Site-archief

Maffe zus

Nico Scheepmaker

.

In 1973 vertelde Nico Scheepmaker aan Guus Luijters: ‘Het moet allemaal een spel blijven, vind ik. Sommige gedichten zijn een spel met een serieus onderwerp, andere met een frivool onderwerp, maar het is allemaal spel. Het gaat erom de mensen een beetje leesgenot te verschaffen’. Hij deed dit in het Parool en deze passage is het begin van de bundel ‘De gedichten’ Bezorgd door Ivo de Wijs uit 1991.

De reden dat ik dit citaat overneem is omdat ik het zo eens ben met Nico. Alle literatuur is er (ook) om de mensen een beetje leesgenot te verschaffen. Voor poëzie geldt dit net zo. Natuurlijk zijn er vast nog vele andere redenen te bedenken waarom iets geschreven is maar door het simpele feit dat het geschreven is, is het altijd om gelezen te worden. En lezen zonder leesgenot is geen lezen.

Nico Scheepmaker (1930-1990) was columnist, (sport)journalist en dichter. In de jaren 50 kreeg hij succes als dichter. Hij debuteerde als dichter met de bundel ‘Poëtisch fietsen’ (1955) en in 1958 kreeg hij de Anne Frank-prijs voor jeugdige schrijvers. Scheepmaker schreef verschillende dichtbundels waaronder ‘Vinger in de hoed’ uit 1976, een dialoog in sonnetvorm tussen Scheepmaker en Jan Kal.

Uit deze laatste bundel komt het gedicht ‘Maffe zus’.

.

Maffe zus

.

Het gaat in een gedicht niet om het rijm!

En ook sonnetten zijn nog steeds gedichten

al vallen zij als onvolwassen nichten

bij ’t eerste ’t beste halfrijm in zwijm.

.

Je hebt als sonnettist natuurlijk plichten,

maar een gedicht dat met een kwastje lijm

aaneengehaakt wordt, mist het groot geheim

op ongeëvenaarde vergezichten.

.

Neem nu alleen maar deze twee kwatrijnen:

‘rijm’ en ‘gedichtenazijn toch niet ontheemd

in een gedicht dat zonder tierlantijnen

zijn licht over de dichtkunst wil doen schijnen.

.

Maar ’t blijft natuurlijk wel een beetje vreemd

dat elk zijn maffe zus op sleeptouw neemt.

.

Einde

Luuk Gruwez

.

De Vlaamse dichter, prozaïst en essayist Luuk Gruwez (1953) debuteerde in 1973 met de dichtbundel ‘Stofzuigergedichten’ waarna vele bundels volgden. De poëzie van Luuk Gruwez wordt weleens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Luuk Gruwez voegt aan deze vorm van romantiek altijd een stuk (zelf)ironie toe. In zijn recentere werk wordt zijn poëzie verhalender en breder.

In 2015 verscheen de bundel ‘Garderobe’ een keuze uit al zijn gedichten. Poëzie uit zeven bundels is in deze bloemlezing gebundeld. Van ‘De feestelijke verliezer’ (1985, bekroond met de Dirk Martensprijs) tot ‘Lagerwal’ uit 2008. Uit deze mooie bundel koos ik het gedicht ‘Einde’ uit de ‘Feestelijke verliezer’.

.

Einde

.

Niemand zal met mij verdwijnen,

wanneer ik straks mijn einde vind.

De wereld mag na mij wel blijven,

alleen: ik ging nooit graag alleen.

.

En dat ook dan een duivenklets

nog op mijn oude dakraam ploft

waaronder vreemde lijven woelen

in liefdes melodieus rumoer,

.

of dat, al liet ik niemand na,

het ernstig loensen van een kind

met druipneus en een uilenbril

voorgoed aan mij voorbij zal gaan,

.

ik tel dit alles niet zozeer,

bedwelm al wie mijn kist wil volgen

met fleurige ontbindingswalm.

Alleen: ik ging nooit graag alleen.

.

Dichter op verzoek

Hans van Waarsenburg

.

Enige tijd geleden vroeg ik mijn lezers om voorstellen te doen van namen van dichters die ze graag eens zouden lezen op dit blog onder het mom van ‘Dichter op verzoek’. Magda Haan vroeg toen om Hans van Waarsenburg en dan met name iets uit zijn bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’. De van oorsprong Brabantse dichter en literatuurcriticus Hans van Waarsenburg (1943 – 2015) woonde en werkte het grootste deel van zijn leven (sinds 1966) in Maastricht. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘Gedichten’ en in 1974 ontving hij voor zijn bundel ‘Vergrijzing’ de Jan Campert-prijs. Naast poëzie schreef van Waarsenburg ook kinderboeken.

De bundel ‘Van de aanvaller geen spoor’ uit 1983 is een verzamelbundel met gedichten uit de periode 1973 – 1983. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Natte doek op daglicht’ dat eerder in de bundel ‘Zeeschappen’ uit 1981 verscheen.

 

Natte doek op daglicht

.
Zo hoort het: je kijkt niet op of om
schudt je haren en ergens in een ruimte
zie je jezelf weerspiegeld: iemand kijkt
je aan, schudt zijn haren:
De cacaobus van Droste, waar je zelf
wegglipt: verkleinend gezicht,
vergezicht, dat uit zichzelf verdwijnt:
een ochtendspiegel waarin je uitglijdt.
De zee hoorbaar als een krakende schelp,
tanden van laag allooi, ogen in het matglas
van jaren, het vermoeide
koninkrijk van lichaam, wat rest:
Een stem zich haastend door de dagen,
pitten in het geluid soms, of een
hulpeloos kraken, dat op voorhand
niet meer beluisterd wordt.
Een woord dat nog Altamira krast
een bizon die zijn rug strekt
Het krijt dat door de handen schuift:
ijstijd, oeros, zeezicht, stamelende mug:
Wie weet heeft dood zich al
genesteld in het onderhuidse
Is iedere droom misplaatst en
handlanger van binnengeslopen vijand.
.
.

Simon Vinkenoog

gedicht

.

In 1973 richtte Remco Campert het tijdschrift ‘gedicht’.op dat werd uitgegeven door de Bezige Bij. ‘gedicht’ was een tijdschrift dat uitsluitend gewijd was aan poëzie en het vertegenwoordigde geen stroming in de Nederlandse letteren, maar wilde poëzie brengen van goede kwaliteit, of wat de redacteur daarvoor aanzag. Het tijdschrift stond open voor debuterende en gevestigde dichters. Het tijdschrift ‘gedicht’ verscheen 4 maal per jaar. Uit nummer 5 van de tweede jaargang (1975) koos ik voor een gedicht van de dichter Simon Vinkenoog getiteld ‘Anna sunya’.

.

anna sunya

.

in de fontein

van het licht

dat alle dorst lest

is alles waar

.

alles leeft

.

voor haar

is alles

een, vanuit

haar is alles

waar

.

anna sunya

zuiver niets

teder levend

kwetsbaar

wonder

.

dochter

.

je bent volmaakt

hoe is het mogelijk?

maar- het is waar-

je bent volmaakt

.

Schelpen

Paul Verlaine

.

Een van de eerste keren dat een gedicht van mij geplaatst werd op een website was in 2008. Het was het gedicht ‘Schaakmeisje’ en het werd gepubliceerd op het (toen nog bestaande) Verlaine.web-log.nl

Toen ik dit terug las bedacht ik me, dat ik in al die tijd die ik al over poëzie schrijf, nog nooit over de dichter Verlaine heb geschreven. Daar komt nu dus verandering in.

De Franse dichter Paul Verlaine (1844 – 1896) studeerde rechten in Parijs, maar de literatuur trok aan hem en hij stopte met zijn studie. Hij ging werken op het gemeentehuis van Parijs en besteedde de rest van de tijd aan de poëzie.

Paul Verlaine had een roerig leven. Zo had hij na zijn eerste huwelijk (dat mislukte omdat hij alcoholist was en als hij had gedronken gewelddadig werd) een relatie met de 17 jarige dochter van dichter Arthur Rimbaud. Met haar woonde hij in België en in Engeland. In 1873 probeerde hij in een dronken bui, Arthur Rimbaud neer te schieten in een hotel in Brussel maar hij verwondde hem slechts. Dit leverde hem wel een gevangenisstraf op van 18 maanden.

Hierna probeerde hij zijn leven te beteren maar in Parijs terug gekeerd verloederde hij. Hij woonde in armzalige omstandigheden bij prostituees en vrienden. In die tijd genoot hij enige bekendheid door zijn literaire publicaties ( de Symbolisten omhelsden hem als hun voorman en in 1894 kreeg hij, niet veel meer dan een clochard, de eretitel ‘Prince des poètes’), maar desondanks stierf hij verarmd en eenzaam.

Verlaine werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en het decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

.

Schelpen

.

Schelpen, in de grot ingebed

Waar wij elkaar in de armen vielen:

Ze hebben elk hun eigenheid.

.

Eén heeft het purper onzer zielen,

Ontstolen aan ons hartebloed,

Mijn liefdesvuur, jouw liefdesgloed;

.

Die dáár spiegelt jouw kwijnend smachten,

Je bleekheid als je moe en boos bent,

Omdat mijn ogen om je lachen;

.

Die heeft de gratie van je oortje

Mooi nagebootst, en die het roze

Van je nekje, het dikke, korte;

.

Maar één was er die me deed blozen.

.

Les coquillages

.

Chaque coquillage incrusté
Dans la grotte où nous nous aimâmes
A sa particularité.

L’un a la pourpre de nos âmes
Dérobée au sang de nos coeurs
Quand je brûle et que tu t’enflammes ;

Cet autre affecte tes langueurs
Et tes pâleurs alors que, lasse,
Tu m’en veux de mes yeux moqueurs ;

Celui-ci contrefait la grâce
De ton oreille, et celui-là
Ta nuque rose, courte et grasse ;

Mais un, entre autres, me troubla.

.


Met dank aan Wikipedia

 

 

 

Het laatste gesprek

Armando

.

Vandaag van de dichter van de maand maart het bijzondere gedicht ‘Het laatste gesprek’ uit de bundel ‘Dagboek van een dader’ uit 1973, een bundel met korte dagboeknotities van iemand die het tegendeel van slachtoffer wil zijn .

.

Het laatste gesprek

.

‘Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?’
‘Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?’
‘Ik wacht op woorden, Heer.’
‘Ik was Dader, u het Offer. De medemens is leeg.’
Sterven Daders niet.’
‘Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.’
‘Heeft u ginds gesproken, Heer?’
‘De dagen zijn beschreven.’
‘Heeft de Tijd nog kwaad gewild?’
‘Ja, het slagveld is begroeid.’
‘Geen spoor van oorlog meer?’
‘Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.’
‘Nadert weer de Dood, o heer?’
‘Neen. Hij was er al.

.

Before sunrise

Poëzie in films

.

Het is alweer enige tijd geleden dat ik aandacht gaf aan poëzie in films op dit blog. Vanaf vandaag daarom de komende tijd weer een aantal voorbeelden. Vandaag betreft het de film ‘Before sunrise’ uit 1995 met Ethan Hawke en Julie Delpy. De film gaat over twee jonge mensen die elkaar ontmoeten in de trein en een nacht samen doorbrengen in Wenen waarvan ze beide weten dat dit de enige nacht zal zijn die ze met elkaar doorbrengen.

In het videofragment citeert Hawke een zin uit het gedicht ‘As I walked out one evening’ van W.H. Auden (1907 – 1973). Daarna doet hij Dylan Thomas na die dit gedicht van Auden voordraagt.

Hier het fragment en de hele tekst van het gedicht.

.

As I Walked Out One Evening

.

As I walked out one evening,
  Walking down Bristol Street,
The crowds upon the pavement
  Were fields of harvest wheat.

And down by the brimming river
  I heard a lover sing
Under an arch of the railway:
  "Love has no ending.

"I'll love you, dear, I'll love you
  Till China and Africa meet,
And the river jumps over the mountain
  And the salmon sing in the street,

"I'll love till the ocean
  Is folded and hung up to dry
And the seven stars go squawking
  Like geese about the sky.

"The years shall run like rabbits,
  For in my arms I hold
The Flower of the Ages,
  And the first love of the world."

But all the clocks in the city
  Began to whirr and chime:
"O let not Time deceive you,
  You cannot conquer Time.

"In the burrows of the Nightmare
  Where Justice naked is,
Time watches from the shadow
  And coughs when you would kiss.

"In headaches and in worry
  Vaguely life leaks away,
And Time will have his fancy
  Tomorrow or today.

"Into many a green valley
  Drifts the appalling snow;
Time breaks the threaded dances
  And the diver's brilliant bow.

"O plunge your hands in water,
  Plunge them in up to the wrist;
Stare, stare in the basin
  And wonder what you've missed.

"The glacier knocks in the cupboard,
  The desert sighs in the bed,
And the crack in the teacup opens
  A lane to the land of the dead.

"Where the beggars raffle the banknotes
  And the Giant is enchanting to Jack,
And the Lily-white Boy is a Roarer,
  And Jill goes down on her back.

"O look, look in the mirror,
  O look in your distress;
Life remains a blessing
  Although you cannot bless.

"O stand, stand at the window
  As the tears scald and start;
You shall love your crooked neighbor
  With all your crooked heart."

It was late, late in the evening,
  The lovers they were gone;
The clocks had ceased their chiming,
  And the deep river ran on.

Happy ending

Grand Palais

.

Vanaf deze plek wil ik iedereen heel hartelijk bedanken voor de vele en vriendelijke felicitaties, ik voelde mij, mede hierdoor, zeer jarig.

De afgelopen week was ik in Parijs en bezocht daar de fototentoonstelling van de beroemde Amerikaanse fotograaf Irving Penn (1917 – 2009). Een prachtige tentoonstelling waar ik onder andere de foto die Penn nam van de dichter W.H. Auden (1907 – 1973) nam. Meteen kwam bij mij het idee op om weer eens een gedicht van deze grote dichter te plaatsen en daarom vandaag het gedicht ‘Happy Ending’ uit 1929.

.

 

Poëzieweek 2018

Theater, bibliotheek, café en radio

.

Van 25 tot en met 31 januari is het in Nederland en Vlaanderen Poëzieweek en dit jaar heeft de poëzieweek als thema ‘Theater’ gekregen, met als motto ‘uitstromend in het pluche van de zaal’. Nu zullen er weer veel zalen en zaaltjes gevuld worden met dichters en gedichten tijdens de poëzieweek maar in de meeste gevallen zal er weinig sprake zijn van pluche. Poëzie in Nederland en zeker in zalen en zaaltjes in Nederland vindt vooral plaats in zaaltjes en op plekken waar sprake is van eenvoudige stoeltjes of tijdelijke zitplaatsen.

Een paar voorbeeld en van plekken waar ik de komende poëzieweek te horen en zien ben.

Op zondag 21 januari (dat is dus strikt gezien net voor de Poëzieweek) zal ik voordragen in café Maaart op de Valkenboslaan tijdens een voorronde van de Poëzie op Pootjes bokaal. Aanvang 15.30 uur.

Op zaterdag 27 januari ben ik aanwezig bij Radio Rijnmond bij het onderdeel Vraag het de bieb (verzorgd door Geen Poeha) als dichter in 1 minuut (wordt waarschijnlijk iets langer dan 1 minuut) alwaar ik een gedicht zal voordragen en iets zal vertellen over de volgende twee activiteiten. De aanvang van mijn bijdrage is om ca. 13.30 uur.

Op zaterdag 27 januari zal ik vervolgens voordragen bij Voorbij de brug! in de bibliotheek van Delfshaven georganiseerd door de bibliotheek en Zona Franca. Deze middag begint om 13.30 uur (ik zal iets later aanschuiven) en duurt tot 15.00 uur. Andere dichters dar zijn  Daniel Dee, Rien Vroegindeweij, Myrte Leffring, Jantine Dijkstra, Gerard van Hameren, Tomas de Paauw en de Syrische dichter Adnan Alaoda. De presentatie is in handen van Marco Nijmeijer. De bibliotheek Delfshaven is aan de Rösener Manzstraat 80 in Rotterdam.

Op zondag 28 januari tenslotte zal ik de presentatie voor mijn rekening nemen van De Gedichtendag in theater Koningshof in Maassluis. Daar treden op: Marieke Lucas Rijneveld (met poëzie uit haar debuutbundel Kalfsvlies), de stadsdichter van Maassluis Jaap van Oostrum, Hans Trompert en Bert Blasé (muziek en poëzie) Relliatuur (Rellie Telg uit Rotterdam met spoken word poëzie) en een aantal dichters uit Maassluis e.o. De aanvang is 15.00 uur en de middag duurt tot ca. 17.00 uur. Entree is € 9,50 of met korting € 7,50 Theater Koningshof is aan de Uiverlaan 20 in Maassluis

Als opwarmertje alvast een gedicht van Rien Vroegindeweij uit ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973.

.

Poëzie is voor mij een verhaal

Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon

.


Staande tapijten

Annemarie Estor

.

Annemarie Estor (1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Ze groeide op in Limburg en studeerde daar Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht.  Tussen 2006 en 2009 was ze wijkdichter van Zurenborg (Antwerpen). Zij was poet in residence bij het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap te Amsterdam (onder auspiciën van Dick Swaab) en bij het Labo voor Theoretische Neurobiologie (Universiteit Antwerpen) onder begeleiding van Erik De Schutter. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).

In 2011 kreeg zij de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut ‘Vuurdoorn me’  en in 2013 diezelfde prijs voor de beste dichtbundel ‘De oksels van de bok’. In 2015 werd ze genomineerd voor de Pernathprijs. Estor vertaalt ook incidenteel hedendaagse poëzie van het Arabisch naar het Nederlands. Uit haar bundel ‘Vuurdoorn me’ uit 2010 het gedicht ‘Staande tapijten’.

.

Staande tapijten

.

Als je met je nagels op mijn billen schrijft

verschijnen op de doodgestaarde muur

tussen de palen van het hemelbed,

staande tapijten met uitzinnige partijen

en patronen: ontworpen voor stelsels

waar mensen door vluchten naar andere plaatsen,

tekens achterlatend voor wie hier niet leven kan.

.

Als je met je vingers rozenkruizen krieuwelt

over mijn gebladerte, camelia,

dan wellen geuren op

uit gebergten van hoofdkussens,

doordrenkt met rotte perzikken,

ajuin uit bergen waar de waarheid schuilt,

zwarte pruimen uit monden van mannen.

.

                                                                                                                                                                                 Foto:  Knack, Charlie De Keersmaecker

 

 

 

%d bloggers liken dit: