Site-archief

Rug naar de kerk

Yi Sha

.

Poetry International Festival begon in Nederland met Adriaan van der Staay en Martin Mooij, beide werkende voor de Rotterdamse kunststichting. In 1969 bezochten zij het Londen Poetry International Festival in Engeland . Geïnspireerd door dit voorbeeld besloten zij zelf ook een dergelijk evenement in Rotterdam te organiseren. Een jaar later was het zover. In 1970 verzamelden drieëntwintig dichters zich in concertgebouw de Doelen. Ook enkele buitenlandse dichters bezochten deze eerste editie. In de , inmiddels 51 jaar daarna, heeft Poetry International vele dichtbundels gepubliceerd met dichters uit Nederland en (ver) daarbuiten. De bundel ‘Kijk, het heeft gewaaid’ veertig jaar Poetry International festival in veertig gedichten uit 2009 is hier een voorbeeld van.

In deze bundel opnieuw Nederlandse dichters en een aantal buitenlandse dichters met poëzie in de eigen taal en daarnaast in vertaling. Zo ook van de Chinese dichter Yi Sha. Zijn gedicht ‘Rug naar de kerk’ is uit 2007, en werd voor het eerst in deze bundel gepubliceerd. De vertaling is van Silvia Marijnissen. Yi Sha (1966) schrijft poëzie over onderwerpen die op het eerste gezicht nogal alledaags zijn. Daarbij gebruikt hij kale, onopgesmukte taal.

.

Rug naar de kerk

.

In Rotterdam

is het vrij normaal

om meeuwen en duiven samen te zien eten

daar is niets surreëels aan

.

In Rotterdam

worden meeuwen en duiven

het vaakst gevoed door

zwervers

– zo heb ik met eigen ogen aanschouwd

.

Met hun rug naar de kerk

zitten ze op een bank aan de rand van een plein

en voeren ze die witte engelen

brood en friet

.

En ik die langs kwam lopen

wilde ze ook heel graag voeren

maar was bang hen te storen

en dat een meeuw of een duif

mij, een vreemde buitenlander, een vinger zou afhappen

.

Vervolgens vond het volgende plaats:

sluw en steels rondkijkend

gooide ik een munt van één euro

rinkelend

in het ijzeren bakje van een zwerver

.

Ballons

Dirk van Bastelaere

.

Dirk van Bastelaere (1960) is een Vlaams postmodern dichter, essayist en vertaler. Hij publiceerde gedichten in onder andere Dietsche Warande & Belfort, Ambrozijn, De Gids, De Vlaamse Gids, Diogenes, Yang, Heibel, Nieuw Wereldtijdschrift, Het Moment, Maatstaf en Kreatief. In 1984 verscheen ‘Vijf Jaar’, zijn debuut. Later verschenen de bundels ‘Pornschlegel en andere gedichten’ (1988), ‘Diep in Amerika’ (1994) en ‘Hartswedervaren’ (2000)  waarvoor hij de prestigieuze driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs voor Poëzie kreeg, de vroegere Staatsprijs.

In 2005 verscheen onder de titel ‘The Last to Leave. Selected Poems’ een bundel met Engelse vertalingen van een aantal van zijn gedichten. De bundel ‘De voorbode van iets groots’ verscheen in 2006, deze droeg een lange tijd de werktitel ‘Zapruder Stress’. Naast het publiceren van eigen poëzie, stelde van Bastelaere samen met Erwin Jans en Patrick Peeters. ook ‘Hotel New Flanders’ samen in opdracht van het Poëziecentrum in Gent. Van Bastelaere ontving voor zijn werk verschillende litaraire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs (2007) en de  Hugues C. Pernathprijs (1988).

Zijn gedichten gaan in tegen wat de goegemeente Poëzie vindt. Bij hem staan niet de emoties, de anekdotes, de verhaaltjes centraal. Gedichten moeten niet ontroeren of meevoeren maar beloeren. Poëzie is een onderzoek naar taal, naar wat de taal met de wereld en het ik doet. Van Bastelaere wil de taal ontregelen om de orde in vraag te stellen.
Voor hem is de taal geen representatie van de werkelijkheid , taal vervalst steeds. Door de taal te ontmaskeren (en daarvoor kan elke retorische truc gebruikt worden), wordt de orde gebombardeerd.

Uit de bundel ‘Pornschlegel en andere gedichten’ nam ik het gedicht ‘Ballons’ waarin voor mij de dichter met de taal speelt, onderzoekt wat deze doet met de lezer en schrijver.

.

Ballons

.

Zonder voorafbeelding zijn ze daar

Die muisstil stijgen

Als uit de plekken op aarde

Door geen voet ooit belopen.

.

Verspreid in de middag

Zijn ze de middag.

Eertijds gevuld met heliumgas

Drijven ze nu, door de warmte gestuurd,

.

Van de geregelde luchtwegen af.

Is het omdat jij terzijde keek net?

Ze richten de blik van de hond in zijn onrust

En zijn waar ons gesprek overeehn ging.

.

Ballons, dat je ze aantreft

Als een naam op een doek die je over het hoofd zag.

Glijdend in van hun voorlopigheid

De perfectie, tot de warme lucht op is

.

En zij, uit zichzelf, zij dan dalen.

.

 

Rokers voor de deuren van het ziekenhuis

Editors

.
De meeste mensen zullen geen gedicht uit hun hoofd kunnen opzeggen. Zelfs ik heb er moeite mee, wanneer ik voordraag heb ik toch echt de gedichten in geschreven vorm nodig. Maar als je vraagt aan diezelfde mensen of ze een zin of een stukje uit een gedicht kennen, zullen er veel meer dat kunnen. Vaak zijn dat zinnen uit bekende gedichten als:  ‘Denkend aan Holland, zie ik brede rivieren, traag door oneindig, laagland gaan’  van H. Marsman,  ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’ van M. Vasalis of ‘Ik ging naar Bommel om de brug te zien’ van Martinus Nijhoff. Dit zijn zomaar een paar voorbeelden maar waarschijnlijk ken je er zelf ook genoeg.
.
De reden dat men dit soort zinnen onthoudt is dat er iets van herkenning is, of dat een zin grote zeggingskracht heeft, of gewoon omdat een zin heel mooi en poëtisch kan zijn. Ik schrijf dit omdat ik hieraan moest denken toen ik op de radio het nummer ‘Smokers Outside the Hospital Doors’ uit 2007 van de, uit Birmingham afkomstige band, Editors hoorde. De zin ‘The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors’ is voor mij zo’n zin. Een prachtige zin waarbij iedereen meteen een beeld heeft of een herinnering en, vaak, ook meteen een mening.
.
Reden genoeg voor mij om de tekst een helemaal te lezen en hier met jullie te delen. En natuurlijk om de clip met de muziek hier te plaatsen want naast een prachtige zin is het een bijzonder mooi nummer.  Op de website Lowlove.nl kun je meer over de achtergrond van dit nummer lezen.
.
Smokers Outside the Hospital Doors
.
Pull the blindfold down
So your eyes can’t see
Now run as fast as you can
Through this field of trees
.
Say goodbye to everyone
You have ever known
You are not gonna see them
Ever again
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
.
How can we wear our smiles
With our mouths wide shut
‘Cause you stopped us from singin’
.
I can’t shake this feeling I’ve got
My dirty hands, have I been in the wars?
The saddest thing that I’d ever seen
Were smokers outside the hospital doors
.
Someone turn me around
Can I start this again?
Now someone turn us around
Can we start this again?
.
We’ve all been changed from what we were
Our broken parts left smashed off the floor
.
I can’t believe you
If I can’t hear you
I can’t believe you
If I can’t hear you
.
(We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor
We’ve all been changed
From what we were
Our broken parts
Smashed off the floor)
.
Someone turn me around
(We’ve all been changed
From what we were)
Can I start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
Now someone turn us around
(We’ve all been changed
from what we were)
Can we start this again?
(Our broken parts
Smashed off the floor)
.
.

Nummer 10

Jabik Veenbaas

.

Behalve dat we een geboortedag delen is Jabik Veenbaas (1959) dichter, schrijver, vertaler en filosoof. Hij schrijft in het Nederlands en in het Fries. In de nieuwe MUGzine editie 10, staan gedichten van zijn hand, evenals van Laura Mijnders en Rinske Kegel.

Veenbaas vertaalde veel filosofisch werk, maar ook veel poëzie, onder meer ‘Grashalmen’ van Walt Whitman en ‘Lyrische balladen’ van William Wordsworth en Samuel Coleridge. Veenbaas publiceerde tot nog toe acht dichtbundels, vier Friestalige en vier Nederlandstalige. Zijn meest recente bundel was Soms kijkt de aarde me aan  uit 2020. Zijn Nederlandstalige poëzie verscheen in onder meer Het liegend konijn, Poëziekrant en Hollands maandblad.

Naast poëzie van deze drie dichters bevat de nieuwe MUGzine natuurlijk een Luule en fotokunst van Esther Wijntje. Het kleinste poëziemagazine van Nederland en België verschijnt op mugzines.nl en is daar gratis te downloaden. En natuurlijk worden er van nummer 10 ook weer honderd papieren exemplaren gedrukt. Deze worden automatisch verstuurd naar onze donateurs. Ook donateur worden? Ga dan naar deze pagina.

Uit de bundel ‘Brieven aan mijn kind’ van Jabik Veenbaas uit 2007 komt het gedicht ‘de aarde’.

.

de aarde

.
de aarde, een zware geur van groen en water,
bleef me toch altijd na, ook als ik
wegdreef, met mijn spinragwieken
over de ijle, wijkende hemel

of wakker werd
in haar vorstige lente, aan een boos
en visloos diep, een ijsharde hand op mijn
knokige schouder

meer dan eens ontkwam ik
het laatste verse brood in een slip van mijn jas
dat ik verborg, een paar vluchtige stonden, in
het hazenleger van een vrouw

en tenslotte terugvond
in jouw kindergezicht, mijn boom en mijn wortel.
toen wist ik: ik was het zelf, steenoude oergrond,
broer van zon en sterren, sterk als een berg,
en ik zou jou bergen

.

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

Voor eeuwig verbonden

Rodaan Al Galidi

.

De uit Irak afkomstige dichter Rodaan Al Galidi ( Rodhan Al Khalidi, 1971) woont sinds 2007 in Nederland. In 1998 vroeg hij, na gevlucht te zijn uit Irak, asiel aan in Nederland. Dit werd toen geweigerd. Hij leerde zichzelf de Nederlandse taal en ontving in Vlaanderen een werkbeurs. In 2007 kreeg hij, door een generaal pardon, alsnog een verblijfsvergunning. In 2011 schreef hij in NRC Next dat hij was gezakt voor zijn inburgeringsexamen waardoor hij geen Nederlands paspoort kreeg maar hij behield wel zijn verblijfsvergunning.

Inmiddels heeft hij meerdere romans, verhalenbundels, columns en 9 poëziebundels gepubliceerd. In 2007 werd zijn bundel ‘De herfst van Zorro’ genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Daarnaast ontving hij vele prijzen voor zijn proza en ander werk waaronder de Literatuurprijs van de Europese Unie 2011 voor ‘De autist en de postduif’.

Dit jaar schreef hij samen met de Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert het Poëzieweekgeschenk ‘Samen al ’t hope’. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Voor eeuwig verbonden’ over hoe leven en dood in alles met elkaar verbonden zijn.

.

Voor eeuwig verbonden

.

De dood en het leven

gaan naar dezelfde school,

zitten bij elkaar in de klas,

luisteren naar dezelfde meester.

Bij een vraag steken ze beiden hun vinger op

en geven samen hetzelfde antwoord.

In de pauze spelen ze op hetzelfde plein,

vallen uit dezelfde tak,

kloppen hetzelfde zand uit hun schoenen

en na de laatste les,

gaat het leven naar de dood

en de dood naar het leven.

.

 

Klipdrift

Serge van Duijnhoven

.

Ik wist dat dichter en performer Serge van Duijnhoven (1970) dichtbundels met CD’s heeft uitgegeven. Zo besprak ik in 2014 al de bundel/Cd ‘Vuurproef’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/02/24/dichters-dansen-niet-2/ na digitaal nader kennis te hebben gemaakt met Serge (na een bijzonder optreden bij de poëzieavonden van Daniel Dee in Walhalla in Rotterdam). ‘Vuurproef’ is het derde deel van een trilogie, waar ‘Bloedtest’ (2003) en ‘Klipdrift’ (2007) deel 1 en 2 waren.

En nu ben ik ook in bezit van deel 2 ‘Klipdrift’, gescoord in een kringloopwinkel in Brabant. Ook ‘Klipdrift’ is een uitgave van Dichters dansen niet dat naast Serge bestaat uit DJ Fred dB (Fred de Backer 1967).  Zij treden sinds 1999 met veel succes op in binnen- en buitenland onder de naam ‘Dichters dansen niet’ wat ook de naam is van de roman over het leven van een groepje jonge schrijvers (1995) dat ik destijds, toen het uitkwam al kocht en las.

Opnieuw een bundel met gedichten en de CD voor de ‘overall experience’ die Serge en Fred bieden. Opnieuw een overrompelende ervaring. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘ctrl alt delete’ .

.

ctrl alt delete

.

de oersprong is het oor

& in den beginne was het woord

.

om van de eisprong maar te zwijgen

we krijgen het koud

.

zijn al oud in onze jongste dagen

vragen nergens om

.

behalve einde

of een koude start

.

een nieuw begin

cut the crap

.

stilte zal komen

avond zal vallen

.

er is geen weg meer heen

geen weg meer terug

.

het venster klapt de toekomst dicht

elke tak torst duizend bladeren

.

aaneen

.

Olympische spelen

Veldloop

.

Zeer binnenkort gaan de Olympische Spelen van Tokyo van start. De veldloop voor vrouwen zal daar niet te zien zijn, de veldloop is geen officiële olympische sport. Er zijn krachten bezig om de veldloop weer een olympische sport te maken. In de aanloop daarnaar toe (men hoopt in 2024 de sport weer op het programma te krijgen van de OS) een gedicht uit de light verse bundel ‘Atletische verzen’ uit 2007, geschreven door Ivo de Wijs en Theo Danes.

Het betreft hier het gedicht ‘Veldloop (vrouwen) van Ivo de Wijs. Het gedicht gaat over Lornah Kiplagat (1974), van oorsprong Keniaanse atlete die sinds 2003 voor Nederland uitkomt op dit onderdeel.

.

Veldloop (vrouwen)

.

Wat zie je als je onverhoopt

De hele race als tweede loopt?

Dan zie je voor je op het pad

Het gat van Lornah Kiplagat.

.

Waarna de pers nog ‘ns komt vragen:

‘Had Lornah weer een gat geslagen?’

.

Troostgedichten

Zo heel jij mij

.

Isa Hoes stelde in 2015 de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ voor uitgeverij Prometheus samen. In deze bundel is aan allerlei bekende Nederlandse vrouwen gevraagd wat hun favoriete gedicht is ‘dat ze aan het huilen maakte’ of ze emotioneerde. Ik schreef er destijds over op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/02/23/medina-schuurman/ .

Nu is er opnieuw een verzamelbundel die door Isa Hoes is samengesteld getiteld ‘Zo heel jij mij’ met als ondertitel Troostgedichten. In deze bundel biedt Isa Hoes middels de gekozen gedichten troost en verlichting. Dit keer niet aan de hand van bekende Nederlandse vrouwen maar door een eigen keuze. Troost voor momenten van hevig verdriet zoals het overlijden van een dierbare, afscheid nemen van een geliefde of het verliezen van vertrouwen in jezelf, maar ook voor kleine tegenslagen van alledag.

Veel bekende namen in deze bundel van Ida Gerhardt, Willem Wilmink en Drs. P. naar Rumi en Vasalis. Ik koos voor een gedicht van Tom van Deel (1945 – 2019), getiteld ‘Dit moment’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Boven de koude steen’ uit 2007.

.

Dit moment

.

Er is niets voor te stellen mooier dan

een vrouw die in het strijkend avondlicht

de tuin inloopt , het waait, het blad van

de kastanje gaat tekeer, ze zoekt naar

bloemen, snoeiend, alles als weleer.

Daar bukt ze, rustig buiten elke tijd,

verbonden met haar wereld, ook de mijne.

Ik zie het aan in dit moment en wens

dat ondanks ons verstrijken het beklijft.

.

Alles mag je worden

Erik Menkveld

.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Hij studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn studie werd hij redacteur van uitgeverij De Bezige Bij waar hij  onder andere het poëziefonds beheerde. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Daarna was hij vooral actief als zelfstandig schrijver.

Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade en in 2003 en 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor de Volkskrant. In 2014 kwam aan zijn leven een veel te voortijdig einde toen hij stierf aan een hartstilstand.

In de bundel ‘Schapen nu!’ uit 2001 van Erik Menkveld staat een bijzonder gedicht. Het gedicht ‘Alles mag je worden’ is bijzonder in de zin dat, toen ik het las ik steeds dacht, en nu gaat hij in het gedicht zeggen dat je ook dichter kan worden (vooral na de tweede strofe) . Aan de ene kant voelde ik daarbij een zekere teleurstelling en aan de andere kant vond ik het juist ook wel goed dat hij de functie van dichter niet noemde. Het is hoe dan ook een mooi gedicht van een bijzondere dichter.

.

Alles mag je worden

.

Het springzaad knapt, de brempeulen

knallen open en jij ligt er in je wieg

als een popelend boontje bij.

.

Alles mag je worden van mij: zeeman,

boswachter, archeoloog. Of –

als je leven ingewikkeld loopt –

.

gesponsord ontdekker van aangroei

werende stoffen voor scheepsverf,

alleenstaand paddenstoelenfotograaf,

.

pacht- en beestenlijstenonderzoeker

van verdwenen Drentse keuterijen…

Behalve ongelukkig. Beloofd?

.

%d bloggers liken dit: