Site-archief

Er is light!

Het Vrije Vers

.

Ik heb op dit blog al vaak geschreven over allerlei versvormen. Vaak putte ik hierbij uit verzen die op de de website http://www.hetvrijevers.nl staan. Hetvrijevers.nl is een initiatief van Quirien van Haelen en is opgericht in 2009. De site is een vrijplaats voor light verse en gerelateerde vormvaste uitingen. De redactie van Hetvrijevers bestaat uit: Jaap van den Born, Inge Boulonois, Arjan Keene, Peter Knipmeijer en Remko Koplamp.

De website begint met de mededeling: Bevrijd van vormloosheid. Op deze website hoef je dan ook niet op zoek te gaan naar gedichten en verzen die in de vrije vorm geschreven zijn. Nee, op Hetvrijevers.nl staan juist verzen en gedichten in vooraf vastgestelde vormen. En dat zijn er velen. Als je kijkt op de categorie Versvormen op dit blog kun je vele voorbeelden lezen. Maar naast de vele vaste versvormen is ook de light verse zeer goed vertegenwoordigd op de website.

En nu is er dan een boek uitgegeven door Hetvrijevers met de titel ‘Er is light!’. Deze bundel werd uitgegeven naar aanleiding van het feit dat Hetvrijevers tien jaar bestaat. Deze bijzondere bloemlezing bevat het beste, mooiste en geestigste werk dat in het afgelopen decennium op Het vrije vers is gepubliceerd. Aan de bundel droegen maar liefst 65 dichters bij, zowel de crème als de crème de la crème van light verse, waaronder Ivo de Wijs,  Drs. P, Patty Scholten, Jaap van den Born, Driek van Wissen en Frank van Pamelen.

De bundel is als hardcover verkrijgbaar (€ 20,55) en als paperback (€17,55) uitsluitend via de website https://www.mijnbestseller.nl/shop/.

Uit de bundel twee voorbeelden van Hans Mooi (Ambitie) en Louise Dorren (Het eekhoornvrouwtje).

.

Ambitie

.

Je bent gedreven en je schrijft

wat aan je kunstig brein ontglipt.

Maar je beseft: wie schrijft die blijft

vaak zitten met zijn manuscript.

.

Het eekhoornvrouwtje

.

Omwille van de vruchten van haar schoot

loopt zij zich ’t vuur gedurig uit de sloffen

met eten halen, voeden, nestje stoffen

haar vent, jawel, haar vent verzet geen poot

.

die ongelijkheid laat haar echter koud

wat haar betreft heeft zij het wel getroffen

omdat zij simpelweg van eikels houdt.

.

De maakbare toekomst

Poëzieweek 2020

.

Het thema van de Poëzieweek die vandaag begint is ‘De toekomst is nu’ en volgens sommige mensen is de toekomst maakbaar. Nu kun je dus aan je toekomst werken en in die zin is de toekomst dan ook nu of begint die nu. Voor de Ugandese dichter Harriet Anena is dit heel duidelijk het geval in haar gedicht ‘Fixable’ of ‘Maakbaar’.

Harriet Anena (1986) is een Oegandese auteur van korte verhalen, dichter en journalist. Ze is de auteur van een gedichtenbundel, ‘A Nation In Labour’, gepubliceerd in 2015. Anena werkte bij de krant Daily Monitor als verslaggever, sub-editor en adjunct-hoofd-sub-editor van 2009 tot september 2014. Volgens de website Africa.com is zij één van de 10 belangrijkste hedendaagse vrouwelijke dichters van Afrika https://africa.com/ten-female-contemporary-african-poets/ .

Op de website https://afrowomenpoetry.net/ kun je een aantal van haar gedichten lezen en beluisteren. Zoals het gedicht ‘Fixable’ hieronder.

.

Fixable

.

You are fixable,
hold my hand & let me mend your brokenness.
It will hurt less,
the falling & crushing;
you will get better
at sculpturing your bits & pieces.
I won’t leave. I’ll wait for daybreak
& we’ll figure out what to do
with all this sunshine.

.

.

Bloot

Dubbel-gedicht Vinkenoog en Krol

.

Deze keer een Dubbel-gedicht over de naakte mens of de blote mens. Twee gedichten van twee heel verschillende dichters; Simon Vinkenoog (1928 – 2009) en Gerrit Krol (1934 – 2013). In ‘Ja!’ een bloemlezing met de laatste 19 gedichten van Simon Vinkenoog uit 2010 staat het gedicht ‘Bloot’ zoals alleen Vinkenoog over bloot kon dichten. In de bundel ‘Over het uittrekken van een broek’, uit 1970 staat het intrigerende gedicht ‘Over het nut van borsten voor een vrouw en het gebruik van haar achterwerk’. Twee gedichten over het blote lichaam.

.

Bloot

.

O naakte praal in de overgave

tussen eenzaam geboren worden

en samen het bloot willen delen

.

Tussen fluks getweeën uit de kleren

en voor het eerst weer uit de schede

om altijd opnieuw te willen betreden

het tweedelig pad naar het smelten

.

Jouw blote gevoelens en mijn blote begeren

jouw blote lijnen en mijn blote verlangen

.

om altijd aan te blijven hangen:

die blote blik in je blote ogen

en die ene verrukking

bij de aanraking

het neervlijen en het blote strelen

.

mijn blote handen reikend

naar niets dan vervulling en vrede

.

Onze blote huid waaronder

de geaderde geheimen

en die raadselachtige rode bloedsomloop

dat levend festijn

waar je altijd bij wilt zijn

.

O schoot zo groot

de diepte waarin ik stoot

is meer dan levensgroot

.

O kloot o dood

o krullende rede

eeuwig vaarwater

voor mijn briesende bede

.

Over het nut van borsten voor een vrouw en het gebruik van haar achterste

.
In tegenstelling tot wat vroeger werd aangenomen,
dat de borsten er zijn om de kinderen
te voeden weten we nu dat ze er alleen maar zijn om
de mannen aan te trekken.
Hoe groter de borsten zijn des te
krachtiger wordt de man
aangetrokken, dat is thans bewezen, dat is
een wet die
zijn tegenbeeld heeft in de omstandigheid dat er
ook mannen zijn die deze kracht
pas voelen als ze
een zwaar achterwerk in het oog krijgen.
.
Het voordeel van een zwaar achterwerk voor de vrouw is dat
omdat zij van achteren benaderd wordt,
nergens op verdacht is en
dus een grotere kans heeft
meteen bevrucht te worden.
Zo komt het dat bepaalde vrouwen
of zelfs hele groepen
op deze manier van nature
hun achterste ontwikkeld hebben tot kogelronde
bollen die de draagster zelf
als zij niet wordt bevrucht
kan gebruiken om op te zitten.
(Vrij naar Life.)
.
.

Heldere ster

Films gebaseerd op gedichten

.
Het is alweer een tijdje geleden dat ik schreef over films die gebaseerd zijn  op poëzie of een gedicht. Ik wil daar vandaag een film aan toevoegen namelijk ‘Bright Star’ uit 2009 van regisseur Jane Campion. ‘Bright star’ is een romantische filmtragedie, gebaseerd op de laatste drie levensjaren van de dichter John Keats. De titel verwijst naar een sonnet van Keats, ‘Bright star, would I were stedfast as thou art. De film kreeg een nominatie voor een Gouden Palm op het filmfestival van Cannes.
Het tragische verhaal gaat over een geheime liefdesrelatie van John Keats met zijn buurmeisje Fanny Brawne. De film concentreert zich vooral op het leven van Fanny, die zich bezighoudt met borduren, haar eigen kleding maakt en zich vermaakt met haar kleine zusje en broertje. Eerst een oppervlakkig meisje dat van dansen en flirten houdt, verdiept ze zich in moeilijke poëzie.
De hoofdrollen in de film worden gespeeld door Ben Whishaw (John Keats) en Abbie Cornish (Fanny Brawne. Het gedicht waarop de film gebaseerd is gaat als volgt:
.
Bright star, would I were stedfast as thou art—
         Not in lone splendour hung aloft the night
And watching, with eternal lids apart,
         Like nature’s patient, sleepless Eremite,
The moving waters at their priestlike task
         Of pure ablution round earth’s human shores,
Or gazing on the new soft-fallen mask
         Of snow upon the mountains and the moors—
No—yet still stedfast, still unchangeable,
         Pillow’d upon my fair love’s ripening breast,
To feel for ever its soft fall and swell,
         Awake for ever in a sweet unrest,
Still, still to hear her tender-taken breath,
And so live ever—or else swoon to death.
.

De slaper in het dal

Arthur Rimbaud

.

Ik lees de verzamelbundel ‘Van Dante tot Neruda, 123 wereldgedichten om uit het hoofd te kennen’, uitgegeven door uitgeverij Lannoo in 2009. De bundel is samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem en bevat een doorsnee van de bekendste en beroemdste dichters uit Europa en het Amerikaanse continent. Opvallend genoeg geen Aziatische dichters (Perzië, Japan, China), Afrikaanse dichters (Zuid Afrika, Noord Afrika) of dichters uit Australië. Als verklaring geven de samenstellers dat deze gedichten niet tot ons collectieve geheugen behoren en daar is iets voor te zeggen, zeker wanneer je je beperkt tot 123 gedichten uit alle eeuwen poëzie.

Veel bekende gedichten, ook (voor mij) wat minder bekende gedichten. Ik heb uit deze fijne bundel gekozen voor het gedicht ‘De slaper in het dal’ van de Franse dichter Arthur Rimbaud (1854 – 1891). Rimbaud was een vertegenwoordiger van het Symbolisme en het Decadentisme en in zijn korte leven één van de grote vernieuwers van de dichtkunst. Rimbaud schreef dit anti-oorlogsgedicht op zijn zestiende jaar. De vertaling is van Paul Claes.

.

De slaper in het dal

.

Een kuil vol groen waar een rivier door zingt
Die kruid met flarden zilver onbesuisd
Bespat; vanaf de fiere bergkam blinkt
De zon: een klein dal dat van stralen bruist.
.
Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,
De nek in blauwe kers gedompeld, ligt
In open lucht te slapen op de grond,
Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.
.
Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes
Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:
Natuur, wieg hem vol warmte: kou lijdt hij.
.
De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;
Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille
Borst, rechts twee rode gaten in de zij.

.

Vanmorgen werd ik opgebeld

Ester Naomi Perquin

.

Dichter Ester Naomi Perquin (1980) debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’. In 2017 werd ze voor twee jaar benoemd tot Dichter des Vaderlands. In 2018 werd de Herman de Coninckprijs aan haar toegekend en ze ontving voor haar bundels meerdere literaire prijzen. In 2019 schreef Perquin het Boekenweekgedicht ‘Moeder’. Uit haar bundel ‘Namens de ander’ uit 2009 komt het proza-achtige gedicht ‘Vanmorgen werd ik opgebeld’. 

 

Vanmorgen werd ik opgebeld

.

Vanmorgen werd ik opgebeld door een mevrouw die wilde weten
of ik Richard was. Dit was nooit eerder voorgekomen.

Veel mensen hebben gewild dat ik iemand was, soms iemand
die ik was geweest, soms iemand die ik zou moeten zijn
– kijk eens angstig, praat als een non, spring op en neer,
kun je niet een keer een rokje dragen –
maar Richard heeft niemand mij gevraagd.

(Ondertussen ruist de stilte van twee kanten in een oor.)

Er is een ander leven vóór ik antwoord geef, volop mogelijkheden,
voor het zelfde geld had het materiaal waaruit ik besta
een andere vorm of naam. Wat als ik ja zou zeggen,
ja, ik ben het: Richard. Bent u dat moeder?
Wat is het lang geleden.

Zou ik door Richard te worden ook Richard zijn, inclusief lichaam,
ademhaling, geheimen, de manier waarop hij ’s ochtends vroeg
zijn veters strikt? Houdt hij bijvoorbeeld van pastinaak?

Zou zijn moeder de verbinding verbreken
of uit standvastigheid
of uit eenzaamheid
of uit gezelligheid
in mij geloven?

Is Richard nog in leven of belt zij steeds een ander op,
vraagt ze naar hem omdat wie weet toch iemand zegt:

Richard? Ja hoor. Die is boven.

Laat niemand haar vertellen dat Richard is verdronken, dat hij is
verdwaald, ontvoerd, verongelukt. Was er niet ergens
een feestje, een man? Heb ik Richard niet alleen
gekend maar zelfs gekust, gesproken,
dronk hij wijn, lachten we samen?

Nu, precies nu is het nog mogelijk geen geluid te maken,
op te hangen of met zakjes te gaan kraken alsof we – helaas –
zijn ingesneeuwd, ik kan u niet verstaan.

Ik stel me haar voor, ze staat in een donkere kamer, kijkt vragend.
Maar ik dan? Waar haal ik op dit uur een Richard vandaan?

Mevrouw, de eerlijkheid gebiedt mij u te zeggen
dat ik Richard niet ben, nooit ben geweest
en niet herken, hoewel onze nummers
misschien weinig verschillen, onze levens
zijn gescheiden door een acht, een vier, een twee.

Er zijn mensen met wie ik minder scheel dan een getal
maar wier moeders mij niet kennen, niet zullen bellen.

U verspilt uw tijd, ik besta slechts uit halve stemmen,
halve gezichten, geen Richard waardig, geen hond
heb ik ooit meer gebracht dan halfslachtige aanwezigheid.

(Er klinkt een vastbesloten stilte op de lijn.)

Mevrouw, ik weet niet tot wie maar ik bid met u mee
dat het iemand zal lukken.

Dat het iemand zal lukken om Richard te zijn.

.

Een pissebeds achtkantig lied

Herlinda Vekemans

.

In Gent kocht ik de dichtbundel ‘versneden’van Herlinda Vekemans. Haar debuutbundel. Na gepubliceerd te zijn in De Revisor, Dietse Warande en Belfort, En er is, Poëziekrant, Rottend Staal, Digther en Nieuwzuid werd deze bundel uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2005.  In 2006 gevolgd door de bundel ‘Buiging’, in 2011 ‘Schrikdraad’en in 2015 door ‘Kwartet voor het einde van de tijd’. Olivier Messiaen (1908-1992), waarin het leven en werk van de Franse componist Olivier Messiaen centraal staat. Vekemans (1961) geeft medisch en academisch Engels aan studenten en biomedische onderzoekers van de Universiteit van Leuven. In 2009 verschijnt poëzie van haar hand in ‘Het liegend Konijn’ en in 2010 in ‘Vlaanderen.

In de bundel ‘versneden’ wordt nogal wat versneden en met elkaar vermengd, volgens de regels van bestaande verhoudingen maar ook in nieuwe en uitdagende combinaties. De bundel bestaat uit 3 hoofdstukken: proloog, De stervende Galliër, Versneden en Epiloog, De stervende Galliër. Uit het laatste hoofdstuk het gedicht ‘Een pissebeds achtkantig lied’.

.

Een pissebeds achtkantig lied

.

And other strains of woe, which now seem woe

William Shakespeare, , sonnet 90

.

amper zand en zwart en bar al

en dor en droog de leeftocht door

en scherp schrapend in oor onder

en strak van blik de ogen kwijt

en arm aan regen en boswee

en mergloos en weesmoe en dicht

met stofpootjes vol net niet nat

aarddonker de zonzolder op

.

 

Wij zijn

Simon Vinkenoog

.

In een week waarin de Vijftigers centraal staan mag dichter en performer Simon Vinkenoog (1928 – 2009) natuurlijk niet ontbreken. Vinkenoog die alleen al in de jaren ’50 maar liefst elf poëziebundels publiceerde. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad Blurb. De titel verklaarde hij als volgt: Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is. Over zijn uitgangspunten schreef hij: Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”. In de periode 1950-1951 verschenen van dit blad acht (gestencilde) nummers, in kleine oplage. Tot nummer 4 gaf Vinkenoog het tijdschrift vanuit Parijs als eenmanspublicatie uit. Daarna werkten andere experimentele schrijvers mee, zoals Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Jan Hanlo, W.F. Hermans en Lucebert. Ook publiceerde het blad poëzie van de jong gestorven Hans Lodeizen. Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van makenwaarmee Vinkenoog al liet blijken in de traditie van de latere Vijftigers te passen. Samen met Braak luidde Blurb het tijdperk van de Vijftigers in. In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing ‘Atonaal’, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden.

Uit de bundel ‘Onder eigen dak’ uit 1957 het gedicht ‘Wij zijn’.

.

Wij zijn

.

Als de vlugge voetstap van de halsmisdaad,

als het bitterzoete wachten, als de pijn van alleenzijn;

.

zonder reden. Radeloos en reddeloos,

beterwetend, alleswetend, nietswetend.

.

Woorden blijven in de handen steken,

speeksel verjaart in de mond,

klein vergif en rood verraad.

.

Nu zal het avondmaal smaken als gal,

en de kleine bruine minderheden in ons bloed

zullen vechten om vrijheid,

en de daad wordt verdaagd, en het woord wordt verdacht.

.

Nu zal het bloed blijven steken

en de hartklop wordt onhoorbaar.

.

Nu eindigt dit leven, nu nadert het leven,

hier staan wij naakt,

hier staan wij waar.

.

Martin Bril

Verzameld werk

.

Elke keer als ik een schrijver ontdek die ook gedichten geschreven heeft (waar ik geen weet van heb) ben ik weer verbaasd. Blijkbaar heeft de poëzie een enorme aantrekkingskracht op schrijvers, columnisten en journalisten. Zij die bezig zijn met de taal en met teksten komen blijkbaar altijd wel een keer op het pad der poëzie. Zo ook schrijver en columnist (1959 – 2009) Martin Bril. Bril was een veelschrijver. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 51 titels van zijn hand (waarvan een aantal in het begin van schrijversleven met Dirk van Weelden) en na zijn overlijden nog eens 21 postuum.

In 2002 en 2004 verschenen deel 1 en deel 2 van zijn verzamelde gedichten. In deze twee bundels veel korte puntige gedichten. En omdat in eenvoud vaak het geniale schuil gaat deel ik hier een aantal korte gedichten uit deze twee delen.

.

Credo

.

Je mist meer

Dan je meemaakt

.

Helemaal

Niet erg

.

Gemiddelde

.

Het valt niet mee

Het valt niet tegen

.

Scheepsrecht

.

Hij wou haar

Hij wou haar

Hij wou haar

.

Zij hem

Dus niet

.

Angst

.

Je doet er niets aan

.

Al wordt van hogerhand

Nog wel het

Nodige bedacht

.

Niemand is alleen

.

Gaat de boer dood

Huilen de koeien

.

Ontdekking

.

Bezoek nooit

De plaatsen

Van je jeugd

.

Ze vallen tegen

.

Net als die

Hele jeugd

.

Poëzie schrijven

Over het hoe en wat van Poëzie

.

Op 31 januari jongstleden (Nationale Gedichtendag) verscheen in dagblad Trouw een artikel over Tom Lanoye, Poëzieweekdichter van 2019, waarin hij 5 tips geeft over ‘hoe je poëzie schrijft’. Ik moest meteen denken aan een bericht dat ik hier op 21 augustus 2017 op dit blog plaatste over wat poëzie nu eigenlijk is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/08/21/poezie-zeker/. Een aantal zaken kwamen overheen. Ook de andere tips van Tom hebben in de loop der tijd dit blog wel gehaald. Al lezend in het artikel werd mij wel duidelijk dat we er hetzelfde over denken. Poëzie is vooral je ‘eigen stem’ vinden, wat je doet door veel naar poëzie te luisteren en het te lezen, en het gewoon doen, het schrijven.

Voor wie het artikel niet heeft gelezen hier de tips van Tom:

  1. Laat je door niemand iets wijsmaken. Wat poëzie precies is, is voor ieder mens anders. De een zal refereren aan de klassieken, aan de vaste versvormen, de ander zal deze juist ver van zich werpen. Poëzie komt in vele vormen en maten. Van sterk hermetische poëzie tot verhalende proza gedichten, van de beeld poëzie van de Dada dichters tot de readymades en stiftgedichten. Terecht merkt Tom op dat hoe meer kennis je hebt van de verschillende stijlen en technieken hoe beter je eigen poëzie vaak wordt. Ze wordt dan gelezen of opgenomen in een kader dat lezers (her)kennen.
  2. Léés voordat je gaat schrijven. Ook hier ben ik het hartgrondig eens met Tom. Om poëzie te kunnen schrijven (in welke vorm dan ook) heb je een kader nodig om je poëzie in te framen. dat is wat anders dan domweg iemand na doen of een stijl kopiëren. Lezen, lezen en nog eens lezen. Door veel te lezen merk je vanzelf welke vormen en stijlen je liggen en welke minder. De vorm die je bevalt en ligt kun je vervolgens jezelf eigen maken(wat ook echt iets anders is dan gewoon nadoen). Elke dichter heeft voorbeelden, wordt geïnspireerd door andere dichters. Door veel te lezen gaat er niet alleen een wereld voor je open, er zal zich ook een idee vormen van de poëzie die je zelf graag wil schrijven.
  3. Probeer alle genres zonder dedain. Deze is niet eenvoudig kan ik uit ervaring zeggen. Maar opnieuw heel waar. Jarenlang dacht (en vond) ik dat ik niet over een vaststaand thema kon dichten. Ik moest geïnspireerd worden. Maar ik wilde wel graag af en toe aan een wedstrijd meedoen. Dus ik heb mezelf ertoe gezet. Dit bleek heel succesvol, ik won wedstrijden met gedichten die ik speciaal voor dat doel had geschreven. een ander voorbeeld; ik werd gevraagd om een gedicht voor een kersttentoonstelling te schrijven. Het wilde maar niet lukken en toen dacht ik, laat ik eens gek doen, ik probeer een sonnet te schrijven. dat had ik nog nooit gedaan daarvoor. Vooral omdat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen (te gekunsteld, te gezocht). Niets was minder waar. het ging me heel goed af en er kwam een prachtig, kloppend gedicht van waar ik nog steeds heel blij van wordt.
  4. Draag je poëzie voor. Deze komt uit mijn hart. Er is werkelijk niets mooiers, niets leukers dan je eigen poëzie voordragen en de reactie van de toehoorders te merken. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, ik doe dit al jaren maar ik herinner me de eerste keer nog. Net voor het uitbrengen van mijn debuutbundel ging ik met de versie op A4 mijn gedichten voordragen. Ik was er (toen) niet bijster goed in maar het voelde geweldig, dit wilde ik. Een enkele keer zeg ik weleens tegen dichters dat het voordragen van je poëzie je gedichten pas echt laten leven. Na vele jaren oefenen denk ik het eindelijk een beetje onder de knie te hebben. Door te kijken en luisteren naar dichters die voordragen zal het je zelf ook steeds makkelijker afgaan. Dus doen!
  5. Als laatste punt laat Tom optekenen: vergeet niet te leven. En dat is natuurlijk waar. Wie dingen meemaakt heeft altijd een reservoir aan ideeën en herinneringen om over te schrijven. En daar horen de vervelende zaken van het leven ook wel degelijk bij. Dus liefde, romantiek, ontdekkingen en geluk maar ook ziekte, dood, ongeluk, verlies, wanhoop. Je hoeft er niet naar op zoek te gaan maar scherm je er niet voor af, doorleef de dingen. Ze zullen je poëzie ten goede komen.

Uitstekende tips dus van een goed schrijver en dichter. Ik zou daar heel onbescheiden nog een laatste aan toe willen voegen: Fantasie. Laat je fantasie de vrije loop, verzin dingen die niet kunnen, associeer er op los, laat woorden, zinnen ontstaan die misschien kant noch wal raken maar laat de fantast, het kind zo je wil, in jezelf los en schrijf. Je zult zien dat je hieruit de meest fantastische gedichten kunt distilleren. Misschien niet altijd als tekst maar zeker al idee.

Om een voorbeeld van zo’n soort gedicht te noemen heb ik gekozen voor een gedicht van Jeroen de Vos uit zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ uit 2009.

.

Duet

.

Mijn gitaar staat naast zijn vriend

de piano

.

ze kunnen het wel vinden die twee.

.

vaak genoeg laat mijn gitaar zich

voorover vallen

zodat hij met zijn kop tegen de piano slaat

.

iedere keer als dat gebeurt trillen hun snaren

en komt er een onbestemd diep bombastisch

geluid naar boven.

.

daarna moeten ze onbedaarlijk lachen

.

                                                                                                                                                                                                                                             Foto Tom Lanoye: Saskia Lienard

%d bloggers liken dit: