Site-archief

Rawie

Doet de NS aan poëziepromotie?

.

Ik was pasgeleden op het Centraal Station van Den Haag en toen viel mijn oog op een heel groot geel stootblok. Even was ik in de veronderstelling dat de NS of ProRail het licht hadden gezien en deze blokken de namen van dichters te geven. Tot ik erachter kwam dat men dan wel een ongezonde voorkeur voor één speciale dichter had, namelijk Jean Pierre Rawie. Even googlen hielp, Rawie is een Duits bedrijf dat onder meer stootblokken maakt voor treinen. Jammer eigenlijk, het had zo leuk geweest als op elk station van Nederland stootblokken zouden staan met namen van dichters, opdat de mensen die dagelijks over de stations lopen zich zouden afvragen wie dat toch zijn, er naar op zoek zouden gaan, zodat er op die manier meer poëzie gelezen zou worden.

Zover is het (nog) niet en daarom maar een gedicht van Jean Pierre Rawie die, in dit geval, alvast zijn naam mee heeft. Het gedicht ‘Finis’ komt uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1987.

.

Finis

.

Heden is, na een langdurig lijden

dat hij met godsvertrouwen droeg,

Jean Pierre Rawie van ons verscheiden.

Hij komt dus niet meer in de kroeg.

.

Dat hij, die somber was bij tijden,

de hand niet aan zichzelve sloeg

stemt misschien nog wat tot verblijden,

al is het zo al erg genoeg.

.

Wat hem tot slot de dood in joeg,

de liefde of de drank, of beide? –

wij hebben door dit overlijden

een leger leven voor de boeg.

.

Het is zoals de Ouden zeiden:

de besten gaan altijd te vroeg.

.

Advertenties

Ach, het wordt vast mooi

Ruth van de Steene en Lies Schroeyen

.

De Vlaamse schrijfster en activiste voor het goede leven Ruth van de Steene ( 1987) en de eveneens Vlaamse illustratrice Lies Schroeyen (1990) maakten samen het bundeltje ‘Ach, het wordt vast mooi’. Dit bundeltje wordt op de achterflap aangeprezen als een snoepboekje over het liefdesverlangen, de bijbehorende euforie en ook wel het verdriet, af en toe. En na lezing ben ik het volledig eens met deze omschrijving. Dit is geen bundel om in één keer uit te lezen en kijken, al kan dat prima, maar om af en toe tot je te nemen en erin te bladeren, te lezen en naar de eenvoudige maar treffende illustraties te kijken. Op elke pagina staan een, twee of drie regels die worden ondersteund of aangevuld met een illustratie die op de regels betrekking heeft.

De bundel telt ca. 60 pagina’s (die overigens niet genummerd zijn maar in dit geval is dat totaal geen punt) met prachtige en soms ontroerende regels. Mijn favoriet is denk ik ” Hoe kan ik je dan binden / als het vrijen heet” . Als opdracht staat voorin dit bundeltje: ‘Voor onze muzes’ en ik denk dat deze muzes zich heel rijk mogen voelen met een dergelijk kleinood. De illustraties zijn van een eenvoud, gemaakt met inkt, ecoline of iets dergelijks, maar heel vaak bijzonder to the point.

Hier een aantal van de zinnen die mij zeer konden bekoren:

.

Bestelling – / handen vasthouden / doe mij maar weinig vast / en veel houden

Ik wil klungelen met mooi / ik wil de liefde morsen

Ik het kieken / jij de vrije uitloop

Dat ik soms blijf hangen / bij mooie mannen / dan ineens / geen hoogtevrees

.

De bundel is uitgegeven door Ruth van de Steene, uitgever en heeft op de achterflap ‘Leesteken’ als aanduiding. Voor verliefden, voor wie een lief klein cadeautje wil geven aan zijn of haar geliefde of voor liefhebbers van boekjes die je steeds opnieuw even kan inkijken voor wat inspiratie is ‘Ach, het wordt vast mooi’ een prima bundeltje.

.

De schooljuffrouw

Simon Carmiggelt

.

Dat de schrijver maar vooral columnist Simon Carmiggelt (1913 – 1987) ook dichter was is wel bekend maar niet bij een heel groot publiek. Toch publiceerde hij zijn eerste gedicht ‘Sinterklaasliedje’  al in 1929. Het werd afgedrukt in De Schakelaar, Orgaan van Haagsche Instellingen voor Voorbereidend Hooger- en Middelbaar Onderwijs. In 1934 verscheen in de bloemlezing ‘Nieuwste dichtkunst’ (waarover ik al schreef op 5 november 2014 en opnieuw op 24 juli van dit jaar) een gedicht van zijn hand. Na de oorlog verschenen verschillende dichtbundels van Carmiggelt aanvankelijk onder het pseudoniem Karel Bralleput, later onder zijn eigen naam. In 1974 verscheen de bundel ‘De gedichten’ onder zijn eigen naam. Uit deze bundel het gedicht ‘De schooljuffrouw’.

.

De schooljuffrouw

.

Zij heette juffrouw Vis en had geen man.
Des winters, spoedig door de kou bevangen,
trad zij met sjaals en pelerines behangen,
bevend de klas in — en zij weende dan.

.
Wij kleine jongens, kenden onze taak.
Gezeten in haar stoel, liet zij zich strelen.
Tien kinderhanden kwamen met de juffrouw spelen.
‘Zo gaat het beter’, riep de stakker vaak.

.
Eens kwam de schoolknecht binnen, klein en vals,
en lachte voos, om wat hij voor zich zag.
Maar zij beriep zich op de koude dag
en zei tot mij: ‘Nog even in mijn hals.’

.
O, die fameuze hals van juffrouw Vis!
Haar armen, pezig uit de trui geschoven.
De kleine strelers, steeds door vrees bestoven.
Een Laokoöngroep van haar hels gemis.

.

De taal is het voertuig van de geest

Driek van Wissen

.

In het eind van de jaren ’80, begin jaren ’90 van de vorige eeuw was voormalig dichter des vaderlands Driek van Wissen (1943 – 2010) regelmatig te zien en te horen bij het radio- en televisieprogramma Binnenlandse zaken van de TROS. In de rubriek ‘Kritiek van Driek’ liet hij op onnavolgbare en creatief-humoristische wijze zien hoe bijzonder de Nederlandse taal is met de openingszin: De taal is het voertuig van de geest, maar ons Nederlands is wel een krakende wagen geworden. Waarna hij een onderdeel van de taal behandelde (bijvoorbeeld de trappen van vergelijking, de verbindings-s, maar ook werkwoorden als zoeken, vinden, plaatsen en zetten) en liet zien hoe ongelofelijk inconsequent onze taal eigenlijk is.

Ik herinner mij dat ik altijd uitkeek naar dit item, Driek met zijn semi voorname voorkomen (ik denk dat het de strik was), met zijn specifieke manier van praten en dictie deed mij altijd (glim) lachen om onze taal. Later toen hij dichter des vaderlands wilde worden heeft hij slim gebruik gemaakt van zijn populariteit uit die tijd. In januari 2005 werd hij tijdens ‘De avond van het gedicht’ gekozen tot Dichter des Vaderlands, als opvolger van Gerrit Komrij en de Dichter des Vaderlands ad interim Simon Vinkenoog. Zijn uitverkiezing werd voorafgegaan door een intensieve campagne, geleid door Jean Pierre Rawie, een goede vriend van van Wissen. Tijdens de campagne deelde Van Wissen balpennen uit met een gedicht erop.

In het dagelijks leven was Van Wissen van 1968 tot 2005 als docent Nederlands in Hoogezand. Hij beëindigde zijn loopbaan in het onderwijs toen hij Dichter des Vaderlands werd. Voor zijn gehele oeuvre op het gebied van het light verse kreeg de dichter in 1987 de Kees Stip Prijs van het tijdschrift De Tweede Ronde. Van Wissen publiceerde ook onder het pseudoniem Albert Zondervan, dat hij deelde met Jean Pierre Rawie. Van Wissen schreef meestal in sonnet- en snelsonnetvorm. Daarnaast bediende hij zich ook wel van dichtvormen als rondeel, limerick en ollekebolleke.

Uit zijn bundel ‘De badman heeft gelijk’ uit 1982 het gedicht ‘Anti-Fries.

.

Anti-Fries
.

Als Holland winters is getooid,
En wij van kou welhaast verrekken,
Blijkt Friesland dichtbevolkt met gekken,
Die ’s winters gekker zijn dan ooit.

De maffe koppen, strak gelooid,
Ontspannen plots in losser trekken
Terwijl zich rond de stuurse bekken
Een soortement van glimlach ontplooit.

In onverstaanbare gesprekken
Worden dan praatjes rondgestrooid,
Die ijdele verwachting wekken,

Totdat de goden, als het dooit,
De hoop der dwaze halzen nekken.
Nee, de elfstedentocht komt nooit!

.

Joris Brussel

Stadsdichter van Alkmaar 2018-2021

.

In het voorjaar van 2018 was ik als jurylid verbonden aan de verkiezing van de nieuwe stadsdichter van Alkmaar. Naast poëtische gaven diende de nieuwe stadsdichter ook nadrukkelijk zich te moeten gaan manifesteren met alle groepen in de stad, met name jongeren en mensen die niet meteen iets met poëzie hebben. 

Tot nieuwe stadsdichter van Alkmaar 2018 (juni) – 2012 (juni) werd gekozen voor Joris Brussel (1987). Joris werd in 2008 benoemd tot eerste stadsdichter van Velsen. Hiermee was hij de jongste stadsdichter van Nederland. Sindsdien heeft hij tientallen Nederlandse en Belgische podia aangedaan. Onder andere het Amsterdam Wereldboekenstad Festival, de finale van het Amsterdamse poëzieslag, het nationale Gedichtenbal, op Northsea Poetry en twee keer tijdens de Gentse feesten. Hij deelde dichtpodia met o.a. Joost Zwagerman, Bart Chabot, Tjitske Jansen, Ingmar Heytze en Menno Wigman. Hij publiceerde in diverse dicht- en verhalenbundels en literaire tijdschriften als Tirade en op hard//hoofd. Hij had een poëzierubriek ‘Dicht in de duisternis’ op 3FM en hij is met zijn rubriek ‘Brussels blik’ zaterdagcolumnist van het Noordhollands Dagblad. In 2017 was deze oud-stadsdichter van Velsen de nieuwe stadsdichter van Beverwijk. 

.

 

Kaaskop hiphop Lokale piraten en boeven praten over hun leven in Alkmaarse straten,

ze zingen multiculturele tieners toe dat ze hun hood moeten ownen

doelend op de Vinex-wijken waar autochtonen in alle rust wonen.

Bovengenoemde boef rapt over tattas die zijn voornaam verkeerd uitspreken,

terwijl hij zich op zijn beurt over vrouwen durft uit te spreken als zijnde kechs:

taal biedt een brug voor generatiekloven, maar is óf mag daar alles mee gezegd?

Molens, polders en ook ik ontkom niet aan kaas; ze horen in Alkmaars hart,

maar de oer-Hollandse nuchtere Alkmaarder is net zo goed bruin, geel of zwart.

.

Er zijn in Overdie meer afkomsten aanwezig dan er Hollandse cafés zijn in de binnenstad

maar zet muren om culturen en toeristen komen niet verder dan op het Waagplein aan de patat.

De oom van mijn zoon is een Afrikaanse klankenkunstenaar uit Alkmaar

die zingt over burgeroorlogen, gouden bolides en eindeloos straatgeweld,

ik neurie mee terwijl ik ruzie met mijn papafiets; ben ik dan een antiheld?

Integendeel, want ik leer mijn kleine man de stad te bekijken als een groot contrast

maar dat is pas rijkdom als we accepteren dat dezelfde klomp niet elke (pinda)kaaskop past.

.

De wethouder van Alkmaar presenteert de nieuwe stadsdichter van Alkmaar op het bordes van het stadhuis.

Joris Brussel draagt zijn eerste gedicht als stadsdichter van Alkmaar voor.

Zware pijnstillers

Rob Schouten

.

Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Zware pijnstillers’ van Rob Schouten (1954), zijn 13e en voorlaatste dichtbundel alweer. Rob Schouten is dichter, prozaschrijver, columnist voor Trouw en literatuurcriticus. Daarnaast verzorgt hij sinds 1981 voor het weekblad Vrij Nederland  recensies van dichtbundels.

In 1986 en 1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury’s, schreef naast dichtbundels en romans ook essays en een verhalenbundel. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.In 2002 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor ‘Infauste dienstprognose’.

De romantisch decadente elitaristische inslag van zijn vroege werk evolueerde gestaag in de richting van een eigenaardig soort realisme, dat het midden houdt tussen ruwhartig en gevoelig. Zo ook in de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.

Het gedicht ‘Vader’ uit deze bundel is een mooie illustratie van het ruwhartige en gevoelige in één gedicht.

.

Vader

.

Twee oorlogen had hij op zak, als twee horloges,

een peutertje, de ander een volwassen man.

Niemand van ons kende hem nog, misschien verzon

hij soms maar wat, dat hij eerst boekhouder

en later predikant, ‘van kasboek tot bijbel’,

Plots had hij ons verwekt, maar bleef even

‘hardcore’-gelovig als jongen van Jan de Wit.

Hij kon niet tegen onrecht en mijn puberteit.

.

Maar ’t echte werd tot allerlaatst bewaard

toen hij broodmager, zachtjes kotsend, snotterde:

ik wou m’n kleinkinderen groot zien worden.

.

O God, bewaar me, laat me nu afglijden,

sla me met pest, neem me mijn dochters af

en leg me als het erop aankomt kalm in bed!

.

Morgen bij Ongehoord!

Anne-Fleur van der Heiden

.

Aanstaande zondag (morgen) op 24 september is er weer een poëziepodium van Ongehoord! op de 4e etage van de centrale bibliotheek Rotterdam (naast station Blaak). Omdat het Jongerenmaand is bij de bibliotheek een podium vol jongeren en jong talent en één iets ouder talent. Dit keer allemaal dichters die mee gereisd hebben met de Poëziebustoer 2017 van afgelopen zomer. Een van de dichters van deze toer die morgen ook te zien en horen is, is Anne-Fleur van der Heiden.

Anne-Fleur van der Heiden is in 1987 geboren in Rotterdam om in 2009 via een omweg  in Utrecht neer te strijken. Met een diploma van de Hoge Hotelschool Maastricht, deed ze in 2013 selectie voor de Schrijversvakschool Amsterdam en schrijft daar poëzie. Publicaties zijn te vinden bij De Optimist, bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd en De Revisor. In januari 2018 verschijnt haar debuut roman ‘Klaproos’ bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

In 2016 verscheen de bundel ‘Handboek voor een optimistisch leven’, samengesteld door de redacteuren van ‘De Optimist’.  Uit  deze bundel uit 2016 het gedicht ‘Champagne’.

.

Champagne

.

Nu ik mezelf lang genoeg heb rondgedraaid wordt het tijd
stil te staan te groeien en de draagkracht te hertaxeren als
een voorjaarsbloem, pril
en jeugdig op haar steel, haar wortels krampachtig
vastklemmend in de losse aarde.

Om ook het licht niet te beoordelen naar kilowattvermogen
ook licht kan ellendig zijn, voor een vlieg bijvoorbeeld
die zijn vleugels brandt aan een vlam.

Met de pijp van een blaasbalg in mijn mond
maak ik wind en vuur en doe feestelijk alsof
ik speel op een accordeon.

Als ik zeg dat het onmogelijk is, is het onmogelijk
maar dat geldt ook voor het omgekeerde; van tranen
een glas champagne maken of een bubbelbad.

.

Flirten

Rita Dove

.

Rita Frances Dove (1952) is een Amerikaanse dichter en essayist. Van 1993 tot 1995 was ze Poet Laureaat Consultant in Poetry aan de Library of Congress. Zij is de eerste Afro-Amerikaanse die aangesteld is sinds deze positie werd gecreëerd door ‘act of Congress’  in 1986 door de vorige ‘consultant in poetry’-positie . Dove kreeg ook de functie van ‘speciale consultant in poëzie’ voor het bicentenniale jaar van de Library of Congress van 1999 tot 2000. Dove is de tweede Afrikaanse Amerikaanse die de Pulitzer-prijs voor poëzie mocht ontvangen, in 1987, en ze was dichter laureaat van Virginia van 2004 tot 2006.

Uit haar bundel ‘Museum’ uit 1983 het gedicht ‘Flirtation’.

.

Flirtation

.

After all, there’s no need
to say anything
at first. An orange, peeled
and quartered, flares
like a tulip on a wedgewood plate
Anything can happen.
Outside the sun
has rolled up her rugs
and night strewn salt
across the sky. My heart
is humming a tune
I haven’t heard in years!
Quiet’s cool flesh—
let’s sniff and eat it.
There are ways
to make of the moment
a topiary
so the pleasure’s in
walking through.
.

 

Haagse dichter

Adriaan Bontebal

.

Toen ik mijn opleiding deed tot bibliothecaris in Den Haag, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, kwam ik in aanraking met het werk van de Haagse schrijver/dichter Adriaan Bontebal. Toen was dat een bundel met miniaturen maar pas later, veel later kwam ik erachter dat Bontebal, wiens echte naam Aad van Rijn was, ook dichter was. Wanneer ik tegenwoordig naar het puur Haagse literaire onderonsje ‘Puur gelul’ in het Paard van Troje ga, tweemaal per jaar, dan heeft Adriaan Bontebal daar altijd een ereplaatsje als één van de verloren zonmen van de Haagse literaire scene.

Adriaan Bontebal (1952 – 2012) debuteerde officieel in 1988 met zijn bundel ‘Een goot met uitzicht’. Hij was een vertegenwoordiger van de anarchistische, Haagse kraakbeweging en schreef zijn gedichten en miniaturen met een groot gevoel voor humor en met oog voor de details van het alledaagse leven. In 1987 was hij mede-organisator van De Haagse Nach van de Literatuur, maar hij werd bekend door zijn voordrachten door het hele land en door zijn optredens in 1998 met de Haagse cabaretier Sjaak Bral. Adriaan Bontebal was een aantal jaren verbonden aan het VPRO-radioprogramma ‘Music Hall’.

Door een motorongeluk verloor hij een been en bewoog hij zich voort met een prothese. Gedichten van Adriaan Bontebal zijn opgenomen in Gerrit Komrij’s ‘Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ en in ’25 Jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten’. In januari 2012, vlak voor zijn dood (in februari 2012), schreef hij dit gedicht. Bontebal overleed op 59 jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

.

Wanneer ik buiten fiets
– ik fiets altijd buiten
ik ben klein behuisd –
en de regen me doorweekt
terwijl ruk- en valwinden
op me inbeuken
zodat ik slalom
als een beschonkene
bedenk ik

Zolang ik tegen
de elementen vecht
vecht ik niet
tegen mezelf

.

Heel veel meer van Adriaan Bontebal lees je op zijn blog http://www.bloggen.be/adriaanbontebal/

.

                                                                                                                                                                                                  Poëzietegel in Den Haag

Limerick 2020

#Stanzas

.

Ieder jaar worden er in Europa in twee landen Culturele hoofdsteden gekozen. Dit gebeurt al vanaf 1985 toen Athene (toen nog in 1 land) het spits afbeet. In 1987 was Amsterdam aan de beurt, in 2001 Rotterdam en in 2018 is Leeuwarden een van de culturele hoofdsteden van Europa ( in de tussenliggende jaren waren er nog vele andere steden Culturele hoofdstad uiteraard ). In 2020 mogen Ierse steden een gooi doen naar deze titel. De stad Limerick (waar de versvorm naar vernoemd is) doet een gooi naar deze benoeming met onder andere het project ‘Poetry goes 3D’ van de poëzie- en prozagroep Stanzas.

Acht dichters uit Stanzas, kregen de opdracht om gedichten te schrijven voor Limerick 2020. Stanzas stimuleert de ontwikkeling van jong literair talent door middel van reguliere bijeenkomsten en evenementen. Deze diverse groep schrijvers omvat: Melanie White, Aoife Deegan Donnellan, Emer Hayes, Caleb Brennan, RG Allen, Rachel Armstrong, Shane Vaughan en Nina O’Donovan. Citaten uit hun geselecteerde gedichten zullen binnenkort op mysterieuze locaties in en rond de stad waar te nemen zijn, waardoor er interactieve poëziepaden worden gecreëerd.

Ze roepen de inwoners van Limerick op om foto’s te nemen van deze poëzie en te delen via Instagram, Facebook en Twitter  (@Limerick2020). Op de website van Limerick2020 kan dan het volledige gedicht worden gelezen. In juli verschijnt dan ook een papieren magazine met alle poëziepaden in de stad.  De website van Limerick2020 is http://www.limerick2020.ie

Hier een gedicht van één van de Stanzasdichters Melanie White getiteld ‘The tigress’

.

The Tigress

.

The power and poise in her stride;
the confident toss of her head;
the hunger that simmered inside.
He longed to approach
but she could tear him to shreds.

He stalked the prowling tigress
addicted to her rage.
She directed his dreams,
he couldn’t rest or digress
till he’d put her in a cage.

He clipped her claws,
he filed her teeth,
extracted the venom from the snake.
To prove his superiority
her spirit had to break.

Intoxicated by his need to possess,
he didn’t realise that
once he’d collared the tigress
and muted her wildness
he wouldn’t love her as a pussycat.

.

%d bloggers liken dit: