Site-archief

Stoempen

Wielerpoëzie

.

Het wielerseizoen gaat weer beginnen en de eerste successen voor landgenoten zijn alweer bijgeschreven. Er is een tijd geweest dat het Nederlandse wielrennen in het dal zat en dat het wielrennen als sport geplaagd werd door schandalen en doping. Vandaag de dag zijn er echter weer wielrenners die tot de verbeelding spreken zoals Tom Dumoulin en Matthieu van der Poel. Ondanks alle gedoe rondom het wielrennen zijn er altijd heel veel liefhebbers gebleven van de grote rondes en van de plaatselijke en landelijke klassiekers. In 2014 was dat reden om de bundel ‘De 100 mooiste wielergedichten’ uit de Vlaamse en Nederlandse literatuur samen te laten stellen door dichter Patrick Cornillie.

Patrick Cornillie (1961) is een Vlaamse dichter en schrijver, journalist en auteur van sportboeken en fietsgidsen. Van Cornillie verschenen (wieler)gedichten en verhalen in ‘De Muur’, ‘Deus Ex Machina’, ‘Dietsche Warande & Belfort’, ‘Dighter’, ‘Kreatief’, ‘Van Mensen en Dingen’, ‘Poëziekrant’ en ‘Vlaanderen’.

In deze bundel werd werk gekozen van pioniers ( Jan Kal en Willie Verhegghe), van succesvolle publicisten (Gerrit Komrij en Freek de Jonge) maar ook van nog onbekende fans (Jeroen Wielaert, Wim Schrever). Veel teksten overstijgen dankzij de voorspelbare metaforen de sport an sich, richten zich op winst en verlies, doorzettingsvermogen en opgeven en op leven en dood.

Van Cornillie staat er uiteraard ook een gedicht in deze bundel te weten ‘Speeltijd’ dat in 2010 verscheen in de bundel ‘Roem en kippenvel’.

.

Speeltijd

.

Tussen de lessen moedertaal

was het lang stilzitten

met je broekzakken bol

van de knikkers.

.

Om na het verlossende

belsignaal mee te mikken

naar de prentjes van de coureurs.

.

Het was een kunst om ze

van zeven tegels ver

neer te kegelen: de paarse

van Mercier-BP, de blauwe

van Willem II, de gele

van Mann en Kas-Kaskol.

.

En dan was er nog dat ene idool,

met Faema en opvallend rode V,

waarvoor je nog eens drie

stappen achteruit moest gaan.

.

Zelfs op de speelplaats

van een jongensschool was Merckx

moeilijk te verslaan.

.

Advertenties

Nacht

Mies Bouhuys

.

Zoals zoveel Nederlanders denk ik bij de naam Mies Bouhuys (1927 – 2008) meteen aan kinderboeken. De vele versjes, verhalen van Pim en Pom maar ook ‘Anne Frank is niet van gisteren’. Daarnaast schreef zij echter ook poëzie. Ze was vanaf 1957, tot aan zijn dood in 1970, getrouwd met de dichter Ed Hoornik. In 2014 verscheen het boek ‘Omdat ik in de wereld loop’ een biografische schets van Bouhuys, van haar kinderboeken, musicals, gedichten en kinderseries, met de nadruk op haar rol als activiste tegen onrecht. Zo zette zij zich jarenlang in voor de Dwaze Moeders in Argentinië, de moeders van onder de dictatuur verdwenen (vermoorde) gevangenen.

In ‘Omdat ik in de wereld loop’ staat een prachtig gedicht getiteld ‘Nacht’ dat ik hier met jullie wil delen.

.

Nacht

.
Nacht doof het licht,
hemel verhul mij de maan
regen kus mijn gezicht
het is voorbijgegaan

voorbij de dagen treuren
als lege huizen in de tijd
kinderen bloemen en kleuren
werden onwerkelijkheid

Schuif nu de wolken
tussen de bomen en het licht
en laat de bloemen mij kussen,
wind jagen in mijn gezicht,

We moeten het vergeten:
de dag, het licht, de maan
Omdat we zeker weten,
dat het voorbij is gegaan

.

Afzetten

Anne van den Dool

.

Met enige regelmaat maak ik het mee dat collega’s zich verwonderen over het feit dat ik naast mijn werk ook dichter ben en me veel met poëzie bezig hou. Diezelfde verwondering heb ik wanneer ik hoor dat een collega actief is als dichter. Zo schreef ik al over Mirjam Noach, polderdichter van de Haarlemmermeer, Gino van Weenen en Meliza de Vries. Allemaal collega’s in het bibliotheekvak. Sinds een paar dagen is daar een nieuwe naam aan toe te voegen: Anne van den Dool.

In ‘bibliotheekblad’ (vakblad voor de openbare bibliotheek) stond een artikel over jonge bibliothecarissen en één daarvan is Anne van de Dool (1993). Zij is collectiespecialist bij de bibliotheek Bollenstreek maar voor deze blog belangrijker, ze schrijft proza, recensies en poëzie. Daarnaast is ze actief als docent van De Schrijfschool (waar nog een aantal dichters actief zijn zag ik).

Anne van den Dool studeerde Film- en Literatuurwetenschap en Neerlandistiek aan de universiteit van Leiden. In 2014 debuteerde ze met de roman ‘Achterland’ bij uitgeverij Querido. Ze schreef voor nrc.next, Tirade en DW B (Het literaire tijdschrift DW B is een creatief laboratorium voor literatuur en de kruisbestuiving met beeldende kunst, fotografie, architectuur, theater). Het gedicht ‘Afzetten’ werd in 2017 op http://www.dwbarchief.be gepubliceerd.

.

Afzetten

.

Je afzetten doe je nooit in

stapjes maar altijd met het

felle wegtrekken van iemand die zich

wegduwt van de zijwand van een zwembad,

handen die zich nog even

om de richel verkrampen en dan loslaten,

golfslagsnel over de wegwijsstrepen van het diepe.

.

In de zomer leken alle meisjeslichamen zich opeens tegen

hun springplankachtige kinderlijkheid te hebben afgezet:

ze vervormden zich als

bladerdeeg dat ombolt in de oven,

en ik vroeg me af of mijn juli dan

zoveel kouder was geweest dan de hunne,

of ik te veel in het koele water had gelegen,

uit te veel meel en te weinig bloem bestond –

.

en ik zou mezelf oprekken in

kleedhokjes zonder noemenswaardige deuren,

mijn armen langer strijken, mijn billen boller knijpen,

want wat je aandacht geeft

groeit, zo gold dat althans voor planten

en alles wat in je hoofd vlinderslaat.

.

De meisjes keken elkaar aan tijdens hun borstslag en tuurden hoe ik mezelf

lossig had vast gewreven, mislukt, duidelijk,

extra plakjes bladerdeeg die niet meer in de vorm pasten,

en ik moest mezelf wijsmaken dat

iedereen in dit zwembad zich vast zo voelde:

.

als gladde tegels die je handen loslaten

voordat je voet zich

afzetten kan.

.

Beroemdheden met dichterlijke aspiraties

Amber Tamblyn

.

Regelmatig komt het voor dat beroemdheden dichterlijke aspiraties hebben. Op 24 december 2012 schreef ik al eens over de ‘dichtkunst’ van Charlie Sheen (o.a. Two and a half men) en Leonard Nimroy (Star Trek) en later op 1 juli 2015 over de poëzie van Britney Spears en Alicia Keys. En pas geleden nog, op 10 december, over de gedichten van Marilyn Monroe. Aan dit toch al aardige aantal wil ik de komende tijd nog wat voorbeelden toevoegen. Om te beginnen met de actrice Amber Tamblyn.

Amber Rose Tamblyn (1983) speelde als actrice in televisieseries zoals General Hospital, House en Inside Amy Schumer en in films als Spring Brakedown en 127 Hours. Toch is ze ook als dichter al redelijk bekend. Ze publiceerde een aantal zelf uitgegeven poëziebundels voordat in 2005 Simon & Schuster Children’s Publishing haar vroege gedichten (geschreven tussen haar 11de en 21ste jaar) publiceerde met de titel ‘Free Stallion’. Over dit debuut schreef Poet Laureate Lawrence Ferlinghetti: “A fine, fruitful gestation of throbbingly nascent sexuality, awakened in young new language.” In 2009 volgde de bundel ‘Bang Dito’ bij Manic D. Press. Vanaf 2011 recenseert Tamblyn poëziebundels voor het feministische BUST Magazine. In 2014 werd door Harper Collins haar derde poëziebundel uitgegeven met de titel ‘Dark Sparkler’ die over het leven en de dood van kindsteractrices gaat. 

Op de website http://www.thrushpoetryjournal.com verscheen van haar het gedicht ‘Laurel Gene’ uit ‘Dark Sparkler’ dat hieronder te lezen is.

.

Laurel Gene

.

Shave off the sheets of my songless childhood success,
expose the rotted age of me now―
My toothless breasts, my hips like a cracked Texas cow skull
hanging crooked on the butcher’s wall.

Remember what I once was.
The laurels of the Gene name.
My boom impact on the Baby Generation.
My pre-pubescent niche pizzazz.

Remember how the phone threw offers
for Little Jenny Sues into my Father’s ear.
He’d suck the bucks out of the cord like a straw into a spectrogram.
I never got a single sip.

I was his dark sparkler. A tarantula on fire.
An innocent with apple juice eyes and a brain
full of famished birds.

I used to play characters. Now I am portrayed.
As a dull domestic darling. A 30 year old 80 year old.
My husband’s office phone rescinds in silence. The only offers
are from the sink’s silverfish to kill them.

When I vacuum I think of Ingmar Bergman
fucking me from behind. I open
like the palms of Julius Cesar to a crowd.
Men used to rearrange their months to fit my seasons.

I suck a finger then the caldron in his tip.
He films my apron sticking to the sweat.
Makes this bad heart a pulse from the sky.
I am a distant explosion of myself again. A star.

Remember being a star.
This is how to die in the arms of a suburban wind,
learning how to be forgotten
over and over again.

.

 

Ode aan de kapsalon

Gino van Weenen

.

In de prachtige bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ uit 2014, de eerste papieren uitgave van MUG books, staan 9 Rotterdamse dichters die hun liefde voor Rotterdam bezingen en beschrijven in verschillende gedichten. Een van die dichters is Gino van Weenen, een dichter die ik toen nog niet kende maar inmiddels een aantal jaar verder, ken ik hem wat beter en zijn we ook nog eens in het zelfde beroepsvlak werkzaam naast de poëzie (namelijk in de openbare bibliotheek). Hioe veelzijdig Gino is en met welke projecten hij bezig is lees je op zijn website https://ginovanweenen.com

In de bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ staat zijn ‘Ode aan de kapsalon’ die vette caloriebom die in Rotterdam ooit is bedacht.

.

Ode aan de kapsalon

.

Er zit niks meer tussen dat wat ik liefheb en dat wat ik consumeer. Dit is de

vrijheid van de Rotterdamse gevangenen, geen concessies en bovenal geen

hokjes meer. Of ik nu Westkruis, Hilledijk, Kleiweg of Schiedamseweg

ben, dit is mijn smaak.

Er zit eenvoud en diepgang in een kolos als deze. Het is een meervoudig pad

waarin de tijd ingeeft waar mijn binnenste goed voor is.

.

In aluminium gegoten alsof men ijzer aan het smeden is. Wij Rotterdammers

hebben het schuim op de bek en de buiken vol van mannen die ons tot diep in

de nacht bedienen van doordrenkte frieten en in saus verzopen vlees.

.

De loempia, al jaren overleden. Broodje kroket, geef die maar aan opa. Tosti

ham kaas, jongens ik wil echte vulling. Geen halve maatregelen en zeker geen

leugens over de meeslepende misselijkheid van de volgende ochtend.

.

Als de knoflook mij de das omdoet en sambal achter op de tong brand dan

weet ik dat ik meer had moeten drinken. In complete staat van alcohollepsie

donder ik over toonbanken met luid en duidelijk 1 boodschap!

Kapsalon, de grootste en met veel saus!

.

Vuurgedicht

Robert Montgomery

.

Op 21 februari 2013 schreef ik al eerder over de kunstenaar/dichter Robert Montgomery. Toen over zijn Urban Poetry, de billboards met poëzie die hij plaatste in verschillende Engelse steden. De in Schotland geboren Montgomery (1972) is bekend om zijn locatiespecifieke installaties, gemaakt van licht en tekst, evenals zijn ‘vuurgedichten’. Montgomery werkt in een “melancholische post-situationistische” traditie (anti autoritair marxistisch, avant-garde, dada en surrealisme), voornamelijk in de openbare ruimte. Hij wordt beschouwd als een leidende figuur in de conceptuele kunstwereld.

Naast de billboards maakt Montgomery dus ook vuurgedichten. Zoals bijvoorbeeld tijdens een tentoonstelling in Parijs in 2014 in de Jardin des Tuileries. In dit geval zijn de gedichten vergankelijk, wanneer ze uitgebrand zijn blijft er slechts as over.

.

 

Creatief met poëzie

Bossy Betty

.

Op haar website http://www.bossybetty.com/ schrijft Betty op 3 januari 2014 over een creatief idee voor een nieuwjaarsfeest. Ze wilde al haar gasten iets meegeven ter herinnering. In eerste instantie dacht ze aan het vullen van potten met spreuken (waarvan je er dan elke dag of wanneer gewenst 1 uit kan nemen) maar uiteindelijk koos ze voor poëziepotten. Deze glazen potten (een soort voorraadpotten) die ze poetryjars noemt, zijn gevuld met gedichten. Ze koos allerlei gedichten die ze mooi vond en printe deze op gekleurd papier.

Sommige gedichten leende zich voor een bijzondere vorm, zo stopte ze het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ (klaaglied voor de geschreven brief) in een envelop en vouwde ze het gedicht ‘This paper Boat’ in een bootje. Op de buitenkant kwam een sticker met ‘Read as needed’ of haal er een gedicht uit wanneer je er een nodig hebt. Een bijzonder aardig idee om creatief met poëzie bezig te zijn ook als je geen dichter bent. Als je er even over nadenkt dan zijn er genoeg voorbeelden te bedenken voor deze vorm van creatief zijn met poëzie. Denk aan ‘Een zakdoek in de oceaan’ van Harry scholten (op een zakdoek geschreven), ‘Slakkehuis’ van Gerrit Komrij (in de vorm van een slak),  ‘Papieren vliegtuig’ van Marije Geerts (op een gevouwen vliegtuigje) of dichter bij huis, mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ in de vorm van twee rode lippen.

Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ maar zonder succes. Wel kwam ik het gedicht ‘Elegy for the Personal Letter’ (Klaaglied voor de persoonlijke brief) tegen van Allison Joseph, uit ‘My Father’s Kites’, die had ook zomaar in een poëziepot terecht kunnen komen.

.

Elegy for the Personal Letter

.

I miss the rumpled corners of correspondence,
the ink blots and crossouts that show
someone lives on the other end, a person
whose hands make errors, leave traces.
I miss fine stationary, its raised elegant
lettering prominent on creamy shades of ivory
or pearl grey. I even miss hasty notes
dashed off on notebook paper, edges
ragged as their scribbled messages—
can’t much write now—thinking of you.
When letters come now, they are formatted
by some distant computer, addressed
to Occupant or To the family living at
meager greetings at best,
salutations made by committee.
Among the glossy catalogs
and one time only offers
the bills and invoices,
letters arrive so rarely now that I drop
all other mail to the floor when
an envelope arrives and the handwriting
is actual handwriting, the return address
somewhere I can locate on any map.
So seldom is it that letters come
That I stop everything else
to identify the scrawl that has come this far—
the twist and the whirl of the letters,
the loops of the numerals. I open
those envelopes first, forgetting
the claim of any other mail,
hoping for news I could not read
in any other way but this.

.

De Koepel

Haarlemse Dichtlijn

.

In Haarlem ligt de voormalige Koepelgevangenis. Als kleine jongen reden we daar regelmatig langs op weg naar mijn opa en oma en ik vond de Koepelgevangenis altijd iets indrukwekkends hebben (en nog steeds wel). De Koepel, zoals het tegenwoordig heet aan de Harmenjansweg 4, wordt verbouwd tot University College, campus met studentenwoningen, horeca en filmhuis. Van gesloten gevangenis naar open campus is een hele metamorfose. In oktober  2018 vindt er een maand lang ‘architectural healing’ plaats om met kunst en cultuur de sfeer van het verleden uit het monument te verdrijven. Daarna begint de verbouwing van zo’n twee jaar.

Onderdeel van deze ‘architectual healing’ is een poëzieproject van de Haarlemse Dichtlijn. Op zondag 14 oktober helpen twintig dichters mee om het gebouw te ‘genezen’. Verspreid over de cellen zullen ze poëzie gaan schrijven. Bezoekers worden aangemoedigd om hen in hun cel te bezoeken. Daar zien ze de dichter aan het werk en mogen ze rekenen op een persoonlijke voordracht van vers geschreven poëzie. Helaas is de toegang niet gratis, maar je krijgt er veel voor terug! Bovendien krijgen de eerste honderd bezoekers via een intekenlijst een korting van 5 euro op de aanschaf van de bundeling van alle gedichten!

De dichters die in de Koepel aanwezig zijn en die je daar kunt ontmoeten tussen 15.00 en 18.00 zijn:
Demi Baltus, Grim Bouwmeester, Lilian Cornielje, Wieke Hart, Peer van den Hoven, Sylvia Hubers, Mischa van Huijstee, Marten Janse, Jan Kal, Eric van Loo, Harmen Malderik, Simon Mulder, Paul Roelofsen, Riet van Schie, John Schoorl, Willemien Spook, Frans Terken, Anneruth Wibaut, Maarten Willems en Pom Wolff.

.

Alvast een voorproefje van één van hen, Anneruth Wibaut, een gedicht uit 2014 getiteld ‘Zonder vleugels’.

.

Zonder vleugels

.

mensen vielen uit de hemel
engelen die vrede kwamen brengen
hoopten we
maar ze hadden geen vleugels

stukken van mensen regenden neer
op onze daken en tuinstoelen
in onze velden en akkers
tussen gras en graan

mensen kwamen tevoorschijn uit de wolken
als vogels hoopten we nog
dat ze geen doden waren

ik heb je zoon gevonden en zijn vrouw
hun dochter ook
ik heb ze gelegd tussen de zonnebloemen
ik zal vrede voor ze zoeken

.

23 augustus

Harry G. de Vries

.

Harry G. de Vries (1961) is docent Engels aan de Avans Hogeschool (Breda). Ik kwam met hem in contact via een vertaling die hij maakte van het gedicht van Philip Larkin ‘Home is so sad’.
De Vries begon als vertaler van gedichten van Philip Larkin: Sneeuw Valt op een Zondag in april (an April Sunday Brings the Snow), die in 2003 werd uitgegeven door Wagner & Van Santen.
In 2014 is De Vries begonnen met het publiceren van zijn eigen Engelse gedichten op deze website https://sites.google.com/view/poemsbyharrygdevries/poems

Gedichten van zijn hand in het Engels zijn gepubliceerd in de Jul / Aug-editie van de Broadkill Review, een literair tijdschrift dat is gevestigd in Delaware, en in ENVOI (Cinnamon Press), uitgave 179. Het gedicht ‘Impact’ heb ik gekozen van zijn website omdat 23 augustus voor mij een bijzondere dag is.

.

Impact

.

On 23 August 1944 the only thing

to seek shelter from was the sun.

So Derk, Quincy and I revered the

unexpected cool of a deserted

.

country church, when Jacob

called to have a look at this: a pipe

organ with man-powered bellows!

He showed us how to operate its

.

pedals and as we trod wind into a

wooden chest, Jacob slid into the

console, pulled out some knobs

and rested his hands on the

.

bone-clad keys to blast a splendour

through the vaults that silenced

everything we had been through.

When the whirl ended, ten minutes

.

later, he grinned at our marvel

and thanked us for the blowjob.

Back in the fields, the war caught

up with us again when Jacob asked

.

me to take the bandage from his

helmet, after which his rapid release

from a combat hospital was seen

to by similar surgery; as we picked

.

him up, he looked teary and we

heard a doctor hiss that it was only

a finger – but Derk, Quincy and I,

we all knew better.

.

Levensinkt

Mark Boninsegna

.

Zelfverklaard ‘Rock & Roll Poet’ Mark Boninsegna (1976) ken ik al jaren als een hele gedreven, in zijn hart Rotterdamse, dichter. Hoewel hij jaren in Rotterdam woonde is Mark geboren en al weer jarenlang woonachtig in Berkel & Rodenrijs waar hij ook gemeentedichter is (van de gemeente Lansingerland). Mark was in 2014 bedenker en initiatiefnemer van de prachtige Rotterdamse bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ waar ik als uitgever met MUG books bij betrokken was. Omdat dit de eerste papieren bundel was die bij MUG books verscheen heeft de bundel (ook door zijn inhoud, de deelnemende dichters en de poëzie) nog steeds een speciaal plekje in mijn hart.

In oktober 2018 verschijnt nu eindelijk het solodebuut van mark bij uitgeverij Douane getiteld ‘Levensinkt’ en ik kijk uit naar deze bundel. Hoewel Mark druk was met allerlei projecten zoals bijvoorbeeld ‘A Fetish for Poetry’ https://afetishforpoetry.com/author/boninsegna/ en was hij juryvoorzitter van de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2017,  is het alweer even geleden dat ik nieuw werk van hem las. Maar daar komt dus verandering in.

Nieuw werk dus in oktober en daarom nu nog een ouder gedicht van Mark getiteld ‘Thuishaven’.

.

Thuishaven

Uit haar mond een
bijeenkomst van letters
Klank producerend op
een urban ritme
Dansend op adem van
haar en ons
Een weg vindend door
straten en onder

bruggen noord en
zuid verbindend uit
alle windrichtingen
Geuren van thuis en
ver weg op smaak
brengend
Ze doet de haven eer
als de glinsteringen in
golven de stad
laat schitteren

Uit haar mond een
bijeenkomst van letters
Danken uit een ver
land produceren
een thuishaven voor
haar en ons

.

%d bloggers liken dit: