Site-archief

Stadspaden

Gedichten op vreemde plekken: op twee spaden

.

Via een vriendin (Stefanie bedankt!) kreeg ik een aantal foto’s van een gedicht op twee grote spaden in Stadskanaal.  Het beeld van de twee turfschoppen herinnert aan de veenkoloniale tijd van deze omgeving, het zijn de spaden waarmee het kanaal werd gegraven waaraan Stadskanaal haar naam ontleend. Het gedicht op de twee spaden getiteld ‘Stadspaden’ is van Hans Mes en dateert uit 2012.

Het gedicht op de spaden luidt:

.

Stadspaden

.

Hier werkte men

met man en macht

aan een kanaal

door ’t veen

en spaden staan

nu stil bij dat

wat grond

voor welvaart bracht.

.

Wat je vervoert

dat schept je thuis

per schip, ter paard

soms lopen

het voelt hier als

een poort naar stad

met beide deuren open.

.

Advertenties

Levenslang

Jean Pierre Rawie

.

In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw was dichter Jean Pierre Rawie (1951) één van de toonaangevende dichters in Nederland (en Vlaanderen). Zijn bundels verkochten beter dan menig roman. Ik herinner mij een avond in de bibliotheek van Wateringen waarop Rawie zou vertellen en voordragen en waar bijna 80 mensen aanwezig waren. Voor een dichter een meer dan respectabel aantal. Vooral zijn bundel ‘Een onmogelijk geluk’ uit 1992 was een enorm groot (verkoop)succes.

Tussen 2001 en 2012 was het erg stil rond Jean Pierre Rawie. In die periode verscheen alleen ‘Verzamelde verzen’ (2004). Na 2012 kwamen er weer met enige regelmaat bundels uit van zijn hand. Te beginnen in 2012 met de bundel ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’. Uit deze bundel het gedicht ‘Levenslang’ over verwachtingen die niet uitkomen.

.

Levenslang

.

De dronken dagen, doorgehaalde nachten

(wij konden niet kapot in onze jeugd),

de herdersuren waar ons geen van heugt,

de gouden tijd die wij oneindig achtten.

.

Toch waren wij ten prooi aan de gedachte

dat wat voor ons was weggelegd niet deugt;

wij hebben ons een leven lang verheugd

op iets wat levenslang op zich liet wachten.

.

Straks zijn wij oud, en met doorgroefd gelaat,

bedroefd en moe, en met de dood voor ogen,

vertrouwd met hoe het in de wereld gaat,

.

maar met behoud, naar buiten onbewogen,

van het vooruitzicht waar ons hart voor slaat,

dat wij daar tot het laatst naar haken mogen.

.

 

Jan Glas

Dichter op verzoek

.

Van Jaap Bakker kreeg ik onder andere de naam van Jan Glas door als dichter op verzoek. Jan Glas (1958) is dichter/beeldend kunstenaar en zanger. Hij dicht in het Nederlands en in het Gronings. Hij is hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Krödde’ dat inmiddels niet meer bestaat maar is overgegaan in de website Oader.nl)  en redacteur van ‘Webloug’. Hij treedt regelmatig op en in juni 2013 stond hij als eerste Groningstalige dichter op het podium van Poetry International.

In 2004 debuteerde Glas met ‘De vangers van zummer’. De bundel werd bekroond met de Literaire Pries van Stichting ’t Grunneger Bouk. Jan Glas was mede samensteller van ‘De 100 mooiste Groningse gedichten’ en ‘Verrassend Nedersaksisch’. Hij vertaalde zeven gedichten van Rilke in het Gronings voor het boek ‘Rilke Sieben’. Glas won diverse literaire prijzen, waaronder de Duitse Freudenthal-prijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur en het Belcampostipendium. Jan Glas heeft een eigen website op https://volglas.wixsite.com

Uit de bundel ‘Als was zij mijn vrouw’ uit 2012 het gedicht

.

De hotelmanager

De hotelmanager heeft mij verlaten.

Ik mis hem zo erg dat het pijn doet.

Ik moet opnieuw leren slapen.

Ik heb grote fantastische herinneringen.

We zwommen elke ochtend baantjes in ‘De Parel’

voor hij naar het hotel ging.

We lieten onze tanden bleken,

er brak een eindeloos mooie zomer aan.

Wij fietsten veel. Hij zwaaide naar voorbijvarende boten.

Het was ideaal.

Mijn zus was blij voor me dat ik eindelijk

iemand had gevonden.

Ik wilde alles van hem weten.

Hij vertelde over zijn jeugd, z’n moeder,

over z’n werk als hotelmanager.

Het hotel had bijvoorbeeld 34 kamers.

Hij had een paar leuke collega’s.

Toen begon ik hem vast te houden

en dat moet je nooit doen,

dat staat in alle boeken.

.

Lees!

Ahmed Aboutaleb

.

In de Volkskrant van zaterdag jongstleden staat een mooi interview met de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb, over zijn fascinatie met poëzie. Rotterdam, als centrum van de poëzie wat mij betreft, had zich geen beter burgemeester kunnen wensen. Bevlogen en geïnspireerd vertelt de eerste burger van Rotterdam over hoe zijn liefde voor poëzie is ontstaan, en ontwikkeld, wat poëzie voor hem betekent onder andere in zijn huidige ambt en wat zijn plannen zijn met poëzie als hij op een dag geen burgemeester meer is (zelf een bundel uitbrengen).

Uitgeverij Douane (uit Rotterdam) heeft hem gevraagd 50 gedichten uit de wereldpoëzie bijeen te brengen die iets bijzonders voor hem betekenen. Dat heeft geresulteerd in de bundel ‘Lees!’ met daarin gedichten van onder andere Jamal Addine Aloumari, Ingrid Jonker, Günther Grass, Joseph Brodsky, Wendy Cope, Jules Deelder, Sappho, Ester Naomi Perquin, Jopi Hart en Ramsey Nasr. Van deze laatste dichter zegt Aboutaleb in het interview: “Nederlandse voordrachtskunst is zelden mooi. Maar ik moet een uitzondering maken voor Ramsey Nasr. Die kan fabelachtig voordragen.” Elders in het interview zegt hij dat hij van de poëzie ne het engagement is, dat hij niet alleen maar voor de schoonheid van de poëzie gaat.

In het gedicht van Ramsey Nasr (die naast dichter ook onder andere acteur is) ‘Een mooie dag om stilte te verscheuren’, uit de bundel ‘Mi have een droom’ uit 2012, komen wat mij betreft schoonheid en engagement te samen.

.

Een mooie dag om stilte te verscheuren

.

Een mooie dag om stilte te verscheuren.
Oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwartwit – en het gebeurt.
Gewoon, omdat het kan. Omdat één man.
.
Het is de wet van Nederland. Bij ons
moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. Elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.
.
Ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.
.
Vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. Hij huilt. Ik kijk.
Waar alles mag, is ieder vogelvrij.

.

Poëzie op een auto

Katie Eberhart

.

Schrijfster en dichter Katie Eberhart en haar echtgenoot Chuck Logsdon woonden enkele jaren in Anchorage Alaska.  Katie werkte in de loop van de jaren als onderzoeker, econoom en data-consultant, maar bleef ook schrijven. In 2010 verdiende ze een MFA van de Rainier Writing Workshop aan de Pacific Lutheran University. Katie’s gedichten en essays zijn verschenen in Cirque Journal’, ‘Sand Journal’, ‘Elohi Gadugi Journal’ en in andere magazines. In 2011 verhuisden Katie en Chuck naar Bend, Oregon, waar Katie blogt over natuur en literatuur.

In Oregon begon Katie me het beschilderen van hun auto’s. Niet meteen met poëzie al had één auto wel het opschrift ‘I brake for poems’ achterop. Tijdens de Oregon Poetry Association Conference in Forest Grove in 2012 kwam ze echter met haar nieuwste aanwinst ‘The poetrycar’. Met een permanent marker schreef ze gedichten op haar auto. Soms wilde ze de gedichten vervangen en dan moest ze met nagellak verwijderaar aan de gang en daarom is ze nu bezig met het zoeken naar magnetische letters.

Katie Eberhart gebruikt zinnen en strofes uit gedichten die ze mooi vindt zoals uit het gedicht van Jack Gilbert ‘A brief for the defence’.

.

A Brief For The Defense

.

Sorrow everywhere. Slaughter everywhere. If babies

are not starving someplace, they are starving

somewhere else. With flies in their nostrils.

But we enjoy our lives because that’s what God wants.

Otherwise the mornings before summer dawn would not

be made so fine. The Bengal tiger would not

be fashioned so miraculously well. The poor women

at the fountain are laughing together between

the suffering they have known and the awfulness

in their future, smiling and laughing while somebody

in the village is very sick. There is laughter

every day in the terrible streets of Calcutta,

and the women laugh in the cages of Bombay.

If we deny our happiness, resist our satisfaction,

we lessen the importance of their deprivation.

We must risk delight. We can do without pleasure,

but not delight. Not enjoyment. We must have

the stubbornness to accept our gladness in the ruthless

furnace of this world. To make injustice the only

measure of our attention is to praise the Devil.

If the locomotive of the Lord runs us down,

we should give thanks that the end had magnitude.

We must admit there will be music despite everything.

We stand at the prow again of a small ship

anchored late at night in the tiny port

looking over to the sleeping island: the waterfront

is three shuttered cafés and one naked light burning.

To hear the faint sound of oars in the silence as a rowboat

comes slowly out and then goes back is truly worth

all the years of sorrow that are to come.

.

Frederique Spigt tekent ervoor

Frans Vogel

.

In 2012 verscheen bij uitgeverij Douane een klein maar fijn bundeltje van de Rotterdamse singer/songwriter Frederique Spigt (1957) en de minstens zo Rotterdams geworden dichter, kunstenaar en collagist Frans Vogel (1935 – 2016) getiteld ‘Frederique Spigt tekent ervoor’ een mini-bloemlezing uit de gedichten van Frans Vogel. De twee waren elkaar na een optreden in de Schouwburg tegen gekomen waarop Spigt aan Vogel haar plan om tekeningen bij gedichten van Vogel te maken onthulde. Spicht, die van 1975 tot 1980 Grafisch Ontwerpen aan de Rotterdamse kunstacademie studeerde maakte vroeger al onconventioneel werk (aldus Willem van Drunen, beeldend kunstenaar) en dat paste uitstekend bij de aard van het werk van Vogel. Uit het uitgegeven werk van Vogel selecteerde zij 11 gedichten en tekende daarbij in Oost-Indische inkt 11 visuals met oog voor de woordelijke inhoud van het gedicht. Op de voorkant een ‘sticker’ in geel met de woorden ‘Must have’. Of zoals Vogel op de achterkant zegt: “met dit boekje hebbie onmiskenbaar een must have in handen”.

.

Beknopte ornti(h)opografie van Het Ouwe Noorden

.

Hier is men aardig

in de buurt:

Vinkenstraat en

(ik noem maar

een zijstraat)

Vinkendwarsstraat.

.

Op loopafstand

voor kievit die kuiert:

Rietvinkstraat.

Goed gezien.

.

Nabij gelegen (‘Rust zacht,

dappere dode Dodo!’)

op Crooswijk:

café Vogel, hoek Crooswijk-

sestraat/Linker Rottekade.

Neit al te ver van café

De Kraaienpoot, hoek Crooswijk-

seweg/Isaäc Huberstraat.

.

terwijl café Vink

weer ligt op de hoek van

Noordplein en het Zwaanshals,

op nr. 274 waarvan

(schuin tegenover Witte Zwaanhof

en Ooievaarstraat)

café De Lijster-

met die brutale beo!

.

En de korte Kipstraat?

Eervorige eeuw al gevlogen.

.

De beer

Chronogram

.

Toen ik een kast aan het opruimen was kwam ik een paar bladzijden uit een tijdschrift tegen. Ik wist eerlijk gezegd niet meer waar en wanneer ik deze bladzijden uit had gescheurd maar na een snelle zoekactie op internet wist ik het weer. Een aantal jaar geleden was ik met mijn gezin in de Verenigde Staten op vakantie, onder andere in de staat New York. Dwars door deze staat (en nog een aantal staten) stroomt de rivier De Hudson. Langs dit stroomgebied wordt een tijdschrift gedistribueerd met de titel Chronogram. Naast een tijdschrift is er ook de website https://www.chronogram.com.

In zowel het tijdschrift als de website wordt poëzie gepubliceerd. Dichter Philip Levine (Poet Laureate van de Verenigde Staten in 2011 en 2012) verzorgt de redactie en iedereen mag gedichten inzenden. Op mijn twee bladzijden met gedichten staan naast wat plaatselijk regionale gedichten toch ook wat aardige voorbeelden van aansprekende poëzie. Bijvoorbeeld het gedicht ‘The bear’ van Andrew F. Popper, dat over een dementerende vader gaat.

.

The bear

.

A few weeks before his death

My father told me of a bear.

He saw it one morning

On the nursing home lawn.

.

It ambled, sniffing air and ground.

It was startled by a car horn.

Crossed the stone wall

And in an instant was gone.

.

An ancient physician from Oslo believes me.

He’s the only one, my father says.

The staff? They nod and whisper, he says.

Such inhumanity in this place called a home.

.

You don’t believe me, he says.

Am I losing his mind?

After all, he is 87, unable to walk.

Deaf without hearings aids.

.

It is possible you saw a bear.

Possible? he asks.

A bear is or is not.

It is not the subject of debate.

.

There are two possibilities, he says.

Either it was there or I am mad.

Then it was there, I say.

Go home, he says.

.

It’s time for my lunch, he says.

My day is meals and sleep.

I’ll stay and eat with you.

Go home, he says. and do’t hit the bear.

.

 

Beroemdheden met dichterlijke aspiraties

Amber Tamblyn

.

Regelmatig komt het voor dat beroemdheden dichterlijke aspiraties hebben. Op 24 december 2012 schreef ik al eens over de ‘dichtkunst’ van Charlie Sheen (o.a. Two and a half men) en Leonard Nimroy (Star Trek) en later op 1 juli 2015 over de poëzie van Britney Spears en Alicia Keys. En pas geleden nog, op 10 december, over de gedichten van Marilyn Monroe. Aan dit toch al aardige aantal wil ik de komende tijd nog wat voorbeelden toevoegen. Om te beginnen met de actrice Amber Tamblyn.

Amber Rose Tamblyn (1983) speelde als actrice in televisieseries zoals General Hospital, House en Inside Amy Schumer en in films als Spring Brakedown en 127 Hours. Toch is ze ook als dichter al redelijk bekend. Ze publiceerde een aantal zelf uitgegeven poëziebundels voordat in 2005 Simon & Schuster Children’s Publishing haar vroege gedichten (geschreven tussen haar 11de en 21ste jaar) publiceerde met de titel ‘Free Stallion’. Over dit debuut schreef Poet Laureate Lawrence Ferlinghetti: “A fine, fruitful gestation of throbbingly nascent sexuality, awakened in young new language.” In 2009 volgde de bundel ‘Bang Dito’ bij Manic D. Press. Vanaf 2011 recenseert Tamblyn poëziebundels voor het feministische BUST Magazine. In 2014 werd door Harper Collins haar derde poëziebundel uitgegeven met de titel ‘Dark Sparkler’ die over het leven en de dood van kindsteractrices gaat. 

Op de website http://www.thrushpoetryjournal.com verscheen van haar het gedicht ‘Laurel Gene’ uit ‘Dark Sparkler’ dat hieronder te lezen is.

.

Laurel Gene

.

Shave off the sheets of my songless childhood success,
expose the rotted age of me now―
My toothless breasts, my hips like a cracked Texas cow skull
hanging crooked on the butcher’s wall.

Remember what I once was.
The laurels of the Gene name.
My boom impact on the Baby Generation.
My pre-pubescent niche pizzazz.

Remember how the phone threw offers
for Little Jenny Sues into my Father’s ear.
He’d suck the bucks out of the cord like a straw into a spectrogram.
I never got a single sip.

I was his dark sparkler. A tarantula on fire.
An innocent with apple juice eyes and a brain
full of famished birds.

I used to play characters. Now I am portrayed.
As a dull domestic darling. A 30 year old 80 year old.
My husband’s office phone rescinds in silence. The only offers
are from the sink’s silverfish to kill them.

When I vacuum I think of Ingmar Bergman
fucking me from behind. I open
like the palms of Julius Cesar to a crowd.
Men used to rearrange their months to fit my seasons.

I suck a finger then the caldron in his tip.
He films my apron sticking to the sweat.
Makes this bad heart a pulse from the sky.
I am a distant explosion of myself again. A star.

Remember being a star.
This is how to die in the arms of a suburban wind,
learning how to be forgotten
over and over again.

.

 

Poëzieweek op zondag

Ester Naomi Perquin

.

In januari wil ik op de zondagen wat extra aandacht geven aan de poëzieweek die elk jaar in januari/februari plaats heeft. Dit jaar van 31 januari tot en met 6 februari. Dit jaar is het thema van de Poëzieweek Vrijheid en dichter Tom Lanoye schreef het Poëzieweekgeschenk dat je gratis krijgt bij aankoop van minimaal € 12.50 aan poëzie in je boekhandel. Naast dit geschenk zijn er heel veel activiteiten, wedstrijden, verkiezingen en nog veel meer, kijk voor alle informatie op https://www.poezieweek.com

In Maassluis is er bijvoorbeeld op 27 januari een poëziemiddag in Theater Koningshof met Ingmar Heytze, workshops, open podium en feedback op je gedicht (kijk voor de voorwaarden op https://www.theaterkoningshof.nl/events/#modal=/agenda/494//Poeziemiddag_2019/?type=show ).

Rond de Poëzieweek brengt de CPNB een aantal poëziekaarten uit met gedichten rond het thema Vrijheid, gratis verkrijgbaar bij boekhandels en bibliotheken. Dit is het gedicht van Ester Naomi Perquin uit haar bundel ‘Celinspecties’ uit 2012.

.

Je kunt ook vinden dat alles aan de ander ligt, want

er is altijd een keuze, iedereen is altijd maker

van keuzes. Iedereen is altijd maker.

.

Je kunt een fiets meenemen als je fiets is gejat,

niet uit wraak maar uit rechtvaardigheid.

.

Je kunt met biechten wachten tot een moord

is begraven: buut vrij, zaak verjaard.

.

Je kunt ook onthouden wie je aardig vond, als je

iemand aardig vond. Er is altijd een keuze,

iedereen is altijd maker van keuzes.

.

Je kunt een jongetje op laten groeien tot het

niet meer op een jongetje lijkt

en zeggen: man.

.

Marilyn Monroe

Fragments: Poems, Intimate Notes, Letters

.

In 2012 kwam het boek ‘Fragments: Poems, Intimate Notes, Letters’ geschreven door actrice Marilyn Monroe en samengesteld door Stanley Buchtal en Bernard Comment uit. De bundel bevat een verzameling gedichten, epigrammen, citaten en filosofische gedachten en stukjes geschreven door Norma Jeane Mortensen (geboortenaam) of Marilyn Monroe zoals de wereld haar zou leren kennen. De meeste van haar gedichten zijn vrij korte, vrije composities maar ze gebruikt ook van tijd tot tijd eindrijm. Ze was een lyrische dichter, meestal beginnend ‘in media rest'(waarbij je midden in een verhaal valt), zonder inleidende informatie. Een aantal van haar gedichten zijn in de vorm van een soort belijdenispoëzie (waarbij ze dingen opbiecht), terwijl anderen eerlijke en scherpe observaties zijn over het leven in het algemeen. Weer andere zijn ontroerend zoals het volgende gedicht waarin ook een zekere ironie is opgenomen:

.

I could have loved you once
And even said it
But you went away;
When you came back it was too late
And love was a forgotten word.
Remember?

.

Of dit volgende gedicht waarin ze veel zwaarmoediger klinkt.

.

O, Time
Be Kind
Help this weary being
To forget what is sad to remember …
Loose my loneliness,
Ease my mind,
While you eat my flesh.

.

Een groot aantal van de epigrammen, gedichten en stukjes tekst uit het boek komen van servetten of menukaarten van hotels en restaurants waar ze verbleef. Een aantal is nog steeds te zien op deze plekken. Hieronder een voorbeeld van de menukaart van het Waldorf Astoria Hotel in New York.

.

Voor wie graag meer van Marilyn Monroe wil lezen en bekijken, op de website http://www.thehypertexts.com/Marilyn%20Monroe%20Poet%20Poetry%20Picture%20Bio.htm staan behalve veel van haar gedichten ook een groot aantal minder bekende maar prachtige foto’s van deze prachtige maar trieste ster.

.

 

 

%d bloggers liken dit: