Site-archief

Judith Herzberg

Hij bidt

.

Een vakantiegedicht dat lijkt te gaan over bidden maar eigenlijk de liefde betreft. Uit de bundel ‘Zoals’ uit 1992 van Judith Herzberg (1934)  het gedicht ‘Hij bidt’.

.

Hij bidt

.

Hij bidt maar niet tot god

niet tot, maar bidt.

Dan moet hij plassen en staat op

maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,

omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.

Een hemelsbreedte rekt zich in hem

om haar, dagelijks, omhelsbaar.

.

C.B. Vaandrager

Martin, waarom hebbe de giraffe…

.

In een tweedehandsboekenzaak vond ik, na daar lang gezocht naar te hebben, voor het eerst een bundel van de Rotterdamse dichter C.B. Vaandrager (1935 – 1992) met de bijzondere titel ‘Martin, waarom hebbe de giraffe…’. In deze derde dichtbundel van Vaandrager staan 49 gedichten over voorwerpen. Hij ‘behandelt’ daarbij allerhande objecten, variërend van een kurketrekker tot een stuiver en van een verkeersagent tot meeuwen en een bloemkool. De, vaak fonetisch getypte, gedichten zijn geïnspireerd en gekopieerd uit een onderzoeksrapport uit 1938 naar de woordenschat van Nederlandse kinderen.

Het lijken wel lemma’s uit een encyclopedie of woordenboek maar dan in (Rotterdamse) spreektaal. Deze bundel uit 1973 werd uitgegeven in de Sonde-reeks door de Rotterdamse Kunststichting waarin ook Jules Deelder, Rien Vroegindeweij en Wim de Vries poëzie publiceerden. De titel van deze bundel verwijst naar Martin Mooij en de speelgoedgiraf van dochter Isis Vaandrager.

Ik wil hier twee voorbeelden van deze wat absurdistische poëzie met jullie delen ‘ 41 Naaimachine’ en ’23  Plafond’.

.

41  Naaimachine

.

Naaivliegmachine.

Moeje goed mee naaie, heb manke Wim ook.

Koffiemole, mole, naaimole, wringer:

naasliggende bekende gezien.

Naaidinges.

Zamole (Zaagmolestraat? Snijbonemole?)

Nie te weinig:

handmachine om te stikke.

.

23  Plafond

.

Muur, 15x, kalkmuur, bovemuur,

muur in hoogte.

Zolder, dak, waartoe verleid door

plafondplaats kamer.

Zelfs: 10x lucht is zo te verklaren.

Weer andere: kalk, 10x.

Weer ander (te veel): roukamer met

plafond.

.

Winter

Tori Amos

.

Door alle oude muziek waar ik aan het einde van het jaar mee word geconfronteerd kom ik soms ook weer nummers tegen waar ik goede herinneringen aan heb, waar ik een diepere betekenis in hoor, of waarvan de tekst heel mooi of poëtisch is. In dit geval hoorde ik het nummer ‘Winter’ van Tori Amos (1963) uit 1992. Ze schreef dit nummer over de relatie met haar vader. Haar vader was dominee en ze moest van hem vier keer per week naar de kerk.

Tori Amos is een Amerikaanse singer-songwriter en pianist. Ze is een klassiek geschoolde muzikant met een mezzosopraan stembereik. Amos was al begonnen met het componeren van instrumentale stukken op piano toen ze op vijfjarige leeftijd een volledige beurs aan het Peabody Institute van de Johns Hopkins University kreeg, de jongste persoon die ooit werd toegelaten.

Tori Amos maakt nog steeds muziek en ze is sinds de oprichting in 1994, als spreekbuis en ambassadeur betrokken bij RAINN, een Amerikaanse organisatie die hulp biedt aan slachtoffers van seksueel geweld (waarvan ze op 22 jarige leeftijd zelf slachtoffer was).

.

Winter

.

Snow can wait, I forgot my mittens
Wipe my nose, get my new boots on
I get a little warm in my heart, when I think of winter
I put my hand in my father’s glove

I run off where the drifts get deeper
Sleeping beauty trips me with a frown
I hear a voice, “You must learn to stand up for yourself
‘Cause I can’t always be around”

He says, “When you gonna make up your mind
When you gonna love you as much as I do
When you gonna make up your mind
‘Cause things are gonna change so fast”

All the white horses are still in bed
I tell you that I’ll always want you near
You say that things change, my dear

Boys get discovered as winter melts
Flowers competing for the sun
Years go by and I’m here still waiting
Withering where some snowman was

Mirror, mirror where’s the Crystal Palace
But I only can see myself
Skating around the truth who I am
But I know, dad, the ice is getting thin

When you gonna make up your mind
When you gonna love you as much as I do
When you gonna make up your mind
‘Cause things are gonna change so fast

All the white horses are still in bed
I tell you that I’ll always want you near
You say that things change, my dear

Hair is gray and the fires are burning
So many dreams on the shelf
You say, “I wanted you to be proud of me”
I always wanted that myself

When you gonna make up your mind
When you gonna love you as much as I do
When you gonna make up your mind
‘Cause things are gonna change so vast

All the white horses have gone ahead
I tell you that I’ll always want you near
You say that things change, my dear
Never change all the white horses

.

Het nieuwe doen

Paul van Capelleveen

.

De Nijmeegse dichter Paul van Capelleveen was enige jaren tegelijkertijd verbonden aan de Koninklijke Bibliotheek en aan het Museum Meermanno, beide in Den Haag. Hij is auteur van een reeks boeken en artikelen, met name over boekgeschiedenis. Hij publiceerde ook essays en gedichten die deels in beperkte oplagen zijn verschenen. In 1992 werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs met zijn poëziedebuut ‘Altijd commentaar’ (winnaar werd Anna Enquist dat jaar met ‘Soldatenliederen’).

In 2004 verscheen van zijn hand de bundel ‘Laatste metamorfosen’ bij uitgeverij Meulenhoff. Op de achterflap van de bundel wordt hij omschreven als “de messenwerper van de Nederlandse poëzie, zijn dolken treffen zijn lieftallige assistente, de Muze, altijd recht in het hart. Zijn verrassende en expliciete regels zijn opgestapeld als muzikale variaties op een thema, vermomd als definitie of nieuwsfeit. Alles lijkt te berusten op de travestie van de vraag: wat wil de lezer? De lezer wordt voortdurend uit zijn tent gelokt en uitgedaagd om weerwoord te geven.”

Volgens mij heeft hier een copywriter met een reclameachtergrond zichzelf overtroffen in overdrive maar leesbaar is de bundel zeker. Neem bijvoorbeeld het gedicht ‘Het nieuwe doen’.

.

Het nieuwe doen

.

Lees een gedicht, desnoods van mij.

Schrijf zomerbrieven. Evenaar

de poolnacht van een schone lei.

Niet, niet doen.

Voel je knoken,

doe wat je wilt – ik doe het ook.

Verwijder dagelijks smeerboel.

Niet, niet doen.

Maak je op voor de grote trek.

Doe je te goed aan het nieuwe jaar.

.

Michel Houellebecq

Zo lang

.

Er zijn schrijvers van proza en er zijn dichters. Wat me steeds meer opvalt is dat deze twee totaal verschillende disciplines toch vaak door een en dezelfde persoon worden gecombineerd. Dichters die romans gaan schrijven en schrijvers die poëzie gaan schrijven. Over het algemeen is de eerste groep de meest voorkomende. Ik heb hier al eerder geschreven over schrijvers waarvan ik niet wist dat ze ooit als dichter zijn begonnen. Mooie voorbeelden van schrijvers die ook dichter zijn (en waarvan ik het niet wist) zijn Hella Haasse https://woutervanheiningen.wordpress.com/2021/03/22/hella-haasse/, Rita Mae Brown https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/06/13/rita-mae-brown/, Abdelkader Benali https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/12/13/ik-zag-jou-laatst-versnellen/ en Maarten ’t Hart https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/11/18/een-vrouw/ .

Aan dit rijtje wil ik vandaag de Franse Schrijver Michel Houellebecq (1958, pseudoniem voor Michel Thomas) toevoegen.  Van hem is de uitspraak: “In mijn poëzie kan ik gelukkig zijn, dat is vrijwel onbereikbaar in romans” en “In tegenstelling tot de literatuur weten zij (poëzie en schilderkunst) het geluk te vatten. Daarvoor is het genre van de roman niet geschikt”.

In Frankrijk kennen ze hem behalve als romancier wel ook als dichter. Hij debuteerde in 1985 in literair tijdschrift ‘La Nouvelle Revue’, publiceerde in 1992 de bundel ‘La Poursuite du bonheur’, die werd bekroond met de Prix Tristan Tzara, en hij bleef gedurende de rest van zijn loopbaan poëzie publiceren waaronder in 2010 zijn verzamelde gedichten. Vertaler Peter Verstegen (Heine, Rilke, Dante, Emily Dickinson) heeft zich over de poëzie van Houellebecq ontfermd en een deel van zijn vertalingen gepubliceerd in literair tijdschrift ‘Kort Verhaal’.

Onderstaand gedicht is er één van vijf die op de website https://www.actualidadliteratura.com/nl/michel-houellebecq-gedichten/ werden gepubliceerd.

.

Zo lang

.

Er is altijd een stad, met sporen van dichters
Dat ze tussen de muren hun lot hebben doorkruist
Overal water, de herinnering mompelt
Namen van mensen, namen van steden, vergeetachtigheid.

.

En hetzelfde oude verhaal begint altijd opnieuw,
Ongedaan gemaakte horizonten en massageruimtes
Aangenomen eenzaamheid, respectvolle buurt,
Er zijn echter mensen die bestaan ​​en dansen.

.

Het zijn mensen van een andere soort, mensen van een ander ras,
We dansen verheven een wrede dans
En met weinig vrienden bezitten we de hemel,
En de eindeloze vraag naar ruimtes;

.

De tijd, de oude tijd, die zijn wraak plant,
Het onzekere gerucht van het leven dat voorbijgaat
Het gesis van de wind, het druipen van water
En de gelige kamer waarin de dood voortschrijdt.

.

Poesie 1

Thom Gunn

.

In de Morvan (Frankrijk) kocht ik in een kringloopwinkel een deel van de in serie uitgegeven pocketbundels ‘Poesie’, in dit geval Nummer 69-70 uit 1979 met de titel ‘La nouvelle Poesie Anglaise’. Het feit dat in dit deel Engelse dichters met Engelse gedichten staan heeft me doen besluiten het bundeltje te kopen. Helaas is mijn Frans dermate slecht dat ik Franse poëzie niet kan lezen, maar Engelse wel. In dit bundeltje gedichten van Seamus Heaney, Adrian Henri, Ted Huges, Philip Larkin, Sylvia Plath en Thom Gunn.

De laatste dichter kende ik wel van naam maar niet van werk en omdat de gedichten (ook) in het Engels zijn opgenomen kocht ik dit bundeltje en ik werd niet teleurgesteld. Het gedicht ‘Courage, a tale’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Jack Straw’s Castle’ uit 1976, bracht meteen een glimlach op mijn gezicht. Reden genoeg dit gedicht hier met jullie te delen.

Thom Gunn (1929 – 2004) was een Engelse dichter die werd geprezen om zijn vroege verzen in Engeland, waar hij werd geassocieerd met The Movement (waartoe ook Philip Larkin behoorde), en zijn latere poëzie in Amerika, zelfs nadat hij naar een lossere, vrij-vers stijl overstapte. Nadat hij van Engeland naar San Francisco was verhuisd, schreef Gunn over homogerelateerde onderwerpen, met name in zijn beroemdste werk, ‘The Man With Night Sweats’ uit 1992, evenals over drugsgebruik, seks en zijn bohemien levensstijl. Hij won grote literaire prijzen; zijn beste gedichten zouden een compacte filosofische elegantie hebben. Of dat ook opgaat voor ‘Courage, a tale’ laat ik aan de lezer over.

.

Courage, a tale

.

There was a Child

who heard from another Child

that if you masturbate 100 times it kills you.

.

This gave him pause;

he certainly slowed down quite a bit

and also kept count.

.

But, till number 80,

was relatively loose about it.

There did seem plenty of time left.

.

The next 18

were reserved for celebrations,

like the banquet room in a hotel.

.

The 99th time

was simply unavoidable.

.

Weeks passsed.

.

And then he thought

Fuck it

it’s worth dying for,

.

and half an hour later

the score rose from 99 to 105.

.

.

Writers at work

C.B. Vaandrager

.

Naast onderwerpen als de liefde en de dood is de poëzie een zeer geliefd thema voor dichters om hun gedichten aan te wijden. Op dit blog staan een aantal voorbeelden van gedichten over poëzie. En daar wil ik er vandaag nog een aan toevoegen. De dichter C.B. Vaandrager (1935 – 1992) is in Rotterdam (en daarbuiten) nog steeds een zeer gewaardeerd als dichter en peetvader van de no-nonsens generatie.  Vaandrager maakte met zijn schoolvriend Hans Sleutelaar deel uit van de redactie van het Rotterdamse literaire tijdschrift ‘Proefschrift’, dat halverwege de jaren vijftig verscheen. Later was Vaandrager met Sleutelaar, de dichter Hans Verhagen en schilder-dichter Armando redactielid van het Vlaams-Nederlandse literaire tijdschrift ‘Gard Sivik’ en het tijdschrift ‘De Nieuwe Stijl’.

In 1961 had Vaandrager zijn poëziedebuut met de bundel ‘Met andere ogen’ waarmee hij meteen naam maakte. Hij schreef een verhalenbundel en autobiografische (Rotterdamse) romans en in 1967 verscheen zijn tweede poëziebundel ‘Gedichten’. In de jaren zeventig ging het bergafwaarts met Vaandrager. Drugs en depressies beheersten zijn leven. Hij verbleef in een psychiatrische ziekenhuis of hij zwierf rond.  In 1981 werd hem de Anna Blaman Prijs van het Prins Bernhardfonds uitgereikt voor zijn gehele oeuvre. Daarna publiceerde hij nog slechts enkele dichtbundels, waaronder ‘Metalon’ (1987) en ‘Sampleton’ (1990). In 2008 verscheen ‘Made in Rotterdam’ zijn verzamelde gedichten bijeengebracht door Hans Sleutelaar en Martin Bril.

Wil je meer over C.B. Vaandrager lezen kijk dan op https://www.dbnl.org/tekst/_pas002199601_01/_pas002199601_01_0098.php

In 1981 verscheen bij De Bezige Bij de bundel ‘Totale poëzie’ waaruit het gedicht over poëzie getiteld ‘Writers at work’ staat.

.

Writers at work

.

Ik zit zo prachtig geparalyseerd

te wachten voor de ramen van een zeekasteel.

Stil als een boegbeeld.

Blad stil,

perfekt als een protese. Ik zit

.

zo prachtig geparalyseerd

te tikken met een meisje, pennemesje in mijn voorhoofd.

Ik geef schouderklopjes aan een windei.

.

Soms adem ik,

soms fluit ik,

soms ar-ti-ku-leer ik. Soms

.

beadem ik de ramen van mijn zeekasteel.

En kondenseer.

Schrijf

meer dan een moraal, meer

dan een kunstvoorwerp. Ik vier

mijn riem en denk

aan een bretel of vriendelijker buikband.

.

Mijn hart is intakt. Heb kontakt

met dat hart – weet het wel

zoals de meeuwen het wel weten, hartelijk?

snavelend

verschrikkelijk dicht bij de ramen van mijn zeekasteel.

Verrukkelijk

vergeefs. Ik

savoereer!

.

Ik schrijf zo prachtig geparalyseerd,

zwart, onbewogen,

aanhoudend (in een schietstoel) groei ik niet, vinger

in een stopkontakt. In een zee van tijd

ik prepareer.

.

Hoe je verder moet

Remco Ekkers

In zijn woonplaats Zuidhorn is afgelopen vrijdag dichter, essayist en prozaïst Remco Ekkers (1941 – 2021) overleden. Ekkers debuteerde in 1965 als dichter en bleef zijn hele leven poëzie schrijven. Afgelopen april verscheen van hem nog de bundel ‘Hop over de sofa’.

Remco Ekkers studeerde Nederlandse taal en literatuur in Groningen waar hij na zijn studie is blijven wonen (in de provincie). Zijn eerste gedichten verschenen in het Groninger satirische tijdschrift ‘De Nieuw Clercke’. In 1979 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel ‘Buurman’. Voor zijn bundel ‘Haringen in de sneeuw’ uit 1985 ontving Ekkers de Zilveren Griffel. Het was de eerste keer dat deze prijs voor jeugdliteratuur naar een dichtbundel ging. Vanaf midden jaren 70 organiseerde Ekkers in Zuidhorn en Leek het poëziefestival Dolersheem. Veertig jaar lang (tot eind 2016) maakte hij deel uit van de redactie van de Gentse Poëziekrant. Ekkers was van 1986 tot 1992 poëziecriticus van De Gids. In de Leeuwarder Courant verzorgde hij tien jaar lang poëzierecensies. In het blad Schrijven verschenen zijn interviews met dichters. Werk van Ekkers werd gepubliceerd in landelijke tijdschriften en lexicons als De Gids, Maatstaf, Tirade, Bzzlletin, De Revisor en Hollands Maandblad.

In Raster nummer 92 uit 2000 verscheen het gedicht ‘ Hoe je verder moet’  van Ekkers en dat vond ik een heel mooi en toepasselijk gedicht om bij dit bericht over zijn overlijden te plaatsen.

.

Hoe je verder moet

.

Stap opgewekt voort
al weet je niet zeker
waar naar toe. Vooruit
.
over het glimmende asfalt
tussen de kale bomen
hoofd scheef, wuivend
naar het huis dat al in de mist
is verdwenen en straks vergeten.
.
Je zet een voet vooruit
en dan een andere.
Je kijkt niet naar de spiegeling
in de plassen, het beeld
van de takken waar je
tussen hangt, pats!
in het water.
.
Zo kom je verder
weg van wat is geweest.

.

Mazen in de tijd

Wiel Kusters

.

‘Brabant, literaire reis langs het water’ uit 2011 uitgegeven door de Stichting Achterland uit Zeist. Deze uitgeverij profileert zich als bruggenbouwer tussen literatuur en maatschappij. Onder het motto ‘Op zoek naar de eigen plek’ bouwt Stichting Achterland sinds haar oprichting in 1992 aan een serie boeken over Nederlandse steden, streken en provincies, met thema’s als ‘een literaire reis door de tijd’ of ‘een literaire reis langs het water’.

In de boeken staan steeds twee tegenover elkaar liggende pagina’s, met links een foto van een markante plek en rechts een literair fragment (proza of poëzie) dat met de plek een directe of associatieve relatie heeft. De literaire teksten zijn overwegend van bekende Nederlandstalige auteurs, al wordt er soms ook voor vertaald werk gekozen of dat van minder bekende (vaak jonge) auteurs. Meestal betreft het bestaande teksten, soms ook werk dat in opdracht tot stand komt. Een literair-historische introductie en een woord vooraf van een gemeente-, provincie- of regiobestuurder gaan aan de ‘landmarks’ vooraf.

Van alle provincies zijn er boeken gemaakt en gepubliceerd. In dit geval heb ik het boek over Brabant ingezien en daaruit gekozen voor een gedicht van Wiel Kusters (1947) over de rivieren die door het Brabantse land meanderen.

.

Mazen in de tijd

.

Van Maas noch Moldau

van de Arno niet

niet van de Rijn

kunnen wij

getuige zijn.

.

Zij gaan aan ons

voorbij.

Nooit zijn wij

onszelf gelijk.

.

Op de over

wordt het later.

Met het water

stijgt de tijd.

.

Van jou noch mij

van anderen niet

niet van zichzelf

kan de Maas

getuige zijn.

.

Nooit is zij

zichzelf gelijk.

Wij stromen haar

voorbij.

.

In het water

wordt het later.

Op de oever

daalt de tijd.

.

Problemen

Frank van Pamelen

.

Frank van Pamelen (1965) http://frankvanpamelen.nl/  is geboren in Terneuzen en woonachtig in Tilburg. Hij studeerde Letteren aan de Katholieke Universiteit Brabant en is schrijver van literaire thrillers en jeugdboeken, dichter en kleinkunstenaar. Ook schrijft hij cabaretprogramma’s, musicals, kinderliedjes, columns en teksten voor radio en televisie.

Sinds 1990 publiceert Frank van Pamelen gedichten. Voornamelijk light verse, vormvaste gedichten, meestal met een humoristische onderlaag. Zijn verzen worden gepubliceerd in literaire tijdschriften als De Tweede Ronde, Parmentier en Ballustrada, in NRC Next, in de wekelijkse rubriek Poëzie Politiek in Trouw (1999-2007), en verder in vele bloemlezingen, scheurkalenders en gelegenheidsuitgaven. Hij ontpopt zich sindsdien steeds meer als de cabaretier onder de dichters, en de dichter onder de cabaretiers.

Frank van Pamelen won de Publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival (1995), de Zilveren Reissmicrofoon met het radioteam van KRO’s Theater van het Sentiment (2001), de Kees Stipprijs voor zijn light verse-oeuvre (2005) en de Tilburg Trofee voor verdiensten in zijn woonplaats (2013).

In literair tijdschrift  ‘De Tweede Ronde’, jaargang 13  (1992) verscheen van zijn hand de terzanelle ‘Problemen’. Een terzanelle is een poëtische vorm die aspecten van de villanelle en de terza rima combineert. Het is in totaal negentien regels, met vijf drielingen en een afsluitend kwatrijn. De middelste regel van elke triplet-strofe wordt herhaald als de derde regel van de volgende strofe, en de eerste en derde regel van de oorspronkelijke strofe zijn de tweede en laatste regels van het afsluitende kwatrijn; zeven van de regels worden dus herhaald in het gedicht.

.

Problemen (een terzanelle)
.
Ik staar al uren naar mijn lege glas

De wereld is vergeven van problemen

Ik wou dat daar een oplossing voor was

.

Ach, waarom zou ik zelf niets ondernemen

Bedenk ik wel eens met een zwaar gemoed

De wereld is vergeven van problemen

.

En er is niemand die er iets aan doet

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

Bedenk ik wel eens. Met een zwaar gemoed

.

Besef ik nu hoeveel ik heb gedronken

Dan denk ik over goed en over kwaad

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

.

Ik zeg het hier maar zo waar het op staat

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Dan, denk ik, over goed en over kwaad

.

Het mag in dit verband merkwaardig klinken

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Ik staar al uren naar mijn lege glas

Ik wou dat dáár een oplossing voor was
.
.
%d bloggers liken dit: