Site-archief

…, want nooit wordt alles gezegd

Alphons Levens

.

Als het gaat om poëzie van de Antillen of Suriname heb ik op dit blog berichten gewijd aan R. Dobru, Michaël Slory en Alette Beaujon. Ik ben altijd op zoek naar werk van dichters uit Suriname of de Antillen maar vreemd genoeg vind ik maar zelden iets. Nu heb ik echter een bundel gedichten gevonden van de Surinaamse dichter Alphons Levens.

Alphons Levens (1949) werd op Curaçao geboren maar verhuisde op zijn 5e met zijn ouders naar Suriname. Van 1969 tot 1977 woonde Levens in Nederland waar hij o.a. psychologie studeerde. Weer terug in Suriname werkte hij als onderwijzer, correspondent van de Hilversumse VARA-radio en als redacteur van het weekblad ‘Pipel’ dat na de decembermoorden in 1982 door het militaire regime werd gesloten.

In 1971 had hij zijn debuut gemaakt bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam met de dichtbundel ‘Bezinning en strijd’. Bekendheid verwierf hij met zijn sinds 1991 frequent verschijnende gedichten in het dagblad ‘De Ware Tijd’ en de ‘Weekkrant Suriname’ in Nederland. Hij publiceerde ze in de dichtbundels ‘Bezinning en strijd’ (1971), ‘Mogelijk’ (1996), ‘…, want nooit wordt alles gezegd’ (1998) en ‘Wee het volk dat niet meer denkt!’ (2002).

Zijn gedichten hebben een minimum aan poëtische eigenschappen maar zitten vol engagement en hebben een socialistische en anti-militairistische inslag. Levens denken, dichten en schrijven zijn sinds 1970 bijzonder beïnvloed door zijn directe en indirecte ervaringen bij de ontwikkelingen in Suriname en de rest van de wereld, en dan met name de derde wereld.

In de bundel ‘…, want nooit wordt alles gezegd’ staan 100 gedichten die door hun titels alleen al duidelijk maken waar het bij Levens om draait. Titels als ‘Het roer moet om!’, ‘Niet opgeven’, ‘Desinformatie’, ‘Emancipatie’ en ‘Censuur’ laten meteen zien dat hier een sociaal geëngageerde dichter aan het woord is. In het gedicht ‘Mobutu Sese Seko’ uit 1997 blijkt dat Levens geen onderscheid maakt tussen onrecht door kolonialisten of onrecht van het eigen volk.

.

Mobuto Seso Seko

.

Als op die dag de veel oudere

Nelson Mandela hem niet had opgetrokken,

was hij echt niet van die stoel kunnen komen.

.

Toch bleef hij vergaren en beschermen

miljarden gestolen rijkdommen

die zijn berooide volk toebehoorden

.

De laatste dagen van zijn leven

probeerde hij nog te leven,

maar dat was geen echt leven

.

Ik begrijp niet dat in deze tijd

van moderne telecommunicatie

er op aard’ nog zoveel Mobuto’s zijn

.

En er zelfs nieuwe bij komen.

.

Uitzicht genoeg

Marjoleine de Vos

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Uitzicht genoeg’ van dichter Marjoleine de Vos (1957). De Vos studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en schreef in 1985 haar doctoraalscriptie over dichter Gerrit Achterberg. Wat opvallend is aan haar carrière is dat ze vooral als jurylid van vele jury’s actief is  zoals de Zilveren en Gouden Griffeljury (ze schreef zelf ook kinderboeken) maar ook voor de Herman Gorter-prijs, de P.C. Hooft-prijs, de A. Roland Holst-penning en de Ida Gerhardt Poëzieprijs.

Ze schrijft ook een column voor het opinieweekblad VolZin. In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel ‘Zeehond graag’, in 2003 gevolgd door ‘Kat van sneeuw’. ‘Zeehond graag’ werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In het voorjaar van 2008 verscheen haar bundel ‘Het waait’. De bundel ‘Uitzicht genoeg’ is uit 2013 en een succes gezien het feit dat ik een vierde druk heb (binnen één jaar).

Uit deze bundel het gedicht ‘Kringloop’, een gedicht over de kringloop van het leven maar voor mij ook omdat ik daar zo graag kom in kringloopwinkels (en veel van de bundels in mijn boekenkast daar vandaan komen).

.

Kringloop

.

En steeds is alles op zijn mooist: van start

in volle bloei tot rood en krachtig kaal.

Er huist geen groot schandaal in leven

dat verdwijnen moet om nog onwennig

op te staan in een herschreven vorm.

We spreken over ons bestaan, we lachen

willen hier zijn, altijd hier. Zoals de vlier

heel oud al in zijn ziel, maar graag bereid

tot flierefluiten voor wie wil.

.

Herfst

W.J. van der Molen

.

In mijn boekenkast staan vele dichtbundels, bloemlezingen en verzamelbundels. Zo ook ‘Van de morgen tot morgen’ uit 1964 (tweede druk) een bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs. Toen ik deze bundel uit mijn boekenkast pakte en de ondertitel las moest ik onmiddellijk denken aan een bericht dat Kila van der Starre mij toestuurde over een symposium in Utrecht op dinsdag 5 november 2019 met als thema ‘Uitgesproken poëzie: over poëzievoordracht in de klas’ waar ik gisteren nog over schreef.

In begin jaren zestig was poëzie in de schoolklas blijkbaar belangrijk genoeg dat er zelfs een bundel aan gewijd werd. In deze bundel staan gedichten van alle grote dichters. En soms kom ik een naam tegen van een dichter die ik (nog) niet ken. Zoals de dichter W.J. van de Molen (1923 -2002). Volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie https://www.nederlandsepoezie.org was Willem Johan van der Molen bevriend met Michaël Deak. Hij publiceerde met hem onder het pseudoniem Aernout van Leiden zes bloed- en bodemverzen in nr. 5/6 (mei/juni) 1944 van het door de SS gerunde tijdschrift ‘Groot Nederland’.

In 1985 verklaarde Deak daarover dat deze zes verzen dienden om vijf sonnetten met een verborgen verzetsboodschap een door de Amsterdamsche Keurkamer uitgeschreven poëziewedstrijd te laten winnen. Na de oorlog zouden hij en Van der Molen deze boodschap dan onthullen. Probleem is evenwel dat niemand vóór 1985 van deze wedstrijd gehoord had. De enige bron voor het bestaan van die poëziewedstrijd is Michaël Deak, die erover repte in een brief d.d. 14-08-1985 aan literair onderzoeker Frank van den Bogaard. In kranten- en tijdschriften uit 1944 is geen spoor van de wedstrijd aangetroffen. Het lijkt erop dat Van der Molen, een paar jaar jonger dan Deak, door deze in dit avontuur is gesleept (Bron NPE).

In 1949 publiceert van der Molen zijn bundel ‘Sous-terrain’ (1949) in de Windroos-reeks. In het tweede deel van zijn leven hield van der Molen zich vooral bezig met Haiku’s. Zo was hij vanaf 1981 redacteur van ‘Vuursteen’, het vierjaarlijkse tijdschrift van de Nederlandse en Vlaamse Haiku centra. Na zijn dood wijdde de vanuit Japan opererende World Haiku Association een internetpagina aan hem, vanwege zijn grote verdiensten op haiku-gebied:
www.worldhaiku.net/poetry/nl/wjvan.molen.htm

In ‘Van de morgen tot morgen’ is het gedicht ‘Herfst’ opgenomen. In deze, al donker wordende, dagen leek me dat wel toepasselijk.

.

Herfst

.

De herfst komt met een tondeuse van wind

en een schaar van zilveren schemerregen.

Met lakens wolken om wachtende bomen.

.

Hij legt in het lover een watergolf van tranen

Hij schudt uit flessen doorzichtig grijs

brillantine van dauw en lotions van dromen.

.

Hij snijdt met een scheermes het licht uit de hemel.

Hij knipt met een schaar het geluid uit de tijd,

met zijn vingers de as van de werkelijkheid.

.

Anti-stress poëzie

Deborah Alma

.

Ik kende het begrip Bibliotherapie in algemene zin; een therapie waarbij gebruikgemaakt wordt van geschreven teksten zoals zelfhulpboeken, handleidingen, romans en prentenboeken om mensen van alle leeftijden te helpen met hun psychische en fysieke problemen. Al bij de oude Grieken was het bekend dat literatuur zowel psychologisch als spiritueel belangrijk was, en zij plaatsten boven hun bibliotheken dan ook een bord met het opschrift “Plaats ter genezing van de ziel. Bij bibliotherapie kiest men lectuur uit als therapeutisch hulpmiddel bij medische en psychiatrische behandeling. Dit gerichte lezen als begeleiding bij de oplossing van persoonlijke problemen wordt bijvoorbeeld ook aangewend in ziekenhuizen. (bron”Wikipedia).

Dat poëzie in dit rijtje ook thuis hoort daar getuigt het boek van Sarah waarover ik gisteren schreef van; poëzie om een traumatische ervaring mee te verwerken. In Engeland vond ik een dichtbundel uit 2015 over dit onderwerp met de veelzeggende titel ‘The Emergency Poet’ An Anti-Stress Poetry Anthology.

‘The Emergency Poet’ werd samengesteld door dichter en schrijver Deborah Alma. In haar voorwoord schrijft ze dat ze een oude ambulance kocht uit 1970 en daarmee naar ziekenhuizen, tehuizen, evenementen, bibliotheken, scholen en festival reisde voor poëzie therapie en vriendelijke conversatie. De mensen die ze daar trof waren vaak op zoek naar raad en een emotionele oppepper. Deborah alma hielp ze met het vinden gedichten om de geest op te vrolijken, te troosten en te helpen omgaan met alle druk van de moderne tijd.

De bundel is opgedeeld in verschillende hoofdstukken met thema’s als ‘Voor dagen wanneer de wereld even te veel voor je is’, Pluk de dag’, ‘Liefde’, Óuder worden’, ‘Hoop’, ‘Over verdriet’ en ‘Moed en Inspiratie’. Alle gedichten in dit boek zijn door haar uitgetest en in de praktijk gebracht en hun nut is bewezen. Tijd voor een Nederlandse hertaling of editie met gedichten van Nederlandstalige dichters.

De meeste gedichten in deze bundel zijn van Engelse of Engelstalige dichters maar er staat ook (vertaalde) poëzie in van onder andere Miroslav Holub, Fernando Pessoa, Thich Nhat Hanh en  Rainer Maria Rilke. Een aantal van de opgenomen gedichten is heel bekend en zelfs beroemd maar vele zijn ( voor mij) onbekend.  Zoals bijvoorbeeld het gedicht ‘Getting Older’ van Elaine Feinstein (1930 – 2019) een Engels dichter met grote affiniteit voor de Russische dichters van de vorige en deze eeuw. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Collected poems and translations’ uit 2002.

.

Getting Older

.

The first surprise: I like it.

Whatever happens now, some things

that used to terrify have not:

.

I didn’t die young, for instance. or lose

my only love. My three children

never had to run away from anyone.

.

Don’t tell me this gratitude is complacent.

We all approach the edge of the same blackness

which for me is silent.

.

Knowing as much sharpens

my delight in january freesia,

hot coffee, winter sunlight. So we say

.

as we lie close on some gentle occasion:

every day won from such

darkness is a celebration.

.

Klokkenluider

Herman Brood

 

Vandaag voor de laatste maal in september Herman Brood als dichter van de maand. En om in stijl af te sluiten met een zeer actueel thema koos ik voor het gedicht met als beginregel ‘op een dag’ over een Klokkenluider. Uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ uit 2002.

.

Op een dag

paste de hoed niet meer

de bovenrug

deed aan een klokkenluider denken

de lever aan notre dame

een stapje terug

leek onvermijdelijk

vooruit, fataal

zet hem daar maar neer

.

Dat laten we aan de buren over

Herman Brood

BBC

Een dag later dan verwacht, de dichter van de maand september Herman Brood. Vandaag uit de bundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ uit 2002 het titelloze gedicht over de thuis situatie van de heer Brood.

 

Mijn blanke dochter (16)

vindt naast een blanke jongen lopen

zeer gênant

evenals op de fiets

naar school gaan

ontroerd juich ik dit toe

het hele gebeuren

behoedt ons huis

voor instorten

dat laten we aan de buren over

 

 

Gedicht voor platenspelers

John Wieners

.

Dichter John Wieners (1934 – 2002) werd geboren in Boston en was Beat-dichter en lid van de San Francisco Renaissance. Wieners was ook een anti-oorlogs- en homorechtenactivist. Zijn poëzie combineert openhartige verhalen van seksuele en drugsgerelateerde experimenten met door jazz beïnvloede improvisatie en plaatst beide in een lyrische structuur.In een interview met zijn redacteur zei  Wieners over zijn werk: “Ik probeer het meest gênante wat ik kan bedenken te schrijven.” Uit zijn bundel ‘Selected Poems 1958 – 1984’ uit 1986 het gedicht ‘A Poem for Record Players’.

.

A Poem for Record Players

.

The scene changes
Five hours later and
I come into a room
where a clock ticks.
I find a pillow to
muffle the sounds I make.
I am engaged in taking away
from God his sound.
The pigeons somewhere
above me, the cough
a man makes down the hall,
the flap of wings
below me, the squeak
of sparrows in the alley.
The scratches I itch
on my scalp, the landing
of birds under the bay
window out my window.
All dull details
I can only describe to you,
but which are here and
I hear and shall never
give up again, shall carry
with me over the streets
of this seacoast city,
forever; oh clack your
metal wings, god, you are
mine now in the morning.
I have you by the ears
in the exhaust pipes of
a thousand cars gunning
their motors turning over
all over town.
 .

Eddy Evenhuis

Uit de Pas

.

Ik koop en krijg veel dichtbundels. En soms zit er een bundeltje tussen dat op het eerste oog niet zo opvalt maar bij nadere bestudering ineens een klein pareltje te zijn. Ik heb er in de loop van de tijd verschillende ‘gevonden’. Nu lag boven op de stapel met dichtbundels een dichtbundel van Eddy Evenhuis. Eenvoudig vormgegeven, grijsblauwe kaft, linnen rug en alleen in kleien gouden letters de naam van de dichter en de titel ‘gedichten’. Deze kleine bundel is zorgvuldig gemaakt, genaaid en gemaakt van een kwalitatief stevige soort bijna geschept papier.

De 32 pagina tellende bundel bevat 19 gedichten. Op het titelblad blijkt het hier te gaan om de bundel ‘Uit de Pas’ uit 1943, uitgegeven door Homerus Pers. In het Colophon staat te lezen: De gedichten uit dezen bundel zijn voor een deel ontleend uit “Pan in de Stad”, een bundel in voorbereiding. “uit de Pas” werd in 1943 uitgegeven in een oplage van driehonderd genummerde exemplaren. Mijn exemplaar is genummerd 167.

Eerst dacht ik nog dat het een heruitgave was, de staat van de bundel is nog zo mooi, geen verkleuring of verstoffing. Maar het betreft hier een originele uitgave uit 1943. Op https://www.nederlandsepoezie.org lees ik dat het hier een clandestiene uitgave betreft.

Eddy Evenhuis (1920 – 2002) was journalist en dichter. Hij heeft als correspondent (De vrije Pers) ,redacteur en eindredacteur (de Leeuwarder Courant) gewerkt en bij de laatste was hij ook verantwoordelijk voor de bijlage ‘De Lyrische courant’. Ook was hij medewerker aan o.a. Criterium, Groot Nederland, Parade der profeten, De Stem, Het Woord en Maatstaf.

Ik koos uit de bundel ‘Uit de Pas’ het gedicht ‘Gif en verraad’.

.

Gif en verraad

.

Zij was een beker met een blank venijn

en gaf zich bloot aan hem, den schelen drinker,

onhandig tastend naar het glas: wat blinkt er

met meer verraad bij kaars en zonneschijn?

.

Maar door de wereld gaat een oud refrein

vol dwazen weemoed: van zwei Königskinder;

hier blijft de minnaar die of kwartjesvinder,

al zal de liefde wel dezelfde zijn.

.

De een drinkt liefde popelend en grif,

de ander aarzelend, die weer behendig,

er zijn er, die geen toon muziek verdragen,

.

er zijn er, die zelfs bruiloftsmarschen vragen,

maar wat is liefde anders dan vergif,

sneeuwwit of purper, proper of ellendig?

.

Dichter van de maand

Herman Brood

.

Hoewel ik Herman brood vooral ken van de vele optredens die ik van hem zag ( waarvan een op mijn middelbare school) en van zijn herkenbare kunst, waardeer ik zijn dichtwerk ook bijzonder. In zijn poëzie is hij eigenzinnig, verrassend, creatief, en soms ook gewoon heel raar (wat ik dan juist weer heel grappig vind). Daarom heb ik besloten dat ik Herman brood Dichter van de maand maak. En omdat deze maand bijna voorbij is, is Brood de Dichter van de maand september en een heel klein beetje augustus.

In 2002 verscheen van brood de poëziebundel ‘Kwartjes vallen soms jaren later’ bij uitgeverij Nijgh en van Ditmar. De hele bundel is rijkelijk versierd met pentekeningen van zijn hand. In het eerste gedicht uit deze bundel dat ik met jullie wil delen komt de bijzondere creatieve geest van Brood al meteen duidelijk naar voren.

.

Kaal scheren

Fopneuzen

Het streven naar anonimiteit

faalt wegens O-benen

Daarom laat mijn bankoverval

zo lang op zich wachten

.

Dit dwergkonijntje

Astrid Lampe

.

De, in Tilburg geboren, Astrid Lampe (1955) is dichter en schrijft eigenzinnige poëzie, associatief en controversieel. Ze publiceerde onder andere titels als ‘De memen van Lara’, ‘Spuit je ralkleur’, en ‘Lil (zucht) Haar poëzie schakelt van catwalk naar cakewalk, is vitaal en springerig en is (zelfs na meerdere lezingen) verschillend te duiden. Uit haar bundel ‘De memen van Lara’ uit 2002, het titelloze gedicht met de intrigerende beginregel “dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken”.

.

dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken
…waar zijn je handjes dan?
volk stuift op platte gympen uiteen

zo’n hoofd is een hard ding
-weg uit deze dimensie!
dit meisje poetst haar paardenstel
haar meester verstopt zich
ik kan al bijna een staart

hier zijn haar handjes
ze laat haar verse vrind heus niet buiten staan

(zeker en vast nie)

.

%d bloggers liken dit: