Site-archief

Vacantie

Willem Barnard

.

In zijn bundel ‘na veertig’ uit 1973 (vandaar de c in vacantie) schrijft dichter Willem Barnard (1920-2010) een vakantiegedicht met de bijpassende titel.

.

Vacantie

.

Met de grote schuldgevoelens

op de hielen van mijn geest

en een bril van sleutelbloemen

wiebelende op mijn neus

.

loop ik in het bos te zoeken

berg op en berg af

naar de ogen van de onschuld,

vogels uit een open graf;

.

met de woorden in de longen

achter adem om

loop ik in de zomergangen

denkend boom na boom,

.

denkend met een kier van blijdschap

tussen schors en stam

waar genadesap door sijpelt

wat mij overkwam.

.

Verona

Luuk Gruwez

.

Lezend in dichtbundels kom ik altijd veel moois tegen. Zo ook in de bundel ‘Garderobe’ een keuze uit al zijn gedichten van Luuk Gruwez (1953) uit 2010. Het gedicht ‘Verona di notte’ klinkt al meteen als vakantie. Het gedicht komt uit de bundel ‘Dikke mensen’ uit 1990.

.

Verona di notte

.

Dit is het uur dat mandolines zwijgen.

Rumoer verstomt in de tavernes.

Lantaarns lijken toegewijd te nijgen

-de laatste obers van de nacht.

.

De maan, dit uur, wordt weer vermaard

als een gewiekste die die harten rooft.

Geliefden oefenen de schone schijn

zó, hand in hand, niet meer alleen te zijn.

.

Augustusnacht met lauwe bries

van lijflucht, oregano en olijven.

En dauw die aarzelt in platanen.

.

Maar niet de vroegte maakt hun zoenen koel:

Giovanni heeft Elvira tegen vijven

gewoon al minder lief dan om half drie.

.

Vervulling

Guillaume van der Graft

.

Dichter, schrijver en theoloog Willem Barnard (1920-2010) was als dichter vooral bekend onder het pseudoniem Guillaume van der Graft. Deze Rotterdammer debuteerde in 1946 met de bundel ‘In Exilio’ waarna nog verschillende bundels volgden. Na ‘Gedichten’ (1961) publiceerde hij voornamelijk essays, preken, liederen en studies. De bundel die ik in bezit heb is een mysterie, nergens kan ik vinden uit welk jaar deze bundel is. De bundel is getiteld ‘Gedichten’ en is uitgegeven door Uitgeversmaatschappij Holland – Haarlem en zelfs op ISBN nummer kan ik geen duidelijkheid krijgen over het jaar van uitgave.

Waarschijnlijk is de bundel uit begin jaren ’80 (gezien de uitvoering en grafische vormgeving). De eerste druk is van 1961 (ik heb een tweede druk) en daar wordt naar bundels en boeken verwezen uit 1969, mijn exemplaar moet dus van daarna zijn. Opvallend in het werk van Guillaume van der Graft is dat er in verschillende jaren ‘Verzamelde gedichten’ zijn uitgegeven.

In de bundel ‘Gedichten’ staan zo’n 150 gedichten, een keuze (volgens de tekst op de achterflap) uit zijn ‘vrije’ poëzie. Hiermee wordt denk ik bedoeld dat de gedichten niet vanuit een religieus oogpunt of thematiek zijn geschreven. Het liefdesgedicht dat ik uit deze bundel wil delen is dat in ieder geval niet.

.

Vervulling

.

Zij is vervuld van mij;

haar lichaam is gelukkig

en haar geluk belichaamd.

.

Ik leger mij opzij.

Het mijne is te nukkig.

Een geluk dat zich schaamt

.

om bloed en vlees te worden

verdicht zich wel in woorden

en die houden mij vrij:

.

wanneer ik niet genoeg van

haar houden kan, zij houdt

alles van mij geborgen.

.

Morgen is het weer vroeg, dan

ontbijten wij getrouwd.

Ontoegankelijk morgen.

.

 

Stiftgedichten

Dimitri Antonissen

.

Via een berichtje op Instagram over ‘Drie tips van poëziecurator Michaël Vandebril, werd ik getriggerd om eens te kijken welke (nieuwe) dichters hij tipte. Een van de namen die ik niet kende was die van Dimitri Antonissen (1974) een Belgisch journalist en redacteur. Wat echter interessanter is, is het gegeven dat hij naast zijn werk ook stiftdichter is. Gewapend met een krant en een stift schrapt hij alle woorden tot de poëzie komt blootliggen. Overdag maakt hij -als deel van de hoofdredactie van ‘Het Laatste Nieuws’- de krant. ’s Avonds wist hij met een zwarte stift alle woorden opnieuw uit tot je letterlijk tussen de lijnen kan lezen. Het resultaat zijn verrassende, prikkelende en soms ontroerende gedichten.

In 2010 verscheen zijn debuut ‘Schrap me’ een eerste collectie stiftgedichten en nu in 2022 verschijnt opnieuw een bundel stiftgedichten bij PoëzieCentrum met als titel ‘Stiftgedichten’. In dit nieuwe boek is zijn werk van de voorbije jaren verzameld. Dimitri Antonissen hoopt vooral dat je zelf voortaan alles schrapt. In een handige appendix legt hij uit hoe je aan de slag gaat en je eigen stiftgedicht maakt.

Waarschijnlijk weet je als regelmatige lezer van dit blog dat ik een zwak heb voor stiftgedichten getuige voorbeelden als dezedeze, deze, of deze dus elk nieuw initiatief op dit gebied draag ik een warm hart toe, Hieronder een voorbeeld uit de bundel van Dimitri Antonissen.

.

De geleerden

W.B. Yeats

.

In een tijd waarin de wetenschap en wetenschappers onder druk van allerlei mensen die denken dat wetenschap ‘ook maar een mening is’ (zalig zijn de armen van geest) is een gedicht over geleerden natuurlijk mooi om te delen. Totdat ik het gedicht las, ik heb het hier over het gedicht ‘The Scholars’ of zoals het in de vertaling van Ivo van Strijtem heet ‘De Geleerden’ van William Butler Yeats (1865 – 1939) uit de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010, en me realiseerde dat het hier niet gaat over alwetende (of moet ik hier spreken van altijd twijfelende) geleerden maar over de kloof die er altijd is tussen generaties geleerden.

Aan de ene kant de oude, eerbiedwaardige geleerden en aan de andere kant de jonge honden die de kennis en waarden van deze oude geleerden (mannen in dit gedicht) tarten en uitdagen. Met aan het einde van het gedicht de verwijzing naar de Latijnse lyricus Gaius Valerius Catullus (ca. 84 – tussen 54 en 47 v.Chr.) die in zijn tijd tot de meest moderne onder de antieke dichters werd gezien, waarmee Yeats zijn duidelijke mening geeft over literaire critici. Een korte analyse van dit gedicht staat hier

Ik plaats het gedicht hier in het Engels en in de vertaling voor wie het Engels niet (voldoende) machtig is.

.

The Scholars

.

Bald heads forgetful of their sins,

Old, learned, respectable bald heads

Edit and annotate the lines

That young men, tossing on their beds,

Rhymed out in love’s despair

To flatter beauty’s ingnorant ear.

.

All shuffle there: all caught in ink;

All wear the carpet with their shoes;

All think what other people think;

All know the man their neighbour knows.

Lord, what would they say

Did their Catullus walk that way?

.

De Geleerden

.

Kaalkoppen, eerbiedwaardig, oud,

Geleerd, zich van geen kwaad bewust

Kijken ieder woord na van wat

Jonge mannen in een bed van onrust

Rijmden, liefdeswanhoop zat,

Waar schoonheid geen oren naar had.

.

Zij schuifelen, kuchen in inkt,

Verslijten sloffend het tapijt;

Zij vinden wat een ander vindt,

Kennen de mensen die hun buurman kent.

God, verbeeld je maar hun ego,

Liep hun Catullus dan ook zo?

.

Spel

Harry Mulisch

.

In de Volkskrant las ik afgelopen week, in de column van Sylvia Witteman, een aantal regels uit het gedicht ‘Dat komt gewoon doordat zijn vader eens’ van Harry Mulisch (1927-2010). Het gedicht kwam me bekend voor en het bleek dat ik er al eens over had geschreven in 2015. Maar zoals dat vaak gaat, als ik eenmaal bij een dichter ben uitgekomen ga ik verder op zoek en toen kwam ik het gedicht ‘Spel’ tegen van Mulisch. Het is, misschien niet in dezelfde mate als ‘Dat komt gewoon doordat zijn vader eens’, een bijzonder Mulisch gedicht en dus alle reden om het hier te delen. Het gedicht komt uit ‘De gedichten 1974-1983’ uit 1987.

.

Spel

.

’t is takkenweer.
het kind bemint
zijn vader zeer.

.
het spel begint.
ik was de vader,
zegt het kind.

.
de vader staat
verbeten op.
de vader slaat

.
door haat verblind
de deur in ’t slot.
’t is bitter koud.

.
de vader zint:
ik zoek een vrouw,
ik maak een kind.

.

Ik had als kind een huis en haard

Willem Wilmink en Jean Pierre Rawie

.

Ter gelegenheid van Willem Wilminks (1936 – 2003) zestigste verjaardag in 1996 maakte dichter Jean Pierre Rawie een sprekende en eigenzinnige keuze uit het omvangrijke oeuvre van dichter Wilmink. Na zijn dood in 2003 voegde hij nog enkele gedichten toe uit zijn latere werk. Die bundeling van gedichten verscheen in de jaren daarna in vele drukken bij uitgeverij Prometheus met als titel ‘Ik had als kind een huis en haard’ .

Ik bezit een versie uit 2010, een negende druk, wat iets zegt over de populariteit van Willem Wilmink als dichter en liedjesschrijver. Wilmink zelf maakte geen onderscheid tussen zijn liedjes en gedichten en stond daarmee in een grote, zij het bij ons ongewone, traditie, die teruggaat tot de middeleeuwen. Wilmink zelf beschouwde de verzameling van Rawie als de mooiste bloemlezing die iemand ooit uit zijn werk had gemaakt.

Uit de bundel koos ik het gedicht dat me om de een of andere reden erg aansprak getiteld ‘ Oude mensen’ .

.

Oude mensen

 

Ze hebben honderd rimpels

en ze hebben grijze haren

en ouderwetse dingen

die ze altijd maar bewaren.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze hebben snoepjes bij zich

om aan kinderen te geven,

daar moeten ze naar zoeken,

dus dan wacht je nog maar even.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze slapen nog maar kort, hoor,

dus ze worden heel vroeg wakker.

Ze gaan een praatje maken

met de slager en de bakker.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze willen graag vertellen

over heel erg lang geleden,

toen ’t zo koud was in de winter,

toen er nergens auto’s reden.

Oude mensen, oude mensen.

 

Kinderen, weet je wat zo gek is

aan dit grappige verhaal?

Over dertigduizend nachtjes,

dan zijn jullie allemaal

oude mensen, oude mensen.

.

Leda en de zwaan

William Butler Yeats

.

Iedereen kent, of heeft weleens gehoord van ‘Leda en de zwaan’ een verhaal uit de Griekse Mythologie. Terwijl ik dit typ realiseer ik me dat waarschijnlijk maar weinig mensen dit verhaal kennen. Leda is de echtgenote van de Spartaanse koning Tyndaeros. De Griekse oppergod Zeus was verliefd op haar, maar kon haar niet overtuigen met hem geslachtsgemeenschap te hebben, hiertoe veranderde hij zichzelf in een zwaan en overweldigde Leda. Beschaamd om wat er gebeurd was, had Leda gemeenschap met haar man die avond en na negen maanden kreeg zij kinderen, die zo gaat het verhaal, uit een ei kwamen. Pollux en Helena waren deze kinderen van Zeus.

In 1933 publiceerde William Butler Yeats (1865 – 1939) in de bundel ‘The Poems of W.B. Yeats’ het gedicht over dit verhaal van Leda getiteld ‘Leda and the Swan’. In de bundel ‘de mooiste van William Butler Yeats’ samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, staat een vertaling van dit gedicht door Paul Claes getiteld ‘Leda en de zwaan’.  Deze vertaling werd op haar beurt genomen uit de bundel ‘De liefste. Onsterfelijke liefdesverzen’ uit 1990.

.

Leda and the Swan

.

A sudden blow: the great wings beating still
Above the staggering girl, her thighs caressed
By the dark webs, her nape caught in his bill,
He holds her helpless breast upon his breast.
.
How can those terrified vague fingers push
The feathered glory from her loosening thighs?
And how can body, laid in that white rush,
But feel the strange heart beating where it lies?
.
A shudder in the loins engenders there
The broken wall, the burning roof and tower
And Agamemnon dead.
                                  Being so caught up,
So mastered by the brute blood of the air,
Did she put on his knowledge with his power
Before the indifferent beak could let her drop?
.
.
Leda en de zwaan
.
Opeens een slag: nog klappen wieken boven
Het wankelend meisje, dijen worden zwart
Gestreeld door vliezen, bek om nek geschoven,
Hij houdt haar weerloos hart tegen zijn hart.
.
Hoe kunnen die verschrikte vingers vaag
De veren pracht slaan van haar dij die zwicht?
En hoe zou vlees onder dit wit gevlaag
De vreemde hartslag voelen waar het ligt?
.
Een lendensiddering wekt daar als vrucht
De wal in puin, toren en tin vol rook
En Agamemnon dood.
                                     Zo opgepakt,
Zo overmand door ’t brute bloed der lucht,
Verkreeg zij met zijn kracht zijn kennis ook,
Eer zij de achteloze bek ontzakt.
.
                                                                                                                                    Schilderij: Valdemar Alekson

Bede

Martijn Teerlinck

.

Dichters kom ik op de meest voor de hand liggende plaatsen tegen maar ook regelmatig op minder voor de hand liggende plekken. Zoals in de rubriek ‘Heel prettig weekeinde’ in het Volkskrant Magazine van 5 maart. In die rubriek vertelt muzikant Blaudzun over zijn favoriete wijn, film, App, muzikant, albumhoes, fiets én dichtbundel. Die laatste is de bundel ‘Ademgebed’ van de op 26 jarige leeftijd overleden dichter Martijn Teerlinck (1987-2013). Teerlinck overleed aan het syndroom van Marfan, een chronische ziekte aan het bindweefsel.

Teerlinck won in 2010 het Nederlands kampioenschap Poetry Slam met zijn bezwerende en ritmische poëzie. In 2014 verscheen bij uitgeverij Lebowski postuum de bundel ‘Ademgebed’ met een voorwoord van Erik Jan Harmens. Chrétien Breukers noemt Teerlinck in zijn recensie van ‘Ademgebed’ op De Nieuwe Contrabas ‘de nieuwe Jotie ‘T Hooft van begin deze eeuw’. Hoe het ook zij, er is met het overlijden van Martijn Teerlinck een talentvol dichter heen gegaan die (volgens Blaudzun) ‘vanuit pijn en eenzaamheid een enorme menselijke veerkracht toont’.

Ui de bundel ‘Ademgebed’ is dit het gedicht ‘bede’.

.

bede

.
ook ik
ben een hond van
de sterren

.
ik bid richting
de grond
richting mijn mond,
mijn aardemond

.
ik bid mijn naam in,
mijn naam
die elke morgen
weer
omhoog komt
en mij wekt, wast

.
ik word gewassen
met bestrafte golven

.
bloemgebit, plantentong
zuurstofwoord, mijn zuurstofmoord

.

grootgeregend
pluk ik jou
mijn bek uit

.

Kattepoten

Rudy Kousbroek

.

Ik woon in een huis waar sinds eind van de zomer van vorig jaar twee poezen zijn ingetrokken. Nou ja, we hebben ze een woning geboden. Twee van die schattige bolletjes wil je wel in huis hebben. Afgelopen week waren ze (twee zusjes) elkaar aan het liefkozen zoals waarschijnlijk alleen poezen dat kunnen. Op een manier waarop ooit onze kat zijn twee poten om de nek van mijn dochter legde, zo lagen ze gearmd in elkaar. Ik moest meteen denken aan een gedicht dat ik ooit las in de hele fijne bundel ‘Het grote dieren gedichten boek’ uit 2007 samengesteld door Guus Luijters. In ruim 400 bladzijden komen gedichten van zo ongeveer elk denkbaar dier voorbij. Uiteraard met een groot aandeel van poezen (en honden) gedichten.

Na even zoeken bleek het om het gedicht ‘Kattepoten’ (ja zo schreef je dat toen nog) van Rudy Kousbroek (1929 – 2010) te gaan uit de bundel ‘Varkensliedjes’ uit 1996. Hier de foto die ik van het dartele duo maakte en het gedicht.

.

Kattepoten

.

Tel de kattepoten een voor een,

Tel ze alle en vergeet er geen,

Tel ze alle!

Tel ze een voor een,

en ge ziet Gods goedheid en genade alleen.

.

 

%d bloggers liken dit: