Site-archief

Seamus Heaney

Opened Ground

.

Bij het opruimen van mijn boekenkast (of eigenlijk het steeds weer opnieuw inruimen van mijn boekenkasten in verband met het groeien van mijn poëziecollectie) kwam ik de dikke bundel ‘Opened Ground, Poems 1966 – 1996’ van de Ierse dichter Seamus Heaney (1939 – 2013) tegen. In deze bundel ook de speech die Heaney hield toen hij in 1995 de Nobel prijs voor de Literatuur accepteerde. Hij kreeg deze ‘for his works of lyrical beauty and ethical depht’.

Ik koos voor een kort maar persoonlijk en heel toegankelijk gedicht getiteld ‘The Errand’.

.

The Errand

.

‘On you go now! Run, son, like the devil

And tell your mother to try

To find me a bubble for the spirit level

And a new knot for his tie.’

.

But still he was glad, I know,, when I stood my ground,

Putting it up to him

With a smile that trumpedhis smile and his fool’s errand,

Waiting for the next move in the game.

.

Advertenties

Liefdeslied

Joseph Brodsky

.

Tijd voor een liefdesgedicht en wel van de Amerikaanse dichter Joseph Brodsky ( 1940 – 1996) uit 1995 in vertaling van Robbert-Jan Henkes met de veelzeggende titel ‘Liefdeslied’.

.

Liefdeslied

.

Als jij zou verdrinken, kwam ik je redden,

Wikkelde je in mijn deken en schonk je hete thee.

Als ik een sherrif was, plaatste ik je onder arrest en

Sleepte ik je voortaan overal gevankelijk mee.

 

Als jij een vogel was, dan maakte ik een plaat

Om de hele nacht te luisteren naar je hoge trillen.

Als ik een sergeant was, was je mijn jansoldaat,

En zou je niks anders meer dan drillen willen.

 

Als je Chinees was, leerde ik de talen,

Ik brandde een boel wierook, kleedde me curieus.

Als je een spiegel was, bestormde ik de Dames,

Ik gaf je mijn rode lipstick en poederde je neus.

 

Als je van vulkanen hield, was ik lava,

Onstuitbaar stromend uit mijn verborgen bron.

En als je mijn echtgenote was, was ik je minnaar,

Omdat je voor de kerk niet scheiden kon.

.

Het einde van de roltrap

Jonge dichter: Hester van Beers

.

In 2017 werd ze tweede in de Meander Dichtersprijs, haar gedichten zijn gepubliceerd in onder andere Meander Magazine, Tijdschrift Ei en Extaze. Hester van Beers (1995) is een talentvolle jonge dichter en van haar hand verscheen in 2017 de bundel ‘Het einde van de roltrap’. Uit deze bundel het titelgedicht

.

Het eind van de roltrap

.

Ik was altijd bang dat ik zou worden verslonden
door het einde van de roltrap. Ik klemde me vast
aan de hand die uit de hemel leek te hangen,
maar later gewoon van mijn vader bleek te zijn.

Mijn ogen telden alle bomen
achter het autoraam. Ik wist niet
dat er meer bomen zijn dan mijn wereld
ooit kan bevatten. Ik wist niet dat de bomen
nog sneller groeiden dan ik.

Ik was altijd bang dat ik groter zou worden
dan het klaslokaal.
Soms wou ik dat de roltrap me verslonden had.

.

Foto: de Meus

Before sunrise

Poëzie in films

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik aandacht gaf aan poëzie in films op dit blog. Vanaf vandaag daarom de komende tijd weer een aantal voorbeelden. Vandaag betreft het de film ‘Before sunrise’ uit 1995 met Ethan Hawke en Julie Delpy. De film gaat over twee jonge mensen die elkaar ontmoeten in de trein en een nacht samen doorbrengen in Wenen waarvan ze beide weten dat dit de enige nacht zal zijn die ze met elkaar doorbrengen.

In het videofragment citeert Hawke een zin uit het gedicht ‘As I walked out one evening’ van W.H. Auden (1907 – 1973). Daarna doet hij Dylan Thomas na die dit gedicht van Auden voordraagt.

Hier het fragment en de hele tekst van het gedicht.

.

As I Walked Out One Evening

.

As I walked out one evening,
  Walking down Bristol Street,
The crowds upon the pavement
  Were fields of harvest wheat.

And down by the brimming river
  I heard a lover sing
Under an arch of the railway:
  "Love has no ending.

"I'll love you, dear, I'll love you
  Till China and Africa meet,
And the river jumps over the mountain
  And the salmon sing in the street,

"I'll love till the ocean
  Is folded and hung up to dry
And the seven stars go squawking
  Like geese about the sky.

"The years shall run like rabbits,
  For in my arms I hold
The Flower of the Ages,
  And the first love of the world."

But all the clocks in the city
  Began to whirr and chime:
"O let not Time deceive you,
  You cannot conquer Time.

"In the burrows of the Nightmare
  Where Justice naked is,
Time watches from the shadow
  And coughs when you would kiss.

"In headaches and in worry
  Vaguely life leaks away,
And Time will have his fancy
  Tomorrow or today.

"Into many a green valley
  Drifts the appalling snow;
Time breaks the threaded dances
  And the diver's brilliant bow.

"O plunge your hands in water,
  Plunge them in up to the wrist;
Stare, stare in the basin
  And wonder what you've missed.

"The glacier knocks in the cupboard,
  The desert sighs in the bed,
And the crack in the teacup opens
  A lane to the land of the dead.

"Where the beggars raffle the banknotes
  And the Giant is enchanting to Jack,
And the Lily-white Boy is a Roarer,
  And Jill goes down on her back.

"O look, look in the mirror,
  O look in your distress;
Life remains a blessing
  Although you cannot bless.

"O stand, stand at the window
  As the tears scald and start;
You shall love your crooked neighbor
  With all your crooked heart."

It was late, late in the evening,
  The lovers they were gone;
The clocks had ceased their chiming,
  And the deep river ran on.

Poëzie is een gebaar

Roberto Juarroz

.

In de fijne bundel ‘Poëzie is een gebaar’, uitgegeven ter gelegenheid van de jaarwisseling van 1994-1995,  staan “gedichten van het brede gebaar en gedichten van de bondigheid, gedichten van de humor en van de pijn, gedichten over het leven en de poëzie”.

De dichters die zijn opgenomen in deze bundel hebben gemeen dat ze door de jaren heen door Poetry International zijn uitgenodigd om in Nederland aanwezig te zijn en voor te dragen bij Poetry International, De bundel is dan ook door hen samen met de Novib uitgegeven.

In de bundel bekende namen als Pablo Neruda en Octavio Paz maar ook een groot aantal, voor mij nog, onbekende dichters. Zoals de dichter Roberto Juarroz (1925 – 1995) uit Argentinië.

Juarroz was dichter, essayist en professor in de literatuur. Hij werd bekend door zijn “Poesía vertical” (Verticale poëzie). Hij publiceerde veertien dichtbundels, opeenvolgend genummerd 1 tot 14, onder de verzameltitel “Poesía vertical”. De eerste verscheen in 1958 en de laatste, postuum, in 1997 en ze zijn slechts van elkaar onderscheiden door een volgnummer, evenals de gedichten zelf, die in plaats van titels nummers dragen.

De poezië van Juarroz is sober en soms cryptisch met zinnen als “busco las espaldas de Dios” (“ik zoek de rug van God”). Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse dichters van de twintigste eeuw.

.

Tiende reeks. 44

.

weer voor Laura, in toenadering

.

Ik draai me naar jou om,

in bed of in het leven,

en ik ontdek dat je onmogelijk bent.

.

Dan keer ik me naar mezelf

en vind precies hetzelfde.

.

Vandaar dat wij,

ook al houden we van het mogelijke,

het op een dag in een doos stoppen

zodat het geen hindernis meer is voor het onmogelijke,

waar we niet buiten kunnen om samen door te gaan.

.

Adieu

J.W. Schulte Nordholt

.

Jan Willem Schulte Nordholt (1920 – 1995) was een Nederlandse dichter, historicus en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten. In 1942 werd hij gearresteerd, waarna hij zowel in Nederland als in Duitsland gevangen zat. In 1943 verscheen clandestien zijn eerste dichtbundel onder het pseudoniem W.S. Noordhout. In 1950 werd zijn eerste dichtbundel ‘Levend landschap’ onder eigen naam uitgegeven. Voor deze bundel ontving hij in 1952 de Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs. In 1961 ontving hij voor zijn bundel ‘Een lichaam van aarde en licht’ de ‘Poeziëprijs van de gemeente Amsterdam. Zijn werk werd ook in veel bloemlezingen opgenomen. Tegenwoordig raakt zijn naam in de vergetelheid en daarom in het kader van de (bijna) vergeten dichters hier het gedicht  ‘Adieu’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.

.

Adieu

.

In de kamer zit ik aan de tafel,

luister naar het suizen in mijn oren.

Vogels houden eindelijk hun snavel,

het wordt stil, ik kan de sterren horen,

en wat in de aarde wordt geboren.

.

Nu vannacht, het hele huis ligt open,

ik zit in de blote eeuwigheid,

en ik laat mij door de regen dopen

voor een zachte dood, ik ben bereid.

.

Regen regent en de bomen lopen

bij mij binnen, op mijn hand die schrijft

groeit het gras. Adieu. Mijn hart verstijft.

.

Spiegel van de Surinaamse Poëzie

Michaël Slory

.

De Surinaamse dichter Michaël Slory (1935) geldt als één van de belangrijkste dichters in het Sranan. Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op de plantages tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels, Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Slory studeerde Spaans in Nederland en begon zijn carriëre als dichter met de publicatie van drie bundels met overwegend politieke poëzie. Aan het einde van de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname waar hij vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranang schrijft. In de jaren tachtig stapt hij vervolgens weer over naar het Nederlands en Spaans. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet alleen van Suriname maar ook van Zuid Amerika en Vietnam (1970). Naast poëzie voor volwassenen schreef hij ook verzen voor kinderen en proza. Zijn laatste poëziebundel dateert van 2012 (Torent een man hoog met zijn poëzie).

In 1995 kwam bij Meulenhoff Boekerij de vuistdikke bundel ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie, van de oude liedkusnt tot de jonge dichters’ uit waarin Slory uiteraard goed vertegenwoordigd is. Uit deze bundel hier het gedicht in vier delen ‘Nachtregen van Michaël Slory.

.

Nachtregen (I)

.

En in de koude regen

het harteleed

dat klaagt.

.

Straatstenen, schaduwen

luisteren niet

waar de nacht woedt,

verloren.

.

Nachtregen (II)

.

In de koude wind

vleermuizenscherts

na regen.

.

De sapotille

is reeds aangevreten

en valt daarna.

.

Nachtregen (III)

.

(kikkers)

.

De koperen blazers

wachten op het orkest.

Maar

het valt niet in.

.

Zelfs de sterren

hebben hun stemrecht

verloren.

.

Nachtregen (IV)

.

(hond)

.

Waf!

Alleen

een diep geblaf.

Van bijten

komt er niets.

.

De regen

houdt hem

ervan af.

Waf!

.

 

 

 

Kaartlezers

Albertina Soepboer

.

Dichter, toneel- en prozaschrijfster Albertina Soepboer (1969) woont in Harlingen en heeft haar atelier in Groningen Ze studeerde Romaanse talen en culturen en Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen.

Haar Friestalige debuutbundel ‘ Gearslach’  verscheen in 1995. Hierna  volgden nog negen andere bundels. Naast het Fries heeft ze altijd in het Nederlands geschreven en ze ziet zichzelf dan ook als een tweetalig schrijver. In haar poëzie is die meertaligheid een belangrijk thema. Een ander belangrijk thema is landschap. Het wad komt vaak terug in haar poëzie, maar ook haar passie voor reizen speelt een grote rol.

Voor haar gedichten kreeg ze in 1996, 1997 en 1998 de Rely Jorritsma-prijs. Als dichter heeft ze op vele festivals opgetreden, o.a. op Poetry International in Rotterdam, De Wintertuin in Nijmegen, De Nachten in Antwerpen, Poesie International in het Oostenrijkse Dornbirn, Struga Poetry Evenings in Macedonië en The Ubud Writers&Readers Festival op Bali. Haar werk is vertaald naar het Engels, Duits, Frans en Slavisch-Macedonisch.

Uit de dichtbundel ‘ De hengstenvrouw’  uit 1997  koos ik voor het gedicht ‘ De kaartlezers’.

.

De kaartlezers

.

Dat het dichterbij kwam, daar
waren we wel zeker van. Als duin
zou het in ons huizen. En al
vielen meeuwen vaak uit wolken,
het was er, naderde en naderde.
Zoveel wisten wij.

Het pad, zeker, we tekenden het.
Zo zou het zijn. Alles was in kaart
gebracht en dan zouden we gaan.
Veters gestrikt. Fiets mee. Naar
zee, naar zee waar alles begint.
Zoveel wisten wij.

Maar hoeveel wisten wij niet.
Wij raakten het pad kwijt, konden
de kaart niet meer lezen en
verdronken in zee.

.

Dichter in verzet

Kamp Vught

.

Enige tijd geleden was ik in Kamp Vught. In de oorlog was dit een werkkamp en vele mensen verloren daar hun leven. Op de fusilladeplaats bijvoorbeeld werden alleen al 329 mannen doodgeschoten. Vele andere verloren hun leven door ondervoeding, ziekte en andere oorlogsmisdaden. Toen het werkkamp gesloten werd, hebben mensen uit respect voor de overledenen een groot kruis neergezet op de plek waar de fusilladeplaats was. Vlak na de 2e Wereldoorlog , op 20 december 1947, wordt dit kruis vervangen door een monument met de namen van de omgekomen mensen en officieel onthuld  door prinses Juliana.

In 1995 bekladden vandalen het monument met teer, koolteer. Er worden verschillende pogingen ondernomen om het monument schoon te maken, maar alles mislukt. De daders zijn nooit gepakt, het is zelfs niet eens zeker of het wel meerdere daders zijn, misschien was het wel één persoon. Omdat de stenen niet meer schoon te maken waren, is er een nieuw monument gemaakt met de namen van de overledenen erop. De originele stenen inclusief teer, zijn nog te zien in het museum bij Kamp Vught.

Kort na deze daad van vandalisme heeft iemand, een onbekende dichter, een papier bevestigd op het hek naar de fusilladeplaats toe. Het gedicht is te lezen bij de besmeurde stenen in het kamp, aan het hek van de fusilladeplaats is nu een permanent bord bevestigd waarop het gedicht, van de onbekende dichter in verzet tegen deze vandalistische daad, te lezen is.

.

Maand van de geschiedenis

Leo Vroman

.

Oktober is sinds enige jaren alweer de maand van de geschiedenis. Dit jaar is het thema van deze maand geluk. Het leek me een uitdaging daar een gedicht bij te vinden. Ik ben uiteindelijk uit gekomen bij Leo Vroman (1915 – 2014) en de bundel Psalmen en andere gedichten uit 1995. Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘Ja wie niet’ en gaat over reïncarnatie en het geluk dat we geen herinnering hebben aan vorige levens (mijn interpretatie).

.

Ja wie niet

.

Haast elk is in een vorig leven

beslist Cleopatra geweest

en enkelen waren eerder even

een huisdier of uithuizig beest

.

maar wie schiet nog het jaar te binnen

dat wij raderdiertjes waren

of wier, te weerloos om te paren

te popelen laat staan beminnen?

.

En toch als in die eerste dagen

twee algen heel dicht samen lagen

ontblootte hij die toen nog zweeg

.

of al geleerd had eerst te vragen

een bult van louter zelfbehagen

en barstte in haar leeg.

.

%d bloggers liken dit: