Site-archief

Herman Melville

In de gevangenis

.

Eens in de zoveel tijd kom ik een schrijver tegen van naam die ook poëzie schrijft of heeft geschreven terwijl ik daar niet van op de hoogte was. Zo iemand is de Amerikaanse schrijver Herman Melville (1819 – 1891) Zijn bekendste werken zijn de romans ‘Typee’ (1846) maar vooral ‘Moby-Dick’ (1851). In zijn tijd waren Zuidzee avonturen een populair literair genre in de Verenigde Staten, maar bij zijn dood was hij alweer vrijwel vergeten.  Toch hebben zijn romans van de zee, en dan vooral Moby-Dick, de tand des tijds weerstaan en behoort deze roman inmiddels tot de klassieke Amerikaanse romans.

Hoewel zijn poëzie minder vaak wordt gelezen, beweren critici dat deze ook historisch significant, thematisch complex en hoogstaand is. Stanton Garner, auteur van ‘The Civil War World of Herman Melville’ , beschreef Melville als ‘de derde deelnemer aan de Amerikaanse poëtische revolutie in het midden van de 19e eeuw’, samen met Emily Dickinson en Walt Whitman. 

In feite bracht Melville de laatste decennia van zijn leven door met het schrijven van poëzie. Zijn gepubliceerde collecties omvatten ‘Battle-Pieces and Aspects of the War’ (1866), een intieme en zeer persoonlijke reactie op de burgeroorlog en het allegorische epos ‘Clarel: A Poem and Pilgrimage in the Holy Land’ (1876).

Uit : ‘Words for the Hour’: A New Anthology of American Civil War Poetry , uitgegeven door Faith Barrett en Cristanne Miller (University of Massachusetts Press, 2005) komt het gedicht ‘In the Prison Pen’ (In de gevangenis).

.

In the Prison Pen

.

Listless he eyes the palisades
     And sentries in the glare;
’Tis barren as a pelican-beach—
     But his world is ended there.
 .
Nothing to do; and vacant hands
     Bring on the idiot-pain;
He tries to think—to recollect,
     But the blur is on his brain.
 .
Around him swarm the plaining ghosts
     Like those on Virgil’s shore—
A wilderness of faces dim,
     And pale ones gashed and hoar.
 .
A smiting sun. No shed, no tree;
     He totters to his lair—
A den that sick hands dug in earth
     Ere famine wasted there,
 .
Or, dropping in his place, he swoons,
     Walled in by throngs that press,
Till forth from the throngs they bear him dead—
      Dead in his meagerness.

.

Toen je stilte stuurde

Pom Wolff

.

Dichter Pom Wolff ken ik al jaren van zijn website https://www.pomgedichten.nl/ . Ook stond hij op het podium van Ongehoord! en was hij meerdere malen slamfinalist, won hij een aantal slampoetry wedstrijden en was hij onder andere dichter van het jaar in 2005 in Delft. Maar nu heb ik deze week een bundel van hem cadeau gekregen met de titel ‘toen je stilte stuurde’. Deze bundel uit 2006, uitgegeven door Uitgeverij Holland, is na zijn debuutbundel ‘Je bent erg mens’ die in de Windroosreeks verscheen, zijn tweede bundel.

Jos van Hest zei over ‘toen je stilte stuurde’: “Ze zingen en kreunen, ze zijn onrustig en argwanend, ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd; de gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid, maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in.”

Lezend in de bundel bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Soms leek het op leven soms zelfs meer’ en dat is meestal een teken dat ik dat specifieke gedicht met jullie wil delen.

.

Soms leek het op leven soms zelfs meer

.

wat kraakte de loopplank

en prachtig de schepen ze zingen en kreunen

ze zeggen het weer

aan jonge geliefden

die likken als honden

zij lusten er pap van wat willen zij meer

.

aan slammers poëten

die schrijven op armen

over billen en borsten over tepels en teer

aan ouden van dagen

die zochten niet vonden

de dood onder ogen en pijn van weleer

.

wat kraakte de loopplank

en prachtig de schepen ze zingen en kreunen

ze zeggen steeds weer

het leek soms wel leven

maar het is van het water

het begin en het einde en nooit was er meer

.

 

 

Poëzie luisteren

Ode aan de nacht

.

Poëzie moet je lezen, regelmatig lezen, herlezen, maar poëzie kun je ook voor laten lezen of laten voordragen. In tijden van Corona is het moeilijk om poëziepodia te bezoeken (al komen er het en der wel weer initiatieven onder strenge regels tot stand) dus kun je kijken naar alternatieven. Zoals het luisteren naar poëzie. Dat kan via Youtube (er is echt een heel grote verzameling binnen en buitenlandse dichters te beluisteren), via streamingdiensten of gewoon nog ouderwets vanaf cd’s.

Ik schreef op dit blog al eerder over luister cd’s met poëzie zoals over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/04/29/dichters-in-de-nacht/ Dichters in de nacht, twee cd’s met een registratie van de 25ste nacht van de poëzie in Vredenburg Utrecht, maar ook over  https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/14/de-goddelijke-vonk/ De goddelijke vonk, gesprekken met dichters uit het NPS-radioprogramma Kunststof, en https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/09/taal-zonder-mij/ over het 4 cd-luisterboek ‘Taal zonder mij’ van Kristien Hemmerechts van uitgeverij Rubinstein.

Daar wil ik er vandaag een aan toe voegen. In 2005 namelijk (voordat ‘Dichters in de nacht’ verscheen in 2006) kwam de 4-cd verzameling uit onder de titel ‘De nacht van de poëzie’ samengesteld door Anneke van Dijk en Koen Vergeer. Op deze 4 cd’s zijn de beste voordrachten van 25 jaar Nacht van de poëzie verzameld. Vrijwel alle bekende dichters die er ooit stonden zijn vertegenwoordigd op deze 4 cd’s: Lucebert, Hugo Claus, Rutger Kopland, Gerrit Komrij, Judith Herzberg, Jules Deelder, Herman de Coninck, Leo Vroman, Remco Campert, Tjitskes Jansen en ga zo maar door. Een feest der poëzie kortom, 4,5 uur luisterplezier. En hoewel uit 2006 is deze prachtige verzameling nog steeds te koop voor een vriendelijke prijs.

In 2002 stond Anneke Brassinga op de Nacht van de poëzie. Van haar het gedicht ‘Aan zee’ uit haar bundel ‘Wachtwoorden’ uit 2005.

.

Aan zee

.

De wind weegt de woorden
bevindt ze te licht
de wind huilt, veegt de woorden
van tafel, uit het zicht

.

het stormvogeltje dat ze opslikt
zal stijgen tot de hoogten van de reuzenalbatros
of alleen nog willen krijsen
zoals ik, bestoven aap op stok.

 

.

Django Reinhardt (1910-1953)

F. Papenhove

.

Door een berichtje van Jiske Foppe op Facebook werd ik gewezen op het bestaan van dichter F. (Fred) Papenhove (1956). Zij deelde een gedicht van zijn hand dat was opgenomen in de bundel ‘Van geluk gesproken’ een Rainbow pocket uit 2007. Na enig zoekwerk blijkt dat F. Papenhove in 2000 zijn debuut als dichter in het Haagse literaire tijdschrift Bordelaise Literair (tegenwoordig Sub Rosa) maakte.

Fred Papenhove werkte onder andere als dienstplichtig marinier, boekverkoper, privéchauffeur, museumdocent, verslaggever bij het Haags Straatnieuws en de daklozenkrant en hij is dichter en prozaschrijver. Sinds zijn debuut zijn er van hem o.a. gedichten geplaatst in de dichtbundels ‘Daar komen de dichters’ (2003), ‘War on War’ (2003), de ‘Kidsgids Den Haag’ (editie 2002-2003) en in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ (2001), ‘Rotterdam de stad in gedichten (2002) enAntwerpen de stad in gedichten (2003). Er is van hem ook poëzie geplaatst in het literaire wielertijdschrift De Muur (2004).

In 2005 verscheen van hem bij de Windroos de bundel ‘De Rode Soldatenvis / Poisson – Soldat Rouge’. In 2009 won hij de Halewijn-literatuurprijs van de stad Roermond voor de bundel ‘De hemel is vol zwaluwen’,  in 2011 verscheen zijn bundel ‘Zweep je best been voor’ en in 2015 ‘Rechte paden doen ons niets en andere gedichten’. Van Fred Papenhove werd poëzie gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’, ‘Ballustrada’ en in ‘Hollands Maandblad’.

Op de site http://www.epibreren.com/ staan twee gedichten van zijn hand uit 2004 waaronder het gedicht over gitarist Django Reinhardt.

.

Django Reinhardt (1910-1953)

.

O, Franssprekende zigeunerguitarist,
De sterren halen je aan (ook op cd).
.
Weg met je linker pink & ringvinger
Snel.
.
Hiphoppers, beboppers, rockers &
Speedfreaks, zoeken net als jij – deed –
.
Naar een moment, waarin stilte
Vermengd met ruis, eeuwigdurend roept
Is daar iemand?

.

Samenzijn

Nel Benschop

.

Ik heb getwijfeld over dit bericht. Of ik iets over dichter Nel Benschop zou schrijven. Al jarenlang kom ik vele bundels van haar tegen in kringloopwinkels, (vroeger) in bibliotheken, op tweedehands boekenmarkten en een enkele keer bij mensen thuis. Wanneer ik haar gedichten lees dan constateer ik vrijwel meteen dat dit niet mijn poëzie is maar aangezien ik graag over de rafelranden van de poëzie schrijf en ik weet dat er nog veel liefhebbers van haar gedichten zijn toch dit bericht.

Nel Benschop (1918-2005) was tijdens haar leven de bestverkochte dichter van Nederland. Benschop begon in 1948 met gedichten schrijven. Intussen declameerde ze gedichten van anderen, met soms een van haar eigen gedichten er tussendoor. Ze debuteerde in 1967 bij uitgeverij Kok uit Kampen met de bundel ‘Gouddraad uit vlas’. De uitgeverij had de uitgave bijna niet aangedurfd, maar de bundel werd goed verkocht en zestig keer herdrukt. Dit is ook de titel die je nog het meest aantreft her en der. Van al haar dichtbundels werden in totaal drie miljoen exemplaren verkocht. Drie miljoen! Daar kan geen andere dichter aan tippen.

Haar gedichten zijn zeer christelijk en werden om die reden door de literaire wereld niet erg serieus genomen. Tegelijkertijd is dit waarschijnlijk de reden dat ze zulke astronomische aantallen van haar bundels verkocht. Ze schreef over vaste thema’s als liefde, dood, lijden en christelijke troost. Zes jaar na haar dood verscheen postuum de bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’, waarin geheime liefdesgedichten zijn opgenomen die zij schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog, vóór haar debuut in 1967.

In totaal verschenen van haar hand 22 titels waarvan de meeste gepubliceerd werden in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. In 2015 verscheen de bundel ‘Benschops beste’ De 100 mooiste gedichten van Nel Benschop met daarin ook een aantal liefdesgedichten uit haar postuum uitgegeven bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’. Uit dat hoofdstuk komt het gedicht ‘Samenzijn’.

.

Samenzijn

.

Jij dicht met ogen en met handen

het allermooiste liefdeslied

waarvan de woorden in mij branden

als zonnen in een grauw verschiet;

je ogen strelen, en je handen

zij kussen met je lippen mee;

je lichaam zingt, als op de stranden

de schelp zingt van de blauwe zee.

In zachte weelde weggezonken

tasten je lippen naar mijn borst. –

Wie eenmaal van de liefde dronken,

Hun kwelt een niet te lessen dorst.

.

Reizigers

Driek van Wissen

.

In de bundel ‘De dichter des Vaderlands’ zijn mooiste gedichten, koos Jean Pierre Rawie uit het werk van voormalig Dichter des Vaderlands en vriend Driek van Wissen (1943 – 2010). In deze bundel uit 2005 staat het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’. In deze vakantie is deze titel heel actueel, er bereiken nogal wat berichten de reizigers tenslotte.

.

Bericht aan de reizigers

.

Des zondags in de trein kan onverhoopt
een horde voetbalfans U bruusk verrassen,
langharigen, werkschuw en ongewassen,
maar door elkander wel met bier gedoopt.

.

Het tuig, met boksbeugels en leren jassen,
slaat stoelen stuk, gaat in de banken krassen,
waarvan het leer ruwweg wordt afgestroopt,
en plundert ook uw koffers en uw tassen.

.

En als de trein, tot het karkas gesloopt,
de halte van bestemming binnenloopt
hangt aan een stel bebloede voetbaldassen
de conducteur vakkundig opgeknoopt.

.

Dus reizigers, als U een kaartje koopt
vermijdt het uitschot en reist eerste klasse!

.

Hong Kong

Albert Hagenaars

.

Met een naam die naar de hofstad verwijst en een gedicht dat de titel draagt van een stad waar de afgelopen jaren veel aan de hand was kom je vanzelf in mijn vakantiegedichten. Albert Hagenaars (1955) schrijver en dichter heeft als belangrijkste thema’s in zijn boeken reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. In zijn bundel ‘Drijfjacht’ De ongebundelde gedichten 1979 – 2004 uit het jaar 2005 bevat het gedicht ‘Hong Kong’ waarin het thema interculturele relaties als uitgangspunt dient voor het gedicht.

.

Hong Kong

.

voor Lai Lai Hui

.

Over het gladde water van de haven kringelt

de wierook uit de tempels die de stad haar naam gaf

en mij de roes in de vrouw die jij elke nacht werd.

.

In de tempel van Man Mo met haar begroeide

daken en versleten tegels gingen ze ooit door

de knieën: de soldaat en de koopman en de arts

.

maar nooit de dichter. Wij wachtten, jij en ik

en je moeder die volgens haar wetten over ons

heerste, wachtten tot het ene stokje uit de koker

.

zou vallen waarmee de priester onze toekomst

moest duiden maar ik wist het al; toen jij je benen

om de mijne klemde en trok. Er vielen er vier.

.

Papieren MUG

Daniël Dee

.

Afgelopen week kwam de tweede editie uit van MUGzine op de website http://mugzines.nl. En vanaf vandaag is er de papieren versie. We verspreiden de papieren versie onder vrienden en bekenden, onder poëzie organisaties en de rest van de 100 exemplaren (want daartoe beperken we ons, 100 exemplaren op papier) kun je in bezit krijgen door een mailtje te sturen naar mugazines@yahoo.com

Een aantal mensen hebben dit al gedaan bij de eerste versie, maar als ook jij een papieren versie wil mail ons dan. We zijn aan het nadenken over een soort abonnementsvorm zodat je automatisch elke nieuwe papieren uitgaven ontvangt (zolang de voorraad strekt uiteraard, er zal dan dus een beperkt aantal abonnementen mogelijk zijn) en we denken na over een cadeau verpakking voor als je jezelf een mooi, stijlvol klein cadeautje wil geven of iemand anders een MUGzine cadeau wil doen.

In de tweede editie staan naast gedichten van de makers gedichte van dichters Sabine Kars, Pieter Drift en Daniël Dee. Wij zijn ontzettend blij met hun bijzondere bijdrage en om degene die Daniël Dee nog niet kennen (zijn die er?) als dichter hierbij een gedicht uit zijn bundel ‘Vierendeel’ uit 2005 getiteld ‘Onschuldige voorkennis’.

.

Onschuldige voorkennis

.

de hoofdinspecteur op lijn drie

.

misschien horen rampen bij het leven

een ongedekte cheque van god

ik krijg drie maaltijden per dag

.

begin maar met de slaapkamer

vreemd dat zij niet met mij meeging

dat soort vragen stel ik niet meer

.

okselfris douchen

voor de spiegel gezichten oefenen

de grote boze wolf en jack the ripper

lieverd laat je geldglimlach eens zien

.

zal ik mijn mouwen oprollen

.

 

Schoon in elk oog is wat het bemint

Hafid Bouazza

.

In 2005 en 2006 publiceerde dichter Hafid Bouazza bij uitgeverij Prometheus drie bundels met vertaalde Arabische poëzie. Over het deel ‘Om wat er nog moet komen’ Pornografica, schreef ik al op 22 februari van dit jaar https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/22/pornografica/ maar nu wil ik het tweede deel uit deze drie bundels van deze Arabische bibliotheek, zoals Bouazza het noemt,  bespreken dat handelt over Arabische liefdesgedichten met de titel ‘Schoon in elk oog is wat het bemint’.

In het woord vooraf schrijft Bouazza dat het hier een persoonlijke keuze van hem is uit de gigantische hoeveelheid klassieke Arabische minnepoëzie zowel lyrisch en melancholisch als vrolijk en fysiek uitbundig. Het hart wordt niet altijd boven externe lichaamsdelen verkozen- en waarom zou het? voegt hij er nog aan toe.

We realiseren het ons tegenwoordig, zeker in de westerse wereld, niet meer maar in de klassieke oudheid heeft het Arabisch schiereiland maar ook landen uit Noord Afrika, Turkije en Iran, grote en beroemde dichters voortgebracht. Van de meeste (en misschien van alle) dichters in de bundel hebben de meeste mensen nog nooit gehoord (ik ook niet) maar dat wil niet zeggen dat deze dichters niet meer dan de moeite waard zijn.

Omdat ik, zoals gezegd, de dichters in de bundel ook niet ken heb ik voor een gedicht gekozen dat me beviel en dat is een gedicht geworden van Dik al-Djinn die leefde tussen het jaar 777/778 en 849/850 in de nu Syrische stad Homs. Dik al-Djin leefde ten tijde van het Abbasid kalifaat en was vooral beroemd door zijn liefde voor een christelijke vrouw met de naam Ward. Veel van zijn poëzie is voor haar geschreven. Daarnaast gaat veel van zijn poëzie over zijn liefde voor wijn.

.

Kijk naar de zon van de kastelen en hun naam

En naar hun lavendel en het blaken van hun bloesemrijk

Nimmer beproefde je oog een blank dat van zwart

Zo veel schoonheid vergaarde als haar gezicht in haar haar

Rozig van konen en wie nooit van haar heeft gehoord

Kan uit haar speeksel haar naam verkrijgen

Zij heupwiegde en ik lachte verwonderd om haar billen

Maar ik huilde om haar middel

Uit haar hand schenkt ze je een beker rozige wijn

En een wijn van twee van haar voortanden

.

 

%d bloggers liken dit: