Site-archief

Ik had gedacht

Ingrid Jonker

.

Het was alweer even geleden  dat ik las in ‘Vlam in de sneeuw’ , de geheime brievenwisseling tussen de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933 – 1965) en schrijver André Brink (1935 – 2015). Geheim want indertijd was André Brink getrouwd en niet met Ingrid Jonker met wie hij een affaire had. ‘Vlam in de sneeuw’ is zo’n boek dat je niet in één keer moet of kan uitlezen (ik niet in ieder geval). Elke keer een stuk werkt beter voor mij. Nu ik weer (verder) aan het lezen ben realiseerde ik me dat ik nog geen vertaald gedicht van Ingrid Jonker hier plaatste. Wel wat poëzie in het Afrikaans en in het Engels maar dus nog geen vertaling.

In de klassieke bundel ‘Ik herhaal je’ uit 2000 zijn de gedichten van de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker verzameld. De fraaie vertaling is van Gerrit Komrij en Henk van Woerden schreef de biografische schets over Jonkers bewogen leven. Komrij maakte een keuze voor deze bundel uit ‘Versamelde werke’ uit 1994.

Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Ik had gedacht’ een liefdesgedicht maar tevens een gedicht met een trieste afloop, een gedicht dat wat mij betreft heel passend is bij het leven van Ingrid Jonker.

.

Ik had gedacht

.

Ik had gedacht dat ik je kon vergeten,
en in de zachte nacht alleen kon slapen,
maar in mijn onschuld heb ik niet geweten
dat ik bij elke windvlaag zou ontwaken:
.
Dat ik de lichte trilling van je hand
weer langs mijn sluimerende hals zou voelen –
Ik dacht dat het vuur dat in me brandde
als de witte sterrenbaan zou zijn afgekoeld.
.
Nu weet ik dat onze levens zijn als een lied
waarin de smarttoon van onze scheiding klinkt
en waar alle vreugde terugvloeit in verdriet
en uiteindelijk in onze eenzaamheid verzinkt.

.

Django Reinhardt (1910-1953)

F. Papenhove

.

Door een berichtje van Jiske Foppe op Facebook werd ik gewezen op het bestaan van dichter F. (Fred) Papenhove (1956). Zij deelde een gedicht van zijn hand dat was opgenomen in de bundel ‘Van geluk gesproken’ een Rainbow pocket uit 2007. Na enig zoekwerk blijkt dat F. Papenhove in 2000 zijn debuut als dichter in het Haagse literaire tijdschrift Bordelaise Literair (tegenwoordig Sub Rosa) maakte.

Fred Papenhove werkte onder andere als dienstplichtig marinier, boekverkoper, privéchauffeur, museumdocent, verslaggever bij het Haags Straatnieuws en de daklozenkrant en hij is dichter en prozaschrijver. Sinds zijn debuut zijn er van hem o.a. gedichten geplaatst in de dichtbundels ‘Daar komen de dichters’ (2003), ‘War on War’ (2003), de ‘Kidsgids Den Haag’ (editie 2002-2003) en in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ (2001), ‘Rotterdam de stad in gedichten (2002) enAntwerpen de stad in gedichten (2003). Er is van hem ook poëzie geplaatst in het literaire wielertijdschrift De Muur (2004).

In 2005 verscheen van hem bij de Windroos de bundel ‘De Rode Soldatenvis / Poisson – Soldat Rouge’. In 2009 won hij de Halewijn-literatuurprijs van de stad Roermond voor de bundel ‘De hemel is vol zwaluwen’,  in 2011 verscheen zijn bundel ‘Zweep je best been voor’ en in 2015 ‘Rechte paden doen ons niets en andere gedichten’. Van Fred Papenhove werd poëzie gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’, ‘Ballustrada’ en in ‘Hollands Maandblad’.

Op de site http://www.epibreren.com/ staan twee gedichten van zijn hand uit 2004 waaronder het gedicht over gitarist Django Reinhardt.

.

Django Reinhardt (1910-1953)

.

O, Franssprekende zigeunerguitarist,
De sterren halen je aan (ook op cd).
.
Weg met je linker pink & ringvinger
Snel.
.
Hiphoppers, beboppers, rockers &
Speedfreaks, zoeken net als jij – deed –
.
Naar een moment, waarin stilte
Vermengd met ruis, eeuwigdurend roept
Is daar iemand?

.

Samenzijn

Nel Benschop

.

Ik heb getwijfeld over dit bericht. Of ik iets over dichter Nel Benschop zou schrijven. Al jarenlang kom ik vele bundels van haar tegen in kringloopwinkels, (vroeger) in bibliotheken, op tweedehands boekenmarkten en een enkele keer bij mensen thuis. Wanneer ik haar gedichten lees dan constateer ik vrijwel meteen dat dit niet mijn poëzie is maar aangezien ik graag over de rafelranden van de poëzie schrijf en ik weet dat er nog veel liefhebbers van haar gedichten zijn toch dit bericht.

Nel Benschop (1918-2005) was tijdens haar leven de bestverkochte dichter van Nederland. Benschop begon in 1948 met gedichten schrijven. Intussen declameerde ze gedichten van anderen, met soms een van haar eigen gedichten er tussendoor. Ze debuteerde in 1967 bij uitgeverij Kok uit Kampen met de bundel ‘Gouddraad uit vlas’. De uitgeverij had de uitgave bijna niet aangedurfd, maar de bundel werd goed verkocht en zestig keer herdrukt. Dit is ook de titel die je nog het meest aantreft her en der. Van al haar dichtbundels werden in totaal drie miljoen exemplaren verkocht. Drie miljoen! Daar kan geen andere dichter aan tippen.

Haar gedichten zijn zeer christelijk en werden om die reden door de literaire wereld niet erg serieus genomen. Tegelijkertijd is dit waarschijnlijk de reden dat ze zulke astronomische aantallen van haar bundels verkocht. Ze schreef over vaste thema’s als liefde, dood, lijden en christelijke troost. Zes jaar na haar dood verscheen postuum de bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’, waarin geheime liefdesgedichten zijn opgenomen die zij schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog, vóór haar debuut in 1967.

In totaal verschenen van haar hand 22 titels waarvan de meeste gepubliceerd werden in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. In 2015 verscheen de bundel ‘Benschops beste’ De 100 mooiste gedichten van Nel Benschop met daarin ook een aantal liefdesgedichten uit haar postuum uitgegeven bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’. Uit dat hoofdstuk komt het gedicht ‘Samenzijn’.

.

Samenzijn

.

Jij dicht met ogen en met handen

het allermooiste liefdeslied

waarvan de woorden in mij branden

als zonnen in een grauw verschiet;

je ogen strelen, en je handen

zij kussen met je lippen mee;

je lichaam zingt, als op de stranden

de schelp zingt van de blauwe zee.

In zachte weelde weggezonken

tasten je lippen naar mijn borst. –

Wie eenmaal van de liefde dronken,

Hun kwelt een niet te lessen dorst.

.

Grenzenloos

Astrid Roemer

.

Uitgeverij In De Knipscheer geeft al ruim 40 jaar poëzie uit. In 2015 kwam men op het idee om een bloemlezing te maken van dichters en gedichten uit de fondscatalogus met als titel ‘Grenzenloos’ 40 jaar Knipscheer poëzie. Samensteller Klaas de Groot heeft er zijn handen vol aan gehad want in de 40 jaar dat deze uitgeverij al poëzie uitgeeft zijn er ongelofelijk veel verschillende dichters en dichtbundels opgenomen in het fonds. Uit meer dan twee meter poëziebundels, boeken, en tijdschriften (Mandala, De held en Extaze) koos Klaas ruim 160 dichters met in totaal ruim 190 gedichten.

Het bijzondere aan deze bloemlezing is dat hier nu eens niet alleen maar bekende namen zijn opgenomen en gedichten die daar bij horen, maar juist een dwarsdoorsnede van allerlei dichters die ooit gepubliceerd zijn bij In De Knipscheer. Hierbij zijn een groot aantal namen van dichters die wel enige bekendheid hebben maar bij het grote publiek misschien niet of nauwelijks bekend zijn. Terwijl de echte poëzieliefhebber veel namen wel zal kennen of herkennen. Dat is wat mij betreft dan gelijk een dikke pluim voor deze uitgeverij. men is niet bang om nieuwe namen te introduceren, jonge of veelbelovende dichters uit te geven.

Bladerend door de bundel uit 2018 viel mijn oog op een gedicht van Astrid Roemer die ik vooral ken van haar proza. Ik herinner mij dat ik jaren geleden haar van huis ophaalde om een lezing te geven in de bibliotheek waar ik werkte. dat zij ook poëzie schreef daar had ik tot nu geen weet van. Daarom hier haar gedicht ‘Steffi huilt’ dat verscheen op het blog ‘Caraïbisch Uitzicht’ en op de website van de uitgeverij.

.

Steffi huilt

.

Het geeft niet Poes

het geeft niet dat we

sterven

Want weet je Poes

dood is het landgoed dat

we bij geboorte erven

Het geeft niet Poes ook al

is het om te huilen

Het is ons slot: leven opent het

en wij sluiten

.

 

Zij kijkt licht en lucht

Max Greyson

.

Max Greyson (1988) is een dichter, theaterschrijver en spoken word performer uit Antwerpen. Sinds 2011 gaat hij heel Europa rond als spoken word performer in internationale, interdisciplinaire muziektheatervoorstellingen van  Roots & Routes en Un-Label.

In 2015 werd hij vice-kampioen Poetry Slam van Nederland, waar hij werd omschreven als de lyricus, de muzikale dichter en de vernieuwer van zinnen. In 2016 verscheen zijn debuutbundel ‘Waanzin went niet’. De bundel werd in 2018 genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs. Het gedicht ‘Onscherp’ werd in 2018 bekroond met de Melopee Poëzieprijs.

In juni 2019 verscheen de tweede bundel ‘Et alors’. Voor deze bundel ontving Max Greyson een beurs van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Op de achterflap van ‘Waanzin went niet’ staat te lezen; “Hij schuwt het engagement niet, de wereld niet en de liefde nog minder. Maar voor Max Greyson telt in de allereerste plaats dat zijn gedichten gemaakt zijn van taal. Zijn poëzie is een hartstochtelijk onderzoek naar klank en ritme met als doel een ongenadige stem te vinden die alles en iedereen (ook zichzelf) op de proef stelt.”

Het engagement blijkt onder andere uit het hoofdstuk ‘Beelden’ met gedichten als ‘Beelden uit Hebron’ en ‘Beelden uit Jerusalem’. De liefde is de leidraad  in het hoofdstuk ‘Waar het warm en veilig is’ zoals in het onderstaande gedicht ‘Zij kijkt licht en lucht’ uit dat hoofdstuk.

.

Zij kijkt licht en lucht

.

Ik roofde haar. mijn Persephone, mijn weke avondvrouw

mijn door bloesemgeur bedorven deerne

razend kwam ik door de matras gescheurd

en bedreef haar lichaam als een tong zo rood maar lang niet zo soepel

.

Ze brulde niet, taterde niet, ze hield niet van legendes

ik blijf niet lang. zei ze, en spleet een walnoot in haar handpalm

ze zei: kijk, het is net een helmpje, en zette het op mijn hoofd

.

Belgium Bordelio

Vreemdeling

.

Sinds 2014 is er in België een Dichter des Vaderlands. Om de twee jaar wordt een dichter uit een andere taalgemeenschap aangesteld. Deze eretitel werd in 2016 toegekend aan de Franstalige dichteres Laurence Vielle (1968), zij is een Franstalige Belgische dichteres en actrice.
Voor haar werk als schrijfster en voordrachtskunstenaar ontving ze verschillende prijzen. In 2015 kreeg ze een van de ‘Grands Prix Internationaux du Disque et du DVD’, in de categorie ‘Parole enregistrée’, van de Académie Charles Cros voor haar boek met bijhorende cd ‘Ouf’, die bij uitgeverij maelstrÖm verscheen.

De Dichter des Vaderlands is een “project” dat de taalgemeenschappen de kans biedt, in een verbrokkelend Belgisch landschap, om steeds weer spelenderwijs bruggen te slaan, om uitwisseling te stimuleren, gemeenschappelijke acties te bedenken en grenzen te doen vervagen.

Laurence Vielle droomde ervan dat er op school opnieuw ruimte komt om gedichten uit het hoofd te leren, dankzij een bloemlezing voor kinderen en jongeren vanaf 11 tot 18 jaar.

Bij uitgeverij Maelström verscheen in samenwerking met Poëziecentrum reeds eerder Belgium Bordelio, volume I en II, een tweetalige bloemlezing van levende Belgische dichters. In de mini versie zijn de volgende Vlaamse en Franstalige (jeugd) dichters opgenomen:

Joke van Leeuwen . Luc Baba
Lotte Dodion . Youness Mernissi
Stijn Vranken . Lisette Lombé
Geert De Kockere . Gioia Kayaga
Seckou Ouologuem . L’Ami Terrien

De bloemlezing werd voor de bescheiden prijs van 3 euro verkocht en bij elke nieuwe start van het schooljaar aan de leerlingen aangeboden. Maar dit mini tijdschrift is ook digitaal te lezen via https://poeziecentrum.be/sites/default/files/01_book_139_bookleg_mini_bordelio_entier_web_def.pdf

In dit mini magazine (A5 formaat, dus net iets groter dan de MUG zine) verrassende nieuwe namen maar ook een naam die ik niet verwacht had namelijk die van Joke van Leeuwen. Ik weet dat zij stadsdichter van Antwerpen was maar voor zover ik weet is ze toch een Nederlandse dichter. Dat doet overigens niets af aan de aantrekkelijkheid van dit magazine.

Ik koos voor een gedicht van Geert de Kockere getiteld ‘Vreemdeling’ en in het Frans ‘Étranger’.

.

Vreemdeling

.

Weet je

wat zo vreemd is

aan een vreemdeling?

.

Een vreemdeling

wordt maar een vreemdeling

als hij uit zijn decor stapt.

.

En een niet-vreemdeling

wordt een vreemdeling

als hij in dat decor stapt.

.

Het is dus vaak

maar een kwestie

van decor en attributen.

.

Étranger

.

Tu sais

ce qui devient si étrange

chez un étranger?

.

Un étranger

ne devient un étranger

qui lorsqu’il sort de son décor.

.

Et un non-étranger

devient un étranger

dès qu’il entre dans ce décor.

.

Ce n’est donc souvent

qu’un question

de décor et d’accessoires.

.

Galway

Hans van Waarsenburg

.

In 2014 reisde ik door Ierland en Noord Ierland met 5 vrienden en daar bezochten we onder andere de kustplaats Galway. Een sfeervol havenstadje met een levendig cultureel leven. Toen ik in de bundel ‘Een rijbroek van Canada’ een keuze uit de gedichten van 1965 tot 2015 van Hans van Waarsenburg uit 2016 het gedicht ‘Galway’ tegen kwam en las, herkende ik de sfeer die hij in dit gedicht oproept.

In deze bundel van van Waarsenburg (1943 -2015) staan veel gedichten over plekken op aarde waarvan je meteen aanneemt dat van Waarsenburg er geweest moet zijn. Of het nu Argentinië, Venetië, Aran of Maastricht is, wanneer je de gedichten over deze plaatsen leest heb je meteen een idee hoe het daar is. Zo ook dus in Galway waar ik meteen weer even in gedachten was.

.

Galway

.

We roken de rook in de kroegen, staarden

Naar de turfvuren, alsof alles zou blijven

Duren, er niets veranderd was. Woorden

Niet gezegd, verzwegen. In duinen, op

.

Stranden achtergelaten. Misschien, zei je

Zijn er reizen om alleen te gaan, leefden we

Zonder tijd of bestaan. Maar waar ook

De wegen waren, altijd meerden er schepen

.

En zocht ik in de havens naar je gezicht

Want horizon is slechts een verte in altijd

Ander licht. Het dorst in je stem, zei je

Kom hier en zet je lippen aan glas of gedicht.

.

Utrecht

Dubbel-gedicht

.

In de rubriek Dubbel-gedicht dit keer twee gedichten die gaan over Utrecht. Mijn eerste aandrang was om er de bundels van de Utrechtse dichters bij te pakken om daaruit een keuze te maken maar ik heb voor een andere manier gekozen. Ik ben gaan zoeken in verzamelbundels en in bundels waarvan ik dacht iets over Utrecht tegen te komen. Het was even een zoektocht maar het is gelukt.

Het eerste gedicht, getiteld ‘Lof van Utrecht’ is van de dichter Ad den Besten (1923 -2015) en haalde ik uit ‘de muze zwerft door Nederland’ uit 1956 maar het verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Verleden tijd’ uit 1950 van zijn hand.

Het tweede gedicht is van Dolf Hartkamp, dichter en sociaal advocaat (1946 – 1989) en is getiteld ‘Utrecht’. Het gedicht staat in zijn bundel ‘Vleugels van Satie’ uit 1981.

.

Lof van Utrecht

.

Stad, ik ben nietig als een stille plant,

die argeloos ontluikt in uw plantsoenen;

ik schuil in u voor ’t wiss’len der seizoenen

en bloei mijn bloemen in uw warme hand.

.

Of, nog veeleer ben ik van uw mosgroene,

rustieke torens aan de singelkant

een duif, die er de jonge vlerken spant

maar altijd weerkeert in de bladfestoenen.

.

O stad, ik heb u lief, ik ben uw kind;

ik ken uw parken, kerken en uw pleinen

als een die er verrukt zichzelf hervindt.

.

Maar ook, zo waar als ik uw kind mag zijn en

dit vers zich duizelend daarop bezint,

wordt uw bestaan bezegeld met het mijne.

.

Utrecht

.

Ook nu weer

lege lijsten

verlepte gladiolen

slapeloos in rood

geschikt door dat

meisje uit Warzawa

.

staat alleen op maandagmorgen

op perron 1 A

de Moskwa-London

expres in vreemde

wagons en letters

van Lenin in lange

optocht

.

ze weet altijd

de vale nachten

haar feuilleton

van bloemen gestremd

op een perron

in Hoek van Holland

.

 

Frietpoëzie

Paul Ilegems

.

De Brugse kunsthistoricus, schrijver en plezierdichter Paul Ilegems (1946) is samen met uitgever Jef Meert oprichter van het Frietkotmuseum, een reizende collectie van allerlei materialen, schilderijen, sculpturen en foto’s die in 2008 werden opgenomen in het Frietmuseum te Brugge. Inmiddels heeft Ilegems 7 naslagwerken over Friet en de frietcultuur geschreven en 2 dichtbundels.

Zijn eerste frietgedichten verschenen in 1981 in het bundeltje ‘Frieten bakken’, geheel volgens de strakke richtlijnen van het plezierdichten in vaste versvormen van Drs. P. Maar het onderwerp friet was voor Ilegems niet voldoende en hij begon ook over andere onderwerpen te dichten als een voorhistorisch monster, sigaren, vrouwenondergoed, de strooiweide en Brigitte Bardot. En niet te vergeten het dichterschap zelve. Kortom, een onbepaald allegaartje. In de bundel ‘Eeuwig zingen de frieten’ uit 2015 zijn deze gedichten samengebracht onder de noemer Fritto misto.

Maar omdat Paul Ilegems zo bekend geworden is door zijn fascinatie met friet hier een gedicht uit deze bundel over een frietkot.

 

Frituur Marleen

.

Frituur Marleen, hoewel zeer florissant,
Moest onlangs dicht: een anonieme brief.
De buurt scheen dit maar moeilijk te verkroppen.
De halve waarheid slechts kwam in de krant.
.
Marleen was wel een tikkeltje naïef
Maar had het strippen in haar vingertoppen
En danste onder ’t bakken expressief
Op melodietjes uit haar portatief.
.
Maar ook (en hierin was ze niet te kloppen)
Nam zij vaak weg wat op de heupen spant
Om tussendoor een onverschrokken klant
Een hoogst intieme friet te laten soppen.
.
Dit was, behalve lichter te verteren
Ook heel wat lekkerder dan kut met peren.
.
,

Zomergedichten

Dubbel-gedicht

.

Nu de zon weer schijnt in deze rare en ingewikkelde tijden vond ik het tijd om ook in mijn berichten wat vaker de zon te laten schijnen. Als hart onder de riem of gewoon als voorbode van betere tijden. Daarom vandaag een Dubbel-gedicht over de zon.

Het eerste gedicht ‘Zomer’ is van de dichter Jos De Haes (1920 – 1974) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986. De Haes was een Vlaams dichter, essayist en radiomaker. Hij debuteerde in de collectieve bundel ‘Aanhef’ in 1941 met ‘De diepe wortel’, publiceerde gedichten in ‘Podium (1943 – 1944) waar hij hoofdredacteur van was, in de ‘Poëziespiegel’ en in ‘Dietsche Warande & Belfort’ waarvoor hij in 1950 recensent werd en in 1960 redactielid. Na zijn dood verscheen zijn verzameld werk in 3 delen in 1974, 1986 en 2004.

Het tweede gedicht ‘Zonlicht’ is van dichter Rogi Wieg (1962 – 2015) en komt uit de bloemlezing ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ uit 2015. Rogi Wieg was schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant. Hij debuteerde in 1981 met de bundel ‘Cis-trans’. Hij was redacteur van de literaire bladen ‘Tirade’ en ‘Maatstaf’ en hij was tussen 1986 en 1999 als poëziecriticus verbonden aan ‘Het Parool’. Wieg kreeg onder andere het Charlotte Köhler Stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverblijf’. stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverdrijf’. 

.

Zomer

.

Stond op de plek een wagen

scheef in de grond ter ziele.

De zon stond hout te zagen.

Ik sliep tussen de wielen.

Ik sloeg de liefde gade

van kevers en van maden.

Tedere bakelieten

plezierden en verdrietten

elkaar met dunne vijlen,

met haken en met bijlen,

met tatertjes en sprieten

alaam van sodomieten.

.

Ik lag in hoge klaver,

de rode toppen blekten.

Ik lag in hoge klaver

met wijfjes van insecten.

.

Zonlicht

.

Veel grote mannen hadden wel

een gezin, een warm bord op

tafel, een balkon boven de zee.

Ben ik een groot man, sla dan

.

tenminste een spijker in mijn

werk die niet krom en roestig

verleden of toekomst uitbeeldt,

maar als spijker het oog

juist op de hoogte houdt

.

van wat het moet zien:

ik mis je zo, eeuwigheid,

dat ik haastig naar huis ga

uit het zonlicht om nog

.

tijd te hebben thuis te komen

uit het zonlicht.

Grootheid is het meervoud omarmen

van grammaticaal zeer ongelijke tijden.

.

 

%d bloggers liken dit: