Site-archief

Het zingend meisje

De stem der muze

.

In de loop der tijd heb ik verschillende exemplaren van de ‘Muze’ reeks verzameld ( bijvoorbeeld De muze op zee, 2 muzen, De muze viert feest en De muze en Europa) en ik dacht een nieuw exemplaar aan deze reeks te kunnen toevoegen toen ik ‘De stem der muze’ kocht. Maar dit was niet het geval. Waren de exemplaren uit de Muze reeks allemaal Boekenweek geschenken, dat is ‘De stem der muze’ niet. Deze in 1961 uitgegeven bundel met als ondertitel ‘een bundel moderne gedichten om voor te dragen samengesteld door P. Maassen’ is een losse uitgave van uitgeverij J.M. Meulenhoff.

De bundel begint met een ‘Open brief’ of een inleiding van toneelspeler en voordrachtskunstenaar Hans Tiemeyer gericht aan ‘de jongeren van Nederland’. In een gloedvol betoog richt Tiemeyer zich tot de Nederlandse jongeren met de boodschap dit boek aan te schaffen, bij zich te dragen en regelmatig een gedicht eruit te lezen, waarna hij verder ingaat op de melodie, de muziek en het het metrum van de gedichten. Hij pleit er ook voor om de gedichten ‘mee te zingen’om ze zo eigen te maken.

Hij eindigt de brief met: “Nou nog een enkel woord over het meezingen zelf, het voordragen dus: doe het voor jezelf, net zolang tot je alles, maar dan ook alles weet wat de dichter bedoelde. Je zult gelukkig zijn met dit te weten, deel het dan mee aan iemand die je dierbaar is, laat hem of haar delen in je geluk en als je helemaal zeker bent van jezelf, draag het dan aan meer mensen voor. Door dit delen van je rijkdom word je zelf niet armer en worden zij rijker, want ‘Verzen zijn onsterfelijke geschenken’. ”

Ik kan het niet meer eens zijn met hem. Ook daarom een gedicht uit deze bundel van de Vlaamse dichter Karel Jonckheere (1906 – 1993). Deze wereldreiziger bezocht vele delen van de aardbol en zijn reizen waren een grote bron van inspiratie voor zijn gedichten.

.

Het zingend meisje

.

Zij wacht en rilt, als bloemen in de avondwind,

en voelt een tere bron zacht naar haar lippen vloeien.

Reeds deint de klamer in haar blik, die verten vindt,

waarin de melodie tot louter droom kan bloeien.

.

Zij zingt, alleen. Haar jonge, menselijke stem

schenkt aan elk slapend woord het glanzen van koralen;

soms fluistert zij om plots met innig schuchtre klem

de schone, wilde ziel uit éne klank te halen.

.

Wie luistert weet dat er muren zijn en tijd,

hij voelt zich weerom rijp voor reis en avonturen,

maar ook voor stilte en leed en oude innigheid,

en glimlacht wijs en hoopt dat ’t lied mag blijven duren.

.

Advertenties

Dichter aan huis

Simon Vinkenoog

.

In de kringloopwinkel kocht ik een paar bundels van ‘Dichter aan huis’. De manifestatie ‘Dichter aan Huis’, die in 1991 als een éénmalige gebeurtenis was bedacht, en in 1993 nog eens éénmalig werd herhaald, was een dermate groot succes dat de organisatie er wegens succes een tweejaarlijkse traditie van maakte. Tijdens Dichter aan Huis 1991 bleek dat veel poëzie zich er heel goed voor leent om in kleine, huiselijke kring te worden voorgelezen. Er ontstonden heel verrassende confrontaties van dichters en publiek. De locaties, particuliere huizen, met hun gevarieerde architectuur en interieurs, hun uiteenlopende typen bewoners en de zeer verschillende wijzen van ontvangst van het publiek, gaven dit poëzieweekend een uniek karakter. Dichter aan huis zou 11 edities kennen (tot en met 2011) en kreeg in 2016 een herstart. In 2017 echter werd de stichting ‘Dichter aan huis’ opgeheven.

De vijftig huizen van waaruit de dichters voordroegen bevinden zich verspreid over Den Haag maar vooral in de oude binnenstad, in het Bezuidenhout en het Benoordenhout, in de Vogelwijk, rond het Sweelinckplein en in het Statenkwartier. Ik herinner mij, begin deze eeuw dat er ook bij mijn overburen een dichter kwam voordragen en dat dat toen nogal wat belangstellenden trok.

Gelukkig zijn er de bundels nog, zoals ook de bundel van de 2001 editie, toen met dichters als Rutger Kopland, Gerrit Kouwenaar, Hanny Michaelis, Neeltje Maria Min, Ilja Leonard Pfeijffer, Jean Pierre Rawie, Jan Wolkers, Bart Chabot, Carla Bogaards en Simon Vinkenoog (en nog 40 anderen!). Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Niets dan goeds’ van Simon Vinkenoog.

.

Niets dan goeds

.

Niets dan goeds

onder woorden brengen

niets dan goeds

op je kerfstok hebben

niets dan goeds

als metgezel

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

tranen drogen

honger stillen

dorst lessen

.

pijn doen verdwijnen

honger uit de wereld helpen

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

kwaad bestrijden

twisten laten betijen

oorlogen doen wijken

vriendschappen sluiten

eigen taken kwijten

.

-niets dan goeds

maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

Niets dan goeds wens ik de wereld toe

levenskrachtig levensmoe tot daden geleid

of aan het einde van de strijd

in een tartende tussentijd

.

uit de hoorn des overvloeds

niets dan goeds

in de toekomende tijd

.

Genade

Anna Enquist

.

Begin van de jaren negentig van de vorige eeuw maakte Anna Enquist (1945) een stormachtige entree in de literatuur met haar dichtbundel ‘Soldatenliederen’. Ze ontving voor deze bundel meteen een prijs, de C. Buddingh’prijs. Ook haar tweede bundel ‘Jachtscènes’ uit 1993 wordt bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Met haar krachtige gedichten weet ze een grote groep mensen te bereiken. Woorden die je tegen komt als je over haar poëzie leest zijn werkelijkheidslievend, anekdotisch, eigen idioom en beeldtaal. In 2000 verscheen een overzichtsbundel getiteld ‘De gedichten 1991 – 2000’ met daarin poëzie uit de 4 dichtbundels die ze vanaf 1991, haar debuut schreef. Uit deze bundel het gedicht ‘Genade’ dat eerder verscheen in de bundel Klaarlichte dag’ in het laatste hoofdstuk getiteld ‘Het reisverslag’.

.

Genade

.

Met de mensen in de supermarkt

op vrijdag geen mededogen, geen

genade voor de producten, de lamme

karren, geen pardon voor de kassa.

.

De winkel moet in de hoek

van reddelozen, bij de honden,

het ziekenhuis en de radio.

.

Ik kruip bij de lafaards. Een dag

respijt krijgen wij van de dageraad

iedere morgen, om op te kauwen

tot het donker is. Aalscholvers,

.

Belgische voetpaden, bibliotheken,

en ik.

.

Voedselverspilling

Ivanka de Ruijter

 

De nieuwe stadsdichter van Wageningen, Ivanka de Ruijter (1993) is afgestudeerd Neerlandica, maar studeerde ook twee jaar Autonome Beeldende Kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Naast kunstenaar is ze boekhandelaar bij Boekhandel Kniphorst in Wageningen, stadsdichter (vanaf 2018) en recensent bij het literair weblog Tzum. Op haar website http://ivankaderuijter.nl/ is naast genoemde zaken ook beeldende kunst van haar hand te bekijken.

Naar aanleiding van het klimaatontbijt over voedselverspilling afgelopen juni in Wageningen schreef zij het gedicht ‘Recept van wat restte’.

.

Recept van wat restte

.

Men neme de restjes van wat werd gegeten
Overbodige paprika’s, brakke berkenboleten
Men neme een ui van net ietsje te oud
strooit met specerijen – waar de geliefde van houdt

Men neemt wirrewarwortels, bleke bleekselderij
en snijdt dan dit alles met het keukengerei
Serveer de kromkommers, als een lach in het groen
Vul naar eigen wens aan, wel liefst volgens seizoen

Oogst bij de Eng wat niet mee werd genomen

Gooi dat in de pan, laat daarna nog wat stomen.

Ruik wat, en proef dat en wrijf in uw handen

Verheug u, dek tafel, en laat niets verbranden.

Nodig iedereen uit, vergeet niet te testen
En dien dan trots op: het gerecht van wat restte

.

                                                                                                              Ivanka voor boekhandel Kniphorst in Wageningen

Treinen en frambozen

Erotiek op zondag

.

Patricia Lasoen (1948) is een Vlaams dichter die in 1968 debuteerde met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. Ze werd samen met dichters als Daniel van Rijssel, Herman de Coninck, Jan Vanriet en Roland Jooris tot de zogenaamde nieuw-realisten gerekend. Zelf denkt ze daar genuanceerder over, in haar werk komen ook surrealistische elementen voor en daarnaast is haar poëzie soms magisch-realistisch en dan weer sociaal geëngageerd.

In 1993 publiceerde dichter Patricia Lasoen de bundel ‘De wanhoop van Petit Robert’. Uit de recensie destijds van NBD Biblion: “Het droomachtige en beeldrijke is uit haar poëzie verdwenen om plaats te maken voor bitterheid en ontgoocheling.” Het gedicht ‘Treinen en frambozen uit deze bundel voldoet echter nog steeds aan de kenmerken droomachtig en beeldrijk. De erotiek die ze opvoert in de eerste zin van dit gedicht is in de rest van het gedicht steeds duidelijker aanwezig en steeds meer voelbaar.

.

Treinen en frambozen

.

Treinen vind ik erotisch, zei ze

en frambozen.

Treinen: hun weg is voorgebaand,

ze zoeven door het landschap

genadeloos; soms lijken ze wel wreed

zoals ze onbarmhartig bermen vol

met bloeiend onkruid achterlaten –

en dan, hoe ze zich in beweging zetten:

nauwelijks merkbaar eerst

met kleine schokjes, en pas na een tijd

komen ze tot hun volle kracht

en fluitend razen ze voorbij signaal

en overweg, en over water

ze komen dan geruisloos stil –

een schok kaatst soms onzacht

hun inhoud en hun doel terug.

.

Frambozen staan vanzelf

met liefde in verband:

hun zachte huid en nauwelijks voelbare haartjes

worden liefs tegelijk met

lippen, tong en huig geproefd

langzaam smelten ze open

en naderhand weer dicht

je hoeft ze zelfs niet aan te raken –

direct nadien zijn ze ontastbare herrinering.

.

Driek van Wissen

Voormalig dichter des vaderlands

.

In mijn boekenkast staat ‘De dikke Driek’. In 2000 toen ik het boek van Driek van Wissen (1943 – 2010) kocht heeft hij er nog iets ingeschreven voor mijn dochter. Dit was nog voor hij dichter des vaderlands werd. Driek was een meester in het spelen met taal en in light verse. Hier een mooi voorbeeld waaruit ook blijkt dat light verse niet alleen maar over luchtige onderwerpen gaat.  Uit de bundel ‘Een loopje met de tijd’, uit 1993 het gedicht ‘Het arme beest’. 

.

Het arme beest

.

In Serajevo stierf de laatste beer.
Zijn dierentuin was al een tijd gesloten,
Omdat zelfs daar voortdurend werd geschoten
En daarom kreeg hij ook geen eten meer.

Immers de Joegoslaven van weleer,
Door wie in strijd met oude landgenoten
Het eigen bloed geestdriftig wordt vergoten,
Schoten ook alle dierverzorgers neer.

Het is helaas een trieste anekdote
Die ik vandaag voor u op rijm citeer,
Maar zo’n bericht bewijst ook deze keer
Dat mensen zich gedragen als malloten:

Het grootste beest ter wereld heeft twee poten
En in zijn klauwen draagt het een geweer.

.

Foto: schilderij Frisia museum

 

Stilte

Thomas Hood

.

In de film ‘The piano’ uit 1993 van Jane Campion (die maar liefst drie Oscars won), met in de hoofdrollen Harvey Keitel, Holly Hunter en Sam Neill, komt het gedicht ‘Silence’ van Thomas Hood (1799 – 1845) voorbij. Thomas Hood was een Engelse dichter, auteur en humorist, vooral bekend van gedichten zoals ‘The Bridge of Sighs’ en ‘The Song of the Shirt’. Hood schreef regelmatig voor The London Magazine, Athenaeum en Punch. Later publiceerde hij een tijdschrift dat grotendeels bestond uit zijn eigen werken. Hood stierf op 45-jarige leeftijd. William Michael Rossetti noemde hem in 1903 ‘de beste Engelse dichter’ tussen de generaties Shelley en Tennyson. 

Het gedicht ‘Silence’ uit The Oxford Book of English Verse: 1250–1900.

.

Silence

.

There is a silence where hath been no sound,

There is a silence where no sound may be,

In the cold grave—under the deep deep sea,

Or in wide desert where no life is found,

Which hath been mute, and still must sleep profound;

No voice is hush’d—no life treads silently,

But clouds and cloudy shadows wander free.

That never spoke, over the idle ground:

But in green ruins, in the desolate walls

Of antique palaces, where Man hath been,

Though the dun fox, or wild hyæna, calls,

And owls, that flit continually between,

Shriek to the echo, and the low winds moan,—

There the true Silence is, self-conscious and alone.

.

Woorden temmen

Een recensie

.

De bundel, of moet ik zeggen het boek ‘Woorden temmen’ van Kila en Babsie heeft als ondertitel ‘Poëzie ontdekken, zelf gedichten schrijven met Kila&Babsie op elk moment, waar dan ook’. En ik kan jullie nu al verklappen; daar is geen woord van gelogen. Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) vormen samen het dichtersduo Kila&Babsie. In 2005 vonden zij elkaars als dichters tijdens een poëzieproject en sindsdien hebben ze al vele podia veroverd en is hun manier van performen of voordragen bekend geraakt als stereopoëzie waarbij zij beurtelings en door elkaar praten en hun woorden en zinnen elkaar overlappen.

Kila van der Starre is mij vooral bekend van haar geweldige project Straatpoëzie waarbij zij poëzie in de openbare ruimte in kaart heeft gebracht in Nederland en België met behulp van een heleboel ijverige bijdragers (waaronder ook ik).

Maar nu dus het boek ‘Woorden temmen’. In dit boek willen ze de lezer laten kennismaken met 24 van hun lievelingsgedichten, willen ze de lezer laten zien hoe je gedichten kan lezen, hoe je er over kan nadenken, wat je ermee kan doen en hoe poëzie je kan inspireren tot het schrijven van gedichten. Als je zoiets leest denk je in eerste instantie nog: dat is een heleboel voor 1 boek. Na het lezen van het boek kan ik volmondig beamen dat deze inleiding helemaal accuraat is. Het is alsof Kila&Basbsie mijn lievelingsboek hebben geschreven voordat ik met dit blog begon.

Over heel veel van de onderwerpen die ze in het boek behandelen, daar heb ik over geschreven op dit blog. Herkenning dus gekoppeld aan een interessante kijk op poëzie, intrigerende gedichten als voorbeelden, tips (lees-, luister- en kijktips) en bij elk gedicht een stukje lees, doe, denk, schrijf, weet en meer.

In zekere zin deed het boek me een beetje denken aan het Kwadraats Groot Literair Lees Kijk Knutsel en Doe Vakantieboek uit 1993 van Ronald Giphart maar dan op het gebied van de poëzie. Op een heel speelse en creatieve manier bezig zijn met poëzie. Een onderwerp waarvan nog steeds veel mensen denken dat het ingewikkeld is. Kila&Babsie bewijzen in dit boek dat dat het helemaal niet is of hoeft te zijn. Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wil maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen. Kila&Babsie maken het lezen en het gebruik van dit boek tot een groot plezier.

Als ik een favoriet stuk uit dit boek zou moeten noemen (wat moeilijk is want het geheel bevalt me zeer!) dan is het denk ik de rubriek ‘Meer’. Daar geven Kila&Babsie de tips om verder te lezen, te luisteren en te kijken, te ontdekken en brengen ze je op ideeën. De allerlaatste quote op de achterflap van dit prachtige boek luidt: Echte poëzie kan communiceren voordat ze wordt begrepen’ van T.S. Elliot. Wil je een handje geholpen worden bij dit begrip dan is dit boek een absolute aanrader, wil je gewoon verwonderd worden, verrast, onderhouden of gevoed worden lees dan dit boek. Of beter koop het! Dan kun je er op elk gewenst moment op terug vallen.

In eerste instantie dacht ik nog; Wat een vreemde vorm heeft dit boek, helemaal niet handig voor in de boekenkast, tot ik erin aan het lezen was, toen  viel me op dat het de vorm van een boek heeft, opengeslagen zoals je zelf een opengeslagen boek zou tekenen. Verantwoordelijk hiervoor zijn De Vormforensen (Annelou van Griensven en Anne-Marie Geurink).

Een van de lievelingsgedichten van het duo dat wordt besproken in dit boek is het gedicht ‘dordrecht 25 november 1963′ van C. Buddingh’. Kila & Basie schrijven hierover in de inleiding: “Dit gedicht heeft samen met het werk van Buddingh’s collegadichters een boel stof doen opwaaien toen het gepubliceerd werd, want is dit wel een gedicht? C. Buddingh zag eens een brief van de oudercommissie van school liggen en werd gefascineerd door de tekst. Hij bracht regelafbrekingen aan, maar veranderde niets aan de tekst zelf. En opeens was de brief een gedicht”. Een ready made dus eigenlijk naar aanleiding van de moord op J.F. Kennedy.

.

dordrecht 25 november 1963

.

l.s.
wegens de gebeurtenissen in amerika
gaat de ouderavond vandaag niet door
de avond wordt nu gehouden
op maandag 9 december (over veertien dagen)
ook weer in de meerpaal
om acht uur
de oudercommissie

.

 

 

 

Op een pad van briefpapier

Brieven in de poëzie

.

Pas geleden besprak ik met mijn dochter het gegeven dat, wanneer haar ouders er niet meer zijn, zij en haar zus in ieder geval nog een dikke stapel liefdesbrieven tegemoet kunnen zien. Liefdesbrieven zijn van alle tijden maar ik vrees dat er tegenwoordig nog maar bitter weinig verstuurd worden. Zelfs e-mail als drager van innerlijke onrust en emotioneel geladen gevoelens is al verouderd. Tegenwoordig gebeurt hofmakerij via de Whatsapp, Snapchat of Instagram. Vluchtiger media zijn nauwelijks te bedenken.

In 1993 stelde Ernst van Altena voor de Vroom en Dreesmann de bundel ‘op een pad van briefpapier’ samen met als ondertitel ‘Brieven in de poëzie’. In de inleiding van deze bundel wordt grappig genoeg al gewaarschuwd dat de telefoon de persoonlijke briefwisseling sterk heeft teruggedrongen (toen dus al). Je kunt stellen, zo schrijft van Altena in zijn inleiding dat “elk gedicht een brief is, een brief aan de onbekende lezer van wie de dichter hoopt dat hij of zij de ideale ontvanger is”.

In deze bundel vele voorbeelden van gedichten van dichters van vroeger en nu. Zo ook een gedicht van Sjoerd Kuyper met als titel ‘Synge op Aran’ gebaseerd op een stuk uit een gedicht van Seamus Heaney..

.

Synge op Aran

.

There

he comes now, a hard pen

scraping in his head;

the nib filed on a salt wind

and dipped in the keening sea.

(Seamus Heaney)

.

De brieven, Synge, die je me zond –

ik las ze en herlas ze tot ikl ademloos

van dadendrang jouw zijde koos en

liep waar jij eens liep

.

op zoek naar postzegels; speeksel

van zee, gom van de rots, portret

van vissers verdronken in een taal

die in geen enveloppe paste.

.

Maar de strijd was gestreden; in rolstoelen

verlieten de aalscholvers het slagveld.

Met afschreven snavels krasten zij

vol overgave ABBA in oude kruisen.

.

Misschien dat jij, nu ik weer thuis ben,

opnieuw de ronde om het eiland doet

en je pen slijpt aan de zoute wind

-hoe kan ik je nog terugschrijven?

.

Je adres ging verloren tussen

de nieuwe namen van de kroeg

en als ik je opbel hoor ik sleets de jukebox

jengelen om muntstukken en zilverpoets.

.

Ik heb de liefde lief

Herman Gorter

.

In 1993 verscheen de verzamelbundel ‘Ik heb de liefde lief’ met daarin de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie. Deze bundel werd samengesteld door Willem Wilmink en bevat, naast vele bekende liefdesgedichten, een aantal liefdesgedichten die ik nog niet kende. Sommige daarvan zijn uit de eeuwen voor de 20ste eeuw maar er zijn er ook bij van recenter jaren. Zo kwam ik een gedicht tegen van Herman Gorter (1864-1927) dat ik niet nog kende maar dat van een eenvoud en schoonheid is dat ik, toen ik het gedicht las, wist dat ik op dit blog zou plaatsen. Het titelloze gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Verzamelde lyriek tot 1905’ uit 1977.

.

Hé ik wou jij was de lucht

dat ik je ademen kon

en je zien in het hooge licht

en door je gaan kon.

.

Waar zijn je armen en je handen

en die witte overschoone landen

van je schouders en schijnende borst-

ik heb zoo’n honger en dorst.

.

 

%d bloggers liken dit: