemene zin. De achterflap vermeldt dat het hier empathische poëzie betreft en als men hier mee bedoeld dat de dichter zich weet in te leven in het leven en de gevoelens van de ander dan klopt dat denk ik wel, al had ik hier en daar het gevoel dat ik meer las over de dichter zelf dan over ‘de ander’. In het ene gedicht is de verteller heel duidelijk aanwezig (Schuinsmarcheerders) in een ander gedicht richt hij zich letterlijk tot de ander (De eeuwige minnaar) maar in alle gedichten gaat het over de relatie van de ene mens tot de andere en is de liefde in al haar facetten het thema.

In zes hoofdstukjes (totaal 28 gedichten) zijn de vaak wat langere gedichten ingedeeld. Vaak zijn het de minder aangename kanten van de liefde die Peter beschrijft (verlaten zijn, ontrouw, onvermogen lief te hebben) maar de inhoud is als steeds bij Peter interessant en nieuwsgierig makend. Soms is een gedicht vertederend en dan ineens heel recht voor zijn raap. Peter gebruikt grote woorden in zijn poëzie waardoor ik soms moeite heb met de geloofwaardigheid maar ik herinner mij dat ook in zijn eerdere werk dit het geval was en dat, tijdens een voordracht (hij stond eind december op het podium van Ongehoord!) dat (kleine) bezwaar helemaal wegvalt.

Ik heb voor het gedicht ‘Het klinkt als klatergoud in vallend water’ gekozen, juist omdat de titel en de inhoud van dit gedicht op gespannen voet lijken te staan. En omdat het in het begin een ongemakkelijk gevoel teweeg brengt (#metoo?) totdat je verder leest.

.

Het klinkt als klatergoud in vallend water

.

Ik weet nog de eerste klets op je billen,

wat een nieuwe ervaring.

Hoe je dan een prooi werd.

.

MIJN PROOI

.

Ik weet nog hoe mij lippen zich krulden,

hoe ik geduldig wachtte

voor de tweede klets

.

KLETS

.

Ik weet nog hoe je lichaam zich kromde

en een lange zuchtige kreun zich tussen je lippen ontsnapte.

Hoe je billen zich aan mij toonden

en je met iets meer ongeduld wachtte,

.

KLETS

.

Gedachten over een mogelijk einde

Heidi Koren

.

Ik ken Heidi Koren vanaf 2013 toen ze kwam voordragen bij een podium van Ongehoord! in theater Koningshof in Maassluis. Daarna was ze in 2017 één van de Poëziebusdichters en inmiddels timmert ze aan de weg als zelfstandig auteur, docent, blogger, interviewer en presentator van (literaire) evenementen. In 2015 verscheen haar debuut als dichter met de titel ‘Gedachten over een mogelijk einde’. Tegenwoordig lees ik graag haar bijdragen aan literair tijdschrift Extaze.

Op haar website http://heidikoren.nl las ik (bij de categorie Blog) een zeer goed onderbouwd en vurig pleidooi voor poëzieles op scholen. Ik kan het alleen maar heel erg eens zijn met haar redenering voor meer poëzielessen op scholen. Wat ik bijzonder leuk vond om te lezen was hoe het creatieve proces van een gedicht schrijven werkt bij Heidi. Ook ik heb een dergelijk proces (anders maar met overeenkomsten) net als elke andere dichter denk ik.

Toen ik het gedicht ‘Over deiningen en dat de meeste dingen er niet toe doen’ las, vroeg ik mezelf meteen af hoe dit gedicht toch ontstaan was in haar hoofd.

.

Over deiningen en dat de meeste dingen er niet toe doen

.

Bijna alles kun je weglaten

de lijntjes en potloden de bomen en bijlen alle ja’s

en nee’s de komma’s de hoofdletters en het knikken

de bevestiging en de ontkenning het gaan en het komen

.

ik twijfelde over de witregels

.

Het huis het harnas het bouwen en het afbreken

zelfs de moeite de dag het donker

de schaduw de schreeuw de bodem het gruis

de oever het uitzicht de hoop

.

ik twijfel over het water

.

 

Poëzie onderzocht

Wat resultaten

.

In 2017 is een uitgebreid artikel verschenen op de Leesmonitor over poëzie in Nederland. Bronnen van dit artikel zijn het onvolprezen onderzoek dat Kila van der Starre deed naar poëzie in Nederland (2017) en gegevens van de stichting Marktonderzoek Boekenvak. Een aantal interessante gegevens wil ik uit dit artikel met jullie delen.

Allereerst is er de conclusie dat vrijwel iedereen in Nederland weleens in aanraking komt met poëzie. Maar liefst 97% van de ondervraagden geeft aan dat dit het geval is.  In de meeste gevallen is er sprake van ‘er zomaar tegenaan lopen’.  Dit kan door het bezoeken van een bijzondere gelegenheid (huwelijk, begrafenis of speech 84%) maar ook in de openbare ruimte 72%. Naast dit onderzoek is Kila van der Starre verantwoordelijk voor https://straatpoezie.nl/ waarop al bijna 2200 gedichten te vinden zijn in de openbare ruimte. Daarnaast komt men poëzie tegen op televisie 72% en in tijdschriften en kranten respectievelijk 68% en 67%. Met de aanwezigheid van poëzie en de kans er mee geconfronteerd te worden zit het wel goed dus.

Dat mensen het waarderen wanneer ze op een dergelijke manier in aanraking komen met poëzie blijkt uit het cijfer dat ze hiervoor geven in het onderzoek, namelijk een 7. Andere manieren om in aanraking te komen met poëzie zijn via het lezen van poëziebundels die men heeft gekregen 40%, het zelf schrijven van poëzie (meestal voor een speciale gelegenheid) 45%, het beluisteren van poëzie op een besloten voordracht 66%! of via Internet wanneer men er naar op zoek gaat 35%.

Als het gaat om de verdeling man/vrouw dan blijkt uit de onderzoeken dat vooral vrouwen met poëzie bezig zijn; ze komen er meer mee in aanraking, lezen meer, luisteren vaker naar poëzie, schrijven zelf vaker poëzie en zoeken meer naar poëzie op het internet. Als ik kijk naar de reacties en volgers van mijn blog dan kan ik niet anders dan concluderen dat deze cijfers op waarheid berusten. Wanneer er naar leeftijd wordt gekeken is er niet veel verschil tussen de leeftijdsgroepen als het gaat om lezen, luisteren, schrijven, delen en opzoeken van poëzie. Alleen wanneer er gekeken wordt naar bijvoorbeeld de sociale media dan blijkt dat meer jongere mensen hier mee te maken krijgen. Op zichzelf vind ik dat geen opmerkelijke uitkomst. Ook het gegeven dat mensen met een HBO-WO opleiding vaker in contact komen met poëzie kan ik nog wel plaatsen.

In tegenstelling wat je misschien zou denken, namelijk dat poëzie een heel individuele ervaring is, blijkt dat Nederlanders poëzie het vaakst in een sociale context ervaren. Dit gebeurt veelal auditief. Denk hierbij aan speciale gelegenheden (zowel zoeken naar als ondergaan).

De belangrijkste reden waarom mensen poëzie willen ervaren zijn minder verrassend. Op nummer een staat het willen ervaren en geraakt willen worden door poëzie. Op twee staat het willen opzoeken van een gedicht voor een speciale gelegenheid en op drie staat dat men aan het denken wil worden gezet door een gedicht. Tot slot blijkt uit deze onderzoeken dat naarmate men bekender is met een gedichtsoort, hoe lager men het poëziegehalte vindt. Zo is 90% bekend met Sinterklaasrijmen maar wordt dit maar door 30% of minder al hoog poëtisch ervaren. Terwijl het Poëzieweekgeschenk en de dichter des Vaderlands minder bekend zijn (respectievelijk 36% en 45%) worden deze wel in hoge mate als poëtisch beschouwd (85% of meer).

Al met al interessante onderzoeken waarin voor mij best nog een aantal verrassingen zaten. Om na al deze cijfers en onderzoeksresultaten niet zomaar te eindigen zonder ook een gedicht te plaatsen hier nog een gedicht over poëzie van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Verzamelde gedichten uit 1983, over en voor u, de lieve lezer.

.

Voor de lieve lezer

.

De woorden der gemakkelijkheid,

woorden van rose sluimer,

kamer behangen met pastelkleurige dromen,

dat is de poëzie die u lust.

.

Volièrevogeltjes wapperen er in rond

en de meisjes hebben er een zeer zoete hals

en de dichter staat nimmer voor u

dan gekleed in het bleekblauwe avondkostuum

van de maan.

.

Maar de poëzie die wil zeggen

dat ons aller broeder de mens is

een ellendige broeder,

een koude zuster,

een slaande aarde-

en wellicht ook een verre zon van liefde,

maar deze alleen te bezichtigen middels

een zwart glaasje in het oog geplant,

.

die poëzie

eet u snel tegen, nietwaar?

.

En dat slechts een kiezel

de hemel parende met de aarde kan zien

dat hoort u maar hoort u niet-

.

en vouwt de op elkaar verliefde handen

en denkt: ach ik, ach ja en amen.

.

 

%d bloggers liken dit: