Site-archief

Dix

Bijzondere poëzie

.

Zoals de regelmatige lezer van dit blog ongetwijfeld weet beperk ik mij in geen enkele mate als het gaat over het schrijven over poëzie. Wat ik wel de rafelranden van de poëzie noem, daar heb ik grote interesse in. Maar ook in uitwassen, de vreemde vogels in de poëzie, de mafketels, de dwarsliggers, de uitzonderingen op de poëtische regel. Zo’n uitzondering is de dichter François Henricus Anthonie van Dixhoorn (1948), of wel F. van Dixhoorn, of wel Dix.

Van Dixhoorn debuteerde in 1994 met de bundel ‘Jaagpad / Rust in de tent / Zwaluwen vooruit’ bij De Bezige Bij en werd meteen bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe poëzie. De bundel ‘De zon in de pan’ uit 2012 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2013. Gedichten van F. van Dixhoorn verschenen in zelfstandige bundels en poëzietijdschriften en zijn vertaald in het Frans, Duits en Engels.

In zijn bundel ‘De zon in de pan’ presenteert van Dixhoorn 29 keer min of meer dezelfde vier regels:

.

om

de enemafketels, dwarsli

na de andere

om

.

In zijn bundel ‘De verre uittrap’ staat 6 maal op een verder lege pagina het woord ding.’ F. van Dixhoorn is niet zomaar met ding.’ op de proppen gekomen. Het gaat om een woord dat constant in het menselijke verkeer te horen valt, en in herhaling buitengewoon muzikaal van toon kan zijn. Behalve ding.’ zijn er nog 89 woorden in het gedicht, zoals twee keer maal.’ – eveneens geplaatst aan de rand van de linkerpagina. Allemaal woorden die hij uit de lucht heeft geplukt, of in de krant gelezen, en bewaard in de map ‘lijstje aantekeningen’.

Een eigenzinnig dichter dus die van Dixhoorn. Kunststromingen uit de jaren zestig zijn vormend voor Dix geweest. Vanuit hier heeft hij zich verder ontwikkeld. Het gaat over korte registraties van de werkelijkheid, veel hoef je daar niet over te praten, dat is er gewoon. Daarom gebruikt hij geen moeilijke woorden. Hij laat een herkenbaar decor ontstaan, met eenvoudige beelden van eenlettergrepige woorden als boot, vis en klei.

In Vlissingen is zijn werk ook in de openbare ruimte te bewonderen. Een tekstregel op parkeergarage Spui Centrum maakt onderdeel uit van een totaalkunstwerk wat door financiële omstandigheden maar deels gerealiseerd is (2008)

.

Advertenties

Vrijplaats

Evy van Eynde

.

Voor de laatste keer nu dan toch erotiek op zondag en wel van een door mij zeer gewaardeerd Vlaams dichter Evy van Eynde. Evy ken ik reeds vanaf 2013 toen ze me uitnodigde bij de presentatie van haar bundel en bijbehorende theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen’. Sinds die tijd volg ik haar, vroeg ik haar te komen voordragen bij Ongehoord! in Rotterdam en lees ik haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ waar ze behalve poëzie ook andere teksten, waaronder sprookjes, met ons deelt. De poëzie van Evy is oprecht, fantasievol, persoonlijk en daarnaast zijn haar zinnen en woorden regelmatig poëtische vondsten zoals je ze graag leest.

Naast al het andere wat Evy doet schrijft ze zo nu en dan ook erotisch getint materiaal zoals het volgende gedicht.

.

Vrijplaats

.

Ik wil ons inniger verschuilen
in die gedachten
bezoedelde ruimte

– de rafelranden van onze nagels
de slaap in onze ogen
het geil in ons lijf –

tussen weloverwogen
doorschijnende verhalen
van rijstpapier en maagdenvlies

waarin we wachten op iets
dat nooit meer rijpen zal

Onbedekt wil ik ons lezen
onder tafel op een feest
louter gezoem

rondom het bonzen
van jouw hart
in mijn keel

.

Antiaanbaklaagbeklaag

Poëziebus

.

Zoals jullie misschien weten ben ik voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus. In 2015 reed de Poëziebus voor het eerst en inmiddels zijn er 4 edities geweest. De Poëziebus is nog steeds in ontwikkeling maar het idee om met een bus vol dichters Nederland en België (Vlaanderen) door te trekken staat nog steeds. Vele busdichters hebben mooie ervaringen opgedaan op de bus, vriendschappen gesloten en ontwikkelingen doorgemaakt waarbij die week op de Poëziebus zeker een rol heeft gespeeld.

Een van de Poëziebusdichters van 2015 speelde ook een rol in latere edities als organisator van de halte Maastricht, Merlijn Huntjens. Merlijns’ schrijfcarrière begon in 2006 bij het Heerlens Schrijverscafé. In 2013 deed hij mee aan zijn eerste Poetry Slam, de Dichtslamrap in Boxtel. In 2016 en 2017 was hij finalist in het NK Poetry Slam, georganiseerd door het Literatuurhuis in Utrecht. In 2015 richtte hij samen met Nina Willems PANDA op. Samen maken zij werk waarin poëzie en performance centraal staat en organiseren zij Borderlines Poetry Slams in de Euregio. Sinds februari 2017 is Merlijn ook stadsdichter van Heerlen. Zijn stadsdichterschap laat zich, naast gedichten over Heerlen, ook kenmerken door projecten waarbij de inwoner van Heerlen inspraak krijgt.

In de Poëziebusbundel van 2015 ‘Verzamelde werken’ is van Merlijn het gedicht Antiaanbaklaagbeklaag’ opgenomen.

.

Antiaanbaklaagbeklaag

.

grootvader vond de haard gezellig en ik

gooide er konijn job in, ingepakt in tranen

.

en het vel papier met de planning. we waren

van de crematies. allemaal huilen, wél een zure andere eten.

.

het huis rook naar houtskool, opa naar

de jus op zijn broek. bijna alles was toen traditie.

.

brandblaren op zijn benen ook. het vallen en

de crematie niet. muziek speelde de laatste

.

latten aan zijn kist recht. harde tikken. we dachten

aan kloppen op het kisthout. allemaal huilen, vlaai eten.

.

nu zijn we de traditie vergeten. haardcrematies,

knaagdieren, jusbroeken, blaren. ze zijn gourmetsets.

.

ik vond de haard met job gezelliger. ik antiaanbaklaagbeklaag

me. iedereen mist opa dan en draait zijn foto weg.

.

De poëzie van Hugo Claus

Je buik van Pimpelmees

.

In 2013 stelde de weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus – de Wit, de bundel ‘Je buik van Pimpelmees’ samen. Het is een verzameld werk dat vooral veel poëzie van de laatste periode van zijn leven bevat. Claus’ verzamelde poëzie bevat niet bepaald idyllische liefdesgedichten. En ook hier is dit het geval. De moeilijke communicatie, het gevecht om werkelijk contact tussen mensen, dat zich ook lichamelijk vertaalt, is een basisthema in zijn werk.

“Claus legt ongewone metaforische verbanden. Hij doet ongeveer gelijkluidende woorden rijmen, zodat er een nieuw betekenisniveau ontstaat. Dat sluit aan bij de vervorming van de werkelijkheidservaring die hij beoogt, gevoed door zijn anarchistische levenshouding. Zijn liefdesgedichten zijn de uiting van zijn overtuiging dat wij overgeleverd zijn aan de taal en het toeval en in de liefde aan elkaars willekeur en temperament. Daarom wringt het vaak in zijn gedichten en ontstaat er een erotiserende spanning, niet alleen door de beelden die Claus oproept. Altijd is de liefde ambivalent bij Claus, hoe mooi ze ook kan zijn. En zeker niet zonder humor en speelsheid.” Dat blijkt ook uit het volgende gedicht uit deze bundel.

.

Naakter raakt nooit zover dat ik je naakt
niet verder raak met mijn blik.

Daar wentel je je bekken open
en je krinkelt, scheurt en slaat
met onvaste voet en hekseschoot,
mijn zomernaakt, mijn
wild, mijn bikkelnaakt.

Geef jij je over aan het voer der mensen?
Je eet als een pelikaan,
je braakt als een haai.

Geef jij je over? Steeds breek je in mij binnen,
met modder en mahoniehouten ringen die
krols in mijn kop komen zingen,
mijn brompony, mijn prikkelpop.

Geducht bordurend borend bereik je mij
als naakt je kamhaar splijt.
De wind met kuren in het koren
is ons reikhalzend minnen, en

naakter nooit zover, mijn kindse koningin
met je buik van pimpelmees
dan als ik je versplinter.

.

Met dank aan cobra.canvas.be Paul Demets

Een appel rust

Homero Aridjis

.

Homero Aridjis (1940) is een schrijver, dichter, milieu-activist, journalist, en diplomaat bekend om zijn rijke fantasie, zijn lyrisch poëtische gedichten en zijn ethische onafhankelijkheid. Zijn poëzie werd in vele talen vertaald, hij mocht als schrijver en milieu-activist al meer dan 20 internationale prijzen op zijn palmares bijschrijven en specifiek voor zijn poëzie ontving hij de Prix Roger Caillois (1997, Frankrijk), de Smederevo Gouden Sleutel voor Poëzie (2002, Servië) en de Premio Internazionale di Poesia (2013 en 2016, Italië). Voorwaar geen kleine dichter. Vanaf 1960 publiceerde hij 18 dichtbundels in Mexico. Nog een leuk weetje: Homero Aridjis was ambassadeur voor Mexico, onder andere in Nederland.

Dichters als Octavio Paz en Juan Rulfo zijn bewonderaars van Aridjis en Seamus Heaney zei over zijn poëzie: “Zijn gedichten openen een deur naar het licht”. In 1977 verscheen in Nederland zijn vertaalde bundel ‘Dagboek zonder data’ en uit die bundel het gedicht zonder titel in een vertaling van Laurens Vancrevel.

.

Een appel rust

op het zachte groen

van zijn eigen rijpheid

.

een glas weerspiegelt

de vermoeide stralen

van de herfstmiddag

.

een vrouw verschijnt

in de halfopen deur

van een eetkamer

.

vanaf een gele sofa

kijkt een meisje naar haar

alles is op zijn plaats

.

het ligt in de glazen

legt witte muziek

op gezichten en dingen

.

en een ogenblik lang

zijn voor eeuwig samen

mandarijnen en handen.

.

 

 

 

poëziemarathons

Groningen en Toronto

.

In mijn zoektocht naar bijzondere poëzieprojecten stuitte ik op het fenomeen van de poëziemarathon. Volgens Wikipedia is de Poëziemarathon is een initiatief van de stichting Poëziemarathon waarbij op de Landelijke Gedichtendag in de stad Groningen op allerlei plekken 24 uur lang poëzie te horen valt. Vanaf 2009 is de organisatie overgenomen door SLAG, de Stichting Literaire Activiteiten Groningen, die ook o.a. Dichters in de Prinsentuin organiseert.

De dag begint on middernacht met 8 uur poëzie op OOG Radio. Om 8 uur is er in een boekhandel een Poëzieontbijt.  Op elk moment van de dag is er ergens in de stad iets poëtisch te beleven. De dag eindigt met een drie uur durende slotmanifestatie, waarbij veel landelijk bekende dichters optreden. De poëziemarathon werd voor het eerst georganiseerd in 1999.

Inmiddels is de Poëziemarathon uitgegroeid tot een 6-daags festival (in 2018 was dit festival van 25 – 31 januari in de Week van de Poëzie).  Meer informatie vind je op: http://www.poeziemarathon.nl/home/

In Toronto is Caitlin Elizabeth Thomson actief. In 2008 verhuisde ze van Toronto naar New York en studeerde daar poëzie aan het Sarah Lawrence College. In die periode was ze onder andere poetry editor voor het literaire magazine ‘Lumina. In 2010 studeerde ze af en kreeg de titel Master of Fine Arts in Poetry. In de jaren daarna publiceerde ze in verschillende chapbooks. Chapbooks zijn kleine (meestal tussen de 8 en 24 pagina’s) goedkoop geproduceerde folderachtige boekjes. Haar werk verscheen in Nederland, de Verenigde Staten, Canada, Spanje, Engeland, Frankrijk, Australië, Ierland, Roemenië, Singapore en Wales.

Vanaf 2013 organiseert Thomson samen met haar man Jacob  in augustus ‘The Poetry Marathon’.  Het doel van de marathon is een andere dan in Groningen. De bedoeling is dat er in 24 uur elk uur een gedicht wordt geschreven. Je moet deze gedichten op je eigen blog publiceren op elk uur. Dat wil zeggen dat je 24 uur lang elk uur een gedicht moet schrijven en deze plaatsen op je blog. Hiervoor jkun je je aanmelden bij de organisatie. Van over de hele wereld doen dichters mee. Heel bekende dichters maar ook volledig onbekende dichters. In 2017 deden maar liefst 800 dichters mee. Van de gedichten wordt elk jaar door Thomson een publicatie (Anthology) gemaakt.

Door de enorme organisatie die deze marathon met zich mee brengt ( en het feit dat Caitlin en Jacob een kind verwachten) is er in 2018 geen Poetry Marathon maar de volgende in 2019 wordt alweer voorbereid. Voor meer informatie kijk je op hun website: https://thepoetrymarathon.com/blog/about-the-poetry-marathon/

Hieronder een gedicht van Thomson en de cover van de Poetry Marathon Anthology van 2017.

.

Yes, Each Man Is a Tower of Birds
after llya Kaminsky

Is seven birds a tower, or two hundred?
More importantly, what kind of birds
are they? The difference between a sparrow
and a falcon is the difference between
diner and meal. Are all men the same
type of bird? Robins for example,
or gulls. Or are some men albatrosses,
others puffins, others hummingbirds
stuck in backwards flight? Does a whole
range of birds make up one man’s tower?
The cockatiel, peacocks, and great blue
herons all part of one awkward flock.
And if each man is a tower of birds, what
does that make each woman? A tower of fish?
A hunter? A pet owner? A falconer?

.

N.

Kalkmankementjes
.
Steeds vaker vind ik op Instagram en op Facebook dichters die hun gedichten op een bijzondere manier aan de man brengen. Wat ze in feite doen is foto’s plaatsen van geschreven, geprinte of getypte gedichten. Een prima manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik niet altijd al die teksten lees. het niveau verschilt namelijk nogal al en soms is ook niet helemaal duidelijk of het een eigen tekst is of iets van een ander of dat er geparafraseerd wordt.

Via een artikel in HP/De Tijd kwam ik in aanraking met het werk van Niels Kalkman. Kalkman is verslaggever van de Telegraaf en sind 2013 ook plezierpoeet. Zijn gedichten zijn geen hogere poëzie en soms betrap ik ook hem op parafraseren (zo is het gedichtje ‘donker’ 1 op 1 de laatste strofe van het nummer ‘Black’ van Pearl Jam) maar als voorbeeld van het fenomeen is zijn werk zeker niet het minste.
.

n3

N2

n1

Jozzonet

Joz Knoop

.

De Rotterdamse dichter Joz Knoop ken ik al jaren als een prima dichter en een fijn mens. Joz (1957) was van 2013 tot 2016 wijkdichter van De Beverwaard en hij was samen met Irene Siekman de initiatiefnemer van De Poëziebus. Joz is echter vooral bekend van zijn Jozzonetten.

Het Jozzonet is een door Joz Knoop ontwikkelde dichtvorm, waarbij de middelste regel van een oneven aantal regels het gedicht als het ware spiegelt. Een mooi voorbeeld is het Jozzonet ‘Grassex’ uit ‘De driehoek is rond’ uit 2013.

.

Grassex

De koeien staan onverstoord
te grazen in het weiland.
Ik neem je overtuigend
lief mee naar stille paden.
Daarom ga jij met mij
naar waar de lente explodeert..
Dat wat ons bindt verwijst ons door
naar waar de lente explodeert..
Daarom ga jij met mij
lief mee naar stille paden.
Ik neem je overtuigend
te grazen in het weiland.
De koeien staan onverstoord.

 

Tempels in woestijnen

Boeli van Leeuwen

.

Willem Cornelis Jacobus (Boeli) van Leeuwen (1922 – 2007) was een Nederlands-Antilliaans schrijver en dichter. Van Leeuwen studeerde rechten in Leiden en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Op Curaçao vervulde hij verschillende publieke functies waaronder die van bestuurssecretaris van de Antillen. Na zijn pensionering werkte hij als pro-Deoadvocaat in de probleemwijk Scharloo.

Als dichter debuteerde hij in 1947 met de, in eigen beheer uitgegeven, bundel ‘Tempels in woestijnen’ bij Imprenta Bolívar. In 1959 publiceerde hij zijn eerste roman ‘De rots der struikeling’ waarvoor hij in 1961 de Vijverbergprijs (nu Ferdinand Bordewijk Prijs) kreeg. Binnen dit werk speelt het leven op Curaçao een belangrijke rol. Dit wordt veelal gekoppeld aan belangrijke Bijbelse thema’s rondom schuld, seksualiteit en verantwoordelijkheid. De paradoxen tussen individu en sociale omgeving worden hiermee uitgedrukt.

In De Parelduiker, tijdschrift over schrijvers, litaratuur en hun geschiedenis, nummer 5 van 2013  http://docplayer.nl/13575712-De-parelduiker-een-parelduiker-vreest-den-modder-niet-multatuli.html  staat een lang artikel over Boeli van Leeuwen en een paar gedichten uit zijn debuutbundel waaronder het gedicht ‘Nacht’.

.

Nacht
.
Tropennacht, karbonkelsterren aan het firmament,
Het zwoel gewelf waaruit de bleke maan
Schaduwen van weemoed achter lemen hutten zendt
En schimmige geraamten triest vergaan.
De schurftige kokosstammen met verziekte huid
Kreunen in de dorre grond van dorst.
Het landhuis, een verlaten bruid,
Droomt hooghartig boven krullengeborduurde gevelborst.
1947,
Een negerin gaat door de nacht
Gevangen in betovering der dingen;
En de lucht wordt zwaar van angst en macht.
Nu groeit het menselijk verlangen
En de hunkering
Naar beelden die men nooit meer kan vervangen.
.
.

Seamus Heaney

Opened Ground

.

Bij het opruimen van mijn boekenkast (of eigenlijk het steeds weer opnieuw inruimen van mijn boekenkasten in verband met het groeien van mijn poëziecollectie) kwam ik de dikke bundel ‘Opened Ground, Poems 1966 – 1996’ van de Ierse dichter Seamus Heaney (1939 – 2013) tegen. In deze bundel ook de speech die Heaney hield toen hij in 1995 de Nobel prijs voor de Literatuur accepteerde. Hij kreeg deze ‘for his works of lyrical beauty and ethical depht’.

Ik koos voor een kort maar persoonlijk en heel toegankelijk gedicht getiteld ‘The Errand’.

.

The Errand

.

‘On you go now! Run, son, like the devil

And tell your mother to try

To find me a bubble for the spirit level

And a new knot for his tie.’

.

But still he was glad, I know,, when I stood my ground,

Putting it up to him

With a smile that trumpedhis smile and his fool’s errand,

Waiting for the next move in the game.

.

%d bloggers liken dit: