Site-archief

Tom Lanoye

Wara Avatara (Vlammenzwijn)

.

Erotische poëzie kan heel direct zijn, omfloerst, beschrijvend of juist of heel subtiel verwijzend zijn. Net als elke andere vorm van poëzie eigenlijk. Tom Lanoye (1958) schreef in zijn bundel ‘In de piste’ uit 1987 het gedicht ‘Wara Avatara (vlammenzwijn). dat openhartig is en een beetje van al deze elementen in zich heeft. Wat Wara Avatara (of Vlammenzwijn) betekent heb ik niet kunnen achterhalen. In de informatica is een avatar (ook bekend als een profielfoto of userpic ) een grafische weergave van een gebruiker of het karakter of de persona van de gebruiker. Als je Wara leest als Ware dan zou je hieruit een idee kunnen afleiden: het ware karakter van de dichter. De term Vlammenzwijn daar heeft denk ik iedereen wel een idee bij in deze context.

Hoe dan ook, het gedicht spreekt voor zichzelf.

.

Wara Avatara (Vlammenzwijn)

.

Ik ga het hier niet

hebben over seks, dit is

tenslotte poëzie, maar ook

als ik loop of zwem of

mijn gespannen lichaam in

een spiegel zie, krijg ik het

zo warm. Het lijkt wel transpiratie

.

maar dan vooral vanbinnen.

In het diepst van mijn zinnen.

Het vervelende is wel, dat je je

daar moeilijk wassen kunt. Het

wordt er dan ook dierlijker en

natuurlijker met de dag. Maar dat kan

me eigenlijk niet schelen. Ik vind het

.

heerlijk zo, ik weet dat alles mag.

.

Houston we have a problem

Lotte Dodion

.

De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was.  Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.

Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.

Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.

Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.

.

Veldwerk

Bernke Klein Zandvoort

.

Dichter Bernke Klein Zandvoort (1987) debuteerde in 2013 met de bundel ‘Uitzicht is een afstand die zich omkeert’ waarmee ze genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs en waarmee ze de debuutprijs van ‘Het liegend konijn’ won. ‘Veldwerk’ is de tweede dichtbundel van Bernke Klein Zandvoort uit 2020. Op de achterflap staat te lezen: ze verzamelt gegevens over haar waarneming van de wereld. Ze neemt monsters van de blikken tussen mensen, ziet het verleden als iets wat voor ons ligt maar ook als een spookrijder door een gezicht kan trekken, ontleedt de gelaagdheid van haar eigen denken. Oordeel zelf aan de hand van het slotgedicht uit deze bundel.

.

hangend in het slot van een omhelzing
denk ik over wat er op en neer gaat in het woord elkaar

een woord waarin iets uit zwemmen lijkt te gaan
de ander tot een overkant maakt

met een lange arm over het water
trekt een magneet de veerboot naar de kade

spierkabels vertellen onophoudelijk aan mijn hoofd
uit welke lengtes ik besta en waar de shampoo van een onbekende
mijn neus komt inwaaien, me uit de achtergrond
van een ander leven laat ontstaan

overal waar ik ga deel ik mijn stad met stellen
in de roes van elkaar aangeraakt hebben
op onbekende plekken

omringen mij de algoritmes
die vlooiensprongen tussen hoofd en beeldscherm maken
wordt de zon gekaderd
door het bericht dat ze om elf uur zal verdwijnen

zo leef ik samen

met mijn dromen en hoe ze in die van iemand anders haken
met mijn moeder die elke ochtend wakend in me wakker wordt

op zonnige dagen loopt mijn schaduw met me mee
als mijn meest vreemde bezit

.

Laatste bezoek

Erik Menkveld

.

Afgelopen zondag was ik door Louis van London gevraagd, samen met een groot aantal andere dichters, voor te dragen bij De Groene Fee in de kloostertuin aan de Oranjeboomstraat in Breda. Het was een heel fijn weerzien met een aantal dichters, met Louis maar vooral het gegeven dat we eindelijk weer eens konden voordragen voor publiek was, ondanks het miezerige weer en de kou, voor alle dichters reden tot een heel positieve beleving.

Rinske Kegel, Peter Goossens, Mandy Eggerding, Katelijne Brouwer, Rachelle Hardes, Azar Tishe, Yanni Ratajczyk Monique Wilmer-Leegwater, Amal Karam en nog een aantal dichters maakten van deze middag een bijzondere middag. Tijdens de voordrachten zag ik mijn koffiebekertje langzaam verworden tot een vrijplaats van slakken en naaktslakken. Ik moest hier meteen weer aan denken toen ik het gedicht ‘Laatste bezoek’ van Erik Menkveld las in ‘Verzamelde gedichten’ uit 2015.

Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Tussen 1987 en 1998 beheerde hij onder andere het poëziefonds van uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade. In 2003 en in 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, en in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor De Volkskrant.

Menkveld debuteerde als dichter in 1997 met de bundel ‘De karpersimulator’. Voor deze bundel kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Ook werd hem de C. Buddingh’-prijs toegekend, die echter niet werd uitgereikt omdat hij op dat moment werkzaam was bij Poetry International (die de prijs formeel organiseerde). Zijn Oeuvre is klein doordat hij al op 54 jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, hij liet drie dichtbundels na en in 2015 werden dus zijn verzamelde gedichten uitgegeven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Laatste bezoek’.

.

Laatste bezoek

.

De slak op haar oor

liet geen woord meer door.

.

mijn stem ternauwernood:

geruis en gekrijs. Meeuw

.

die binnenvloog, zichzelf

aan flarden fladderde

.

in dat oude, dove hoofd.

Tot ik maar zweeg en zij

.

haar ogen weer sloot,

al minder door lakens

.

omspoeld en onverhoeds heden.

Misschien een kleine hand

.

nog in haar hand, het verre

lichten van een kus op haar wang.

.

Meer is er niet van mij

met haar verdwenen.

.

De actrice

Simon Carmiggelt

.

Vele wat oudere mensen zullen schrijver en journalist Simon Carmiggelt (1913 – 1987) kennen als de schrijver van Kronkels. Een groot aantal van hen zal ook weten dat Carmiggelt actief was als dichter. Eerst onder het pseudoniem Karel Bralleput en later onder zijn eigen naam. Uit de bundel ‘Het jammerhout’ dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1948 komt het gedicht ‘De puber’.

.

De puber

.

Ik ben verliefder dan ik zeg.

Als onheil drukt het op mijn maag.

Ik kus haar – ja, dat doe ik graag.

Maar eig’lijk wil ik ook wel weg.

.

Want geurig is de eenzaamheid.

O – ’s avonds zwerven in haar straat

en vrezen dat ze met een ander gaat…

Als ‘k aanbel, sterft die heerlijkheid.

.

Soms is er twist, omdat ze zei:

‘Vandaag heb ‘k niet aan je gedacht.’

Wrange confessie! Een doorwaakte nacht

scheidt ons van de verzoeningshuilpartij.

.

Daat staat Oom Karel. Hij lacht zuur

en zegt: ‘die kinderen zijn gek.

Capitulantje met je varkensnek,

hoed af – dit is de liefde puur.

.

Writers at work

C.B. Vaandrager

.

Naast onderwerpen als de liefde en de dood is de poëzie een zeer geliefd thema voor dichters om hun gedichten aan te wijden. Op dit blog staan een aantal voorbeelden van gedichten over poëzie. En daar wil ik er vandaag nog een aan toevoegen. De dichter C.B. Vaandrager (1935 – 1992) is in Rotterdam (en daarbuiten) nog steeds een zeer gewaardeerd als dichter en peetvader van de no-nonsens generatie.  Vaandrager maakte met zijn schoolvriend Hans Sleutelaar deel uit van de redactie van het Rotterdamse literaire tijdschrift ‘Proefschrift’, dat halverwege de jaren vijftig verscheen. Later was Vaandrager met Sleutelaar, de dichter Hans Verhagen en schilder-dichter Armando redactielid van het Vlaams-Nederlandse literaire tijdschrift ‘Gard Sivik’ en het tijdschrift ‘De Nieuwe Stijl’.

In 1961 had Vaandrager zijn poëziedebuut met de bundel ‘Met andere ogen’ waarmee hij meteen naam maakte. Hij schreef een verhalenbundel en autobiografische (Rotterdamse) romans en in 1967 verscheen zijn tweede poëziebundel ‘Gedichten’. In de jaren zeventig ging het bergafwaarts met Vaandrager. Drugs en depressies beheersten zijn leven. Hij verbleef in een psychiatrische ziekenhuis of hij zwierf rond.  In 1981 werd hem de Anna Blaman Prijs van het Prins Bernhardfonds uitgereikt voor zijn gehele oeuvre. Daarna publiceerde hij nog slechts enkele dichtbundels, waaronder ‘Metalon’ (1987) en ‘Sampleton’ (1990). In 2008 verscheen ‘Made in Rotterdam’ zijn verzamelde gedichten bijeengebracht door Hans Sleutelaar en Martin Bril.

Wil je meer over C.B. Vaandrager lezen kijk dan op https://www.dbnl.org/tekst/_pas002199601_01/_pas002199601_01_0098.php

In 1981 verscheen bij De Bezige Bij de bundel ‘Totale poëzie’ waaruit het gedicht over poëzie getiteld ‘Writers at work’ staat.

.

Writers at work

.

Ik zit zo prachtig geparalyseerd

te wachten voor de ramen van een zeekasteel.

Stil als een boegbeeld.

Blad stil,

perfekt als een protese. Ik zit

.

zo prachtig geparalyseerd

te tikken met een meisje, pennemesje in mijn voorhoofd.

Ik geef schouderklopjes aan een windei.

.

Soms adem ik,

soms fluit ik,

soms ar-ti-ku-leer ik. Soms

.

beadem ik de ramen van mijn zeekasteel.

En kondenseer.

Schrijf

meer dan een moraal, meer

dan een kunstvoorwerp. Ik vier

mijn riem en denk

aan een bretel of vriendelijker buikband.

.

Mijn hart is intakt. Heb kontakt

met dat hart – weet het wel

zoals de meeuwen het wel weten, hartelijk?

snavelend

verschrikkelijk dicht bij de ramen van mijn zeekasteel.

Verrukkelijk

vergeefs. Ik

savoereer!

.

Ik schrijf zo prachtig geparalyseerd,

zwart, onbewogen,

aanhoudend (in een schietstoel) groei ik niet, vinger

in een stopkontakt. In een zee van tijd

ik prepareer.

.

Heren zeventien

Simon Vinkenoog

.

In een geweldige tweedehands boekenwinkel kocht ik voor een klein bedrag de heerlijke kleine pocket ‘Heren zeventien’ proeve van waarneming van Simon Vinkenoog (1928 – 2009), gesigneerd door de dichter. Deze heruitgave van de bundel uit 1953, in de serie Poëziepockets van De Bezige Bij, uit 1987 is een kleine pocketuitgave (50 pagina’s) met een nawoord van R.A. Cornets de Groot.

.

Zoals discussies woedend sluiten

met het zichtbaar halfbegrijpen

van Denanders vooroordelen

.

die even overtuigend zijn

en inderdaad niet minder waar,

verwerpelijk, gevaarlijk,

ondoordacht behulpzaam,

.

als de waarden die wij eigen dachten

.

Zo gaat ook het leven dat de dag leidt

ons voorbij

.

Met dezelfde woede

(maar hoe schamel en hoe welbespraakt)

in de schoongewassen handen,

een hart verontwaardigd-zijn

en een gevoel van onderdrukt hartstochtelijk:

.

Wat deert het mij?

.

 

Primo Levi en Dirk Kroon

Dubbel-gedicht

.

Twee gedichten die een zelfde thema of titel hebben, hoeven natuurlijk niet altijd van Nederlandstalige dichters te zijn. Voor een goed Dubbel-gedicht telt slechts de overeenkomst in thema of titel. Vandaar dat ik vandaag twee gedichten heb uitgekozen die qua titel en thema Wachten overeenkomstig hebben.

Het eerste gedicht is van de Joods-Italiaanse dichter, schrijver en essayist Primo Levi (1919 – 1987) en is getiteld ‘Wachten’. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Op een onzeker uur’ uit 1988 maar ik nam het over uit ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen uit 1988. Het gedicht is vertaald door Maarten Asscher en Reinier Speelman en Primo Levi schreef het in 1949.

Het tweede gedicht is van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946). Het gedicht is getiteld ‘Wachttijd’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dagelijkse despoot’ uit 2013. Ik nam het uit ‘Op de hoogte van de vogels’ zijn Verzamelde gedichten uit 2017.

.

Wachten

.

Dit is de tijd van bliksems zonder donder,

Dit is de tijd van niet te verstane stemmen,

Van rusteloze slaap en zinloos waken.

Gezellin, vergeet de dagen niet

Van lange gemakkelijke stilten,

Van nachtelijk toegenegen straten,

Van kalme overdenkingen,

Voordat de bladeren vallen,

Voordat de hemel betrekt,

Voordat ons opnieuw wekt,

bekend geluid, voor onze deuren,

Van met staal beslagen passen.

.

Wachttijd

.

Sta je op een tweesprong

in een uitgestorven landschap?

Kijk naar de knotwilg naast je

die na gekapt te zijn, ineens

weer uitbot of onaangeraakt

zal sterven – de takken in de lucht.

.

Wacht je met gelatenheid

de zoveelste winter af?

Bij het eerste voorjaarslicht

zal blijken of je ongemerkt

op nieuwe groei bent voorbereid.

.

Woman with blond hair an empty road. Girl waiting. Search for a new way. Hitchhiking trip. Travel, adventure. Sense of freedom, enjoy relax lifestyle. Scenic view, landscape. Explore North Norway

Dood werk

Maarten van der Graaff

.

Maarten van der Graaff (1987) is dichter en romanschrijver. Hij studeerde Religie en kunst aan de Universiteit van Utrecht. Hij debuteerde in 2013 met de bundel ‘Vluchtautogedichten. In 2014 krijgt hij voor deze bundel de C. Buddingh’-prijs. ‘Dood werk’, zijn tweede bundel, verscheen in het voorjaar van 2015. Deze bundel werd in 2017 bekroond met de J.C. Bloemprijs. Hij publiceerde poëzie en proza in verschillende tijdschriften en is veel op de podia te vinden. Hij is redacteur en medeoprichter (samen met mede dichter Frank Keizer) van het online literair tijdschrift ‘Samplekanon’ op https://samplekanon.com/ . Samen met Keizer schreef hij een essay over Nederlandse poëzie dat je hier (in twee delen in het Engels) kan lezen: http://www.babelsprech.org/niederlande-12/

Uit zijn bundel ‘Dood werk’ komt het gedicht ‘Lijst met rituelen’. In een recensie over deze bundel las ik: “Zijn toon is illusieloos en zelfverzekerd. Hij probeert enige samenhang aan te brengen in de hem omringende werkelijkheid en zijn leven.” In het gedicht ‘Lijst met rituelen komt dit goed tot zijn recht, oordeel zelf.

.

Lijst met rituelen

Voor CAConrad

.

Overgiet een grijze Kadett met cognac.
Ga in de grijze Kadett naar Umbrië.
Stap in Umbrië uit de Kadett.
Begraaf een gedicht van Pasolini
onder een kurkeik of een jeneverbes.

Er blijft iets ongezegd.
Vernietiging heeft ons gekozen,
vernietiging heeft zich geopend.

Overgiet de grijze Kadett met siroop.
Reis in de grijze Kadett naar een loofbos.
Voer daar de leer- of werkstraf uit
van een vreemde.
Begraaf een gedicht van Dickinson.

Vernietiging heeft ons gemaakt.
Kom klaar in een pretpark.

Teken een cirkel op de serre
van een politicus.
Ga naar het stadskantoor
en leg je onder een klok op de grond,
met je voeten naar Kaapstad.
Lees de gedichten van Snoek.
Verbrand drie dagen later
een zijden voorwerp.

Vernietiging gaat in ons op.

Omklem Pascal en het Kussenboek,
wandel een kerk in.
Denk aan het boerenleven.
Schrijf iets over de geur van religie,
het middenklassegeloof van je ouders.

Vernietiging is onze mondigheid.

Wacht tot je psycholoog op vakantie is.
Zet een tent op in haar tuin.
Ga in een vaalgeel gewaad in de tent zitten.
Neem een vel papier en noteer de titel
Civiele liederen.
Schrijf drie dagen lang civiele liederen.
Gebruik deze regels:

Er is geen eenheid in de riten van mijn massacultuur.

De geschiedenis laat mij blind achter.

Kom zonder gewaad de tent uit.
Ruik de ochtendlucht.
Ontmenselijk jezelf: trek vulgair
en fluitend de stad in.

.

%d bloggers liken dit: