Site-archief

Ongeveer zo hoog

Ongeveer zo breed

.

In 2006 publiceerden René Maagdenberg en Arie Vuyk de bundel ‘Ongeveer zo hoog / Ongeveer zo breed’ of andersom, het is maar hoe je de bundel oppakt. Het is namelijk een omkeerbundel. Het is niet voor het eerst dat ik een omkeerbundel in handen heb, jaren geleden publiceerde Menno Smit en Edwin de Voigt de bundel ‘The body mass index / Voigt moisturizer’ die je ook op twee manieren kan lezen. Tot op zekere hoogte zijn deze twee bundels dus te vergelijken. Inhoudelijk is de bundel ‘Ongeveer zo hoog / Ongeveer zo breed’ echter anders. In deze bundel hebben René Maagdenberg en Arie Vuyk dus alle twee een helft van een bundel om hun werk onder het voetlicht te brengen.

Arie Vuyk (Ongeveer zo breed) is vooral bekend als cabaretier en René Maagdenberg als illustrator/grafisch vormgever )onder andere voor Po-e-zine). Allebei hebben ze echter ook teksten, gedichten, aforismen en versjes geschreven. In het geval van Vuyk worden de aforismen ‘Humzinnigheden’ genoemd. Een paar voorbeelden:

.

Wie het onderste uit de kan wil halen

moet de boel op zijn kop zetten

.

Spitsuur op Utrecht Centraal:in de rij voor de roltrap

om tijd te winnen.

.

Naast deze Humzinnigheden  veelal rijmende poëzie of versjes en een paar liedteksten. René Maagdenberg (Ongeveer zo hoog) heeft ook wat aforismen opgenomen maar daarnaast ook enkele korte teksten en gedichten. Deze gedichten zijn van een ander niveau dan die van Vuyk. Geen of nauwelijks rijm en een wat serieuzere inhoud. Bijvoorbeeld in het gedicht ‘Waar nieuwe huizen staan’.

.

Waar nieuwe huizen staan

.

wat waait het altijd veel & hard

(waar nieuwe huizen staan)

waar nieuwe mensen wonen

los- en kaalgeslagen

ontworteld

ongewassen en ontgroend

& wat is de lucht leeg, ongekleurd

de zon een schijf van tinten licht

hoe speels de wegen der stadsarchitecten

.

Advertenties

Vier de Poëzieweek 2019

Ingmar Heytze

.

In aanloop naar de Poëzieweek 2019 plaats ik hier op de zondagen voorafgaand aan deze week poëzie die met het thema te maken heeft (Vrijheid) of poëzie van Ingmar Heytze die op 27 januari tijdens de poëziemiddag in theater Koningshof in Maassluis komt voordragen en vertellen. Naast zijn optreden zijn er workshops, een open podium en feedback op je gedicht (kijk voor de voorwaarden op https://www.theaterkoningshof.nl/events/#modal=/agenda/494//Poeziemiddag_2019/?type=show ).

Ingmar Heytze heeft al vele prachtige poëziebundels op zijn naam staan en ik koos voor vandaag het grappige gedicht ‘Uit het leven een greep’ uit de bundel ‘Het beste en de rest’ uit 2006.

.

Uit het leven een greep

.

Dat ik ’s nachts naar huis toe fiets
en dat mijn stuur een omweg maakt

en ik onder je venster sta
en aanbel tot het licht aangaat

en jij naar buiten komt in een peignoir
(die droeg je vroeger nooit en staat ook raar)

en dat ik snotter dat het me zo spijhijt
en jij zegt van het kom allemaal wel goehoed

en dat ik op dat moment pas zie het huis
is niet jouw huis de straat is niet je straat en jij –

en dat ik voor de zekerheid nog vraag
terwijl de taxi al rijdt: ‘Betekent dit nu ook
dat het allemaal niet goed komt?’

.

Amalia Rodriguez zingt

Hubert van Herreweghen

.

De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen (1920 -2016) wordt samen met generatiegenoten als Anton van Wilderode en Christine D’haen gezien als dichters van de bezettingsgeneratie. Hij debuteerde in de oorlog (1943) met de bundel ‘Het jaar der gedachtenis’ en in 2015, op 95 jarige leeftijd, verscheen zijn laatste bundel ‘De bulleman en de vogels’. Hij werkte als onderwijzer, journalist en bij de Vlaamse televisie. Naast dichter was van Herreweghen redacteur van enkele literaire tijdschriften, waaronder Podium (1943-1944) en vanaf 1947 van Dietsche Warande & Belfort. In dat laatste tijdschrift verschenen vrijwel al zijn gedichten. Daarnaast was hij samensteller van bloemlezingen van gedichten. Van 1965 tot 2000, 36 jaar lang, verzorgde hij voor het Davidsfonds een selectie van 50 gedichten uit de poëtische jaarproductie in tijdschriften. Hubert van Herreweghen ontving tijdens zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder de Prijs van de provincie Brabant (1945), de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie (1962) en de Prijs voor Letterkunde voor de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre (2006).

Uit ” Vleugels’ Poëtisch Erfdeel der Nederlanden uit 1962, koos ik voor het gedicht ‘Amalia Rodriguez zingt’ vooral omdat dit bij mij een herinnering naar boven bracht aan mijn ouders die naar haar luisterde.

.

Amalia Rodriguez zingt

.

I

Hartstochtelijk uit de ellende klagen,

tegen vernedering steigerende trots,

om hemel en aarde uit te dagen

en de oneindige barmhartigheid Gods.

.

O nooit nooit in het leven te dulden

wat ons tot droeve narren verminkt,

berusten nooit, maar schelden op schulden

en klagen om wat in ’t graf verzinkt.

.

Voor de ongeborenen is er het leven,

voor levenden is er schande en dood;

en tot wij liggen in dezelfde schoot

zullen de doden geen teken geven.

.

II

Klagen zoals de tortels klagen

diep in ’t van koeren ronkend bos,

de dove echo ondervragen,

maar niets komt uit de stilte los.

.

Klagen zoals al wat geschapen

is, klaagt, en jankt en kermt,

klagen zoals de schapen blaten

totdat de slachter zich ontfermt,

.

klagen zoals de golven klagen,

schreeuwen zoals de zeemeeuw schreeuwt;

duizend gedoofde huilen dragen

zeeën en wind. De stilte geeuwt.

.

.

Antiaanbaklaagbeklaag

Poëziebus

.

Zoals jullie misschien weten ben ik voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus. In 2015 reed de Poëziebus voor het eerst en inmiddels zijn er 4 edities geweest. De Poëziebus is nog steeds in ontwikkeling maar het idee om met een bus vol dichters Nederland en België (Vlaanderen) door te trekken staat nog steeds. Vele busdichters hebben mooie ervaringen opgedaan op de bus, vriendschappen gesloten en ontwikkelingen doorgemaakt waarbij die week op de Poëziebus zeker een rol heeft gespeeld.

Een van de Poëziebusdichters van 2015 speelde ook een rol in latere edities als organisator van de halte Maastricht, Merlijn Huntjens. Merlijns’ schrijfcarrière begon in 2006 bij het Heerlens Schrijverscafé. In 2013 deed hij mee aan zijn eerste Poetry Slam, de Dichtslamrap in Boxtel. In 2016 en 2017 was hij finalist in het NK Poetry Slam, georganiseerd door het Literatuurhuis in Utrecht. In 2015 richtte hij samen met Nina Willems PANDA op. Samen maken zij werk waarin poëzie en performance centraal staat en organiseren zij Borderlines Poetry Slams in de Euregio. Sinds februari 2017 is Merlijn ook stadsdichter van Heerlen. Zijn stadsdichterschap laat zich, naast gedichten over Heerlen, ook kenmerken door projecten waarbij de inwoner van Heerlen inspraak krijgt.

In de Poëziebusbundel van 2015 ‘Verzamelde werken’ is van Merlijn het gedicht Antiaanbaklaagbeklaag’ opgenomen.

.

Antiaanbaklaagbeklaag

.

grootvader vond de haard gezellig en ik

gooide er konijn job in, ingepakt in tranen

.

en het vel papier met de planning. we waren

van de crematies. allemaal huilen, wél een zure andere eten.

.

het huis rook naar houtskool, opa naar

de jus op zijn broek. bijna alles was toen traditie.

.

brandblaren op zijn benen ook. het vallen en

de crematie niet. muziek speelde de laatste

.

latten aan zijn kist recht. harde tikken. we dachten

aan kloppen op het kisthout. allemaal huilen, vlaai eten.

.

nu zijn we de traditie vergeten. haardcrematies,

knaagdieren, jusbroeken, blaren. ze zijn gourmetsets.

.

ik vond de haard met job gezelliger. ik antiaanbaklaagbeklaag

me. iedereen mist opa dan en draait zijn foto weg.

.

UbuWeb.com

Visuele poëzie

.

Van Kila van der Starre (van o.a. straatpoezie.nl en het geweldige boek ‘Woorden temmen’ kreeg ik een tip over een website met allerlei bijzondere vormen van poëzie. Deze website http://www.ubu.com staan vele verwijzingen naar websites die zich met avant-garde kunst bezig houden of hielden. Zeer de moeite waard om daar eens een bezoekje aan te brengen. Uiteraard ben ik vooral (maar niet exclusief) geïnteresseerd in de avant-garde poëzie.

Een mooi voorbeeld vond ik onder ‘Visual poetry’ en dan onder Poor.Old.Tired.Horse. Daar zijn vele voorbeelden te vinden van avant-garde visuele poëzie. Vanwege het ongrijpbare en kortstondige karakter van concrete en visuele poëziepublicaties, is er een waargenomen gebrek aan innovatie in het genre. Zonder te worden blootgesteld aan radicale praktijken, artistieke precedenten en innovatieve modellen, grijpen concrete dichters te vaak terug naar vertrouwde en bekende waarden en onbetwistbare vormen. Poor.Old.Tired.Horse van Ian Hamilton Finlay verscheen tussen 1962 en 1968 en is één van de meest invloedrijke en belangrijke magazines op het gebied van de visuele poëzie. Finlay (1925-2006) zou in zijn latere leven overigens afstand nemen tot deze vorm van poëzie. 

Verschillende beroemde dichters en kunstenaars hebben gepubliceerd in de Poor.Old.Tired.Horse zoals Kurt Schwitters, Paul Celan en Robert Simmons. Hieronder twee voorbeelden van dichters die publiceerden in de Poor.Old.Tired.Horse.

 

At the lion’s roar

the deer cannot hold still.

Hyenas sniff the air.

ART CAN FULFIL.

 

Kurt Schwitters

 

E

.

the

dawn with its (as music)

.

odor of sun and white mer

(casts) maid lips begonia woven

(gladly

.

madness over i suppose mad people

who)

tugs at my chest hair

.

darling

(were trying to elude who by

swallowing their skulls like a pill

.

) i think

you have given me a little brother

for sleep

.

Piero Heliczer

.

On-site poetry

Nick J. Swarth en Sander Neijnens

.

Dichter Nick J. Swarth (tot gisteren actief als deelnemer van de Poeziebustoer 2018) werkt al sinds 2006 samen met typografisch ontwerper Sander Neijnens.  Samen creëren ze gedichten die zijn geïnspireerd op een specifieke locatie. De teksten, evenals de manier waarop ze geschreven zijn, staan in wisselwerking met de plek waar het gedicht is aangebracht.
On-site gedichten worden gemaakt als kunstwerken in de openbare ruimte, voor landart-tentoonstellingen, festivals of evenementen.

On-Site Poëzie begon in 2006. Stadsdichter van Tilburg Nick J. Swarth werd gevraagd om een gedicht te schrijven voor een blinde muur in de stad. Hij vroeg typograaf Sander Neijnens om de tekst te ontwerpen. Het kunstwerk ‘mussenmanieren’ werd zeer gewaardeerd door de burgers.
Ondersteund door de lokale kunstcommissie KORT, maakten Swarth en Neijnens vervolgens gedichten op zes andere locaties in de periode tussen 2007 en 2012. Het project heette locatiegedichten. Vanaf 2012 wordt het project voortgezet als ‘On-Site Poetry.

Hier een aantal voorbeelden van hun projecten. Kijk vooral ook op de website http://www.onsitepoetry.eu/index.html

.

 

Is dit genoeg

Een stuk of wat gedichten

.

In 1983 publiceerde Elsevier in de serie Elseviers literaire serie de themabloemlezing ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten’. Honderd jaar Noord- en ZuidNederlandse poëzie (1880 – 1980) in dertig thema’s samengesteld door C. Buddingh’ en Eddy van Vliet. Dit is deel 1 ( er is ook een deel 2) en de thema’s zijn Afscheid, angst, arbeid, dood, droom & illusie, eenzaamheid, engagement, eros, geluk, god, humor, jaargetijden, kind, liefde en moeder.

Tegenwoordig zouden de samenstellers ongetwijfeld voor andere thema’s kiezen. Vooral de thema’s engagement, arbeid en eenzaamheid vind ik interessant. Uit de bundel ‘Om zo de volledige mens te tonen’ uit 1970 van de dichter J.P. Guépin (1929 – 2006) nam men het gedicht ‘De Tsjechische emigré’ . Na de inval van de Sovjet Unie in Praag (1968) de zogenaamde Praagse lente, vluchten veel Tsjechen naar het Westen waaronder Nederland. Over één van die vluchtelingen gaat dit gedicht.

.

De tsjechische emigré

.

zong hij daarom

het russische volkslied

met zijn schallende stem

in de nachtelijke straten

van Bloemendaal

.

omdat hij vond dat het tijd werd

dat de Russen hier ook eens kwamen,

,

of was hij dronken?

.

Als geen ander

Krijn Peter Hesselink

.

De dichter Krijn Peter Hesselink (1976) begon met optredens bij poetry slams, en dat deed hij dermate succesvol dat hij in 2006 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam won. In 2008 verscheen zijn debuutbundel ‘Als geen ander’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.  In oktober 2009 verscheen zijn tweede bundel ‘Stil alarm’.

Hesselink was ook betrokken bij Stichting Wonder, een stichting die “streken bedenkt om mensen in beweging te brengen”. Een van de activiteiten was de introductie van de Burgerbuddy. Een andere uiting was de campagne “Sex voor dieren”, die pleitte voor natuurlijke voortplanting bij productiedieren. Hesselink is ook actief als vertaler.

Zijn debuutbundel ‘Als geen ander’ bestaat uit 5 hoofdstukken die voorafgegaan worden door het openingsgedicht ‘Urk is vol, nu Nederland nog’ dat eigenlijk een prozaïsch gedicht is en dat qua vorm en inhoud afwijkt van de rest van de bundel. Ik koos hier echter voor het gedicht ‘Over verzadiging’

.

Over verzadiging

.

Je zei houd altijd een gaatje

een implodeergaatje voor God

in je buik

.

We speelden langs het spoor

en de trein trapte de bal terug

.

Je zei lig ik straks op het spoor

dreigt de trein mij terug te trappen

dan schikt God wel in, opgeruimd

staat netjes, knort je buik

.

Toen kleedde jij je uit

voor mijn wasmachine

.

Hij had honger

maar je was al schoon

maar hij had honger

en als hij draaide

werd het gaatje alleen maar groter

.

Het is zo schoon hier

.

De liefde strijken met ijzers van geduld

Een recensie

.

Hein van den Assem ken ik al heel wat jaren. Toen ik bij Poëziepodium Ongehoord Rotterdam kwam en samen met hem Yvonne en Corina de stichting Ongehoord! oprichtte in 2010 werd Hein voorzitter en presentator.. Dat Hein ook dichter was wist ik toen al en de belofte dat er een nieuwe bundel van zijn hand zou worden gepubliceerd (na ‘Assemblage’ uit 2006) hing alweer enige tijd in de lucht.

Die nieuwe bundel is er nu ‘De liefde strijken met ijzers van geduld’. En een bijzondere bundel is het geworden. Door Hein zelf uitgegeven bij Assemblage poëzieproducties is deze bundel een Hein van den Assem kunstwerk. De illustraties zijn van Hein, het ontwerp, de uitvoering (gelijmd en met draad genaaid door de rug, de bladzijden zijn niet losgesneden) alles is van zijn hand inclusief de inhoud. Achterin de bundel zit een mini cd met 9 tracks vormgegeven door Peter Magnée. Wat dat laatste betreft, de mini cd is alleen afspeelbaar met een single adapter. Aangezien ik die niet heb kan ik over de CD hier niet veel melden. In het tweede deel van de bundel (op grijs papier) staat de verantwoording van de gedichten en de gebruikte muziek (piano, basgitaar, gitaar) evenals de teksten van de, door Hein voorgedragen, gedichten.

Ik beperk me hier dus even tot het geschreven gedeelte. De bundel bevat 42 gedichten en 9 tracks. De poëzie van Hein van den Assem zou ik als beschrijvend willen betitelen. In de gedichten van Hein wordt je door hem meegenomen, het zijn Heins gedachten ervaringen, vertellingen die je leest. Veel gedichten refereren aan Rotterdam (Rotterdam Centraal, Bonnema’s Delftse Poort) of mensen uit Rotterdam (Lex culinair) en zijn prettig te lezen. Maar Hein schuwt ook de andere (grote) thema’s niet. Het fraaie Omaha Beach Memorial (D-Day), Prisjvin (over de Russische Sovjetschrijver Prisjvin Michail Michajlovich), Salvador Dali, het Holocaust Monument, Chinese poëzie en Bucephalus (het paard van Alexander de Grote).

Uit alles blijkt de betrokkenheid van de dichter bij zijn onderwerp. Persoonlijke poëzie die nergens clichématig wordt of larmoyant. Alleen in de teksten van de 9 CD tracks zit af en toe wat rijmdwang die wat mij betreft niets toevoegen.

Voor degene die graag poëzie lezen die begrijpelijk is maar toch uitdaagt om verder over na te denken is deze bundel geschikt. Voor wie Hein beter kent valt er nog net iets meer te genieten, zijn de gedichten beter te plaatsen.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht’Rotterdam Centraal’.

.

Rotterdam Centraal

.

Het oude Rotterdam Centraal

lag loom, los en tandeloos als een

flauwe glimlach rond het plein.

Rammelende trams defileerden

dagelijks klingebellend, spiegelend

in zijn glazen pui langszij.

.

Maar uit de diepte doemden kaken op,

een rover sloeg zijn prooi. Scheurde het

middenrif in tweeën , vrat zich vast

in steen en stalen spanten, beet gulzig

in het karkas. Het oude spleet aan

alle kanten; verzwolg in de maalstroom;

de bouw put van Rotterdam.

.

Een bovenkaak versteende op het plein

halfweg de plavuizen vloedlijn.

Met blinkend tourniquette tandengrijns

werpt het zich nu dreigend vooruit,

waar mensenstromen in- en uitsluizen

en trams spoorslags omheen suizen…

de haaienbek van Rotterdam!

.

Flirten

Rita Dove

.

Rita Frances Dove (1952) is een Amerikaanse dichter en essayist. Van 1993 tot 1995 was ze Poet Laureaat Consultant in Poetry aan de Library of Congress. Zij is de eerste Afro-Amerikaanse die aangesteld is sinds deze positie werd gecreëerd door ‘act of Congress’  in 1986 door de vorige ‘consultant in poetry’-positie . Dove kreeg ook de functie van ‘speciale consultant in poëzie’ voor het bicentenniale jaar van de Library of Congress van 1999 tot 2000. Dove is de tweede Afrikaanse Amerikaanse die de Pulitzer-prijs voor poëzie mocht ontvangen, in 1987, en ze was dichter laureaat van Virginia van 2004 tot 2006.

Uit haar bundel ‘Museum’ uit 1983 het gedicht ‘Flirtation’.

.

Flirtation

.

After all, there’s no need
to say anything
at first. An orange, peeled
and quartered, flares
like a tulip on a wedgewood plate
Anything can happen.
Outside the sun
has rolled up her rugs
and night strewn salt
across the sky. My heart
is humming a tune
I haven’t heard in years!
Quiet’s cool flesh—
let’s sniff and eat it.
There are ways
to make of the moment
a topiary
so the pleasure’s in
walking through.
.

 

%d bloggers liken dit: