Site-archief

Gefrustreerd meisje

J. Bernlef

.

In 1994 kreeg dichter, schrijver en vertaler J. Bernlef (pseudoniem van Hendrik Jan Marsman, 1937 – 2012) de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre. Hoewel Bernlef in den beginnen zich vooral bezig hield met neo-Dadaïstische poëzie, ready mades en collageachtig werk (zijn tijd bij Barbarber) onderzoekt hij in zijn latere poëzie problemen van perceptie en expressie waarin vaak verwezen wordt naar het werk van Jazz muzikanten. Hij wordt hierom ook wel de dichter van het vluchtige genoemd. De dichter die zich van de ene indruk naar de volgende begeeft, observerend en onderzoekend. Soms met lichte ironie, maar nooit met grote woorden en altijd met aandacht beschrijft hij wat zijn zintuigen hem laten zien, horen, voelen, ruiken of proeven zoals een rivier, een foto, of de ademtocht van Chet Baker.

In 2012 verschijnt van hem de verzamelbundel ‘Voorgoed, gedichten 1960 – 2010’. Een bundel met zijn keuze aan gedichten die hij bewaren wilde. Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Gefrustreerd meisje’.

.

Gefrustreerd meisje

.

ook haar jurk zit zo

van een twijfelende stof

halverwege de mode

.,

zij kijkt langs je heen

met een gezicht alsof

er in de lucht iets

heel ongelukkigs hangt

.

maar er hangt niets

de lucht is blauw en

onder haar jurk schuilt

een poppenhuis

.

ze drinkt koffie (altijd koffie)

wachtend op de man met

de porseleinen hamer en

het gefiguurzaagde hart

.

in de verte, onbereikbaar

(maar hoe dichtbij)

groeit in een vraagteken

uitbundig haar schaamhaar

.

Advertenties

Elektron, Muon, Tau

Maria van Daalen

.

In 1989 debuteerde dichter Maria van Daalen met de bundel ‘Raveslag’ bij uitgeverij Querido. Deze bundel viel toen op door zijn mystieke toon en werd het jaar daarop genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs. In de jaren hierna volgden nog 8 dichtbundels waaronder een Engelstalige bundel.

Van Daalen was drie jaar lang (1992 t/m 1994) redacteur van De Revisor en was later lid van de redactieraad van Dietsche Warande & Belfort. Zij publiceerde regelmatig verhalen en gedichten in DWB, Awater, De Revisor, Lust & Gratie, Parmentier, Tzum en andere literaire tijdschriften.Haar Amerikaans-Engelse werk verscheen in buitenlandse tijdschriften (The Southern Review/LSU, AGNI/Boston University, etc.). Van haar werk bestaan vertalingen in het Italiaans, Engels, Frans, Duits, Fries, Fins, Bosnisch, Bahasa Indonesia, Farsi. Bekendheid kreeg zij ook als organisator, bij ‘Winterschrift’ (Groningen) en bij ‘De Langste Dag’ (2010).

Uit haar erotische bundel ‘Elektron, Muon, Tau’ uit 2003 hier het sonnet  ‘Margo Timmins’.

.

Margo Timmins

.

de zangeres van Cowboy Junkies

tijdens een concert in Paradiso op 15 november 2001

.

de hand die ze om de microfoonstandaard vouwt

de andere hand bij de eerste tonen

losjes zoals ze in haar stem gaan wonen

zichzelf zuiver aan haar lichaam toevertrouwt

.

de stilte opzoekt wacht in een klank beschouwt

de diepte van het interval met lome

gebaren door het dal het licht intomen

legt ze mij uit dat en hoe ik van hem houd

.

die elk woord geluidloos meezingt en geniet.

Tranen glanzen in zijn vermoeide ogen.

Hij wiegt zich zoals zij zelf op haar muziek.

.

Kunst is niet om te troosten, dat is tragiek.

Bloeiende woorden zegt ze, volgezogen

groeit vanuit de wortel van de pijn het lied.

.

 

De taal is het voertuig van de geest

Driek van Wissen

.

In het eind van de jaren ’80, begin jaren ’90 van de vorige eeuw was voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943 – 2010) regelmatig te zien en te horen bij het radio- en televisieprogramma Binnenlandse zaken van de TROS. In de rubriek ‘Kritiek van Driek’ liet hij op onnavolgbare en creatief-humoristische wijze zien hoe bijzonder de Nederlandse taal is met de openingszin: De taal is het voertuig van de geest, maar ons Nederlands is wel een krakende wagen geworden. Waarna hij een onderdeel van de taal behandelde (bijvoorbeeld de trappen van vergelijking, de verbindings-s, maar ook werkwoorden als zoeken, vinden, plaatsen en zetten) en liet zien hoe ongelofelijk inconsequent onze taal eigenlijk is.

Ik herinner mij dat ik altijd uitkeek naar dit item, Driek met zijn semi voorname voorkomen (ik denk dat het de strik was), met zijn specifieke manier van praten en dictie deed mij altijd (glim) lachen om onze taal. Later toen hij dichter des vaderlands wilde worden heeft hij slim gebruik gemaakt van zijn populariteit uit die tijd. In januari 2005 werd hij tijdens ‘De avond van het gedicht’ gekozen tot Dichter des Vaderlands, als opvolger van Gerrit Komrij en de Dichter des Vaderlands ad interim Simon Vinkenoog. Zijn uitverkiezing werd voorafgegaan door een intensieve campagne, geleid door Jean Pierre Rawie, een goede vriend van van Wissen. Tijdens de campagne deelde Van Wissen balpennen uit met een gedicht erop.

In het dagelijks leven was Van Wissen van 1968 tot 2005 als docent Nederlands in Hoogezand. Hij beëindigde zijn loopbaan in het onderwijs toen hij Dichter des Vaderlands werd. Voor zijn gehele oeuvre op het gebied van het light verse kreeg de dichter in 1987 de Kees Stip Prijs van het tijdschrift De Tweede Ronde. Van Wissen publiceerde ook onder het pseudoniem Albert Zondervan, dat hij deelde met Jean Pierre Rawie. Van Wissen schreef meestal in sonnet- en snelsonnetvorm. Daarnaast bediende hij zich ook wel van dichtvormen als rondeel, limerick en ollekebolleke.

Uit zijn bundel ‘De badman heeft gelijk’ uit 1982 het gedicht ‘Anti-Fries.

.

Anti-Fries
.

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach ontplooit.

In onverstaanbare gesprekken
Worden dan praatjes rondgestrooid,
Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit,
De hoop der dwaze halzen nekken.
Nee, de elfstedentocht komt nooit!

.

Krijtweelde

Jan Baeke

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Brommerdagen’ van Jan Baeke gepakt. Een bundel waarin “heden en verleden verstrikt raken en onze eigen angsten, illusies en fantasieën doorklinken” zoals op de achterflap staat te lezen. Jan Baeke (1956) is dichter en vertaler en hij debuteerde in 1997 met de bundel ‘Nooit zonder de paarden’.In 2008 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2016 kreeg hij de Jan Campertprijs voor zijn bundel ‘De seizoensroddel’. De poëzie van Jan Baeke neemt in Nederland een eigen plek in. Het is poëzie die in gewone taal en met directe beelden een mysterie weet op te roepen. Uit de bundel ‘Brommerdagen’ uit 2010 het gedicht ‘Krijtweelde’.

.

Krijtweelde

.

Een

twee

drie

vier

vijf

zes

even

zacht

negers

zien

beffen

dwalen

kerven

veertjes

stijf zien

sex zien

wat niet weg

vreet

.

is

.

gezien

.

Driek van Wissen

Voormalig dichter des vaderlands

.

In mijn boekenkast staat ‘De dikke Driek’. In 2000 toen ik het boek van Driek van Wissen (1943 – 2010) kocht heeft hij er nog iets ingeschreven voor mijn dochter. Dit was nog voor hij dichter des vaderlands werd. Driek was een meester in het spelen met taal en in light verse. Hier een mooi voorbeeld waaruit ook blijkt dat light verse niet alleen maar over luchtige onderwerpen gaat.  Uit de bundel ‘Een loopje met de tijd’, uit 1993 het gedicht ‘Het arme beest’. 

.

Het arme beest

.

In Serajevo stierf de laatste beer.
Zijn dierentuin was al een tijd gesloten,
Omdat zelfs daar voortdurend werd geschoten
En daarom kreeg hij ook geen eten meer.

Immers de Joegoslaven van weleer,
Door wie in strijd met oude landgenoten
Het eigen bloed geestdriftig wordt vergoten,
Schoten ook alle dierverzorgers neer.

Het is helaas een trieste anekdote
Die ik vandaag voor u op rijm citeer,
Maar zo’n bericht bewijst ook deze keer
Dat mensen zich gedragen als malloten:

Het grootste beest ter wereld heeft twee poten
En in zijn klauwen draagt het een geweer.

.

Foto: schilderij Frisia museum

 

Het eerste lied van de dame

William Butler Yeats

.

Blijkbaar maakt het lezen van Engelstalige poëzie van de ene dichter, in mij los dat ik ook poëzie van andere Engelstalige dichters ga lezen. Na de bundel van Seamus Heaney kwam ik ‘Het mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010 tegen. In deze bundel een aantal van zijn mooiste gedichten in het Engels en in vertaling.

Zo ook het gedicht ‘The Lady’s First Song’ of vertaald naar het Nederlands door Geert van Istendael en Koen Stassijns ‘het eerste lied van de dame’. Ik heb beide hier opgenomen.

.

Het eerste lied van een dame

.

Ik draai rond,

Dom beest in een circustent

Wat ik ben, waar ik ga

Blijft onbekend.

Mijn taal geslagen

Tot één naam;

Ik ben verliefd

En dat is mijn blaam.

Mijn ziel aanbidt

Mijn zielen wondt,

Niet beter dan een beest

Laag bij de grond.

.

The lady’s first song

.

I turn round

Like a dumb beast in a show.

Neither know what I am

Nor where I go,

My language beaten

Into one name;

I am in love

And that is my shame.

What hurts the soul

My soul adores,

No better than a beast

Upon all fours.

.

Dichter van de maand mei

Alja Spaan

.

Ik ken Alja Spaan al jaren, sinds ik ooit haar weblog ging lezen, daar met enige regelmaat reacties op achterliet, zij mij haar vriendelijke lezer noemde en we uiteindelijk in 2010 samen een dichtbundel publiceerden ‘Je hebt me gemaakt met je kus’. Daarna bleven we elkaar volgen en zien bij optredens, bij Reuring in Alkmaar, bij Ongehoord! in Rotterdam en Maassluis. Tegenwoordig schrijft ze nog altijd dagelijks een gedicht op haar website http://aljaspaan.nl

Binnenkort, op 26 mei, mag ik weer bij haar komen voordragen op haar onvolprezen podium Reuring, in de Alkemazaal van Koekenbier aan de Kennemerstraatweg16, aanvang 16.00 uur. Maar tot zover de dienstmededelingen.

Alja is dus in mei dichter van de maand. Zolang ik haar ken weet ze me al te raken en plezieren, te verwonderen en te inspireren met haar taal. Ze schrijft op haar heel eigen wijze, in gedichten van steeds twee zinnen die achter elkaar door het best gelezen worden want de zinnen lopen door, daar waar je het meestal niet verwacht en toch weer wel.

Ze schrijft met compassie, haar onderwerpen zijn van dichtbij haar, haar moeder, haar kinderen, kleinkind, haar omgeving. En in 2011 publiceerde ze de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ brieven en gedichten over W. Deze W. was haar vriend en al de gedichten die over hem gaan heeft ze samen gebracht in deze mooie bundel.

Als eerste gedicht van de nieuwe dichter van de maand heb ik gekozen voor het slotgedicht in deze bundel ‘epiloog, a performance’.

.

epiloog

.

a performance

.

Als het daar zou staan, ik zou willen dat het

Weg ging

.

Als het daar zou liggen, ik zou het wegduwen

Of gewoon hoog

.

Daarover heen stappen, de lucht van

Zilveren druppels

.

De grond zwaar van dat zilver en dat nat en

Dan, ik zou

.

Niet omkijken, grote stappen zou ik maken

En het zou niets

.

Uitmaken, wel? het zou niets schelen, het zou

Eindeloos

.

Duren voordat het bladerdek droog geworden

Wegwaaien zou

.

En als goud weer voor je voeten zou dwarrelen

En eindeloos

.

Voordat ik het lezen kon, als het daar zou staan

Liggend in de

.

Stap van mij hoge benen, dat je van me hield

Dat je van me hield

.

Abracadabra

Delphine Lecompte

.

Delphine Lecompte (1978) debuteerde in 2004 in het Engels met de roman Kittens in the Boiler, daarna schakelde ze over naar gedichten in haar moedertaal. Voor haar debuutbundel ‘De dieren in mij’ kreeg ze de C. Buddingh’-prijs 2010 en de Prijs Letterkunde 2011 van de Provincie West-Vlaanderen. Hierna volgde nog bundels als ‘Verzonnen prooi’ (2010), ‘Blinde gedichten’ (2012), ‘Schachten en amuletten’ (2013) en ‘De baldadige walvis’ (2014), ‘Dichter, bokser, koningsdochter’ (2015 waar ze mee genomineerd werd voor de VSB Poëzieprijs) en ‘Western’ uit 2017.

Delpine Lecompte verhult niets in haar poëzie, bedient zich van een poëtica zonder franjes en jongleert met taal, aldus een recensent. Oordeel zelf. Uit de bundel ‘Western’ uit 2017.

.

Abracadabra in zijn slaap

.

Een man verleidt mij met een woordspeling
Hij is een pas ontslagen kraanmachinist
We nemen de bus naar de badstad waar ik leerde vechten
Vechten, tellen, stelen, lezen, schrijven, goochelen, turnen
De andere buspassagiers zijn jong en keurig.

Ik haat keurigheid in jonge mensen
Ik haat keurigheid in oude mensen
Ik haat keurigheid
Mijn vader is keurig
Ik haat mijn vader niet, hij staat op het punt om maagkanker te krijgen.

De pas ontslagen kraanmachinist zegt: ‘Ik draag mijn moeder op handen.
Toen ze zeven was heeft ze een duiker gered.’
‘Gered waarvan?’ Vraag ik oprecht nieuwsgierig
‘Van zichzelf natuurlijk!’
We stappen uit de bus, de zee oogt oud en wellustig.

Ik hou van wellust in oude mensen
Ik hou van wellust in jonge mensen
Ik hou van wellust
Mijn moeder is wellustig
Vroeger dacht ik dat ik mijn moeder niet graag zag, nu weet ik dat ik haar aanbid.

We delen een wafel, we strelen een opblaasboot
De boot is lek, de wafel is teleurstellend
In een bunker bedrijven we de liefde
De pas ontslagen kraanmachinist klinkt als een gewonde reiger
Wanneer hij klaarkomt, het is een afknapper.

Na de seks valt hij in slaap
Hij zegt verscheidene keren ‘abracadabra’ in zijn slaap
Dat vind ik grappig.

.

Zweef

F. Starik

.

Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.

Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.

Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.

Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.

.

Zweef

.

Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.

Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.

Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.

Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt

vliegen doe ik allang niet meer.

.

O, die wijze koeien

Recensie

.

In 2017 verscheen bij uitgeverij U.M. Zuider-Amstel de bundel ‘O, die wijze koeien’ van Chris de Valk. Na ‘Dichter op de huid’ (2010) en ‘Lichtscherven’ (2012) is dit de derde dichtbundel van deze pastor/dichter uit Peize.

Wat meteen opvalt is de zorgvuldige manier waarop deze bundel is uitgegeven. Een goede indeling ( Franse titelpagina, titelpagina, inhoudsopgave) wat misschien niet het belangrijkste is voor een bundel maar waaraan je wel kan afzien dat er aandacht is besteed aan alle aspecten van de bundel.

Dan de gedichten. Wat meteen opvalt wanneer je de poëzie van de Valk leest is de vormvastheid en rijm die in vrijwel alle gedichten voorkomt. Vaste versvormen en rijm zijn niet hip. Kijk naar de dichtbundels die de afgelopen jaren de poëzieprijzen winnen, kijk naar de dichters die het goed doen in verkopen en voordrachten en je ziet louter vrije vormen en vrijwel altijd zonder rijm. Maar dat betekent niet dat rijmende gedichten in vaste versvormen niet ook zeer genietbaar kunnen zijn.

De gedichten van de Valk gaan over gewone en alledaagse dingen als de kleuterschool, de koeien, een poes, een vaas, maar altijd weet de dichter in zijn gedichten iets ‘groters’ mee te geven. In een aantal gedichten is dat God of een hogere macht maar soms ook een menselijke eigenschap zoals in het gedicht ‘Arrogantie’.

.

Arrogantie

.

Het was een simpel rieten mandje

door vele handen heen gegaan.

Ik zag het bij de kringloop staan,

nog net geen afval. Op het randje.

.

Je kon het kopen voor een prikje,

blijkbaar vond niemand er veel aan.

Het hengsel was al half vergaan

net als het garen van het strikje.

.

Zou ik het kopen? dacht ik even.

Ik had nog wel een plekje vrij

tussen de liefdes die vergleden,

.

vergeelde foto’s, smeekgebeden.

Een stekje er in, wat vette klei.

Door mij werd niets ooit afgeschreven.

.

Hoewel ik persoonlijk juist erg gecharmeerd ben van poëzie in de vrije vorm, juist door de mogelijkheden die het spelen met de taal je dan biedt, kan ik (rijmende) poëzie in vaste vormen wel degelijk waarderen wanneer deze met zorg is gemaakt en wanneer deze poëtische zeggingskracht heeft zoals de poëzie in deze bundel. En de enkele verwijzingen naar de bijbel en het geloof heeft mij als agnost niet tegen gehouden deze bundel met veel plezier te lezen.

.

%d bloggers liken dit: