Site-archief

Grutto Grutto Fuut Fuut

Robin Hannelore

.

De Vlaamse dichter Robin Hannelore (1937, pseudoniem van August Obbels) is vooral bekend in de Belgische Kempen. Hij kreeg in 1968 en 1977 de poëzieprijs van de provincie Antwerpen. Naast zijn auteursactiviteiten was hij tot 1997 leraar Germaanse talen in zowel Herentals als Antwerpen. Binnen zijn zeer ruime thematiek neemt Hannelore het dikwijls op voor de zwakkeren, de onderdrukten en de onmondigen. Deze voorkeur, die in zijn werk meermaals naar boven komt, kwam tot een hoogtepunt in ‘Een brief aan de koning’ (1979). In zijn veelheid van stijlen waagde hij zich enkele malen in het magisch realisme, wat hem de vriendschap opleverde met Hubert Lampo. Samen met Frans Depeuter en Walter van den Broeck was Hannelore ook medestichter van het satirisch-kritische tijdschrift ‘Heibel’, dat hij in 2007 met Depeuter opnieuw tot leven riep. Hannelore schreef zo’n 20 poëziebundels en hij debuteerde in 1958 met de poëziebundel ‘Waan en pijn’.

In 1978 verscheen in de serie ‘Poëtisch erfdeel der Nederlanden’ in de Vlaamse pockets, een bloemlezing van zijn werk onder de titel ‘Het koekoeksspog’. Wat dat precies betekent is me niet helemaal duidelijk, het Vlaams woordenboek geeft niet direct uitsluitsel, maar het lijkt een afgeleide van gespogen dat ‘heel erg gelijkend op’ betekent. Hierin gedichten uit zijn bundels uit de jaren ’60 en ’70.

De bundel begint met een ‘gedicht’ of een uitspraak van Hannelore waaruit blijkt dat hij het opneemt voor de onderdrukten en de onmondigen.

.

En kom je tenslotte toch naar de Kempen,

denk dan niet te lichtvaardig dat je

het koekkoeksspeeksel, het kikkerspog

of het lenteschuim ontdekte.

Ik loop hier namelijk in het voorjaar steeds

op, voor de voeten van, of in het gezicht van

de parvenu’s, de spekulanten, de mongoloïde politici

en de goden te spuwen.

.

Verder in de bundel blijkt dat Hanelore wel degelijk ook gedichten schrijft die minder activistisch zijn en de schoonheid van de Kempen en de natuur als onderwerp hebben zoals in het gedicht ‘Grutto Grutto Fuut Fuut’ dat nooit gebundeld werd.

.

Grutto Grutto Fuut Fuut

.

Ik lig hier als een driedubbele gek

Te lachen in het gras de witbol

Beroesd van tijm en koeiedrek

De schaduw van de eik zit vol

.

harig wilgeroosje en oud geluk

En gesjirp van een krekel een mus

De Kempen bulkt van de volle pluk

Halfapen toeren er rond in een bus

.

Onder dit groen orgiastisch gewelf

Op dit eeuwig wilde herdersfeest

Ben ik te gast bij de zwarte elf

.

Ik adem ril geniet als een beest

Verlaat hier tenslotte voorgoed mezelf

Nimmer is iemand zo vrij geweest.

.

Advertenties

Laura

Erotiek op zondag

.

Op verzoek nog wat langer erotische gedichten op zondag. Vandaag het gedicht ‘Laura’ van Menno Wigman (1966-2018) uit zijn debuutbundel ‘Zomers stinken alle steden’ uit 1997. In dit gedicht geen expliciete termen of daden maar de herinnering aan die daden, aan haar (Laura), kortom een erotisch gedicht dat veel maar ook weer niet alles aan de verbeelding overlaat.

.

Laura

.

Gelukkig, ze is weg. Nu zal ze

helemaal en meer nog dan ze denkt

de mijne zijn. Nu zal ze nogmaals,

naakt en vol en onbeschaamd,

voor mijn gesloten ogen staan.

.

En zwanger van haar geuren speel ik

snel haar glimlach af en spits

me op haar gulle dijen, haar huid

sneeuwt zachtjes op mijn witte doek,

ze krijgt al stem, ze fleemt,

ze vloekt, en dan, de laatste still,

vang ik haar schoot en sneeuw haar uit.

.

Gelukkig, ze is weg. Maar ik

ik ben haar hond, ik kwispel als

zij komt. Meer nog dan ze denkt.

.

 

 

Krijtweelde

Jan Baeke

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Brommerdagen’ van Jan Baeke gepakt. Een bundel waarin “heden en verleden verstrikt raken en onze eigen angsten, illusies en fantasieën doorklinken” zoals op de achterflap staat te lezen. Jan Baeke (1956) is dichter en vertaler en hij debuteerde in 1997 met de bundel ‘Nooit zonder de paarden’.In 2008 werd hij genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In 2016 kreeg hij de Jan Campertprijs voor zijn bundel ‘De seizoensroddel’. De poëzie van Jan Baeke neemt in Nederland een eigen plek in. Het is poëzie die in gewone taal en met directe beelden een mysterie weet op te roepen. Uit de bundel ‘Brommerdagen’ uit 2010 het gedicht ‘Krijtweelde’.

.

Krijtweelde

.

Een

twee

drie

vier

vijf

zes

even

zacht

negers

zien

beffen

dwalen

kerven

veertjes

stijf zien

sex zien

wat niet weg

vreet

.

is

.

gezien

.

Vingerafdrukken

Herman de Coninck

.

Van een goede vriendin kreeg ik een doos met poëziebundels. Bij het uitruimen van de boekenkast van haar ouders kwam ze ze tegen en daarop vroeg ze of ik geïnteresseerd was. Dat was ik en er zitten prachtige (oudere en nieuwere) bundels bij. Onder andere de bundel ‘Vingerafdrukken’ van Herman de Coninck uit 1997. Hermen de Coninck schrijft in het voorwoord: “In elk geval is deze bundel schaamteloos pastoraal, in een periode waarin het televisiejournaal alleen maar oorlog te bieden heeft”. In het gedicht ‘Slaapliedje voor Laura in Gigaro’ komt dit mooi tot uiting wanneer je de betekenis van zielverzorgend kiest voor pastoraal (het kan ook herderlijk, landelijk of arcadisch betekenen).

.

Slaapliedje voor Laura in Gigaro

.

Eén miljoen vissen houden zich stil

en daardoor slaapt de zee.

Moge ook jij een paar duizend gedachten

niet hebben, en daaronder slapen.

.

(Ik heb ze voor jou gehad. En soorten verdriet.

Ze waren de moeite niet.)

En moge je ontwaken door vogelgekwetter.

God is vrij vertaald in het Hebreeuws,

.

maar dit is naar de letter.

.

Een appel rust

Homero Aridjis

.

Homero Aridjis (1940) is een schrijver, dichter, milieu-activist, journalist, en diplomaat bekend om zijn rijke fantasie, zijn lyrisch poëtische gedichten en zijn ethische onafhankelijkheid. Zijn poëzie werd in vele talen vertaald, hij mocht als schrijver en milieu-activist al meer dan 20 internationale prijzen op zijn palmares bijschrijven en specifiek voor zijn poëzie ontving hij de Prix Roger Caillois (1997, Frankrijk), de Smederevo Gouden Sleutel voor Poëzie (2002, Servië) en de Premio Internazionale di Poesia (2013 en 2016, Italië). Voorwaar geen kleine dichter. Vanaf 1960 publiceerde hij 18 dichtbundels in Mexico. Nog een leuk weetje: Homero Aridjis was ambassadeur voor Mexico, onder andere in Nederland.

Dichters als Octavio Paz en Juan Rulfo zijn bewonderaars van Aridjis en Seamus Heaney zei over zijn poëzie: “Zijn gedichten openen een deur naar het licht”. In 1977 verscheen in Nederland zijn vertaalde bundel ‘Dagboek zonder data’ en uit die bundel het gedicht zonder titel in een vertaling van Laurens Vancrevel.

.

Een appel rust

op het zachte groen

van zijn eigen rijpheid

.

een glas weerspiegelt

de vermoeide stralen

van de herfstmiddag

.

een vrouw verschijnt

in de halfopen deur

van een eetkamer

.

vanaf een gele sofa

kijkt een meisje naar haar

alles is op zijn plaats

.

het ligt in de glazen

legt witte muziek

op gezichten en dingen

.

en een ogenblik lang

zijn voor eeuwig samen

mandarijnen en handen.

.

 

 

 

Leg me neer

Leonard Nolens

.

Dichtbundels komen in vele soorten. Soms erg slordig uitgegeven, zonder titelpagina of inhoudsopgave, op te dun papier of met een te kleine letter, ik heb er in mijn leven al teveel gelezen en bekeken waaraan te weinig aandacht (of de verkeerde aandacht) werd besteed.

Gelukkig zijn er ook vele dichtbundels waaraan juist wel aandacht is besteed. Bundels waar je bij het bekijken van de omslag vaak al weet; dit klopt. Bundels met een goede bladspiegel, met een goede opmaak, een fijn te lezen lettertype en met net dat beetje extra informatie waar je als lezer op hoopt.

En dan zijn er bundels waaraan buitensporig veel aandacht is besteed, waaraan je bij de aanblik alleen al weet, dit is bijzonder, dit is een zorgvuldig uitgegeven bundel met aandacht voor de inhoud, de vorm, de presentatie, de uitvoering, met net dat beetje sjiek dat het een feest maakt om te lezen.

Zo’n bundel is ‘De liefdesgedichten’ van Leonard Nolens van uitgeverij Querido, uitgegeven in 1997 in rood linnen met zelfs een vierkant fluweel op de cover. Band en typografie werden verzorgd door Anneke Germers en die verdient een pluim. Achtendertig gedichten, liefdesgedichten voorafgegaan door een opdracht “Voor Leen de Jong’ en een citaat van T.S. Elliot uit ‘A dedication to my wife’: These are private words adressed to you in public.

Dit is het soort bundel dat ik graag naast me neer leg, om naar te kijken, om in te lezen, nog eens in te bladeren en opnieuw in te lezen. Als elke dichtbundel met zoveel liefde en aandacht zou worden gemaakt (wat niet mogelijk is dat begrijp ik best, ook gezien de kosten die ermee gemoeid zijn) dan zou het lezen van poëzie een nog veel mooiere ervaring worden.

Uit deze fijne bundel het gedicht ‘Object’.

.

Object

.

Het zijn de ogen, ja, het zijn vooral de ogen,

De hemelsblauwste die ik ken, het zijn de bogen

Erboven die zo spannend in het voorhoofd staan

Geslagen, wijd uiteen, het is de stoute mond

Waar nooit een mannentong naar binnen is gegaan

En die mij zoent tot op de grond van mijn bestaan.

.

Het is de lach waarin haar diepste binnenkant

Zich langzaam openvouwt tot een uitbundig snikken,

Ja, het is de stem die mij heeft aangeklampt

Tot in de inkt van mijn zwartgalligste gedichten.

Zo klinkt het innig blootste, het aanminnig mooiste

Van mijn kleine leven, haar grote en dode gezicht.

.

Johan Cruijff

Hard Gras

.

Toen Johan Cruijff in 1997 50 jaar werd, besteedde het voetbaltijdschrift Hard Gras een heel nummer aan hem. Het eerste deel van dit tijdschrift bevat gedichten van dichters en schrijvers over Johan Cruijff. Van o.a. Willem Wilmink, Toon Hermans, K. Schippers, Ronald Giphard, Aad Nuis tot Michel van der Plas. Maar er staat ook een gedicht in van Arnon Grunberg met de intrigerende titel ‘Johan Cruijff heeft het zelf gezegd.

.

Johan Cruijff heeft het zelf gezegd

.

Kijk, met schrijven is het zo:

Je boeken verkopen

of niet.

En dan is er altijd nog wel werk

op het postkantoor.

.

Maar Johan Cruijff heeft gezegd:

ik ben geen dief

van mijn eigen portemonnee.

.

Ik ook niet.

.

 

How do I love thee? Let me count the ways

Elisabeth Barrett Browning

.

Naar aanleiding van een berichtje van Bout Vercnocke ging ik op zoek naar het gedicht ‘How do I love Thee? Let me count the ways (Sonnet 43) van Elisabeth Barret Browning (1806 – 1861). Ik kwam erachter dat ik dit gedicht al eens genoemd heb in een post over een bundel van de BBC, waarin de vraag beantwoord werd wat volgens het Engelse volk het mooiste liefdesgedicht is. Dat is namelijk het gedicht ‘How do I love thee? Let me count the ways. Ik heb toen echter niet dat gedicht erbij geplaatst en daar komt nu verandering in.

Elizabeth Barrett Browning  wordt beschouwd als een van de belangrijkste Engelse dichters van het Victoriaans tijdperk. Ze werd bewonderd door tijdgenoten als William Makepeace Thackeray, Edgar Allan Poe en Alfred Lord Tennyson, was een bekwaam vertaler van Griekse teksten en een gepassioneerd abolitionist (voorstander van het afschaffen van de slavernij) en feminist. Haar liefdessonnetten zijn nog steeds populair.

Op 14 jarige leeftijd schreef ze het gedicht ‘The Battle of Marathon’ dat door haar vader in eigen beheer werd gedrukt. In 1826 debuteerde ze met de poëziebundel ‘An Essay on Mind and Other Poems’. Na de publicatie van ‘Poems’ in 1844 ontving ze een brief van de zes jaar jongere dichter en toneelschrijver Robert Browning (1812-1889), die toen nog vrij onbekend was. Ze ontmoetten elkaar, werden verliefd en trouwden in het geheim in 1846, omdat haar strenge vader zijn kinderen niet toestond om te trouwen. Het stel vertrok naar Italië en ging in Florence wonen. In die jaren schreef ze ‘Sonnets from the Portuguese’. Sonnet nummer 43 werd dus in 1997 door het Engelse volk gekozen als mooiste liefdesgedicht ooit.

.

Sonnet 43

How do I love thee? Let me count the ways.
I love thee to the depth and breadth and height
My soul can reach, when feeling out of sight
For the ends of being and ideal grace.
I love thee to the level of every day’s
Most quiet need, by sun and candle-light.
I love thee freely, as men strive for right;
I love thee purely, as they turn from praise.
I love thee with the passion put to use
In my old griefs, and with my childhood’s faith.
I love thee with a love I seemed to lose
With my lost saints. I love thee with the breath,
Smiles, tears, of all my life; and, if God choose,
I shall but love thee better after death.
.

Knipoog

Elma van Haren

.

Dichter en beeldend kunstenaar Elma van Haren (1954) studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch en vertrok daarna naar Amsterdam. Tegenwoordig woont en werkt ze in België.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘De reis naar het welkom geheten’, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie (het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt). In 1997 ontving ze de Jan Campert-prijs voor haar bundel ‘Grondstewardess’. Het gedicht ‘Het schitterende’ uit de bundel ‘Eskimoteren’ werd gekozen als een van de drie beste gedichten van 2000. Naast haar dichtwerk schreef ze voor het literaire tijdschrift  De Revisor.
Van Harens poëzie kenmerkt zich door los rijm en een eigenzinnige typografie, alsof impressies en fragmenten op willekeurige wijze met elkaar verbonden zijn. Haar poëzie vormt zich uit haar voortdurende en onbegrensde verbazing over de dagelijkse realiteit, welke worden vermengd met associaties en herinneringen, die, eenmaal op schrift gezet, weer hun eigen associaties genereren. Haar poëzie is vaak verhalend opgebouwd waardoor de vrije vorm gekozen kan worden en elk gedicht weer anders van opzet is.

Uit  haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’ uit 1988 het gedicht ‘Knipoog’.

.

Knipoog

.

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt ‘Bezoek onze grotten!’
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

.

                                                                                                                                                                                          Foto: Astrid Dewaele

Is ook schitterend

Voltooid verleden tijd

.

Jaren geleden (1997) was ik met vrienden een weekend weg en gingen we in Hilversum naar de opnames van een VARA programma, de naam van het programma ben ik vergeten, dat door Menno Bentvelzen werd gepresenteerd. Het was een soort vlees noch vis programma met wat cultuur, wat interviews en muziek. Het werd volgens mij ook op de middag uitgezonden en na een seizoen werd het van de televisie gehaald. Toch staan die opnames mij nog altijd heel vers in het geheugen. Er was namelijk een nieuwe band ‘Is ook schitterend’ die daar optrad. Hoewel ik het toen een vreemde naam vond voor een band (later hebben ze zichzelf omgedoopt tot I.O.S.) was ik meteen weg van de single die ze daar maar liefst drie keer moesten spelen (wat ik helemaal niet erg vond). De ene keer was er iets met de belichting , toen weer met het geluid en wij maar elke keer enthousiast applaudiseren.

De zangeres Maan vertolkte deze week bij De Wereld Draait Door, in het kader van het groot Nederlands Songbook een (ander) nummer van I.O.S. en zo kwam ik op het idee om de single van destijds weer eens te beluisteren. En ik vind het nog steeds prachtig, qua muziek (die gitaar) en qua tekst. Daarom hier Voltooid verleden tijd, geschreven door de zanger Joost Marsman en toetsenist Marc van der Voorn.

.

Voltooid verleden tijd

.

Een volle asbak, lege glazen
Staren me aan vanaf de bar.
Jij hebt net je kruk verlaten
Ik heb je niet eens weg zien gaan.
Ik wenk de barman vul de glazen.
En denk nog jij komt zo meteen
Mensen lachen, mensen praten.
Mensen kijken langs me heen
Iemand vraagt me om een vuurtje
Ik schrik op, uit mijn afwezigheid
Ik kijk hem aan en lach een beetje.
Ik ben haar kwijt!

Is dit dan het einde van het feest
Wil jij dan soms beweren, dat er nooit iets is geweest
Maar wat je niet hebt gehad, raak je ook niet kwijt
Voltooid verleden tijd.

De staten nat de stad verlaten
Loop ik diezelfde weg alleen
Jij moet hier ook hebben gelopen
Maar wist ik maar waarheen
Het laatste sprankje hoop vervliegt
Als ik de kamer binnenloop
Jouw hoofd niet op mijn kussen ligt
Lijkt het bed weer veel te groot
Ik hoor geluiden van de straat.
De deur valt in het slot.
Is dit het einde!?

Is dit dan het einde van het feest
Wil jij dan soms beweren, dat er nooit iets is geweest
Maar wat je niet hebt gehad, raak je ook niet kwijt
Voltooid verleden tijd.

Zoeken naar de juiste woorden
De muren komen op me af
Heb ik jou dan echt verloren
Ben ik echt weer terug bij af

Zoeken naar de juiste woorden
Voor een gevoel dat ik niet ken
Zonder jou ben ik verloren
Weet ik niet meer wie ik ben.

.

%d bloggers liken dit: