Site-archief

Ik wil je niet

Carlos Drummond de Andrade

.

Na al die herfstgedichten van de afgelopen tijd is het goed om weer eens iets heel anders te delen met jullie. En wat is een beter medicijn tegen de grauwe grijsheid, het kille nat en de totale ontbladering dan een erotisch gedicht. Bij erotische gedichten denk ik altijd meteen aan het werk van Carlos Drummond de Andrade (1902 -1987).

Carlos Drummond (naar zijn moeder) de Andrade (naar zijn vader) was een Braziliaanse dichter en schrijver, door velen beschouwd als de grootste Braziliaanse dichter aller tijden. Hij is een soort nationaal cultureel symbool geworden in Brazilië, waar zijn zeer invloedrijke gedicht ‘Canção Amiga’ (Vriendelijk Lied) op het 50- cruzado novo- biljet staat.

Hij werkte het grootste deel van zijn leven als ambtenaar en werd uiteindelijk directeur van de geschiedenis van de nationale dienst voor historisch en artistiek erfgoed van Brazilië. Hoewel zijn vroegste gedichten formeel en satirisch zijn, nam Drummond snel de nieuwe vormen van Braziliaans modernisme over die zich in de jaren twintig van de vorige eeuw ontwikkelden. Het werk van Drummond is over het algemeen verdeeld in verschillende segmenten, die in elk van zijn boeken zeer duidelijk voorkomen. Die segmenten zijn zijn alledaagse gedichten, zijn socialistische gedichten (Drummond de Andrade was jarenlang redacteur van de officiële krant van de Braziliaanse Communistische Partij , Tribuna Popular) en zijn metafysische poëzie. Toch is de invloed van elk van deze segmenten in de poëzie van de andere segmenten herkenbaar.

Een laatste segment, en voor dit stuk de aanleiding) kwam aan het einde van zijn leven meer naar voren. Eind jaren tachtig begon zijn poëzie erotischer te worden. ‘O Amor Natural’ ( De Liefde Natuurlijk) is pas na zijn dood gevonden. Zijn bewust erotische poëzie is slechts in één boek gepubliceerd, ‘Moça deitada na grama’ (vrouw die in het gras ligt) die met toestemming en daadwerkelijke tussenkomst van zijn schoonzoon gepubliceerd is.

Volgens mij was het afgelopen zomer bij het televisieprogramma Zomergasten dat een fragment van de grandioze documentaire van Heddy Hodigmann getoond werd, waar oudere en jonge Brazilianen de zinneprikkelende gedichten van Drummond de Andrade uit het hoofd citeerden met hun eigen associaties erbij. Dat geeft wel aan hoe geliefd en gewaardeerd Carlos Drummond de Andrade is en was in zijn geboorteland maar ook ver daarbuiten.

August Willemsen vertaalde ‘O Amor Natural’ voor de Arbeiderspers tot ‘De liefde natuurlijk’ en uit de versie van 2006 nam ik het gedicht ‘Ik wil je niet als allerlaatste neuken’.

Wil je meer erotische gedichten lezen van Carlos Drummond de Andrade kijk dan hierhier, of hier.

.

Ik wil je niet als allerlaatste neuken

.

Ik wil je niet als allerlaatste neuken.

Vroeger geen lef, en nu is het te laat.

De oude vlam laait niet, je openbeuken

zou gerief zijn dat mij niet meer baat

nu dat mijn mond verdroogd is van het jeuken

van verlangen dat zich niet ontlaadt,

en ik, dorstend en hongerend, de kreuken

tel van anderen op je gelaat.

Ik wilde dat je al die oude glorie

wilde wassen van je ziel, van elke porie,

en zou komen, ongerept, tot een ontwaken

en tot mij, van aangezicht tot aangezicht,

om dan ons leven, in ultiem gevecht, te maken

tot een vlammend en universeel gedicht.
.
.

Meer hoef dan voet

Marjolijn van Heemstra

.

Je hebt dichters en je hebt alleskunners of -doeners. Marjolijn van Heemstra (1981) is er een uit de laatste categorie. Ze is naast dichter vooral theatermaker, schrijfster en journalist. Ze is al actief met publiceren sinds 2006 maar in 2009 kwam ze met een theatervoorstelling getiteld ‘Ondervlakte’ en in datzelfde jaar debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’ bij uitgeverij Thomas Rap.

In 2012 won ze met haar debuutbundel de Jo Peters Poëzieprijs. In 2014 kwam haar dichtbundel ‘Meer hoef dan voet’ uit (waaruit het onderstaande titelgedicht is genomen). Ze schrijft naast poëzie romans, columns, een opstel voor De Correspondent (waar ze correspondent ruimtevaart is wat bijzonder is daar ze godsdienstwetenschappen heeft gestudeerd) en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in Das Mag en De revisor.

.

Meer hoef dan voet

.

De hond verspert mij het pad, stokstijf, zijn tong

een roerloze vis tussen zijn tanden, zijn grom

een ondergronds geluid, als door lagen korst

gedempt

.

en ik denk aan de man die zei: We weten niet

waarheen de dieren zijn die zich traag, in duizend,

duizend jaren, onttrokken aan het zicht.

We weten niet over welke rand ze tuimelden,

welke zee het laatste exemplaar verzwolg.

Hij noemde de kieuwslak met vijf platte windingen,

de schrikvogel die liever liep dan vloog,

de majorcahaas, het reuzenhert,

niemand weet met zekerheid in welk bos,

welk veld het reuzenhert verdween.

.

De hond blaft naar mijn sporen,

in de verte zwaait een riem, een mens

die in mij een naaste herkent

maar ik weet wat de hond weet:

er zijn dieren verdwenen

en mijn afdruk is meer hoef

dan voet.

.

 

Na de regen

Mark Boog

.

Op Facebook las ik in een bijdrage van dichter Mark Boog dat hij plezierig verrast was dat hij in een verzamelbundel was opgenomen (Gedichten van het nieuwe millennium’ twintig jaar 21e-eeuwse poëzie uit Nederland en Vlaanderen). Tegelijkertijd was hij minder blij met het feit dat ze zijn naam niet goed gespeld hadden (Marc in plaats van Mark).  Voor iemand wiens naam een ei bevat (waar de meest gangbare vorm van die naam met eij wordt geschreven, een herkenbare irritatie.

Alle reden voor mij om een gedicht van Mark Boog te delen (elke aanleiding is er een nietwaar). Boog (1970) is dichter en romanschrijver. In 1995 debuteerde hij als dichter in het tijdschrift De Appel. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift Mondzeer en de Reuzenkreeft uitgaf.

In 2000 debuteerde Mark Boog met de bundel ‘Alsof er iets gebeurt’, waarmee hij de C. Buddingh’-prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’.

In de derde bloemlezing van Avier (Stichting Literaire Activiteiten Avier) uit 2014 is Mark Boog opgenomen met het gedicht ‘Na de regen’.

.

Na de regen

.

Toen bleek ook de ontheffing ongeldig.

Het was na de regen. We liepen

door de met herfstbladeren gevulde straten.

Alles glom, trots op zijn verdriet,

en onze handen zochten vanzelf onze zakken op.

In elk geval, de termijn was vestreken.

Je knikte, meer in het algemeen dan naar mij,

en de lucht barstte open, zon wrong zich

door majestueus grijs de grommende wolken,

sloeg met stomheid het plaveisel, ons,

gedierte dat scharrelde zonder vergunning.

We zwegen, keken omlaag, maakten iets kapot.

.

 

Jong over oud

Willem Thies en Gerrit Komrij

.

Wanneer je er naar vraagt heeft vrijwel elke dichter een of meer favoriete dichters. Dat kan een dichter zijn die men waardeert of bewondert vanaf of voor het moment dat men zelf met dichten begon of het kunnen dichters zijn die men later heeft ontdekt. Ook ik heb favoriete dichters.

In mijn geval schreef ik al gedichten voor ik deze ontdekte. In de jaren ’80 van de vorige eeuw waren dat Johnny van Doorn en Jules Deelder en al vrij snel kwam Charles Bukowski daar bij. Nog iets later Remco Campert, E.E. Cummings, Herman de Coninck, Judith Herzberg en tegenwoordig een groot aantal dichters naast deze waaronder Esther Naomi Perquin, Menno Wigman en Lieke Marsman. Maar zoals gezegd er zijn er velen, bekende dichters en wat minder bekende dichters.

Toen ik op de website van dichter Willem Thies (1973) aan het lezen was (waar vreemd genoeg de agenda stopt in 2018 terwijl de nieuwste bundel van Thies ‘Mijn zoon hij zegt’ uit 2021 wel bij de publicaties staat) kwam ik het gedicht ‘De zekerheid van de zee’ tegen dat is opgedragen aan Gerrit Komrij, de reden dat ik moest denken aan welke dichter ik een gedicht zou opdragen (voor zover ik weet aan Johnny van Doorn en aan Jules Deelder begin jaren ’80 toen ik nog driftig aan het experimenteren was met vormen van poëzie) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2009/12/03/twee-helden/

Willem Thies (1973) woont en werkt in Amsterdam. Hij studeerde geschiedenis te Groningen, was medeoprichter van het literaire punkrocktijdschrift Zeroxat, en redacteur van en schrijver voor cultureel jongerenmagazine Simpel. Thies publiceerde poëzie in onder meer Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Nymph, Krakatau, Hollands Maandblad, De Academische Boekengids en The Polranny Times. Zijn debuutbundel ‘Toendra’ werd bekroond met de C. Buddingh’ prijs in 2006.

.

De zekerheid van de zee                                       voor Gerrit Komrij

.

De hitte achter mijn ogen. De regen achter de serreruiten. Flinterregen.
Het landschap een verwilderde tuin, de weg leeg en laag in het optorenend
groen. Het kind in bad. Zingend. De vrouw met de handdoek,
de vrouw die jouw dood met mij deelde, op het drooggevallen strand.

.

Het tussenland was breed en verlaten, ik was tot de donkere rotsen gelopen,
tot bij een poel afgesneden van het moederwater. Een krabbetje kroop
achter een steen en wachtte tot de zee hem zou ontzetten.
Ik keerde terug en hoorde het. Dood.

.

Maar je stem suste het tumult in mijn hoofd, de druk
op mijn borst, het koude vel. In schuine regels valt de zee.
De luchten stromen vol met stervensoud water.

.

Laatste keer dichter van de maand juni

Antjie Krog

.

Vandaag is het de laatste zondag in juni en dus de laatste keer deze maand dat ik een gedicht plaats van de dichter van de maand Antjie Krog. Vandaag koos ik voor het gedicht ‘Bij je vertrek’ dat komt uit de bundel ‘Lijfkreet’ uit 2006. De vertalingen in deze bundel zijn van Jan van der Haar en Robert Dorsman.

.

Bij je vertrek

.

ik wilde een ark in mijn armen scheppen
waarin je voortdurend gaaf kon zijn
waarin breuklijnen konden verzachten tot de
fluwelen ongereptheid van een olijftak

.

waarin we je ogen weer inktglad konden strijken
je bedremmelde beentje
in glans konden laten overtreffen
waarin we je huilbuien en woedeaanvallen

.

voor altijd konden afwenden. uit het slagveld
van je ouders wilde ik je wegplukken
je koesteren en hoeden voor verraad
je engel wilde ik zijn en je zwaard

.

met de zegevierende partij ben je vertrokken.
ik heb je het meest schadeloos liefgehad.

.

Orpheus

Zsuzsa Beney

.

De Hongaarse dichter Zsuzsa Beney (1930-2006) studeerde medicijnen en was werkzaam als longarts in Boedapest. Al op 17 jarige leeftijd publiceerde zij haar gedichten in tijdschriften maar pas na haar dertigste begon zij opnieuw met schrijven, poëzie en essays. In 1972 verscheen haar debuutbundel ‘Tüzföld’ of ‘Vuurland’. In 1982 nam zij deel aan Poetry International in Rotterdam en ter gelegenheid verscheen het gedicht ‘Orpheus’ in een vertaling van Sylvia Bodnár.

.

Orpheus

.

Waarom riep je me? Uit de duistere

doodsdiepte haal ik je terug! – Maar je riep me!

Overschoon verstorven lief, van de wereld

afgestorven, meende ik, om mijnentwille –

.

Kan zelfs mijn liefde je niet doen sterven?

.

Waterschittering, schitterschimmig elfenbankje,

eierdonzig heidebed, land-barende lente, Jij –

je geboorteplek werd je huwelijksbed –

.

Wat deed je eruit herrijzen?

.

Gewend was de stilte in mijn dode hart –

je jammerklacht reet mijn hart weer open

en op mensentoon, ooit de woordenecho

van zwijgende wezens, ween ik. Schone verstorvene.

.

Mijn lief, hoor je mijn vliedende dood?

.

MUG #7 komt eraan

Bas Belleman

.

In het tweede jaar van haar bestaan publiceert MUGzine volgende week alweer haar tweede editie (nummer 7 in totaal). Dit keer met poëzie van Bas Belleman, Alja Spaan, Evy Van Eynde, Marie-Anne Hermans en mijzelf. De poëtische illustraties zijn van Martens&Martens, Samenzwerende Kunst (volg ze op Instagram @Martens&Martens) en natuurlijk is er een nieuwe Luule.

Uiteraard is de nieuwe MUG te vinden op de website http://mugzines.nl/ waar je deze gratis kan downloaden maar voor de ware liefhebber wordt er ook een papieren versie van gemaakt. Die papieren versie kan van jou zijn voor een habbekrats (€ 4,-) of je kan verzekerd zijn van automatische toezending naar elk adres van keuze in Nederland of België, als je donateur wordt. Lees hier hoe je donateur voor een jaar wordt http://mugzines.nl/word-donateur

In #7 van MUGzine poëzie van Bas Belleman (1978) met een sprookjesachtig gedicht. Belleman studeerde cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Hij was recensent voor dagblad Trouw en De Groene Amsterdammer, zat twee jaar in de jury van de AKO Literatuurprijs (tegenwoordig BookSpot Literatuurprijs) en bespreekt soms bundels voor poëzietijdschrift Awater. Hij schreef columns en essays voor Filosofie Magazine. Enkele jaren verzorgde hij de programmering van de Maastricht International Poetry Nights.

Bas Belleman publiceerde dit jaar de bundel ‘Shakespeares Sonnetten’, met inleiding en commentaar. Deze sonnettenbundel werd zeer goed ontvangen en krijgt her en der de lof die het verdient. Eerder publiceerde Bas Belleman de dichtbundels’ ‘Nu nog volop ventilatoren’ die in 2003 verscheen in de Sandwich-reeks van Gerrit Komrij (nominatie voor de C. Buddingh’-prijs voor beste debuutbundel) en de bundel ‘Hout’ in 2006. Hij schreef recensies voor dagblad Trouw, de Groene Amsterdammer en Awater. In 2014 verscheen van hem de bundel ‘De drift van Sneeuwwitje’, reden om hem te vragen voor MUG #7.

Het gedicht ‘een boom’ haalde ik van de website van Tzum.

.

een boom

en nog een boom

en nog een en nog een en nog een.

mijn ziel, waar ben je gebleven?

ik zwerf langs de stammen van de slaap

en kom je nergens tegen,

word wakker als een aap.

een bos is een boom

en nog een boom

en nog een en nog een en nog een.

de ziel is een droom

en nog een droom

en nog een en nog een en nog een.

.

Poëzie als stoplap

Maastricht

.

In 2019 was er door werkzaamheden aan de stadsmuur van Maastricht een groot gat ontstaan in diezelfde stadsmuur. Omdat de herstelwerkzaamheden aan de muur in de zomer van 2019 een aantal maanden kwam stil te liggen, had de gemeente besloten de bouwplaats rond het gat op te fleuren. Zo werden de zeecontainers die als stut dienen al in diverse kleuren geschilderd en werden er schotten met kijkgaten geplaatst op het Rondeel.

Of het komt omdat een rondeel zowel een deel van een vestingmuur is als een versvorm weet ik natuurlijk niet (vermoedelijk niet) maar de gemeente besloot het gat in de muur tijdelijk te bedekken met een groot geel doek met daarop een gedicht van stadsdichter Maarten van den Berg.  “Het is een vierregelig gedicht dat een tijdlijn van de locatie behelst”, aldus de dichter. “Ik denk dat poezië er voor bedoeld is om je over bepaalde dingen anders te laten denken, nieuwe inzichten te geven. Door de poezië is ineens vijf eeuwen stadsmuur bloot te komen liggen.”

Poëzie in de openbare ruimte is niet nieuw voor van den Berg, zo is zijn poëzie op de markt aan de taxistandplaats te lezen. In de stoeprand zijn de laatste vier regels te lezen van zijn gedicht ‘de ruiters van de stad’ (2006) te lezen. Aan het Vagevuur, nabij het Vrijthof is het gedicht ‘tussen de torens’ (2012) gebeiteld in twee blokken hardsteen. Aan de Beente in Heugem staat het gedicht ‘(lieve kitty,)’ (2013) op de muur van de Anne Frankschool. Op een pijler van de Noorderbrug direct aan de Maas in het Sphinxkwartier staat een blauwe dichtregel over vrijwel de gehele breedte van de brugpijler opgetekend. Op de binnenmuur in de trappenhal naar de gemeenteraadzaal aan het Mosae Forum staat een kwatrijn ‘de bomen wortelen even diep als wij’ (2015).

Het gedicht dat tijdelijk het gat in de vestingmuur bedekte is:

.

ontembaar vocht de muur tegen vijand en vuur, tot zij
koortsig bollend bezweek, keien als koppen liet rollen
haar buik waarachtig een wortelkraker bleek
en vijf eeuwen opende om de tijd opnieuw te stollen

.

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

Toen je stilte stuurde

Pom Wolff

.

Dichter Pom Wolff ken ik al jaren van zijn website https://www.pomgedichten.nl/ . Ook stond hij op het podium van Ongehoord! en was hij meerdere malen slamfinalist, won hij een aantal slampoetry wedstrijden en was hij onder andere dichter van het jaar in 2005 in Delft. Maar nu heb ik deze week een bundel van hem cadeau gekregen met de titel ‘toen je stilte stuurde’. Deze bundel uit 2006, uitgegeven door Uitgeverij Holland, is na zijn debuutbundel ‘Je bent erg mens’ die in de Windroosreeks verscheen, zijn tweede bundel.

Jos van Hest zei over ‘toen je stilte stuurde’: “Ze zingen en kreunen, ze zijn onrustig en argwanend, ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd; de gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid, maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in.”

Lezend in de bundel bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Soms leek het op leven soms zelfs meer’ en dat is meestal een teken dat ik dat specifieke gedicht met jullie wil delen.

.

Soms leek het op leven soms zelfs meer

.

wat kraakte de loopplank

en prachtig de schepen ze zingen en kreunen

ze zeggen het weer

aan jonge geliefden

die likken als honden

zij lusten er pap van wat willen zij meer

.

aan slammers poëten

die schrijven op armen

over billen en borsten over tepels en teer

aan ouden van dagen

die zochten niet vonden

de dood onder ogen en pijn van weleer

.

wat kraakte de loopplank

en prachtig de schepen ze zingen en kreunen

ze zeggen steeds weer

het leek soms wel leven

maar het is van het water

het begin en het einde en nooit was er meer

.

 

 

%d bloggers liken dit: