Site-archief

Afscheid

Peter Coret

De Tweede Ronde, tijdschrift voor literatuur (editie Winter 1986) bestaat grotendeels uit vertalingen (uit het Latijn) en is toch gewijd aan de Nederlandse literatuur. Er is een heel hoofdstuk met moderne Nederlandse poëzie waar bijdragen van o.a. Leo Vroman, Frans Kuipers, Nico Slothouwer en Peter Coret zijn opgenomen. Peter Coret  (1954-2014) was schrijver van poëzie, proza, columns en theaterteksten. Coret (pseudoniem van Cees van der Pluijm) studeerde van 1975 tot 1988 Nederlandse taal- en letterkunde en Algemene Literatuurwetenschap aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en Zuid-Afrikaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Zijn werk was soms ernstig en soms speels, hij schreef teksten voor Robert Long, Jules de Corte en Drs. P. maar hij publiceerde ook  light verse in De Tweede Ronde. Van 1994 tot 2013 was hij columnist voor de Gay Krant. Van Peter Coret koos ik het gedicht ‘Afscheid’ uit De Tweede Ronde Winter 1986 omdat het zo’n prachtig schrijnend en verdrietige gedicht is.

.

Afscheid

.

Ik had vannacht mijn moeder aan de lijn

En iemand zei: ‘er zal een auto komen’

’t Was niet mijn moeder echter die ik hoorde

.

Toen klonk een zacht gekraak, er stoorde

Iets of iemand de verbinding;

zelfs geen hijgen

Was daarna nog te horen – enkel zwijgen

.

‘k Heb nooit meer van mijn moeder iets vernomen

En nooit meer zal ik dromen zonder pijn

.

Advertentie

Kinderkleuren

Sara Eelen

.

Als een van de jongste leden van Collectief Dichterbij viel Sara tweemaal in de prijzen bij de Turnhoutse voorronde TXT van de Kunstbende. Eelen (1994) is meer dan alleen dichter, zo fotografeert en filmt ze maar ze werkt ook met audio en, uiteraard, tekst. Voor dat ze debuteerde in 2020 met de dichtbundel ‘Het nodige breken’ bij uitgeverij Vrijdag werd werk van haar hand gepubliceerd in Het Liegend Konijn, Deus Ex Machina, Kluger Hans, Hard//Hoofd en Papieren Helden. Ook werd haar werk al bekroond bij Frappant TXT, de Babylon Interuniversitaire Literaire Prijs en de Poëzieprijs Stad Harelbeke.

Sara is een van de drijvende krachten achter de Klimaatdichters en Hart boven Hard, een burgerbeweging, opgericht in 2014 die als missie heeft:

Hart boven Hard wil een inclusieve en duurzame samenleving helpen creëren, waarin de waarde van mensen voorgaat op het pure streven naar winst. Hart boven Hard beweegt en verbindt burgers over maatschappelijke thema’s en sectoren heen om hun gedeelde bekommernissen creatief te uiten én de samenleving te winnen voor het realiseren van alternatieven. Op deze manier wordt de participatieve democratie beoefent die Hart voor Hard meer wil zien.

Van deze geëngageerde dichter hier het gedicht ‘Kinderkleuren’.

.

Kinderkleuren

.

Het roze potlood is altijd als eerste op in de kleurdoos
want de vader en de moeder moeten steeds opnieuw getekend
hun wangen extra dik aangezet, een laagje fond de teint.

.

Mengen leert het kind pas later.
Net als het feit dat mensen niet roze zijn
en moeders en vaders niet altijd in dezelfde afbeelding passen.

.

Niemand wil het kind nu al leren
dat het meer rode en blauwe plekken moet arceren
of beter nog de vader doorzichtig laat.

.

Het is al goed dat het zichzelf niet langer
tussen de ouders in tekent
de handen als stekelige bollen op elkaar

.

dat het in de bladspiegel plaats laat voor verdriet
daar kunnen we later nog wat mee.

.

Mantelzorg

Dubbelgedicht

.

Ik schreef al over de dichtbundels die werden uitgegeven naar aanleiding van de Turing gedichtenwedstrijd. Zo ook in 2014. Al bladerend in ‘Liegen op een hoger plan’ viel me iets op: twee gedichten die het tot de beste 100 gedichten van dat jaar brachten hebben de identieke titel ‘Mantelzorg’.  Even dacht ik dat het woord Mantelzorg in 2014 voor het eerst gebruikt werd maar dat blijkt niet het geval. De term ‘mantelzorg’ is in 1972 bedacht door hoogleraar ziekenhuiswetenschappen Johannes Hattinga Verschure (1914-2006). Hij duidde hiermee de zorg aan die als vanzelfsprekend binnen een sociaal netwerk wordt geboden, zoals de zorg voor een zieke door familieleden en vrienden.

Puur toeval dus en nog een groter toeval dat beide gedichten de beste 100 van de Turing wedstrijd haalden. De twee gedichten werden geschreven door Gerrit Massier en Lotte Methorst. Van Gerrit Massier (1944) werden gedichten gepubliceerd in De Revisor, De Tweede Ronde en Tirade. In 2007 verscheen zijn bundel ‘Zacht graniet’ en in 2017 de bundel ‘Even is het stil’. Over Lotte Methorst is behalve haar deelname aan de Turing gedichtenwedstrijd als dichter niets te vinden.

Beide gedichten dus met dezelfde titel maar zo verschillend van aard en inhoud.

.

Mantelzorg (Gerrit Massier)

.

Gelanceerd door je stoel tot voetstand.

Op defecte hartklep laatste kraakbeen naar de voordeur.

.

Verhalen oud en krom, chaos van geld

en goed, pil en paperas, vlees dat is aangebrand.

.

Gele vlekken die nog troebel werden; turen

door je ooghoeken naar mij, je eigen bloed. Een knipoog

.

en het is goed, een sprankje lente

in een eindeloze winter die geen cyclus kent.

.

Mantelzorg (Lotte Methorst)

.

Dat heb ik weer

Dacht ik

Misschien is zij wel de eerste mens op aarde

Die niet doodgaat

De allereerste mens die niet dood kan

Niet kapot te krijgen is

En hier eeuwig blijft

Zingen en tieren!

Eén seconde maar hoor…

Maar de volgende dag weer

En de volgende dag weer

En de volgende dag weer

En alle daarop volgende dagen weer

Tot de rits het niet meer deed

.

 

Daar begint de poëzie

Charlotte Van den Broeck

.

Pas geleden kocht ik in een tweedehandsboekenwinkel een drietal bundels uitgegeven naar aanleiding van de Turing gedichtenwedstrijd. Het betreft hier de edities 2013, 2014 en 2016. In deze bundels zijn de beste 100 gedichten opgenomen van elke editie. In 2013 deden er meer dan drieduizend dichters mee met in totaal bijna tienduizend gedichten. Wanneer je dan tot de beste 100 gedichten geraakt, dan kun je ervan uitgaan dat er kwaliteit wordt geleverd.

En dat klopt. Lezend in de 2013 bundel viel me op dat er dichters meededen die jaren later bekende, gepubliceerde en ‘gearriveerde’ dichters zijn. Een kleine greep uit de deelnemers uit 2013 leverde de volgende namen op: Wout Waanders, Lize Spit, Ingmar Heytze, Luuk Gruwez en Charlotte Van den Broeck. Voorwaar niet de eerste de beste. Ook in de andere edities staan zeer bekende namen maar daar zal ik later aandacht aan besteden.

In 2013 deed zoals geschreven Charlotte Van den Broeck (1991) mee. Van den Broeck  behaalde een Master Engelse en Duitse Letterkunde aan de Universiteit Gent en een Master Drama (Woordkunst) aan het Koninklijk Conservatorium, Antwerpen voor ze in 2015 debuteerde met de dichtbundel ‘Kameleon’ (dus twee jaar nadat ze meedeed aan de Turing gedichtenwedstrijd). Deze bundel werd bekroond met de Herman De Coninck Debuutprijs. In 2017 verscheen ‘Nachtroer’, waarvoor ze de driejaarlijkse Paul Snoekprijs voor de beste Nederlandstalige bundel kreeg. Haar poëzie werd vertaald naar het Duits, Frans, Engels, Spaans, Afrikaans en Servisch.

In 2020 schrijft ze het Poëzieweek essay ‘Cosmos, Texaco’ en in 2021 komt haar derde dichtbundel uit getiteld ‘Aarduitwrijvingen’. In ‘Daar begint de poëzie’ de 100 beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd is haar gedicht ‘Jubileum’ opgenomen.

.

Jubileum

.

Wij twee herhalen niet meer,

Ik geloof niet in een convergerend heelal.

Kilometers onder de korst wist men het allang:

er bestaat een punt waarop de aarde roodverbrand zijn rondheid bewijst.

Zo zullen ook wij op een dag samenvallen op eenzelfde as:

amper man, bijna vrouw met een uniseks regenjas.

.

Wij twee kennen geen evenbeeld

uit aarde en klei zouden ze jou niet zijn.

Geen jaren in geen baard, niet het grijs op je boterhammen.

Die foto op de koelkast met je blik

die mijn rok aan mijn enkels denkt.

Ik heb een huid die enkel nog jouw vingers kent.

.

Die keer toen we de haas aanreden, in zijn ingewanden

de oorzaak van verdriet probeerden lezen.

We vreesden dat het nooit zou drogen.

Als je iets niet uitspreekt, is het niet noodzakelijk gebeurd.

‘Ons’ is een bezittelijk voornaamwoord, dat we evengoed kunnen zwijgen.

Een huis gebouwd uit taal met oneindig veel andere namen.

Het is moeilijk wonen in drie letters.

Er is zo weinig plaats.

.

foto: Kioni Papadopoulos

 

Nog een voor Gerrit

Anne Vegter over Gerrit Kouwenaar

.

Vorige week schreef ik in de categorie Dichters over dichters, over een gedicht dat Robert Anker schreef over Gerrit Kouwenaar (1923-2014). Wat schetst mijn verbazing toen ik in de bundel ‘Wat helpt is een wonder’ uit 2017 van Anne Vegter (1958) aan het lezen was? Het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’. Eerst dacht ik nog dat het misschien zou komen doordat Gerrit Kouwenaar vlak daarvoor was overleden (dan willen collega’s nog wel eens een gedicht aan je wijden) maar het gedicht van Robert Anker verscheen in 2006 en de bundel van Vegter in 2017 terwijl Gerrit Kouwenaar in 2014 is overleden.

Waarschijnlijker is het dat beide dichters liefhebbers waren van het werk en de mens Gerrit Kouwenaar, en puur toeval dat ik binnen een week op beide gedichten stuitte. Desalniettemin is het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’ van Anne Vegter zeer de moeite waard en zij verwijst wel degelijk naar zijn overlijden.

.

Voor Gerrit Kouwenaar

.

We hebben Gerrit Kouwenaar gekregen om de tijd te verzetten

van ademend stof, zeldzaam zo helder, naar minder  dan dood.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de lamp te verhangen,

om een woord te verzinnen voor het slapende vuur in de pan.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om een voet te verzetten,

het lot van een boom, de avond vergeven, nog één sigaret.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de stilte te meten,

het landschap te spellen, geblaf van een mondige hond.

.

Om de dood van de ondode dichter te eren

.

hebben we Kouwenaar gekregen om de datum te verzetten

en op vrijdag te vertikken dat hij donderdag mocht gaan.

.

Heimwee naar Kouwenaar

Dichter over dichter

.

In 2006 verscheen van Robert Anker (1946-2017) de bundel ‘Heimwee naar’, een bundel vol gedichten waarvan de titel allemaal begint met ‘Heimwee naar’. Heimwee naar schrijvers, dichters, kunst, muziekstukken, activiteiten en zelfs heimwee naar heimwee. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Heimwee naar Kouwenaar’ in het kader van dichters over dichters, waarin hij Gerrit Kouwenaar (1923-2014) beschrijft op een manier waarop je Kouwenaar opnieuw wil gaan lezen.

.

Heimwee naar Kouwenaar

.

Je staat vaak een langer been dan men hoopte

je huilt vaak een verder woord dan men drooghield

men wil een taal van fijne oliën en vetten die bevallige

verbeelding sticht die tokkelt op de blues men wil

zijn zomers niet tellen en een sneeuwpop die weer smelt

men wil jou eigen maken tot een mooie grijze rook

op het afgelegde veld als men langzaam gaat ontbreken

men wil jou niet en daarom breek je steeds het woord

dat het ze schendt en pijnigt en ten einde nog verzoent.

.

Bodemdrang

Laura van der Haar

.

De Groningse dichter, schrijver, essayist en archeoloog Laura van der Haar (1982) is voor mij een relatief onbekende naam. Zij debuteerde in 2014 met de bundel ‘Bodemdrang’ waarover ik lees op de website  Literair Nederland dat de dichter een patent heeft op ‘nieuwe woorden’ zoals woestijnhielen, dierenzweet, grasnachten, draaimolenwind en lappig. Dat maakt toch nieuwsgierig. Elders in het artikel lees ik dat “In de gedichten die een terugblik bieden op een vredig beleefd verleden in een landelijke omgeving van eigen maat en eigen grens, is de toon anders. Er klinkt iets van heimwee in door”.

Van der Haar  schreef voor onder meer De Speld, Vice en een veilinghuis en maakte de podcast Het Volkskrantgeluid. In 2018 verscheen haar debuutroman Het wolfgetal waarna nog meerdere titels volgden. Echter geen dichtbundels meer. In 2013 was ze Nederlandfs kampioen Poetry Slam. Uit de bundel ‘Bodemdrang’ komt het intrigerende gedicht ‘afzadelen’.

 

afzadelen

.

bleke ingenieurs van geheugenplaatsen
rochelen gelaten en weten vast
hoe ze buitenboord moeten slapen

.

drinken de dag uit hun glazen
hangen lappig in hun stoel, vragen
of hun hoofd even open mag

.

ze snuiven krampachtig, likken
hard geworden vachten
hangen een beetje de dood uit

.

ze raspen de korst van hun wonden
liegen sluitingstijden en in reflecties
staat er nog altijd iemand achter ze

.

De Titaan

Literaire krant

 

Enige tijd geleden was ik in de leeszaal van de Koninklijke Bibliotheek tussen afspraken in, en dan mag ik altijd graag even een stop maken bij de kast met literaire- en poëzietijdschriften. Ze hebben daar een ruim aanbod (alleen MUGzine ontbreekt nog maar daar wordt aan gewerkt) en die keer lag daar een krant met de naam ‘De Titaan’. Ik kende de krant niet dus was eigenlijk meteen al nieuwsgierig. In januari 2014 verscheen het eerste nummer van literair tijdschrift De Titaan. De Titaan is een krant van twaalf pagina’s vol literatuur en was initiatief van de Tilburgse schrijver Martijn Neggers.

Het was een initiatief want het nummer dat ik las was het laatste nummer dat was verschenen. Boven der namen van de redactieleden stond ‘Na vier jaargangen houdt de Titaan op te bestaan. En ook de website titaan.nu bleek al uit de lucht. Wat ik erg leuk vond waren, behalve de verkoopleus: ”s Lands literairste visverpakking’, de vele gedichten die in de krant waren opgenomen.

De Titaan had een aantal vaste rubrieken. Op de voorpagina van ieder nummer stond een ZKV (zeer kort verhaal), in ieder nummer stond een essay over een schrijver die niemand meer kent en in elke editie stond een paginagrote cartoon. Ook introduceerde De Titaan in 2015 een nieuw genre: de zelfrecensie. In die rubriek recenseerde een beroemde schrijver zijn/haar eigen boek.

De redactie bestond (ten tijde van het laatste nummer winter 2017/2018) uit Anneroos Goosen (1987), Andrew Cartwright (1966), Lukas Meijsen (1986), Martijn Neggers (1987) en Bart Smout (1983).  De laatste versie van De Titaan, editie 15/16 was gevuld met ‘The greatest hits’. Toch jammer dat deze krant niet meer bestaat. Uit de laatste editie komt het gedicht ‘Als je hard duwt past alles’ van Roos Vlogman (uit #5).

.

Als je hard duwt past alles

.

Seks is niets anders dan het verschuiven van huid,

vlees dat zachtjes uitdijt.

We zijn te ver uitgedijd, denk ik.

.

Ik lig al minutenlang te proberen in elkaar te passen

en jij ligt daar op mij, te proberen je in mij te passen.

Als we doorzetten, komen we er wel.

.

Ik moet denken aan de jongen met de glutenallergie.

Bij een kijkoperatie werd er een slangetje met een camera in zijn keel geduwd.

Hij had het zich anders voorgesteld.

.

Van de haptonoom moet ik alles opschrijven wat goed gaat.

In gedachten schrijf ik: ik ben naakt en dat is goed zo.

.

Ik stap uit bed en zie mijn tenen.

De nagels zijn in halve maantjes geknipt.

,

Vluchtstofgoud, een recensie

Dien L. de Boer

.

Na haar poëziedebuut in 2014 ‘niet het moment maar het nagonzen’ verscheen in 2022 de nieuwe bundel van Dien L. de Boer (1957) bij uitgeverij Palmslag getiteld ‘Vluchtstofgoud’. Toen Dien L. de Boer vanuit Amsterdam verhuisde naar Friesland, werd bij haar het idee geboren om een poëziepodium te creëren. Dat werd Dichter op de Deel in Exmorra. Vanaf 2008 hebben dichters uit vele windstreken hun stem laten horen, zowel gevestigde als aanstormende talenten. Dien L. de Boer programmeert, organiseert, en presenteert dit podium.
Haar nieuwe bundel bestaat uit 5 hoofdstukken die haar leven volgen vanuit haar jeugdjaren, plekken waar ze gewoond heeft, naar Amsterdam, familie en vervolgens Friesland waar ze zich heeft gevestigd en is geworteld. Een reis van het platteland naar de grote stad en weer terug naar het platteland.

De poëzie van de Boer is verfijnd, persoonlijk en biedt ons een kijkje in haar innerlijke wereld. Van haar jeugd waarin de traditionele rollen in het gezin waar ze opgroeide vastgeroest zaten, het niet gezien worden ‘ver achter de komma haast verwaarloosbaar’, maar ook de man/vrouw verhoudingen ‘iedere stap die wij meisjes zetten / voor een beeldscherm kan leiden / tot een sneer’ en opnieuw een moeder die haar niet ziet ‘op de schaal / van haar stem praat mijn moeder / met meer gewicht over de jongens’.

En wanneer ook haar broers zich gaan verzetten tegen de ‘getrimde slapen van mijn vader’ met hun sliertharen, volgt het gedicht ‘ondertussen’ dat een volgend hoofdstuk inleid. In dit gedicht neemt ze afscheid van haar kinderjaren en de plek waar ze opgroeit.

.

ondertussen

.

van het kleine perron tussen de akkers

werd ik opgepikt door een rode dieselboemel

die mij naar een intercity bracht

.

huizen bekeek ik van hun rommelige

achterkant, randwijken strekten hun bakstenen

tenen uit naar bedrijfsterreinen – ik doezelde

.

op de aandrijving, hoorde ondertussen

de noordelijke tongval veranderen in hollands

zag slootjes snakken naar adem, reed tussen

.

de passagiers met ieder een andere bestemming

als vanzelf de geur binnen van een stedelijke

stationshandel, stapte uit naar het onbekende

.

Hoeveel jongeren die gaan studeren in de grote steden of werk gaan zoeken daar hebben deze reis wel niet gemaakt. In dit gedicht is een ervaring beschreven die voor heel veel mensen herkenbaar is denk ik. In het hoofdstuk ‘volgende huizen’ reist de dichter naar Berlijn waar ze zichzelf vindt in een totaal andere omgeving, ‘ik ontdekte, leefde ’s nachts / voor het eerst te midden van miljoenen / de huurkazerne omsloot meisjesogen / misschien konden in mij onbekenden / hier bloeien’. Maar ook daar is een omslagpunt. In het gedicht ‘zwart is tijdloos’ wordt dat heel indringend beschreven.

Uiteindelijk belandt de dichter in de hoofdstad. In het gelijknamige hoofdstuk beschrijft de Boer de opwinding van het wonen in die grote stad maar komen ook de twijfels, de irritaties, het ergeren aan ‘feesten op andere etages, het telefoongepraat / in de achtertuin’ en ‘het bonkend / de trap op stormen van buren naast mijn bed / de machines van doe-het-zelforkesten’.

Na het hoofstuk ‘hoofdstad’ volgt ‘nachtelijk netwerk’ waarin persoonlijke relaties aan bod komen en waarin de vereniging met de familie aan bod komt, de moeder van negentig, het kranteneiland van haar vader en de dichter die een persoonlijke veerdienst onderhoud met ‘hen in wie ik uiteenval / in een kleine of grote betekenis’.

Tot slot is er de terugkeer naar de plaats waar ze afscheid van had genomen in het hoofdstuk ‘friesland’. In het gedicht ‘vleugelvlug’ beschrijft ze aan de hand van de vlucht die zwakuwen maken haar eigen reis: ‘het is een tocht geweest van duizenden kilometers / waarna de vleugelvlugge zwaluwen hier aankomen’ en ook ‘wij zijn teruggevonden’ in de laatste strofe.

Maar ook terug in Friesland blijft de dichter kritisch, nu niet op haar afkomst, haar jeugd en familie maar op hoe er omgegaan wordt met het land en de natuur, in het gedicht ‘friesland’ heel mooi beschreven in de eerste strofe: waar de wind altijd werkt / en de voorraad vogels zowat / is teruggebracht tot meeuwen / zwalkend boven de mestdrap / van geïnjecteerde landerijen’.

‘Vluchtstofgoud’ heb ik met veel plezier gelezen, de reis die de dichter maakt en waarin ze je meeneemt in haar gedichten verrast en boeit, je voelt in de gedichten de strijd die de dichter voert, de opluchting, de frustratie, de blijdschap en de vooruitgang die ze in haar ontwikkeling boekt. ‘Vluchtstofgoud’ is een prachtig ego document dat door veel mensen herkenbaar zal zijn. Haar taal is uitnodigend, het ontbreken van hoofdletters of punten heeft me geen enkel moment in de weg gezeten. Deze bundel heeft me nieuwsgierig gemaakt naar haar debuut uit 2014.

.

Vegter en Kouwenaar

Dichter over dichter

.

Dichter Anne Vegter (1958) was van 2013 tot 2017 dichter des vaderlands. Ze was de eerste vrouw die dit ambt bekleedde. Bij de dood van Gerrit Kouwenaar (1923-2014) schreef ze het gedicht ‘Voor Gerrit Kouwenaar’. In het kader van dichters over dichters daarom vandaag dit gedicht.

.

Voor Gerrit Kouwenaar

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de tijd te verzetten
van ademend stof, zeldzaam zo helder, naar minder dan dood.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de lamp te verhangen,
om een woord te verzinnen voor het slapende vuur in de pan.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om een voet te verzetten,
het lot van een boom, de avond vergeven, nog één sigaret.

.

We hebben Kouwenaar gekregen om de stilte te meten,
het landschap te spellen, geblaf van een mondige hond.

.

Om de dood van de ondode dichter te eren

.

hebben we Kouwenaar gekregen om de datum te verzetten
en op vrijdag te vertikken dat hij donderdag mocht gaan.

.

%d bloggers liken dit: