Site-archief

Logny-les-Aubenton, Aisne

Rob Schouten

.

Voor de vakantiegangers die graag in heel kleine dorpjes komen is Logny-les-Aubenton vlakbij de grens met Wallonië een aanrader; het telt slechts 76 inwoners. Voor dichter Rob Schouten (1954) was het voldoende om er een gedicht over te schrijven. Uit de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

.

Op reis met beurs en kijk: iets bezienswaardigs,

gebrandschilderde ramen of dat ventje

zo kleurrijk in zijn deur, en wolkpartijen

schemer, weemoedig gloren, bloesemingen –

mijn God, de onzin, weggesmeten geld!

.

Ik wil er niets meer over horen, elders,

over het schone niet, de desillusie,

rijke gedachten op de Place de Ville

of afdingen bij een vergeelde drel,

dat alles staat mijn buitengewoon tegen.

.

Laat het gedicht thuis a.u.b.

en mest het vet met je verbeelding,

leg het te drogen in de centrifuge.

.

Logny-les-Aubenton, Aisne

is overigens een dorp van drie keer niks,

ook niet met mij, Rob Schouten, erdoorheen.

.

 

Je naam

Dubbelgedicht

.

Het is alweer even geleden dat ik een dubbelgedicht hier plaatste. Een dubbelgedicht zijn twee gedichten van twee dichters die qua inhoud of titel iets gemeen hebben. Zo ook de twee voorbeelden die ik vandaag aan elkaar wil koppelen. Het betreft hier twee gedichten waar je naam een belangrijke rol in speelt.

Allereerst het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ van dichter Hans Verhagen (1939-2020). In zijn dichtbundel ‘Duizenden Zonsondergangen’ uit 1971 staat het gedicht ‘Je naam ben ik vergeten’ . Daartegenover wil het het gedicht ‘Mus’ zetten dat ik schreef en staat in mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ uit 2012. Aan de ene kant is er de naam die vergeten is en aan de andere kant de naam die nooit meer vergeten zal worden. Een mooi thema voor een dubbelgedicht leek me.

.

Je naam ben ik vergeten

.

Ik heb geen naam,

ik heb geen kleren aan,

ik heb geen lichaam.

.

Ik heb jou,

jij hebt mij,

meer hebben we niet nodig,

En mocht je mij niet treffen,

zo zal het altijd zijn,

Maria Magdalena.

.

Mus

.

Ook als je echt zo heet
vergeet ik nooit je naam

.

hoe je wegdook
na een zachte streling van je wang
de rode blos tot diep
in je hals

.

je voorzichtige lach
die de ochtend deed smelten
tot een zee van tijd

.

de dagen dat ik je zocht
in veel te volle straten
en altijd weerkeerde
tot het plaats delict

.

je naam nog korter
dan mijn liefde was gegeven

.

als je echt zo heet

.

 

Postindustrieel wonen (Oostblok)

Geert Buelens

.

De Vlaamse dichter Geert Buelens (1971) is tevens essayist, columnist en als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. Zijn onderzoek richt zich vooral over de omgang van schrijvers en andere kunstenaars met momenten van crisis.

In 2002 debuteerde Buelens met de bundel ‘Het is’ waarvoor hij in 2003 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs kreeg. In 2005 verscheen ‘Verzeker u’ en in 2014 ‘Thuis’.

In 2020 verscheen zijn dichtbundel ‘Ofwa’. De gedichten van Buelens gaan over de problemen waar de mensheid vandaag de dag mee te kampen heeft, specifiek op sociale media en in de vorm van de klimaatcrisis. Of zoals de uitgever het op de bundel beschrijft: “De samenleving staat onder hoogspanning. De planeet is vergiftigd. De dichter probeert homeopathie door verongelijkt, woedend, al te zeker van zichzelf de tegenstellingen op scherp te zetten. Hoe de achterkleinkinderen van de Verlichting zachtjes indutten.”

Buelens schreef voor ‘De Morgen’ en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift ‘Yang’, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer ‘Bzzlletin’ en ‘Het liegend konijn’. Sinds 2012 is hij lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en sinds 2013 van de Academia Europaea.

Uit zijn bundel ‘Thuis’ komt het gedicht ‘Postindustrieel wonen (Oostblok)’.

.

Postindustrieel wonen (Oostblok)

.

Alles wat van het vijfjarenplan kwam
ligt hier verloren

.

Stilgevallen wat hydraulisch
werd aangedreven
wat mechanisch

.

Het valt niet mee
de overgang te verlichten
het staal te plooien als weleer

.

Zou dat kunnen
beton afgrazen
de koepel opengooien en
de was drogen in het neon?

.

Op de rug van een stier

Hanneke van Eijken

.

Dat je poëzie op vreemde plekken kan aantreffen blijkt wel uit de vele (meer dan 100) voorbeelden die je kan vinden in de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’ op dit blog. En meestal zijn de plekken dan overal behalve in boeken. Daar staan gedichten normaal gesproken al tenslotte. En toch kun je ook gedichten in boeken aantreffen waarvan je het van te voren nooit verwacht zou hebben. Toen ik was aan het rondsurfen was op het net op zoek naar iets volledig anders, kwam ik in ‘FIDE, The XXIX congress in The Hague 2021’ een gedicht van Hanneke van Eijken tegen getiteld ‘Op de rug van een stier’.

Hanneke van Eijken (1981) is dichter en jurist. Ze publiceerde in literaire tijdschriften (o.a. Tirade, Het Liegend Konijn, Deus ex Machina, De Poëziekrant). In 2012 stond Hanneke op een podium van de poëziestichting Ongehoord! in Rotterdam dat ik mocht presenteren. Toen al was ik onder de indruk van haar dichtkunst. In 2014 debuteerde ze met de bundel ‘Papieren veulens’ gevolgd in 2018 door ‘Kozijnen van krijt’.

Maar terug naar het congresboek van FIDE (International Federation of European Law). Hanneke van Eijken is naast dichter namelijk ook universitair docent en onderzoeker bij de leerstoel Europees recht. In 2014 promoveerde ze op haar proefschrift “EU citizenship and the constitutionalisation of the European Union”, waarin ze de rol van het Europees burgerschap in het proces van constitutionalisering van de Europese Unie analyseert. In haar positie als postdoc onderzoeker blijft Hanneke onderzoek doen op het terrein van Europees burgerschap, in het multidisciplinaire onderzoeksproject bEUcitizen. Het is dus niet heel verwonderlijk dat dit gedicht een plekje kreeg bij de inleiding van dit congresboek.

Liliane Waanders schreef over dit gedicht op Hanta: Uit haar woorden maak ik op dat ik het gedicht vrij letterlijk moet nemen. Dat Hanneke van Eijken het erg vindt dat er zo slordig met Europa omgesprongen wordt dat zelfs de voordelen over het hoofd gezien worden. Oordeel zelf.

.

Op de rug van een stier

.

Iemand zei dat Europa niets meer is

dan een grillige vlek op een wereldkaart

zonder te beseffen

dat goden van alle tijden zijn

.

dat Europa vele vormen kent

ze is een eiland in de Indische oceaan

een maan bij Jupiter

zevenentwintig landen die als koorddansers

in evenwicht proberen te blijven

.

er leven godenkinderen die vergeten zijn

wie hun vader is

.

Europa is een vrouw

met een kast vol jurken

ze houdt er niet van een vlek genoemd te worden

.

over de wraak van goden en vrouwen met jurken

kun je beter niet lichtzinnig doen

.

 

 

Zomertijd

Frank van Pamelen

.

Eind 2020 kwam de laatste bundel van light verse dichter Frank van Pamelen (1965) uit. Van Pamelen die ik ken van een aantal fijne gedichten in MUGzine #8 is een bekend light verse dichter. In 2012 verscheen van hem de bundel ‘IKEA en andere verzen’. Hierna verschenen nog enkele jeugdboeken van zijn hand maar in 2020 dus zijn laatste bundel ‘Bravogeroep en enthousiast gefluit’

Toen ik de bundel aan het doorlezen was bleef mijn oog hangen bij het gedicht ‘Zomertijd’. Aan de ene kant omdat dit sonnet, zoals zo vaak bij van Pamelen, heel slim en intelligent in elkaar zit maar in dit geval ook zeker omdat hij in het gedicht verwijst naar het beroemde gedicht van Herman Gorter (1864-1927) de ‘Mei’ uit 1889. Uiteraard geeft van Pamelen hier zijn eigen bijzondere twist aan.

.

Zomertijd

.

Een nieuwe lente en een nieuw geluid

Zo dichtte ooit de dichter Herman Gorter

Een man wiens werk ik zeker niet supporter

Want altijd komt zijn onheilstijding uit

.

Dan zetten wij de klok een stuk vooruit

En maken wij de dag aanzienlijk korter

Want na zo’n drieëntwintig uren wordt er

Alweer een nieuwe datum aangeduid

.

Maar ik slaap elke keer weer nietsvermoedende

De voorgeschreven omzettijd voorbij

Want ik verafschuw onderbroken nachten

.

En dus zit ik haast ieder jaar weer woedend

En foeterend op Herman Gorters ‘Mei’

Een half jaar op de wintertijd te wachten

.

Vlinder vliegt

Miriam Bruijstens

.

Poëzie is er voor alle leeftijden. Voor jong en oud en hoewel de poëzie voor de jeugd vaak echt wel anders is dan de ‘volwassenen poëzie’ wil dat zeker niet zeggen dat poëzie voor de jeugd slechter is. Ik denk dat poëzie voor kinderen schrijven vaak nog ingewikkelder is dan poëzie schrijven voor volwassenen. Nu zijn er bekende dichters die gedichten voor de jeugd schrijven, denk aan Hans en Monique Hagen, Edward van de Vendel en natuurlijk Annie M.G. Schmidt, maar er zijn ook minder bekende dichters voor jeugdigen.

Een van hen is Miriam Bruijstens (1980). Miriam is schrijver van poëzie, kinderboeken en literatuur voor jongeren. Haar eerste kinderboek, Vlinder, verscheen in 2012 bij Uitgeverij Pica. Haar tweede kinderboek, ‘Storm’, verscheen een jaar later bij Clavis. Omdat Miriam graag verschillende dingen uitprobeert, stapte ze over naar het schrijven van poëzie, wat in 2018 leidde tot de dichtbundel ‘Ik huppel naar je lach’. In november 2019 verscheen ‘Het zout uit je ogen’, een dichtbundel voor young adults. In 2021 is er een vernieuwde en herziene uitgave van ‘Vlinder’ verschenen.

Ik heb het kleine maar fijne dichtbundeltje ‘Vlinder vliegt’ uit 2013 van haar hand bevat 10 gedichten en de illustraties zijn van Martine Verstraete. uit dit bundeltje koos ik het gedicht ‘Verstoppen’.

.

Verstoppen

.

ik verstop me

onder tafel

met mijn ogen dicht

mijn handen voor mijn oren

als je tegen me schreeuwt

of als je me niet gelooft

ik ben er niet

ik ben er niet

ik woon nu in mijn hoofd

.

foto: Inez Pleizier

Een lege plek om te blijven

Rutger Kopland

.

In een kringloopwinkel kocht ik in één keer maar liefst drie bundeltjes van Rutger Kopland (1934-2012), vast weggedaan door een liefhebber die zo nodig zijn boekenkast uit zijn huis wilde hebben (foei!). Maar ik ben er blij mee. Het betreft hier de bundels ‘Het orgeltje van Yesterday’ uit 1968, ‘Alles op de fiets’ uit 1969 en ‘Een lege plek om te blijven’ uit 1975.

Deze laatste bundel, of bundeltje (het valt me op dat deze bundeltjes slechts tussen de 27 en 32 gedichten bevatten) is opgebouwd uit gedichten zonder titel maar met een nummer (een romeins cijfer). Het bekendste gedicht uit deze bundel is waarschijnlijk het liefdesgedichtje van vier regels met nummer XIV waarover ik in 2014 al schreef, dat luidt:

.

XIV

.

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,

de lege plekken in het hoge gras, ik heb

altijd gewild dat ik dat was, een lege

plek voor iemand, om te blijven.

.

Een ander minder bekend gedicht is het vers met nummer XXVI. Een gedicht over de tijd en daarmee tijdloos. Ingenieus van inhoud, en rollend zoals je van Kopland mag verwachten.

.

XXVI

.

Tijd is nog steeds voor de mensen

een luxe, hij gaat langs de huizen,

vertelt dan de tijd in ruil voor jenever,

die handel is oud als een steen.

.

Niemand die houdt van de man met

de tijd, maar iedereen houdt hem

te vriend, want men weet dat

ieder uur telt en de teller is hij.

.

Wat gisteren was, wat morgen zal zijn

is al eeuwen bekend en verdeeld,

maar vandaag is geheim als tussen

gordijnen een hand zonder lichaam.

.

Er is niets gebeurd

Ester Naomi Perquin

.

Het is alweer even geleden dat Ester Naomi Perquin (1980) een bundel publiceerde. Har laatste bundel ‘Meervoudig afwezig’ is alweer uit 2017. De poëzie van Perquin is bijzonder, poëtisch, muzikaal en ik mag haar altijd erg graag lezen. Daarom en omdat het alweer even geleden is dat ik iets van haar publiceerde hier een gedicht uit haar bundel ‘Celinspecties’ uit 2012 getiteld ‘Er is niets gebeurd’.

Er is niets gebeurd

.

Er waren allerlei redenen om een kind te krijgen

dus kregen wij een kind. Het was een jongen,

groot voor zijn leeftijd, zwijgzaam.

.

We kochten een huis en kregen twee dochters

omdat één kind, zwijgzaam, zielig is

.

Er waren kapers op de kust.

We namen een hond met scherpe tanden

omdat een huis moet worden bewaakt,

bij voorkeur dag en nacht.

.

We gingen op vakantie met drie kinderen,

de hond en de gedachte aan het huis,

dat in de tussentijd, weerloos,

achterbleef. We stuurden

het kaarten van zee.

.

Nikola

Ruben van Gogh

.

Ruben van Gogh (1967) is dichter, bloemlezer en presentator. Van Gogh is lid van het Utrechts StadsDichtersgilde. Hij debuteerde in 1996 met ‘De Man van Taal’. Daarop volgde in 1999 de bundel ‘De hemel in, de hemel uit’. Vervolgens schreef hij de bundel ‘Zoekmachines’ en in januari 2006 verscheen zijn vierde bundel, ‘Klein Oera Linda’, een bundel met afwijkende typografie die een alternatieve wijze van poëzie lezen vereist. Op Gedichtendag 2013 verscheen ‘Hier begint het leven’. En in 2017 verschijnt de bundel ‘Nikola, een soort van antenne’.

Voor NIKOLA — a Techno Opera in 4D Sound (2012) schreef Ruben van Gogh het libretto in gedichten. In deze opera bevonden het publiek en cast zich in een grid van zestien speakerzuilen. De zang kwam van overal, ruimtelijk gemixt uit de speakers, maar ook voortgebracht door een zich in dezelfde ruimte ronddwalend koor. Iedere bezoeker kreeg zo zijn eigen, eenmalige en unieke opera-ervaring. In de bundel ‘Nikola, een soort van antenne’, die in een beperkte oplage van 70 stuks werd gedrukt, is het de lezer die onderhevig is aan ‘de Nikola’; hij/zij verneemt, ieder voor zich, rondzwevende gedachten, waarbij in het midden blijft van wie die gedachten zijn, of door wie zij worden opgeroepen. Bij iedere lezer opnieuw. Vandaar dat ieder exemplaar van deze bundel een eigen eenmalige en unieke volgorde van gedichten kent.

Uit deze bijzondere bundel een gedicht zonder titel.

.

steeds vaker
constateer ik
dat ik constateer

.

bezie ik
mijn kijken
naar de wereld
als een waarneming

.

die zelden nog
de reële is

.

maar meer

.

en meer het beeld
van een beeltenis

.

teken
van betekenis

.

De zomer

Dubbelgedicht

.

Nu de dagen weer langzaam lengen en de zon zich steeds minder bescheiden laat zien is het tijd om ons op te maken voor de zomer. De zomer heeft in de loop der tijden vele dichters geïnspireerd zoals je hierhier, of hier in verschillende hoedanigheden en van verschillende dichters kunt lezen. Daarom, voor de tweede keer alweer, opnieuw een dubbelgedicht over dit, voor veel mensen, favoriete seizoen.

In dit dubbelgedicht allereerst een gedicht van Gerrit Komrij (1944 – 2012) getiteld ‘De zomer of Het land zonder zonde’ uit ‘Dagkalender van de poëzie’ uit 2001. Als tweede een gedicht van de Vlaamse dichter Roland Jooris (1936) getiteld ‘Zomers’ uit ‘Dichters van nu 9’ uit 1997. Hoewel beide gedichten de zomer bezingen is er bij beide ruimte voor een kritische blik.

.

De zomer of Het land zonder zonde

.

Grijp nu de zonnen uit de blauwe lucht

En dans de krijgsdans van de evenaar.

Jaag al uw spookgedachten op de vlucht.

Sla zélf op hol. Maak ieder sprookje waar.

.

Stampvoet en ril – het hele repertoire.

Doe oeverloos wat wild en ongewoon is:

Verslinger u aan een geweldenaar

Of jank wanhopig om uw verre Adonis.

.

Laat uw verlangen alverterend zijn.

Er is geen grens, geen straf, geen stillen wenk,

Er is alleen verdomd veel zonneschijn.

.

Omhels op aarde ieder creatuur

En alle elementen – maar gedenk

De blauwe winter in uw spel van vuur.

.

Zomers

.

landelijk in de 20ste eeuw

voel ik het zweet als een luxe

in mijn hemdje dringen

in deze blijkbaar vredige

zomer;

.

veel volk aan zee, veel

bloemen en vruchten,

het binnenland verwerkt tijdig

de regen

en elk bericht in de krant

spreekt vredig de vrede

tegen.

.

 

%d bloggers liken dit: