Site-archief

Slipje voor je mond

Martialis

.

Vorige week zag ik een video waarop iemand in plaats van een mondkapje een slipje voor haar mond droeg bij wijze van mondkapje. Ik moest meteen denken aan een gedicht dat ik had gelezen in de dikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ uit 2008 ook wel de canon van de Europese poëzie genoemd (ondertitel), samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries.

Het betreft hier het gedicht ‘Epigram III’ met als nummer 87 en (volgens mij) als uiteindelijke titel ‘Boze tongen’ van Martialis (die leefde van ca. 40 tot ca. 103). Martialis schreef 300 Epigrammen. Deze werden in 1979 uitgegeven onder de titel ‘Sex en Eros bij Martialis; 300 epigrammen’. De vertaling uit het Latijn is van E.B. de Bruyn.

.

Boze tongen

.

Vaak sijflen boze tongen vol venijn

dat jij, Sneeuwwit, nooit bent geneukt

en dat niets reiner is dan jouw vagijn

waaraan geen haar ooit werd gekreukt.

Nu, onbevlekte naaktheid is niet vies.

Dat schortje in ’t bad lijkt ongezond.

Maar wil je werklijk zedig zijn en kies

draag dan een slipje voor je mond.

.

 

Gedicht in Dublin Airport

Swanlight

.

In 2017 werden passagiers die Ierland verlieten via Dublin Airport geconfronteerd met installaties van Ierse kunstenaars om op die manier een positief blijvende indruk van Ierland mee te geven. Niet alleen werden visuele kunstinstallaties met de titel ‘Vibrant Irish Light’ geplaatst in opvallende kleuren van de regenboog maar er werd ook het gedicht ‘Swanlight’ uit 2001 van de Ierse dichter, priester, auteur en Hegeliaans filosoof John O’Donohue  (1956 – 2008) getoond maar ook teksten van andere Ierse auteurs. Of deze installaties en gedichten nog steeds te zien zijn weet ik niet maar ze zien er prachtig uit.

.

Swanlight

.

If it could say itself January
Might brighten its syllables on the frost
Of these first New Year days whose cold is blue.
.
Meanwhile in this corner of its silence
A weak winter sun lowers down behind
The moor that rises away from the lake.
.
Beyond reach of light, the shadowed water
Succumbs to this darkening of spirit
That would deny the bog today’s twilight.
.
All of a sudden something else breaks through
To appear at the far end of the lake
In two diagrams of white, uneven light.
.
I have never seen white so absolute
And alone, glistening in awkward form
Dreaming across the water a bright path.
.
As it stirs and changes I see what it is:
Two swans have found the mirror in the lake
Where a V of horizon lets light through
.
To make them light-source and light-shape in one.
Now they swim and fade through windows of reed
And disrobe the lake of apparition.
.
I look and look into their vanishing
See nothing. Departing that perfect ground
I knew I had been hungry for a blessing.
.
.

Tussen hond en wolf

Klaas Jager

.

Wie is iemand? Wat is identiteit? Iemand is iedereen en tegelijkertijd niemand. Deze kafkaëske zinnen staan achterop de bundel ‘Tussen hond en wolf’ van Klaas Jager uit 2016. Dit thema is een metafoor van de opengebroken wereldgrenzen op dit moment en de op drift geslagen mens, die zich vastklampt aan oude waarden en ondertussen wanhopig zoekt naar nieuwe. Ik denk dat dit voor iedereen herkenbaar is, zeker in de onzekere tijd waarin we nu leven.

Dit gegeven wordt extra benadrukt doordat Jager in deze bundel, ten opzichte van zijn derde bundel (‘Tussen hond en wolf ‘ is zijn 4e) de ‘ik’helemaal laat verdwijnen. Was in ‘De wereld heeft geen overkant’ uit 2008 nog sprake van een ‘ik’ die al meer en meer plaats moest maken voor het onpersoonlijke ‘iemand’ in deze bundel speelt ‘iemand’ en daardoor misschien juist ‘niemand’ de hoofdrol.

Zo ook in het gedicht ‘Iemand zou wel graag willen’ uit het eerste hoofdstuk ‘Iemand” (het blad is onbeschreven).

.

Iemand zou wel graag willen

.

Iemand zou wel graag willen,

het nogmaals samen brengen,

nog eenmaal helemaal terug

.

hoopvol wachten voor de brug,

geen weet van de overkant, het

moment waarop de twijfel stolt

.

als bloed zodra het vrijkomt,

de triomf van het tijdstip, dat

niet door toekomst is begrensd

.

dan herdenkt iemand zijn leven,

de eenmalige binding die er was,

de aarde die zijn lichaam droeg,

.

de kuil waarop het huis verrees,

de hand die vastgreep en losliet,

het moederhart dat het bestierf,

.

toen het kind alleen verder liep.

.

Vrijheid

5 mei

.

Het is vandaag bevrijdingsdag en ik had al een blogpost geschreven tot ik me bedacht dat 75 jaar na de bevrijding van Nederland het passend is om een gedicht te plaatsen over vrijheid of vrij zijn. zijn eerste gedachte was om een gedicht van een dichter uit de oorlog die over de bevrijding schreef te plaatsen maar ik gooi het vandaag over een iets andere, wat algemenere boeg als het om vrijheid gaat.

Tenslotte hebben wij in Nederland de luxe van al 75 jaar in vrijheid te kunnen leven terwijl er zoveel landen en volkeren zijn op de wereld die dat niet kunnen. Daarom koos ik voor een gedicht van de Chinese dichter Wu Mei (Wu Mei betekent volgens mij ‘Moedig mooi’ of mooi en moedig en dat slaat zeker op deze dichter uit China. Zij was getuige van het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede op 4 juni 1989.

In de bundel ‘Vrij’ gedichten over vrijheid, vrede en vriendschap, uitgegeven door Amnesty International in de Rainbow Essentials uit 2008 is het gedicht ‘Vrijheid’ van haar opgenomen in vertaling van Daan Bronkhorst. Op bevrijdingsdag leek me dit een passend gedicht.

.

Vrijheid

.

Vrijheid kent geen enkel misdrijf,

zoekt geen ruzie, slaat geen wond,

pleegt geen echtbreuk, zet geen val,

is nooit schuldig aan bedrog.

.

Vrijheid heeft geen schuld, geen schande,

maakt geen aanspraak op excuus,

kent noch schaamte noch berouw,

doet zich nooit als ander voor.

.

Vrijheid is je stille adem,

is je almaar fluisterend bloed,

is je voet die bodem zoekt

waar de grond is weggeslagen.

.

De ballade van als dan

Gedichten voor gelukkige mensen

.

In 2008 werd door Querido de bundel ‘Voor gelukkige mensen’ uitgegeven van Bart Moeyaert. Roman-, kinderboekenschrijver en dichter Moeyaert (1964( debuteerde in 2003 als dichter met de bundel ‘Verzamel de liefde’. Hij publiceerde een aantal romans en stelde de poëziebloemlezing ‘Vlees is het mooiste’ samen.

Van januari 2006 tot en met januari 2008 was hij stadsdichter van Antwerpen en ontving hij in die functie ook een eredoctoraat aan de universiteit van Antwerpen. Moeyaert is veelvuldig bekroond en werd in meer dan 17 talen vertaald.

Voor zijn kinderboeken ontving hij vele prijzen en voor zijn poëzie werd hij genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2009 (voor ‘Gedichten voor gelukkige mensen’) en voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2020 (voor de bundel ‘Helium’).

In de bundel ‘Gedichten voor gelukkige mensen staan 27 gedichten en ik koos voor het gedicht ‘De ballade van als dan’.

.

De ballade van als dan

.

Ik dacht dat je wat zei

-jij hoort bij mij

was mooi geweest-

en buig me naar je toe,

maar hoe ik me ook

hou, in jouw geval

noem ik het horten

van je adem de ballade

van als dan: ik ken er

onderhand de stilte

van – het is haast

dodelijk hoe jij naar

woorden zoekt als je

wilt zeggen: dichterbij.

.

Met Slauerhoff

Dichters over dichters

.

In de bundel ‘De hazen en andere gedichten’ uit 1979, de debuutbundel van dichter Ed Leeflang (1929 – 2008) waarvoor hij in 1980 de Jan Campertprijs zou krijgen, staat in de cyclus ‘Van poëzie’ een fraai gedicht van zijn hand over collega dichter J. Slauerhoff (1898 – 1936). In de rubriek ‘Dichters over dichters’is dit gedicht helemaal op zijn plaats. Uit de tekst komt de waardering van Leeflang voor Slauerhoff heel goed naar voren, het verwijst naar diens werk en leven en zou je het werk van J. Slauerhoff niet kennen dan wordt je na lezing van dit gedicht vanzelf nieuwsgierig.

.

Met Slauerhoff raakt ik het verst van huis,

want het verleden was zijn vormeloze vrouw,

maar in de leegte van het landschap zou

de wijze haar eens ontmoeten, begerig en schijnbaar kuis.

.

Niet het leven aan boord, niet de stadsgezichten,

maar het balsturig ongeloof aan geluk

en de trouw achter de ontrouw in zijn gedichten

geheimzinnig en toch onopgesmukt,

het dubbelzinnig verwarring stichten

maakten mijn eigen stuurloosheid bijna wenselijk.

.

Poëzie voor vluchtelingen; iedereen

in mijn omgeving was doelbewuster, beter

toegerust voor toekomst, benijdenswaardig

uit één stuk

.

Nu hij toch gestorven was –

zijn doodsfoto zei het ontluisterend ongebruikelijk –

kon ik misschien in die gedichten wonen, ze

stonden toch leeg en ik ging voldoende gebukt,

dacht ik, zodat het zijn moeite tenminste

zou lonen.

.

Dubbel-gedicht

Oud Eik en Duinen

.

Jaren geleden schreef ik een gedicht over de prachtige oude begraafplaats Oud Eik en Duinen. Dit gedicht werd onder andere gepubliceerd in mijn bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’, De Oud Hagenaar, in Poëzie op Pootjes 3 en op de website van Monuta (hetbedrijf dat Oud Eik en Duinen beheerd) https://www.monuta.nl/vestiging/begraafplaats-oudeikenduinen/actueel/wouter-heiningen/ . Afgelopen weekend las ik in een editie van Maatstaf tot mijn verbazing een gedicht met dezelfde titel. In de Maatstaf nummer 1 van de veertiende jaargang (1966) staat het gedicht ‘Oud Eik en Duinen’ van dichter F.L. Bastet.

Frédéric Louis Bastet (1926 – 2008) was een Nederlandse literator, biograaf van Couperus, archeoloog, schrijver, essayist en dichter. In 1960 debuteerde hij met de poëziebundel ‘Gedichten’ en gedurende zijn leven schreef en publiceerde hij regelmatig dichtbundels. Tussen het eerste gedicht (van mij) en het tweede gedicht (van F.L. Bastet) zit ongeveer 50 jaar.

.

Oud Eik en Duinen

.

De kraaien zijn geen kraaien
meer, maar kauwen
hun zwarte werk verlicht

.

hier trekt je laatste adem
een kou doortrokken wintervacht aan
en zingt de lucht in stilte

.

de prikklok slaat nu nog eenmaal
gaten in de tijd, toch, wie er moet zijn
is aanwezig

.

hij die stof verlangt
wordt niet teleurgesteld, de grond
wordt dik belegd met ons gepeins

.

Oud Eik en Duinen

.

Geen freule draagt meer veertjes in haar staart.
Dat is voor vogeltjes die bij de berk,
nog niet gepiept, de kantjes van de zerk
aflopen waar een muskusgeur ontaardt.
.
Laan Copes leeggesnikt. Een fijnbesnaard
zonharpje speelt op paal en plantjesperk.
En Psyche (art nouveau) bekruipt een sterk
klimopgevoel terwijl zij navelstaart:
.
Vermoeden van een kelder kleine zielen,
bloedarm verdriet, een krocht archilleshielen
en menige onuitgepiozen bruid.
.
O dood, niet groter dan de paardetram,
dof als een in de trijp gesmoorde stem,
hoe beeldig teren witte rozen uit.

.

Pornografica

Om wat er nog komen moet

.

In 2008 verscheen bij uitgeverij Prometheus de bundel ‘Om wat er nog komen moet’ van Hafid Bouazza met als ondertitel ‘Pornografica’. Dat deze bundel er kwam was zeker geen vanzelfsprekendheid. Bouazza schrijft in zijn voorwoord: “Er is niets schadelijks of schaamtevols aan seks en porno, maar bepaalde instanties die wij benaderden voor de financiering van dit boek durfden hun vingers er niet aan te branden.” Dat de gedichten ook nog eens van Arabische dichters zijn, deed bij diezelfde mensen ook nog eens de angst rijzen dat moslims er wel eens aanstoot aan zouden kunnen nemen.

Hafid Bouazza liet zich er niet door weerhouden en vond bij Prometheus de uitgeverij die de bundel wel wilde uitgeven. De bundel is geen pamflet, schrijft Bouazza opnieuw in het voorwoord maar een zoeternij voor literaire zoetekauwen. De illustratie op de voorkant van de bundel is gemaakt door Dick Matena.

De gedichten zijn voor het grootste deel van dichters uit de 8e en 9e eeuw waarbij vooral de dichter Abū-Nuwās een groot deel voor zijn rekening neemt. Bij de bundel zit ook een CD waarop 19 gedichten te horen zijn, vertaald door Bouazza en ingesproken door Katja Schuurman waarbij een groot deel van de gedichten van de dichter Ibn al-Mu’tazz zijn.

Uit de bundel koos ik voor het gedicht zonder titel van de dichter Abū-Nuwās (ca. 750 – 810). Deze zoon van een Perzische moeder wordt gerekend tot de grootste klassieke Arabische en Perzische dichters. Hij was een meester in alle standaard genres van Arabische poëzie. In de verhalen van Duizend-en-één-nacht is hij de metgezel van kalief Haroen ar-Rashid. Zijn vrijheid van meningsuiting, vooral over onderwerpen die door islamitische normen werden verboden, heeft ertoe geleid dat veel van zijn werk later in gecensureerde vorm werd uitgegeven.

.

Een kus van jou is als neuken met iemand anders

En zo zijn zij in vergelijking voor mij evenveel waard

Als ik een bevallig gezicht wil

Dan is mijn geluk dat ik in dat gezicht jou zie

De mensen zijn geschapen om elkaar dingen aan te fluisteren

Onder het juk van tradities maar jij bent zoals je geneukt wordt

Bij mijn vader – wat ben je weergaloos en innemend!

Schone gezichten worden overtroffen door de schoonheid van je rug

.

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Bekendmaking thema

.

Zoals al aangekondigd werd op dit blog zal er in 2020 weer een Gedichtenwedstrijd worden georganiseerd door de stichting Ongehoord!  Het bestuur van Ongehoord! heeft besloten dat het thema van dit jaar een (kort) gedicht van de, ons pas geleden ontvallen, Rotterdamse dichter Jules Deelder zal zijn.

Het thema van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is: De omgeving van de mens is de medemens

Binnenkort zal op de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com bekend worden gemaakt wat de voorwaarden zijn van deelname aan de wedstrijd, de prijzen, waar en hoe je gedicht in te zenden en nog meer informatie.

Om je vast al wat inspiratie te geven hier een gedicht van Robert Anker uit de bundel ‘Nieuwe veters’ verzamelde gedichten 1979 – 2006 uit het jaar 2008.

.

In het chroom

.

Kijk, daar staat ze, levensgroot.

Ze heeft haar hand in haar broek.

Ze steekt haar tong tussen haar lippen.

Hoe ze omkijkt in het straatbeeld dat je zoekt.

.

Je loopt het restaurant in waar ze zit.

Je loopt de palmen in, de spiegels en het chroom.

Ze rookt, ze kijkt verrast als ze je ziet.

.

Je doet een stap terug van de bel

en kijkt omhoog. Regen, asfalt.

.

Foto: FreeImages.com

Gek van liefde

Francine Oomen

.

De illustratrice, ontwerpster en schrijfster ( van vooral heel veel succesvolle) jeugdboeken voor pubers ( de ‘Hoe overleef ik..’ reeks) Eclaire Francine Marie Oomen ( 1959) ken ik beroepshalve al heel lang. groot was dan ook mijn verbazing toen ik een dichtbundel tegenkwam van haar hand.

De bundel ‘Gek van liefde’ uit 2008 heeft de liefde als onderwerp. In ‘Gek van liefde’ beschrijft Francine Oomen gevoelens van verlangen, verliefdheid en liefdesverdriet. Haar gedichten bieden troost aan wie afscheid moet nemen van een oude liefde en herkenning voor wie hunkert naar een nieuwe.

Het leuke aan deze bundel vind ik dat er niet slechts liefdesgedichten in staan in de romantische betekenis van het woord maar dat de liefde hier dus veel ruimer geïnterpreteerd moet worden, dus ook de donkere kant van de liefde. Een van die gedichten heb ik uitgekozen omdat iedereen zich hier wel iets bij voor kan stellen.

.

Uitgesteld afscheid

.

ik wil je graag nog een keer zien

op een afschuwelijke plek

op een grauwe dag

op een onmogelijk tijdstip

.

trek je meest onflatteuze kleren aan

zet een ongeïnteresseerde kop op

rook sigaret na sigaret

blaas de rook in mijn gezicht

(een beetje rochelen helpt ook)

.

Maak me niet aan het lachen

en boei me niet, met niks

vertel me hoe gelukkig je bent

opgebloeid, doorgegroeid

tevreden en voldaan

.

als je me nog een keer aan wilt raken

doe dat dan met klamme hand

zodat ik je eindelijk kan schrappen

uit mijn hart, mijn lijf

en mijn verstand

.

%d bloggers liken dit: