Site-archief

Zuidelijke gastvrouw

Maria van der Steen

.

In 1987 publiceerde uitgeverij Meulenhoff de lijvige bundel ‘De spiegel van de Nederlandse poëzie’ Dichters van de twintigste eeuw (5e herziene editie), samengesteld door Hans Warren. Het aardige van verzamelbundels uit een bepaalde tijd (in dit geval de jaren 80 van de vorige eeuw, wat de titel gelijk al een vreemde bijsmaak geeft, er waren nog 13 jaar te gaan in de twintigste eeuw toen deze bundel uit kwam) is dat er dichters in zijn vertegenwoordigd waar je veel later (in dit geval ruim 30 jaar later) nooit meer iets van hoort. Samen met dichters die nu nog steeds worden gelezen vormen zij een mooi palet van de dichterscultuur in een bepaalde periode.

Lezend in deze bundel kwam ik de dichter Maria van der Steen tegen met een aantal gedichten. Maria van der Steen is het pseudoniem van Annie Pepers (1906 – 1987).  Zij debuteerde (na eerder verschillende prozawerken te hebben geschreven) in 1970 met de poëziebundel ‘Sintels rapen’ waarna nog 10 dichtbundels en een bloemlezing zouden volgen. In haar eerste dichtbundels beschrijft Maria van der Steen eenvoudige, alledaagse toestanden, waarmee zij thematisch bij haar proza aanleunt (armoede en onmenselijkheid). Later zou zij meer feministische poëzie gaan schrijven.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Zuidelijke gastvrouw’ dat eerder verscheen in de bundel ‘Laat maar’ uit 1971.

.

Zuidelijke gastvrouw

.

zij snijdt nog brood

op de ouderwetse manier

.

zij neemt het bijna als een baby in haar armen

-zij moet een warm hart hebben- denk ik

een rilling van bijna betrapte herkenning

gaat door mij heen

.

ik word weer klein

en sta aan tafel

.

met de punt van het mes

maakt zij een kruis

van korst tot korst

.

het lemmer klieft

het grijs van golgotha

zij schijnt het niet te merken

.

ik bespied haar feller

het brood, een donkere homp nu

draait zich tussen haar borsten rond

en om haar warme wijze mond beeft

een nauw aanvaarde glimlach

als zij zegt

terwijl zij de sneden

behoedzaam op de broodschaal legt:

.

wat zijn de jaren snel gegaan

ik had je bijna niet herkend

nu ik het kind en jij de moeder bent

.

Advertenties

Florence

Dick Hillenius

.

Van Dick Hillenius (1927 – 1987) het gedicht ‘Florence’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1991.

.

Florence

.

rose als een openliggende huid
en even warm
en toegankelijk misschien voor te velen
zoals bloemen openliggen
met maar één doel
verleiden, bevrucht te worden

.

Wacht … woorden

Anneke Brassinga

.

De kern van het werk van dichter, prozaïst, essayist en literair vertaler Anneke Brassinga (1948) bestaat volgens Piet Gerbrandy (uit een bericht uit 2015) uit (v)echtlust, geestige dwarsheid en grondeloze melancholie. Paul Demets schrijft over haar in ‘Awater’ uit 2011 dat ze allerlei onheil raakt dat met vergankelijkheid gemoeid is in haar poëzie, maar dat dat bij haar een soort dragelijke lichtheid krijgt. Anneke Brassinga wordt gezien als postmodernistisch dichter maar zelf rekent ze zich tot de surrealisten. Hoe het ook zij, haar werk wordt breed gewaardeerd.  Zo kreeg ze voor haar werk de Martinus Nijhoff Vertaalprijs (1978, niet door haar geaccepteerd), de VSB Poëzieprijs 2002 voor de bundel ‘verschiet’), de Constantijn Huygens-prijs (2008) en de P.C. Hooft-prijs (2015), voor haar poëtisch oeuvre.

In 1987 debuteerde Brassinga met de bundel ‘Aurora’ en haar laatste bundel ‘Het wederkerige’ dateert alweer van 2014 . In 1991 verscheen van haar hand de bundel ‘Thule’, uit deze bundel het gedicht ‘wachtwoorden’.

.

Wachtwoorden

.

Ik had me zo geoefend in het wachten

dat ik schrok toen er iemand kwam;

ik had nog nooit van hem gehoord

herkende hem op het eerste woord

zodat ik aan geen wachten dacht.

Twee gorilla’s, Lust en Vraatzucht,

bewaakten van bovenaf de poort;

in een schip gecamoufleerd met lakens

voeren wij de stad in, onder hen door.

Gesloten bleef de tas met taarten,

al jaren uit mijn mond gespaard,

nooit was er tijd, nooit tijd te over

om aan uitstel te ontkomen.

Wij zijn nu zo geoefend in het wachten

dat als een kind het bij ons hoort.

.

                                                                                                                                                                  Foto: Serge Ligtenberg

 

Bouwverlof

Lotte Dodion

.

De Vlaamse dichter en performer Lotte Dodion (1987) won heel wat literaire prijzen en verovert stormenderhand zowat alle poëziepodia in binnen- en buitenland. Ze stond in de finale van het Belgisch én Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en bouwde een ijzersterke podiumreputatie uit. Lotte schrijft, draagt voor, presenteert en is tevens directeur van het Vredescentrum van Antwerpen. In 2016 verscheen van haar hand de bundel ‘Kanonnenvlees’ en uit die bundel hier het gedicht ‘Bouwverlof’.

.

Bouwverlof

ik wil niet op ons terugkijken
als op een puinhoop
wij hebben elkaar nooit
met de grond gelijk gemaakt

nu staken we de werkzaamheden
verboden de werf te betreden
niets nog uitgetekend gepland
wij zijn braakland

maar trek dan je veiligste schoenen aan
durf weer op mijn grond te komen staan
tooi je twijfels als helm
en draag mij je stenen bij

ik wil niet afraken
zonder jou
.

Het glazen olifantje

Absurdistische poëzie

.

Deze week kreeg ik de absurdistische vertelling ‘Twee luitenanten’ onder ogen van Stefano Keizers (pseudoniem van Gover Meit, 1987). Wie Stefano weleens gezien of gehoord heeft weet dat de term absurdistisch hier op geen enkele manier overdreven is. Stefano Keizers is cabaretier en hij won de  29e editie van het Concours om de Wim Sonneveldprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival. Ook creëerde hij voor zijn alter ego een biografie waaruit eens des te meer blijkt hoe absurd zijn wereld is. Zo zou hij geboren zijn in 1984 in Yaoundé in Kameroen, woonde hij in zijn jeugd in verschillende landen, was hij getrouwd met ‘zeilmeisje’ Laura Dekker en was hij directeur van een keramiekfabriek in China.

Maar terug naar ‘Twee luitenanten’. Dit boek is een soort dwarsligger op groot formaat, dat wil zeggen dat je het niet leest zoals je gewoonlijk een boek zou lezen maar over de lange kant. Het boek bestaat uit allerlei losse stukken , tekeningen, korte overpeinzingen (het hoofdstuk Orakel LXXII bijvoorbeeld bestaat uit een enkele regel: Ik wil dit hoofdstuk wel schrijven maar ik ben er te lui voor) en enkele gedichten.

Omdat dit blog over poëzie gaat wilde ik daarom uit dit boek het gedicht ‘Het glazen olifantje’ hier plaatsen omdat het zo heerlijk feitelijk nergens over gaat en daarom toch zo grappig is.

.

Het glazen olifantje

.

Het glazen olifantje liep met zijn vrienden over de prairie

Het was een koude nacht

In de prairie daalt de temperatuur na zonsondergang

Bijna net zo snel als in de woestijn

.

Het glazen olifantje liep met zijn vrienden over de randen

Zoals de rand van de lichtbak van een Chinees restaurant

Hoewel de neonletters bedoeld waren om reclame te maken

Brachten ze veel sfeer in de straat, en kleurden ze het landschap

.

Het glazen olifantje liep met zijn vrienden over luifels

Bijna alle rook die je inademt is slecht voor je

Op bijna alle meubels met een vierkante bovenzijde

Wordt weleens iets neergezet met een ronde vorm

.

Ik zou graag een keer parachutespringen

Liefst uit een vliegtuig, en liefst zonder begeleiding

Het schijnt alleen heel duur te zijn, dus ik wacht er nog maar even mee

Misschien krijgen we korting als we met een grote groep vrienden tegelijk gaan

.

Foto: Cooper Seykens voor JFK)

Handle with care

Mahlu Mertens

.

De Maastrischtse Mahlu Mertens (1987) groeide op in Nederland, maar verhuisde in 2011 naar België waar ze als promovendus hedendaagse letterkunde aan de universiteit Gent werkt op het departement van Literaire studies. Naast dichter is ze ook theatermaker en literatuurwetenschapper. Samen met Hanne Vandersteene vormt ze de kern van grensgeval, een gezelschap dat voorstellingen maakt op de grens van theater, geluidskunst en circus.

Haar poëzie verscheen in Het gezeefde gedicht, de Poëziekrant en bij Meander. Haar taal is bijzonder, haar Nederlands vervlaamst, haar Vlaams vreemd. In februari 2019 won ze de Zeef poëzieprijs met haar bundel ‘Ik tape je een bed’ die bij uitgeverij De Zeef verscheen.

 

Handle with care

.

ik behandel je als een kartonnen doos met een etiket erop:
‘breekbaar’. ongeopend loop je over straat, niemand
weet wat je verpakt, en ook wij wachten af, verwachten
weinig tot niets: de doos lijkt te licht, een ruimte gevuld met hoop.

.

we tellen stappen, stoeptegels, lantaarnpalen: even is goed nieuws,
oneven niet. oneven. opnieuw. elke afslag een nieuwe kans,
de stad als gokautomaat die we steeds opnieuw bespelen. even
geloven in een winnende hand.

.

hoe langer je iets moet dragen, hoe zwaarder het lijkt,
dus ook jouw vermoeidheid is geen doorslaggevend bewijs.

.

Iggy Pop

René Puthaar

.

Ik herinner het mij nog heel goed, mijn broer had een LP gekocht en die draaide hij in de kamer naast mij. Ik herkende de drum intro aan het begin van een singeltje dat toen net uit was en weleens gedraaid werd op Hilversum 3. Het was 1977 en de plaat was ‘Lust for life’ van Iggy Pop. Ik heb die LP toen behoorlijk grijs gedraaid al was het maar voor dat ene nummer. Later, 10 jaar later in 1987 was in in Werchter op het popfestival dat toen nog Torhout/Werchter heette, en daar speelde Iggy Pop het nummer ‘The Passenger’. Het was een warme zomerse dag, het veld was overbevolkt en je voelde de aarde onder je schudden zo danste en sprong iedereen mee met dat nummer. Sindsdien is The Passenger een van mijn favoriete nummers aller tijden.

In de bundel ‘Dansmuziek’ van René Puthaar uit 2000 staat het gedicht ‘Jesus, this is Iggy’ waarin hij zijn liefde voor Iggy Pop verwoordt.

.

Jesus, this is Iggy

.

Een bidprentje. Een hart

dat vlamt. Het bloed is oud

als gisteren, een zang

die in het avondrood

het heenkomen uitvond,

en stollen kan het niet.

.

De adem blijft het liefst

benzinedamp en lust.

I’m just a modern guy.

De passie zij geloofd

voor wat de dijken breekt

en al het hels kabaal.

.

Een zweetspoor. Theatraal.

Verliefdheid. IJzig vuur.

Iets met de sterren en

tabak. En met de huid,

de baaierd van een nacht.

We zijn wat moe. Slaap zacht.

.

Valentijnsdag

Gedicht over de liefde

.

Hoewel ik niets heb met allerlei, vanuit de Verenigde Staten hier terecht gekomen, ‘feestdagen’ zoals Halloween, Kerstfeest met cadeautjes en Valentijnsdag (dit zijn in mijn optiek toch vooral door de commercie geïnspireerde ‘feestdagen’ wil ik toch een kleine uitzondering maken voor Valentijnsdag, 14 februari. Eigenlijk alleen maar omdat dit een mooi excuus is om weer een een prachtig liefdesgedicht met jullie te delen. En er zijn zoveel liefdesgedichten (ik heb er zelf twee bundeltjes mee gevuld ; Je hebt me gemaakt met je kus en XX-XY) dus de keuze is altijd reuze. Vandaag koos ik voor het prachtige gedicht van Toon Tellegen met de titel ‘Een gesprek’ uit de bundel ‘Mijn winter’ uit 1987.

.

Een gesprek

 

“Waar zullen wij afscheid nemen?
“In de regen”
“Zullen wij schuilen?”
“Nee!”
“Hoe zullen wij ons voelen?”
“Ziek, vals en verlegen.”
“Wat zullen wij zeggen?”
“Wij zullen het niet weten.”
“Wat zullen wij denken? ”
“Was het maar gisteren, morgen of nooit.”
“Zal een van ons gelijk hebben?”
“Geen van ons zal gelijk hebben.”
“Zullen wij elk een andere kant op gaan?”
“Wij zullen elk een andere kant op gaan.
“Zullen wij omkijken?”
“Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken”

.

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.

.

Keats is dead so fuck me from behind

Hera Lindsay Bird

.The Guardian

Van een goede vriendin kreeg ik een link toegestuurd naar een artikel in The Guardian van 26 januari 2019 over de opkomst van jonge vrouwelijke dichters. Het was mij ook al opgevallen dat er steeds meer vrouwen tussen de 20 en 30 jaar aan een opmars bezig zijn in Nederland en Vlaanderen (kijk maar naar de deelnemers van de Poëziebus  van de afgelopen jaren) en dat beeld wordt in dit artikel bevestigd. Jonge vrouwen van 13 tot 24 jaar zijn nu de grootste poëziegebruikers in het Verenigd Koninkrijk in een markt die in de afgelopen vijf jaar met 48% is gegroeid tot £ 12,3 miljoen, volgens de Britse boekverkoper Nielsen BookScan. Een enorm bedrag voor wat toch nog steeds als een niche in de literatuur bekend staat.

Deze toename in de populariteit van poëzie door vrouwen en de toename van de waarde van de markt komt overeen met dramatische verschuivingen in de demografie van poëzie-kopers binnen het Engelstalige deel van de wereld. Vijf jaar geleden suggereerde het onderzoek van Nielsen dat 27% van de kopers van poëzie jonge vrouwen waren en nog eens 27% mannen van middelbare of oudere leeftijd. Tegenwoordig is bijna 40% van de poëzie-kopers vrouwen onder de 35, terwijl slechts 18% mannen zijn boven de 34. Het aandeel tienerjongens en jonge mannen in de vroege jaren 20 die poëzie kopen, is ook toegenomen, van 12% in 2014 tot 16% vandaag. Op zichzelf verheugende cijfers. Een in toenemende mate jonger wordend publiek dat zich interesseert voor poëzie.

Het gemak waarmee poëzie online kan worden gepubliceerd, op mobiele telefoons kan worden gelezen en op sociale media kan worden gedeeld, is één reden waarom de vorm populairder is geworden bij tieners en millennials , met jonge dichters die miljoenen volgers op Instagram trekken. Er is ook een toename in het aantal gedichten met betrekking tot de vrouwelijke seksuele blik, zegt Susannah Herbert, directeur van de Forward Arts Foundation, die de Forward Prizes voor poëzie en Nationale Gedichtendag beheert: “Jonge vrouwen hebben altijd gedichten willen lezen – waarom denk je dat troubadours zich uitsloofden om verzen te schrijven voor hun vrouwelijke liefdes? Maar ik denk dat ze niet altijd poëzie hebben gekocht omdat de meeste gepubliceerde poëzie niet op hen is gericht. Binnen de liefdespoëzie van de afgelopen eeuwen zijn het vooral mannen die naar meisjes kijken. Nog maar 10 jaar geleden kon je een bloemlezing over liefdespoëzie lezen en dan moest je moeite doen om gedichten te vinden waarin vrouwen naar mannen kijken. Nu zien we een inhaalbeweging. ”

Een van die jonge vrouwelijke dichters die actief meedoet aan deze inhaalbeweging is Hera Lindsay Bird (1987) uit Wellington, Nieuw-Zeeland. Deze dichter die recht voor zijn raap gedichten schrijft en daarbij een komische noot niet schuwt schreef het gedicht ‘Keats is dead so fuck me from behind’ dat viral ging op Facebook, net als haar gedicht ‘Monica’ over het Courtney Cox-personage Monica in de tv serie ‘Friends’.

.

Keats is Dead so Fuck me From Behind

.

Keats is dead so fuck me from behind

Slowly and with carnal purpose

Some black midwinter afternoon

While all the children are walking home from school

Peel my stockings down with your teeth

Coleridge is dead and Auden too

Of laughing in an overcoat

Shelley died at sea and his heart wouldn’t burn

& Wordsworth……………………………………………..

They never found his body

His widow mad with grief, hammering nails into an empty meadow

Byron, Whitman, our dog crushed by the garage door

Finger me slowly

In the snowscape of your childhood

Our dead floating just below the surface of the earth

Bend me over like a substitute teacher

& pump me full of shivering arrows

O emotional vulnerability

Bosnian folk-song, birds in the chimney

Tell me what you love when you think I’m not listening

Wallace Stevens’s mother is calling him in for dinner

But he’s not coming, he’s dead too, he died sixty years ago

And nobody cared at his funeral

Life is real

And the days burn off like leopard print

Nobody, not even the dead can tell me what to do

Eat my pussy from behind

Bill Manhire’s not getting any younger

.

Het hele artikel uit The Guardian lees je op https://www.theguardian.com/books/2019/jan/26/new-generation-young-women-poets maar neem ook eens een kijkje op de website van Hera Lindsay Bird (inmiddels is mij ter ore gekomen dat haar website is gehackt, meer informatie en gedichten van Hera Lindsay Bird vind je op https://thespinoff.co.nz/author/hera-bird/

.

Rawie

Doet de NS aan poëziepromotie?

.

Ik was pasgeleden op het Centraal Station van Den Haag en toen viel mijn oog op een heel groot geel stootblok. Even was ik in de veronderstelling dat de NS of ProRail het licht hadden gezien en deze blokken de namen van dichters te geven. Tot ik erachter kwam dat men dan wel een ongezonde voorkeur voor één speciale dichter had, namelijk Jean Pierre Rawie. Even googlen hielp, Rawie is een Duits bedrijf dat onder meer stootblokken maakt voor treinen. Jammer eigenlijk, het had zo leuk geweest als op elk station van Nederland stootblokken zouden staan met namen van dichters, opdat de mensen die dagelijks over de stations lopen zich zouden afvragen wie dat toch zijn, er naar op zoek zouden gaan, zodat er op die manier meer poëzie gelezen zou worden.

Zover is het (nog) niet en daarom maar een gedicht van Jean Pierre Rawie die, in dit geval, alvast zijn naam mee heeft. Het gedicht ‘Finis’ komt uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1987.

.

Finis

.

Heden is, na een langdurig lijden

dat hij met godsvertrouwen droeg,

Jean Pierre Rawie van ons verscheiden.

Hij komt dus niet meer in de kroeg.

.

Dat hij, die somber was bij tijden,

de hand niet aan zichzelve sloeg

stemt misschien nog wat tot verblijden,

al is het zo al erg genoeg.

.

Wat hem tot slot de dood in joeg,

de liefde of de drank, of beide? –

wij hebben door dit overlijden

een leger leven voor de boeg.

.

Het is zoals de Ouden zeiden:

de besten gaan altijd te vroeg.

.

%d bloggers liken dit: