Site-archief

Lente rite

Seamus Heaney

.

Veel van de Ierse dichter Seamus Heaney’s vroege poëzie kwam voort uit het opgroeien op een boerderij in Noord-Ierland, het graven in moerassen en het begrip van werktuigen, evenals de natuur, de dieren, de kikkervisjes. Heaney (1939 – 2013) begreep het komen en gaan van generaties en hij begreep het komen en gaan van de seizoenen. Het gedicht ‘Rite of Spring’ gaat over het inpakken van een bevroren pomp in stro en deze aan het einde van elke winter in brand steken.

Ik moest hieraan denken toen ik een buitenkraan nog maar pas geleden met een stevige ijspegel bevroren en wel ontdekte. Te laat natuurlijk, ik had deze kraan moeten aftappen of in stro en doeken moeten wikkelen zoals Heaney doet in dit gedicht. Maar ja, ik ben niet opgegroeid in een boerderij. Uit de bundel ‘Opened Ground, Poems 1966 – 1996’ het gedicht ‘The Rite of Spring’.

.

Rite of Spring

.

So winter closed its fist
And got it stuck in the pump.
The plunger froze up a lump
.
In its throat, ice founding itself
Upon iron. The handle
Paralysed at an angle.
.
Then the twisting of wheat straw
into ropes, lapping them tight
Round stem and snout, then a light
.
That sent the pump up in a flame
It cooled, we lifted her latch,
Her entrance was wet, and she came.

.

                                                                                                                                                                                                     Foto: Micheline Pelletier

Primo Levi en Dirk Kroon

Dubbel-gedicht

.

Twee gedichten die een zelfde thema of titel hebben, hoeven natuurlijk niet altijd van Nederlandstalige dichters te zijn. Voor een goed Dubbel-gedicht telt slechts de overeenkomst in thema of titel. Vandaar dat ik vandaag twee gedichten heb uitgekozen die qua titel en thema Wachten overeenkomstig hebben.

Het eerste gedicht is van de Joods-Italiaanse dichter, schrijver en essayist Primo Levi (1919 – 1987) en is getiteld ‘Wachten’. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Op een onzeker uur’ uit 1988 maar ik nam het over uit ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen uit 1988. Het gedicht is vertaald door Maarten Asscher en Reinier Speelman en Primo Levi schreef het in 1949.

Het tweede gedicht is van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946). Het gedicht is getiteld ‘Wachttijd’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dagelijkse despoot’ uit 2013. Ik nam het uit ‘Op de hoogte van de vogels’ zijn Verzamelde gedichten uit 2017.

.

Wachten

.

Dit is de tijd van bliksems zonder donder,

Dit is de tijd van niet te verstane stemmen,

Van rusteloze slaap en zinloos waken.

Gezellin, vergeet de dagen niet

Van lange gemakkelijke stilten,

Van nachtelijk toegenegen straten,

Van kalme overdenkingen,

Voordat de bladeren vallen,

Voordat de hemel betrekt,

Voordat ons opnieuw wekt,

bekend geluid, voor onze deuren,

Van met staal beslagen passen.

.

Wachttijd

.

Sta je op een tweesprong

in een uitgestorven landschap?

Kijk naar de knotwilg naast je

die na gekapt te zijn, ineens

weer uitbot of onaangeraakt

zal sterven – de takken in de lucht.

.

Wacht je met gelatenheid

de zoveelste winter af?

Bij het eerste voorjaarslicht

zal blijken of je ongemerkt

op nieuwe groei bent voorbereid.

.

Woman with blond hair an empty road. Girl waiting. Search for a new way. Hitchhiking trip. Travel, adventure. Sense of freedom, enjoy relax lifestyle. Scenic view, landscape. Explore North Norway

Het enige

Willy Spillebeen

.

Zo nu en dan loop ik de foto’s die ik in de loop van de jaren heb genomen nog eens door. Een enkele keer kom ik dan foto’s tegen waarvan ik helemaal vergeten was dat ik ze ooit heb genomen. Zo kwam ik foto’s tegen van de bundelpresentatie van de Vlaamse dichter en schrijver en vriend Hervé Deleu, de eerste winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/10/14/presentatie-bundel-herve-deleu/ in zijn woonplaats Menen in Vlaanderen. Zoals je kunt zien heb ik van die presentatie een aantal foto’s gemaakt en geplaatst. Toch kwam ik nog een paar foto’s tegen die ik niet heb geplaatst toen. Een daarvan is een foto van een gedicht van plaatsgenoot van Hervé, Willy Spillebeen, die ook aanwezig was bij deze presentatie.

Willy Spillebeen (1932) is een Vlaams dichter en schrijver, zijn poëzie bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. 

De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van meta-fysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. Willy Spillebeen is een zeer veelzijdig mens. Zo was hij poëzie-recensent, redacteur van Dietsche Warande en Belfort, vertaler van poëzie, samensteller van poëziebloemlezingen, essayist, verzorger van literaire radiokronieken, jurylid van vele poëziewedstrijden, lid van allerlei commissies op het gebied van de letteren en ga zo maar door.

Op 14 december 2014 mocht ik Willy Spillebeen ontvangen op het podium van Ongehoord! in Rotterdam en daar maakte hij (zeker ook bij het jongere publiek) een bijzondere indruk op de aanwezigen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/12/10/laatste-ongehoord-podium-van-2014/ 

Van deze bijzondere Vlaamse dichter en grootheid uit de Nederlandstalige poëzie hieronder het gedicht ‘Het enige’ op canvas dat ik destijds fotografeerde.

.

Dood werk

Maarten van der Graaff

.

Maarten van der Graaff (1987) is dichter en romanschrijver. Hij studeerde Religie en kunst aan de Universiteit van Utrecht. Hij debuteerde in 2013 met de bundel ‘Vluchtautogedichten. In 2014 krijgt hij voor deze bundel de C. Buddingh’-prijs. ‘Dood werk’, zijn tweede bundel, verscheen in het voorjaar van 2015. Deze bundel werd in 2017 bekroond met de J.C. Bloemprijs. Hij publiceerde poëzie en proza in verschillende tijdschriften en is veel op de podia te vinden. Hij is redacteur en medeoprichter (samen met mede dichter Frank Keizer) van het online literair tijdschrift ‘Samplekanon’ op https://samplekanon.com/ . Samen met Keizer schreef hij een essay over Nederlandse poëzie dat je hier (in twee delen in het Engels) kan lezen: http://www.babelsprech.org/niederlande-12/

Uit zijn bundel ‘Dood werk’ komt het gedicht ‘Lijst met rituelen’. In een recensie over deze bundel las ik: “Zijn toon is illusieloos en zelfverzekerd. Hij probeert enige samenhang aan te brengen in de hem omringende werkelijkheid en zijn leven.” In het gedicht ‘Lijst met rituelen komt dit goed tot zijn recht, oordeel zelf.

.

Lijst met rituelen

Voor CAConrad

.

Overgiet een grijze Kadett met cognac.
Ga in de grijze Kadett naar Umbrië.
Stap in Umbrië uit de Kadett.
Begraaf een gedicht van Pasolini
onder een kurkeik of een jeneverbes.

Er blijft iets ongezegd.
Vernietiging heeft ons gekozen,
vernietiging heeft zich geopend.

Overgiet de grijze Kadett met siroop.
Reis in de grijze Kadett naar een loofbos.
Voer daar de leer- of werkstraf uit
van een vreemde.
Begraaf een gedicht van Dickinson.

Vernietiging heeft ons gemaakt.
Kom klaar in een pretpark.

Teken een cirkel op de serre
van een politicus.
Ga naar het stadskantoor
en leg je onder een klok op de grond,
met je voeten naar Kaapstad.
Lees de gedichten van Snoek.
Verbrand drie dagen later
een zijden voorwerp.

Vernietiging gaat in ons op.

Omklem Pascal en het Kussenboek,
wandel een kerk in.
Denk aan het boerenleven.
Schrijf iets over de geur van religie,
het middenklassegeloof van je ouders.

Vernietiging is onze mondigheid.

Wacht tot je psycholoog op vakantie is.
Zet een tent op in haar tuin.
Ga in een vaalgeel gewaad in de tent zitten.
Neem een vel papier en noteer de titel
Civiele liederen.
Schrijf drie dagen lang civiele liederen.
Gebruik deze regels:

Er is geen eenheid in de riten van mijn massacultuur.

De geschiedenis laat mij blind achter.

Kom zonder gewaad de tent uit.
Ruik de ochtendlucht.
Ontmenselijk jezelf: trek vulgair
en fluitend de stad in.

.

Gedicht bij een monument

Edu Waskowsky en Gerrit Krol

.

De Pools-Groningse kunstenaar Edu Waskowsky (1934 – 1976) werkte tijdens de laatste jaren van zijn leven aan het Joods monument in Groningen. In 1969 kreeg de beeldhouwer Waskowsky (zelf afkomstig uit een joods-Poolse familie) opdracht om het monument te maken. In het monument moest in elk geval een menora worden verwerkt. Waskowsky ontwierp zeven grote van messing gemaakte handen op sokkels voor een onregelmatig gebouwde muur, waarbij in de middelste hand een leegte in de vorm van een menora was weggespaard. Het was de bedoeling dat het beeld bij de dodenherdenking in 1970 zou worden onthuld.

Door allerlei financiële problemen, onenigheid over de productiemethode, ruzies, het overschrijden van deadlines en zelfs rechtszaken was het monument nog niet voltooid toen Waskowsky in 1976 overleed. De zevende hand was nog niet gereed. In overleg met de initiatiefnemers en nabestaanden werd besloten de zevende sokkel leeg te laten omdat Waskowsky het nooit zou hebben geaccepteerd dat iemand anders zijn werk zou beïnvloeden. Zo verklaarde hij bij leven meermaals “Mocht er iets met mij gebeuren, iedereen blijft er met zijn poten af. Ik blaas het anders nog liever zelf op!”. In 1977, zeven jaar na de oorspronkelijke opleverdatum werd het monument alsnog aan het publiek onthuld doordat de jaarlijkse stille tocht ter herdenking begon bij het monument.

Elke hand in het monument vertoont een eigen emotie. De eerste is een gebalde vuist waaruit woede spreekt. De tweede daarentegen strekt zich in geloof naar boven uit. De kandelaarvormige opening in de handpalm is de menora: de zevenarmige kandelaar die een symbool is van het joodse volk. De drie staande handen drukken vertwijfeling uit, terwijl de twee liggende handen verdriet en berusting symboliseren. De onregelmatige muur van betonblokken op de achtergrond refereert aan het afgebrokkelde jodendom door de nazi-terreur.

De Groningse dichter Gerrit Krol (1934 – 2013) schreef een gedicht bij het Joods monument. Het verscheen in de bundel ‘Vijf vingers van dezelfde hand’ uitgegeven in 1999 door uitgeverij Herik.

.

Geen lampen, maar kaarsen, zeven in aantal.
Niet de kaarsen, maar de kandelaar die ze omhoog houdt.
Niet ter ere van God, maar van het Joods Comité en de Raad van de Kunst.
Een zevenarmige kandelaar, ‘zo een als er in Tel Aviv staat.’
Geen joodse kandelaar, maar juist de afwezigheid van een kandelaar.
Zoals ook de joden aan wie het kunstwerk gewijd is afwezig zijn, dat zou passend wezen.
De vinger die op de schouder tikt.
Waarom zeven, waarom niet zes.
Omdat zes niet gelijk is aan zeven.

.

Poëzie als stoplap

Maastricht

.

In 2019 was er door werkzaamheden aan de stadsmuur van Maastricht een groot gat ontstaan in diezelfde stadsmuur. Omdat de herstelwerkzaamheden aan de muur in de zomer van 2019 een aantal maanden kwam stil te liggen, had de gemeente besloten de bouwplaats rond het gat op te fleuren. Zo werden de zeecontainers die als stut dienen al in diverse kleuren geschilderd en werden er schotten met kijkgaten geplaatst op het Rondeel.

Of het komt omdat een rondeel zowel een deel van een vestingmuur is als een versvorm weet ik natuurlijk niet (vermoedelijk niet) maar de gemeente besloot het gat in de muur tijdelijk te bedekken met een groot geel doek met daarop een gedicht van stadsdichter Maarten van den Berg.  “Het is een vierregelig gedicht dat een tijdlijn van de locatie behelst”, aldus de dichter. “Ik denk dat poezië er voor bedoeld is om je over bepaalde dingen anders te laten denken, nieuwe inzichten te geven. Door de poezië is ineens vijf eeuwen stadsmuur bloot te komen liggen.”

Poëzie in de openbare ruimte is niet nieuw voor van den Berg, zo is zijn poëzie op de markt aan de taxistandplaats te lezen. In de stoeprand zijn de laatste vier regels te lezen van zijn gedicht ‘de ruiters van de stad’ (2006) te lezen. Aan het Vagevuur, nabij het Vrijthof is het gedicht ‘tussen de torens’ (2012) gebeiteld in twee blokken hardsteen. Aan de Beente in Heugem staat het gedicht ‘(lieve kitty,)’ (2013) op de muur van de Anne Frankschool. Op een pijler van de Noorderbrug direct aan de Maas in het Sphinxkwartier staat een blauwe dichtregel over vrijwel de gehele breedte van de brugpijler opgetekend. Op de binnenmuur in de trappenhal naar de gemeenteraadzaal aan het Mosae Forum staat een kwatrijn ‘de bomen wortelen even diep als wij’ (2015).

Het gedicht dat tijdelijk het gat in de vestingmuur bedekte is:

.

ontembaar vocht de muur tegen vijand en vuur, tot zij
koortsig bollend bezweek, keien als koppen liet rollen
haar buik waarachtig een wortelkraker bleek
en vijf eeuwen opende om de tijd opnieuw te stollen

.

Denk maar aan iets blauws

Film gebaseerd op een gedicht

.

Het gedicht ‘denk maar aan iets blauws’ van Martijn den Ouden uit de bundel ‘De beloofde dinsdag’ uit 2013 was bedoeld als een ode aan de kleur blauw. De kleur blauw creëert een vorm van rust in de zinnen. Het gedicht gaat over het bieden van troost, met blauw als troostende kleur.

In de film ‘Denk maar aan iets blauws’ – die in zijn totaliteit gebaseerd werd op het gedicht – combineert regisseur Jerry de Mars deze geruststellende woorden met een nieuwe, visuele laag. De beelden van architectuur, het Griekse landschap en de verloren geliefde laten de personages uit het gedicht tot leven komen; in scènes die zich afwisselen tussen een droomwereld en de werkelijkheid.

‘Denk maar aan iets blauws’ zo stellen de makers, voert je mee in een zee van rustgevende woorden, maar laat je door de beelden ook meevoelen met de heftige emoties van het personage. Zes minuten lang voelen, horen en vooral genieten.

Op de website van Cinetree https://cinetree.nl/korte-films/denk-maar-aan-iets-blauws kun je deze korte film bekijken en het gedicht kun je hieronder lezen.

.

denk maar aan iets blauws, aan een zwembad met aan de rand rustende vrouwen in
blauwe badpakken die met blauwe rietjes van blauwe cocktails drinken en boeken
lezen met een blauwe kaft en soms kijken ze even op naar de hemel om zich er van
te vergewissen of het uitspansel nog helder en strak is, of er niet ergens een wolkje
drijft, en nee, de lucht is kraakhelder, hemelsblauw, en de vrouwen leggen hun
boeken op hun benen, met de blauwe kaft naar boven, bekijken hun blauwgelakte
nagels, nemen een slok met het blauwe rietje van hun blauwe cocktails, lichten het
boek van hun benen en lezen voort terwijl in het zwembad de zusters zwemmen,
geruisloos zwemmen, licht en soepel door het frisse water, je hoort ze ademhalen, of
het water kolken, de rimpels over rimpels glijden en behalve de kleur van hun
lichamen is alles blauw, denk aan iets blauws, aan de sportwagen van suikeroom
sander, loaded, snel, kleurenblind, verkerend in de veronderstelling dat hij in een
groene triumph spitfire rondrijdt, laat hem in de waan en denk aan de glanzende
blauwe lak en de koningsblauwe leren handschoenen van zijn vrouw, de zonnebril
met het blauwe montuur en de blauwe rook van haar sigaret, elegant hoe zij rookt,
de woest jong en strak in het vel kronkelende stoot, soms rustig, extreem beheerst,
moederlijk, volwassen, het zijden sjaaltje om het hoofd, met afgemeten kracht onder
de kin gestrikt, rook, drink vermouth bianco en kijk uit van de zonovergoten villa met
de kobalt geschilderde muren en kozijnen, de platgeslagen toren op de rots, uit over
de kalme, gladde, zomersblauwe zee en sta op, laat lauw water over de polsen
stromen, adem rustig, leg een koude theelepel op de tong, denk aan iets blauws;
ballonnen, grote dromerige ogen, bruiloften, luchtkastelen

.

 

Talkshowhost

Anouk Smies

.

In verband met de Amerikaanse verkiezingen heb ik de afgelopen tijd nogal eens gekeken naar talkshows. Wat me is opgevallen is dat talkshows vooral meningenprogramma’s zijn. Zelfs de zogenaamde kenners of specialisten geven vooral meningen over de gebeurtenissen. Nu is dat niet zo verwonderlijk, zeker niet als er weinig echt hard feitelijk nieuws is maar als je veel van dit soort programma’s achter elkaar kijkt valt het op dat je feitelijk niet veel meer weet dan voorheen. Vermakelijk is het overigens wel, reden om soms toch te blijven kijken.

Naar aanleiding van weer een talkshow herinnerde ik me dat ik een gedicht had gelezen over talkshows op de fijne en informatieve website http://www.rotterdamsedichters.nl/ van Anouk Smies. Deze website geeft een grote, zo compleet mogelijke bloemlezing van Rotterdamse poëzie, zowel oud als nieuw.

Anouk Smies (1975) debuteerde in 2013 met ‘Citaten van een roofdier’een bundel die de jury van de C. Buddingh’-prijs fascineerde door de weerbarstige, onnavolgbare beeldspraak. Haar tweede bundel ‘Wie heeft een middelpunt nodig’ (2016) werd genomineerd voor de J.C. Bloemprijs. In 2018 kwam haar derde bundel uit: ‘Onbeschoft, zo wit’. Anouk Smies publiceerde eerder op Krakatau, de Optimist en de Contrabas. Ze schrijft poëzie en levensbeschouwelijke verhalen voor kinderen, werkte mee aan de blogspot ‘Het is altijd anders als je denkt’ en is eigenaresse van Tekstbureau PURUS. Daarnaast beslaat ze vijftig procent van het tekst en beeld spugend samenwerkingsverband Collectief 15.

.

Van binnen zijn we allen een talkshowhost

.

Het vandaag anders aanpakken

Kreten wikkelen in een koeltas

Een jas liegen rond je lach

en geen sluiting repareren

.

Een echo opvangen

met de inhaler in je mond

die door je bloed laten treinen

.

Iets bedenken dat plat is en toch rond

terwijl een kind de maan

in je handpalm krast

.

Je afvragen waar je jezelf

het laatst prematuur zag ontstaan

Als talkshowhost-alsnog

aan de millenniumgrens verdwijnen

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen

Lies van Gasse

.

Lies van Gasse (1983), is dichter, beeldend kunstenaar en leraar. Ze schreef onder andere de bundels ‘Hetzelfde gedicht steeds weer'(2009), ‘Brak de waterdrager’ (2011), ‘Wenteling'(2013), ‘Zand op een Zeebed’ (2015) en ‘Wassende stad’ (2017). Met ‘Brak de waterdrager’ won ze de prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor poëzie, met ‘Wenteling’ werd ze genomineerd voor de Pernathprijs.

Van Gasse profileert zich ook met mengvormen van poëzie en beeld. Zo verraste ze met de graphic poems ‘Sylvia’ en ‘Waterdicht’ (i.s.m. Peter Theunynck) ,waarvan de tekeningen werden getoond op Watou 2011, en schreef ze met Annemarie Estor aan het multimediale epos ‘Hauser’.

In het gedicht zonder titel uit haar bundel ‘Wassende stad’ geeft Lies Van Gasse op een eigenzinnige manier gestalte aan het wezenlijk romantisch levensgevoel dat iedereen weleens overvalt, dat al wat mooi was in ons leven, in onze relatie met een ander misschien wel voorgoed verleden tijd is, dood is.

Wil je de analyse van onderstaand gedicht in zijn geheel lezen ga dan naar https://poezieleesgroep.wordpress.com/analyse-van-enkele-gedichten-6/

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen
als ik het in mijn hand kon houden vergeten
hoeveel wegen ik wil trekken in de lijnen
van die hand ik ben mijn oorsprong vergeten
de stappen die ik sindsdien heb gezet en die
me het strak gechronometreerde leven in hebben
geleid vergeten dat ik kon vergeten ik ben

bijna vergeten hoe een lichaam voelt
wanneer ik het opbouw uit de vlakken
van mijn hand vergeten hoe een zijwaartse vlam
een schouder kan belichten vergeten
hoe ik vergat de verdwaalde lok over je gezicht
het spannen van je hoekige kaaklijn je
in rust zelfs bewegende handen vergeten –

we leven in een zelfde bacteriële werkelijkheid

wat die hand met dat lichaam kan doen
hoe we kinderen op de wereld zetten
om die te vergeten, vergeten hoe

een blik in het ijle een streling van zon
regen die valt als onverwacht applaus

.

I don’t believe in art. I believe in artists

B. Elizabeth Beck

.

Schrijver, kunstenaar, leraar en dichter B. Elizabeth Beck woont en leeft in Lexington, Kentucky in de Verenigde Staten. Zij publiceerde een roman en drie dichtbundels: ‘Painted Daydreams: Collection of Ekphrastic Poems’ (2019), ‘Interiors’ (2013) en ‘Insignificant white girl’ (2013). Daarnaast is zij oprichter van The Teen Howl Poetry Series en de Leestown OUTLOUD Poëzie groep. Ze publiceerde verschillende gedichten in magazines en verzamelbundels en kreeg voor haar werk verschillende prijzen waaronder een aantal poëzieprijzen.

Uit haar bundel ‘Painted Daydreams’ komt het volgende gedicht over Marcel DuChamp, de geestelijk vader van de Ready made.

A Ready-Made Poem
I don’t believe in art. I believe in artists. – Marcel Duchamp

.
.
I call my dog and can’t hear my own voice
ponder the question redundant
marvelous inexplicable Beethoven
who heard the music as loudly as I blast
Phish in my ears, it occurs to me–
.
the risk necessary to compose genius:
listen to nothing and assemble everything.
There is no original language,
only divine voices worth studying
searching for recognition making
.
me laugh at the page exploding Whitman’s
barbaric yawp and Ginsberg’s Howl descending
Saul’s galactic journey in the spot
where truth  echoes seeking
feminism beyond Jong searing
song lyrics dividing skies melting
the yellow brick road into Pink Floyd’s dark
side of the moon Flaming Lips purse as the flea
flits from John Donne’s metaphysical mind
for whom the bell tolls Hemingway haunts
the same streets in Key West I linger kissing
.
metaphors stumbling over my own Dadaist
tendencies embracing my absurd understanding
of reality blurring my vision haphazard compositions
plot curves knighted by Marcel Duchamp secreting
doors while all the while pretending earnest defiance,
makes me love him even more.

.

                             Marchel DuChamp bij zijn readymade kunstwerk ‘Fietswiel bevestigd op een stoel’ in 1913. Toen het origineel verloren ging maakte hij een nieuwe.
%d bloggers liken dit: