Site-archief

Geen man, want geen vrouw

Gerrit Krol

.

Er zijn schrijvers en dichters waarvan iedereen de naam wel kent maar waarvan, bij navraag, maar weinigen ooit een boek hebben gelezen. Dat geldt ook voor mij en in het bijzonder betreft dat schrijver, essayist en dichter Gerrit Krol (1934 – 2013). Ik dacht ooit, in de jaren ’80 wel eens een pocket van hem te hebben gelezen maar kan me niet meer herinneren welke.

Op zichzelf is dat natuurlijk helemaal niet erg, je kunt nu eenmaal niet van elke schrijver of dichter een boek lezen (hoewel er ongetwijfeld mensen zijn die hiertoe pogingen doen). In het geval van Gerrit Krol kan ik in ieder geval zeggen dat ik een dichtbundel van zijn hand heb gelezen. De bundel ‘Geen man, want geen vrouw’ kwam in 2001 uit en op de achterflap schrijft Krol:

“Sinds de succesvolle ontvangst van ‘De kleur van Groningen’ voer ik het certificaat van een hoogsteigen vorm. Die stelt mij in staat bijzonder snel en makkelijk gedichten te schrijven welke bovendien onbeperkt houdbaar zijn”, en “Het zijn krachtige, ijzersterke verzen zonder ook maar één enjambement. Geschreven in de derde persoon zouden deze balladen kunnen worden genoemd. Eerder episch dan lyrisch, zijn ze uitstekend bestand tegen de vaak zo persoonlijke gevoelens van deze tijd. Absoluut onmodieus!”

Dit schrijft hij omdat hij in de jaren daarvoor krampachtig poëzie probeerde te schrijven (na in 1976 zijn tot dan toe eerste en enige dichtbundel ‘Polaroid’ te hebben gepubliceerd) en dit maar niet lukte.

Opvallend in de gedichten in deze bundel, is de manier waarop Krol zichzelf steeds tegenspreekt, verbetert, aanpast, alsof er een tweede dichter met hem mee schrijft die als een soort redacteur samen met hem het gedicht vorm geeft. De epische (verhalende) vorm wordt hierdoor versterkt. Zoals in de gedichten ‘Roodborstje’ en ‘Geen wak’.

.

Roodborstje

.

Een roodborstje dat tegen het raam tikt.
Niet tegen het raam, maar tegen het ei waarin het zit en het ei breekt in tweeën.
Niet het ei, maar het ijs dat scheurt van Groenland naar beneden.
.
Een zwarte zee, waarin witte vlakten drijven.
Geen vlakten maar bergen.
Geen ijs, maar graniet.
Nodig voor het roodborstje om zijn snaveltje te scherpen.
.
Zijn snaveltje sterker dan het ei.
.
Sterker dan Groenland.

.

Geen wak

.

Het weiland, het voorjaar, de eerste koeien.

Geen koeien, maar pinken.

Geen voorjaar, geen riet.

.

De sloot, een blauwe lucht.

Niet het water, maar het wak.

Geen wak, maar ijs dat dunner dan glas.

.

Een eend draagt.

.

Vertel het maar

Dichter van de maand

.

Op deze zondag opnieuw een gedicht van de muzikant, kunstenaar, en Rock & Roll legende Herman Brood. Uit de bundel ‘Zoon van alle moeders’ uit 2001 het titelloze gedicht ‘Nou vertel ut maar Brood’.

.

Nou vertel ut maar Brood
wat moes jij met een
elektriese apothekers
weegschaal
achter op je fiets
(terwijl ut vroor & kraakte
plus sneeuw – terzijde)
ter waarde van een gemiddeld
maandloon…?
Hak geruild met een verslaafde
neger voor een paar suede punt
schoene en een goed gesprek.
Hier heb je over nagedacht Brood!
En waar is de waardevolle buit
gebleve op die winterdag?
Je bent namelijk gesignaleerd
eerst met en toen zonder
da kostbare instrument achter
op uw fiets, binne een half uur!
Weggegooid?
Okee Brood as je ’t zo wil spelen
Je moet vanavond optrede?
’t Spijt me enorm beste vent
maar ’t weekend heb ik geen dienst
tot maandag dan maar he…
(celdeur dicht)
Uh… meneer, meneer da schiet me wat te binne.

.

Festina Lente

De Poëzieslag pakt uit

.

Vanaf het begin en de opstart van de Poëziebus ben ik betrokken bij dit mooie initiatief om de podiumpoëzie te promoten. De Poëziebus zet zich in het bijzonder in voor de performancepoëzie. Als zodanig is ze niet de enige, er zijn meer podia die de nadruk leggen op de performance, denk aan spoken word podia, maar wat ik niet wist is dat er jaren geleden al een initiatief werd gestart juist om de podiumpoëzie te promoten, De Poëzieslag. Op de website van de Poëzieslag staat te lezen: De Poëzieslag bestaat sinds mei 1998 en is een gezamenlijk initiatief van Gerard Beentjes, docent schrijven en Felix von Schmid. Van meet af aan is het de bedoeling geweest om een Nederlandse variant van Poetry Slam te ontwikkelen. http://www.epibreren.com/slam/poezieslag.html

Pas geleden kocht ik de bundel ‘Festina Lente presenteert, de poëzieslag pakt uit’ uit 2001. In de inleiding schrijft Gerard Beentjes onder andere: De Poëzieslag is nu bezig aan het derde seizoen in successie. Het is een maandelijkse poëzieslam, een voordrachtwedstrijd voor publiek. En: Simon Vinkenoog is als jurylid een vaste gast van de Poëzieslag. Van zijn hand is de inleiding van deze bundel, het is een pleidooi voor podiumpoëzie, voor het laten horen van gedichten op een verstaanbare manier, lezend van papier of voordragend uit het blote hoofd.

Een aantal dichters die meededen en in deze bundel zijn vertegenwoordigd, zijn niet de minste: Erik Jan Harmens, Florence Tonk, Jannah Loontjens en Gerard Beentjes. Een speciale plek in de bundel is gegeven aan vaste bezoeker en deelnemer Frank Mol (1957 – 2000). Voor in de bundel is een stuk van een gedicht van hem opgenomen.

.

Mijn leven is twijfel

en ik leef van twijfel

alles wat ik tot nu toe

uit twijfel ondernam

is geslaagd

waarom zouden we dan nu niet slagen?

.

In zijn inleiding ‘Credo 2001’schrijft Simon Vinkenoog: geen experiment is verboden, geen onderwerp taboe, geen andere maatstaf dan de schok of de verrassing, herkenning of ontroering die de lezer of toehoorder van het gedicht ondergaat, als het eenmaal op papier is gezet of door de dichter wordt voorgelezen. Ik ben het helemaal eens met Vinkenoog. In de bundel staat een gedicht van Erik Jan Harmens dat het experiment niet schuwt getiteld ‘Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel’.

.

Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel

.

Zeg me lief, is het verwonderlijk niet dat wij elkaar de keel dichtknijpen in

dromen. In werkelijkheid kijken we de ander wat aan zonder (in jaarcijfers

uit de drukken) doel. We lopen door de stad en ik hou je vast met mijn arm

strak om je nek zodat een ieder zegt: die twee hebben wat (laat niemand

naar je kijken of zelfs maar naar de schaduw van je krullen op de keien).

.

De koele kikker onder tweetwintig volt lijkt nauwelijks te bedaren 9 ik lees

op een schwarzenegger-poster: wie een dubbelleven leidt kent tweemaal

zoveel gevaren).

.

we kunnen naar Afrika gaan en ons laten dragen door een oude van dagen

met een lege maag. we kunnen ook doen alsof we afgereisd zijn en

onderduiken onder een rijdende trein.

.

Bel me als het niet meer gaat. ik heb een antwoordapparaat.

.

 

Levenslang

Jean Pierre Rawie

.

In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw was dichter Jean Pierre Rawie (1951) één van de toonaangevende dichters in Nederland (en Vlaanderen). Zijn bundels verkochten beter dan menig roman. Ik herinner mij een avond in de bibliotheek van Wateringen waarop Rawie zou vertellen en voordragen en waar bijna 80 mensen aanwezig waren. Voor een dichter een meer dan respectabel aantal. Vooral zijn bundel ‘Een onmogelijk geluk’ uit 1992 was een enorm groot (verkoop)succes.

Tussen 2001 en 2012 was het erg stil rond Jean Pierre Rawie. In die periode verscheen alleen ‘Verzamelde verzen’ (2004). Na 2012 kwamen er weer met enige regelmaat bundels uit van zijn hand. Te beginnen in 2012 met de bundel ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’. Uit deze bundel het gedicht ‘Levenslang’ over verwachtingen die niet uitkomen.

.

Levenslang

.

De dronken dagen, doorgehaalde nachten

(wij konden niet kapot in onze jeugd),

de herdersuren waar ons geen van heugt,

de gouden tijd die wij oneindig achtten.

.

Toch waren wij ten prooi aan de gedachte

dat wat voor ons was weggelegd niet deugt;

wij hebben ons een leven lang verheugd

op iets wat levenslang op zich liet wachten.

.

Straks zijn wij oud, en met doorgroefd gelaat,

bedroefd en moe, en met de dood voor ogen,

vertrouwd met hoe het in de wereld gaat,

.

maar met behoud, naar buiten onbewogen,

van het vooruitzicht waar ons hart voor slaat,

dat wij daar tot het laatst naar haken mogen.

.

 

De poëzie komt vroeg in 2019

Poëzieweek in Maassluis

.

Op zondag 27 januari organiseren Theater Koningshof, de Bibliotheek en stichting Jambe en Ongehoord! een poëziemiddag met workshops, interessante dichters en muziek in Theater Koningshof aan de Uiverlaan 20 in Maassluis. Natuurlijk is er ook een open podium.

Programma

Eind januari is het weer Poëzieweek in Nederland. In Maassluis kun je op zondag 27 januari terecht voor workshops poëzie, de dichter Ingmar Heytze, poëzie en muziek van Henk Boogaard en natuurlijk is er een Open Podium. Het programma begint om 14.00 uur en duurt tot 17.00 uur. Voor wie zelf aan de slag wil gaan met poëzie is er van 11.00 tot 13.30 een workshop poëzie schrijven met dichter Henriette Faas. In twee delen geeft ze uitleg, tips, en helpt zij je verder op je eigen poëtische pad. Deze workshop is voor jong en oud.

 Workshops, Open podium en feedback gedicht

Geef je van te voren op voor de workshop via info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “Workshop”. Wil je graag drie gedichten voordragen op het open podium, bijvoorbeeld als je de workshop hebt gevolgd of als je al wat langer bezig bent met poëzie, geef je dan op via info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “Open Podium”. Schrijf je al wat langer poëzie en wil je graag feedback op je gedichten ontvangen van Henriette mail dan je gedicht naar info@theaterkoningshof.nl met als onderwerp “feedback gedicht”.

Aanmelden

Aanmelden voor de verschillende onderdelen kun je doen via de mail en voor 15 januari 2019

Kosten

Entree kaarten voor deze poëziemiddag zijn € 7,50 te koop via www.theaterkoningshof.nl of aan de balie van Theater Koningshof. Voor de activiteiten moet je je apart aanmelden (zie hierboven). Wil je gegarandeerd zijn van een plek meld je dan snel aan.

.

Om in de stemming te komen alvast een gedicht van Ingmar Heytze, hoofdgast op 27 januari, uit zijn bundel ‘ Alle goeds’ uit 2001, het gedicht ‘ Mammoet’.

.

Mammoet

.

Het is heel koud in dit gedicht.
Zo koud – voorzichtig met je netvlies –
dat je blij mag zijn om het alleen
te hoeven lezen.

Het is gemaakt van zwarte vingers
en bevroren inkt. Het staat in gletsjers
om me heen verrezen.

Ik heb er lang in rondgedwaald.
Ten slotte ben ik opgegeven,
door de wind in slaap gefluisterd,
weggedoken in de tijd –

Sindsdien kijk ik omhoog door ijs
en luister naar de eeuwigheid.

.

Elektron, Muon, Tau

Maria van Daalen

.

In 1989 debuteerde dichter Maria van Daalen met de bundel ‘Raveslag’ bij uitgeverij Querido. Deze bundel viel toen op door zijn mystieke toon en werd het jaar daarop genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs. In de jaren hierna volgden nog 8 dichtbundels waaronder een Engelstalige bundel.

Van Daalen was drie jaar lang (1992 t/m 1994) redacteur van De Revisor en was later lid van de redactieraad van Dietsche Warande & Belfort. Zij publiceerde regelmatig verhalen en gedichten in DWB, Awater, De Revisor, Lust & Gratie, Parmentier, Tzum en andere literaire tijdschriften.Haar Amerikaans-Engelse werk verscheen in buitenlandse tijdschriften (The Southern Review/LSU, AGNI/Boston University, etc.). Van haar werk bestaan vertalingen in het Italiaans, Engels, Frans, Duits, Fries, Fins, Bosnisch, Bahasa Indonesia, Farsi. Bekendheid kreeg zij ook als organisator, bij ‘Winterschrift’ (Groningen) en bij ‘De Langste Dag’ (2010).

Uit haar erotische bundel ‘Elektron, Muon, Tau’ uit 2003 hier het sonnet  ‘Margo Timmins’.

.

Margo Timmins

.

de zangeres van Cowboy Junkies

tijdens een concert in Paradiso op 15 november 2001

.

de hand die ze om de microfoonstandaard vouwt

de andere hand bij de eerste tonen

losjes zoals ze in haar stem gaan wonen

zichzelf zuiver aan haar lichaam toevertrouwt

.

de stilte opzoekt wacht in een klank beschouwt

de diepte van het interval met lome

gebaren door het dal het licht intomen

legt ze mij uit dat en hoe ik van hem houd

.

die elk woord geluidloos meezingt en geniet.

Tranen glanzen in zijn vermoeide ogen.

Hij wiegt zich zoals zij zelf op haar muziek.

.

Kunst is niet om te troosten, dat is tragiek.

Bloeiende woorden zegt ze, volgezogen

groeit vanuit de wortel van de pijn het lied.

.

 

Dichter aan huis

Simon Vinkenoog

.

In de kringloopwinkel kocht ik een paar bundels van ‘Dichter aan huis’. De manifestatie ‘Dichter aan Huis’, die in 1991 als een éénmalige gebeurtenis was bedacht, en in 1993 nog eens éénmalig werd herhaald, was een dermate groot succes dat de organisatie er wegens succes een tweejaarlijkse traditie van maakte. Tijdens Dichter aan Huis 1991 bleek dat veel poëzie zich er heel goed voor leent om in kleine, huiselijke kring te worden voorgelezen. Er ontstonden heel verrassende confrontaties van dichters en publiek. De locaties, particuliere huizen, met hun gevarieerde architectuur en interieurs, hun uiteenlopende typen bewoners en de zeer verschillende wijzen van ontvangst van het publiek, gaven dit poëzieweekend een uniek karakter. Dichter aan huis zou 11 edities kennen (tot en met 2011) en kreeg in 2016 een herstart. In 2017 echter werd de stichting ‘Dichter aan huis’ opgeheven.

De vijftig huizen van waaruit de dichters voordroegen bevinden zich verspreid over Den Haag maar vooral in de oude binnenstad, in het Bezuidenhout en het Benoordenhout, in de Vogelwijk, rond het Sweelinckplein en in het Statenkwartier. Ik herinner mij, begin deze eeuw dat er ook bij mijn overburen een dichter kwam voordragen en dat dat toen nogal wat belangstellenden trok.

Gelukkig zijn er de bundels nog, zoals ook de bundel van de 2001 editie, toen met dichters als Rutger Kopland, Gerrit Kouwenaar, Hanny Michaelis, Neeltje Maria Min, Ilja Leonard Pfeijffer, Jean Pierre Rawie, Jan Wolkers, Bart Chabot, Carla Bogaards en Simon Vinkenoog (en nog 40 anderen!). Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Niets dan goeds’ van Simon Vinkenoog.

.

Niets dan goeds

.

Niets dan goeds

onder woorden brengen

niets dan goeds

op je kerfstok hebben

niets dan goeds

als metgezel

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

tranen drogen

honger stillen

dorst lessen

.

pijn doen verdwijnen

honger uit de wereld helpen

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

kwaad bestrijden

twisten laten betijen

oorlogen doen wijken

vriendschappen sluiten

eigen taken kwijten

.

-niets dan goeds

maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

Niets dan goeds wens ik de wereld toe

levenskrachtig levensmoe tot daden geleid

of aan het einde van de strijd

in een tartende tussentijd

.

uit de hoorn des overvloeds

niets dan goeds

in de toekomende tijd

.

Tuimelen

Herman Brood

.

In de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ staat een bijzonder stukje van Lola Brood, dochter van all round rock & roll mens Herman Brood (1946 – 2001). Toen Lola ooit ziek was op vakantie schreef Herman een brief aan haar, die ze alleen mocht openen ‘als ze zich kut voelde’. Een half jaar na de dood van Herman Brood opende ze de brief en vond daarin een gedicht aan haar gericht.

.

Tuimelen

.

Voor Lola

.

(Zinloze mededeling?)

POËZIE

.

Ik pak haar hand

terwijl ze sliep

een elktriese stroom

vibratie stoot

stoot

door mij heen

doet mij tuimelen

tuimelen

tuimelen

door de heelal

m’n hart begint

op te zwellen, wel

lekker maar ik

moet haar loslaten

om de explosie te

voorkomen.

Liefde verscheen in

een niewe gedaante

en opschrijven verpest het

(bijna)

.

Betreffende vogels

Hans Warren

.

Sinds afgelopen zondag is het bundeltje ‘Betreffende vogels’ van Hans Warren in mijn bezit. Dit kleine bundeltje met 24 gedichten bij miniaturen van H. J. Slijper werd in 1974 uitgegeven door Erven Thomas Rap en mijn exemplaar is gesigneerd door Hans Warren (1921 – 2001) en H.J. Slijper (1922 – 2007). In deze bundel staan dus 24 gedichten gerangschikt in 4 hoofdstukken met namen als; Dode vogels, Historische vogels, Vogels in de spiegel en Zingende vogels en ze worden voorafgegaan door een gedicht getiteld ‘Slechtvalk en duif’.

Warren en Slijper hebben elkaar gevonden door hun wederzijdse voorliefde voor vogels. Slijpers illustraties sierde met regelmaat de voorkant van het blad ‘Vogeljaar’ en Warren vertaalde meerdere natuur- en vogelboeken. Ik heb voor het gedicht ‘De Wielewaal’ uit dit bundeltje gekozen omdat het een vreemd gedicht is, omdat Hans Warren in dit gedicht aan de haal gaat met de vele namen van de Wielewaal en tot slot eindigt in een vreemd soort klankdeel.

.

De Wielewaal

.

Oriolus, Gele Gouw, Gele wielewouw,

Loriot, Figo l’Aouriaou, Migliora,

Ajulu, Gabrieli, Agruppa filu,

Rigogolo, Crusuelo, Pirol,

Shulz von Milo, Schulz von Bülow,

Oropendola. ‘Hio bulo!

gidleo gitatidlio gigilio

gipliagiblio gidleeah!’

.

Onoverwinnelijk

Gebruik van poëzie

.

In het Volkskrant magazine van 28 juli las ik een stuk over Leon Emmen van wie in 2015, na een infectie met een streptokokkenbacterie, beide benen moesten worden afgezet. Dit artikel gaat over hoe mensen hun ‘geluk’ ervaren. Nu drie jaar nadat zijn benen zijn afgezet en hij met prothesen heeft leren lopen geeft hij zijn leven een 8+.

Op zichzelf een interessant artikel maar ik werd gegrepen door het plaatsen van een gedicht bij het artikel. Het betreft het gedicht ‘Onoverwinnelijk’ een vertaalde versie (door Kris Eikelenboom) van het gedicht ‘Invictus’ van de Engelse dichter William Ernest Henley (1849 – 1903).

Leon Emmen putte kracht uit dit gedicht tijdens zijn revalidatie. Het origineel hangt nu ingelijst in zijn woonkamer. Mooi kan je nu denken, maar ik moest terug denken aan een stuk dat ik op 9 juli 2012 schreef op dit blog over de terrorist Timothy McVeigh, die vlak voor hij ter dood gebracht werd (hij had de doodstraf gekregen na na het plegen van een bomaanslag op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma city) een briefje aan zijn bewaker gaf met daarin juist dit gedicht (handgeschreven) als ‘Final written statement’.

Twee totaal verschillende gevallen, de een een macaber geval van een Amerikaanse veteraan uit de Golfoorlog die na terugkeer radicaliseert en met een bom 168 mensen vermoordt onder wie 19 kinderen. De ander een gewone Nederlander die na een schijnbaar eenvoudige operatie zo ongelukkig is om besmet te raken met een bacterie en zijn benen verliest maar uit de situatie juist kracht put om verder te leven.

Daarin schuilt voor mij de kracht van poëzie, dit laat zien dat poëzie geen grenzen kent (goed of fout), niet discrimineert en voor elk mens, in welke omstandigheid dan ook, iets bijzonders kan betekenen.

Wil je het gedicht ‘Invictus’ in het Engels lezen ga dan even naar 9 juli 2012 (in de rechterbalk) of via deze link https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/09/de-terrorist-en-de-poezie/ of lees het hier in de Nederlandse vertaling van Kris Eikelenboom.

.

Onoverwinnelijk

.

Vanuit een peilloze diepte, zwart als de nacht,

Een duisternis zo lang als mijn leven,

Dank ik een God, welke is mij om het even,

Voor een ziel met onverwoestbare kracht.

.

Het lot grijpt mij met klauwen beet,

Maar ik geef geen krimp, slaak geen enkele kreet.

Al regent het nog zo veel slagen in mijn leven,

Mijn hoofd is bebloed, maar ik houd het geheven.

.

Want waar ik nu slechts ween en smacht,

Is het enkel een schaduw die op mij wacht.

Al duren de jaren nog zo lang,

Ze mogen verstrijken, ik ben niet meer bang.

.

De poort is smal, een nauwe gang,

De lijst met straffen ellenlang,

Maar ik houd de teugels strak in handen,

Mijn zielenheil leg ik nimmer aan banden.

.

%d bloggers liken dit: