Site-archief

Donderdag

Sylvie Marie

.

In 2018 verscheen van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984) de bundel ‘Houdingen’ bij uitgeverij Vrijdag in Antwerpen. Ik las de bundel waarin Sylvie Marie schrijft over verlies en een nieuw begin en over alle houdingen ertussen zoals op de achterflap te lezen is. ‘houdingen’ is na ‘Zonder’ (2009), ‘Toen je me ten huwelijk vroeg’ (2011), ‘Speler X’ (2013) en ‘Altijd een raam’ (2014) haar vijfde bundel. In 2021 verscheen haar zesde  bundel ‘Alles valt’. Wat ik erg leuk vond om te lezen is dat Harminke Medendorp, die ik via via ken, naast de redactie van de boeken van bijvoorbeeld Kluun en Paulien Cornelisse ook deze geweldige dichter bij heeft gestaan als redacteur.

‘Houdingen bestaat uit 3 hoofdstukken te weten toestanden (drie gedichten), houdingen en uitkomsten (één gedicht). In het meest omvangrijke hoofdstuk, waar de bundel ook zijn titel aan ontleent, staat een vijfluik met de werkdagen van de week als titel. Ik heb gekozen voor de donderdag om zijn raadselachtige schoonheid.

.

donderdag

.

toen we, voor we het goed en wel beseften,

waren ingesneeuwd, plofte je

neer en vroeg of ik het aankon:

slechts elkaar hebben.

.

ik zag de hond onrustig om haar as draaien,

zei: laat ons al onze kleren uittrekken

om het echt zeker te weten.

.

uren hebben we daar op de bank gezeten

.

maar naakt zijn we nooit geweest.

we vreesden te zeer

de nabije redding.

.

Het licht

Don Paterson

.

De in 1963 geboren Don Paterson is een Schots dichter, schrijver en (jazz) muzikant. Hij debuteerde in 1993 met de bundel ‘Nil Nil’ waar hij de Forward poëzieprijs won voor het beste debuut. In 1997 volgde zijn tweede bundel ‘God’s Gift to Women’ en daar ontving hij de TS Eliot Prize en de Geoffrey Faber Memorial Prize voor. Zijn gedichtenbundel ‘Landing Light’ (2003) won zowel de TS Eliot-prijs en de Whitbread Poëzieprijs 2003. Paterson is geen veelschrijver maar wat hij schrijft valt erg in de smaak.

Naast eigen dichtbundels was hij redacteur van ‘101 Sonnets: From Shakespeare to Heaney’ (1999) en stelde hij bloemlezingen samen van het werk van Robert Burns (2001) en de bundel ‘New British Poetry’ samen met Charles Simic (2004). Daarnaast schrijft hij literaire kritieken en aforismen.

Hoewel Don Paterson sinds het begin van de jaren negentig als schrijver werkt, verliet hij aanvankelijk de school om een ​​carrière in de muziek na te streven. Hij verhuisde in 1984 naar Londen, nam wat lessen van gitarist Derek Bailey en toerde, en nam muziek op, met Ken Hyder’s Talisker. Hij heeft ook toneelmuziek (en drama) geschreven voor radio en toneel, en een aantal verschillende jazz- en ‘straight’-ensembles.

Hij heeft ook enige tijd als recensent van videogames voor de Times gewerkt. Maar hij is ook geïnteresseerd in taalkundige en cognitieve benaderingen van ars poetica, en er komt een uitgebreid werk over poëtische theorie,  ‘The Poem: Lyric, Sign, Metre’ .

In 2005 nam samensteller Daan Bronkhorst het gedicht ‘Het licht’ van Paterson op in de bundel ‘Zo’n gelukkige dag’ Dichters voor Amnesty International. Het gedicht komt uit de bundel ‘In zo’n intieme ballingschap’ uit 2004 in een vertaling van Jan Eijkelboom.

.

Het licht

.

Toen ik het bed bereikte was hij al blind.

Dertien jaren gingen voorbij, toch was mijn geest

nog even donker als op de dag van mijn wijding.

Nu was ik schaamteloos. Ik vroeg hem om het licht.

‘Is ons dat niet geleerd, dat alles ijdel is?

En besefte je niet hoe waar dat is?

Er is geen licht, domoor. Dringt dat nu tot je door?

En hij lachte, en verliet ons toen. Ik was gebroken.

.

Ik ging naar mijn kamer om mijn spullen in te pakken,

mijn bedelnap, mijn mantel en kom; de bidmat

wilde ik achterlaten. Die nacht daar, rafelig en omlijst

in een vierkante late zon. En puur uit gewoonte-

nee, minder, uit niets want ik was het niet meer-

zag ik mijzelf zitten voor één laatste keer.

.

 

Herman de Coninck

Lieveling

.

In mijn boekenkast staat al jaren een prachtig boek waaruit ik al vele malen iets heb gedeeld. Het betreft hier ‘De gedichten’ van één van mijn favoriete dichters aller tijden Herman de Coninck uit 2014. . Nadat deze bundel en het werk van de Coninck (1944 – 1997) in mijn leven kwam heb ik maandenlang elke zondag een gedicht van hem gedeeld als dichter van de maand omdat ik de taal en de poëzie van de Coninck zo wonderschoon vind.

Inmiddels is het alweer even geleden dat ik voor het laatst iets over Herman schreef of van hem deelde en daar komt vandaag verandering in. In de bundel lezend kwam ik het gedicht zonder titel tegen dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘De lenige liefde’ zijn debuutbundel uit 1966. Omdat het hier weer zo’n sprankelend en lief gedicht betreft vind ik dat ik, zeker in deze tijden van crisis, waarin iedereen wel een beetje liefde en iets moois verdient, dit hier vandaag met jullie moet delen.

.

middenin de vlakte van juli

kwam ik je tegen. ik woon hier, zei je.

ik keek naar de bloemen. ja, dat zie ik, zei ik.

.

je was lenig; en je woorden waren zo

doorschijnend, ik kon je er helemaal

door zien.

en daar lag ik al in het gras

en wat hield ik in mijn hand?

een oortje, waarin ik het lange woord

‘Lieveling’ uitgoot, zonder morsen.

.

Kroondomeinen

Koningsdag 2022

.

Omdat het vandaag Koningsdag is dacht ik; ik zoek een bijpassend gedicht bij deze dag. Nu is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Vind maar eens een gedicht over een koning. Die zijn er hoor, ik maak me geen illusies, maar al zoekende kwam ik in ‘Verzamelde gedichten’ van Gerrit Achterberg uit 1984 het gedicht ‘Kroondomeinen’ tegen. Nu weet ik dat de koning wat gedoe had met de kroondomeinen bij het Loo (om subsidie te krijgen voor het onderhoud moet hij de domeinen open stellen voor publiek en dat wil hij niet omdat hij er liever jaagt zonder gestoord te worden).

Het gedicht van Achterberg stipt onderdelen van bovenstaande verassend genoeg aan en het gedicht komt oorspronkelijk uit zijn bundel ‘Spel van de wilde jacht’ uit 1957. ‘Spel van de wilde jacht’ is waarschijnlijk de bekendste, maar zeker de lichtste en meest humoristische bundel van Gerrit Achterberg. Hij had een regeringsopdracht aangenomen om een bundel te schrijven met een folkloristisch onderwerp; dat werd de wilde jager, een soort vliegende Hollander aan wal. Als stramien koos hij het toneelstuk (zo zijn er drie bedrijven), waarbinnen hij het folkloristische combineerde met zijn eigen gestorven geliefde-thema.

.

Kroondomeinen

.

Grootgrondbezit heeft u veilig gesteld.
Beschermd natuurschoon doet u voortbestaan.
Ook in de meest verafgelegen laan
gebeurt geen daad van schennis of geweld.
.
Wel wordt er soms een bosperceel geveld
en planten ze weer jonge bomen aan.
Maar dat is dan op hoog bevel gedaan
en aan de heidemaatschappij gemeld.
.
Afrastering, brandsingels en een wal
van eikenhakhout lopen dagen lang
concentrisch om de eigendommen heen.
.
Borden verboden toegang weren streng
verkeerde elementen, opdat geen
verbastering zich bij u voordoen zal.
.
.

Plotsklaps de ware liefde

Wim Hofman

.

Afgelopen zaterdag stond er in de boekenbijlage van de Volkskrant een uitgebreid artikel over Wim Hofman naar aanleiding van het gegeven dat hij op tachtigjarige leeftijd de winnaar is van de Zeeuwse Boekenprijs voor zijn verhalenbundel ‘We vertrekken voordat het licht is’ uit 2021 dat tegelijk verscheen met een bloemlezing uit zijn poëzie ‘Er is altijd wel iemand’. De Zeeuwse Boekenprijs wordt sinds 2003 jaarlijks uitgereikt aan het volgens een jury beste boek over een Zeeuws onderwerp of van een auteur met een Zeeuwse achtergrond en is een initiatief van de Zeeuwse Bibliotheek en het Zeeuws Tijdschrift.

Wim Hofman (1941) schrijft proza en poëzie voor volwassenen en kinderen en is illustrator en beeldend kunstenaar. De zee en de (Zeeuwse) natuur nemen een belangrijke plaats in, in zijn brede oeuvre. Wim Hofman debuteerde als dichter in 2003 met de bundel ‘Wat we hadden en wat niet’, in 2005 gevolgd door ‘Na de storm’. In 2009 verschijnt de bundel ‘Op zekere dag ziet u plotsklaps de ware liefde’. Deze bundel heeft de liefde als thema in de breedste zin des woords. Niet alleen de liefde voor een ander maar ook de liefde voor de zee, voor het leven en, zoals in onderstaand prozagedicht, voor een steen. En omdat dit gedicht een verwijzing heeft naar één van mijn favoriete dichters E.E. Cummings deel ik dat gedicht hier graag met jullie.

Hofman won talrijke prijzen voor zijn werk. In 1991 ontving hij de Theo Thijssenprijs, in 2001 de Zeeuwse Prijs voor Kunst en Wetenschap, maar ook de Gouden Penseel voor Aap en beer, in 1984 (naast verschillende andere gouden en zilveren griffels en penselen).

.

Lievelingssteen

it’s always ourselves we find in the sea
e.e. cummings

Toen was ik nog jong en bezonnen en de zon scheen overal op en hij liet mij alles zien. Kijk, zei hij, dit is dit, dat is dat. Op het dak blink ik, een haan bezorg ik een vuurrood spookoog. Langs de weg groeiden toen brandnetels, braambossen, dwaalkruid. In het dorre gras bij de kromme boom lag rot sponzig fruit met de geur van zure cider en het venijnige gezoem van zwartgeel gestreepte wespen. Stof wolkte op, dorre bladeren maakten een rondedansje. De wind deed toen, lang geleden god na en de wolken bootsten alles na en werden daarom door de boze wind gestraft. De regen, hard begonnen, zocht uiteindelijk zoetjes de goot. Het water maakte van die gevoelige en droevige geluidjes en de regenboog stond wel drieduizend meter hoog, boven de zee. Bij de slordige vloedlijn een stuk hout met letters, geheimtaal, een vloek.
Dat moest terug vanwaar het kwam. Alles moest terug, de golven in, de plank, de arme, vierarmige zeester, de vieze vis, de werkschoen vol zand.
Ze begonnen met duidelijke tegenzin aan een onduidelijke tocht. Mocht alleen met mij mee een zwarte steen, koud en nat en rond, hij vulde precies mijn hand.

.

Ontwaken

Gerrit Achterberg

.

Overal in Nederland kom je ze tegen; Minibiebs. Een vreselijk woord dat in geen enkel opzicht de lading dekt van wat ze beogen te zijn; het zijn geen biebs (bibliotheken) en mini is in deze wel heel mini. Noem het wat het zijn: buitenboekenkastjes. Want dat zijn het een paar plankjes (meestal drie) van maximaal 50 cm breed (de meeste zelfs korter) in een afgesloten kastje in tuin of aan de gevel van een huis. De inhoud is meestal niet om aan te zien, een mix van kinderboekjes, versleten romans uit een ver verleden en studieboeken waarvan je je afvraagt waarom iemand ze in godsnaam zou willen bewaren, laat staan door zou willen geven.

Maar heel soms kom je er iets aardigs tegen. Zoals afgelopen week toen ik in zo’n kastje, tussen een aantal computerboeken uit de jaren ’80!, de bundel ‘Eiland der ziel’ van Gerrit Achterberg (1905-1962) tegen kwam uit 1984. Voorin een ansichtkaart van Saskia gericht aan Frank en Petra. Nu wijdde ik al menig blogbericht aan deze bijzondere dichter maar het kan nooit kwaad om nog eens een gedicht van hem te delen.

Uit de bundel ‘Eiland der ziel’ dat in 1936 voor het eerst verscheen koos ik het gedicht ‘Ontwaken’. Voor een uitgebreide bespreking van dit gedicht door Ãd Haans verwijs ik je graag naar de website cubra.nl.

.

Ontwaken

.

Des morgens kruipt een beest van vrees

door aderen en ingewanden,

en maakt mij weder tot een ander,

dan die ik slapend ben geweest.

.

Riep ik vannacht uw verten hees

om mij te vinden, en t’ ontvangen?

Ik weet het niet, het woord is anders

dan het in ‘t donker is geweest:

.

brandend van den Heiligen Geest

om uwe allerlaatste gangen

nog in te lijven bij de lange

verhalen die wij zijn geweest.

.

Mijn vreemde handen gaan vergeefs

den dag aanvangen.

Zo vindt van ‘t uitgedoofde feest

de wind de dode bloemen hangen.

.

Whatsappgedicht

Sylvie Marie

.

In het meest recente nummer van Deus Ex Machina (177) staat een bijzonder en nieuw fenomeen. Naast de door algoritmen gestuurde flarfgedichten staat er ook een Whatsappgedicht. In dit geval geschreven door Sylvie Marie (1984). Sylvie Marie debuteerde in 2013 met de bundel ‘Speler X’ waarna nog vier dichtbundels volgden.

Maar in Deus Ex Machina dus een Whatsappgedicht wat in feite een nieuwe vorm van een readymade is. Het gedicht kwam tevoorschijn in Whatsapp. Sylvie Marie hoefde daarvoor slechts de woordsuggesties te volgen. Alleen het eerste woord koos ze zelf: Een. Voor het vervolg kon ze telkens een keuze maken uit drie door de app zelf aangereikte woorden. Er werd niets aan de tekst gewijzigd, ook geen hoofdletters. Voor de leesbaarheid zijn wel enkele enters en witregels toegevoegd.

Je weet nu hoe het moet, dus maak er zelf eentje zou ik zeggen. Hier is haar Whatsappgedicht.

.

Een gezicht omzwachteld

Tot gedicht

.

Natte klei vol vingervegen

Zo zijn ook mijn gedachten

Over jou

Nog niet af

En best wel een zootje

.

Het water aan elkaar gekleefd

Knisperende ritselgolven rollen

Over mij heen

Zwaar zand word ik

Tenen persen zich een weg naar beneden

.

De wolken zijn slagroom

De wereld is een toetje

Het heelal een patisserie

.

Niet de macht over de nacht zal de mens uiteindelijk troosten

Wel het besef van zijn lach overdag

.

Mijn zoon kan een tijger zijn.

En nog moeilijk af te wassen ook

.

Op de trein terug naar de bomen

schudden wuiven dansen

en ik vraag me af of er wel twee soorten perfectie kunnen bestaan

ik vrees dat ik moet doorwandelen

de kast heeft geen deur

het hart is van de kast

en alleen van de kast

.

Gedichten voor mannen

Kwukel

.

De gedichten in deze bloemlezing illustreren de stadia van een mannenleven. dat lees ik achterop de bundel ‘Gedichten voor mannen’ uit 2014. Meteen denk ik dat de titel verkeerd gekozen is, het zou moeten zijn ‘Gedichten over mannen’ maar dat is het dus niet. Dat is ook meteen mijn enige bezwaar tegen deze bloemlezing over de eerste verliefdheid, de eerste keer, voetbal en hechte vriendschappen, relaties en ontrouw, vaderschap, ouder worden en de dood.

Samenstellers Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens hebben voor uitgeverij Marmer een aardig overzicht opgesteld van gedichten over allerlei zaken rondom het man zijn. Overigens is er ook een uitgave van diezelfde uitgeverij met de (misleidende) titel ‘Gedichten voor vrouwen’ En denk nu niet dat in de bundel ‘Gedichten voor mannen’ louter mannelijke dichters zijn vertegenwoordigd, er staan ook volop gedichten van vrouwelijke dichters in.

Ik koos in dit geval wel voor een gedicht van een mannelijke dichter en wel voor het gedicht ‘Kwukel’ van Jaap Robben (1984) uit zijn bundel ‘Als iemand ooit mijn botjes vindt’ uit 2012.

.

Kwukel

.

Ik ben niet bijzonder,

daar ben ik aan gewend.

.

Ik kan geen truc

die niemand kent.

.

In de stilte van mijn hoofd

bewaar ik geen geheim

dat mij de moeite maakt.

.

Voor mij bestaat zelfs geen recept

omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.

.

Misschien moet ik maar hopen

dat een mensenhand na duizend jaar

een paar botjes van me vindt en zegt:

‘Ik weet niet wat het is geweest,

maar dit was zo te zien

een heel bijzonder beest.’

.

Nummer 9

MUGzine

.

In september komt alweer de 9e editie van MUGzine uit, het kleinste maar allerleukste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen met opnieuw hoogwaardige poëzie en interessante illustraties. We kunnen al een paar namen noemen van dichters die met hun poëzie in nummer 9 vertegenwoordigd zullen zijn. Dat zijn uit Vlaanderen de dichter Mark van Tongele en uit Rotterdam de dichter Anouk Smies. Andere namen volgen snel. Uiteraard staat er in #9 een gloednieuwe Luule.

Zoals je misschien al weet is MUGzine gratis digitaal te lezen via https://mugzines.nl/ maar maken we voor de liefhebbers ook een papieren editie. Van elke editie worden 100 exemplaren op papier gedrukt. Als je deze wilt ontvangen via de post kun je donateur worden. Vanaf € 20,- per jaar ontvang je alle 5 de nummers van 2021.

MUGzine is een samenwerking van https://poetryaffairs.nl/https://mugbookpublishing.wordpress.com/ en BRRT.Graphic.Design.

Om je alvast warm te maken voor het nieuwe nummer hier een gedicht van de Vlaamse dichter Mark van Tongele (1956). Deze Vlaamse dichter uit Mechelen moest zijn studie geneeskunde afbreken door een zwaar ongeluk waardoor hij tijdelijk in coma lag. Van Tongele kiest na zijn herstel voor de poëzie en schrijft in december 1984 in een ‘Open brief aan een dichter’ (in het tijdschrift Yang) over digitale poëzie in een maatschappij die beheerst zou worden door de nieuwe technologie. Hij had dus al een vooruitziende blik in een tijdvak waarin de hele digitalisering nog moest beginnen.

In 1980 debuteert hij met de bundel ‘Over leven en dood’ waarna nog vele bundels zullen volgen.

In een interview in Poëziekrant (juli-augustus 2018) zegt hij zelf over zijn poëzie: “Voor mij maakt elke bundel deel uit van mijn ‘symfonie’: motieven allerlei duiken telkens opnieuw overal op in mijn werk. Meer dan het inhoudelijke gaat het om de klank en het ritme van woorden, regels, gedichten, bundels. Het is een spel, leuk omdat er niets moet, alles mag, een poging tot het neutraliseren van de zwaartekracht, o de dood, maar ook de zon, het licht, blij zijn hart en geest vrijmaken.”

Uit zijn bundel ‘Lichtspraak’ uit 2008 komt het gedicht ‘Een tongeldoosje’.

.

Een tongeldoosje

.

Openluchting: vanille-

bloesem, flammé, ja-

woorden, doodsrookver-

drijvers, moedersuiker,

hagelslag en muisjes,

stofgoud, gloeikous,

springzaad, zeejoechee,

levantijnen en sta-oppers,

sterrenzilverrichellopers,

wolkenspiegels, wimpelheil,

engelkruid en toverschijn,

vervoering, mer à boire,

château-neuf-du-mark

 
 
.

De oude mannen

Vasalis

.

Aangezien ik niet meer tot de jongste generaties behoor noemen mijn kinderen mij graag oude man. Mijn vrienden, leeftijdsgenoten, hebben die term samen met mij omarmd want waarom ontkennen wat nu eenmaal zo is. Oude mannen als kracht.  Tot ik het gedicht ‘De oude mannen’ van M. Vasalis (1909 – 1998) las in haar bundel ‘Vergezichten en gezichten’ uit 1954 (mijn exemplaar is uit 1984). Toen realiseerde ik me dat er vele tinten grijs zitten in het begrip oud. Dit ging om echte oude mannen, mannen zoals mijn vader en opa’s. Oude mannen zoals wij ook ooit gaan worden, maar nog niet zijn.

.

De oude mannen

.

Ik kwam twee oude mannen tegen

met dunne halzen en met haperende voet.

Ik zag de hitte op hun maagre schouders wegen,

zij liepen krom, maar met hun hoofden opgeheven,

zo ingespannen en verwonderd als een zuigling doet,

ik zag hun bleke onderlippen beven,

zij keken zacht en zinneloos en goed.

.

Het waren oude kinderen geworden

op weg naar huis, waar geen moeder wacht,

eens blinkenden, maar nu verdorden

en stromplend naar hun laatste nacht.

En plots begon het hele park te beven,

bomen en blaadren golfden in een warme vloed

van tranen, die binnen mijn ogen bleven,

wijl men om het bestaan niet wenen moet.

.

Ein älteres Paar sitzt am Montag (19.10.2009) in Pillnitz bei Dresden auf einer Parkbank. Nach einem verregneten Wochenende entschädigt die Sonne zu Wochenbeginn und sorgt für angenehme Temperaturen. Foto: Matthias Hiekel dpa/lsn +++(c) dpa – Bildfunk+++

%d bloggers liken dit: