Site-archief

Sex

Hans Vlek

.

Dichters en psychiatrie; het is een bekend gegeven dat er dichters zijn die in psychische problemen zijn gekomen, opgenomen zijn en (zelfs) vanuit die positie poëzie hebben geschreven. Aan de andere kant van het spectrum zijn er psychiaters ( Rutger Kopland) die dichter zijn. Van de dichters die psychische problemen hebben gehad is Gerrit Achterberg misschien wel het bekendste voorbeeld. Maar ook dichters als Hans Andreus, Joost Zwagerman, C.B. Vaandrager, Boudewijn Büch en Hans vlek kampten met psychische problemen.

Hans Vlek (1947 – 2016) vind ik een intrigerende dichter, al was het alleen maar door de titels van zijn dichtbundels als ‘Onnette sonnetten’, ‘De toren van Babbel’ , ‘Hangmat voor Henoch’, ‘Boghazkøy’ en ‘De kylix van liber’. Hans Vlek was dichter en kunstschilder organiseerde popconcerten, schreef artikelen over popmuziek en literatuur en trad ooit naakt op in Maastricht tijdens een poëzie manifestatie. Ook was hij redacteur van Manifest en medewerker aan onder andere De Gids en Tirade.

In ‘Onnette sonnetten’ uit 1980 staat een bijzonder gedicht getiteld ‘Sex’ waarin Vlek het schrijven van een gedicht vergelijkt met de geslachtsdaad.

.

Sex

.

Dit is een ode aan het papier.

Lichaam van mijn muze, lekker dier

waarmee ik niet slaap maar waak

en zachtkens aan uw wezen raak

.

Hier zit ik schrijfmachinaal te vrijen

en een vers ineen te breien alsof

ik tussen twee welgevormde dijen bezig

ben diep binnen te glijen in

.

het immer maagdelijk wit

waarop ik nu te staren zit met

mijn woord als een lid en

.

ejaculerend zoals dit

weer eens keurig geschreven staat

als een bevredigende geslachtsdaad.

.

In mijn gedicht

Peter WJ Brouwer

Struinend door mijn boekenkast kom ik de bundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ tegen van Peter WJ Brouwer uit 2016. Peter heeft nog maar zeer recent een roman geschreven en gepubliceerd ‘Het oog van de kraanvogel’ maar ik ken Peter vooral van zijn poëzie. Peter is naast schrijver en dichter ook vertaler en theatermaker. Hij studeerde Duitse Taal- en Letterkunde en publiceerde regelmatig poëzie in bloemlezingen, en tijdschriften als Het Liegend Konijn, Poëziekrant, Extaze en Meander.

Ik herinner mij Peter vooral van het programma ‘Over leven met Brel’ dat hij samen met Michael Abspoel (de stem van Man bijt hond) maakte en waaruit zij samen een aantal stukken deden tijdens een optreden van Ongehoord! in de Jacobustuin in 2015 en daarvoor in 2011 op het reguliere podium van Ongehoord!

Ik kocht destijds de bundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ en ik wil hier graag nog eens een gedicht uit deze bundel plaatsen met de titel ‘In mijn gedicht’.

.

In mijn gedicht

.

Je las jezelf in mijn gedicht, je las

rug, wang, ding

.

mijn hand die jou dichtdeed was daar ook

.

onder mijn lucht las jij, mijn grasland

werd in een oogwenk door jou bevolkt

.

er waren er meer die afreisden

om mijn nachten te bezoeken, de sterren te zien staan

.

te verzuchten

dat het zo is gegaan

.

jij zei enkel: ik vergeef je niets

behalve dan in jouw gedicht, daar ben ik immers

.

achter je

rug

wang, ding

.

Boodschap aan de toekomst

Jens Meijen

.

Ik ken Jens Meijen als één van de deelnemers aan de Poëziebustoer van 2019. Ik schreef naar aanleiding van die toer toen dit stuk met gedicht over Jens https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/05/23/de-poeziebus-gaat-weer-rijden-2/

Jens Meijen (1996) rondde de masters Westerse Literatuur, Literatuurwetenschappen en Europese studies af aan de KU Leuven. Daarnaast is hij journalist, recensent en columnist bij ‘Humo’ en ‘De Morgen’, redacteur bij Greenpeace Belgium en lid van de kernredactie van literair tijdschrift ‘dw b’. Hij publiceerde ook nog in ‘De Revisor’, ‘deFusie’, ‘Hard//hoofd’ en ‘Deus Ex Machina’. Hij was de eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België in 2016 en hij debuteerde als dichter met ‘Xenomorf’ in 2019.

Uit zijn debuutbundel ‘Xenomorf’ komt het gedicht ‘Boodschap aan de toekomst’ waarin Jens de stand van zaken in de wereld bekijkt en een boodschap geeft aan de lezer voor de toekomst.

 

Boodschap aan de toekomst

 

Donald Trump is president; Google een leger. Haat gloeit op in alle landen; de noordpool zweet

haar angsten uit. De wereld heeft koorts. Volgens ons duurt het niet lang meer.

 

We trekken bloedrode krijtstrepen over de aardkorst. Spuwen rookpluimen de hoogte in.

 

We tasten de grens van onze menselijkheid af, proeven van het leven als machine. Met

voorzichtige slokken. Nu nog.

 

We graviteren rond de luwte van de cyberspace. Staan aan de rand van een mandarijnkleurig

ravijn. Smokkelen herfstbladeren in jaszakken.

De geur van een vermoeid woud –

kennen jullie dat nog?

Het gevoel van erwtensoep en griep –

 

Alles moet maakbaar zijn; ook wij – het verleden balanceert op onze lippen. Kantelt in een

rozenstruik.

 

Durf twijfelen.

 

Durf weerstaan aan de vervreemding.

 

Blijf mens.

.

Slechte film, goede poëzie

Hartenstrijd en Komrij

.

Afgelopen week keek ik naar de Nederlandse film Hartenstrijd uit 2016, een romantische komedie van het soort 12 in een dozijn. Niet een geweldige film maar een niemanddalletje voor tussendoor met Tibor Lukács en Jennifer Hoffman. Zo.n film waarin je allerlei situaties en verhaallijntjes ontdekt die je al in zoveel andere romantische komedies hebt gezien. Een film ook waarin best een paar grappige scenes zitten én een film waarin heel onverwacht twee gedichten een rol spelen.

Tijdens een huwelijksscene dragen de bruid en de bruidegom aan elkaar een gedicht voor. Één van die gedichten is me bij gebleven want dat is het gedicht ‘Liefde’ van Gerrit Komrij (1944 – 2012). Het gedicht staat in de bundel ‘Hutten en paleizen’ De mooiste gedichten, uit 2001. Het is me bijgebleven omdat het een vreemd gedicht is om aan je geliefde voor te lezen tijdens je bruiloftsceremonie. Oordeel zelf zou ik zeggen.

.

Liefde
.
Ze liggen op elkaar, schurft op eczeem.
Je hoort de schilfers knappen. Roos stuift op.
Hun schedels glimmen als een diadeem.
Ze liefkoost teder zijn gezwollen krop.
.
Zijn pink verdwijnt in een abces van bloed.
Ze kronkelt. Uit haar mond springt slijm. Een blaas
ontploft. Zijn krop wordt blauwer. Hij vat moed.
Hij rolt haar op haar rug. Hij is de baas.
.
Dan gaan zijn sleetse lendenen tekeer.
Het is een machtig knarsen. Het gesop
van kwijl in etter kent geen einde meer.
Zij kotst. Gods wonder in een notedop.

.

 

Ouderschapsplan

Babette Groos

.

Babette Groos (1998) studeert communicatie en dicht. Ze won Doe Maar Dicht Maar 2016 en was van oktober 2017 tot oktober 2019 Jonge Dichter des Vaderlands. Ze stond onder andere op het Wintertuinfestival in Nijmegen en ze publiceerde in Meander https://meandermagazine.nl/2018/01/gedichten-415/. Ze zou in 2017 meegaan met de Poëziebustoer maar moest door omstandigheden helaas afzeggen.

Ooit vond ze de Nederlandse taal vreselijk plat, maar sinds ze in 2016 haar Engelstalige gedichten voor Doe Maar Dicht Maar naar het Nederlands vertaalde is ze er een beetje in blijven hangen, en daar mogen we blij mee zijn. Ze werd gecoacht door Ester Naomi Perquin en Babs Gons en was ik in 2020 bij een van de laatste afleveringen van Na Het Nieuws, met haar gedicht over de lange wachttijden in de GGZ.

Het gedicht ‘Ouderschapsplan’ is terug te vinden op poeziepaleis.nl net als nog een aantal andere gedichten van haar hand.

.

Ouderschapsplan

.

mijn vader praat
maar het geluid staat uit
en zonder dit
stort de wereld in
en zelfs als ik het wil
kan ik dit niet stoppen
want mijn woorden zijn een domino-effect
van slechte keuzes
en alles wat ik aanraak vliegt in brand
en alles wat ik zeg
is munitie voor de ander
en in het ouderschapsplan staat niets
over het gevoel dat geen huis
thuis is
en dat je altijd je andere sok verliest
in de afstand tussen je moeder
en je vader
en daar ben je misschien ook
ergens je loyaliteit kwijtgeraakt

.

Stof stof stof

Pieter Boskma

.

Teruglezend op mijn blog kwam ik tot de ontdekking dat ik in al die jaren dat ik dit blog al schrijf nog geen aandacht had besteed aan dichter Pieter Boskma (1956). Pieter Boskma studeerde tussen 1977 en 1984 onder andere Nederlands, Engels, Indonesisch, Kunstgeschiedenis van Oost-Azië en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde in 1984 met de dichtbundel ‘Virus Virus’, uitgegeven in eigen beheer in samenwerking met Paul van der Steen. In hetzelfde jaar richtten Van der Steen en hij het tijdschrift ‘Virus’ op. Eind jaren tachtig was hij betrokken bij de poëziebeweging de Maximalen.

Vanaf 1990 werkte hij een aantal jaren als poëziedocent aan de Schrijversvakschool ’t Colofon. Hij publiceerde niet alleen in alle literaire bladen en de meeste landelijke kranten en opiniemagazines, maar ook in bladen als Playboy en Avenue, en in meer dan honderd bloemlezingen. Daarnaast werkte hij voor de VPRO- en NPS-radio.

Boskma’s werk werd vertaald in onder meer het Engels, Duits, Fries, Frans, Chinees en Italiaans. Pieter Boskma was geruime tijd redacteur van het poëzietijdschrift ‘Awater’. In 2003 had hij zitting in de jury van de P.C. Hooft-prijs. Voor zijn werk ontving hij onder meer de Ida Gerhardt-Poëzieprijs, de Rabobank Cultuurprijs Letteren voor zijn hele oeuvre en hij werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2016.

Het gedicht dat ik koos van Boskma komt uit zijn bundel ‘De messiaanse kust’ uit 1989 en is getiteld ‘Stof stof stof’.

.

Stof stof stof

.

wat maakt het ons uit of ook het stof tot stof vergaat?
wij zijn de douche-generatie, ordelijke gel-gebruikers,
wij laten niets
aan het toeval over.
.
wij shockeren de pillenslikkers van de bestbeprijsde kwis.
wij houden van de doofpot der sterren en kometen.
wij zijn allergies voor knarsende sloten
want wij roesten niet.
.
wij spreken graag voor duistere halflege zalen.
wij dragen fier de ons geschonken bokalen van afgunst.
wij spiegelen ons niet aan elkaar.
wij zijn eenzaam.
.
wij ontvangen ons fortuin van de streamlined stropdas.
wij halen een mes langs de hals die daarin zit.
wij zijn en blijven tegendraads.
ons universum rafelt.
.
en na de feestjes, als wij dertig zijn
en dronken van twee biertjes
in de beha-loze zomer
schrijden wij in onze eigenaardigheid naar huis:
.
hermetische cellen in het harnas van de angst
dat ook het stof tot stof vergaat
en ons als een watertaxi
op de Tafelberg
slechts met ademnood omgordt.

.

Andere stad

Wim Brands

.

Opnieuw een troostgedicht waarvan je misschien niet in eerste instantie de troost herkent maar, waar na herlezing je langzaam de troostrijke gedachte in gaat zien. Het betreft hier het gedicht zonder titel uit de bundel ‘De schoenen van de buurman’ uit 1999 van dichter, journalist en presentator Wim Brands (1959 – 2016) dat ook in ‘De Tweede Ronde’ jaargang 20 (1999) verscheen.

.

Verhuis naar een andere stad en laat alles
achter; betrek een hotelkamer
met dunne wanden die je alleen verlaat
,
voor het dagelijkse eten. Op het behang
staan trouwens alle landen.
Zo begint het leven
.
in een doos en het rustige vergeten.
Neem elke dag een bad en kijk
daarna door de ruiten.
.
Het wordt, heus, eens voor altijd nacht
zonder spoken en het even verschrikkelijke
hopen.
.
Op een dag zie je dan hoe buiten
de mensen en hun dingen van hun namen
weglopen.
.
.

Dichter van de maand

Peter Verhelst

.

Zondag in december dus opnieuw een gedicht van de dichter van deze maand de Vlaamse dichter Peter Verhelst (1962). Dit keer koos ik voor het gedicht ‘De dag dat we van de berg afdaalden’ uit de bundel ‘Zing zing’ uit 2016. Wie een uitgebreide analyse van dit gedicht wil lezen verwijs ik graag naar de website van Meander, onder de kop Meander klassiekers werd in 2018 een analyse van dit gedicht door Joost Dancet gepubliceerd https://meandermagazine.nl/2018/12/klassieker-226-peter-verhelst-de-dag-dat-we-van-de-berg-afdaalden/ .

.

De dag dat we van de berg afdaalden
_
We hoopten als na een lawine
helemaal opnieuw te beginnen.
_
We namen in onze voetstappen plaats – die leistenen
schoenen, kwarts, topaas, zirkoon.
We voelden vertrouwde kniepijn, raapten van de grond
wat we tijdens het klimmen hadden achtergelaten
of wat we ons niet langer herinnerden.
_
Bij de rivier brak het onzichtbare koor
zich in de stroming telkens weer in scherven.
_
De hele afdaling hadden we het gevoel
niet helemaal en tegelijk nooit eerder zo dicht te zijn gekomen.
Een kudde galoppeerde achter struiken en grassen,
okeren stofwolk, drijvende avondlucht.
_
We stampten onze voetstappen van ons af –
onyx, amethist, saffier.
_
Heel even dacht ik in de achteruitkijkspiegel te zien
hoe we op de achterbank – wang tegen de ruit
onszelf op de berg dachten te zien.
_
Glimlachend.
Nooit eerder
reden we zo traag van ons weg.

.

Nog

Roland Jooris

.

Opnieuw kom ik een , mij, onbekende dichter tegen. Dit keer in de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Francine Houben van de VSB Poëzieprijs 2017. Het betreft hier de Vlaamse dichter en publicist Roland Jooris (1936). Jooris debuteerde in 1956 met de bundel ‘Gitaar’ die hij in eigen beheer uitgaf. In 1958 volgde ‘Bluebird’. Beide bundels zijn voorbeelden van experimentele dichtkunst. Jooris nam later afstand van deze poëzie want in de bundel ‘Gedichten 1958 – 78 uit 1978 staat geen enkel gedicht uit een van deze bundels. Na deze experimentele bundels ontwikkeld Jooris zich meer als romantisch realistisch dichter. In zijn bundels ‘Het museum van de zomer’ (1974) en ‘Akker’ uit 1982 komt dit goed naar voren.

In 1976 kreeg Jooris de tweejaarlijkse prijs voor poëzie van De Vlaamse Gids en in 1979 de Jan Campertprijs voor de bundel ‘Gedichten 1958 – 78’. Ook ontving hij in 1981 de Prijs van de Vlaamse Provincies.

Uit de bundel ‘Bladgrond’ uit 2016 komt het gedicht dat in de ‘100 beste gedichten’ is opgenomen.

.

Nog

.

Nabij

toch weer elders

.

Hij raapt op

wat niet gevonden

kan worden

.

Hij hoort iets

wat opspringt uit beduimeld

geblader, uit gefluister

een toets die zich afvraagt

waarom

.

Hij tast naar

een gestommel van

onmondig beramen, hij brengt

het ter sprake

.

Het doorwoelt zich

.

Talkshowhost

Anouk Smies

.

In verband met de Amerikaanse verkiezingen heb ik de afgelopen tijd nogal eens gekeken naar talkshows. Wat me is opgevallen is dat talkshows vooral meningenprogramma’s zijn. Zelfs de zogenaamde kenners of specialisten geven vooral meningen over de gebeurtenissen. Nu is dat niet zo verwonderlijk, zeker niet als er weinig echt hard feitelijk nieuws is maar als je veel van dit soort programma’s achter elkaar kijkt valt het op dat je feitelijk niet veel meer weet dan voorheen. Vermakelijk is het overigens wel, reden om soms toch te blijven kijken.

Naar aanleiding van weer een talkshow herinnerde ik me dat ik een gedicht had gelezen over talkshows op de fijne en informatieve website http://www.rotterdamsedichters.nl/ van Anouk Smies. Deze website geeft een grote, zo compleet mogelijke bloemlezing van Rotterdamse poëzie, zowel oud als nieuw.

Anouk Smies (1975) debuteerde in 2013 met ‘Citaten van een roofdier’een bundel die de jury van de C. Buddingh’-prijs fascineerde door de weerbarstige, onnavolgbare beeldspraak. Haar tweede bundel ‘Wie heeft een middelpunt nodig’ (2016) werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. In 2018 kwam haar derde bundel uit: ‘Onbeschoft, zo wit’. Anouk Smies publiceerde eerder op Krakatau, de Optimist en de Contrabas. Ze schrijft poëzie en levensbeschouwelijke verhalen voor kinderen, werkte mee aan de blogspot ‘Het is altijd anders als je denkt’ en is eigenaresse van Tekstbureau PURUS. Daarnaast beslaat ze vijftig procent van het tekst en beeld spugend samenwerkingsverband Collectief 15.

.

Van binnen zijn we allen een talkshowhost

.

Het vandaag anders aanpakken

Kreten wikkelen in een koeltas

Een jas liegen rond je lach

en geen sluiting repareren

.

Een echo opvangen

met de inhaler in je mond

die door je bloed laten treinen

.

Iets bedenken dat plat is en toch rond

terwijl een kind de maan

in je handpalm krast

.

Je afvragen waar je jezelf

het laatst prematuur zag ontstaan

Als talkshowhost-alsnog

aan de millenniumgrens verdwijnen

.

%d bloggers liken dit: